Een wereld zonder Down

Dit is een prachtige documentaire die ik gisteren voor de tweede keer zag, ditmaal op Canvas. Hoe ziet een wereld er straks uit zonder mensen met Down? Is Down een ziekte? En ‘lijdt’ iemand met Down? Zodanig dat je bij een screening als NIPT (Niet Invasieve Prenatale Test) waarbij gezocht wordt naar chromosomale afwijkingen, kunt besluiten tot afbreking van de zwangerschap? Wat is dan de onderliggende gedachte? We willen graag gezonde en gelukkige kinderen. Maar valt ‘gelukkig’ samen met perfectie en is ‘gezondheid’ maakbaar? Is zonder Down er enige garantie dat een kind niet aan van alles zal kunnen lijden, zowel geestelijk als lichamelijk? Is onze acceptatie dan afhankelijk van de mate van de gezondheid van het kind? In wat voor wereld komen we te leven als dat onze levenshouding is. Leggen we dan ook niet enorm hoge verwachtingen op de schouders van onze kinderen? 

Dat zijn sommige van de vragen die de documentairemaker stelt. Zelf is ze moeder van Olly, een downzoon. 

De documentaire duurt een uur. Zeer de moeite waard! 

PS Wellicht ook te vinden op YouTube met ondertiteling

Mobility then and now

Een blogbericht in het Engels deze keer:   Yugwa_2 I lived in Pusan, South Korea in the 1980’s and once a year our neighborhood sounded like a canon was going off every three minutes or so. Ka-Booom! Outside lots of people gathered around an old rusty looking thing on wheels that resembled some sort of mini-tank.  It was a mobile rice popper. Quite a contraption. Women and children would flock around it  bringing their portions of rice or corn to be popped. It was, what I remember, around Chusok, a Korean harvest festival, in september when (among many other things) the airy and sweet popped rice snacks called yugwa were made. The popped rice would be crushed and a layer of this  would cover an airy, sweet, honey tasting inside.   Very nice and festive. (On Wikipedia I just read that the proces of making them was very complicated). The enormous explosion each time was one of the great attractions for many of the kids around. After all the neighborhood ladies had their grains popped, the adjessi’s would move on to the next place, all around town. With their machines on hand drawn carts. A mobile machine, but with a lot of manpower on the side. I found a nice description of the working of the equipment by a Chinese man from Taiwan who revisited his hometown. The picture is his as well.

When I was a little boy, we used to gather around a vendor who came to our small community once every few weeks, set up this machine and a stand and began popping rice. The machine looked primitive and it was. A small amount of rice goes into the opening. The lid was closed air tight. The cast iron drum was then rotated over fire (from burning coal) for about 10 minutes which increased the temperature and pressure inside the drum. The drum was then removed from the fire and the seal was forced opened using a wrench. The sudden release of pressure generated a very loud boom to the amazement of the kids. It also released a cloud of gas and steam and popped the rice grains to about 10 to 15 times of its original size into a bag or some kind of container. It was puffy, slightly sweet and had the smell and taste of slightly burned rice at the bottom of a rice cooker. ricepopper

The reason I remember this, is a ‘novelty’ that was shown on Dutch TV recently. Instead of bringing the fruit harvest of pears and apples to a press far away, there is now this truck coming to the people. It tours the orchard areas where apples are harvested. It carries a state-of -the- art apple pressing machine. In go dozens of kilo’s of apples and out comes clear applejuice. No banging booms. Just a smooth running machine. No novelty this mobile convenience. It takes a little less manpower. But just like in Korea in the old days,  it attracts many people which makes it just as social as the ancient popper in the ’80’s!

Anarchie of hoop

Dit is een blog over rassenspanningen in Amerika die ik in 2016 schreef maar nog niet publiceerde. Vergeten denk ik. Ik kwam hem vandaag tegen en hij is nog net zo actueel als twee jaar geleden. Misschien nog wel meer.

‘Mijn dochter vertelt over de spanningen in Amerika, het land waar ze sinds 3 jaar woont. Over de gesprekken die bijna alleen maar over Black Lives Matter gaan. Over de onrust en de angst. Hoe haar zwarte vriendin bang was in een achterbuurt met uitsluitend blanke mensen. Terwijl zij die angst niet voelde. Ze vertelt over de groeiende haat tegen de politie en de overheid. Over de overtuiging bij zoveel van haar kennissen en vrienden dat de politie en de overheid per definitie corrupt zijn. Over haar angst dat dit tot een anarchisme zal leiden dat de samenleving letterlijk zal doen opblazen.

Dan vertelt ze over haar kerk. Hoe ook daar de onrust bestaat. De gemeente is multicultureel. Met veel zwarte broers en zussen, Aziatische en mensen van alle windstreken. Filistijnen, Tyriërs en Moren, om het maar met psalm 121 te zeggen.

Na de dienst gaan ze met een groep lunchen. En nemen de tijd om zich uit te spreken over wat er gaande is. Hoe ervaar je het? Ben je bang? Heb je het gevoel gediscrimineerd te worden? Enzovoort.

Dan gaan ze bidden. Hand in hand. Zwart, blank, geel, rood. En ze spreken uit: Alleen in Jezus is er hoop voor onze natie. Ze gaan naar buiten en vormen een cirkel op straat. Meltingpot Amerika in Jezus naam.

Maken de verschillen niks uit? Leiden ze niet tot problemen? Gebeuren er geen foute dingen? Is er geen corruptie? Op alle vragen moet je ‘natuurlijk wel!’  zeggen. Maar met die biddende kring op straat klinkt er een andere, zoete toon, helder en duidelijk: Hier is hoop, in Jezus, zegt mijn dochter. Er zijn geen makkelijke oplossingen voor de vele problemen. Maar haat en geweld werken alleen maar vernietigend. In Jezus is verzoening en vergeving mogelijk. En hervorming, niet alleen persoonlijk, maar ook van een samenleving.

Mijn dochter zegt dat ze bemoedigd uit de kerk thuis kwam.’

Bidt voor Amerika!

Vakanties en vreemde ogen

Vreemde ogen dwingen, zeggen ze wel. Maar vreemde ogen zien soms ook dingen die je zelf niet (meer) ziet. Neem vakanties bijvoorbeeld. De hoeveelheid vrije dagen die wij in Nederland hebben is in de ogen van veel buitenlanders ongelooflijk. Onze dochter keerde na vijf jaar New York terug en was stomverbaasd (na de harde werkelijkheid van Amerikaanse werkomstandigheden) dat hier aan de telefoon doodleuk gezegd wordt bij de meest officiële instanties: Oh sorry, die is er pas volgende week weer, hij heeft wat vrije dagen opgenomen. Ze belde met een instantie (als de Zorgvergelijker of iets dergelijks) en stelde haar urgente vraag over verzekeringen ‘na verblijf in het buitenland.’ Degene die de telefoon beantwoordde wist er zo gauw geen antwoord op. Bij de volgende vraag bleef het ook stil. Dochter vroeg ‘vriendelijk’ of er misschien iets was wat hij wel wist, waarop hij moest lachen en eerlijk antwoordde dat hij alleen was ingehuurd om de telefoon te beantwoorden.

‘Dat zou je in Amerika nou echt nooit horen’ sprak een verontwaardigde terugkerende emigrant die nog in een cultuurschok verkeerde. De maanden juli en augustus spendeerde ze veel tijd aan nutteloze telefoontjes, waarbij het antwoord meestal was dat ‘die en die op vakantie was’.

Later op haar werk werd ze geconfronteerd met de realiteit dat in Nederland veel vrouwen in deeltijd werken. Als vervangend management-assistent via Tempoteam bestond een groot deel van haar werk in het regelen van afspraken met artsen en zorgverleners die allemaal op verschillende dagen werkten en ook nog eens verspreid over het hele land, op verschillende locaties.  Een ingewikkelde klus. 

Laatst las ik in de krant dat we het beste pensioenstelsel hebben vergeleken met veel Europese landen en zeker ook met Amerika. En vandaag nog las ik in het Nederlands Dagblad hoe goed onze kindercultuur ontwikkeld is. Uit de hele wereld komen hier mensen uit onderwijs, media en culturele instellingen kijken hoe wij dat doen. Dat speelse, interactieve leren.

Maar dan toch nog even die vakanties. In India kent men dat ook niet. Echtgenoot is gevraagd om een semester te gaan doceren daar. Maar de definitieve beslissing blijft uit zolang een aantal zaken nog niet formeel geregeld zijn. Dat vraagt wat tijd, want ja, inderdaad. Degene die daar verantwoordelijk voor is, is namelijk met vakantie… Je schaamt je bijna om dat te zeggen tegen hardwerkende rectoren die niet met pensioen kunnen en zes dagen per week werken…..

Toch zie ik het als een zegen. Er is in onze cultuur ruimte voor gezin en vrije tijd. Voor ontspanning en samenzijn. Als wij ervaren dat alles zo ‘druk, druk’ is, moeten we misschien weer even door ‘vreemde’ ogen naar ons leven kijken. Echt we leven in een paradijsje.

Arnoud en Matthijs

800px-Torrano_Chiesa
Torrano in Toscane, Italië

In het Nederlands Dagblad van vandaag:

Twee gewone jongens van 23. Studenten. Met plezier in avontuur.  Lid van christelijke studentenvereniging Navigators. Ze bedenken uitdagingen voor elkaar en samen. Denken ook sociaal en zijn begaan met medemensen die het minder hebben getroffen in het leven. De laatste uitdaging was een zomerhuis kopen in Italië. In een Toscaans bergdorpje, Torrano. Klinkt luxueus en niet helemaal iets voor studenten.

Het idee erachter? Het huis te huur aanbieden (voor een redelijke prijs) en van de opbrengst het huis ter beschikking stellen aan mensen met een beperkt budget. De huurder betaalt twee weken voor een verblijf van een week, de tweede week is dan voor een ander. Of je doneert een week voor een ander en verblijft er zelf twee weken (of langer). Wat een lumineus concept! En wat gaaf om te lezen dat er mensen zijn die niet alleen in verdienmodellen en winstmarges denken. Hoewel, mits goed gebruikt is er ook niets mis met winst. Maar toch, dit vind ik een verademing om te lezen!

Chapeau Arnoud Klop en Matthijs Bijkerk! En dank ND voor het bericht!

Kunst in Wassenaar

 

“Zullen we samen een dagje weg”, vraagt mijn oudste dochter. Daar zeg ik nooit nee op. Altijd een voorrecht om met een van je volwassen kinderen op pad te gaan! We kiezen voor Wassenaar, Museum Voorlinden. Ik had er al eens over gelezen, maar wist niet meer exact hoe of wat. Moderne kunst, dat wist ik nog wel.

IMG-20180920-WA0017

Als we aankomen zijn we direct onder de indruk nog voor we binnen zijn. De locatie zelf is al schitterend. Het nieuwe, imposante gebouw staat op een oud landgoed, Voorlinden, met prachtig aangelegde tuinen door meester hovenier Piet Oudolf. Grote, weidse borders met luchtige pluimgrassen en veel bloeiende (herfst)bloemen. Glooiende weides die overlopen in duin en bos. Tussen de zee en Voorlinden ligt het natuurgebied Meijendel. Het landhuis in Engelse stijl is ruim honderd jaar oud en wordt als restaurant voor het museum gebruikt (ook voor wandelaars op het landgoed toegankelijk).

In het museum (helaas kunnen we onze museumjaarkaart niet gebruiken) lopen we eerst te genieten van de ruime, lichte atmosfeer. Veel hoge raampartijen geven het museum veel ademruimte. Er zijn twee exposities en een opstelling uit de vaste collectie.

We beginnen bij de moderne: Stage of Being. Moderne Kunst vind ik altijd een soort hersengymnastiek. Je ziet iets, je denkt ‘hmm’, vervolgens lees je de duiding (in soms onnavolgbare, gezwollen conservator-taal) in de hoop op meer begrip  en dan denk je alsnog ‘hmmm’, of ‘aha!’ afhankelijk van de uitleg. (Ik neem ook innerlijk afstand van  het verhaal in de gids: Ooit boden religies antwoord op leegte en eenzaamheid, maar nu…)

Stage of Being is zeer gevarieerd. Aan sommige objecten, duidelijk bedoeld om te ‘ontregelen’ loop ik voorbij. Vooral de zeer erotisch geladen (softporno-achtige) exemplaren: ‘wie ervoor staat wordt gedwongen tot voyeurisme’ lees ik in het voorbijgaan op een bordje ernaast. Genoeg om door te lopen dus. Ik hou er helemaal niet van ergens toe gedwongen te worden, zeker niet tot het voyeurschap!

Goed, er was meer dan dat. Installaties die me wat betekenis betreft niet zoveel doen maar wel boeiend zijn. Mooie structuur, mooi materiaal, sterke vormen. Of grappig.  Twee voorbeelden zie je bovenaan de pagina. Links een gehaakt object van
Louise Bourgeois, met, zeg maar, ‘moederlijke’ vormen. Rechts een mensfiguur van ‘Mass’ van Antony Gormly dat in de lucht ‘hangt’, driedimensionaal is en gemaakt van aan elkaar gelaste korte staafjes. Enorm, wat een vakmanschap!

We zagen veel. Het zwembad waar je onder het water kon lopen, de reuze man en vrouw

IMG-20180920-WA0007

IMG-20180920-WA0004

 

het doolhof van hoge bronzen wanden, de mini-liftjes, en eindeloos veel creatieve dingen, groot, klein, heel abstract, soms realistisch. Maar zo gevarieerd dat het leuk bleef. Een installatie gebouwd van houten kozijnen uit traditionele Chinese huizen die werden afgebroken vanwege de vooruitgang is een van de hoogtepunten! Het is gebouwd als een grote kamer en gevuld met lampen die weerkaatst worden aan de zijkanten en boven en onder door spiegels. Een fantastisch effect!

 

Daarna, na de lunch, het tweede deel. Ook interessant, maar de energie was tanende. De lichte, frisse schilderijen van de Amerikaanse kunstenaar Wayne Thiebaud (1920). Thiebaud vat vormen samen in die van een ‘taartpunt’. Ieder object dat hij schildert, vooral heel gewone, zoals een knakworst of een ijsje, of een taartpunt schildert hij afzonderlijk van elkaar. Hij maakt geen mooi gerangschikte composities. Alles lijkt ook wat in de lucht te hangen. Apart. Maar ik vond zijn kleurgebruik erg mooi. IJsblauw, parelmoer, azuur.

IMG-20180920-WA0008

Er hing veel moois. Maar na nog een uur kijken naar al deze ijsjes en taarten waren we zelf daar ook wel aan toe.

Thiebaud is te zien tot 28 oktober 2018
Stage of Being tot en met januari 2019

Ook nog te zien Rhapsody in Blue. Een opstelling van kunst in het bezit van het museum met Blauw als thema. Mooi gedaan.

Een bezoek meer dan waard (E15) en een tweede ook nog wel!

Foto’s Jesseka Batteau

 

Waarom Post.nl het zo niet gaat redden…

Wie een AOW-gat wil vullen moet creatief zijn.
Kom, dacht echtgenoot, na het zien van de wervingsadvertenties van Post.nl voor bezorgers, dat ga ik doen! Een paar uurtjes per dag lekker in de buitenlucht post bezorgen. Goed voor de gezondheid, geen stress, geen verantwoordelijkheid, eitje. Hij is optimistisch ingesteld.

 

 

 

 

 

Na een paar dagen ingewerkt te zijn (meelopen met een route hier en daar door onze woonplaats) begon het eigenlijke werk. Zelfstandig de brieven rondbrengen. Om kwart voor elf zag ik hem opgewekt gaan, richting depot. Ik riep nog: Sterkte! Ik ben van nature namelijk minder optimistisch ingesteld dan mijn echtgenoot. Ik zag allemaal leeuwen en beren in de vorm van verdwalen, verkeerd bezorgde post, stortbuien en lekke banden.

Vooral dat laatste, de staat van zijn fiets, was precair. Op die fiets moeten bezorgers vijftig kilo kunnen dragen. En moet diezelfde fiets op een standaard kunnen leunen die bestand is tegen dat gewicht. Deze fiets had die niet. Kleine handicap al.

Bij het depot moet de post worden opgehaald. Die is er nog niet dan, nee, daar wacht je op samen met de verzamelde bezorgers. Een klein sociaal moment in de dag je gegund door Post.nl. Na twintig minuten of soms langer komt de post. In grote pakketten. Iedereen sjouwt die pakketten naar hun fiets. Stevige jonge en oudere mannen en minder stevige vrouwen. Men vertrekt naar het startpunt van de route. Parkeert de fiets. Dan pas gaat de betaalde werktijd in. Tussendoor fiets je nogmaals naar het depot om spul van je volgende route op te halen. De stopwatch gaat weer even op nul. 

Mijn echtgenoot kwam de eerste dag niet voor half vijf thuis. De tweede dag om vijf uur. Drie routes moest hij lopen. De stakker. De derde dag riep hij: dit is gewoon slavenarbeid! Ik werk voor een habbekrats (9,65 euro). Ik moet voor mijn eigen vervoer zorgen en bijna de helft van de tijd wordt ik niet uitbetaald en rij ik voor mijn lol.

Vanmorgen is hij ermee gestopt. Dat kon gelukkig in de eerste maand.
Post.nl heeft een ernstig tekort aan bezorgers. Ik snap nu wel waarom!
Suggesties van een leek:
1. Zorg als bedrijf voor goeie transportfietsen en het onderhoud ervan!
2. Laat de betaalklok lopen vanaf het moment dat je bezorgers arriveren bij het depot om 11 uur en pas ophouden als alle post bezorgd is.
3. Geef een meer realistische tijdsinschatting voor de duur van de route zodat je niet op een draf door de straten hoeft. Tijd hebt voor een lunchbreak en een plaspauze.
4. En laat dat uurloon wat aantrekkelijker worden! Dit werk wordt onderbetaald!

Misschien dat je mensen dan zo gek krijgt om door weer en wind onze post te bezorgen!

Luchtgaatjes en koeler weer

Dat was best een zware blog, de laatste. Toch ben ik blij gedeeld te hebben hoe een depressie aanvoelt (lees hier de blog). Het heeft mij zelf vaak geholpen te lezen dat er anderen zijn behalve ik, die zich zo voelen en het maakt letterlijk de last wat minder zwaar. Gedeelde smart en zo. Depressie beleven als een donker geheim, terwijl je uiterlijk ‘vrolijk’ doorgaat met je leven, is gevaarlijk. We kennen (of  hebben erover gehoord) allemaal de mensen om ons heen die opeens een einde aan hun leven maken en over wie dan gezegd wordt dat niemand ook maar een vermoeden had dat diegene het zo zwaar had. Dat moeten we met zijn allen proberen te voorkomen. Doel: mensen met psychische aandoeningen oproepen om te vertellen over de moeite en de pijn die die kwalen met zich meebrengen. Zoals lichamelijke afwijkingen dat ook doen. Niet aan jan en alleman natuurlijk. Maar in je eigen kring. Zodat je steun kunt krijgen. En dat helpt. 

Iedereen die reageerde naar aanleiding van de blog: Bedankt! Het is echt fijn om kaartjes of appjes te krijgen met bemoedigende woorden. Dank dat je er de tijd voor nam.

In mijn glazen wand zitten weer luchtgaatjes. Ik ruik soms weer de heerlijke geuren van het normale leven. Ik ben er nog niet, maar er is vooruitgang. Medicijnen doen hun werk, rust helpt, wandelen en fietsen ook en zo is iedere dag weer een beetje beter. Ik ga vrijwilligerswerk doen voor Vluchtelingenwerk. Een aantal uren assisteren in een taalklas in Utrecht voor beginners. Dat werk heeft mijn hart. Via Vluchtelingenwerk kan ik ook een aantal trainingen doen. Ik heb er nu weer de energie voor en ik weet dat ik er veel voldoening aan ontleen. Goed voor de stemming dus.

Blij ben ik ook dat de hitte voorbij is. Dat is echt een aanslag op mijn welzijn. Boven de 25 gr. ben ik in feite al aan het wegsmelten. Wonderlijk hoe je ondanks alles dan toch went aan hoge temperaturen. Aan slapen met een ventilator aan. Aan hele dagen de gordijnen en deuren dicht. De eerste dag onder de 27 was het kil…

Ook de tuin geniet van het koelere weer. Alles trekt bij, begint opnieuw te bloeien en de druiven! Nog nooit hebben we zo’n oogst gehad en nog nooit waren ze zo zoet. De eerste jam-maak-sessie is achter de rug en er zijn er nog wel een paar te gaan. Dat is echt ‘genade’. Niets doen en na een aantal maanden kilo’s en kilo’s donkerpaarse, overzoete druiven plukken! Alle eer voor de smaak van de druiven aan de Schepper!

 

Achter de glazen wand

De glazen wand

Tja, wat doet een mens wanneer de depressie toeslaat en een glazen wand doet neerdalen tussen jou en de rest van hemel en aarde? In het kader van doorbreken van taboes-rondom-psychische-problemen is wat volgt een kijkje in de binnenkant van een/mijn depressie. Ik zeg er eerlijk bij dat dit schrijven pas lukt als ik een beetje achterom kan kijken. Maar relativerend kijken helpt ook. Ik ben niet mijn depressie, ik knok met een depressie.

Dode vogeltjes en onkruid

Ik loop in de tuin en tel alle niet-bloeiende planten, alle dooie bladeren en ik zie bijzonder scherp hoe geen enkele plant eigenlijk op de goede plek staat. Die is aan het woekeren en deze staat in de weg. Deze staat in de schaduw en die teveel in de zon.
Dan zie ik alle niet-dode vogeltjes (zie voor uitleg de blog die ik erover schreef in 2016) tegelijk met het niet-onkruid. Ik zie dingen die er niet zijn. Of beter gezegd ik zie dingen niet die er wel zijn. Alles is als een negatief. Zwart-wit. Grijs-grauw. Ik ben er doodop van. Mijn brein lijdt aan bewustzijnsvernauwing. Verkokering.

Vervolgens ben ik lang bezig met alle schaduwen te lijf gaan die met een beschuldigende vinger mijn kant op wijzen. ‘Jij doet het weer helemaal fout, jij kunt helemaal niks!’ Weg wezen. Wie jullie ook zijn, jullie hebben hier niets te zoeken! Ik weet dat het de depressie is die schuldgevoelens opblaast en het gevoel van falen buiten proporties doet toenemen. Mijn brein is als de naald van een platenspeler die vastzit in een kras op de plaat.

Na al deze ‘handelingen’ wacht er een angstig, paniekerig, innerlijk kind op me. Dat kind maakt altijd een reusachtige groeispurt door tijdens een depressie. Het klaagt, het dreint, het raakt in paniek. En het stopt niet voor het gehoord wordt, erkend en getroost wordt. Het is zinloos om er ‘hou op’ tegen te roepen. Dan gaat het alleen maar harder dreinen. Ik (ja, ik ben er ook nog) moet het rustig toespreken, kalmeren, bevestigen en bemoedigen. Er een moeder voor zijn. Je snapt, ik heb er mijn handen vol aan.

Wat helpt?

Niets doen helpt, soms.
Slapen helpt, soms.
Zwemmen helpt, soms.
Wandelen helpt, soms.
Bidden helpt, soms
TV kijken helpt, soms

Je blijft zoeken naar manieren die gaatjes boren in de glazen wand. Methodes die het waterhoofd van het negatieve bewustzijn weer normale proporties doet aannemen. Wat je ziet en ervaart is niet de werkelijkheid, maar een zwarte perceptie, ingegeven door de depressie. Ik moet mezelf dus herinneren aan wie ik de meeste tijd gewoon ben. Adem inhouden en de golf over me heen laten gaan. Ik kom weer boven straks. Dat geldt natuurlijk niet voor iedereen zo. Soms zijn er zaken waar je mee aan de gang moet. Die tijd is er geweest en ligt achter me. Daarin heb ik heel veel geleerd, nu komt het aan om toepassen.

Medicijnen

Rust, bewegen en een klankbord hebben zijn heilzame middelen. Iemand om af en toe de zware gedachtes te delen. Daar worden ze minder zwaar van en kun je soms ook weer even lachen om jezelf.

En ja, medicijnen. Ik was aan het afbouwen, opnieuw. Nu met extra motivatie omdat Paroxetine erom bekend staat (naast rode wijn) het probleem van het Restless Leg Syndrom te verergeren. Het is gelukt te minderen, maar helemaal zonder gaat niet lukken. Zoveel is wel duidelijk.

De meeste steun ontleen ik aan een tekst in de bijbel. In Handelingen 17 vers 4 staat: ‘In Hem (God) leven we, bewegen we en zijn we’. Gods hand reikt tot achter de glazen wand. Ik voel dat niet, maar dat is de werkelijkheid waarop ik mag vertrouwen. Mijn innerlijke kind vecht met verlatingsangst. De werkelijkheid van Gods belofte: ‘Ik zal jou niet verlaten’, is een stevige grond om op te staan voor mijn wiebelige benen.

Gisteren sprak ik iemand die me vroeg voor haar te bidden en ze beschreef sommige van de symptomen die ik hier noem. De binding en het begrip die je dan ervaart is als een geschenk. Het geeft het lijden van de depressie betekenis omdat je een ander kunt aanvoelen en daarmee tot troost bent. Elkaars lasten dragen noemt de Bijbel dat. En dat maakt die last toch lichter in plaats van zwaarder.

Deel je depressieve gevoelens voor ze te zwaar worden! Dat is een les die ik heb moeten leren en nog steeds leer. Voor mensen met suïcidale gedachten is dat letterlijk van levensbelang. Erover praten lost het probleem niet op, maar zoals het gezegde luidt: gedeelde smart is halve smart. Dat maakt het weer dragelijk en geeft nieuwe energie om aan de ziekte zelf te werken.

Hier nog wat links naar andere goeie blogs over depressie en psychische aandoeningen en het gebruik van medicijnen.

http://judithstoker.blogspot.com/2016/02/taboe-christen-antidepressiva.html

https://www.buzzfeed.com/alisoncaporimo/what-it-feels-like?utm_term=.bdAeLKrdb#.xhYEzeNWj

https://alloftheabove851591781.wordpress.com/tag/maak-van-depressie-geen-taboe/

Onkruid en de les van de stokroos

Hij is er weer. Mister Black Dog. Een combi van medicatie afbouwen, drukte, slechte nachten door de warmte en jawel, ik hoorde hem weer keffen. Altijd weer verbaast me de plotselinge verschijning van het beest. Hij zit verstopt achter een boom. Je loopt voorbij en zonder waarschuwing springt hij je in de nek en blijft daar zitten hijgen. 

Ik ga ‘gewoon’ slapen en voel het op me dalen bij het wakker worden. Een zware, beklemmende deken. Het dekbed vouw je terug bij het opstaan, maar deze deken schud je niet zo eenvoudig af. Je draagt hem mee als een terneerdrukkende, benauwende last.
En het ging zo goed! Dan komt de twijfel.
Ging het wel echt goed?
Natuurlijk was het echt!
Ja maar…
De kenmerkende vermoeiende, innerlijke dialogen waar mensen met psychische problemen meesters in zijn.  Wel waar, niet waar, toch wel, toch niet, enzovoort.
Kappen! wil ik schreeuwen als mijn driejarige kleinzoon, die dat woord geleerd heeft van zijn grote broer. Klep dicht!

Bewegen is het motto tegenwoordig. Sporten, fietsen, wandelen. Maar oh, de warmte…Ik zweet liters alleen al door in het huis wat noodzakelijke dingetjes te doen. Vroeg in de ochtend, zegt een opgewekte, energieke vriendin. Ach, lieverd, zeg ik, ik slaap vaak na een onderbroken nacht pas tegen vijf uur weer in. Ja, ik weet het.. in de avond dan maar. Ik beloof het maar weet ondertussen dat het me niet zal lukken. Of toch wel?

Werken in de tuin biedt altijd verademing. Helaas, door de hitte is er niet veel eer aan te behalen. Ik haal wat dooie bloemetjes van de armetierig bloeiende planten. Het gras is geel, de bosbessenstruik toont wat verdroogde besjes, die ik maar laat zitten voor de vogels als die ze nog pruimen. Zelfs de Hortensia’s, altijd oersterk, laten hun bladeren hangen en de bloemtrossen zijn verbleekt. Het past naadloos aan bij mijn stemming. De Fazantenbes – (Leycesteria formosa) die anders zo mooi staat te pronken is ook al schlemielig. De besjes zijn overrijp. Ze smaken wel heel lekker. Ah, daar haal ik toch weer een flard bemoediging uit de tuin. Schlemielig maar toch van waarde zijn. Niet alles is wat het lijkt.

In de achtertuin zie ik ook alleen maar niet-florerende planten en struiken. Ik weet dat het door de stemming komt. Die werkt als een filter. Bij mij zoomt alles in op onkruid, wat het niet goed doet en wat er ontbreekt. Ik loop langs een van de stokrozen en denk, somber, alweer die lelijke zuurstokroze bloemen. Schoorvoetend moet ik aan mezelf toegeven dat de Oost-Indische kers het best goed doet. Ik ben gek op die felle oranje-rode bloemen. De Lathyrus lijkt het ook wel beter dan anders te doen. Meer bloemen en steviger dan andere jaren. Iets begint een beetje door de dikke mistlaag heen te dringen. Ik voel het droge, gele, stoppelige gras onder mijn blote voeten en ruik de prikkelige geur van hooi. De droge aarde heeft een eigen aroma en er is geen slak te bekennen. En dan zie ik opeens dat de vorig jaar gezaaide stokroos bloeit. De hoop op een andere kleur dan roze had ik al opgegeven. Alles kleurt immers roze in deze tuin?
Deze is intens donkerrood! Ik kan weer (ok, een paar seconden dan) blij zijn. De verrassing van de mooie kleur is een teken van hoop voor mijn vale stemming.