Kerstpakketten en Athene

Het draaiboek wordt bijgehouden tot op de kleinste details. Plakbandrollers, dozen, boodschappenlijsten, vrijwilligerslijsten en heel veel meer grote en kleine lijstjes. De voorbereidingen beginnen al in oktober en duren tot de dag er dan eindelijk is. Dan nog zijn er op het moment suprême benodigdheden die ontbreken…’Ik dacht dat jij die zou meenemen!’ ‘ Ik weet nergens van..!’ Gelukkig zijn er altijd winkels waar op het laatste moment nog spullen gehaald kunnen worden en is thuis dichtbij genoeg om even op en neer te fietsen.

Zo start de zoveelste editie van de Kerstpakkettenactie IJsselstein 2018 op 17 december. Her en der worden dozen vol met voedselproducten en speelgoed opgehaald. Een aantal scholen hebben verzameld, particulieren brengen tassen vol, bedrijven sponsoren en supermarkten leveren tegen korting (soms) en hier en daar gratis producten. De hal van het gebouw Het Kruispunt waar alles zich afspeelt, staat afgeladen vol.

we verzamelen alles in de hal

Al jaren voeren de gezamenlijke kerken in IJsselstein (verenigd in het Diakonaal Overleg IJsselstein) deze actie. Klein begonnen maar inmiddels worden er zo rond de 230 pakketten bezorgd in Ijsselstein. De adressen krijgen we van sociale organisaties en de kerken. Dit jaar uiteraard met toestemming van de ontvanger in verband met de wet op de privacy. In vorige jaren was het meestal een verrassing. Nu niet meer helaas.

In de loop van de dag wordt de giga berg spullen langzaamaan gesorteerd in categorieën. Op lange tafels in de vorm van een U. Scholieren die een maatschappelijke stage lopen vouwen 230 dozen in elkaar. En uur na uur lopen vrijwilligers langs de tafels om pakketten samen te stellen voor gezinnen, alleenstaanden of echtparen. Ik ben iedere keer weer onder de indruk van de gigantische hoeveelheid producten die in een korte tijd volledig op zijn, verdwenen in de dozen die weer door andere vrijwilligers bezorgd worden in het stadje.

Een behoorlijk inspannende actie, voor een relatief beperkte groep mensen. Maar ieder jaar een succes.

Van een heel andere orde is de actie ‘We gaan ze halen’. Vrijdag de 21e december vertrekken rond de 60 auto’s met chauffeurs en bijrijder en een grote bus naar Athene om daar oorlogsvluchtelingen, die in mensonterende omstandigheden leven, een hart onder de riem te steken. En wellicht er 150 mee terug te nemen. Hoeveel kans van slagen dat zal hebben? Weinig denk ik. Er is officiële toestemming nodig van de Griekse regering om mensen mee te nemen en eveneens van de Nederlandse regering. Zullen ze die krijgen? Niet waarschijnlijk. Is de actie daarom zinloos? Ik geloof het niet. Deze actie is een statement. Waar ik me helemaal in kan vinden. Iets moet er gedaan. We kunnen mensen toch niet zomaar laten creperen?

Als ik eenzaam was of arm in IJsselstein en iemand kwam mij een kerstpakket brengen zou ik blij verrast zijn. Er wordt aan me gedacht! Als ik vluchteling zou zijn in een kamp in Griekenland zou ik me gesteund en gezien weten als er opeens een paar honderd mensen voor mijn neus staan die het niet langer konden uithouden en hun comfortabele kerst-met-kalkoen opgeven om mij te laten weten dat we niet vergeten worden. En even komen delen in mijn misère. Is dat ook niet de essentie van kerst? God die onze misère kwam delen?

Gezien worden. Gekend worden. Wij kunnen het een ander maar in kleine, gebroken beetjes geven. Maar het is Jezus imiteren Die ons ook kwam opzoeken in onze gebrokenheid om echte hoop te bieden. Vergeving en een nieuw leven. In IJsselstein of Athene, ik kijk er halsreikend naar uit!

Behouden vaart naar Athene en dat alle kampen waar geleden wordt snel verleden tijd mogen zijn!

Anarchie of hoop

Dit is een blog over rassenspanningen in Amerika die ik in 2016 schreef maar nog niet publiceerde. Vergeten denk ik. Ik kwam hem vandaag tegen en hij is nog net zo actueel als twee jaar geleden. Misschien nog wel meer.

‘Mijn dochter vertelt over de spanningen in Amerika, het land waar ze sinds 3 jaar woont. Over de gesprekken die bijna alleen maar over Black Lives Matter gaan. Over de onrust en de angst. Hoe haar zwarte vriendin bang was in een achterbuurt met uitsluitend blanke mensen. Terwijl zij die angst niet voelde. Ze vertelt over de groeiende haat tegen de politie en de overheid. Over de overtuiging bij zoveel van haar kennissen en vrienden dat de politie en de overheid per definitie corrupt zijn. Over haar angst dat dit tot een anarchisme zal leiden dat de samenleving letterlijk zal doen opblazen.

Dan vertelt ze over haar kerk. Hoe ook daar de onrust bestaat. De gemeente is multicultureel. Met veel zwarte broers en zussen, Aziatische en mensen van alle windstreken. Filistijnen, Tyriërs en Moren, om het maar met psalm 121 te zeggen.

Na de dienst gaan ze met een groep lunchen. En nemen de tijd om zich uit te spreken over wat er gaande is. Hoe ervaar je het? Ben je bang? Heb je het gevoel gediscrimineerd te worden? Enzovoort.

Dan gaan ze bidden. Hand in hand. Zwart, blank, geel, rood. En ze spreken uit: Alleen in Jezus is er hoop voor onze natie. Ze gaan naar buiten en vormen een cirkel op straat. Meltingpot Amerika in Jezus naam.

Maken de verschillen niks uit? Leiden ze niet tot problemen? Gebeuren er geen foute dingen? Is er geen corruptie? Op alle vragen moet je ‘natuurlijk wel!’  zeggen. Maar met die biddende kring op straat klinkt er een andere, zoete toon, helder en duidelijk: Hier is hoop, in Jezus, zegt mijn dochter. Er zijn geen makkelijke oplossingen voor de vele problemen. Maar haat en geweld werken alleen maar vernietigend. In Jezus is verzoening en vergeving mogelijk. En hervorming, niet alleen persoonlijk, maar ook van een samenleving.

Mijn dochter zegt dat ze bemoedigd uit de kerk thuis kwam.’

Bidt voor Amerika!

Arnoud en Matthijs

800px-Torrano_Chiesa
Torrano in Toscane, Italië

In het Nederlands Dagblad van vandaag:

Twee gewone jongens van 23. Studenten. Met plezier in avontuur.  Lid van christelijke studentenvereniging Navigators. Ze bedenken uitdagingen voor elkaar en samen. Denken ook sociaal en zijn begaan met medemensen die het minder hebben getroffen in het leven. De laatste uitdaging was een zomerhuis kopen in Italië. In een Toscaans bergdorpje, Torrano. Klinkt luxueus en niet helemaal iets voor studenten.

Het idee erachter? Het huis te huur aanbieden (voor een redelijke prijs) en van de opbrengst het huis ter beschikking stellen aan mensen met een beperkt budget. De huurder betaalt twee weken voor een verblijf van een week, de tweede week is dan voor een ander. Of je doneert een week voor een ander en verblijft er zelf twee weken (of langer). Wat een lumineus concept! En wat gaaf om te lezen dat er mensen zijn die niet alleen in verdienmodellen en winstmarges denken. Hoewel, mits goed gebruikt is er ook niets mis met winst. Maar toch, dit vind ik een verademing om te lezen!

Chapeau Arnoud Klop en Matthijs Bijkerk! En dank ND voor het bericht!

Rags and Riches

Vodden en rijkdom

Ons verblijf in Amerika staat dit keer in het teken van Rags en Riches. (From Rags to riches: Letterlijk van  ‘vodden tot rijkdom’. Uitdrukking gebruikt om aan te duiden dat je in de VS door hard werken kon opklimmen van een arme sloeber tot iemand van betekenis). Van ghetto Brownsville in New York naar yuppie Boston, van Hyatt Regency in Atlanta, GA, naar de studenten-dorms (slaapzalen)  op de campus van Wheaton College in Wheaton, een voorstad van Chigago.

Slaapkamer van studenten in de ‘dorm’ op Wheaton College. Nu ons verblijf

Ik krijg een soort doorsnee te zien van de Amerikaanse maatschappij  in een hele korte tijd. Van links georiënteerde, veelal Trump hatende democraten, (mijn schoonfamilie) tot rechtse, naar Trump-steun geneigde republikeinen. Van de achterbuurten van New York met bijna uitsluitend zwarte bewoners, tot de chique, voor de rijke elite  ontwikkelde, havenwijken van Boston; van de straten van Atlanta met torenhoge hotels en kantoorpanden en talloze daklozen en bedelaars die er naast leven, tot de studentencampus van Wheaton College met de tijdelijke bewoners van een aantal gereformeerde kerken, in vergadering bijeen. Wat een boeiende tocht. 

Downtown Atlanta

Een van de weinige vroeg 20e eeuwse gebouwen die nog niet afgebroken zijn.

Gezicht vanuit het zwembad bij het hotel in Atlanta

Zwart en blank

Je kunt in Amerika steenrijk worden vanuit het niets. Maar Amerika blijft voor mij het land van het juist vlak naast elkaar bestaan van de vodden en de rijkdom. Het contrast is zo groot, met name in de grote steden. In Atlanta maakte ik een lange wandeling. Om aan de veilige kant te blijven ben ik niet ver afgedwaald van de lange rechte weg waar ons hotel aan staat. Maar die weg is eindeloos lang.  Met aan beide zijden fantastische wolkenkrabbers, met ervoor of ernaast kleine parkjes met daarin kunstzinnige sculpturen, (waarschijnlijk verplicht als je een bouwvergunning krijgt). Flitsend gekleed, gehaast kantoorpersoneel passeert me links en rechts, op weg naar hun lunch in de vele restaurantjes en eettentjes aan beide kanten van de straat. En op muurtjes langs de trottoirs de dakloze (meest zwarte), vervuilde zwervers. Slapend, of voor zich uit starend, lusteloos zuigend aan een rietje dat uit een Dunkin Donut beker steekt. Een van de goedkoopste tenten voor koffie. Men bedelt niet. Op een bordje langs de kant staat dat het verboden is. Als ik het hotel later binnenstap valt het me weer op dat al het personeel Afro-Amerikaans is. Alsof de oude tijden van de slavernij herleven. Dat is overdreven, ik weet het, maar ergens schuurt het.

Mensen zien en waarderen

We vliegen van Atlanta naar Chigago en ook op de vliegvelden zie ik het: bijna uitsluitend zwart personeel. Zoals dat trouwens ook in Nederland steeds meer het geval is, mensen van allochtone afkomst die de minste baantjes vervullen. Er is niets mis met het werk, maar de tweedeling van blank en gekleurd stoort me. Ik nam me een tijd geleden al voor de moeite te nemen om mensen waar dan ook, in welke functie dan ook, te zien. Dank je wel te zeggen voor het schoonmaken van de toiletten en vloeren en trappen. Het helpt mij om me minder een misbruiker te voelen van andermans armoede en onvermogen om op een leukere manier in hun onderhoud te voorzien. En het geeft hen waardigheid. Het werk dat ze doen telt. Maar wat te doen met alle zwervers? Antoine Bodar blijkt een zak met euro’s mee te nemen als hij in Rome wandelt. Toch wat meer papieren dollars pinnen.

Noord en zuid

Die middag is de opening van een landelijke vergadering van de P(resbyteriaanse) C(hurch) A(America) kerken. Men start met een dienst waar 3000 (!) mensen bij aanwezig zijn, in een enorme zaal in het hotel. Een van de toespraken wordt gehouden door een zeer charismatische (etnisch) Koreaanse professor in de sociologie. Tweede generatie, dus volledig Amerikaan. Hij heeft veel humor en spreekt over eenheid in verscheidenheid, het aanvaarden van elkaar. Ook de ontmoeting tussen Kim Jong-un en Trump komt ter sprake. Namen worden niet genoemd maar dat hij menselijkerwijs gesproken bepaald geen fan van noch Trump noch de Noord Koreaanse leider is, is duidelijk. Hij noemt echter nadrukkelijk de beperking van wat wij als mensen zien. Dat er ook een wijdere blik is, die de werking van God durft zien, door alles heen. Niemand wil valse verwachtingen wekken. Maar hoop is altijd aanwezig, zegt hij. De diepe pijn en bitterheid die alle oudere Koreaanse generaties met zich meedragen (er is zelfs een woord voor: ‘Han’, ik schreef er eerder over) de vele gebeden, zou God door deze falende leiders misschien toch een wonder kunnen doen plaatsvinden? Dat was  de teneur van zijn benadering.

Ook hier: vodden en rijkdom. Het verarmde, hongerende Noord Korea en het rijke Zuid Korea en Amerika. Naast elkaar en vijanden. Mijn gebed is dat er een mate van vrede mag komen. Niet ter meerdere glorie van de leiders, maar voor het arme, lijdende volk van Noord-Korea.

 

Nu zijn we dus beland in Wheaton. Bij een kleinere kerkelijke vergadering. Met een stuk minder luxe. De overgang was even wennen.

 

Wordt vervolgd

De kunst van het herdenken

Reunie’s

Amerikaanse scholen hebben een lange traditie van het organiseren van reünies. Iedere school, of het nu om de basis-, of de middelbare school gaat of om opleidingen die daarop volgen als universiteit of HBO, overal worden reünies gehouden, meestal tijdens de afstudeerceremonies van jongerejaars. En hoe langer geleden het afstuderen, des te uitgebreider de reünies. Op Harvard wordt de 25e reünie het meest uitgebreid gevierd.

25 jaar geleden maakte ik die mee van echtgenoot. In Cambridge, VS. De hele week was gevuld met een programma van lezingen, workshops, concerten en optredens en niet te vergeten: overvloedige lunches en diners, opgediend in grote tenten. Strak georganiseerd voor de meer dan 1500 afgestudeerden en aanhang. Een herinnering die me is bijgebleven is de eindeloze stoet bussen die ons naar het concertgebouw in Boston brachten om daar een concert bij te wonen. Het verkeer werd stil gelegd om de bussen te laten passeren. Mijn moment van bescheiden en gedeelde roem…Er werd nog net niet naar ons gezwaaid.

Ditmaal is de 50e reünie gaande. De leeftijd van de deelnemers is uiteraard een stuk hoger dan 25 jaar geleden maar er is nog steeds een behoorlijk grote groep  komen opdagen. Allemaal grijs geworden en door het leven getekend. Het is fantastisch om dan mensen gade te slaan die elkaar opeens weer herkennen. Echtgenoot ontmoette vandaag bijvoorbeeld twee vrouwen met wie hij niet alleen aan de universiteit studeerde maar ook mee op de basisschool had gezeten. En een aantal mannen met wie hij in het voetbalteam had gespeeld.

Voetbalmaatjes uit de jaren zestig

Memorial

Vandaag stond een herdenkingsdienst op het programma. Ook een traditie van deze groep alumni. Ieder vijf jaar wordt een samenkomst belegd waarin de overledenen van de jaren daarvoor worden herdacht. Zeer indrukwekkend. In de Harvard Memorial Church kwamen we samen en luisterden naar gebeden en een schriftlezing uit Jesaja 61. De namen van de overledenen werden een voor een voorgelezen door aanwezigen en aansluitend luidde de kerkklok en werd er een aantal minuten stilte gehouden. (Natuurlijk gingen er twee telefoons af, juist tijdens die stilte…)

Harvard Memorial Church

Gedichten en gebeden
Een van de voorgelezen gedichten dat me ontroerde was het onderstaande:

We Remember Them by Sylvan Kamens & Rabbi Jack Riemer

At the rising sun and at its going down; We remember them.
At the blowing of the wind and in the chill of winter; We remember them.
At the opening of the buds and in the rebirth of spring; We remember them.
At the blueness of the skies and in the warmth of summer; We remember them.
At the rustling of the leaves and in the beauty of the autumn; We remember them.
At the beginning of the year and when it ends; We remember them.
As long as we live, they too will live, for they are now a part of us as We remember them.

When we are weary and in need of strength; We remember them.
When we are lost and sick at heart; We remember them.
When we have decisions that are difficult to make; We remember them.
When we have joy we crave to share; We remember them.
When we have achievements that are based on theirs; We remember them.
For as long as we live, they too will live, for they are now a part of us as, We remember them.

Vervolgens werd een Kaddisj Yatom (Joods gebed voor de doden) gelezen. Joodse mannen (ongeveer 20% van de aanwezigen) haalden hun keppel uit hun binnenzak, zette die op en baden hardop mee. Mijn buurman eveneens. Een wat verdrietige man die me eerder al vertelde dat zijn goede vrienden onder zijn jaargenoten al overleden waren. Later las ik wat na over wat Kaddisj is eigenlijk. Opvallend is dat er in het gebed voor overledenen niet gesproken wordt over doden. God is immers een God van de levenden? Voor Hem is niemand dood. Kaddisj bidden is Zijn grote Naam prijzen.

Kaddisj

Moge zijn grote naam verheven en geheiligd worden
in de wereld die hij geschapen heeft naar zijn wil.
Moge zijn koninkrijk erkend worden in uw leven en in uw dagen
en in het leven van het gehele huis van Israël,
weldra en spoedig.
Zegt nu: Amen

Moge zijn grote naam gezegend zijn nu en voor altijd.
Gezegend, geprezen, gevierd, en hoog en hoger steeds verheven
Verheerlijkt, gehuldigd en bejubeld worde de naam van de Heilige,
gezegend zij hij
hoog boven iedere zegening, elk lied,
lof en troost die op de wereld gezegd wordt.
Zegt nu: Amen

Moge er veel vrede uit de hemel komen en leven!
Over ons en over heel Israël.
Zegt nu: Amen

Hij die vrede maakt in zijn hoge sferen,
zal ook vrede maken voor ons en voor geheel Israël
Zegt nu: Amen

Hier een filmpje waar een Rabbi het Kaddisj uitzingt tijdens de herdenking van de terroristenaanval in New York, in 2001

Voorbeeld ter navolging

Een overheersende gedachte na deze ervaring was bij mij dat we in Nederland, in de kringen waarin ik opgroeide, een schreeuwend gebrek hebben aan rituelen om onze geliefde doden te gedenken. Het gemis te benoemen. Het lezen van het gedicht “We remember them” bracht tranen in mijn ogen. Ik herinner me mijn geliefden ook! Als de zon schijnt en als het regent, als ik bezig ben in de tuin en als ik in de natuur wandel. Als ik lees en als ik schrijf. Vooral als ik schrijf. En ik prijs God ook voor al het moois dat ze in mijn leven brachten. Voor de herinneringen, de uitdagingen die hun karakters soms meebrachten. Voor hun lach en hun humor. Voor de pijn die ze deelden met me.

Hoe mooi zou het zijn om vormen te vinden (er zijn er al veel) om die gedachtenis een keer in de zoveel tijd uit te spreken. Als ik hier ben gaan we altijd naar het graf van mijn schoonmoeder, met mijn schoonvader. We leggen bloemen neer en praten over wie ze was, wat ze voor ons betekende. Dat is goed voor ons, maar ook zo goed voor mijn schoonvader die haar pijnlijk mist. Haar noemen is heilzaam. Maar ik ga zelden naar het graf van mijn eigen moeder. Het gaat er niet om dat ik geloof dat ze daar nog is natuurlijk. Het gaat om een vorm, een punt waar je even de focus op die persoon richt en de gedachtenis aan zijn of haar leven eert.

Ik zie de bui al hangen

Het was maar een korte uitzending. Laat op de avond, dus ik had hem bewaard voor later op ‘uitzending gemist’. Het was een aflevering van Kruispunt over depressie. Een interview met Antoine Bodar, priester en kunsthistoricus, over zijn depressieve periodes en Marjolein van Kooten. De laatste is een vrouw, schrijfster en (psychiatrisch)cabaretier, die van haar ziekte haar beroep heeft gemaakt.

Haar angststoornis is onderwerp van haar theatervoorstelling waar ze met van alles de draak steekt. Humor als wapen tegen psychische aandoeningen. Dat spreekt me zeer aan. Lachen is helend. De ziekte is al erg genoeg maar zelfs als je middenin een donkere periode zit is het mogelijk om te lachen, hoe paradoxaal dat ook klinkt. Echte humor is immers een lach in een traan?

Bodar ontroerde me. Kwetsbaar en open over hele duistere fasen in zijn leven. Suicidaal en zonder enige levenslust. Voor wie het kent bijna moeilijk om aan te horen omdat het zo herkenbaar is. Ik besefte zelf weer even hoe ver weg ik geweest ben. Marjolein van Kooten verwoordde het heel goed, dat dwaze verschijnsel van je slecht voelen en denken dat het altijd zo was en nooit meer goed zal komen. En vervolgens in een goeie periode je niet meer te kunnen voorstellen hoe het was toen het zo donker was. Alsof je in twee dimensies leeft. Daarom noemt zij haar theatershow ‘Ik zie de bui al hangen’. In goede periodes begin je je op een bepaald moment toch zorgen te maken. Dit duurt nu al zo lang…dat kan niet zo blijven, toch? Ik ga zelf momenteel door een hele goeie periode en het bekijken van een programma als Kruispunt kan dat knagend gevoel losmaken.

De humor van Marjolein geeft verlichting. En de woorden van Bodar. Voor een gelovige is het bestaan van God en je leven in de glans van Zijn liefde te mogen zien (niet voelen altijd) een reden om door te zetten. Bodar zegt: Om fier te zijn.

Advent

De Kerststal

Vorig jaar kochten we deze ‘ kerststal’ in Utrecht. Gemaakt door mensen met een verstandelijke beperking. We waren onmiddelijk weg van de vrolijke uitstraling. Een simpele uitbeelding maar zo goed getroffen. Hier is iets bijzonders gebeurd! Zelfs de schaapjes glimlachen. Ja. ik weet het, als je goed kijkt zie je dat er een oor is afgebroken…Helaas. Aan de andere kant ook weer een mooi symbool. Die oorspronkelijke schapen en mensen zullen ook wel zo hun barsten, littekens en deuken gehad hebben.

Advent
Advent. Wachten op de viering van de komst van een baby. Hoe spannend kan dat zijn! In alle culturen en bij alle volken op aarde is de komst van een nieuw mensenkind reden voor een feest. Maar hier komt God Zelf. Als een doodgewone baby. Bij arme Joodse ouders. Niet te bevatten.  Dat kun je niet geloven, tenzij hij in de rest van zijn leven iets heeft laten zien dat geen mens ooit kan. En dat heeft Hij. ‘Bewezen Gods zoon te zijn door op te staan uit de dood, waarvan vele getuigen nog in leven zijn’ , zal later een volgeling van hem zeggen.

Hij leefde onder ons…

Als baby al vluchteling in Egypte, als kind en tiener opgroeiend in Nazareth, als twintiger waarschijnlijk werkzaam als timmerman, in het bedrijf van zijn vader. Dan, nauwelijks een jonge man reist hij drie jaar door zijn land om met zijn landgenoten te delen wie hij eigenlijk is en waarom hij gekomen is. Dan geeft hij zijn leven en sterft. Na drie dagen staat hij op uit het graf en  gaat terug naar de hemel. Een voor ons onzichtbare werkelijkheid.

Er zijn ontzettend veel verslagen van zijn leven in het begin van de eerste eeuw in Palestina. Van zijn bewogenheid  voor de armen, de zieken, de daklozen en bedelaars. Van de ongelofelijke wonderen die hij deed. Doven gehoor geven…Blinden gezicht, doden weer leven.  Heeft hij iedereen in een keer geholpen? Hele massa’s tegelijk? Nee, af en toe, hier en daar, een aantal.

om het goed te maken tussen God en ons

Het ging namelijk niet in de allereerste plaats om een gezond lichaam of een gezonde geest.  Het ging veel dieper. Het ging erom dat mensen hem zouden erkennen als de Redder van de mensheid. Alle gebrokenheid in de wereld is een symptoom van iets anders. Zoals pijn een signaal is. Ziekte of dakloosheid is ten diepste niet de oorzaak van ons gebrekkige leven. Gezondheid, rijkdom, eer, macht, wat dan ook, staan nooit garant voor geluk. Integendeel. Lees de roddelbladen maar.
Het met onze rug naar God gekeerd staan, is de existentiele oorzaak van alles wat niet goed is in de wereld. Jezus de Godmens wil ons weer de goeie kant op zetten. De weg is vrij. Het obstakel, de zonde is weg.

Met Advent zegt Jezus: Hier Ben Ik. Ik Ben met jullie. Immanuel. Er gaat iets nieuws beginnen! Heden is de Heiland geboren.
Daarom kijken ze zo blij, die simpele figuurtjes om de kribbe.

Danken

pelgrim-met-indiaan-1024x656.jpg (1024×656)

Nederland kent van oudsher ‘Dankdag’. Maar die is van een heel andere orde dan ‘Thanksgiving’ in Amerika. ‘Dankdag voor gewas en arbeid’ is de enigszins statige titel van de (voorzover ik weet) uitsluitend kerkelijke viering van dankdag in Nederland. Jammer eigenlijk. Zoals zaaien en oogsten ver van ons af is komen te staan, zo is thuis dankbaarheid vieren ook een onbekend fenomeen geworden. Veel kerken hebben geen aparte samenkomsten meer. Het danken wordt meegenomen in de reguliere diensten op zondag. Nog weer een stapje verwijderd van de rauwe werkelijkheid van bloed zweet en tranen op de akkers. Ja, natuurlijk onze agrarische sector werkt niet meer als Adam met de blote handen in dorre aarde. Wij hebben computers en machines en weet ik wat al niet meer (ik ben geen boerendochter) die het zaaien en oogsten makkelijker maken. Laat de rest van de wereld maar ploeteren, bij ons ligt alles gewoon in de winkel, en als het klimaat even niet mee zit importeren we de spullen toch? Dus ja, dankbaarheid?

Thanksgiving in Amerika is als een oogstfeest begonnen.  Kolonisten alias vluchtelingen (of andersom) uit Engeland hadden nauwelijks het eerste jaar in Massachusets overleefd. Meer dan de helft was overleden door ontberingen en honger.  Toen er eindelijk geoogst kon worden  hielden ze een dankmaal. Samen met de oorspronkelijke bewoners van de streek,  de Wampanoag. Na veel hongerlijden was er eindelijk een overvloed aan eten. Op de vlucht voor de religieuze politie van de Anglicaanse kerk in Engeland waren de protestantse Puriteinen via Nederland naar Amerika gevlucht om daar een nieuw leven te beginnen. Tegenwoordig is er veel kritiek op de romantische versie van het verhaal, met name vanuit de beweging van de oorspronkelijke bewoners van het land. De komst van de blanke Europeanen heeft onbeschrijflijk veel ellende gebracht en hele stammen zijn uitgeroeid. Niet alleen door geweld, aanvankelijk ook door ziekte en alcohol. Het vieren van Thanksgiving wordt door hen als pijnlijk ervaren. Gezien vanuit hun perspectief zeer begrijpelijk.

gettyimages-526510338.jpg (6339×4656)
Getty images

Hoe dan ook, op het eerste oogstfeest waren meer Wampanoag aanwezig dan Puriteinen. Ze brachten geen pompoentaart en cranberries mee maar, volgens een ooggetuigeverslag, vier herten.
De Thanksgiving-viering, zoals Amerika die nu kent als familiefeest, begon in feite pas in de 19e eeuw. Hier en hier staan leuke artikelen daarover.

black-friday.jpg (500×359)Waarom dit hele verhaal? Omdat ik de traditie in Nederland zou willen introduceren. De commercie heeft Black Friday helaas wel overgenomen (koopjesdag na Thanksgiving in de VS), maar heeft het Dankfeest laten liggen. Maar danken in familie- en vriendenkring  is fantastisch. Om de tafel, met feestelijk eten en even niet over meer, maar over wat er allemaal al is om dankbaar voor te zijn. Dat hoeft niet eens perse een christelijk feest te worden, hoewel danken wel een richting naar Iemand lijkt te hebben. Het is helend en verrijkend. Voor het eerst sinds jaren vierden wij het deze keer met vrienden. Tijdens het eten, tussen de kip (nee, geen kalkoen..) en de pompoentaart in namen we een moment om persoonlijke ervaringen te delen waar we waar we God voor wilden danken. thumbnail (200×300)We zongen een lied en we lazen een oogstpsalm (psalm 62). Niks bijzonders zou je zeggen, maar de setting van een feestmaal, het intieme van het delen van onze dankpunten en het altijd vreugdvolle van samen zingen en vervolgens samen God danken en loven, maakten het verrassend mooi.

We zeiden bij het afscheid, ‘dit is iets wat we als huiskringen zouden kunnen doen volgend jaar!’ En zo is er misschien een nieuwe traditie geboren. Daar hebben we geen Puriteinen of kalkoenen voor nodig. En we hoeven er ook geen werelddeel onterecht voor te veroveren. Het is simpel gezegd een Dankbaarheidsfeest.

Herrenmenschen in de Eifel

Een paar dagen Monschau

We wisten dat het weerbericht goed was voor het weekend. Ondanks een bewolkte donderdag en een regenachtige vrijdagochtend hielden we de moed erin tijdens onze korte vakantie in Monschau. Dat werd beloond. De vrijdagmiddag en zaterdag waren ongekend mooie Indian Summer dagen met oogverblindendde herfstkleuren. Vanwege de regen togen we vrijdagochtend naar Vogelsang in Schleiden. Ik las in een brochure dat dit een indrukwekkend voorbeeld moest zijn van de megalomane architectuur van het Nationaal Socialisme uit de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. Er was van alles te doen en eromheen lag een prachtig stuk landschap waar we konden wandelen.

Vogelsang

Vogelsang kwam pas een aantal jaren geleden weer in het bezit van Duitsland. Tot die tijd werd het gebruikt door het Belgische leger als oefenterrein. Met Europese subsidie is er een Internationaal Centrum van gemaakt met als thema, Tolerantie en Vrede.

Van onderaf Vogelsang met toren

Zo stijl dat je de gebouwen naar boven of onder nauwelijks ziet

Megalomaan, dat was het complex zeker. De afmetingen, de stijle trappen van het ene gebouw naar het andere, de hoge uitkijktoren, alles diende om te imponeren. In het (nieuw gebouwde) gigantische bezoekerscentrum was een tentoonstelling gaande over de oorspronkelijke bewoners van het instituut.

Een elite van leiders

Dat waren de zogenaamde junkers, door de partij uitverkoren studenten die werden opgeleid tot elite leiders en heersers. De partij miste kader en zocht op deze manier een oplossing.  Geen  militairen, de bedoeling was dat deze mannen bestuurders zouden worden van te bezette gebieden. Het hele idee van ‘junkers’ was ontleend aan de Middeleeuwen. Als kruisvaarders werden de mannen opgeleid om hun ras en natie te beschermen tegen boze invloeden.

Wat me als eerste opviel waren de foto’s van  jonge mannen, meer dan levensgroot geprojecteerd op de wand. Relaxed, pijpje rokend, lachend. Jong en sympathiek. Gewone studenten uit de jaren dertig. Blij geselecteerd te zijn voor een unieke opleiding. In het commentaar werd gezegd (gedeeltes uit de oorspronkelijke toespraken konden worden  beluisterd) hoe afkomst of klasse er in het Derde Rijk niet meer toe deden. Het ging om talent en aanleg. Dit gezegd in de jaren dertig waarin zoveel Duitse mannen werkeloos waren of zonder opleiding zich nauwelijksich  konden ontwikkelen. Kun je ze verwijten dat ze ervoor gingen? Ik voelde een soort medelijden.

Stijle trappen

De gevreesde adelaar, van de troon gestoten

Het voorplein bij aankomst

Ordnungsburgen

Hitler had enorme plannen voor deze opleiding. De mannen zouden er vier jaar over doen, steeds wisselend van instituut, allemaal even afgelegen. Er waren nog drie van dit soort internaten gepland. Veel is er van de plannen niet terecht gekomen, onder andere door het uitbreken van de oorlog. In de gebouwen werden na verloop van tijd Hitlerscholen gevestigd. Eerst middelbaar, later nog weer jongere kinderen. Van alle periodes is veel materiaal, zowel audio als foto’ s bewaard. Zo onschuldig als de foto’ s lijken, zo  onheilspellend is de inhoud van het lees- en audiomateriaal. Hier bivakkeren Heersers en Tirannen in de dop.

Haat en angst

Aan het begin krijg je het gevoel dat alles wel erg zonder kritisch commentaar getoond wordt. Maar gaandeweg de tentoonstelling neemt de beklemming toe. De lezingen waarvan steeds stukjes te horen of lezen zijn, zijn zo doordrenkt van haat tegen alles en iedereen wat niet Duits is, dat je je afvraagt hoe men dat zo heeft kunnen accepteren. Tenzij dit soort taal al langer gebezigd werd en geen verbazing opriep. We hebben het over 1934. Alles was erop gericht, allang voor de oorlog om een rassenpolitiek te bedrijven die niet gunstig was voor wie niet Germaans was. Op een congres voor artsen wordt levendig geapplaudiseerd wanneer de spreker de Joden  ‘ ‘stinkvarkens’ noemt. Het anti-semitisme heeft oude papieren. Niet voor niets emigreerden vele Joodse families al in de jaren twintig en dertig. Denk aan de familie Frank.

 

Veel van de Vogelsang studenten worden ingezet in de Oost-Europese bezette gebieden na 1940. En raken betrokken bij gruwelijkheden die ons inmiddels bekend zijn. Sommigen worden berecht tijdens de Neurenberg processen na de oorlog, maar velen glippen tussen de mazen van het net door.

Sport was zeer belangrijk voor de Herrenmensch

Eigen volk als afgod

Huiveringwekkende geschiedenis, zo onopvallend tentoongesteld, in zekere zin. Gebruiksvoorwerpen, foto’ s, aantekeningen, brieven, audiofragmenten (in vier talen te beluisteren). Maar bij elkaar vormen ze een indrukwekkend getuigenis van hoe mis het kan gaan wanneer een volk van eigen nationaliteit een afgod maakt. Al het andere wordt verwerpelijk. En alles wat gedaan wordt voor het volk krijgt een aura van heldendom. Of het fout is of goed kent geen andere norm dan die van het verheffen van volk en natie. Ik dank God zachtjes dat we hier de ondergang zien van deze mensonterende leer. En ik bid om Zijn ontferming over onze westerse landen waar dit gedachtengoed er toch weer in lijkt te sluipen. Eigen volk eerst.

Buiten is de zon gaan schijnen en we zien de bosrijke omgeving schitteren in oranje, rood en goud. Zo zagen ook de studenten bijna tachtig jaar geleden het. Sporten was een zeer belangrijk onderdeel van het curriculum. Olympische helden. Langs een van de sportvelden is langs de muur nog het overblijfsel te zien van een meer dan levensgrote plastiek van naakte sporters, in de stijl van de oude Grieken. De koppen zijn er af, het is met mos begroeid. Symbolisch voor de ondergang van die wrede, de sterke mens aanbiddende leer.

De kerk als schuldige

In een van de toespraken wordt de kerk aangewezen als de oorzaak voor het miderwaardigheidscomplex van de Duitsers.’ ‘Geen wonder, die kerk die altijd maar weer de zwakken,, de onderworpenen, de verdrukten blijft zoeken! We willen sterk en machtig zijn, weg met de kerken die dat verhinderen…!’ Zo diametraal tegenovergesteld van wat Jezus leert.

En zonder kerken moesten er nieuwe rituelen komen. Germaanse feesten in plaats van de christelijke, Germaanse bevestiging van het huwelijk in plaats van een kerkelijke. Het christelijke werd stelselmatig verdrongen en vervangen waar nodig. Teken aan de wand.

De troost van de natuur en nieuwe hoop

We gaan de natuur in en lopen langs de Ruft, een rivier, ingedamd, uitlopend op een groot stuwmeer. Eromheen de herfstnatuur, verstild en geurend naar blad en mos. Af en toe een vogelgeluid. We ademen diep en de beklemming verdwijnt langzaam en verandert in een gevoel van hoop. Tirannen die denken volken en mensen te kunnen knechten en onderdrukken en als slaven te misbruiken,  komen uiteindelijk ten val. Ze houden geen stand.  Psalm 2 komt in gedachten:

Die in de hemel troont lacht, de Heer spot met hen,
Koningen wees gewaarschuwd.
Bewijs eer aan zijn zoon anders ontvlamt hij in woede en uw weg loopt dood.

Gelukkig wie schuilen bij Hem.

Wat zal ik schrijven? Van geluk?

Boottocht op de Zaan tijdens een van de huwelijksjubilea

Ze willen niet echt vloeien, de woorden uit mijn ‘pen’. Ik zie het aan de vele ‘concepten’  die ik heb opgeslagen. Er spelen een aantal dingen waar ik (nog) niet over schrijven kan of wil. Het lijkt wel of die een soort stop vormen op mijn inspiratie. Ik heb al eens een poging gedaan erover te schrijven, maar het wil niet goed lukken. Schrijven zet zaken aan, waardoor ze gelijk erger lijken. Nog maar niet dus!

vijftig jaar!

Maar het gewone leven biedt veel goeds. Hoe bijzonder is het om in vijf weken tijd uitgenodigd te zijn op drie feesten van bevriende stellen die vieren dat ze 50 (!) jaar getrouwd zijn? Aan de ene kant maakt het dat ik me stokoud voel…mijn vrienden, 50 jaar geleden getrouwd?? Dat overkwam mijn grootouders.. Maar al gauw bedenk ik dat voor echtgenoot en mij de 43 jaar ook voorbij gevlogen zijn. Niet als een permanente roze wolk, dat niet. Maar juist door de dalen heen is de band gekweekt die nu onverbrekelijk is geworden.

De dwang van het voelen

Ik dacht daaraan in een gesprek met iemand waarin de zo bekende ‘ik moet voor mezelf kiezen’ uitspraak voorbij kwam. Natuurlijk zijn er situaties in een relatie waarin alles onhoudbaar is geworden. Ontrouw, verlating, mishandeling, situaties waarin er geen sprake meer is van samen.  Toch denk ik dat niemand meer de 50 jaar zal halen als dat zinnetje vooraan in je hersenpan staat, zoals het nu vaak lijkt. Het zelf is op zo’n voetstuk geheven dat alles moet wijken voor ‘het geluk’ van het zelf. En de definitie van geluk is dan je goed voelen. Op je plek voelen. Liefde voelen.

Wat ik persoonlijk heb geleerd door de jaren heen is dat ‘voelen’ een verschrikkelijke jojo is. Up, up, up en down. Nieuwe ervaringen die adrenaline geven en een kick. Nieuwe liefdes die door de waterval van dopamine’s maken dat je letterlijk in de zevende hemel lijkt te zweven. Maar ja, van elke bergtop moet je weer neerdalen en dan is het gewone leven soms best een domper.

Depressie als kentering.

Wat dan? Mijn leerschool is de depressie geweest. Depressies nemen naast veel andere nare dingen je gevoel van welzijn weg. Het is een rare mengeling van gevoelloosheid en tegelijk verdriet over die gevoelloosheid. Een contradictie, ik weet het maar zo was het (en is het, soms) en veel lotgenoten zullen het herkennen. In de psalmen wordt het mooi verwoord door David: Ik heb zo’n heimwee naar de tijd dat ik vrolijk was.

Hoe kun je leven met een gebrek aan een ervaring van welzijn? Dat is zwaar. Maar het dwong me min of meer na te gaan denken over wat het leven uiteindelijk waardevol maakt voor me. Waar leef ik voor? Voor wie leef ik? Wat is zinvol, ook als het niet de kick brengt die ik vroeger misschien als geluk benoemde.

Dat is een lange weg. En niet voor iedereen met verlammende depressies. Maar die bezinning heeft mij wel veel gebracht. Ik ben niet toevallig hier. God heeft me bedacht. Heeft mij talenten gegeven. Misschien is de depressie wel een talent waarmee ik mag werken. (Waarom zou een talent alleen iets positiefs zijn, iets waar je ‘happy’ van wordt?) Anderen beter begrijpen? Voeling hebben voor wie kwetsbaar is en aan de rand van de samenleving staat? Anderen eraan herinneren, puur door eigen kwetsbaarheid, dat ‘goed leven’ niet persé carriére, geld, gezondheid, succes of vul maar aan betekent. Goed leven heb ik ontdekt is samen leven, anderen meenemen op weg, steunen en gesteund, troosten en getroost worden.  En hoopvol zijn. Omdat dit leven niet het een en al is.

Succes verzekerd?

Is dat een succesformule? Nee, natuurlijk niet. Het is moeilijk om in een succesmaatschappij, van ongekende welvaart, te leven en vol te houden dat dat geen geluk brengt. Om in een maatschappij te leven waarin Jezus meestal een vloekwoord is en niet de Godmens die het ons heeft voorgeleefd: leven met de armen, zieken genezend en uiteindelijk sterven. De bijbel noemt dat ‘lijden’. Zelf God identificeerde hij zich met ons.

Dat inspireert mij. En de Geest van God geeft me mogelijkheden. En opent ook mijn ogen. Voor wie om mij heen, in het leven van alledag, wellicht een steuntje kan gebruiken. Of een beetje begrip. Of een klankbord. Of een goed gesprek. Ik noem dat nu geluk.