Familie – 45 jaar na dato

@daphnespeckle fotografie

Zo ben je met z’n twee-en en zo word je omringd door elf prachtige mensen.
Wat een verhalen, wat een geschiedenissen, wat een toekomsten! Nederland, Amerika, Puerto Rico, Korea, de Antillen, Griekenland.
Tennis, tafeltennis, voetbal, boulderen, snowboarden, fietsen, playmobil en lego.
Gitaar, piano, klarinet, dwarsfluit.
Letterkunde, dierenliefde, liefde voor lezen, styling, zorg voor buddy’s en gehandicaptensport. IT, legal advice, moeder- en vaderschap.
Preken maken en Engelse les, NT2.
Maar vooral: samen eten, samen delen, samen lachen en (soms) samen huilen.

We missen elkaar in deze quarantainetijd. Ik werd onlangs 65 jaar en we zouden het in Drenthe vieren. Het ging niet door. Klein leed. En de alternatieve viering was ook feestelijk.

Ik ben God dankbaar voor deze mooie mensen. Voor alles wat ik van hen ontvang aan warmte en liefde en wat ik van ze mag leren. Dat zijn Gods armen om mij heen.

Ik eindig met een lied van onze zoon Lukas Batteau, singer songwriter.

De doden en mijn dromen

Komt het door de dagelijkse melding van het aantal gestorvenen tijdens deze coronacrisis?
Komt het door het nieuws dat iedere dag weer meldt hoe nijpend de situatie is in Spanje, Italië en New York? Hoe schrijnend het is in Nederland voor zieken op de IC die alleen sterven?
Maar de laatste weken droom ik steeds over geliefden die gestorven zijn. Sommigen al lang geleden. Haarscherp zijn ze aanwezig. Ik zie en voel ze. Zoals mijn zwager die in 1980 overleed op 35-jarige leeftijd door een tragisch ongeval.

Als een broer

Mijn zwager was als een broer voor me. Ik was vijf of zo toen mijn zus al jong (ze was veertien, denk ik) verkering kreeg met hem. Hij was er gewoon altijd bij in mijn herinnering. Op zondagen na de kerk bij het koffiedrinken, met vakanties. Als een lid van de familie. Hij was vriendelijk, droog en maakte me aan het lachen.

Mijn zus en hij trouwden in 1968, op een snikhete dag in wat volgens mij de  warmste zomer ooit was tot dan toe. Ik was twaalf of dertien en zo trots als een pauw. Ik droeg een lange jurk en een hoed en mocht tafeldame zijn van een van de broers van mijn zwager. Mijn eerste bruiloft. Een dag om nooit te vergeten.

Eind 1979, begin 1980, zouden echtgenoot en ik naar Zuid-Korea gaan voor een langere periode. Zo’n vertrek was toen ingrijpender dan nu, met als enige mogelijkheid tot communicatie brieven schrijven. Telefoneren alleen in uiterste gevallen. Het was duur en de verbinding was slecht. 

Mijn zus en zwager waren toen al een paar jaar gescheiden, maar ik had nog steeds contact met hem. Het ging (psychisch) niet goed met hem. We zijn nog een dag naar de dierentuin geweest, met ons dochtertje. Ik weet niet goed meer wanneer we elkaar voor het laatst zagen.

Hoe rouw je op afstand?

Toen, na onze eerste paar maanden in Korea, kwam het telefoontje. Hij is overleden. Een tragisch ongeval. Een week later ontvingen we nog een kaart van hem, geschreven vanuit Parijs…Geschreven en verstuurd vlak voor zijn dood. Hoe bizar was dat.

Hoe rouw je wanneer je alleen bent, zonder andere familie en vrienden die hem een levenlang kenden? Hoe rouw je wanneer je geen afscheid kunt nemen? Hoe rouw je wanneer je niet samen met anderen een geliefde kunt begraven? Vragen die nu met het coronavirus ook gesteld worden. Ik heb er geen antwoord op. Ik zat aan het andere einde van de wereld, zelf verwikkeld in een enorme aanpassing aan de Aziatische cultuur. Je schrijft brieven aan iedereen, leeft mee, maar tot op de dag van vandaag heb ik het gevoel niet echt gerouwd te kunnen hebben.

En dan is er opeens die droom. Hij is er, staat in de kamer en ik vlieg hem om de hals. Mijn grote broer! Ik schreeuw het uit van blijdschap dat ik hem weer zie. Ik heb je zo gemist! Ik voel geen verdriet, maar blijdschap. Hij is er weer. Maar bij het wakker worden is hij weer weg.

Ik leef mee met de nabestaanden van hen die nu sterven en die er niet bij kunnen zijn. Die niet het gezicht kunnen strelen van de geliefde die hen verlaten gaat. Die niet nog eens kunnen zeggen hoeveel diegene in hun leven betekend heeft. Die geen tranen kunnen storten omdat alles zo vervreemdend is. Die niet een laatste groet kunnen brengen aan het graf en zich niet kunnen laven aan de warmte van wie mee-lijden. 

Goede Vrijdag en Pasen

Dat God Zich over ons allen ontfermen mag. Ik geloof dat Hij er bij is. Ook als het niet zo voelt of lijkt. Het troost me om te weten dat Jezus stierf in eenzaamheid, verlaten van God en mens. Hij weet hoe dat is. Maar straks is het Pasen. In de vroege ochtend stond Hij op, zag Maria Hem, mocht hem aanraken! Zo’n ontroerend moment vind ik dat. Ze denkt dat Hij de tuinman is, maar aan Zijn stem en de manier waarop Hij haar naam noemt herkent ze Hem. Rabboeni, zegt ze dan…wat zal ze gevoeld hebben? Het doet me een beetje denken aan mijn droom: Mijn grote Broer! Je bent er weer! Ik heb je zo gemist!

De dood is er. En we hebben verdriet en we rouwen zo goed en kwaad als het kan. Maar de dood is overwonnen. Straks vieren we Goede Vrijdag en Pasen. Die belofte geeft me troost.

Lente in tijden van Corona

IJsselstein, Noord Ijsseldijk

Deze onstuimig bloeiende lente en het heftige Coronavirus zullen, denk ik, voor altijd verbonden blijven in mijn herinnering. Nooit eerder heb ik de lente zo intens beleefd als gedurende deze bizarre periode van quarantaine vanwege het virus. De natuur is in een aanstekelijke schaterlach uitgebarsten terwijl wij tot bezinning worden geroepen over wat nu uiteindelijk telt in het leven.

De mist trekt op

Ik heb het gedicht Lente van Vasalis al eens eerder op mijn blog gezet, geloof ik. Ik moet er nu steeds aan denken. Omdat de lente zo fantastisch mooi is deze afgelopen week. En tegelijk zo onverwacht. De lange grijze regenweken (of waren het maanden?) die bijna niet door te komen waren. De mist die over het leven hing, letterlijk en figuurlijk. En dan opeens het onzichtbare, volkomen onvoorspelbare virus dat ons allemaal wakker schudde. De mist verdween en alert en klaarwakker zitten we in een ongekende crisis. En alsof het weer meedoet is er geen spoor van mist of zelfs maar een wolk te bekennen. Helder is het. Strakblauwe (iemand zei, neon indigo) hemel en een zonovergoten wereld.

Eerst het gedicht weer:

Voorjaar

Het licht vlaagt over ’t land in stoten
wekkend het kort en straf geflonker
der blauwe wind-gefronsde sloten;
het gras gloeit op, dooft uit, is donker.
Twee lammren naast een stijf grauw schaap
staan wit, bedrukt van jeugd in ’t gras…
Ik had vergeten hoe het was
en dat de lente niet stil bloeien,
zacht dromen is, maar hevig groeien,
schoon en hartstochtelijk beginnen,
opspringen uit een diepe slaap,
wegdansen zonder te bezinnen.


M. Vasalis
In: Parken en woestijnen, 1940.

De harstocht van de ontwakende schepping.

Het ’hevig groeien’ en ‘opspringen uit een diepe slaap’ is zowel in tegenstelling tot wat we nu beleven tijdens Corona als een uitdrukking ervan. Het virus gaat ‘zonder bezinning’ zijn gang. We waren ook vergeten hoe het was: afhankelijk zijn, zonder controle. We zijn wakker geroepen uit een diepe slaap van zelfgenoegzaamheid. Althans, zo beleef ik het.

Maar ook, de dagen rijgen zich gezapig aaneen. Er is genoeg te verzinnen binnenshuis maar met die lachende, springende en dansende natuur buiten is het binnenleven toch van een zekere saaiheid. Wat hadden we veel afleiding! Een kop koffie op een terrasje, een museumbezoek (wat word ik blij van kunst), een film, met vrienden of familie gezellig samen komen. Mijn 65e verjaardag zouden we vieren met het hele gezin in Drenthe. Niet dus.

Ik mis de kerkdienst

En wat ik nu het meeste mis is de kerk. Die gewone kerkdienst. Samen zingen, samen bidden, samen luisteren naar en leren van Gods Woord. Oh, ik doe het thuis ook wel. Ik luister online naar meer diensten dan ik normaal op zondag doe! Maar de samenkomst is, weet ik nu, onvervangbaar. Juist het elkaar ontmoeten, even meeleven, even de sterke band van het gedeelde geloof in Christus ervaren. Het is uniek en ik ervaar een fractie van wat zussen en broers ervaren die in landen wonen waar men nooit bij elkaar kan komen. Ik denk aan Noord Korea. Geen troost van samenkomen en de dreiging van een ongekende ramp door het virus. Mensen zijn zwak en ondervoed, dus uitermate vatbaar. Maar hun vertrouwen op God is al zoveel sterker gebleken dan dat van ons. Door de onderdrukking komen er steeds meer christenen bij.

Vergankelijk en fragiel

Bijzonder is het dat we in onze bevoorrechte maatschappij plotseling ons realiseren dat niets vanzelfsprekend is. Je weet het, maar het dringt nu door. Een kennis van ons kreeg van de huisarts een brief met daarin het verzoek na te denken of men ja dan nee op de IC terecht wilde komen in het geval van besmetting. Blijkbaar worden alle ouderen erop voorbereid daarover na te denken. Ik ben nog geen 70+ maar echtgenoot wel. En dan moet je dus toch nadenken over een mogelijke dood. Ik vind dat niet zo erg. Maar opnieuw besef je: het leven is inderdaad vergankelijk en uiterst fragiel.

En wat erg wanneer je iets ernstigs hebt dat niet gerelateerd is aan Corona. Vrienden van ons hebben weken moeten leuren bij huisarts en specialisten voordat een van hen werd opgenomen met een zeer ernstige huidaandoening.

De portemonnee

De economische gevolgen zijn niet te bevatten nog. Echtgenoot gaat niet meer uit preken en mist dus een deel van ons inkomen daardoor. Ik werkte via een persoonlijk budget voor een gezin in de huishouding 1x in de week. We hadden niet kunnen voorzien dat dit zo plotseling zou stoppen. We redden het wel, hoor. Er zijn veel schrijnender gevallen. Maar weer, omdat je er zelf mee te maken hebt begrijp je des te beter hoe het mensen kan treffen.

En toch

Ik kijk naar buiten en zie in de weilanden voor ons huis de vogels, de ganzen, de meerkoeten en af en toe een kievit. Ik zie de hazen rennen. Ik zie het riet buigen onder de straffe wind van de afgelopen week. Ik zie de lammetjes en hoor de merel. Dan overvalt me een gevoel van vertrouwen en rust. God laat Zijn schepping niet in de steek. Alle eeuwen door werd het weer lente.

Liefde en lastigheid

strip van http://www.sigmundonline.nl tekenaar Peter de Wit

Ik loop al een aantal maanden op met een naaste die een rottijd heeft. Allerlei persoonlijke omstandigheden maakten dat het draadje knapte en het kost dan altijd veel tijd om het weer aan elkaar te knopen.
Wat doet dit met mij? Allereerst kan ik wel zeggen dat het een dagelijkse les in nederigheid is. Waar je als mens de neiging hebt bij een probleem in oplossingen te denken besef je bij psychische pijn dat die oplossing er echt niet zomaar is. Ongelukkig zijn, van een ander, of jezelf, is moeilijk te verdragen. Het is als lichamelijke pijn die het functioneren belemmert. Alleen is er bij fysieke pijn meestal de (relatieve) troost van pijnstilling, slaap, het ontzorgen van degene die pijn lijdt. Bij psychische pijn is dat een stuk moeilijker. Alles is immers verstoord. De slaap ontbreekt of brengt nachtmerries. Het vermogen troost of steun te ervaren is afwezig. Het kunnen genieten van kleine dingen is er niet. Angst of somberheid overstemt alles. Alles is uit het lood geslagen en hulp lijkt buiten bereik. 

De taak van wie optrekt met degene die pijn lijdt is dus heel beperkt en bestaat meer uit niets doen dan van alles bedenken. Toch is mee-lijden niet passief, heb ik wel gemerkt. Integendeel, er zijn voor de ander is in feite heel actief, het vereist namelijk concentratie en wilskracht. Het is meer dan lichamelijk aanwezig zijn.  Met hart en ziel er zijn is een inspanning. Want mijn hart en ziel zijn snel afgeleid. Er is namelijk van alles te doen. Binnenshuis en buitenshuis. Maar die ander heeft het nodig dat ik luister. Steeds weer luister. Gehoord worden en gezien worden is als pijnstilling voor ieders ziel. Ik weet het uit eigen ervaring. In donkere tijden voor mezelf waren er een paar mensen die ruimte maakten om te luisteren en door te vragen. En steeds daarna voelde mijn last wat lichter. Soms maar even, maar toch…

Het zware delen, verdriet tonen ook wanneer je denkt dat het nergens over gaat, het is de eerste stap op weg naar heling. En toch is dat vaak zo moeilijk voor ons. We oordelen streng over onze gevoelens.
‘Ik heb geen reden tot verdriet’.
‘Anderen hebben het zwaarder dan ik’.
‘Het is mijn eigen schuld’. 
‘Ik wil een ander niet tot last zijn’.
‘Ze zullen me zwak vinden’.

Zoveel redenen waarom we alles inslikken en een buitenkant tonen die als een masker is. Waarachter we soms langzaam stikken als we het te lang dragen. We hebben het zo nodig dat we regelmatig ons masker kunnen afzetten en bij vertrouwelingen gewoon kunnen zeggen dat het leven best wel zwaar kan zijn. Dan krijgen we weer even lucht en kunnen we verder. In een interview over zijn boek Liefde zegt Dirk de Wachter (Vlaams psychiater) het zo:

Dat is mijn volgende punt, maar misschien zeg ik nu hele rare dingen. De liefde toont zich niet alleen in de gewonigheid, maar ook in de lastigheid. En dan heb ik het niet over grote drama’s, maar over een functioneringsgesprek, waarin je niet erkend wordt voor het werk dat je gedaan hebt. Je baas is ontevreden. Je komt thuis, in zak en as, gekwetst in je rechtvaardigheidsgevoel, en je geliefde luistert, toont zich begripvol. Daarin laat de liefde zich ten volste zien. Juist in die lastige momenten hebben we elkaar nodig. Dan toont zich de hoge nood van de mens aan verbinding, aan iemand om bij te zijn. Als alles goed gaat, dan kunnen we ons eigen plan wel trekken. In de leukigheid lukt het wel alleen, in de lastigheid veel moeilijker.’

Verbinding is het sleutelwoord. In de lastige tijden kunnen luisteren, begripvol zijn. Ook als alles overhoop ligt kan dat toch even verlichting geven. Het is geen oplossing. Het is niet het enige. Maar het betekent veel voor wie het moeilijk heeft. Het maakt het duister iets minder donker.

Maar ook ik als luisteraar ervaar dat het samen zijn in die donkere kamer het leven een bijzondere betekenis geeft. Het bevestigt als het ware mijn roeping om niet alleen voor mezelf te leven maar om metgezel te zijn op aarde. Zoals Jezus kwam om mee te lijden met mensen om in onze duisternis het Licht te zijn. Want dat is het. In de moeite van de ander herken je de moeiten van je eigen leven en samen breng je die last bij het kruis. Om samen kracht te ontvangen. Om samen weer struikelend op weg te gaan. Maar niet zonder hoop. Want Jezus heeft de moeiten en de dood overwonnen.

Dat hebben de afgelopen maanden me opnieuw geleerd. Dat geven ook ontvangen is!
(Lees bijgaand commentaar op deze afbeelding van de Barmhartige Samaritaan het verhaal dat Jezus vertelde in Lukas 10).

Hysterisch historisch, Tafeltranen en Breakdance

Negen jaar heb ik bij ons om de hoek, in het Westbroekpark in Scheveningen, de Parade (een rondtrekkend theaterfestival) opgebouwd zien worden. Wel eens over het terrein gelopen maar nooit een voorstelling gezien. Tot mijn vriendin Ans zei dat ze nooit iemand kon vinden die met haar mee wilde naar de Parade. Dat was een goeie aanleiding om samen af te spreken op het festival in Utrecht, in het Moreelse park. Het weer was schitterend en het was alsof we even op vakantie waren, in Franse sferen. Het theaterfestival wordt een weeklang gehouden en op het terrein worden allerlei tenten en paviljoenen gebouwd. Veel lijken zo uit het begin van de vorige eeuw te komen en zijn of echt antiek of knap nagemaakt. Er staat een vintage draaimolen, er is een kinderprogramma en overal kun je eten en drinken. De ambiance is geweldig.

Mijn vriendin had een selectie gemaakt van drie voorstellingen, elk van een half uur en ik sloot me erbij aan. Het karakter van alle optredens op de Parade is enigszins bizar en absurdistisch, dat wist ik van tevoren. Verder had ik geen idee wat te verwachten. We begonnen bij ‘Tisch und hihi tranen’, opera-achtig theater. Met drie spelers, twee vrouwen en een man. In een krappe ruimte met houten banken, waar we hutje mutje zaten. Ik begreep er weinig van, maar de nabijheid van de spelers, hun theatrale expressie en de muziek van Purcell, die de droefheid der mensheid moest uitdrukken, raakte me toch. Iets van een rauwe klacht klonk erdoorheen. Vooral Dido’s Lament, gezongen door Benjamin Meirhaeghe, de maker van het stuk, bezorgde me kippenvel. Lees hier de lovende recensie in de Volkskrant.

Na een half uur gingen de deuren van het snikhete minizaaltje weer open en konden we door naar de volgende: Hysterisch Historisch, de geschiedenis der mensheid in 30 minuten. Via ludieke methodes, waaronder ballen gooien, kon het publiek kiezen waar de geschiedenisles over zou gaan. Geheel ‘democratisch’ kwamen we tot het onderwerp Griekse Liefde in de oudheid.

Daar gaan we dan, dacht ik. Ik had liever een ander onderwerp gekozen, haha. Wat volgde was (uiteraard) een ludieke, maar toch leerzame les over wat die Griekse liefde inhield. Het kwam er op neer dat Griekse mannen grenzeloos hun gang konden gaan, ten koste van slaven, slavinnen en vrouwen. Naderhand hadden vriendin en ik nog een interessant gesprek over de christelijke seksuele moraal die vooral tegen deze achtergrond revolutionair moet zijn geweest. Vriendin ziet alleen onderdrukking in de kerk. Dit was een nieuw perspectief. Gelijkheid van man en vrouw in het huwelijk. Geen misbruik van slaven en/of slavinnen. Monogamie. Voor vrouwen was dat een ware verheffing. (1 Kor.7:1 – 5; )

Het is goed voor een man om niet te trouwen. 2 Maar om te voorkomen dat jullie verkeerde dingen gaan doen, is het toch beter om te trouwen. Iedere man moet zijn eigen vrouw hebben en iedere vrouw haar eigen man. 3 Het is goed voor een echtpaar om regelmatig met elkaar naar bed te gaan. 4 Als de man graag wil, moet zijn vrouw geen nee zeggen. En als de vrouw graag wil, moet de man geen nee zeggen. 5 Het kan gebeuren dat je samen afspreekt om een poosje niet met elkaar naar bed te gaan. Bijvoorbeeld omdat je meer tijd wilt hebben om te bidden. Maar daarna ga je weer gewoon met elkaar naar bed. Anders krijgt de duivel de kans om je te verleiden tot verkeerde dingen, omdat je je niet kan beheersen. (Basisbijbel)

Na deze ongezochte maar toch leuke verdieping kregen we nog een half uur breakdance en acrobatiek te zien door de Ruggeds. Blijkbaar erg bekend door World of Dance. Een competitie op TV. De grootste theaterzaal was dan ook afgeladen vol. Gaaf om te zien, maar soms wat lang uitgesponnen scenes voor onze smaak. Maar het publiek was laaiend enthousiast.

Wij waren klaar. De hitte in de zaaltjes was vermoeiend en we waren toe aan verkoeling en wat te eten. Het leek of we dagen weg waren geweest, zo compleet is de ervaring. Bij een biertje en een lekkere hap praatten we nog een tijd na. Onder de koele schaduw van hoge bomen en een zachte avondwind.

Kleine dingen met grote liefde

Ik ontdekte laatst via mijn dochter dit muziekproject: The Porters Gate, een groep begaafde musici in de VS die samen muziek willen maken om in de kerk te gebruiken. Een soort “Psalmen van Nu” maar dan met eigen teksten en muziek. Het lied wat volgt Little Things With Great Love sprak me aan vooral vanwege de tekst. Ik heb namelijk een moeilijk te bestrijden neiging tot het willen doen van ‘grootse’ dingen. En neer te kijken op de kleine dingen van mijn leven. Dit lied bepaalt me weer bij de betekenis van wat ik doe. Het gaat niet om de ‘maat’ maar om de wijze waarop. En wat kunnen kleine dingen dan een grote betekenis hebben.! Ik draag het ook op aan diegenen die al jaren (vaak ongezien) moeten zorgen voor een demente partner, of hun geliefde (jong) verloren hebben en nieuwe betekenis voor hun leven moeten zoeken. Of aan diegenen die zelf ziek zijn en zeer beperkt in hun doen en laten. Elke kleine handeling gedaan uit liefde is als een bloem in God’s tuin.

In the garden of our Savior no flower grows unseen
His kindness rains like water on every humble seed
No simple act of mercy escapes His watchful eye
For there is One who loves me His hand is over mine

In the kingdom of the heavens no suffering is unknown
Each tear that falls is holy, each breaking heart a throne
There is a song of beauty in every weeping eye
For there is One who loves me His heart, it breaks with mine

O the deeds forgotten, O the works unseen
Every drink of water flowing graciously
Every tender mercy You’re making glorious
This You have asked of us: Do little things with great love
Little things with great love

At the table of our Savior, no mouth will go unfed
And His children in the shadows stream in and raise their heads
O give us ears to hear them, and give us eyes that see
For there is One who loves them. I am His hands and feet

De onvolmaaktheid der dingen

Samen zochten we songs van zijn vader. Mijn kleinzoon en ik. Op YouTube, waar alles te vinden is. Eerst zijn favoriete lied en dan ik weer. Hij vond een instrumentaal nummer het mooist. Slow Traveler:

Ondertussen werd ik aan het werk gezet.
‘Oma, als jij nu een kaart van Amerika tekent, schrijf ik de namen van alle staten erin.’ Mijn kleinzoon is een grote fan van de VS.
Terwijl ik zweette over de kaart (met alle staten) zocht hij de titels van de liedjes op mijn laptop. Zo stuitten we op het lied: To say a prayer . Opeens herinnerde ik me weer hoeveel indruk dat lied aanvankelijk op me maakte. Zowel wat de muziek als de tekst betreft. Helaas, kleinzoon vond het wat saai en aangezien ik nogal worstelde met de Oostelijke staten en ministaatjes van Amerika (ik kreeg ze met geen mogelijkheid in de juiste vorm uit mijn potlood) besloot ik op een later tijdstip nog eens uitgebreid te luisteren.

Na de logeerpartij kreeg ik weer de ruimte om dat te doen. Het lied was blijven haken en had een snaar geraakt. Ik praat namelijk vaak met mensen die in hun leven een kloof ervaren tussen wat er is in hun leven en wat er volgens hen had kunnen of moeten zijn gezien inspanningen, talenten, leeftijd en verwachtingen. Ik praat daar niet alleen over met anderen, ik ervaar die kloof bij tijden ook zelf. De onvolmaaktheid der dingen, zal ik het maar noemen. Extra pijnlijk in onze overspannen succescultuur. Ambitieus zijn, hard werken, ervoor gaan, in je kracht staan, nou ja, de bekende taal met de daaraan verbonden visuele glorie-expressie van Facebook en Instagram. Ik schuif het niet helemaal van tafel als onwaar en slecht, hoor, ik post zelf ook leuke dingen. En je inspannen om iets te bereiken is ook normaal.
Toch blijft voor mijn gevoel een hele dimensie van het menselijk bestaan vaak onbenoemd en onderkend. Namelijk die van het lijden. Het verdriet. De zwakte. De tegenslag. De teleurstelling. Wanneer de dingen je bij de handen afbreken. Wanneer het succes uitblijft. Wanneer er ziekte komt. Als de dood toeslaat.

Daar gaat het lied gaat over. Eerst maar de tekst:

Normally I’d suggest,
To suffer the consequences
And reach for the stars

With patience
and relentless persistence

But already I confess

That in my experience
The only thing I can recommend
Is a lesson in helplessness,


To give it up
To see the end
To give your heart

to break not bend
To say a prayer

To walk alone
To reach the end
To give your heart

To break not bend
To say a prayer

Na het lied volgt een tekst (met toestemming gebruikt) gesproken door Ramon Gieling naar aanleiding van zijn film Erbarme Dich. Een uitvoering van de Mattheus Passion waar dak- en thuislozen met hun verhalen aan meewerken. Een aangrijpende documentaire. Gieling spreekt over verdriet:

Sadness is a place in your life that is always there but you don’t enter, until something takes you to a place where you have to surrender. You have to give up, you have to say I don’t know the answer…this is too much for me. And that place of surrender means you have to give up the illusion that you are in control. You have to recognize That your life is being directed not by you and you are not the author of the script. And after surrender, after going to the lowest place there is a radical opening and life is organized in such a way that eventually it stops you in your tracks and the ache and the unconsolable place of melancholy sends you seeking for something deeper…

Terwijl ik dit schrijf voel ik al een druk om te zeggen dat het allemaal wel erg somber aan het worden is. Om vooral weer over te schakelen naar hoe goed en fijn en mooi alles is. Want verdriet ervaren, dat is oké, maar tonen, dat ligt toch wel lastig in onze cultuur. Zij/hij was zo flink, is het hoogste compliment dat we kunnen bedenken wanneer iemand zijn tranen inslikt bij een begrafenis. We voelen ons ongemakkelijk wanneer iemand ongelukkig is. Dat willen we oplossen. De Belgische psychiater Dirk de Wachter zegt: het is niet normaal hoe graag wij alleen gelukkig willen zijn. Succes willen hebben. Willen scoren.

Wat ik boeiend vind is dat deze psychiater, die met zijn boodschap van matiging in verwachtingen volle zalen trekt, eigenlijk de boodschap van de bijbel brengt. Er is geen boek zo nuchter en realistisch over het vluchtige menselijk geluksgevoel dan de bijbel. En de ruimte die de bijbel biedt voor ‘negatieve’ emoties is onbeperkt. Wie regelmatig de psalmen leest leert vanzelf verwachtingen van ‘aardse’ dingen te temperen en niet alle hoop op mensen te stellen. Beiden, allerlei ‘aardse’ zaken als werk, bezittingen, muziek en de menselijke dingen als relaties, zijn een geschenk en om van te houden en genieten. Tegelijk is de boodschap helder, als je daar alles van gaat verwachten gaat het je nog eens vies tegenvallen.

De Wachter en Gieling zeggen eigenlijk allebei dat je ongelukkig voelen de weg kan vrijmaken naar een diepere ervaring in je leven. Verlies opent de mogelijkheid iets nieuws te ontvangen. Het dwingt iemand om verder te zoeken naar wat dan een blijvender vreugde kan geven.

We zien De Wachter in een kerk in Antwerpen. We horen prachtige koormuziek van Bach. Hij wijst op de stilte, de vertraging in de tijd in een dergelijke omgeving. De rituelen die je weer bepalen bij het tijdelijke van ons leven.
‘Laten we leren om weer wat ongelukkig te zijn’, zegt hij.
Laten we het verdragen dat anderen om ons heen soms ongelukkig zijn. Nabijheid krijgt pas betekenis wanneer we elkaar nodig hebben, niet als we constant zogenaamd onze successen vieren. En dan is er het wonder dat we vreugde ervaren omdat we er voor elkaar zijn. En een gebed kunnen uitspreken.

To say a prayer.

Grote jongens huilen niet?

Man-Made
Ik zag gisteren een gedeelte van de documentaire die Sunny Bergman maakte over mannelijkheid, Man Made Wat is dat eigenlijk en hoe beïnvloeden maatschappij en cultuur de perceptie die we hebben van wat mannelijk en vrouwelijk is? Mannen zijn sterk, ondernemend, huilen niet enzovoort. Wat clichématige karaktertrekken waarvan ik dacht dat die niet meer zo golden, maar die toch nog steeds door veel mannen worden genoemd als typisch mannelijk. Sunny laat ook zien dat veel mannen in verwarring zijn over wat er nu eigenlijk van ze verwacht wordt. Ze moeten gevoeliger zijn, meer over emoties praten, maar ook beschermen en leiderschap vertonen. Sommige mannen hebben daar geen moeite mee, anderen verlangen terug naar de oude rolverdeling.

Nature-Nurture
Ik heb de documentaire niet helemaal uitgekeken omdat er nogal veel herhaling in zat en weinig zelf-kritisch was. De boodschap was duidelijk, verschillen zijn ‘man-made’, komen voort uit wat de maatschappij verwacht van meisjes en jongens. Dat is een discussie die allang gevoerd wordt en er zijn onderzoeken die duidelijke verschillen aantonen in de hersenen van man en vrouw en ook onderzoeken die meer de overeenkomsten benadrukken. De bekende nature/nurture (genen/omgeving) discussie.
Mijn eigen bescheiden ervaring met drie dochters en een zoon was dat nature wel degelijk een rol speelt. Hoewel zoonlief met plezier met zijn zussen en de Barbies speelde (ja, sorry…) was hij toch de enige die auto’s en treinen ging tekenen op zeer jonge leeftijd. En hij was degene die de Barbie in een voertuig zette om op reis te gaan. Geen wetenschappelijk verantwoord onderzoek, dat geef ik onmiddellijk toe, maar het viel wel op. Ik moet er ook nog bij vertellen dat we nogal geïsoleerd leefden in Azië. Niet de invloed van TV en school dus.

Jezus huilt wel
Maar wat bij mij vooral naar bovenkwam tijdens het kijken naar de documentaire was dat je in de bijbel (die ik graag lees) zo’n enorm scala aan emoties tegenkomt, bij zowel mannen als vrouwen. Jezus die huilt als Hij de stad Jeruzalem intrekt waar Hij uiteindelijk gedood zal worden. Hij huilt in het openbaar, zonder enige schaamte. Het staat ook zo nadrukkelijk vermeld dat je er niet overheen kunt lezen. Lukas 19:41, Jezus was nu dichtbij Jeruzalem en toen Hij de stad zag begon Hij te huilen. En later als hij bij het graf van zijn vriend Lazarus staat: Johannes 11:35, Bij het graf begon Jezus te huilen. En zijn vrienden denken niet, wat een mietje, maar zeggen moet je eens kijken hoeveel Hij van Lazarus hield!

James Tissot 1836-1902 Brooklyn Museum via

Ik lees op dit moment het evangelie van Markus. Het verslag van Jezus leven op aarde, geschreven door een van Zijn volgelingen. Wat me opvalt is met name de tederheid waarmee Hij zieke mensen aanraakt om ze te genezen. Hij had dat niet hoeven doen. Er zijn voorbeelden waar hij alleen spreekt om iemand te genezen. Maar Markus schildert een portret van een zeer nabije Jezus die heel persoonlijk de mens benadert, hem aanraakt en geneest.

De mens zoals bedoeld
Tranen, tederheid, zachte omgang met mensen (m/v), boosheid en confrontatie vanwege schijnheiligheid, woede vanwege onterecht winstbejag in de tempel, ongeduld met voortdurend ongeloof en onbegrip. Als Jezus de mens is zoals God ons oorspronkelijk bedoelde, kent Hij alle emoties die menselijk zijn. Mannelijk en vrouwelijk. Geen noodzaak dus voor mannen om hun tranen te verbergen en voor vrouwen om alleen maar lief te zijn. Hoe moeilijk dat ook kan zijn in allerlei (vooral Noord-Europese) culturen.
Grote jongens mogen huilen en grote meisjes hoeven niet altijd lief te zijn. Dat leer ik van Jezus.

Shiva -Het verhaal van een ‘leprakind’

Straatkind
Hij is vier en heeft een broer en een zus. Zijn naam is Shiva. Ze leven op straat. Ze bedelen, dwalen rond en komen ‘thuis’ bij zieke ouders. Hun huis is een verzameling lappen en plastic ondersteund door stokken. Wat dekens, een paar pannen en een vuurtje voor het krot waarop gekookt wordt. De ouders hebben lepra.
Langzaam maar zeker verwoest de ziekte hun lichaam. Hulp zoeken toen het begon durfden ze niet. Als er ook maar iets naar buiten lekt over de ziekte worden ze verstoten uit de gemeenschap. Lepra is immers een straf van de goden.
Als de ziekte niet meer te verbergen is (lichaamsdelen worden aangetast) valt het vonnis. Het hele gezin wordt naar een leprakolonie verbannen. Afgezonderd van de gezonde mensen. Ze kunnen er slapen en voor het hoognodige wordt gezorgd. Maar overdag moeten ze er weg, naar een plek in de stad waar gebedeld mag worden. Voor Shiva en de andere kinderen is er geen school. Soms krijgen de ouders medicijnen, maar de ziekte is al te vergevorderd. Er is geen houden meer aan. (lees over het stigma van lepra in een artikel in de Indian Times van januari 2019)

foto courtesy of Indian Times

Het tehuis
De moeder kan niet langer voor haar kinderen zorgen. Ze verliest haar vingers, kan niet meer lopen. Shiva en zijn broer en zus worden van de straat gered door christelijke hulpverleners die begaan zijn met hun lot. Ze worden in een kindertehuis geplaatst. Waar al vierhonderd andere kinderen wonen. Allemaal kinderen van leprapatiënten. Blijf uit hun buurt. Zoals de melaatse in het evangelie moest roepen: Melaats, melaats.

Shiva is vier en wil naar zijn vader en moeder. Hoe ellendig hun situatie ook is. Hij weet niet anders. Hij graaft een gat onder het hek van het tehuis en ontsnapt. Een dag lang zoekt men hem. Als hij gevonden wordt krijgt hij straf. Weglopen mag niet. Voor Shiva van vier is de situatie niet te bevatten. Maar hij legt zich er bij neer.

Tot zijn zevende woont hij in het grote kindertehuis. Slaapt op een zaal met 30 andere kinderen. Eet in een grote eetzaal met een metershoog plafond en een stenen vloer. Het tehuis staat in de bergen en het kan er vriezen in de winter. Maar er is geen verwarming en geen warm water. Tot zijn dertigste zal hij niet de luxe van warm, stromend water kennen. Het klinkt als een verhaal van Dickens. Maar dit is het India van de jaren tachtig in de 20e eeuw. De 21e eeuw kent nog steeds vele Shiva’s.

Als hij twaalf is verhuist hij naar een (jongens)hostel. Drie kilometer verderop. Verbonden aan het hostel is een kleine boerderij. Met een paar koeien, varkens, kippen en een groentetuin. Zelfs een veld met tarwe voor de dagelijkse roti’s (brood). Alles wordt door de jongens onderhouden, die ook hun eigen eten koken. In de vroege ochtend staan ze op om hun taken te verrichten. Voor de kookploeg betekent dat deeg maken voor de roti’s voor een grote groep kinderen, voor het ontbijt en voor ’s avonds bij het eten. Deeg kneden, roti’s bakken, linzen weken en kruiden mengen. De rijst kan later. Voor de tuinploeg groente plukken, onkruid wieden, schoffelen. Voor de veeploeg koeien melken, stallen schoonmaken en beesten voeren. Daarna ontbijten. En naar school.

Na de middelbare school
School is klaar om twee uur. Daarna weer taken doen, studeren, een paar uur vrij, eten, opruimen en ’s avonds studeren tot 21.30 uur. Dag in dag uit. Alles doen de jongens zelf. Tot schoonmaken aan toe. En beesten helpen doden en slachten. Shiva leert ontelbaar veel vaardigheden die hem later goed te pas zullen komen.

Als school is afgerond wil de jongen verder leren. Niet een laag baantje ergens, maar studeren. Daar is echter geen geld voor. Ga maar werken, zegt zijn omgeving. Het tehuis zorgt voor de basis. Tot en met de middelbare school en dan sta je er alleen voor. Maar Shiva is zeer intelligent en leergierig en wil meer. Van huis uit Hindu, in het tehuis christen geworden, wil hij het christelijk geloof verder bestuderen. Hij wil Hoger Onderwijs. Wie kan hem sponsoren? Iemand vraagt hem om vrijwillig een jaar in de bergen onder de lokale bevolking te werken. Na dat jaar kan hij gesponsord worden. Shiva vertrekt en leeft in een grot. Als een soort Mowgli in Junglebook (van Rudyard Kipling). Met een bladerdek als bed, een open vuur om te koken, een waterval als douche. Hij helpt de dorpelingen met zaaien, jagen, oogsten. En vertelt hen over Jezus. Leest hen voor uit de bijbel. Laat hen zien hoe veel ontferming er is bij Jezus over hun harde bestaan. Zelf is hij het meest geraakt door die liefde. Jezus raakte een melaatse aan, ongehoord in Israel in die tijd en in het India van vandaag.

Jezus geneest een melaatse

Na een jaar gaat Shiva terug, in de hoop naar school te kunnen. Maar degene met wie de afspraak was is (met andere buitenlanders) het land uitgezet door een anti-christelijke regering. Niemand weet verder van de belofte. Er verlopen jaren tot het eindelijk mogelijk is met een beurs te gaan studeren. Maar dan krijgt zijn vader een herseninfarct en heeft zorg nodig, want zijn moeder is inmiddels door de lepra ernstig gehandicapt geraakt. Als oudste zoon zorgt Shiva voor de ouders tot hij weer weg kan. Want studeren zal hij. Hij weet dat hij alleen met studeren de cirkel van armoede kan doorbreken.

Het verhaal duurt lang en de obstakels waren hoog en veel, maar er komt een dag dat hij niet als student maar als docent verbonden is aan een opleiding. Hij heeft zich gespecialiseerd in religiewetenschappen. Is een expert op het gebied van Hindoeïsme. Zorgt voor zijn moeder die nog steeds in de leprakolonie wonen moet. Gaat er op bezoek met zijn twee dochtertjes die hun oma, die verstoten en zwaar mismaakte vrouw, omhelzen.

Opnieuw, ongehoord onder zijn volksgenoten. Shiva neemt de twee meisjes mee op kampeertochten waarbij hij hen leert vissen en vuurtjes stoken. En hoe ze de vis klaar moeten maken, met mes en al. Alles wat hij zelf gemist heeft als kind wil hij hen meegeven. Hij laat de slager zien hoe die een varken moet slachten, niet in hompen, maar in lekkere delen als haas en karbonades. Alles wat hij leerde komt van pas. Het leven in het kindertehuis was verre van ideaal. Er zijn verbeterpunten gekomen en er zijn er nog te gaan. Maar honderden kinderen als Shiva zijn van de straat gered en hebben kansen gekregen die van onschatbare waarde zijn. Een kindertehuis is niet altijd de oplossing. Maar in het geval van leprapatiënten de enige. Kinderen kunnen niet bij hun ouders blijven, zegt Shiva. Er is voor hen geen toekomst in de kolonies.

Sloppenwijk bij het spoor in Delhi

De Indiase regering beweert dat lepra niet langer voorkomt in India. Volgens Shiva is dat een politieke uitspraak en is lepra zelfs groeiend. Vooral in de arme staten als Bihar en West Bengalen. Omdat mensen naar andere staten vluchten om daar nog een tijd anoniem te leven voor ze terechtkomen in de lepradorpen, lijken de cijfers in de arme staten te zakken, maar de werkelijkheid is anders, zegt Shiva en  andere ex-bewoners van het kindertehuis vallen hem bij. Ngo’s en hulpinstanties uit het westen gaan, volgens hen, af op cijfers van de regering, die echter corrupt is en geen juiste statistieken verstrekt. Het is een schijnbaar onoplosbaar probleem. Lepra is een vloek, daar praat je niet over, je zoekt geen medische hulp, waardoor de lepra zich blijft verspreiden. De mentaliteit van de Indiase bevolking moet eerst veranderen, zegt Shiva. Het hindoeïsme leert dat ziekte een verdiende straf is van de goden en een teken van het kwaad. Die opvatting is diep verankerd in de cultuur. Terwijl lepra goed te behandelen valt maakt het stigma dat maar weinigen zich tot een arts wenden. Tot het te laat is.

Himalayan Tapestry, (HTjoy) en Chhayya cafe

Het cafe

Ik zit op het terras dat bij het Chhayya eetcafé hoort waar ik vandaag Annema Ebenezer (63) spreek, inspirator en manager van Himalayan Tapestry (HTjoy) sinds twintig jaar. Het terras biedt een spectaculair uitzicht op de bergen, uitlopers van het Himalaya gebergte. Op het dak achter me zitten twee apen die af en toe op de reling springen en twee bezoekers schrik aanjagen. Men is het gewend hier. Binnen haalt iemand van de bediening een nepgeweer dat alleen maar geluid maakt, maar de apen zijn er bang voor. Ik ben in Rajpur, een dorpachtige buitenwijk van Dehra Dun, een stad ten noorden van Delhi, India, met rond de 750.000 inwoners.

Uitzicht op de uitlopers van de Himalaya vanaf het terras; foto van de website van HTjoy

HTjoy

Twintig jaar jaar geleden stond op deze plek een ruïne. Annama Ebenezer, zag echter potentieel. Geïnspireerd door de liefde van Jezus en gezegend met een flinke dosis doorzettingsvermogen en vasthoudendheid zette ze in geloof een eerste stap op de moeizame, lange weg om haar visie te verwezenlijken. Zelf vat ze die visie op haar website zo samen: to go beyond providing minimum subsistence, to empower women and give hope for greater future for themselves and their children.  Kansarme, in vele gevallen misbruikte en mishandelde, vrouwen meer dan een bestaansminimum bieden en hen door het aanleren van vaardigheden en het verdienen van een eigen inkomen hoop te bieden voor de toekomst van henzelf en hun kinderen. Een stap in het doorbreken van de armoedecirkel waarin zoveel nog gevangen zitten.

Kansarme vrouwen

In India is het bestaan voor arme vrouwen zwaar. Vrouw zijn en van arme afkomst, maakt, ook in het India van nu, vrouwen kwetsbaar en biedt hen weinig uitzicht op een goede toekomst. Meisjes (als ze niet geaborteerd zijn) worden nog steeds veel te vroeg uitgehuwelijkt aan soms veel oudere mannen, hebben fysieke problemen door het te jong krijgen van kinderen (afgezien van de psychische trauma’s), worden slecht behandeld door echtgenoot en/of de schoonfamilie als zonen uitblijven, en dan is er daarnaast nog de uitbuiting door werkbazen, tot slavernij aan toe. Iets wat te lezen valt op websites als die van IJM (International Justice Mission). In India wonen de meeste slaven. Tussen de 13,3 en 14,7 mensen. Mannen, vrouwen en kinderen. Vrouwen en kinderen zijn vanwege hun positie het meest kwetsbaar.

De weg die God gaat

Vrouwen die steun nodig hadden bleven op het pad komen van Annama. Als student ging ze, samen met een medestudente, iedere zaterdag eropuit om van huis tot huis mensen over Jezus te vertellen. Zo kreeg ze al veel verhalen te horen over het harde leven van veel vrouwen. Ze was daar gevoelig voor. Haar eigen moeder stierf toen ze drie maanden was en al snel daarna trouwde haar vader met een andere vrouw en liet zijn twee dochters achter bij zijn ouders. Toen die stierven adopteerde een oom Annama. Van haar tante heeft Annama weinig liefde ontvangen. Daar kwam nog bij dat ze door polio gehandicapt was geraakt en moeilijk kon lopen. In de cultuur van het sterk hindoeïstische India van toen en nu is dat een stigma. Ze ziet het zelf als onderdeel van haar vorming door God om anderen te kunnen helpen.

Later als docent spande Annama zich in om vrouwen van getrouwde studenten, zonder scholing, praktische cursussen te laten volgen, gesubsidieerd door de overheid. Zoals een cursus voeding en hygiëne. Of ze ging samen met vrouwen zonder inkomen aan de slag om van oud materiaal, nieuwe handvaardigheidsproducten te maken en verkopen. Een hele praktische benadering om vrouwen te leren zien dat ieder mens van God talenten krijgt of je nu een onaantastbare, mishandelde, door ouders verkochte of verstoten vrouw bent of de beste opleiding hebt gekregen, we zijn allemaal in Gods beeld geschapen. Met talenten. Die mag je ontdekken en gebruiken om de juiste training te krijgen. De een heeft daar wat meer steun bij nodig dan de ander. Zelfvertrouwen te herwinnen. Het hoofd weer op te heffen. Veel vrouwen zetten zich in voor hun kinderen. Als hun kinderen goed onderwijs krijgen is de cirkel van armoede te doorbreken. Alles in het vertrouwen dat God het is die zegent.

De opbouw van het pand

De vervallen ruïne en de grond waarop die stond werd haar ter beschikking gesteld door een zendingsorganisatie die het niet langer gebruikte. Al het spaargeld werd gebruikt om van de ravage een huis te bouwen. Het begin in 2001 was klein en eenvoudig en diende als opvang voor vrouwen in acute nood. In de loop van twintig jaar ontstond echter iets wat je een kleinschalig bedrijf kunt noemen: Himalayan Tapestry waar mooie, kwalitatief hoogwaardige producten worden gemaakt. Geen snelle kleding in een sweatshop voor de H&M’s van de wereld, maar handgemaakte producten met aandacht en liefde gemaakt. Zoals de zijde die geverfd wordt zonder chemicaliën. Met alles uit de natuur. Bloemen, bladeren, bessen, de bast van bomen, schillen van groente en fruit of zelfs met thee. Vrouwen met talent leerden stof te bedrukken met een eeuwenoude blokprint techniek. Anderen versierden artikelen met fijn borduurwerk. En er kwam een winkel waar de producten verkocht konden worden.

Het proces van eco-dyeing; foto van de website van HTjoy

Het pand werd verder uitgebreid Vrouwen die betrokken raakten, maar geen vaardigheid of plezier hadden op het gebied van textiel kregen een kook- of baktraining. Om hun werk rendabel te maken opende Annama een eetcafé. Chhayya, wat Schuilplaats betekent. Dat wil ze de vrouwen ten diepste bieden: een schuilplaats, zoals alleen God die kan schenken. Zelf benadrukt ze ook voortdurend dat het Jezus is die dit werk begonnen is en dat Zijn Geest er woont.

Gasten vragen vaak waarom het hier zo vredig is en dan zeg ik dat dat door Jezus komt. Jezus woont hier en daarom ervaren mensen een weldadige rust hier. Actief evangeliseren is riskant in India, maar antwoord geven op een vraag is ook een manier. Zo kom ik vaak tot hele mooie gesprekken.

De serene stilte op het terras wordt alleen doorbroken door het geluid van de vele vogels. Voor me op tafel staan Indiase snacks. Een dunne, knapperige pannenkoek van rijstmeel met verschillende chutneys en gefrituurde linzenhapjes. Indiase gasten, vooral jongeren, komen overigens ook graag voor het meer westerse eten. Chicken potpie, frietjes, tosti’s en bagles. Alles met een Indiase twist. Maar vooral komen de gasten voor de ruimte en de rust die het café uitstraalt.

Vrouwen die hier werken zijn niet allemaal christen,
sommigen zijn moslim of hindoe. Christen zijn is geen voorwaarde voor hulp. Ik lees aan het begin van de werkdag de bijbel en we bidden samen. Aanwezigheid is niet vereist. Maar het geeft een fijn en vredig begin van de dag. We delen zorgen en bidden voor ieders situatie.”

Nogmaals HTjoy

Waar komt eigenlijk de naam Himalayan Tapestry vandaan? In Dehra Dun heeft men het over Chhayya als ze refereren aan Annama’s werk. Vijf jaar geleden is het eetcafe grondig gerenoveerd met hulp van een sponsor en zoals gezegd populair. Onder de bezoekers ook veel yogacursisten die naar Rajpur komen voor een retraite. Ook met hen heeft Annama interessante gesprekken. Maar Chhayya ontstond echter na Himalayan Tapestry Joy, afgekort tot HTJoy, de oorspronkelijke naam die aan het werk onder de vrouwen gegeven werd. Het leven als een tapestry, een geweven tapijt. De gebeurtenissen in ieders leven die soms willekeurig lijken maar toch een geheel vormen, zoals de schijnbaar onontwarbare draden van een tapijt een tekening gaan vormen. Levens van de vrouwen en Annama die als draden samen geweven zijn en ten diepste levens waar als een gouden draad de vreugde die Jezus geeft doorheen geweven is. Die heling, herstel en het vermogen tot vergeven schenkt.

De toekomst

Wat is de toekomst voor het kleine, ideële bedrijf? Winstgevend hoeft het niet te worden, maar iedere maand is er de spanning of er voldoende financiën zijn om de vrouwen die er werken te betalen. Het café loopt goed. Voor HTjoy wordt gezocht naar een formule die recht doet aan de geest van de organisatie, maar tevens een stabiele economische basis biedt. Men zoekt een brug naar de westerse markt. Er komen orders van Amerikaanse ontwerpers die ethische kleding willen verkopen. Die kopen niet uit liefdadigheid, maar omdat ze geloven in de formule van Annama. Eerlijke, mooie, duurzame producten, gefabriceerd door vrouwen met talent. Annama gelooft in een sterke God. Hij zal voorzien zoals Hij vanaf het begin voortdurend gezorgd heeft en wonderen heeft gedaan. God werkt echter meest door mensen en het gebed blijft nodig om mensen met visie en fondsen.

interessante links:
discriminatie van minderheden in India
kindhuwelijken
slavernij