Alex(i)a at the ACME Hotel

Het klinkt als de titel van een popsong. Zoiets als Hotel California. ‘You can get in, but never leave…’

Maar Alexia* was onze eerste kennismaking met een robot. We sliepen onlangs een nacht in een hotel in Chigago, in de VS. Een leuk, wat alternatief hotel. Dat zie je al aan de inrichting. De rits is een tromp l’oeil.

hotelkamer chigago
breakfastroom acmehotel

Op tafel stond een cilindervormig zwart ‘ding’. In eerste instantie dacht ik dat het een speaker was of zo voor muziek uit een Iphone. Er stonden meer mij vaag bekend voorkomende digitale apparaten, waarvan het gebruik mij net ontgaat. Ik zie ze bij onze nazaten, die de laatste digitale ontwikkelingen op de voet volgen en steeds kleinere en handigere gadgets tevoorschijn toveren.

Alexia

Nu was deze zwarte toren niet zo erg klein, maar wel intrigerend. Vooral toen er vanuit het niets opeens een vrouwenstem klonk: ‘I do not understand the question’, of iets van dien aard. Ik schrok me een ongeluk, want behalve echtgenoot was er niemand anders in de kamer, en ik was me er ook niet van bewust iemand wat gevraagd te hebben. De zwarte toren  bleek dus een robot, bij nader onderzoek, met de naam Alexia. Voor mij een volkomen nieuwigheid, maar blijkbaar al langer in gebruik aangezien prof. Ad de Bruijne een column eraan wijdde in het Nederlands Dagblad van zaterdag 14 juli. (waarschijnlijk achter betaalmuur) Meerdere mensen rapporteerden dat Alexia een eng lachje had laten klinken, onuitgenodigd. Hoe zit het met de invloed van het kwaad op robotmacht? Daarover ging zijn column.

Onze Alexia vertoonde meer onkunde en onnozelheid. Hoe we haar ook bevroegen over tot hoe laat we in het hotel konden ontbijten, ze deed alsof ze ons niet begreep. ‘ Sorry, I cannot answer that question. Ask public transportation for time tables’, en meer van dat soort vreemde antwoorden. We kregen er wel lol in.
‘Alexia, where is the lobby?’
‘Alexia, What time is check-out?’
Maar Alexia was er niet van gediend. Ze begreep ons niet of wilde ons niet begrijpen. 

De volgende morgen hebben we de handleiding nog eens bestudeerd. Er bleek toch een manier te zijn waarop we haar aan het praten konden krijgen. Net op tijd om haar te horen zeggen: Thank you for checking in at ACME hotel.

*Alexia heet dus Alexa!

 

Wie is er bang voor wiskunde?

Het is de titel van een nieuw verschenen boek van een leraar wiskunde, Gerardo Soto y Koelemeijer. 

Ik ben bang voor wiskunde. Al decennia. Ik kan wel zeggen dat wiskunde, in mijn tijd nog algebra en meetkunde geheten, mij vele nachtmerries bezorgde in de jaren 1967 -1969. Ik verraad daarbij direct mijn leeftijd maar dat was volgens mij al geen geheim meer.

In 1967 zit ik in klas zes van de School met de Bijbel in Rheden. We zijn een jaar daarvoor verhuisd van stedelijk Schiedam naar dit dorpje onder de Posbank in Gelderland. Mijn moeder brengt me de eerste dag naar school. Op mijn verzoek draagt ze haar zondagse jas en hoed. Ik was al vroeg gevoelig voor kleding. De jas is van donkerrode tweed met zwarte fluwelen kraag en daarbij een zwartfluwelen hoed. Ik kon mijn onzekerheid de baas door trots te zijn op mijn mooie moeder.

In groep zes heb ik mijn draai gevonden en presteer goed. Zonder cito’s krijgen we allemaal een schooladvies. Het mijne is HBS. Maar we moeten wel toelatingsexamen doen. Op een goeie dag in de zomervakantie fietsen we als groepje richting Arnhem. Naar het Christelijk Lyceum Arnhem alwaar de toets zal worden afgenomen. Het is spannend maar ik slaag zonder problemen. Dan vangt mijn middelbare schooltijd aan.

Ik ben een talenmens. Als kind al een lezer vind ik het op de HBS heerlijk om ingewijd te worden in nieuwe talen als Frans en Duits en mijn eigen taal verder uit te pluizen. Uiteraard mopper ik mee over naamvallen en werkwoorden, maar stiekem vind ik het leuk.

Minder blij ben ik met de vakken algebra en meetkunde. Of die al in de eerste klas werden gegeven weet ik niet meer. In mijn herinnering begon de kwelling vroeg en duurde eindeloos lang. Mijn hersenen konden op geen enkele manier de abstracte formules, berekeningen en vormen bevatten. En mijn wiskundeleraar kon op geen enkele manier de disfunctie van mijn hersenen bevatten en raakte geïrriteerd als ik het ‘nog steeds’ niet snapte.

Uren bracht ik door op mijn kamertje met mijn geduldige, lieve oudste broer die zijn uiterste best deed mij enig begrip bij te brengen. Na alle oefening, perste ik soms zowaar het juiste antwoord uit mijn vermoeide brein. Maar kwam ik dan de volgende dag op school en de leraar schreef de opdrachten voor een proefwerk op het bord, stond het huilen me nader dan het lachen. Het was een groot abracadabra voor me. Hoe stom een kind zich dan kan voelen, als iedereen om je heen ijverig zit te pennen en jij hebt geen idee zelfs waar te beginnen! Dat paniekgevoel graaft diep door in een kinderziel.

Uiteindelijk ben ik in de tweede klas blijven zitten met een twee en een drie voor de vakken. Ik mocht, vanwege de goede cijfers voor andere vakken wel verder naar de HAVO. Een toen nieuwe vorm van onderwijs waar op deze school een pilot voor werd gedaan. Ik was dolblij, Alles was beter dan nog een jaar die kwelling te moeten ondergaan.

Er is dus een boek geschreven over dit fenomeen. De angst voor wiskunde. En hoe die voor leerlingen is weg te nemen. Ik wist al langer dat onder die ijverig pennende klasgenoten van mij er heus wel meer waren die minder goed waren dan het leek. Hoe het hen is vergaan weet ik niet. Mij is de ervaring van falen op deze manier altijd bijgebleven. Een leraar die grapjes maakt over jouw ‘eigenwijsheid’ en gebrek aan hersenen slaat een deukje in het zelfvertrouwen.

Vandaar dat ik de publicatie van het boek toejuich. Laten vooral leraren wiskunde hun voordeel ermee doen. En ik ben blij dat ik niet de enige ben die bang is voor wiskunde.

N.a.v Wie is er bang voor wiskunde?
Auteur: Gerardo Soto y Koelemeijer
ISBN:9789462988392

De kleindochter en het zusje

Al dagen wachten we op de geboorte van een kleinkind. Moeder is uitgerekend maar de dame (we weten dat het een meisje is) heeft nog geen haast. De grapjes (rolbevestigend) vliegen door de ruimte van de familie-App en de onderlinge communicatie. ‘Zal je altijd zien met meisjes! Nog even dit, nog even dat, altijd te laat!’ Als ik grote broer van 7 uit school haal omdat de bevalling lijkt te beginnen, maar niet doorzet, verzinnen we welke make-up ze waarschijnlijk nog snel aan het opdoen is. We hebben lol samen. Lippenstift, poeder, parfum, ogenschaduw, en wat dies meer zij.

Thuis wachten het jongere broertje van bijna 3 en de andere oma. Die was al bij de aanstaande ouders, maar heeft zich nu even teruggetrokken bij ons. De jongens vermaken zich terwijl de oma’s om de minuut hun telefoons checken of er al iets gebeurd is. Leve het tijdperk van de WhatsApp. Moeder laten we met rust, maar ik mag met de aanstaande vader, zoonlief Appen. Hij staat het genadig toe dat er vanaf de achterste banken af en toe een wijs advies van de oma’s hun richting uitgeroepen wordt. Ondertussen halen ze gezellig hun eigen bevallingsverhalen op.

De (bijna) driejarige voelt dat er iets aan de hand is en wordt steeds drukker. Kleinzoon van 7 blijft er rustig onder. Terwijl er buiten met badmintonrackets en tuinfakkels oorlogje wordt gevoerd probeer ik iets te eten te bedenken dat de mannetjes ook lusten. Geen fans van warm eten heb ik daar aardig wat denkkracht voor nodig, en dan ook nog dit warme weer. Struikelend over de LEGO, Ipads en autootjes bedenk ik een maaltijd met pasta. Losse pasta, met vlees apart en de saus absoluut niet vermengd met beiden. De oudste eet zich moedig door de droge slierten spaghetti met erwtjes erbij. De jongste speelt, na felle weigering ook maar iets te proeven, verder met LEGO. Uiteindelijk wordt dat een boterham met smeerkaas. Ook goed.

Het is 19.00 uur en we hebben al even niets van het thuisfront gehoord. Beide jongens zitten achter een schermpje en ondertussen worden er door echtgenoot luchtbedden geregeld, want naar huis gaan zit er niet meer in. Het is warm. Het is licht. Er hangt spanning en opwinding in de lucht. Ga dan maar eens slapen als kind.

Om 19.30 uur ben ik zelf wel toe aan bed, dus ik neem het initiatief om een zekere beweging richting de slaapkamers in te zetten. Na een half uur liggen beide mannen op bed maar daar is ook alles mee gezegd. Maar slapen is een heel ander verhaal. Ik lig met de jongste in ons bed. Althans, na een minuut of tien krijg ik hem zover niet langer van de stoel op het bed te springen, maar om lekker te gaan liggen. Ik zing me een uur schor. Steeds zakken de oogjes half dicht, maar dat heerlijke moment van diepe ademhaling en slaap blijft uit. Ik weet dat de grote broer nog op zijn ipad zit (5 minuutjes had ik gezegd, maar geen horloge gegeven). Ik laat het los en geef me over en zet welgemoed een derde rondje van mijn slaapliedjes-medley in. Ondertussen app ik de andere oma of zij wil komen liggen. Misschien lukt het haar beter. De kleine heeft vaker bij haar geslapen.

Ze klimt in het bed naast de halfwakkere peuter en juist dan komt het verlossende bericht: geboren! De kleindochter is gearriveerd om 20.39 uur. Het is inmiddels 21.15. We barsten in gejubel uit en ik draag het net niet slapende, nu verbouwereerde kind naar beneden. ‘Je zusje is geboren!’ Met slaperige oogjes kijkt hij me vorsend aan. En knielt neer bij de LEGO. Boven ligt zijn broer in een diepe slaap. Wat ik ook probeer om hem wakker te maken zodat hij kan video bellen met zij ouders, het antwoord is snurk, smak, smak, en een draai naar de muur. Wachten tot morgen. Hij mag wat later naar school gelukkig.

Om 23.00 uur zijg ik neer op het inmiddels opgeblazen luchtbed in de woonkamer. Het huis is gevuld met mensen, alle kamers bezet. Wat een rijkdom om zoveel ruimte te hebben, bedenk ik, terwijl ik op het (bij beweging) nogal lawaaiige bed lig. En ik verwonder me dat zo’n minimensje van 7 pond zoveel teweeg kan brengen. Maar wat is ze kostbaar.

kamperen in de woonkamer

De volgende morgen hoor ik de oudste kleinzoon wakker worden en vertel hem dat er een verrassing is! Ik hoef hem niet te vertellen wat dat is. ‘Is het zusje er?!’ Pappa belt even later en ik hoor in de achtergrond het gesprek. Heel belangstellend, iets waar sommige volwassenen van kunnen leren, vraagt hij aan zijn moeder hoe het nu gaat, hoe de bevalling was en hoe het met de baby is. De driejarige kijkt ook even naar de baby en zijn enige, korte commentaar is: ze is dood. De twee broers spelen regelmatig schietspelletjes waarbij de een met gesloten ogen op de grond valt. Die is dan dood. Blijkbaar doet de baby met gesloten ogen hem daaraan denken. We lachen en zeggen nee hoor, ze slaapt! Dan komt het verhaal van het dochtertje van Jairus weer voorbij dat we gisteren lazen. Met zijn armpjes in de lucht gilt hij: ze leeft weer! Hallelujah!

 

Ontbijten voor we naar huis gaan

Na een tour de force om alles en iedereen weer schoon, aangekleed en klaar te krijgen voor de rit naar huis, staan we dan eindelijk oog in oog met het nieuwste wonder van de familie. De kleindochter en het zusje.

Trump, afval, zoetigheid en andere narigheden

Trump

Als je vijf 5 weken in de VS bent is het onvermijdelijk. Ooit komt de discussie op de president uit. Eerlijk gezegd duurde het lang en was de teneur steeds duidelijk. Waarom zouden we eigenlijk nog serieus iets bespreken van deze potsierlijke, zelfingenomen dwaze man? Elke avond weer komt hij voorbij op het nieuws met zijn constante boodschap dat alles fake news is, behalve datgene wat uit de koker van POTUS (President of the United States of America) komt.

Met zijn bizarre keuzes en zijn overschatting van eigen macht en invloed. Als er iemand een opgeblazen zelfbeeld heeft is het Donald Trump wel. Een muur om Amerika en Amerika op de eerste plaats. Met zijn beslissing om kinderen van illegalen van hun ouders te scheiden bereikte hij echter de limiet van verdraagzaamheid, zelfs onder Republikeinen. Gelukkig tekende hij onlangs het decreet met als narratief dat de Democraten nu eenmaal de schuld van alles zijn en dat hij, Trump, dus maar genade voor recht moet laten gelden. Ik weet niet of iemand er werkelijk in gelooft, maar daar gaat het hier allang niet meer om.

Het echte gesprek over Trump wordt vermeden. In gezinnen, kerkfamilies en vriendenkringen. Iedereen is bang voor conflicten. Zowel radicaal rechts als links laten geen enkele ruimte voor nuance. De polarisatie is enorm en schrikbarend.

Daarom wordt In de kerken om verdraagzaamheid gevraagd. De scheidslijn voor of tegen Trump (zoals bijvoorbeeld het immigrantenprobleem, de wapenwet, ziekenkostenverzekering enz.) loopt midden door de kerken heen. De meesten schamen zich voor het optreden van Trump maar willen ondanks dat naar het beleid kijken, niet naar de persoon. Vandaar de nadruk op verzoenend en verdraagzaam optreden.

Afval

De milieuproblematiek begint maar langzaam door te dringen tot de gemiddelde Amerikaan. Net wat langzamer dan in Nederland. Men is daar nu op het niveau dat men denkt, zolang al het afval gerecycled wordt het probleem is opgelost.

Maar de torenhoge afvalberg verminderen door minder weg te gooien is nog niet echt in beeld. Wie iedere maaltijd buiten de deur eet of laat bezorgen, zoals veel Amerikanen doen, verzamelt een berg bekers, bakjes en plastic bestek waar je van rilt. Koffie komt zelden in een kopje. Van de overheid moet er op iedere kartonnen beker een plastic deksel (om brandwonden te voorkomen). Alles wat je koud kunt drinken komt met een rietje.  Alle sandwiches, alle wraps, alle salades komen in bakjes, plastic of karton. Bij alles wordt papieren servetjes geleverd. Als redelijk bewuste afvalverminderende consumenten rilden echtgenoot en ik van de verspilling, maar ontkwamen er niet aan af en toe. We zagen wel minder plastic flesjes en meer mensen met eigen bekers en flessen.

Zoetigheid

Voor iemand met diabetes is het speuren geblazen naar voeding die niet vol zit met suikers. Standaard brood bijvoorbeeld is zoeter dan in Nederland. Bij Italiaanse winkels vind ik brood dat niet gezoet is en lekker stevig. Het is even zoeken, maar ook ongesuikerde pindakaas en light jam is verkrijgbaar. In de ochtend eet ik muesli met yoghurt. Dat is moeilijker. De echte muesli is onbetaalbaar en alle andere ontbijtgranen zijn gezoet. Gewone havermoutvlokken voldoen echter ook. Met haverzemelen en wat noten een goede vervanging van muesli. De yoghurt is meestal Griekse yoghurt wanneer je ongezoete wil. Erg dik, dus wat verdunnen met melk of wat jus d’orange. Ik vind een bescheiden koekje bij de koffie lekker. Thuis meestal een digestive of zo. Die zijn in de VS ook te koop, gelukkig. De ‘echte’ koeken zijn zeer verleidelijk, maar beter te mijden.

http://www.sweetstreet.com

Taarten en gebak zijn verrukkelijk en de porties gigantisch. Af en toe lieten we ons verleiden en deelden zo’n bom….Met een schoonvader die iedere avond ijs eet als toetje met daarop een lading chocola, vind ik dat ik het aardig heb doorstaan. Ook dankzij het voortreffelijke (mar dure) aanbod van groente en fruit. Niet aangekomen. Nu nog de driemaandelijkse controle voor het suikergehalte in mijn bloed.

Obesitas blijft een groot probleem

 

 

 

 

Dan maar Belgie in Little Italy

De serveerster uit België met haar broer

Het Grote Voetbaltoernooi is begonnen en echtgenoot mist daar liever geen wedstrijd van. Vaak is het tijdstip onaangenaam vroeg (we zijn nog in Boston VS), maar vandaag zijn er drie wedstrijden te bekijken. Eentje kijken we in the North End, zeg maar Klein Italie, mijn favoriete buurt in Boston. Er wordt Italiaans gesproken door de vele oudere mensen die er rondlopen en nog steeds wonen, sommigen nog (klein)kinderen van eerste immigranten. De huizen zijn van rode baksteen, de restaurantjes allemaal Italiaans en je kunt er koffie krijgen in kopjes en de koffie smaakt goed! Om over de gebakjes maar te zwijgen.

 

Cafe Dello Sport in the North End, Boston

Dit jaar ontmoeten we een serveerster die uit België blijkt te komen en zowel Nederlands als Frans spreekt. Vandaag is ze vrij en zit met haar broer voor het grote scherm met de Belgische vlag, gespannen te kijken naar de wedstrijd. We steunen haar en echtgenoot heft We are the Champions aan met de Belgen na de overwinning. We zijn tenslotte family zegt de serveerster.

Rags and Riches

Vodden en rijkdom

Ons verblijf in Amerika staat dit keer in het teken van Rags en Riches. (From Rags to riches: Letterlijk van  ‘vodden tot rijkdom’. Uitdrukking gebruikt om aan te duiden dat je in de VS door hard werken kon opklimmen van een arme sloeber tot iemand van betekenis). Van ghetto Brownsville in New York naar yuppie Boston, van Hyatt Regency in Atlanta, GA, naar de studenten-dorms (slaapzalen)  op de campus van Wheaton College in Wheaton, een voorstad van Chigago.

Slaapkamer van studenten in de ‘dorm’ op Wheaton College. Nu ons verblijf

Ik krijg een soort doorsnee te zien van de Amerikaanse maatschappij  in een hele korte tijd. Van links georiënteerde, veelal Trump hatende democraten, (mijn schoonfamilie) tot rechtse, naar Trump-steun geneigde republikeinen. Van de achterbuurten van New York met bijna uitsluitend zwarte bewoners, tot de chique, voor de rijke elite  ontwikkelde, havenwijken van Boston; van de straten van Atlanta met torenhoge hotels en kantoorpanden en talloze daklozen en bedelaars die er naast leven, tot de studentencampus van Wheaton College met de tijdelijke bewoners van een aantal gereformeerde kerken, in vergadering bijeen. Wat een boeiende tocht. 

Downtown Atlanta
Een van de weinige vroeg 20e eeuwse gebouwen die nog niet afgebroken zijn.
Gezicht vanuit het zwembad bij het hotel in Atlanta

Zwart en blank

Je kunt in Amerika steenrijk worden vanuit het niets. Maar Amerika blijft voor mij het land van het juist vlak naast elkaar bestaan van de vodden en de rijkdom. Het contrast is zo groot, met name in de grote steden. In Atlanta maakte ik een lange wandeling. Om aan de veilige kant te blijven ben ik niet ver afgedwaald van de lange rechte weg waar ons hotel aan staat. Maar die weg is eindeloos lang.  Met aan beide zijden fantastische wolkenkrabbers, met ervoor of ernaast kleine parkjes met daarin kunstzinnige sculpturen, (waarschijnlijk verplicht als je een bouwvergunning krijgt). Flitsend gekleed, gehaast kantoorpersoneel passeert me links en rechts, op weg naar hun lunch in de vele restaurantjes en eettentjes aan beide kanten van de straat. En op muurtjes langs de trottoirs de dakloze (meest zwarte), vervuilde zwervers. Slapend, of voor zich uit starend, lusteloos zuigend aan een rietje dat uit een Dunkin Donut beker steekt. Een van de goedkoopste tenten voor koffie. Men bedelt niet. Op een bordje langs de kant staat dat het verboden is. Als ik het hotel later binnenstap valt het me weer op dat al het personeel Afro-Amerikaans is. Alsof de oude tijden van de slavernij herleven. Dat is overdreven, ik weet het, maar ergens schuurt het.

Mensen zien en waarderen

We vliegen van Atlanta naar Chigago en ook op de vliegvelden zie ik het: bijna uitsluitend zwart personeel. Zoals dat trouwens ook in Nederland steeds meer het geval is, mensen van allochtone afkomst die de minste baantjes vervullen. Er is niets mis met het werk, maar de tweedeling van blank en gekleurd stoort me. Ik nam me een tijd geleden al voor de moeite te nemen om mensen waar dan ook, in welke functie dan ook, te zien. Dank je wel te zeggen voor het schoonmaken van de toiletten en vloeren en trappen. Het helpt mij om me minder een misbruiker te voelen van andermans armoede en onvermogen om op een leukere manier in hun onderhoud te voorzien. En het geeft hen waardigheid. Het werk dat ze doen telt. Maar wat te doen met alle zwervers? Antoine Bodar blijkt een zak met euro’s mee te nemen als hij in Rome wandelt. Toch wat meer papieren dollars pinnen.

Noord en zuid

Die middag is de opening van een landelijke vergadering van de P(resbyteriaanse) C(hurch) A(America) kerken. Men start met een dienst waar 3000 (!) mensen bij aanwezig zijn, in een enorme zaal in het hotel. Een van de toespraken wordt gehouden door een zeer charismatische (etnisch) Koreaanse professor in de sociologie. Tweede generatie, dus volledig Amerikaan. Hij heeft veel humor en spreekt over eenheid in verscheidenheid, het aanvaarden van elkaar. Ook de ontmoeting tussen Kim Jong-un en Trump komt ter sprake. Namen worden niet genoemd maar dat hij menselijkerwijs gesproken bepaald geen fan van noch Trump noch de Noord Koreaanse leider is, is duidelijk. Hij noemt echter nadrukkelijk de beperking van wat wij als mensen zien. Dat er ook een wijdere blik is, die de werking van God durft zien, door alles heen. Niemand wil valse verwachtingen wekken. Maar hoop is altijd aanwezig, zegt hij. De diepe pijn en bitterheid die alle oudere Koreaanse generaties met zich meedragen (er is zelfs een woord voor: ‘Han’, ik schreef er eerder over) de vele gebeden, zou God door deze falende leiders misschien toch een wonder kunnen doen plaatsvinden? Dat was  de teneur van zijn benadering.

Ook hier: vodden en rijkdom. Het verarmde, hongerende Noord Korea en het rijke Zuid Korea en Amerika. Naast elkaar en vijanden. Mijn gebed is dat er een mate van vrede mag komen. Niet ter meerdere glorie van de leiders, maar voor het arme, lijdende volk van Noord-Korea.

 

Nu zijn we dus beland in Wheaton. Bij een kleinere kerkelijke vergadering. Met een stuk minder luxe. De overgang was even wennen.

 

Wordt vervolgd

Drie portretten in Harvard Art Museum

Harvard Universiteit in Cambridge ,VS, heeft een prachtig nieuw gebouw neergezet waarin alle kunstbezit nu verzameld is, Harvard Art Museum. We bezochten het onlangs en genoten. De collectie is opgedeeld in zalen die de naam dragen van de weldoeners die de kunst aan het museum schonken. Niet zo maar een schilderij hier of daar, nee, hele zalen vol met oude kunst, moderne kunst, expressionisten, impressionisten, pre-Rafaelieten, Middeleeuwse kunst, Grieks, Romeins enzovoort. Alles komt uit privé-bezit en is nagelaten aan Harvard. Niet nodig om te vermelden dat Harvard een van de rijkste universiteiten van de wereld is.

Robert Smullyan Sloan – Negro soldier
Thomas Eakins – Miss Alice Kurtz
Mary Cassatt – Woman on a striped sofa with dog

Deze portretten trokken mijn aandacht. Het eerste, van Robert Smullyan Sloan (1915-2013 Boston) is een portret uit de jaren veertig van de vorige eeuw. De afbeelding is van een zwarte Amerikaanse soldaat. Hij draagt volgens de informatie een onderscheiding voor goed gedrag en een die aangeeft dat hij heeft deelgenomen aan de strijd in de tweede W.O. in Europa en Afrika. De titel is echter Negersoldaat. Niet wat hij deed, niets over moed en inzet, maar tot welk ras hij behoort beschrijft hem. In de achtergrond zie je de gebouwen van Harlem, de zwarte achterbuurt van New York, waar het leven vaak uitzichtloos was en is. De Afro-Amerikaanse soldaten werden (en worden) in het leger gediscrimineerd en bij thuiskomst hadden ze weinig vooruitzicht omdat ze ook daar weer werden geconfronteerd met racisme. Op het eerste gezicht zie je een prachtig geschilderd portret, maar met de achtergrondinformatie krijgt het een enigszins grimmige lading. Deze moedige man, met zijn mooie outfit en warme, ernstige ogen zal straks weinig toekomst hebben in het racistische Amerika van de jaren veertig en vijftig.

Hoe anders is het leven voor de vrouw in het portret van Miss Alice Kurtz, dochter van een bankier uit Philadelphia. Geschilderd door Thomas Eakins (1844 -1916). Dit meisje heeft andere beperkingen. In haar tijd waren de rollen voor man en vrouw strikt omschreven, zeker voor dochters van de welgestelden. Eakins wijkt af van de traditionele wijze van het weergeven van vrouwen in dat hij niet idealiseert en zich niet in de eerste plaats richt op schoonheid maar op haar innerlijk. Ze kijkt dromerig en niet heel gelukkig. Je hebt het idee dat je kunt voelen wat haar stemming is. Haar vader echter was niet blij met het portret en zette het op zolder nadat het af was. Hij vond het te levensecht en niet complimenteus.

Het derde portret spreekt me aan omdat het zo speels en vrolijk is. De interactie tussen de vrouw en het hondje is zo ontspannen en zonder spanning. Ze heeft simpel plezier in de interactie met het dier. Het is een schilderij van Mary Cassatt (1844-1926), een Amerikaanse die naar Parijs vertrok en tijdgenoot was van de impressionisten, zoals Degas. Dit portret, Woman on a striped sofa with a Dog, is nog in de klassieke traditie. Aanvankelijk probeerde ze geaccepteerd te worden door de Salon. Later schilderde ze in de impressionistische stijl als een van de weinige vrouwen. Meestal moeders en kinderen. Ietwat sentimenteel, maar wel heel treffend.

Drie gezichten, drie tijdperken, drie levens.

Let the party begin

En toen stroomden de familieleden binnen. Uit New York, Nederland, Californië, en Shellburne Falls en nog wat andere plaatsen. De flat (110 m2) van mijn schoonvader barst uit zijn voegen. Met twee W.C.’s, een douche en een wastafel is het nummertjes trekken om aan de beurt te komen. Niet iedereen slaapt hier, gelukkig. Er zijn twee slaapbankjes met matrassen van maximaal 140 cm breed en 180 lang), dus vier personen kunnen hier logeren (en proberen een oog dicht te doen op de krappe matrasjes). Het leukst is de keuken. Er is een antieke gasplaat waarvan twee en als je geluk hebt, soms drie branders het doen. Ernaast is een klein aanrechtblad. Daartegenover is de gootsteen, met daarnaast eveneens een aanrechtbla(a)d(je). Als tien mensen willen eten wordt het krap daar. Onder het aanrecht is de afwasmachine. Heilige grond. Want schoonvader heeft strikte regels voor het inruimen. Alles moet gespoeld als ware het 100% schoon en dan pas mag het erin. Voor nieuwelingen altijd even wennen. Is de afwas gedaan of moet het ding nog draaien? Ook een vurige wens van het hoofd des huizes is, geen spullen op het aanrecht, of in de gootsteen. Spoelen en in de machine. Kan altijd hergebruikt worden.

Verder is schoonvader voor een negentigjarige zeer flexibel. Hij volgt rustig zijn eigen routine. Broodje in de ochtend, broodje voor lunch met chocola als toetje, maakt niet uit hoe laat anderen eten, hij eet op zijn eigen tijd. Om zes uur het nieuws, om zeven uur Big Bang herhalingen voor 2 uur. En om elf uur Seinfeld herhalingen. Als wij op een oor liggen horen we hem schateren in de woonkamer. Daarom leeft hij zolang, zegt echtgenoot. Hij lacht drie uur per dag!

Straks gaan we naar de boot, om zijn negentigste verjaardag te vieren. Een rondvaartboot voor veertig mensen, met eten en drinken voor drie uur. Een enorme uitgave, maar voor hem heel belangrijk. De laatste keer dat ik mijn verjaardag vier, zegt hij steeds. Iedereen is druk bezig met het schrijven van gedichten of speeches. De muzikale leden van de familie gaan zingen en dansen. Het wordt een waar feest. Een teleurstelling, het weer is slechter dan we zelfs hadden durven denken. 12 graden met regen. Eergisteren was het 28 graden. Het weer is volkomen onvoorspelbaar hier. Maar we laten het de pret niet drukken.

IMG-20180604-WA0002

Zes vrouwen maken zich klaar in een smalle kamer en trekken hun mooiste kleren aan in de geest van mijn overleden schoonmoeder. Die deed niets liever dan zich zo mooi en exotisch mogelijk kleden wanneer ze de kans kreeg. We missen haar allemaal. Als we alle zes in vol ornaat zijn blijkt dat we zonder overleg toch een soort dresscode hebben. We dragen wit, crème en goud.  Let’s party!

2018-06-05 17.39.09

 

 

Groene parken en BBQ New York

Als we maandag wakker worden is de grond aan mijn kant van het bed kletsnat. Het raam waarin de tijdelijke Airco geplaatst is blijkt nu te lekken als een mandje. Voor we weg kunnen moet dat raam dicht en echtgenoot trekt en sjouwt het ding eruit. Op dat moment beslis ik dat het nu genoeg is en dat ik geld terug ga vragen. Inmiddels is de helft van het geld teruggestort met excuses. Een airbnb in Brownsville, Crown Heights heeft zo zijn risico’s. 

Vandaag is Memorial Day, dodenherdenking maar met een feestelijk tintje. Veel families hebben vrij, en er wordt volgens traditie overal gebarbecued. Veel musea zijn dicht en eigenlijk hebben we na een dag binnen wel zin in buiten-zijn. Maar wanneer in New York moet je toch minstens naar de MET, of MOMA, of Guggenheim. We checken op internet en gaan in overleg. Eigenlijk vind ik Manhattan te ver, toch zeker een uur, anderhalf onderweg. De musea in Brooklyn zijn dicht (gelukkig) dus we besluiten naar een park te gaan. Met een picknick.

Prospect Park, Brooklyn Bridge Park, welke gaan we doen. We kiezen voor Brooklyn Bridge Park. Met uitzicht op de New York skyline is daar langs de Hudson rivier een schitterend, uitgestrekt park aangelegd op het puin en de afgraving van het nieuwe World Trade Center. Het is er druk maar er is zoveel ruimte, we genieten! We eten onze boterhammetjes, knabbelen onze pretzels met guacamole dip en eten een ijs toe. Ik kan er geen ijsje van maken, daar zijn de Amerikaanse afmetingen niet naar.

Uitgebreide BBQ plekken voor families
Uitzicht op Manhattan
Brooklyn Bridge Park

 

Overal picknicktafels

We lopen einden door het park en relaxen. Zo kan ik New York wel aan. Maar als we teruglopen naar de metro en onze bagage gaan ophalen bij onze dochter denk ik, ik ben blij dat ze daar niet lang meer woont. De wijk zuigt alle energie uit me, en ik ben blij wanneer ik in de bus zit richting Boston. Als ik daar uitstap en richting de flat van schoonvader loop adem ik de zeelucht van de haven in en ben weer thuis. Mijn tweede thuis.

 

 

Koud, warm en sociaal New York

De temperatuur is in de nacht gedaald van 28 naar 15. De regen komt met bakken uit de hemel. We staan vroeg op om naar de kerk te gaan met dochter Saskia. De kerk is in een school in dezelfde wijk, Crown Heights. Maar de wijk is bijna zo groot als Utrecht dus we nemen een taxi na koffie en ontbijt. We worden warm welkom geheten als de ouders-van en krijgen een mok en een kaars. Leuk om zoveel mensen van allerlei etnische achtergronden te zien, afro-Amerikaans, Koreaans, Chinees, Braziliaans, Nederlands…Het doet me weer beseffen hoe wit mijn eigen kerk is thuis.

De dienst is mooi. Informeel met veel zingen en een sterke boodschap. Kijk elkaar in de ogen zoals Petrus de verlamde man in de ogen keek en vraag wat je voor die ander kan betekenen met jouw talent. Petrus zegt, ik heb geen geld, maar wat ik heb kan ik je geven.

2018-05-27 16.56.41

Na de dienst verzamelt er zich een groep rondom ons om te gaan lunchen. Traditie hier, zo mogelijk na de samenkomst in een restaurantje wat eten en napraten. Bij iemand thuis is logistiek niet echt een optie. Niemand heeft een auto, iedereen komt van ver weg, dus in de buurt wat eten de stijl. We komen in een leuke tent terecht, maar het wachten duurt lang en de bediening is slecht. Ik zit naast een goeie vriend van onze dochter, een accountant. Met een Nederlandse achternaam, De Vries, en het uiterlijk van een Spanjaard. Vader is derde generatie Nederlander uit Friesland, moeder is eerste generatie uit Guatemala. Heerlijk die mix.

Tegenover me zit een andere goede vriend, Afro-Amerikaan uit het zuiden van de VS. Naast hem zit Jamie, een Koreaanse vriendin. Ze werkt(e) voor een organisatie die noord Koreaanse vluchtelingen in China helpt. Op de vraag wat ze denkt over de (mogelijke) ontmoeting tussen Kim Jong-un en Trump aarzelt ze. ‘Ze zijn allebei niet goed snik, dus wat kun je verwachten?’ is uiteindelijk haar antwoord.

Naar onze volgende ontmoeting kunnen we lopen. Dit is een bijzondere, want de vrouw (met haar echtgenoot) hebben we sinds 1988 niet meer gezien. De ontmoeting vat onze gemengde geschiedenis goed samen. Roshini Ebenezer komt uit India. Haar vader en moeder studeerden theologie bij echtgenoot en zijn collega in Pusan, Zuid-Korea . Roshini deed mee op onze ‘school’. Onze vier kinderen, de vier kinderen van de andere familie kregen les van een Nederlandse juf of meester en Roshini volgde haar eigen programma in het Engels. (Hier nog meer geschiedenis van onze Kosindis). Roshini studeerde in Amerika en trouwde er. 20180527_154849

Nu ontmoeten we elkaar, in weer een ander cafeetje voor koffie. We praten bij. Roshini werkt voor de Wereldbank, maar is vooral betrokken geraakt bij het werk van haar moeder in India. Het begeleiden van vrouwen naar werk door gebruikmaking en ontwikkeling van hun talenten op het gebied van handwerken en/of koken en bakken. Al 17 jaar is haar moeder daar onvermoeibaar mee bezig en ziet echt resultaat van haar werk. De kinderen van de moeders gaan naar school, volgen een opleiding en zullen ook hun kinderen weer beter kunnen opleiden. 

20180527_160214

Onze dochter is juist in dit soort projecten zeer geïnteresseerd dus een geanimeerde discussie is het gevolg. Wie weet kan ze nog iets betekenen aan de marketing kant van prachtige handbeschilderde zijden producten.