De laatste week in Korea

Nog twee dagen en de thuisreis begint.  Na bijna drie maanden voelt het hier als (bijna) thuis. De taal begint weer wat makkelijker te stromen, mijn tong zit niet zo in de knoop als in het begin, en ik heb geen uur meer nodig om woorden te spellen voor ik ze lezen kan.

Aanvankelijk genoten we van een rustige periode in Cheonan, in het huis van de vrienden met wie we een house exchange deden. Zeven weken geven de luxe van volkomen ontspanning. Niet in je achterhoofd al in de tweede week de onbehagelijke gedachte van ‘niet teveel meer kopen, wánt we gaan bijna weg’. Mijn afwijking, maar ja, dat zit er nu eenmaal ingebakken. Vooruitdenken en -plannen. Met zeven weken in het vooruitzicht kon zelfs ik loslaten.

Na zeven weken verhuisden we naar het gasten-appartement van de Theologische School. Daar intensiveerde het sociale leven zich. We leerden veel mensen voor het eerst kennen, we hernieuwden oude vriendschappen en er werd veel gegeten met elkaar. Ik kan een dik fotoboek vullen met kiekjes van ons samen, met Koreaanse vrienden, aan het eten in allerlei restaurants.

De gastvrijheid van de Koreanen blijft ons verbazen. De vriendelijkheid, de tijd (en het geld) dat besteed wordt om het de gast naar de zin te maken, de aandacht voor detail, het is moeilijk in woorden uit te drukken hoe warm we onthaald worden. Gast zijn in Korea is het beste wat iemand kan overkomen.

De andere kant van de medaille is, dat veel voor je geregeld wordt en niet altijd zoals je het zelf had bedacht. Soms zit je al in een bus of taxi op weg naar weet- ik- waar, voor je een woord hebt kunnen inbrengen. We laten het meestal maar gebeuren. Het kost meer energie eigen plannen door te drukken dan ‘to go with the Korean flow’. Vooral Koreaanse vrouwen zijn mega regelaars. De jongere zeer digitaal bekwaam. In een ogenblik hebben ze schema’s, roosters, restaurants, gedownload en naar je doorgestuurd. Ze denken mee en voor je. Op den duur zou dat misschien gaan wrijven, maar we lieten het nu maar lekker gebeuren. Als kenners van hun eigen stad en land weten ze vaak ook beter wat en waar en hoe.

De tijd sinds de rest van het gezin kwam is voorbij geschoten (‘gevlogen’ dekt de lading niet). Vanaf de 20e juli dendert de family train als een razende roeland langs oude en nieuwe plekken van herinnering. Nou ja, een family train van veertien personen kent ook z’n vertragingen en uitval momenten natuurlijk. Maar iedere dag is tot het gaatje gevuld met activiteiten, onderbroken met koffiepauzes, eetpauzes, en meestal een duik in zee bij Haeundae of elders. Sommigen hebben kennis gemaakt met de medische wereld in Korea. Acupunctuur voor de een, met een schouder die op slot zat. En een ambulance voor de ander met een acuut geval van voedselvergiftiging. Ook dat allemaal in die ene week.

Vandaag is de laatste gezamenlijke dag. We gaan een traditionele markt bezoeken, de Gukzae Market waar ik vroeger, in de jaren tachtig, mijn boodschappen haalde. Toen stond daar, tussen de kraampjes, de enige super(achtige)markt waar wat, op westerse lijkende, producten te koop waren. Zoals de vieze Gerber babyvoeding potjes.

We zijn allemaal verliefd op het land. Opnieuw of voor het eerst. Juli is niet de beste maand om er te zijn. De hitte en vooral de hoge vochtigheid, gemiddeld 70%,  maken dat buiten zijn vermoeiend is. En niet lang vol te houden. De vele cafeetjes (nieuw fenomeen, de koffie cultuur) geven verkoeling tussendoor. Een museum, een wandeling in de schaduw van een cederbos, en vooral veel water maken het dragelijk.

Het verkeer is een nachtmerrie, vooral in Busan. Druk, plotseling wisselende rijbanen, getoeter en ongeduldige chauffeurs, het is zenuwslopend. Een familie verblijft op een plek (Yeongdo eiland) waar de wegen niet alleen horizontaal lopen maar min of meer verticaal, zo stijl. Iedere keer een uitdaging om daar te rijden. Vooral dat ene punt waar je omhoogrijdend opeens recht voor je niets meer ziet. De weg daalt daar 20% af, maar dat weet je de eerste keer niet. Je geeft gas in de hoop ergens uit te komen. Iedere keer weer een verrassing wanneer de weg er nog is.

Een volgende blog over wat we gedaan hebben in meer detail.

Hoe het na zes weken Korea is

10 punten

  1. Het allerleerste nieuwe is eraf. De eerste 3, 4 weken zijn we echt op vakantie. Alles is nieuw, of opnieuw herkennen. We verbazen ons over de moderne ontwikkelingen in het land. De wegen, de gebouwen, de winkels, de top voorzieningen overal. Het enige vieze hurktoilet dat ik ben tegengekomen was bij een Chinees restaurant in een buitenwijk. Alle toiletten zijn verder schoon, voorzien van alarmknoppen, sommige zelfs met een bidetbril. Het blijft wennen wat je met het gebruikte toiletpapier moet. Sommige WC’s hebben bordjes met de mededeling dat het papier in het toilet mag. Weer anderen vragen nadrukkelijk om het papier in de afvalemmer naast het toilet te gooien. In verband met verstopping. De meeste toiletten hebben papier in het toilet zelf. Maar, er zijn ook toiletten waar je eerst papier pakt en dan naar het toilet gaat. Daar kom je dus te laat achter! En met je broek op je enkels nog naar buiten schuifelen is ook zo wat. Een gewaarschuwd mens telt dus voor twee. Na de aanvankelijke “kijk nou’s!”-ervaringen, blijft de bewondering, maar de verbazing is minder zo aanwezig. We voelen ons thuis. Vooral als we na weg geweest te zijn, onze eigen, rustige wijk inrijden. Ha, weer thuis.
  2. Verbazing over alle leuke ervaringen in Cheonan (zie kaartje). Het is de stad waar we verblijven. Deze stad staat niet bekend om haar vele toeristische bezienswaardigheden. Het is een stad met veel hoogbouw en (automobiel)industrie. Bovendien functioneert het enigszins als overloopstad voor het onbetaalbare Seoul. Seoul ligt een uur ten noorden van Cheonan. Voor we hier kwamen was onze gedachte dat we het wel zouden zien. Gewoon rustig aan, wat meer schrijven en lezen en af en toe erop uit. En zo geschiede, met dit verschil dat we veel meer hebben gezien dan we dachten! Niet ver van ons vandaan bijvoorbeeld, ongeveer drie kwartier rijden, ligt Gongju. Een gebied met een oude geschiedenis. 1500 jaar geleden was dit de hoofdstad van het koninkrijk Baekje. Met veel overblijfselen, zoals een fort, de graftombes van een koning en koningin uit de 5e eeuw. Het museum dat de grafvondsten (in 1972 werden de tombes gevonden) toont is prachtig ingericht en er is veel te zien. In elk Nationaal Museum is trouwens ook een interactieve kinderafdeling. En ze zijn gratis! Verder is er in onze directe omgeving het Onafhankelijkheids Park, prachtig aangelegd, met veel bezienswaardigheden. Ook zijn er een aantal tempels, die we bezochten, en galerieën. Zo langzamerhand ontdekken we steeds meer.
  3. We blijven onder de indruk van de vriendelijke behulpzaamheid van de Koreanen. Zo gauw je iemand aanspreekt om hulp zal hij/zij hun uiterste best doen om je te helpen. Ik probeer het vaak eerst in het Koreaans, maar de jongere generatie gaat vaak over op Engels. Ze hebben er duidelijk plezier in dat te spreken. Ook goed.
  4. Mei is een fantastisch seizoen om Korea te bezoeken! De natuur komt tot bloei! Azalea’s zijn overal te zien. De pioenrozen en de rozen bloeien volop. Bloemen als coreopsis hebben zich overal verspreid en vormen zeeën van geel langs de wegen. De dagen zijn warm, maar de nachten verrukkelijk koel! Nu het half juni is merk je het verschil. De nachten blijven rond de 20 graden en overdag is het echt heet. Ik loop nu ook met een paraplu (parasol, ja) soms, net als veel Koreaanse vrouwen. Het scheelt echt. Dat wij hier vroeger zonder airco woonden kan ik me moeilijk nog voorstellen. We proberen die niet teveel te gebruiken, maar soms is het nodig om de kamertemperatuur weer onder de 27 graden te krijgen. In Nederland kennen we die hitte tegenwoordig ook natuurlijk. Maar hier geen schommeling in temperatuur. Eenmaal warm, blijft het warm.
  5. Niet elke dag Koreaans meer eten. De eerste weken konden we geen genoeg krijgen van het Koreaanse eten. Dat heerlijk is, gezond en gevarieerd. Pittig, maar niet altijd. Toch kreeg ik na een tijd zin in een westerse maaltijd. Aardappel, broccoli en kip. Zo gepiept natuurlijk. Alles is hier te koop en van goeie kwaliteit. Het is niet spotgoedkoop, zoals ik al eerder schreef. Vooral het biologische groente en fruit is, net als in Nederland, aan de dure kant. Bepaalde dingen zijn haast niet te vinden of bizar duur. We zochten overal naar zwarte thee. ‘Gewone’ thee, zeg maar. We houden niet zo van kruidenthee of thee met smaakjes, of groene thee. Maar vergeet het, alles te kust en te keur, behalve zwarte thee. Wel gevonden, in een Chinese winkel. En later in een super, maar vraag niet wat we ervoor betaalden. Ook filterkoffie is erg duur. Ondanks het feit dat het met liters tegelijk wordt gedronken, overal. Ice coffee, Latte coffee, Cappucino coffee, ice of hot en ga zo maar door.
  6. Ik mis mijn tuin Ons tijdelijke huis hier heeft een grote voortuin. Toch mis ik het geteutel in mijn eigen tuin in IJsselstein. Met mijn handen in de aarde, zaaien, verplanten, naar een kwekerij gaan. Het is echt een hobby waar ik veel tijd mee doorbreng. De tuin hier is eenvoudig. Een border met vaste planten, grasveld en wat bomen. Keurig. Weinig in te doen, behalve wat onkruid weghalen…
  7. De hitte went Ik zag het meeste op tegen de hitte. Maar ik merk dat door de geleidelijke stijging van de temperatuur het toch went. Nu begint de vochtigheid toe te nemen, dus dat is afwachten. Warmte en regen is niet zo’n lekkere combi. Bijzonder hoe Koreanen over het algemeen, in mijn ogen, warme kleding dragen. Lange mouwen, ook als het heet is, spijkerbroeken, eigenlijk altijd huid-bedekkende kledij. Bruin worden is hier absoluut geen schoonheidsideaal, integendeel. Hoe witter de huid, hoe mooier. Bloot is ook cultureel niet helemaal passend. Korte broeken zie je nauwelijks, meest gedragen door jonge vrouwen, maar toch, een uitzondering. Shirts met spaghetti bandjes eveneens. Nu het warmer wordt zie je wel steeds meer natuurlijke materialen als linnen en zo.
  8. De taal valt tegen. Hoewel we ons redelijk verstaanbaar kunnen maken valt het spreken in de taal tegen. Verstaan gaat, mits men niet te snel spreekt, maar dan zelf zinnen formuleren, da’s andere koek. Vooral als na je beste poging iemand je glazig aankijkt. Het is alsof ze zeggen ‘die taal ken ik niet’. Dan realiseren ze zich dat het Koreaans is, waarschijnlijk met een raar accent. Nou ja, we blijven ons best doen.
  9. Wat is de natuur mooi. De natuur in Korea is prachtig. De vergezichten met de golvende heuvelruggen, met daartussen de gifgroene rijstvelden, de naaldbossen, het blijft ons betoveren.
  10. Wat is de architectuur lelijk. De steden blinken niet uit door de architectuur. Er zijn veel enorm hoge wolkenkrabbers en grote, logge gebouwen met warenhuizen en supermarkten. Verbazingwekkend genoeg, staat er dan daartussen opeens een tempel. Of een oud Koreaans huis met zo’n typerend, golvend dak van dakpannen. Maar de meeste steden zijn in het centrum een chaotische mix van winkeltjes en kleine restaurantjes. Vaak gerangschikt naar categorie. Voor schrijfwaren moet je naar die ene straat, met 100 winkeltjes in schrijfwaren. Voor huishoudelijke spullen weer naar een andere straat. Vandaar dat de warenhuizen populair zijn: alles onder een dak en in de winter warm en ’s zomers koel. Wat de restaurantjes betreft, je vraagt je af hoe die allemaal kunnen bestaan. Er zijn er zoveel dat je de indruk krijgt dat de ene helft van Korea voor de andere helft kookt.

Cheonan is het blauwe cirkeltje op de kaart

Verkiezingen in Zuid-Korea Een verdeeld land

Staat van beleg

Ex-president Yun Suk Yeol

Tot vorig jaar volgde ik nauwelijks de politieke ontwikkelingen in Zuid-Korea. Een paar weken na ons bezoek in oktober 2024, liepen echter opeens de spanningen daar hoog op. We waren stomverbaasd. In een, in onze ervaring, vredig land werd plotseling de noodtoestand uitgeroepen door de president, Yun Suk Jeol. Het parlement werd buiten werking gesteld, het leger bevolen om elk verzet te breken. Dat klonk bloed serieus. Was er een inval van de noordelijke communistische buren aanstaande? Wat hadden wij gemist?

Het liep ogenschijnlijk met een sisser af. Parlementsleden (Democratische partij Korea, DPK), de oppositie, maar ook leden van de conservatieve partij (People Power Party) van regerend president Yun en anderen haastten zich midden in de nacht naar de vergaderzaal om een stokje te steken voor het besluit, dat recht hadden ze. De soldaten die hen tegen hadden moeten houden, lieten zich nogal gewillig aan de kant duwen. Die hadden hier ook geen zin in. Massale demonstraties volgden en tenslotte werd de president gearresteerd voor landverraad. Hij wacht nog op zijn rechtszaak.

By 서울의소리 VoiceOfSeoul – YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=esIMBXWVLLg – View/save archived versions on archive.org and archive.today, CC BY 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=156213531

Er speelde corruptiezaken van zijn vrouw en ook van hemzelf. Maar de voornaamste reden, zegt men hier, is dat hij (conservatief) niets kon zonder toestemming van de liberale oppositie die de meerderheid had in het parlement. Het was dus een soort noodsprong om de macht naar zich toe te trekken.

Verdeeldheid

Zijn afzetting door het parlement, bevestigd door de rechter, bracht een verdeeldheid in het land aan het licht, die er blijkbaar al was. De afgezette president Yun was als conservatief tegen elke verzachting van de relatie met Noord-Korea. Die verhouding met het Noorden is altijd een splijtzwam geweest in het land. De democratische partij is bekend o.a. als voorstander van de Sunshine policy in de jaren negentig en later, tussen Zuid- en Noord Korea. Toenadering om de spanningen te verminderen. China te vriend houden, als belangrijke economische partner.

presidenten Kim Jong- un van Noord-Korea en Moon Jea-in van Zuid- Korea

Conservatieven, waaronder veel christenen zijn daar fel tegenstander van. In het Noord-Korea van Kim Jong-Un slijten tienduizenden christenen en dissidenten hun leven in werkkampen, onder vreselijke omstandigheden. Dat maakt christenen in het Zuiden zeer wantrouwig tegen elke vorm van samenwerking.

Verder zijn de ethische standpunten van de Democratische politici te ruim in de ogen van veel christenen. De huidige kandidaat van de Democratische partij, die volgens de peilingen gaat winnen, wil bijvoorbeeld abortus opnemen in de zorgverzekering. Het is bekend dat abortussen hier ook gebruikt worden vanwege gender voorkeur (M)

De conservatieve kandidaat was minister in de vorige regering en heeft zich als enige niet aangesloten bij het verzoek om de afgezette president te vervolgen. Veel jongere kiezers willen de macht van de president inperken, om te voorkomen dat het uitroepen van de noodtoestand niet meer zomaar kan gebeuren. Het verleden van onderdrukking en militaire coups roept nare herinneringen op. Men zal dit niet weer toestaan.

Verdeeldheid onder christenen

We begrijpen nu we hier zijn, dat er ook onder christenen verdeeldheid is. En wel zo dat het onderwerp vermeden wordt om ruzie te vermijden. Een groep predikanten van de Kosin kerken heeft zich publiek achter de afgezette president geschaard. En er is een groep kerkleden en predikanten die het uitroepen van de noodtoestand als volstrekt ontoelaatbaar zien. Genoeg stof voor onenigheid, helaas.

Rood zijn de conservatieven, blauw de democraten en oranje een conservatieve, populistische partij, die rond 10% van de stemmen kreeg.

Een van de grote problemen in het land zijn de snel dalende geboortecijfers. De bevolking vergrijst sterk (gemiddelde leeftijd is 85) en er worden veel te weinig kinderen geboren. Stellen werken beide, er wordt veel inzet (lange werkdagen) gevraagd. Men heeft allebei gestudeerd en wil carrière maken. Een, hooguit twee kinderen is genoeg.

‘Veel stellen spreken zelfs van tevoren af dat ze geen kinderen willen’, ‘ dat zetten ze in het huwelijkscontract!’ vertelt mevrouw Ok me, verontwaardigd.

Alles krimpt. Scholen op elk niveau. Personeel in veel beroepen. Ook in de kerken merkt men het. Op de Theologische Universiteit van de Kosin kerk bijvoorbeeld, zijn te weinig aanmeldingen. Theologen die na een dure promotiestudie uit het buitenland terugkomen, kunnen geen aanstelling meer krijgen aan het seminary of universiteit. Die eindigen dan soms in kleine kerkjes, met dertig leden of zo, inclusief eigen gezin. Dat kan natuurlijk een hele goede positie zijn om mensen met het evangelie te bereiken. Het kerkje waar wij op zondag heengaan is mini.
‘Maar de sfeer is warm en er is veel aandacht voor elkaar. Het voelt als familie!’ zegt Sage, een jonge moeder die zich met haar man onlangs had aangesloten bij deze kerk.

Samen lunchen in de kerk met koffie toe

Naschrift:

Woensdag 4 juni werd de uitslag van de verkiezingen bekend. De Democratische kandidaat Lee Jae-myung won de verkiezingen met een meerderheid van bijna 50%. Een ongekend hoge opkomst van 79% van de stemgerechtigde Koreanen. Een record.

In Nederland was er niet veel aandacht, aangezien bij ons net Wilders de stekker uit het kabinet had getrokken. We krijgen onze eigen verkiezingen. Ik hoop en bid dat we weer een centrum regering krijgen, met wijze mensen die alle aandacht voor de echte problemen zullen hebben als het klimaat, stikstof, huizenbouw. Als loyale ChristenUnie kiezer hoop ik ook op een betere bescherming van het leven, aan het begin en aan het eind. Tenslotte dat men zal durven opstaan tegen de vreselijke oorlog die Netanyahu momenteel voert in Gaza. Dat moet stoppen!

Seoul. Lopen, veel kijken en zoeken.

Parkeren

‘Ik weet het zeker’, zegt echtgenoot, ‘we parkeerden aan de westkant van het station!’ Nadrukkelijk een richting wijzend loopt hij voor me uit. We zijn op zoek naar onze auto na een lange dag in Seoul. Het is rond zes uur ’s avonds en we komen net terug van het treinstation.
Ik denk alleen in rechts en links en in plaatjes. Het westen? Als jij het zegt geloof ik het graag. Ik volg hem gedwee. Zijn richtingsgevoel is fenomenaal. In vijftig jaar huwelijk heeft hij te vaak gelijk gekregen om hem nu te wantrouwen. Op dit gebied dan.
Maar. Ik ben ook niet geheel zonder inzichten. Ik weet zeker dat we langs een bouwput kwamen om het station te bereiken. Minzaam zegt echtgenoot dat er aan beide kanten bouwwerkzaamheden zijn, dus dat helpt niet.
Goed. Ik volg. En zeg maar niet dat ik het onmiddellijk zou herkennen als ik het zie. Terwijl hij dan nog op zijn telefoon tuurt of dit wel echt het westen is…

Al lopend komen we erachter, dat er vier (!) uitgestrekte parkeerplaatsen zijn. Een vriendelijke Koreaan laat ons op Naver (Google maps in Korea) zien hoe de vork in de steel zit. Natuurlijk vinden we de auto pas op de vierde en allerlaatste parkeerplaats. In het westen en naast mijn bouwput.
Vijftig minuten gelopen! Wat een vreugde om onze auto te vinden!

20250527_1850183477181846428196989

Naar het hart van Seoul met de KTX

Dit gebeurde aan het einde van een lange dag in de hoofdstad van Zuid-Korea, Seoul. Met een indrukwekkend inwoneraantal van bijna 10 miljoen mensen. Volgens Wiki een van de dichtstbevolkte steden ter wereld. Dat merk je als je er rondloopt. Veel, heel veel mensen. En toch. Het grote verschil met oude steden als Amsterdam of New York is, dat in Seoul door nieuwbouw er veel ruimte gecreëerd is. Dat is dan wel in de belangrijke, grote wijken waar de grote kantoren, winkels en bedrijven gevestigd zijn. Daar zijn de trottoirs breed en de wegen hebben een avenueachtige allure. Om de zoveel tijd kom je langs speciaal ontworpen met bomen beplante rustplekken, met schaduw en zitplaatsen waar je even op adem kunt komen. Er mag nadrukkelijk niet gerookt worden staat dan met grote borden aangegeven. ook niet gevaped. Bij de oversteekplaatsen, breed en wijds, staan steeds grote verankerde parasols waaronder je tegen de zon kunt schuilen.

KTX-Hoge snelheidslijn

We kwamen met de trein. De hogesnelheidslijn. Uiterst comfortabel. In drie kwartier waren we in hartje Seoul. Je koopt een ticket, en je hebt daarmee een gereserveerde stoel. Op het perron zoek je het nummer van de wagon van je trein op (staat op je ticket). Vervolgens naar het nummer van je stoel. Dan stel je je daar op om te wachten tot de deuren opengaan. En nergens anders. Wat een genot! Geen geren, geduw en getrek! Het is weliswaar eerste klas, maar toch. Alle andere treinen volgen het principe van wachten bij het nr. van de wagon. Een beetje van dat soort orde kunnen we in Nederland wel gebruiken. De prijs van de ticket is overigens de helft van wat het bij ons is. Openbaar vervoer is nog altijd top in dit land. Bussen met stoelen die qua luxe in een vliegtuig in de businessklasse vindt. Ook goedkopere bussen, die een paar keer per uur naar plaatsen in het hele land vertrekken. Ook stadsbussen die kris kras door het platteland rijden. En dan heb je nog de taxi’s. Duurder, natuurlijk, maar niet onbetaalbaar, zoals in Nederland.

Museum

De reis begon dus comfortabel. In Seoul zouden we naar het Nationaal Folk Museum. Dat was een aardige tippel vanaf het station daar. En het was warm. Maar leuk om te doen. Je krijgt echt een gevoel voor de stad en de bewoners als je zo rondloopt. Na anderhalf uur bereikten we de poort van het museum. Ik was er wel aan toe. Ondanks m’n pothoedje en zonnebril begon mijn hoofd aardig te bonzen. Het museum was echt de moeite waard. Er was een heel kunstzinnig samengestelde speciale tentoonstelling over een aantal karakteristieke Koreaanse ambachten en producten. Gemoderniseerd zijn die nog steeds van grote waarde. Daar wil ik een aparte blog over schrijven, zo bijzonder. Onder andere over het gebruik van Koreaans geschept papier “Hanji”, bij het restaureren van antieke meubels in het Louvre, Frankrijk!

Memory Lane

We dronken een heerlijke ice-ginger/coconutlatte (smoothie-achtige drank met blokjes ijs) in het museum café voor we vertrokken. Op weg naar de uitgang zagen we een expo aangekondigd onder de naam ‘Memory Lane’. We dachten, laat maar. Oude landbouwwerktuigen, of zo. Been there, done that. Toch even gluren. Het bleek een straatje te zijn met de sfeer van de jaren zeventig/tachtig! Precies zoals het was toen we hier woonden. Het badhuis (zelf nooit geweest, maar het was een wezenlijk onderdeel van het leven van de gewone Koreanen), het cafeetje, met de rode stoeltjes met een hoes om de rug, het fotowinkeltje, compleet met Fuji fotorolletjes en ontwikkelenveloppes. (Daar hebben we heel wat foto’s en dia’s laten ontwikkelen, voor het thuisfront!) Het winkeltje waar je bus muntjes kon kopen. We liepen hard te ah’en en te oh’en, met zoveel plezier! Dat straatje alleen al maakte de reis de moeite waard!

Terug naar het station met de metro was weer even zoeken. Maar vraag een (jongere) Koreaan om hulp en ze nemen alle tijd! Lopen met je mee, komen zelfs nog extra een keer terug, als ze denken niet duidelijk geweest te zijn. Met Google translate een eitje trouwens tegenwoordig als je de taal niet beheerst. Koreanen zijn digitaal zeer vaardig. We kwamen er, met een keer overstappen. Men staat niet meer voor je op, zoals vroeger, merkten we. Noch pakt een zittende persoon je zware tas om even te voor je vast te houden, als jij moet staan. Vervlogen tijden. Maar vriendelijkheid en behulpzaamheid blijven een prachtig kenmerk van het Koreaanse volk.

Tijdmachine

Ik heb altijd al eens in een tijdmachine willen zitten. Als ik erover las als kind, of op tv een programma zag, leek me dat fantastisch om mee te maken! Je stapt in zo’n kastje en opeens werd je meegevoerd naar de middeleeuwen of het Romeinse rijk. Want ik wilde ik het liefst naar het verleden.
Nu we hier in Korea zijn,voelt het af en toe alsof ik via zo’n apparaat veertig jaar niet naar het verleden, maar de toekomst in geslingerd ben. Van de tachtiger jaren in de vorige eeuw naar nu.

Jaren tachtig


Wij woonden toen in een Korea dat nog een ontwikkelingsland was. Er werd keihard gewerkt aan vooruitgang, economisch en anderszins. Maar er heerste armoede en de ontwikkeling van het gewone dagelijkse leven lag op het niveau van een Nederland van pakweg de jaren vijftig. We brandden kolen voor verwarming, heet water om te douchen was er niet. Op de kolenkachels stonden immer grote ketels met water te stomen. Voor de was of als drinkwater, want kraanwater kon je niet drinken.  Voor de afwas kookte je een keteltje water extra. Wasmachines waren nauwelijks te krijgen en wat er was, was flut. (Onze hulp vond het maar niets en waste trouw alles met de hand.) We kookten op butagas; zaten in de winter, als het maar even vroor, vaak zonder water door kapotte leidingen en in de zomer was het bloedheet in huis. Oh, en auto’s waren er echt alleen voor de rijken. Alles deed je met de bus of een taxi.

2025

En nu? Korea is in veel opzichten Nederland voorbij gestreefd. Niet altijd ten goede. Het energieverbruik is hoog doordat bijna overal airco is; de luchtvervuiling is ernstig door de vele auto’s; fietsen doet men niet omdat de wegen er niet op ingericht zijn, en omdat het niet lekker fietst met de steile wegen. Het openbaar vervoer is erg goed. Overal rijden bussen en sneltreinen gaan door het hele land, en het is zeer betaalbaar. Dat laatste was al zo in de jaren tachtig, maar is onveranderd gebleven, ondanks de toename van het autobezit. En op het gebied van de digitale snelweg is het hier een walhalla. Voor buitenlanders soms niet, maar goed, dat komt wel. Bijna alles is gedigitaliseerd op de stations en in de winkels.

Een halve eeuw

Wij woonden hier dus in een armere periode en in onze herinnering is dat nog steeds Korea. We zoeken naar ons vertrouwde spullen en we gebruiken taal die in onze tijd normaal was. Maar de spullen zijn vervangen door moderne elektronica, sommige woorden die wij gebruikten, hebben een andere lading gekregen en zijn niet langer beleefd of in gebruik. Pas dan dringt het echt door dat we hier al bijna een halve eeuw geleden weggingen. Geen wonder dat de taal veranderd is! Vergelijk het met woorden als ‘mieters’ of ‘kek’. Wie gebruikt die woorden nog in Nederland?
In de jaren tachtig kon je in Korea alles laten repareren, tot en met je paraplu. Een scheur in een rubberen vat werd gewoon genaaid met touw. Ik vermoed dat men hier nu vreemd zou kijken als ik er naar zou vragen. Ik weet het niet eens zeker trouwens, want recycling is hier een Olympische Sport welhaast.

Onze vrienden zeggen vaak dat wij het hier zo moeilijk hadden. Alsof ons leven hier een lijdensweg was. Echt niet. Voor ons was het gewoon. Af en toe lastig, vooral omdat we in Nederland de CV kenden, met een druk op de knop was er warmte. Maar toen in Korea je huis warm houden kostte veel inspanning. Kolen slepen en zo. ’s Nachts het gevaarte temperen, anders moest je ’s ochtends vroeg opnieuw beginnen en een half uur op je knieën met een krant voor het luchtgat wapperen, om het kreng weer aan de gang te krijgen.
Maar die kolenkachel als warmtebron had ook iets gezelligs. en het suizen van de ketel erop gaf een vreedzame sfeer. En wat was je blij als er na 2 dagen geen water in de winter, het opeens weer uit de kranen stroomde. Of als de lampen weer aangingen na een elektriciteits uitval. Kleine blijdschappen die we als moderne mensen moeten missen. Hoewel, met al die cyber- aanvallen tegenwoordig.

Wat cultuur, onverwachte ontmoetingen en regen

Het is tijd om een cultureel uitstapje te maken. We zijn er iedere dag wel op uit geweest, maar meestal in verband met boodschappen, kerk en meer noodzakelijke inkopen zoals een pyjamabroek met lange pijpen omdat het veel regent en nog zo koud is ’s nachts. Ik verdring de naam van de winkel waar ik die kocht. Een zaak die ik in Nederland oversla vanwege de slechte reputatie op het gebied van arbeider uitbuiting en fast fashion. Maar ja, ik kon zo gauw niets anders vinden en ik had het echt nodig. Wees niet al te rechtvaardig, staat er al in de bijbel.

We ontdekten als bij toeval (verkeerde afslag) het ‘echte’ centrum van Cheonan. Moderner dan de wijken waar wij tot nu toe waren. Maar de hele stad maakt toch een wat verwaarloosde indruk. Het wordt wel steeds meer een voorstad van Seoel, waar huisvesting net als in Nederland, onbetaalbaar aan het worden is. Dat zal ongetwijfeld modernisering met zich meebrengen.

Cultuur om de hoek

Tijd voor een cultureel gebeuren. Daar hoefden we niet ver voor te rijden. Bijna om de hoek bij ons staat het Nationale Monument van Korea, de Independent Hall. Een uitgestrekt complex met grote gebouwen, prachtige landschapsparken en indrukwekkende monumenten, alles in het licht en ter ere van de geschiedenis en onafhankelijkheidstrijd van de Republiek Korea. Indrukwekkend.

In de eerste tentoonstellingsruimte krijgen we een mooi overzicht te zien van de lange geschiedenis van het Koreaanse volk. Koreanen zijn trots op hun land. Dat merk je aan de afmetingen van de gedenkmonumenten, de taal en de vlaggen! Vaak kom je bij de installaties de zinsnede tegen dat iets het hoogste, grootste, oudste enzovoort is. We raken bij het kijken weer onder de indruk van de inventiviteit van het Koreaanse volk. Lang en vaak onderdrukt, maar toch stand gehouden en hoe.

Boekdrukkunst uitgevonden in 1450 door Gutenberg? In Korea bestond de boekdrukkunst al in de 14e eeuw. In 2021 werd een archeologische vondst ten toon gesteld in het Nationaal Museum in Seoul. Een pot met metalen drukletters, gebruikt voor boekenprint. En nog wel van het unieke Koreaanse alfabet. Dat alfabet werd samengesteld in opdracht van een van de koningen om iedereen (vrouwen en gewone mensen die geen Chinese karakters leerden) in staat te stellen te kunnen lezen. De vondst was uniek.

Het oudst bewaard gebleven boek dat met losse metalen typen werd gedrukt, is een Koreaans boeddhistisch boek uit 1377.

De houten blokprint gaat nog veel verder terug. In een tempel in het zuidoosten zijn tienduizenden houten drukplaten uit het midden van de 13e eeuw bewaard gebleven waarop Heilige Boeken van het Boeddhisme staan en andere belangrijke regeringsdocumenten. De platen zijn te zien nog steeds te gebruiken!

Het is maar een voorbeeld van hoe ingenieus men is hier. In het museum zagen we bijvoorbeeld een replica van de in Korea befaamde schildpadboot van een generaal uit de 15e eeuw.

We zijn na de eerste expositie behoorlijk verzadigd. Aan de volgende zes (!) tentoonstellingsruimten komen we vandaag niet meer toe. Toegang tot het hele complex is gratis dus we komen zeker terug. We wandelen rond en bewonderen de uitbundig bloeiende azalea’s, snuiven de zoete geur op van de blauwe regen. De parasoldennen, in al hun grillige vormen, staan door het hele park verspreidt. Ik vind ze prachtig. Ze geven het park een echt Oosterse sfeer.

Ontmoeting

We drinken ergens op het terrein nog een slappe bak koffie met een lokale lekkernij, Hodoe Kwaza. Een bolletje dunne cake gevuld met walnootpuree en in het midden een knapperige walnoot. Lekker! Na in de karpervijver de enorme vissen bekeken te hebben (ze worden de hele dag gevoederd…) keren we huiswaarts. Maar net voor we bij de uitgang zijn horen we onze naam roepen: Batteau! Verbaasd kijken we om en ja hoor, daar staat een (gepensioneerde) docent, met zijn vrouw, van de theologische opleiding waar echtgenoot ooit les gaf. Een hartelijk weerzien. De zondag daarop gaan we met hen mee naar de kerk. Een minikerkje. De dominee met zijn vrouw en vier kinderen en nog een man of acht meer. Opmerkelijk. Maar we worden er allervriendelijkst ontvangen, eten er de lunch mee en zijn weer een ervaring rijker.

Eerste trip naar Emart: obstakels onderweg

Het is de eerste dag dat we er gedurende ons tijdelijke verblijf hier in Cheonan Zuid-Korea op uit gaan. We zijn uitgerust van de lange reis en hebben boodschappen nodig. We vonden een grotere supermarkt via Google dus we vertrekken die richting uit.

De auto via onze Home-Exchange start zonder problemen, ondanks een maand stilstand. De navigatie zetten we van het Koreaans naar het Engels kunnen verzetten, en we weten waar we naar toe willen. Een grote supermarkt, de Emart, ongeveer 20 minuten rijden, richting het centrum. Helaas is er niets dichterbij zoals er in Holland in iedere wijk een redelijk grote super staat. Hier heb je buurtwinkeltjes, maar behalve veel snoep en pakjes cake en wellicht wat melk kun je daar niet kopen. Waar wij nu verblijven is overigens geen stad als Seoel, maar meer een provinciestad. En dan staat ons huis aan de buitenkant, richting het platteland.

We gaan van start. Via een paar steile straatjes in onze buurt, met mooie, grote huizen en nog mooiere tuinen met overal bloeiende azalea’s, komen we op de snelweg. Na ongeveer tien minuten bedenken we, dat we de envelop met contant (Koreaans) geld thuis hebben laten liggen. En ik mijn portemonnee. Maar goed stellen we elkaar gerust, we hebben vier creditkaarten op zak, dus geen zorgen. Overal in Korea kun je met creditkaart betalen, heeft men ons verzekerd. Ook de tol op de snelwegen.

De tol

De eerste tolpoort nadert. Kosten W1500, omgerekend E 0, 90. We leggen de visacard in de hand die uit het raampje steekt, maar die komt even zo snel weer terug. “Andae!” (werkt niet).
Ok, tweede poging, geen succes. Geen van de vier kaarten wordt geaccepteerd. Nu verschijnt het gezicht van de dame bij wie de hand hoort. Ze ziet buitenlanders en meent onmiddellijk dat we haar beter verstaan als ze hard gaat schreeuwen.
‘Geld, geld’, gilt ze in het Koreaans. Of we geen pasje hebben?
Nee, dat hebben we niet.
Contant geld dan?
Beschaamd moeten we toegeven dat we ook dat niet op zak hebben.
Verdwaasd kijkt ze ons aan. Niet eens zo’n klein bedrag op zak, zie je haar denken, van welke planeet zijn die lui hier geland?
Ik roep in mijn beste Koreaans haar toe dat we gisteren pas zijn aangekomen! Misschien schenkt dat haar wat mededogen.
‘Dan ga je nog niet zonder geld de deur uit’, gilt ze. Terecht.
Mijn Koreaans is niet toereikend om uit te leggen dat iedereen had gezegd dat een creditkaart volstaan zou.

Achter ons vormt zich een rij auto’s die ongeduldig beginnen te toeteren. Het zweet begint zich op mijn rug te vormen, maar echtgenoot blijft rustig. Gefrustreerd duwt de dame ons een formulier in handen. Telefoonnummer! Dat moeten we eerst nog opzoeken want er zit net een Koreaanse simkaart in de telefoons.

Dan mogen we door.

De geldautomaat

Het eerste obstakel achter ons, haasten we ons naar de Emart. Het eerste wat we zullen doen daar is bij een geldautomaat een smak geld opnemen. Om de boodschappen te betalen (stel je voor dat hier onze pas ook niet werkt…) en de tol op de terugweg! Niet weer zo’n zenuwslopende ervaring!

Na enig zoeken vinden we een geldautomaat. Opluchting! Pasje erin, bedrag geld ingetoetst en tappen maar.
Hap. Slik, zegt de automaat. Weg pasje. Alle knoppen ingedrukt, een paar flinke bonzen op het apparaat, in het gleufje gegluurd of we iets zagen, maar tevergeefs. Pasje weg en geen flappen.

Een vriendelijke Koreaan die de automaat naast die van ons gebruikt biedt hulp aan. Hij spreekt gelukkig (en graag) Engels. Hij belt de storingsdienst voor ons. ‘We komen eraan!’, is de boodschap, maar het kan even duren. We babbelen de tijd vol. Het duurt meer dan een half uur voordat een monteur eindelijk de muil van de machine openbreekt. Hij tovert ons pasje tevoorschijn.
Onbeschrijfelijk geluk ervaren we, wanneer we vijf minuten later met een stapel KWonbiljetten de supermarkt instappen.

Het apparaat wordt opengebroken

Later bij de kassa werkt ons pasje wel.

Dit was het eerste ‘uitje’. Een hoop geleerd!
Altijd contant geld bij je hebben.

Waar keek ik naar?

Wat een vervreemdende ervaring afgelopen dinsdag! 

Om 11 uur ’s avonds kondigde president Yun van Zuid-Korea plotseling de staat van beleg af in het land. We wisten niet wat we hoorden! We hadden net geboekt om er volgend jaar weer heen te gaan.

Nu besef ik dat het land niet bij iedereen in het centrum van de belangstelling staat.Toen wij 45 jaar geleden gevraagd werden er te gaan wonen en werken, moest  ik ook eerst op de kaart kijken waar het lag.

Korea en de buurlanden

We kwamen er aan januari 1980, net toen in die maand de staat van beleg was afgekondigd. De president (dictator) was eind ’79  vermoord door zijn eigen lijfwacht en de macht werd overgenomen door het leger. De situatie was gespannen, hoewel we daar weinig van meekregen.

Nu was het 2024. Zuid-Korea was en is al decennia een democratie. Chaotisch en met behoorlijk veel polarisatie. Maar toch. Vrij, met een onafhankelijke pers en gescheiden machten van recht en overheid. Echter, de president kon dus toch zomaar de staat van beleg afkondigen? Ja, dat blijkt. Dat kon hij als opperbevelhebber van het leger doen. Gelukkig was er in de grondwet in voorzien dat het parlement daar weer een eind aan kon maken. Vandaar dat het leger uitrukte, met helicopters en troepen om te voorkomen dat de parlementsleden zich als een speer konden verzamelen (het was middenin de nacht!) om de wet weg te stemmen. Je zag wel wat schermutselingen, maar mijn indruk was dat als het leger echt had gewild, er geen hond dat gebouw binnen was gekomen. Iedereen bleek, ook politie en leger, gewoon flabbergasted!

President kondigt staat van beleg af

In 1980 was er bepaald geen sprake van halfhartigheid! Er werd streng en hard gehandhaafd. Niet na 12 uur ’s avonds naar buiten. De pers werd zwaar gecensureerd. Onze Time Magazine was altijd bewerkt met zwarte stift als het over de situatie in Korea ging. Geen enkele vorm van kritiek werd toegestaan. Veel dissidenten verdwenen in de gevangenis. En er vielen doden. Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het land is wat er gebeurde in Kwangzu. Studenten die in opstand kwamen tegen de arrestatie van hun politieke leider, werden keihard aangepakt. Er vielen honderden, zo niet duizenden doden. De lezingen verschillen. De Koreaanse schrijfster Han Kang, zelf afkomstig uit Kwangzu, die laatst de Nobelprijs voor de Literatuur won, schreef er een aangrijpende roman over overhttps://athenaeumscheltema.nl/vertalers/2024/over-de-poetische-fragmentarische-taal-van-han-kang-door-mattho-mandersloot

En, ook toen, altijd met de rechtvaardiging dat het land beschermd moest worden tegen communistische, Noord-Koreaanse invloeden. Bij iedere zweem van sympathie voor Noord-Korea kon je rekenen op arrestatie en gevangenisstraf. De man van onze hulp,  die een adres van iemand in Noord-Korea doorgegeven had aan een familielid, werd veroordeeld tot jaren gevangenisstraf. 

Die staat van beleg duurde tot 1987. We hebben de eerste democratisch verkozen president nog meegemaakt. Koreaanse politiek is altijd licht chaotisch en vol van heftige tegenstellingen gebleven. Veel persoonlijke machtslust, waardoor corruptie op de loer ligt. En vaak toeslaat. De grootste tegenstelling lijkt te zijn dat de ene groep toenadering tot Noord-Korea wil om ervoor te zorgen dat de gespannen relatie wat genormaliseerd wordt. Er is immers officieel nog steeds sprake van een wapenstilstand tussen de twee landen, niet van vrede. 

President Kim van Noord-Korea (Supreme leader…) en Moon Jae-un, president van Zuid-Korea in 2018.

De andere groepering, de  conservatieven, zijn vuurbang voor toenadering met de communisten. Er heerst angst voor de extreme  repressie van het Noorden en de herinnering aan de vreselijke burgeroorlog in de jaren vijftig wordt levend gehouden. Hele families werden uit elkaar gescheurd, met name veel christelijke gezinnen. Wie achterbleef kwam in kampen terecht, in veel gevallen. Ook nu worden grote aantallen christenen en dissidenten gevangen gehouden in werkkampen. Indertijd was Pyongyang ( nu in het Noorden) het Jeruzalem van Korea. Honderduizenden gelovigen vluchtten naar het Zuiden. In de jaren tachtig maakten wij sommigen van hen, of hun  kinderen nog mee. Ze droegen een diep verdriet mee dat tijdens de kerkdienst zich vaak uitte door gehuil en geweeklaag tijdens gebeden.

Dat is, denk ik, onder andere de achtergrond van het feit dat veel christenen president Yun steunden. Niet in zijn laatste rare beslissing. Het Nederlands Dagblad meldt dat de grote meerderheid van behoudende christenen in Korea, Yun niet steunden.

Net als Trump wordt Yun (en zijn vrouw) verdacht van corruptie. Er dreigen rechtszaken zo gauw hij president af is. Dus lijkt het erop dat hij blufpoker speelde. Tot nog toe is er nog niets van hem vernomen. 

Toevoeging 24-12-26

Yun is gearresteerd en zijn vrouw. In afwachting van een rechtszaak

Seoul en Koreaanse gastvrijheid

Seoul met oude vrienden

Op 19 oktober begint de officiële Korea week. Zes dagen zijn we dan te gast van een comité dat, namens de Kosin kerken, op 29 oktober de herdenking organiseert voor onze vriend en collega, wijlen dr. Niek Gootjes. Hij overleed vorig jaar in Hamilton, Canada, na lange moeizame jaren, aan de ziekte van Alzheimer.

Voor we vertrekken naar de Theologische Universiteit van de Kosin kerken in Chonan, 1,5 uur ten zuiden van Seoul, verblijven we een paar dagen in een hotel in de hoofdstad. Die zondag zal Dinie Gootjes na de kerkdienst een toespraak over het leven van haar man geven. In een andere Kosin kerk gaat echtgenoot preken. Na de lunch, een uitgebreide Koreaanse maaltijd, iedere zondag bij toerbeurt verzorgd door een van de leden, zal Kim een lezing geven.

(voor wie dit de eerste blog is over Korea, mijn man en ons gezin woonden in jaren tachtig, samen met het gezin Gootjes in Pusan, Zuid – Korea. Echtgenoot en collega Niek Gootjes doceerden theologie aan een opleidingsinstituut van de Koreaanse kerken, op hun verzoek. Je kunt er meer over lezen als je zoekt naar de categorie Korea 2024, Korea of Korea memories))

Seoul – wereldstad

Door omstandigheden kan een gepland uitje van onze Koreaanse gastheren op vrijdag niet doorgaan en zijn we ‘vrij’. We kunnen de dag met zijn vieren naar eigen inzicht doorbrengen. Dinie Gootjes is inmiddels uit Canada gearriveerd en zoon Albert uit Nederland. We zien elkaar na 36 jaar voor het eerst weer op Koreaanse bodem. Wij vertrokken in 1988, de familie Gootjes in 1989. Wij naar Nederland, zij naar Canada. We hebben elkaar wel gezien na die tijd, maar nu dus in Korea, waar we bijna 10 jaar lief en leed deelden en waar onze kinderen een soort broertjes en zusjes voor elkaar waren.

We kiezen ervoor om naar Namdaemun Markt te lopen. Het is schitterend herfstweer en lopend onderga je de stad meer dan in een bus of taxi. Het blijkt een flinke wandeling. Zeker anderhalf uur, in de warme zon. Samen lopen we door de straten van een hypermodern Seoul. Met honderdduizenden anderen. Maar de wegen en trottoirs zijn breed en anders dan in New York bijvoorbeeld, staan de gebouwen niet dicht op elkaar. Het geeft veel licht en een ervaring van ruimte, ondanks de drukte. Ook zijn er overal plantsoenen en parkjes. En soms passeer je dan opeens tussen alle wolkenkrabbers een oude poort of tempel.

Namdaemun Markt – een ervaring

Een markt in Korea is anders dan in Nederland. Geen losse kraampjes die ’s avonds opgeruimd worden, maar permanente winkeltjes met open winkelpuien naar de straatkant waar alle waren liggen uitgestald. Om de zoveel winkeltjes is er een ingang naar binnen het gebouw, waar nog eens rijen en rijen winkeltjes zijn, met een open front. Dan heb je ‘straten’ van alleen maar kleding. Of linnengoed. Of lederwaren. Of etenswaren. Heel grappig, allemaal geordend op het categorie. Dus niet, zoals in Nederland, door elkaar en verspreid. Ik vond en vind het altijd lastig winkelen. Je hebt tientallen schoenenwinkeltjes, maar die verkopen dan geen sokken. Dan moet je weer naar de ‘sokkenstraat’.

De markten zijn levendig, kleurig, goedkoop en je zou er uren rond kunnen lopen, ware het niet dat het zo vermoeiend is. Alle winkeleigenaren proberen je van alles te verkopen zo gauw je maar een blik werpt op hun spullen. Het is wat minder geworden, maar nog steeds is het voor langs slenterende westerlingen lastig wanneer je bij een korte stop onmiddellijk alles aangewezen krijgt, met de prijs erbij. Ik raak dan van de wijs en kan niet meer rustig zoeken. Ik zie Koreanen het compleet negeren. Hier ben ik te beleefd voor opgevoed blijkbaar.
We kopen wat cadeautjes en zoeken een eettentje voor een snelle hap. Die zijn er in tientallen. Een barretje, drie mensen erachter die van alles klaar weten te stomen en bakken, tentdoek erover en klaar. Ontzettend efficiënt. We eten staand, tussen de Koreanen, en genieten.

Soep met UFO’s
(unidentified floating obejects)

De dag ervoor zijn echtgenoot en ik ook ergens wezen eten. Een klein restaurantje in de categorie ‘soep-mét’. ‘Kalbitang’, rundvleessoep, met rijst en bijgerechtjes is lekker, weet ik uit het verleden. Maar kom, ik wil eens wat anders proberen. Eigenlijk lust ik alles dus ik kies van een plaatje uit het menu een ander soort soep. Die arriveert gelijk met de soep van echtgenoot. In die van mij drijven halve maanvormige, pluizige dingetjes, die ik niet direct herken. Zijn het visachtige wezens? Champignons? Ik proef. Er zit niet veel smaak aan, voelt aan als rubber. Hmm. Dan neem ik een stuk vlees op mijn lepel. Dat blijkt een dik stuk lever te zijn. Ik schuif de soep onmiddellijk van me af. Ik weet nu ook wat die ronde, harige dingetjes zijn. Maagwand! Er staat een kom met ingewandensoep voor me. Nee, dank je, ik durf veel, maar er zijn grenzen.

Echtgenoot is zo lief om met me te ruilen.

Eten, en nog eens eten

Eten wordt een thema deze week. Twee keer per dag worden we meegenomen naar restaurants, na het Ontbijt met een hoofdletter in het hotel. Voor de lunch en het avondeten. Maar voor we eten gaan we thee/koffie drinken en krijgen we allemaal onze eigen schotel met fruit en koekjes. Daarna gaan we echt eten. En iedere keer heerlijke en overvloedige maaltijden. Ik heb de lunch nog niet verwerkt of we gaan alweer avond eten. En ‘nee’ zeggen is er niet bij. Je kunt in de Koreaanse cultuur geen eten weigeren. Het is niet het eten zelf, maar de expressie van waardering en gastvrijheid die je dan afwijst. We laveren tussen overal van eten en veelvuldig uitroepen hoe heerlijk alles is en tegelijk, niet alles opeten. De Koreaanse keuken is gelukkig heel gezond. Veel groentes, veel vis, ook wel vlees, maar meestal niet het hoofdingrediënt. En natuurlijk altijd een kom rijst, met een kom soep ernaast. En vooral véél knoflook!

We zijn nu begonnen aan onze knoflook detox, 🙂 Om onze omgeving in Nederland niet af te schrikken. Knoflook is lekker, maar de Koreaanse hoeveelheden maken dat je hele lijf het uitwasemt. Maar missen gaan we dat eten! En de gastvrijheid waar het een expressie van is.

Geen auto

Vrijdag de 18e oktober, rond 12 uur, rijden onze vrienden ons door het super drukke, voor ons nauwelijks herkenbare Busan, naar de Koreaanse versie van Avis autoverhuur. Daar hebben we een auto gereserveerd om een week door het land te trekken. Tot die maandag erop hebben we een kamer gereserveerd op een schiereiland ten zuiden van Busan, maar daarna zien we het wel. We hebben er zin in. Met vrienden zijn is heel fijn en we hebben ervan genoten, maar nu we weer samen eropuit kunnen is het pas echt vakantie.

De auto staat klaar, even de formaliteiten en we kunnen gaan. Ik bewonder echtgenoot dat hij het aandurft om te rijden in de drukte, maar het lijkt hem niet te deren. “Ik heb overal gereden, zelfs gefietst in India”. Wie dat overleeft…

‘Rijbewijs, paspoort en internationaal rijbewijs, please’, zegt het Koreaanse meisje dat ons helpt. Uh, internationaal rijbewijs?? Hoezo? Heeft niemand ons verteld. Booking zegt, vereisten: rijbewijs en paspoort. 

Niet dus. Het staat in de kleine lettertjes: sommige landen vereisen aanvullend een internationaal rijbewijs, zoek uit welke.

Wie leest die lettertjes nou? Ja, wij wel, vanaf nu.

De auto ging dus niet door. Daar stonden we met onze zware koffers en rugzakken. Enigszins beteuterd. Eerst maar annuleren. Dat kan dan weer niet daar, bij Avis, nee, dat moet bij Booking en wel ter plekke, anders betaal je alsnog het hele bedrag. Nou, probeer maar eens Booking aan de telefoon te krijgen. ‘Wij zijn 24/7 beschikbaar’. Maar niet als het midden in de nacht is blijkbaar in Nederland. We bellen ons suf, urenlang. 

Eerst maar eten, zeggen onze vrienden. Natuurlijk. We vullen onze magen weer en bedenken een plan. Zij gaan ons naar ons gereserveerde hotel brengen, anderhalf uur rijden (de schatten!). Vandaar zullen we wel zien. De roadtrip gaat in elk geval niet door.

Guhje eiland

We rijden weg. Het regent en ik moet het even verwerken. Wat gaan we zonder auto doen? Guhje, de plek waar we naar toe rijden, is platteland en het OV niet best. Fietsen kun je vergeten.

Ons hotel blijkt minder landelijk te liggen dan we dachten te zien op de kaart. Het staat in feite in een havengebied met een grote scheepswerf. De buurt heeft de typische sfeer van een haven waar veel zeelieden een paar dagen hun vertier zoeken. Restaurantjes, ‘gentleman’ clubs en heel veel Karaoke bars, zeer populair in Korea. Een levendige buurt kun je wel zeggen. Maar niet zoveel natuur, hoewel we door het raam van onze kamer wel de zee en in de verte de bergen zien. De kamer is top. Eigenlijk een soort studio. Met een koelkast en zelfs kookgelegenheid. En ruim. Naast een groot bed is er nog ruimte voor een klein bankstel.

Het weer is snert. Wat we totaal niet verwachten in oktober in Korea, regent het vaak en hard. Klimaatverandering, zegt iedereen. Intussen hebben we eindelijk Booking aan de lijn. 

‘Nee, als u het geld terug wilt had u ter plekke moeten annuleren’, zegt de aardige jongen aan de lijn. We schreeuwen nog net niet dat we de hele middag al aan het bellen zijn. Hij belooft de autoverhuurder te bellen om dat te verifiëren. Na 10 minuten belt hij terug: hij kreeg geen woord Engels uit de mevrouw met wie hij sprak. Uit coulance krijgen we drie van de vijf gereserveerde dagen terug. Dank.

Zondag bezoeken we een Engelstalige dienst en lopen wat rond. Maandag breekt de zon door en maken we een prachtige wandeling langs de kust. Aan de voet van de berg is een houten wandelpad gebouwd waarlangs je zeker 1,5 uur kunt lopen. De zee rechts, de berg met bossen links en in de verte de silhouetten van bergen, tegen een blauwe lucht met zon. Het kan niet beter. 

We vinden overal wel restaurantjes en koffietentjes. En het voordeel van onze studio is dat we er ons eigen ontbijt en lunch kunnen maken. We vinden goed bruin brood, yoghurt, zelfs een soort muesli (zoet!). We hebben het goed, ook al is er niet zo heel veel te doen. We zijn in het echte Korea zoals we het ons herinneren. Hoewel ook hier de wolkenkrabbers overal tegen de heuvels op gebouwd zijn.

Sushi

De laatste dag worden we opgehaald door een Koreaanse dominee met zijn vrouw en een diaken (vrouw). Ze nemen ons mee uit eten, daartoe gemaand door een senior dominee die ver van Guhje woont. We vragen om een lichte maaltijd. Sushi of zo. Dat hebben we geweten. In het restaurant krijgen we een eigen kamer waar de tafel al gedekt staat. Op grote serveerschalen van Japans gelakt hout liggen dikke plakken rauwe vis. Kleine schaaltjes met wasabi en andere bijgerechtjes staan er naast. 

We doen dapper ons best en eten wat we kunnen. Als we denken dat iedereen wel genoeg heeft, gaat de deur open en komt er een tweede gang aan. Nu met koude soep, rauwe vis met rijst (meer als de sushi die we bedoelden) en zeewier. Ook nu spannen we ons in. De sushi met rijst smaakt beter dan die dikke plakken met niks. En er is wat salade bij. Dan zitten we vol. Ook de anderen lijken voldaan. Toch merk ik dat ze wat onzeker naar de deur kijken. De tweede gang was onverwacht, zou er nog een derde komen? De diaken gaat het vragen. 

‘Ja’, zegt het meisje dat ons serveert, ‘nog twee! Nu komt alle gebakken vis en daarna nog een ronde’. Tot onze opluchting zitten de anderen ook vol. We vragen om de rest maar in te pakken om mee te nemen. 

We verlaten het restaurant met drie volle tassen. Wij moesten alle gebakken vis en toebehoren mee. Die tas hebben we thuis gelijk maar aan de receptioniste van het hotel gegeven. De vis kwam ons de oren uit.

Koreanen zijn ontzettend gastvrij en voorkomend. Ze doen alles om je het als gast naar de zin te maken. Ik bewonder ze daarvoor!