Hollandse maaltijd

Ruim vijf dagen at ik, ziek als ik was, het eten van het Gospel Hospital in Pusan waar ik was opgenomen voor een operatie. Driemaal per dag soep met rijst en groente. Ik woonde tenslotte in Zuid-Korea. De keuken van het ziekenhuis was simpel en had slechts één menu, het Koreaanse. Wie anders wilde of het ziekenhuis eten niet goed genoeg vond, kon een eigen potje (laten)koken, door familie, in de patiëntenkeukens, waarvan er, verdeeld over de verschillende verdiepingen, een aantal waren.

Na de operatie was al mijn eetlust verdwenen. De soeplucht bij het ontbijt, de warme plakrijst, de bijgerechten, het stond me tegen. Ik wilde weer eten zoals vroeger thuis. Kruimige aardappels, met kabeljauw in botersaus, zoals alleen mijn moeder die kon maken en worteltjes. Sukadelapjes, erwtjes en puree. De operatie, de spanning en pijn, het kwam allemaal tot ontlading in een verlangen naar Hollands eten. Het oerverlangen naar thuis.

Mijn zus Loes, juist in die periode op bezoek, bracht uitkomst. Zij ging naar de markt en zocht net zo lang tot ze de ingredienten had voor een Hollandse maaltijd. In de afdelingskeuken stortte ze zich tussen de Koreaanse dames om een plekje te veroveren achter het fornuis om daar een maaltijd te bereiden die mij troost bracht: een balletje gehakt, kruimige aardappels met jus, en spercieboontjes. Nooit heeft sindsdien een simpele Nederlandse maaltijd zo rijk gesmaakt.

KosinDis 2

Twee families vertrokken op een goeie dag naar Zuid Korea. Met elk twee kinderen. De oudste (die van ons) was nog geen vier, de jongste drie maanden (ook van ons). School was nog geen urgente zaak. Maar twee jaar later werd het tijd dat er iets in de plaats van de Koreaanse kleuterschool kwam waar de oudste twee kinderen inmiddels heen gingen. Ze hadden genoeg dansjes geleerd. Iets waar de Koreanen verzot op waren.

Onze eerste onderwijzeres kwam in 1983. Ze begon met een leerling in groep 3 en een leerling in groep 1. Beetje saai, maar het was maar een halve dag. De start van de school lag pas in de winter omdat het lang duurde voor alles (visum, tickets enz.)geregeld was. Ik werd dus min of meer gedwongen alvast thuis te starten met onderwijs. Onze oudste was tenslotte zes en stel je voor dat ze achter zou raken.

Lees verder “KosinDis 2”

KosinDis, Nederlands onderwijs waar ook ter wereld

graduation 1988 with Niek and kosindis

Het is er doodstil. Acht kinderen zijn geconcentreerd bezig in een lelijk lokaal op de vierde verdieping van een gebouw, uit beton opgetrokken. Het lokaal is door de leerkracht met moeite enigszins gezellig en bewoonbaar gemaakt. De kinderen zitten ijverig te werken. De tafels staan tegen elkaar aan en iedereen is bezig met eigen werk. Aan de kant staat een grote oliekachel die in de winter het ijskoude lokaal met een betonnen vloer en enkele ramen in rammelende sponningen van aluminium redelijk warm houdt
Maar de kinderen en de docent zijn er dan ook op gekleed. Lang ondergoed en dikke truien houden hen warm. In de zomer is de universiteit waarin het lokaal zich bevindt gesloten dus hebben ook de kinderen drie maanden vrij. De ergste hitte, warm en vochtig, beleven ze thuis.

KosinDIS is de naam van de school waar deze acht leerlingetjes opzitten. Kosin is de naam van de universiteit waaraan hun vaders doceren en DIS staat voor Dutch International School. Volledig aangepast onderwijs in Zuid-Korea, voor aanvankelijk twee en uiteindelijk acht kinderen. Dankzij de inzet van, door de tijd, drie onderwijzeressen en onderwijzer die zich, met als betaling niet meer dan een schamel zakgeld, inzetten om de school zo leuk en goed mogelijk te maken. Dat het niveau prima is bewijst zich ieder jaar wanneer er een familie op verlof gaat en een aantal van de kinderen in Nederland een paar weken op een Nederlandse school meedraaien. Geen achterstanden. Integendeel. Wél, bij de kinderen, verbazing over het lawaai in de klas. Dat zijn ze absoluut niet gewend. Op de foto staat de voltallige klas. Achter hen staat de vader van de Gootjes kinderen die net op weg was naar de graduation van zijn theologie studenten.

Kabeljauw in Korea

Iemand schreef in een reactie dat ze, op zoek naar een recept voor kabeljauw, op mijn site terecht was gekomen. In m’n blog over mijn vader en vis eten op vrijdag.

Ik herlas de blog nog eens en realiseerde me toen hoe diep eigenlijk dat kabeljauw-eten in me geworteld is. Het staat gelijk aan veiligheid en thuis.

Het is 1986. Ik lig al bijna een week in het ziekenhuis in Zuid-Korea. Ik sterf van de buikpijnaanvallen en wordt volgestopt met anti-biotica omdat de artsen meenden dat ik een bekkenontsteking heb. De pijn bleef terugkomen en na een kijkoperatie blijkt dat ik een buitenbaarmoederlijke zwangerschap heb. Daar lig ik dan. Al zes dagen in een Aziatisch ziekenhuis, met echtgenoot Kim in één  kamer. Die moet namelijk voor me zorgen. Verpleegkundigen komen me alleen pilletjes brengen en de infusen controleren. Verder moet alles door de familie gebeuren.

kimchiin

Al zes dagen eet ik driemaal per dag Koreaans. Wel een wat verwesterde versie. Maar of dat nu zo’n verschil maakt?
’s Ochtends rijst met soep, ’s middags rijst met soep en ’s avonds aardappels en soep en kimchi. Helemaal niet vies, ik at wat ik op kon en dat was het.

Als uiteindelijk blijkt dat ik een zwangerschap van een week of 7 in de eileider heb, er groot risico op perforatie is, moet ik geopereerd. Kim vertrekt daarna uitgeput naar huis (sliep slecht op z’n harde ziekenhuisbedje) en Loes, mijn zus, die ‘toevallig’ bij ons in Pusan logeert, neemt zijn plaats in.

Na de operatie, wanneer ik als een postpakketje in een laken word overgetakeld naar mijn bed, neemt zij de regie in handen. Ze had de kamer al gesopt (naar Nederlandse maatstaven was het er wat groezelig) en biedt aan voor me te gaan koken omdat ik het Koreaanse voedsel even niet meer kan zien of ruiken.

Op iedere afdeling in het ziekenhuis zijn keukens waar gekookt kan worden door familie. Het ziekenhuiseten is zoals overal matig van kwaliteit en het maakt de rekening ook een stuk hoger. Dus de meeste familie komt iedere dag naar het ziekenhuis om een potje te koken voor geliefden.

Loes mengt zich opgewekt onder de Koreaanse dames die iedere kookbeweging van haar met een brandende nieuwsgierigheid volgen. Loes moet ieder pannetje laten zien en uitleggen wat ze aan het maken is. Dat valt niet mee als je geen woord Koreaans spreekt! Loes amuseerde zich kostelijk. Ze was ook al op de markt geweest immers, waar ze met handen en voeten duidelijk gemaakt had wat ze wilde.

Want wat wilde ik? Ik mocht kiezen zei Loes. En vanuit het diepst van m’n ziel kwamen de maaltijden van m’n moeder naar boven: aardappeltjes met boontjes en een balletje gehakt. Aardappelpuree, kabeljauw en boterjus met kabeljauw-bloem worteltjes. Die worteltjes konden me vroeger gestolen worden maar nu lachten ze me toe als het meest exquise voedsel.

En zo peuzelen Loes en ik op mijn Koreaanse ziekenhuiskamer gezellig samen Nederlandse maaltijden.  Later heb ik wel tegen Loes gezegd dat ik het een soort vervulling vond van ps.23: U richt een tafel voor mij aan..

Het was een moeilijke tijd. Vier kinderen thuis, ik behoorlijk ziek, zwak na de operatie. Geen familie, weinig vrienden. En dan toch: zo ver van Nederland vandaan je eigen grote zus die voor je zorgt en lekkere “kabeljauw met botersaus” voor je klaarmaakt.

Ik kon letterlijk proeven hoe goed God was…

Memories 3

We hebben 8 jaar in Zuid-Korea gewoond. Driemaal hebben we bezoek gehad van mijn ouders. Tweemaal van vader en moeder samen, de derde keer kwam moeders alleen, na het overlijden van m’n vader. De eerst keer, in 1982, woonden we in Seoel, de hoofdstad en hebben toen vooral Seoel en omgeving bekeken. Fascinerend voor ons en voor hen. De tweede keer, in 1984, woonden we inmiddels weer in het zuiden, in de havenstad Pusan. Daar woonde je eigenlijk pas echt in Korea.

In die tijd zag je daar, in tegenstelling tot Seoel, zeer zelden westerlingen. Het baarde nogal opzien als je voorbij kwam, vooral onder kinderen. In grote groepen liepen ze achter je aan onder het uitroepen van allerlei kreten die zij met het westen=Amerika associeerden. Zeer geliefd was bijv. het door ons zo gehate: “mr. monkey”…Het was altijd een dilemma: negeren we dit of jagen we ze weg door opeens iets in het Koreaans te roepen. Maar ja, je wist van tevoren nooit of dat de interesse alleen maar zou doen toenemen…Eerst schrokken de blagen zich een hoedje en renden ze weg, maar vaak kwamen ze even hard weer terug.

Mijn ouders waren al een week of wat bij ons in Pusan, toen ze besloten ook eens zelfstandig een tochtje te maken. Mijn moeder was reislustig en ach, mijn vader was wel bereid met haar mee te gaan. Ik maakte een kaartje van de binnenstad, schreef ons tel.nr. op en maakte een briefje wat ze de taxi-chauffeur konden geven voor de weg terug. In Korea waren in die tijd taxi’s onderdeel van het OV. Voor een hele schappelijke prijs kon je einden rijden.

Ik zette hen op de taxi, legde uit waar de chauffeur hen moest laten uitstappen en zwaaide hen uit. Vader en moeder een avondje op stap. (Winkels en markten bleven de hele avond open).

Nog geen 20 minuten later gaat de telefoon. Een mij onbekende Koreaan: “Uw ouders zijn verdwaald, ze komen er zo aan, maakt u zich geen zorgen.” Ik vroeg nog of ze daar zelf nog waren, jawel en ik kreeg mijn moeder aan de telefoon. “We stonden alleen maar naar je plattegrondje te kijken”, zei ze enigzins verbouwereerd, “toen deze man het ons uit de handen rukte en tegen ons begon te praten. We verstonden hem natuurlijk niet en nu heeft hij jou dus blijkbaar gebeld.” Ik praatte weer met de Koreaan verder. Maar ik kreeg hem niet aangepraat dat ik mijn bloedeigen ouders alleen op pad had gestuurd in een wildvreemde onbekende stad waar ze de taal niet eens spraken. We hingen op, ik onzeker over het verdere verloop…
Na nog eens een kwartier ging de deurbel: mijn ouders! Ze waren linea recta een taxi ingeduwd, en richting het thuisadres gestuurd dat op hun plattegrondje stond! Met lichtelijk de slappe lach kwamen ze binnen.

Ze waren nog geen 5 minuten in de stad toen ze door de overbezorgde Koreaan min of meer opgepakt en in een taxi gezet werden. Daarna ben ik toch maar weer mee gegaan.

 

Memories

Als mijn moeder op bezoek kwam hoefde ik zelf niets lekkers in huis te halen. Ze had een tas vol spullen bij zich. Chocola van de markt, van die heerlijk zachte Cote d’Or en lekkere koeken. En dan vaak nog zoiets als krentebollen (of krentenbollen?).

Ze kwam altijd met de trein. Na mijn vaders overlijden in 1986 was ze gelukkig nog jong genoeg om zelfstandig met het OV te leren reizen. Maar ze wilde het ook. Eigenlijk was moeders best avontuurlijk aangelegd. Ze hield van kaartlezen, al was ze er net zo goed in als ik (ha, ha). En reizen vond ze heerlijk. Zorgvuldig zocht ze uit wanneer er vrije reizen waren op de seniorenkaart en dan ging ze op pad.
Een keer was ze voor negen uur op de trein gestapt en kreeg ze, tot haar grote schande, een vermaning van de conducteur!

Drie keer is ze in Korea geweest toen wij daar woonden. Twee keer met m’n vader en de derde keer helemaal in d’r upje, vlak na het overlijden van mijn vader. Heel dapper, want het waren toen echt lange reizen met een overstap in Frankfurt of Parijs.

Het was het jaar waarin Kim en ik 12,5 jaar getrouwd waren, april 1987. Altijd een goeie planner had ze van tevoren een advertentie opgegeven aan het Nederlands Dagblad met felicitaties namens de kinderen. Ik snap nog steeds niet helemaal hoe die coordinatie verliep want we kregen daar toch niet iedere dag de krant uit Nederland. In ieder geval met vertraging. Hoe het ook zij, op de morgen van de Dag zat ik de krant te lezen en Jesseka en mijn moeder deden een beetje vreemd. Ze hadden de grootste belangstelling voor mij en de krant. Als ik weg liep kwam Jes me achterna en moest ik toch vooral op die en die pagina dat en dat eens lezen. Jes was een pienter kind maar de krant las ze normaal gesproken nog niet, ze was 11.
Om een lang verhaal kort te maken opeens zag ik het eindelijk, die kleine advertentie: Kim en Margreet, 12,5 jaar, gefeliciteerd. Hoe intens lief, besef ik nu. Pas later realiseerde ik me hoe lang van te voren moeders daar over nagedacht moest hebben!

Zo zat ze echt in elkaar. Vakanties werden lang van te voren voorbereid. Ergens op een plek in huis groeiden langzaamaan de stapels kleren en linnengoed voor de vakantieweken. Het gaf me een heerlijk gevoel van voorpret. Op het laatst mochten we alleen oud ondergoed en zo aan. Dan was de grote dag van vertrek heel dichtbij en ik deed niets liever dan versleten katoentjes dragen!

Toen ik klein was werd mijn kleding de avond van tevoren klaargelegd. Heel slim waarschijnlijk met 5 kinderen en veel huishoudelijke karweien ’s ochtends vroeg. (Tot mijn schande moet ik bekennen dat mijn moeder tot en met de middelbare school mijn brood ’s ochtends smeerde… ). Tot 1965 hadden we een kolenkachel en ik zie m’n moeder nog van buiten komen met de kolenkit en ik hoor dat knisperende geluid als de kolen van bovenaf in de kachel gegooid werden. Wat een vieze boel moet dat geweest zijn ’s ochtends net uit je bed…
Ik heb daar zelf eigenlijk geen enkele associatie mee. (Toen niet i.e.g. in Korea hadden we dezelfde vieze kachels!) Ook niet dat het koud was. Terwijl dat wel zo geweest moet zijn. Er was alleen in de woonkamer verwarming en een enkel electrisch straalkacheltje in een andere kamer. Dat laatste weet ik zeker omdat die roodgloeiende staven me als kleuter enorm intrigeerden. Ik wilde weten of dit nu ook vuur was of niet. Om het te testen hield ik er een papier bij wat natuurlijk direct vlam vatte. Ik ben nog nooit van m’n leven zo geschrokken!! En m’n moeder nog erger, denk ik. Ze zal heel opgelucht geweest zijn toen we in ons volgende huis gaskachels kregen. Ook alleen nog maar op de begane grond. Boven hadden we butagaskachels. Stinkdingen.

Ik dwaal af. Dat is gebruikelijk als je Memorylane afloopt.

Toch nog jetlag?

Ik meende dat het wel redelijk goed ging.  Donderdag was ik rond 13.00 uur weer terug in Nederland. Kim stond me op te wachten en het was heerlijk elkaar weer te zien. Twee nachten helemaal niet slecht geslapen en opeens, laat vanmiddag, word ik getroffen door een mokerslag. Ik voel me helemaal niet senang. Misschien is het wel het eten…(heb linzen op).  Nou ja, ik hou het maar kort vandaag.
De rest van de tijd in Canada was aanmerkelijk rustiger dan de eerste 4 dagen, met voorbereiding, de bruiloft zelf, en het afscheidsfeestje van Kees Gootjes.  (Die zag ik dus gisteren weer in Nederland, want hij woont in huis bij zoon Lukas).

Ik heb met Dinie dinsdag en woensdag twee heerlijke klets-(heel veel geleerd van haar over voeding en zo) en shopdagen gehad, we hebben geluncht in een (gigantische) Healthfoodstore (met de vrolijke naam ‘Goodness Me’) en de dag erna bij de Koreaan.  Ik heb m’n portie kimchie weer binnen! Heb zelfs bij de Koreaanse supermarkt inkopen gedaan met een in Hamilton woonachtige Koreaanse vriendin van Dinie, Yu shin (die had ook al een zeer smakelijke Koreaanse maaltijd voor me klaar gemaakt). Ben wel jaloers op de Canadezen. Koreaanse ingredienten zijn heel makkelijk te verkrijgen.  Waarom nog steeds niet in Nederland? Hier heb je toch een grote Koreaanse gemeenschap? De meeste spullen kun je hier wel bij elkaar sprokkelen bij Chinese of Indonesische toko’s (meest Japanse import) , maar rode peper pasta en -poeder nergens en die is zo uniek van smaak, die is niet te vervangen door sambal of cayennepeper.

Het blijft me verbazen dat Korea relatief gezien zo onbekend blijft qua keuken en als toeristische bestemming.  Het is er zo mooi en het eten zo lekker.  Het zal de knoflook wel zijn…In Korea wordt de meeste knoflook ter wereld gegeten. Maar ja als iedereen het doet heeft niemand er last van. Toch?