Het vergaat mij met schrijven als met bewegen. Hoe minder ik het doe, hoe minder zin ik heb. Het bevestigt dat ik van nature enigszins tot luiheid aangelegd ben. Geef me een goed boek, een goeie film en een lekkere zit- of ligplek en ik ben tevreden, met af en toe een kop koffie of thee. Ik zal nooit tot grootse prestaties komen daardoor. Ik heb lang mijzelf daar lichtelijk schuldig over gevoeld: ik zou toch meer moeten van dit of van wat anders. Sinds ik tot de senioren ben gaan horen heb ik een zekere rust gevonden. Ik heb mijn deel bijgedragen en het is wel goed zo. En dat is meestal wanneer de schrijfzin weer begint te borrelen. Ik hoef niet, ik mag.
2021 is een jaar zoals ik er niet eerder heb meegemaakt. Het leerde me één ding, namelijk hoe vanzelfsprekend ik alles vond en deed. Naar de film, wandelen, en een kop koffie ergens drinken. Fietsen en een tosti eten. Uit eten met een bijzondere gelegenheid. Niet dat ik niet dankbaar was voor veel leuke dingen, maar ze hoorden er zo bij dat het onvoorstelbaar was dat we op een dag alleen nog naar de super konden voor een ‘uitje’..
Dinsdag vertrokken we voor het eerst sinds maanden voor een ‘groots’ uitje, naar Drenthe, een nacht in een hotel en bezoeken aan twee plekken die al jaren op mijn lijstje stonden. In het voorjaar ter ere voor mijn 65e verjaardag gepland met het hele gezin, maar noodgedwongen geannuleerd. Westerbork, het voormalig concentratiekamp van waaruit vele duizenden Joodse landgenoten naar de vernietigingskampen in Duitsland en Polen werden gebracht en Frederiksoord, een van de Koloniën der Weldadigheid uit het begin van de 19e eeuw.
De bezoeken waren vanwege de situatie uiteraard beperkt. De musea zijn dicht. maar de terreinen zijn toegankelijk en in feite was het me daar ook om te doen in de eerste plaats, de beleving. Een museumbezoek helpt daar natuurlijk ook aan bij, door films en achtergrondinformatie, maar op dit soort historische plekken vind ik rondlopen en een poging wagen me voor te stellen ‘hoe het was’ indrukwekkender. Hoewel dat onmogelijk is.
Bij Westerbork parkeerden en liepen de 30 minuten naar het terrein van het kamp. Het was koud, maar helder. De lucht was blauw met hier en daar een wolk. Soms scheen de zon even fel over het mooie winterlandschap. De grond is er zompig en nat, grote plassen hadden zich de laatste weken gevormd en het zonlicht spiegelde erin. Felgroen gekleurde mossen, hele velden met hoge, gouden grassen, bruggetjes over kabbelende beekjes. Het was een prachtig vakantielandschap. Hoe kwamen de Joodse gevangenen hier aan vroegen we ons af? Liepen ze door dezelfde bossen? Misschien met het idee dat alles nog wel mee zou vallen? In zo’n omgeving?
Het contrast tussen de liefelijke omgeving en de gruwelijk gebeurtenissen die zich er hebben afgespeeld is moeilijk te vatten. De wanhoop van mensen die vanuit hun eigen huis en haard gedumpt worden in een schuurachtig verblijf waar ze met tientallen in één ruimte opgepakt zitten. Het verdriet van een moeder die geen afscheid heeft kunnen nemen van haar kinderen.
Fragmenten uit brieven van kampbewoners zijn uitvergroot te zien achter plexiglas op grote panelen op het terrein.
.
We gaan morgen verder
We gaan morgen op reis
Ik houd me flink
We hopen op een goede afloop en elkaar na de oorlog weer te zien
Er spreekt zoveel moed uit die briefjes. Vooral als je oog in oog staat met de wagons waarin die reis dan werd gevoerd. Hoe vaak heb ik die niet gezien op foto’s en op TV? Maar nu ik er zelf voor sta, de manshoge wielen. De stalen schuifconstructie waarmee de wagon hermetisch werd afgesloten
Het meest ben ik onder de indruk van de woning van kampcommandant Gemmeler. Een leuk, groenhouten landhuis met een veranda en serre. Ik zou er zo willen wonen. Het kijkt uit over het uitgestrekte kampterrein, waar vroeger de barakken stonden en het kampleven zich afspeelde.
Het huis is nu zelf gevangen onder glas. Opdat het blijft bestaan, als aanklacht. Zo gewoon was het kwaad.
Op een zomerdag zag men vanuit het huis, tijdens de koffie in de serre, de wagons vertrekken met kinderen, zieken en oude mensen. Ze deden de ramen maar even dicht om het geschreeuw niet te horen (wat een lawaai zeg!). Bij het tweede kopje was de rust weer teruggekeerd.
Zo stel ik me het voor.

Dertigduizend Joden en tweehonderdvijfenveertig Sinti en Roma zijn vanuit Westerbork naar de vernietigingskampen gestuurd. Van de Sinti en Roma hebben dertig het overleefd. De beruchte foto van het meisje met de hoofddoek die door een kier van de deur naar buiten kijkt is een Sinti meisje, Settela Steinbach, en ze vertrekt hier met haar moeder en broers en zussen vanuit Westerbork. Ze is in Auschwitz-Birkenau vergast in juli 1944
Ontdek meer van PARELPAD
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Dag Margreet,
Dank voor dit schrijven.
Wist je dat Armando veel geschilderd en beeldhouwwerken gemaakt heeft over wat hij noemde “het schuldig landschap”?
Veel sterkte!
Groet, Eke
LikeLike
Dank Eke. Ik wist dat niet! Ik ga het opzoeken op Google. Dank je voor de tip!
LikeLike
Dag Margreet, de kampcommandant van Westerbork heette Albert Gemmeker, niet Gemmeler.
LikeGeliked door 1 persoon
Ik het aanpassen! Dank!
LikeLike
Dag Margreet, Wat leuk dat jullie in Drenthe zijn. Ben ook heel benieuwd wat je van Frederiksoord vindt. Ik vind de omgeving daar heel lieflijk, maar ben er alleen in de zomer geweest 😉
LikeGeliked door 1 persoon
Ik ga vandaag beginnen aan de blog. Vond het er heel mooi en veel geleerd ook. Dank voor je reactie!
LikeLike