Kleine pedagogiek

‘Ik vind het saai, ik hoef dat boek niet! Nee-ee, ik wil het niet, niet meenemen naar binnen’. Ik probeer mijn kleinzoon Kris (4) ervan te overtuigen dat het Ernst en Bobby vakantieboek wat ik net gekocht heb heus wel leuk is, maar hij is het absoluut oneens met me.

Ik ben ook niet zo’n E&B fan maar er was niet veel keus in de supermarkt en lezende grote broer Niek heeft een Donald Duck vakantieboek uitgekozen. Terwijl Kris de winkel rondrent om boodschappen uit te zoeken met mijn echtgenoot heb ik dus dit vermaledijde, saaie boek uitgekozen. ‘Ik wi-il het niet’, verzekert hij me nogmaals met gevoel voor drama. Hij geeft blijk van een goede smaak waarschijnlijk maar het is een lastig dilemma. We willen naar binnen met de boodschappen, maar, het boek moet in de auto blijven, hij wil er niets mee te maken hebben. Dit gaat me net te ver dus ik steek het in de boodschappentas met de gedachte, straks wil hij het vast wel zien en gooi het portier dicht.

Nu moet ik ter verdediging van mijn kleinzoon zeggen dat hij niet een verwend nest is. Hij heeft geen wi-i, geen nintendo, hij kijkt dvd’s op een ouwe tv, en verder krijgt hij gewoon leuk speelgoed. Is blij met onnozele plastic transformers en tweedehands prullaria.

Dat is dus niet de reden van zijn emoties. Hij heeft een, laten we zeggen, sterk ontwikkeld gevoel voor wat hij wel en wat hij niet wil. Zijn ouders hebben methodes om er mee om te gaan, maar deze goedwillende oma-met-jetlag is haar pedagogiek even kwijt en zoekt een balans tussen toegeeflijkheid en redelijkheid.

Ik doe dus de deur van de auto dicht, met enig vertoon van gedecideerdheid. Dit roept bij mijn kleinzoon een averechtse reactie op. Zo snel zijn beentjes hem dragen kunnen rent hij weg, onder het uitroepen van hartverscheurende kreten. ‘Kom terug’, roep ik  getergd. Mijn andere kleinzoon van zeven schudt, wijs door ervaring blijkbaar, zijn hoofd en zegt gelaten: ‘nou, dat gaat zo niet lukken, hoor…’

Ik zal er dus achteraan moeten. Tussen de heggen en stegen van mijn woonerf is het makkelijk verdwalen en mijn dochter had me op het hart gedrukt dat hij nièt van het garageplein mocht. En nog geen twee uur later rent hij door het labyrint van mijn buurt, overmand door verdriet omdat hij een Ernst&Bobby boek opgedrongen krijgt.

Niek zet rennend de achtervolging in en ik hou het nog even bij een stevig wandeltempo, bespied als ik me voel door buren die het telefoonnummer voor melding van mogelijke kindermishandeling al aan het zoeken zijn. Niek neemt de leiding als we bij een kruising komen. ‘Ga jij rechts, dan ga ik links’. Het is net een spannende achtervolgingsscène uit een detective. Al na een paar minuten hoor ik een woest geschreeuw: Ik heb hem! Ik spoed mij in de richting van het lawaai en daar ligt Kris, in de greep van zijn grote broer, die redelijk kalm blijft en een beetje grinnikt.

Ik pak het minstens 25 kilo wegende, spartelend hoopje verzet op en laat hem weten dat dit toch echt niet kan. Verdwalen, ongerust, luisteren, alles passeert de revue. Ondertussen probeer ik hem te troosten, tevergeefs.

Ontroostbaar is hij. Niek heeft duidelijk medelijden met zijn kleine broertje. Zelf draagt hij zijn Donald Duck boek nog onder zijn arm. ‘Hier’, zegt hij dan grootmoedig, ‘dan mag je deze wel kijken’, en geeft Kris zijn kostbare boek. Maar die is nergens in geïnteresseerd, zelfs niet in de DD van zijn grote broer. Thuisgekomen zit hij op zijn Stokke stoel, met een glaasje sap. Niek gaat bij hem staan om hem nog even te knuffelen.

Ik kan mezelf wel voor de kop slaan: Waarom heb ik dat stomme boek niet gewoon in de auto laten liggen? Gelukkig, als we er later grapjes over maken heeft hij ook weer zijn gevoel voor humor terug. ‘Nou, eigenlijk is het niet zo saai, hoor, ik dácht dat gewoon’. En, als om mij te troosten, gaat hij braaf een opgave proberen te maken: ‘Hoe moet dit, oma?’

De vrede is weergekeerd.

Broederliefde

Ik hoor een schreeuw en vervolgens een hartverscheurende huil. niet ongewoon voor wanneer onze twee kleinzoons zich in elkaars nabijheid bevinden. Er gaat een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit van de een op de ander, maar dat wil niet zeggen dat alles zachtzinnig en met liefde geschiedt. Integendeel. Niek van zeven kan Kris van vier zo hevig knuffelen dat Kris bijna gekeeld wordt. En Kris zit Niek zo dicht op de huid dat die herhaaldelijk Kris wegstuurt (die zich niet zonder slag of stoot laat wegsturen) omdat hij ‘even alleen wil zijn.’

Dit keer is het Kris die achter Niek aanzit omdat hij wil knuffelen. En Kris is wel een echte knuffelaar. Maar Niek heeft er geen behoefte aan en duwt hem weg. Kris barst in een klagelijk huilen uit. ‘Ik wil alleen maar een knuffel!’ Niek laat zich niet vermurwen door het tranengeweld. Ik hoor hem zeggen ‘Ja, dan ga je zeker klikken tegen mamma, en dan gaat die zeggen dat ik jou knuffelen moet, nou echt niet, hoor!’

Kris is ontroostbaar en mijn oma hart breekt. Maar mamma heeft al vaker met het bijltje gehakt en is redelijk immuun voor dit prille leed. Ze weet Kris in een seconde met iets af te leiden.

Stilte en As

Het is stil in huis. Net bezoek gehad, dat doorbrak het even, maar verder is het stil. De verwarming suist, de poezen slapen, ik hoor wat gestommel boven van mijn echtgenoot die tot twee keer toe een plank met boeken uit zijn boekenkast zag vallen. Die geluiden versterken alleen maar de stilte.

Mijn onophoudelijk babbelende kleinzoon Kris is weer naar huis. Eerst luid protesterend: ik ben hier nog maar een heel kort stukje geweest, mamma! Maar later op schoot bij haar de bekentenis: ik vind het ook fijn om naar huis te gaan, hoor.

En toen was de wervelwind weg. Is er weer tijd voor andere dingen. Lezen, bloggen, schrijven, bezinnen.

Gisteren was het Aswoensdag. De veertigdagentijd voor Pasen, traditioneel een tijd van soberen, vasten is begonnen. Bezig zijn met geestelijke zaken om je relatie met God te verdiepen. Tijd voor het innerlijke, dat zo gauw ondergesneeuwd raakt door het uiterlijke. Reoriëntatie van het hart, zo noemde Calvijn het vasten, wat toen blijkbaar nog gemeengoed was onder christenen. Op onze bijbelstudie verbaasden we ons erover dat een praktijk die zoveel eeuwen ‘normaal’ was onder gelovigen zo verdwijnen kan, in elk geval in de traditionele protestantse kerken. En ook uit onze eigen levens.

Ik had nog nooit over vasten nagedacht tot ik een jaar of 40 was, denk ik. Ik ben sterk anti-rooms opgevoed. Alles wat maar zweemde naar roomse gebruiken was bij voorbaat verdacht. Dat deed je gewoon niet. Een kruis slaan, vasten, vis eten op vrijdag (ja, wél omdat het dan goedkoop was), een kaars branden als symbool voor gebed of gedenken..Ieder ritueel was rooms en dús verkeerd.

Ach mijn ouders waren kinderen van hun tijd en het geeft verder niet, maar ik vind het wel heel verrijkend dat ik nu vrij ben van al die irrationele vooroordelen (oh, er zijn er nog genoeg over waarschijnlijk, voor andere dingen ) over zogenaamde roomse gebruiken. Veel van de vroegchristelijke gebruiken zijn namelijk bewaard gebleven in een of ander vorm in de katholieke tradities en rituelen. Gereformeerde kerken hebben met het badwater van bijgeloof en volksreligie ook veel kinderen weggegooid, helaas.

Ik vind zo’n kruisje van as bijvoorbeeld, als teken van verootmoediging en afhankelijkheid tegenover God, een mooi teken. Jezelf stilzetten bij wie je bent voor God en heel concreet erkennen, dat je in dit leven voor alles van Hem afhankelijk bent en daar uiting aan geven door een askruisje…hoe duidelijker kan het zijn? Naar jezelf en ook naar je omgeving. Toch maar eens een voorstel doen aan de kerkenraad van onze gemeente?

Mijn gereformeerde achtergrond maakt dat ik direct een stem bezwaar hoor maken: ‘maar we moeten ons daar altijd van bewust zijn…’.Ja, dat argument ken ik. Maar het punt is juist dat we ons dat niet altijd zijn en leven alsof we het allemaal alleen wel trekken. Onder andere daarover verootmoedig je je op Aswoensdag.

En dan de vastenperiode. Op bijbelstudie was het een wat stroeve bespreking. Het staat toch ver van ons af. Waarom zou je vasten? Wat is de meerwaarde?

Ben benieuwd naar ervaringen van lezers van mijn blog!

Voorjaarsvakantie en wabbelende tongen

oma en opa voer, broodje kroket..

Kleinzoon Kris logeert 2 nachtjes bij oma en opa. Altijd genieten. Kris is een echte prater en vertelt de mooiste verhalen. Over Kaj de roofvogel, over de eenzame toverstok. Eerst vertelde mamma verhalen en opa soms, maar nu heeft Kris zelf het heft in handen genomen. Ik ga jou 3 verhalen vertellen, oma, zei hij na vanochtend bij me in bed gekropen te zijn. Gelukkig pas om 8.30 uur. Hij had als een roosje geslapen.

Het verhaal ontvouwt zich met een ware spanningsboog en een duidelijk einde. Er was eens……en toen….en toen…en nu is het uit. Met zijn handen beschrijft hij expressief de gebeurtenissen. Je ziet het allemaal voor je, de roofvogel die maar verder, verder, verder vliegt, omhoog, omhoog, omhoog….met begeleidende armgebaren.

Gegeten, gespeeld, aankleden, koffie, sap en ontbijtkoek, lego-en, rondglijden op de houten vloer, oma tot wanhoop drijvend door alles wat meeglijdt en schuift. Zoals de stoelen en de kleden en de kussens en tafels en stoelen en, en..nou ja. Er is nog maar één tak van een plant gebroken, valt reuze mee. Ik deed alleen maar zó, met zijn armen doet hij voor hoe je takken in een boom naar beneden duwt…

Op dit moment bieden Ernie en Bert luisterplezier. Heel ouderwets, alleen audio, op een CD. Kris zit lekker stil in een stoel te luisteren, met grote ogen vol aandacht voor het gekke duo.

Kris luistert Sesamstraat CD

De mooiste vondst vond ik vanmorgen deze. Zoals hij altijd met zijn handen aan het friemelen is zat hij tijdens het kletsen aan tafel met mijn boek te hannesen. Harde kaft. Open, dicht, open, dicht..Hé, zei Kris, het lijkt wel een mond! En een tóng (de bladzijde die met de kaft omhoog kwam). ‘Een mond met honderd tongen die wabbelen…’

Is er een betere omschrijving voor een boek te vinden?

Stofzuigen, schaken en googlen

Kleinzoons Niek en Kris

Ik wil gauw nog even stofzuigen voor mijn dochter terug komt met kleinzoon Niek van pianoles. Kleinzoon Kris is lekker aan het spelen dus ik zie mijn kans schoon. Kris kijkt me zeer verstoord aan als ik het apparaat aan zet en legt demonstratief zijn handen over zijn oren. ‘Oma! Dat is veel te veel lawaai!’, schreeuwt hij me toe. Kris is gevoelig voor geluiden. Ik denk, toch maar doorbijten en zeg tegen hem dat hij maar even naar boven moet gaan om te spelen.

Ik zuig ondertussen hard door, fanatiek als ik ben wanneer ik eenmaal aan het schoonmaken ben. Ik heb dus niet door welke uitwerking mijn woorden hebben op de kleine man. Hij komt vlak voor me staan, met zijn gezicht op minstens twee weken slecht weer. ‘Oma, dat was héé-él.. uhm, héél..irritant, zoals jij heel gemeen zei dat ik naar boven moest, dat was irritánt, oma!’

Ik ben me van geen kwaad bewust. Ik leg uit dat ik het niet gemeen bedoelde maar dat hij boven geen last heeft van de stofzuiger. Hij kijkt me wantrouwig aan met een blik waaruit ongeloof spreekt. Maar mijn stofzuigmissie is bijna volbracht dus de rust keert weer.

Kleinzoon Niek is de computer aan het ontdekken. Pappa en mamma zijn geen grote fans van computerspelletjes en houden de Nintendo nog wat op afstand. Maar Niek leert aardig om te gaan met de laptop. Hij schaakt graag en doet dat live met zijn vader of oma (oma Tonny, niet deze oma) maar ook met de computer. Een heel parmantig gezicht. Met een geconcentreerde uitdrukking bedient hij langzaam en secuur de pijltjestoetsen om de stukken te verplaatsen en denkt 1 a 2 zetten vooruit, met een diepe rimpel in zijn voorhoofd.

Vandaag ging hij leren googlen (hoe spel ik dat eigenlijk?). Pappa ging helpen maar Niek wist het allemaal al en was diep beledigd dat Dos hem dingen aanwees. ‘Ik weet alles al, pappa! Jij moet me niet helpen!’ Ach, de overmoed van de jeugd.  Uiteindelijk lukt het hem mijn opdracht ‘zoek iets over olifanten’ uit te voeren. Er gaat een wereld voor hem open. Later laat ik hem zien hoe je plaatjes opzoekt. Hij typt opnieuw langzaam en secuur ‘roofvogels’ in (een v of een f , oma?) en er verschijnen  prachtige foto’s van zijn geliefde vogels. Zijn mond valt open en zijn ogen stralen, ooh, kijk nou!
De leuke kant van het wereldwijde web!

Beide jongens zitten nu op de basisschool, groep 1 en groep 3. Als ik ze op het plein sta op te wachten word ik zowaar nostalgisch. Nu alweer voorbij, die baby- en peuterjaren. Maar als ik die twee kereltjes aan zie komen rennen, blij verrast om oma en opa te zien, ben ik weer blij met alles wat ze aan het leren en doen zijn. Geweldig om die twee unieke persoonlijkheden zich zo te zien ontwikkelen.

Lego Time in Woudenberg

Vrijdag is onze oppasdag in Woudenberg. De jongste kleinzoon Kris van bíjna vier is thuis. Rond 12 uur halen we Niek van zes op die in groep drie zit. Afgelopen vrijdag was ik alleen. Kris was niet helemaal lekker, snip verkouden en veel hoesten. En Kris wilde veel aandacht. Na een uurtje samen had ik behoefte om even met een kop koffie de krant te lezen.

‘Wil je met klei spelen?’ vroeg ik hoopvol. Nee, daar had Kris geen zin in.
Hmmm, kleuren dan? Nee-ee, ook niet.
Wat wilde hij dan wel? Nee, dat was niet de bedoeling, ik moest het zeggen, hij moest ja of nee zeggen.
Okay, hmmm, mijn brein zocht koortsachtig naar een interessante activiteit voor een verveelde, hangerige driejarige kleuter. Ondertussen was ik al wel vast op de bank gaan zitten met de krant.

‘Anders ga je al je Cars auto’s op een rijtje zetten’, probeerde ik, met weinig hoop op succes voor zo’n fantasieloos plan. Dat bleek een hit. Minstens 10 minuten kon ik lezen. Toen ze allemaal op een rijtje stonden kwam Kris zelf op het lumineuze idee, een scheiding tussen Cars1 en Cars2 auto’s te maken. Dit had als minder leuke bijkomstigheid voor oma dat ik bij ieder autootje een verhaal te horen kreeg waarom Cars1 en Cars2 auto’s niet tot dezelfde categorie behoorden. ‘Wa-ant’, begon iedere toelichting…Ik heb de film  Cars1 gezien maar nummer 2 niet, dus ik snapte lang niet alles. Maar ondertussen was Kris toch lekker bezig.  En ik de krant aan het lezen. Wel drie pagina’s.

Toen was de pret voorbij. Oma moest met de Lego spelen. Op de grond bij de grote Lego berg waagde ik mij aan het bouwen van, tja.., wat was het? Als kind heb ik nooit met enig constructie speelgoed gespeeld. We hadden wel Lego maar ik had er niet de minste belangstelling voor. Mijn ruimtelijk inzicht is bepaald ook onderontwikkeld. Algebra en meetkunde waren als een horrorfilm voor me. Of er verband bestaat met het gebrek aan Lego-tijd? Volgens mij heb ik gewoon een uitval op dat gebied.

Maar al doende leert men. Kris diende me van advies. ‘Doe daar maar een ‘platje’ oma, dan blijft het beter zitten’, en dat soort ervaringstips. Ik kwam tot de creatie van een redelijk voertuig, met behulp van Kris. Hij toonde het trots aan zijn grote broer die uiteraard vond dat het nergens naar leek en onmiddellijk tot verbouwing wilde overgaan. Dit werd door de verkouden Kris niet op prijs gesteld, dus voor er Lego door de lucht vloog, snel de ruzie gesust.

Na de lunch wilde ik even op de bank liggen, voor Kris het moment om onmiddellijk naast me te kruipen en om een verhaaltje te smeken. Ik had geen inspiratie en probeerde hem ervan te overtuigen dat het dit keer beter was als ik een boek zou voorlezen.  Na enig aanhouden begreep hij dat het verhaaltje een verloren zaak was. We lazen het ‘Aller-ondeugendste Varkentje’. Ik redde het net zonder in slaap te vallen. Ik herinner me dat van vroeger, toen ik onze kinderen voorlas. Blijkbaar kunnen je hersenen gewoon functioneren terwijl er ergens een lampje uitgaat. Ik kreeg dan een duw van het kind dat naar een slapende moeder zat te luisteren..

Niek maakte me weer wakker toen hij piano ging oefenen. Jingle Bells schalde door de kamer, met af en toe een schreeuw van verontwaardiging als er een noot niet lukte. Vóór Niek met zijn mamma verdween naar pianoles hadden we de dvd-speler startklaar gezet. Oh, wat zijn films soms een uitkomst. We begonnen samen, Kris en ik, aan de Dino tekenfilms. Ik reikte al verlangend naar mijn krant, maar Kris besloot al wriemelend en draaiend, met zijn ogen op het scherm gericht dat hij bij me op schoot wilde. Eerst de benen, toen zijn armen en toen achteruit en ondersteboven de rest van dat stevige lijf. Plof, die zat. Geen ruimte meer om een krantje vast te houden.

En ach, zo zat ik eigenlijk ook wel lekker rustig.

PS foto Niek van vóór Sinterklaas

De machteloosheid van de jongste zijn

“Ik heb Niek aan zijn haar getrokken, want hij praatte heel gemeen tegen mij”. Kleinzoon Kris, bijna vier, loopt naast me. Hij heeft trots de winterjas aan van grote broer Niek (zes) die eruit gegroeid is. In zijn armen omklemt hij zijn nieuwe beker ‘met raceauto’s, oma’, die hij van Sint in zijn schoen heeft gekregen. Want Kris gaat vanaf deze week vier keer een ochtend wennen in groep 1, tot zijn verjaardag op 16 december. Dan gaat hij echt naar school. Morgen is het eerste wenmoment. Een ingrijpende ervaring in het leven van een driejarige die bíjna vier is.

‘Ik trok hem hard aan zijn haar en toen ging Niek schreeuwen en ik rende weg. Toen werd mamma héél boos op mij en ze zei: zul je dat nóóit meer doen? En toen ging ik héél hard huilen. Want Niek praatte heel gemeen tegen mij’. Zijn voorhoofd fronst en zijn ogen worden nog boos bij de herinnering aan al dat ondergane leed. Gemene broer, boze moeder..wat kun je dan nog anders dan hard aan iemands haren trekken? Ik leef helemaal met hem mee, zelf was ik ook de jongste en weet nog zo goed hoe je oudere broer of zus zo intens gemeen konden doen.

Later op de dag is grote broer Niek na een middagje spelen bij een vriendje ook weer thuis. Hij heeft geen zin in een film ‘dan word ik zo hangerig, oma, ik ga gewoon spelen’. Samen hebben ze de grote bak met Lego erbij gehaald en spelen als muisjes zo stil en lief. Af en toe hoor ik dat typische, ratelige geluid van een hand die door de blokjes Lego graait op zoek naar net dat ene steentje. Niek is duidelijk moe, maar ontspant en vermaakt zich met het bouwen van een ingewikkelde constructie. Kris bouwt ook lekker mee, maar is sneller tevreden. Het gaat Niek om het bouwen, en Kris om het spelen met het gebouwde. Die rent door de kamer met zijn vliegtuig en ik hoor hem zijn fantasieverhalen vertellen. Dan gaat hij weer gezellig bij Niek zitten.

‘Kun je me nu even met rust laten?’, hoor ik Niek opeens zeggen. ‘je zit maar steeds bovenop me en ik wil gewoon even rustig alleen spelen, ga maar daar zitten’, hij wijst ver van zich vandaan. Kris kijkt beteuterd en lichtelijk niet begrijpend naar zijn held. Maar niet voor een kleintje vervaard zegt hij:’ik mag hier best zitten als ik dat wil’.

Kris gaat het wel redden op de grote school!.

Huize Temperament de Mediterrané en een vleugje Goudse

Mijn twee Woudenbergse  kleinzoons wonen dan wel in een Veluws dorp, ze hebben nogal wat verschillende etnische genen in hun stevige lijfjes. Ik ben een Hollandse kaaskop, maar opa Kim, Amerikaan, heeft voor 50%  Puerto Ricaanse genen. Dus is onze dochter, hun moeder, voor 25% Puerto Ricaans en, even goed rekenen, de kleinzoons 1/8e. Nu hebben de jongens ook een Griekse opa, en dus een half Griekse vader en bestaan dus voor 1/4e uit Griekse genen. Dus zeg maar 2/3e ‘kalme kaaskop’  en 1/3e  ‘temperament de Mediterrané’….En dat telt qua emotie gelijk dubbel!

Daarom weet je van te voren nooit wie het wint: Kaaskop of Mediterrané. Zit je eerst lekker samen op de bank ontspannen een filmpje te kijken, no sweat, je maakt een onschuldig grapje, staat er opeens een jongetje met vlammend boze ogen aan de andere kant van de kamer: ‘nee oma, je moet me niet uitlachen!’ Oeps…

Ik loop met bijna vierjarige Kris naar school om broertje Niek (zes) op te halen. Kris wil zijn jas uit, ik wil het niet. ‘Dan ga ik weer terug’ roept hij verontwaardigd en rent richting zijn huis. Met mijn strengste stem roep ik dat hij terug moet komen (ik zie ‘m al onder een auto liggen). Stampvoetend, met gefronst voorhoofd, hoofd omlaag en pikdonkere ogen van boosheid komt hij onwillig weer mijn richting uit, en kondigt aan dat hij ‘heel boos is, oma!’

Gelukkig zijn het snel voorbijgaande bliksemschichten, maar negeren kun je ze niet. Dit is pure emotie, opwellend uit gekwetste of gefrustreerde zielen.

Grote kleinzoon Niek ervaart soms heftige emoties tijdens tekenen of piano oefenen. Dit getalenteerde mannetje wil alles kunnen voordat hij nauwelijks begonnen is.  Al tekenend vliegen er bladzijden door de lucht, wordt het gummetje tot 1000 korrels gewreven en klinken er donkere, grommende geluiden in de kamer. De ware kunstenaar, bezig in het kwellende creatieve proces.

heerlijk lachen met z'n allen om een filmpje

Gevoel voor humor hebben ze ook allebei. Niek kan helemaal dubbel liggen (met opa:)) om iets en Kris heeft zoveel plezier om Niek dat hij ook de slappe lach krijgt. Totdat één van beiden meent dat er iets niet in de haak is en het lachen omslaat in gehuil.  Met gevoel voor drama gooit of de één, of de ander zich in een hoek op de grond of languit op de bank om het vermeende ondergane onrecht passend uit te beelden. En wee je gebeente als je in de lach schiet bij zoveel melodrama..

Ze zijn ook heel warm, uiterst sociaal en familiegericht. “Ik vind het zo leuk dat jullie er zijn, oma”, zegt Kris, iedere keer wanneer we oppassen. En zowel Niek als Kris vinden niets leuker dan wanneer alle ooms en tantes en oma’s en opa er zijn.  Het liefst willen ze dan na een poosje een film kijken en gaan dan heel hard roepen dat iedereen stil moet zijn want zo kunnen ze echt niets HOREN.

Hebben jullie soms ruzie?

mijn spiegeltje

‘Hebben jullie ruzie?’ vraagt mijn kleinzoon van 3 jaar en 10 maanden terwijl hij lekker aan tafel zit te spelen met zijn hartstochtelijk geliefde auto’s. Welnee, roepen mijn man en ik om het hardst. We voelen ons enigszins betrapt door dit mannetje. We zijn niet meer gewend aan getuigen bij onze conversaties waar ik (yes, meestal ben ik degene) soms met enige stemverheffing vraag hoe mijn echtgenoot nu dit of dat kan beweren terwijl we toch zus of zo hadden afgesproken, enzovoort. Ik ben ook maar een mens. Maar nu zit daar dat ventje die doodleuk constateert dat we ruzie hebben.

“Waarom denk je dat we ruzie hebben”, vraag ik, schijnheilig.

“Ik hoor dat aan hoe jullie praten”, zegt hij wijs.

Goed. Zo kijk ik weer even in de spiegel.

Waterpukkels

Kris heeft de waterpokken. Hij noemt ze zelf waterpukkels. Kris is 3 jaar en 9 maanden en kan niet wachten tot hij vier is en naar school mag. Ik mag de creche geen school noemen want dan kijkt hij me verbolgen aan en zegt dat hij nog geen geen vier is en nog niet op school zit. Hoor, oma. Maar klaar voor school is hij wel. Zijn zinnen worden steeds gecompliceerder met ‘geweest, gehad en zouden en was geworden’ constructies. Hij zegt niet langer ‘lullie’ helaas wanneer hij het over opa en oma heeft.

Vandaag paste ik op en omdat hij verhoging had was hij een beetje hyper en kletste me de oren van het hoofd. Slapen zat er helemaal niet in. Wie weet dommelt hij wat in als ik een verhaaltje vertel, dacht ik slim te zijn. Samen op de bank, onder een dekentje en vertellen over de walvis. Doodstil ligt hij naast me. ‘Nog een’, commandeert hij na het happy end van verhaal nr. 1. Nog altijd hopend op een wegsluimerend jongentje, zet ik in op nr. 2, de tijger.

Na het hele oerwoud afgestruind te hebben ligt er een klaarwakker jongentje naast me, ben ik schor en moe van het vertellen en komt mamma thuis met een Bas Lightyear pyjama van Toystory. Kris vliegt vervolgens door de kamer, verkleed als Bas met een muts op zijn hoofd.

Vroeger gingen kinderen nog op bed liggen als ze ziek waren..:)