De onvolmaaktheid der dingen

Samen zochten we songs van zijn vader. Mijn kleinzoon en ik. Op YouTube, waar alles te vinden is. Eerst zijn favoriete lied en dan ik weer. Hij vond een instrumentaal nummer het mooist. Slow Traveler:

Ondertussen werd ik aan het werk gezet.
‘Oma, als jij nu een kaart van Amerika tekent, schrijf ik de namen van alle staten erin.’ Mijn kleinzoon is een grote fan van de VS.
Terwijl ik zweette over de kaart (met alle staten) zocht hij de titels van de liedjes op mijn laptop. Zo stuitten we op het lied: To say a prayer . Opeens herinnerde ik me weer hoeveel indruk dat lied aanvankelijk op me maakte. Zowel wat de muziek als de tekst betreft. Helaas, kleinzoon vond het wat saai en aangezien ik nogal worstelde met de Oostelijke staten en ministaatjes van Amerika (ik kreeg ze met geen mogelijkheid in de juiste vorm uit mijn potlood) besloot ik op een later tijdstip nog eens uitgebreid te luisteren.

Na de logeerpartij kreeg ik weer de ruimte om dat te doen. Het lied was blijven haken en had een snaar geraakt. Ik praat namelijk vaak met mensen die in hun leven een kloof ervaren tussen wat er is in hun leven en wat er volgens hen had kunnen of moeten zijn gezien inspanningen, talenten, leeftijd en verwachtingen. Ik praat daar niet alleen over met anderen, ik ervaar die kloof bij tijden ook zelf. De onvolmaaktheid der dingen, zal ik het maar noemen. Extra pijnlijk in onze overspannen succescultuur. Ambitieus zijn, hard werken, ervoor gaan, in je kracht staan, nou ja, de bekende taal met de daaraan verbonden visuele glorie-expressie van Facebook en Instagram. Ik schuif het niet helemaal van tafel als onwaar en slecht, hoor, ik post zelf ook leuke dingen. En je inspannen om iets te bereiken is ook normaal.
Toch blijft voor mijn gevoel een hele dimensie van het menselijk bestaan vaak onbenoemd en onderkend. Namelijk die van het lijden. Het verdriet. De zwakte. De tegenslag. De teleurstelling. Wanneer de dingen je bij de handen afbreken. Wanneer het succes uitblijft. Wanneer er ziekte komt. Als de dood toeslaat.

Daar gaat het lied gaat over. Eerst maar de tekst:

Normally I’d suggest,
To suffer the consequences
And reach for the stars

With patience
and relentless persistence

But already I confess

That in my experience
The only thing I can recommend
Is a lesson in helplessness,


To give it up
To see the end
To give your heart

to break not bend
To say a prayer

To walk alone
To reach the end
To give your heart

To break not bend
To say a prayer

Na het lied volgt een tekst (met toestemming gebruikt) gesproken door Ramon Gieling naar aanleiding van zijn film Erbarme Dich. Een uitvoering van de Mattheus Passion waar dak- en thuislozen met hun verhalen aan meewerken. Een aangrijpende documentaire. Gieling spreekt over verdriet:

Sadness is a place in your life that is always there but you don’t enter, until something takes you to a place where you have to surrender. You have to give up, you have to say I don’t know the answer…this is too much for me. And that place of surrender means you have to give up the illusion that you are in control. You have to recognize That your life is being directed not by you and you are not the author of the script. And after surrender, after going to the lowest place there is a radical opening and life is organized in such a way that eventually it stops you in your tracks and the ache and the unconsolable place of melancholy sends you seeking for something deeper…

Terwijl ik dit schrijf voel ik al een druk om te zeggen dat het allemaal wel erg somber aan het worden is. Om vooral weer over te schakelen naar hoe goed en fijn en mooi alles is. Want verdriet ervaren, dat is oké, maar tonen, dat ligt toch wel lastig in onze cultuur. Zij/hij was zo flink, is het hoogste compliment dat we kunnen bedenken wanneer iemand zijn tranen inslikt bij een begrafenis. We voelen ons ongemakkelijk wanneer iemand ongelukkig is. Dat willen we oplossen. De Belgische psychiater Dirk de Wachter zegt: het is niet normaal hoe graag wij alleen gelukkig willen zijn. Succes willen hebben. Willen scoren.

Wat ik boeiend vind is dat deze psychiater, die met zijn boodschap van matiging in verwachtingen volle zalen trekt, eigenlijk de boodschap van de bijbel brengt. Er is geen boek zo nuchter en realistisch over het vluchtige menselijk geluksgevoel dan de bijbel. En de ruimte die de bijbel biedt voor ‘negatieve’ emoties is onbeperkt. Wie regelmatig de psalmen leest leert vanzelf verwachtingen van ‘aardse’ dingen te temperen en niet alle hoop op mensen te stellen. Beiden, allerlei ‘aardse’ zaken als werk, bezittingen, muziek en de menselijke dingen als relaties, zijn een geschenk en om van te houden en genieten. Tegelijk is de boodschap helder, als je daar alles van gaat verwachten gaat het je nog eens vies tegenvallen.

De Wachter en Gieling zeggen eigenlijk allebei dat je ongelukkig voelen de weg kan vrijmaken naar een diepere ervaring in je leven. Verlies opent de mogelijkheid iets nieuws te ontvangen. Het dwingt iemand om verder te zoeken naar wat dan een blijvender vreugde kan geven.

We zien De Wachter in een kerk in Antwerpen. We horen prachtige koormuziek van Bach. Hij wijst op de stilte, de vertraging in de tijd in een dergelijke omgeving. De rituelen die je weer bepalen bij het tijdelijke van ons leven.
‘Laten we leren om weer wat ongelukkig te zijn’, zegt hij.
Laten we het verdragen dat anderen om ons heen soms ongelukkig zijn. Nabijheid krijgt pas betekenis wanneer we elkaar nodig hebben, niet als we constant zogenaamd onze successen vieren. En dan is er het wonder dat we vreugde ervaren omdat we er voor elkaar zijn. En een gebed kunnen uitspreken.

To say a prayer.

Partir c’est mourir un peu..

Ik nam laatst afscheid van mijn taalles. Vier jaar heb ik namens een welzijnsorganisatie Nederlandse les gegeven aan migrantenvrouwen. Ik begon met de bibbers, maar na verloop van tijd ben ik gaan genieten van de ochtenden dat ik samen met mijn vrouwen aan hun Nederlands sleutelde. Zo’n diverse groep! Zowel wat betreft nationaliteit, religie, taal, leeftijd en achtergrond. Allemaal gelijk echter in hun behoefte aan contact en bevestiging.

SAM_1743

Ik heb veel geleerd van deze dappere dames. Ze lieten hun land en familie achter, sommigen uit vrije keus, maar de meesten gedwongen door oorlog en geweld. En dan een nieuw leven opbouwen in een vreemd land, met een jou vreemde cultuur en een taal leren die als een van de moeilijkste bekend staat. Ga er maar aan staan! Om de stress te verlichten was mijn doelstelling tijdens de les altijd in ieder geval een keer samen lachen. Niet meegezogen worden in de verhalen over ziekte en depressie, maar ze wel te horen.

Tijdens mijn afscheidsmomentje vloeiden de tranen. Ik was natuurlijk gevleid, maar na de zoveelste omhelzing en toen zelfs mijn Thaise leerling huilde, dacht ik als nuchtere Nederlandse wel: Nou ja, zeg…Ik ga de wereld niet verlaten..We gaan samen  nog een keer eten, dus wat is dit?

Thuisgekomen realiseerde ik me dat er meer aan de hand was. Dat die tranen niet alleen mijn sfscheid golden, maar iets losmaakte bij de vrouwen. Een dieper verdriet over al die andere vaarwels. Van vaders en moeders, vaak te oud of te ziek om mee te vluchten, van broers en zussen, wel gevlucht maar over de hele wereld verspreid asiel gekregen. Soms van kinderen, of van grootouders. Steeds weer dat afscheid.

Het herinnerde me aan onze tijd in Zuid Korea. In de kerken daar werd ook veel gehuild. Waarom, dachten wij in het begin…Ik vond het maar overdreven, dat gesnik, tijdens de gebeden vooral. Arrogante westerling als ik toen was. Maar ook toen werd het me allengs duidelijk dat die tranen ook opwelden uit een diep verborgen verdriet, dat als een onderaardse stroom aanwezig was in de samenleving. Namelijk de herinnering aan geliefden in de Koreaanse oorlog (1950-52), die toen rond dertig jaar geleden was. Er was geen Koreaan (ik spreek over de jaren tachtig) die niet een familielid in het streng afgesloten Noorden had, met wie contact absoluut onmogelijk was. Kinderen die al tientallen jaren hun ouders niet meer spraken, echtgenoten, die elkaar kwijt geraakt waren in de chaos van de oorlog, broers en zussen enzovoort. En juist tijdens de gebeden, in de ontmoeting met God kwamen de tranen los. Dat is tenminste mijn gedachte.

Verdriet zoekt zich altijd een weg naar buiten. Vaak in de vorm van bitterheid of angst en ziekte. Maar wanneer het gedeeld kan worden in tranen, met een ander of de Ander, ligt er in die ontmoeting troost. En is het verdriet weer even dragelijk.

Ik ga mijn taalochtenden missen. Maar het contact met mijn moedige dames wil ik blijven houden. Op een andere manier misschien. Een manier waarin minder de taal, maar de ontmoeting centraal staat.

Nog even broeden over een goeie vorm.

Het graf jubelt – Esta Steyn

hetgrafjubeltHet graf jubelt – Kroniek van pijn en genezing na de dood van     een kind
139 pagina’s
Esta Steyn (vertaald uit het Afrikaans)
Uitgeverij Vuurbaak – Plateau
ISBN 978 90 5804 090 9

Als geschenk voor een bijdrage aan een bijbels dagboekje voor volgend jaar, kreeg echtgenoot dit boekje toegezonden. Ik bladerde het wat door om te zien waar het precies over ging, en dit met enige scepsis moet ik eerlijk zeggen. ‘Het graf jubelt’. Ik vond dat een nogal triomfantelijk klinkende titel, als ik in de ondertitel lees waar het over gaat: de dood van een kind. Maar de achterkant van het boekje zegt dat het ook gaat over de worsteling met God van de auteur. ‘Ze schreeuwt en klaagt en is boos op haar God’.

Ik ben gaan lezen en werd geraakt door het tragische verhaal van de dood van niet één, maar twee van de drie zoons van Esta Steyn! Beiden kwamen door een ongeluk om het leven. De eerste zoon verongelukt bij een motorongeluk. Jaren later verdrinkt een tweede zoon tijdens het surfen. Onvoorstelbaar verdrietig. Wat een leed.

De schrijfster verwoordt goed hoe intens haar verdriet is als moeder. Hoe ze schuld ervaart. Had ze niet iets moeten doen, iets moeten laten. Waarom kon zij als moeder haar zoons niet behoeden voor een te vroege dood? Dat is toch je enige roeping als moeder, je kind beschermen tegen de kwade machten van ziekte en dood. Ze beseft dat haar krachten daarin beperkt zijn. En vraagt waarom God haar kinderen dan niet behoedde voor de dood.

De pijn en machteloosheid zijn zeer invoelbaar beschreven. Ik heb de dikke pil Tonio (over de dood van zijn zoon door A.F.Th. van der Heijden) gelezen met mededogen en een idee van hoe het geweest moest zijn, maar er bleef een zekere afstand. Deze moeder schrijft zodat je het lijfelijk ervaart: “Die avond en die hele nacht dacht ze: hij is koud en alleen. Hij heeft niets bij zich. Alleen zijn groene pyjama en zijn pantoffels” (bldz.35). Je zoon achterlaten in dat koude gat in de grond…je wilt hem een deken brengen…Ja dan knijpt bij mij van binnen ook alles samen. Misschien beleeft een moeder dit meer fysiek dan een vader?

Het vertrouwen dat God er is en haar niet alleen laat is, ondanks veel worsteling en twijfel, sterk. De auteur beschrijft een periode van minstens 10 jaar en daar zit tegelijk de zwakte van het boek. Het evenwicht wat iemand eventueel weer terugvindt na zeer traumatische gebeurtenissen zijn moeilijk geloofwaardig samen te vatten in een verhaal van pakweg 130 bladzijdes. Het gaat, voor mijn gevoel, te snel en kan al gauw een gevoel van weerstand oproepen. Zeker wanneer je zelf een kind aan de dood verloren hebt (ikzelf niet) kan het lezen van het boekje ontmoedigen wanneer je nog middenin die strijd met God zit. Aan de andere kant, wie werkelijk met God eruit wil komen kan troost ervaren. Er is licht aan het einde van de tunnel. Deze vrouw getuigt daarvan.

Hoeden, dozen en verdriet

In Nederland gaan we na de begrafenis van een geliefde weer naar huis. Na de koffie en de cake en wat napraten. De achtergelaten bezittingen van de geliefde worden te zijner tijd verdeeld, wanneer we er aan toe zijn. Bij Blanca’s spullen liep het anders. Om verschillende redenen wilde mijn schoonvader dat haar kleding en sieraden nog dezelfde week zouden worden uitgezocht en opgeruimd. – Wanneer moet het anders, was zijn idee. – Nu zijn jullie er allemaal. De oudste dochter uit Californië, de jongste uit Summerville, de broers uit Nederland, Californië en New York, Massachussets;  kleinkinderen uit Nederland, Arkansas en New York.. Hoe vaak zouden we er weer allemaal samen zijn?

Zo begonnen we aan de zware, onwezenlijke klus. De kasten en laden openenen en alle kleding, hoeden, baretten en sieraden sorteren, uitzoeken en opruimen. Met het sterke gevoel iemands privé te schenden door rond te neuzen in haar spullen. Steeds weer drie stapels: weg – twijfel – behouden; waardevol – niet-waardevol,maar emotionele hechting – prullaria – Kringloop

Mijn schoonmoeder hield van sieraden. Dozijnen doosjes vol oorbellen, kettingen, ringen en broches. In iedere la, nog meer doosjes. Ze hield ook van kleding en van kleding bewaren. Ware vintage trokken we van de hangertjes. Dagenlang zijn we bezig geweest, onder leiding van gedecideerde oudste dochter Lark. Bergen vuilniszakken voor het Leger des Heils, stapels dierbare kleding voor de koffers van de negen vrouwen, spullen voor de zeven mannen en (slechts) een paar bijzondere voor Chris, haar man. Ging het allemaal zonder spanningen? Neen. De een is een doorpakker, hup, hup. De ander heeft tijd nodig, ‘ ‘laat nog even liggen’. Een eruptie hier, een stoomwolk daar, maar uiteindelijk was het klaar. Moeilijk, pijnlijk en onwezenlijk. Maar schoonvader was blij.

IMG_1628IMG_1621SAM_0590

Zondag na de begrafenis begon het bij mij te piepen en te schuren. Tot op dat moment was alles goed verlopen, terwijl ik geen grote groepen mens ben. Ik voelde me gedragen door gebeden. Ik draaide mee, luisterde, troostte, luisterde weer; lachte mee, herinnerde mee, zong mee; ruimde op, ruimde af, ruimde in, ruimde uit; zette eten klaar, waste af, praatte met die, omhelsde een ander. Maar mijn emoties zaten op slot. Ik had nog geen traan gelaten.

Die zondag kantelde er iets. Ik had slecht geslapen. We gingen naar de kerk (City Life Boston) en één van de liederen tijdens de dienst raakte me. Het eerste scheurtje in mijn survival-schil. Het bleef die dag wringen. Aan de laatste ronde van sieraden- en hoedenverdeling kon ik niet meedoen.IMAG1351 Ik ben gaan wandelen langs het water. De woontoren van mijn schoonouders staat aan de haven van Boston. Langs het water loopt een prachtig wandelpad van een paar kilometer. De dobberende boten, het geluid van krijsende meeuwen, de stapelwolken in de staalblauwe lucht, de zon, de gure wind, allemaal elementen die mij openen, rechtstreeks mijn ziel binnenkomen. Ik ben een watermens.

Ik dacht aan alle doosjes die door mijn handen waren gegaan. En ik realiseerde me dat  deze wandeling, dit alleen zijn met het water, me eindelijk bij het doosje bracht wat nog dicht zat, maar (knarsend en wel) open wilde. Ergens in een kamer van mijn ziel bewaar ik dat doosje met het verdriet om geliefden die al eerder stierven. Het verdriet om Blanca kon ik pas ervaren als dat deksel er af kwam.  Dat gaat meestal moeizaam, want de inhoud is  donker. Ik voelde echter aan mijn lijf dat het gebeuren moest.

Ik ben dus maar gaan zitten met het weidse uitzicht op het water en heb het ondergaan. Het verdriet om de geliefden die ik mis. Niet altijd bewust, maar wel op de achtergrond. Sommigen veel te jong gestorven. Het is uiteindelijk de pijn om de vergankelijkheid van het leven. De pijn omdat het altijd weer op sterven uitloopt. Op afscheid nemen en ‘afgesneden zijn’ (Vasalis). De schreeuw uit de diepte van psalm 130. Even geen uitzicht hebben op Pasen.

De zon verdween, ik kreeg het koud, het werd tijd om terug te gaan. En wat een weelde: thuis dochters om me te troosten! Mannen zijn kanjers, daar leun je op, maar soms stellen ze teveel vragen. Vrouwen, ‘mijn’ vrouwen vroegen niets. Twee paar armen om me heen. Even de tranen de vrije loop.

Toen was het weer goed. Het verdriet om Blanca had zich bij het andere verdriet gevoegd. Dat pijn doet. Maar ook zacht maakt en helpt om mee te voelen met anderen.

Een soort welriekend compost, zeg maar. Het maakt de grond van mijn bestaan vruchtbaar. Het is toch Pasen geworden.

Is verdriet meetbaar?

bron RD

De medische wetenschap heeft voor de organische processen die in het lichaam plaatsvinden allerlei meetinstrumenten ontwikkeld om te bepalen of er sprake is van gezondheid of niet. Alles wat tikt, stroomt, bonst en vloeit in ons lijf moet dat op een bepaalde manier doen, anders gaat het mis. Wat er stroomt aan bloed moet de juiste druk hebben, de juiste samenstelling, anders ontstaat onherstelbare schade.  Ieder orgaan, van het grootste tot het kleinste moet precies zò functioneren of het hele lichaam raakt uit zijn balans.  De medische wetenschap weet veel. Er is veel ontwikkeld op het gebied van medicatie, behandeling en genezing.

Zo meetbaar als het lichaam is, zo onmeetbaar is onze geest. Hoeveel kan een geest aan voor die knakt? Hoeveel kan een hart aan voor het breekt? Hoeveel kan een zenuwgestel verdragen voor het aan spanning ten onder gaat? Niemand kan daar iets van zeggen. De ene mens overleeft een concentratiekamp en kan nog verder leven en werken, de andere raakt levenslang beschadigd door gepest te zijn op school. De ene mens heeft levenslang last van depressies zonder iets werkelijk traumatisch te hebben meegemaakt en de andere slaat zich flink en vrolijk door het leven na de suïcide van een vader of moeder.

Zoveel hangt af van persoonlijkheid, omstandigheden, gevoeligheid. Het nature/nurture debat. Soms zou je willen dat het psychische net zo meetbaar was als het lichamelijke. Als bloeddruk, diabetes, hartafwijkingen en longemfyseem. Ik noem maar wat.

Ik moest aan al die dingen denken toen ik vorige week vrijdag bij de begrafenis aanwezig was van Tristan, een jongetje dat 7 dagen geleefd heeft en door zuurstofgebrek tijdens de bevalling dusdanige hersenschade opgelopen had dat hij niet kon blijven leven.

Op een ijskoude winterdag moesten zijn ouders en geliefden dit kleine mannetje in een blauw kistje naar een grafje dragen. Na een intens verdrietige, mooie, waardige, hartverscheurende dienst in de kerk gingen we naar het graf. Toen al dacht ik, hoeveel kan een geest verdragen? Wat is te veel? Dat kleine blauwe kistje. De vader en moeder, het broertje, de grootouders, de ooms en tantes, de vrienden, de broers en zussen van de gemeente, allemaal met zoveel pijn. Dat aanzien. De tranen, de zuchten, de boosheid…wat ging er ontzettend veel door ons allemaal heen.

Hoeveel mmol verslagenheid en pijn is schadelijk voor de gezondheid?

En toen het graf. We baden het Onze Vader, de vader legde het kistje in het grafje en toen zongen (zeg maar: snikten) we allemaal: Hoger dan de blauwe luchten en de sterretjes van goud, woont de Vader in de hemel, die van al Zijn kinderen houdt. Daar stond dat kistje, met het kleine lijfje van lieve Tristan, in de koude, donkere grond. Met een dikke laag sneeuw er om heen.

Hoeveel mg pijn en verslagenheid is schadelijk voor de gezondheid?

Terug in de kerk kondigde de uitvaartondernemer aan dat het ‘hugtime’ was. De ouders wilden liever niet het woordje gecondoleerd horen, maar verlangden naar alle vormen van steun. Een omhelzing, een woord van liefde of medeleven. En zo ontstond een lange rij van mannen en vrouwen die troost konden bieden en vinden, ook voor hun eigen verdriet, in de omhelzing van de vader en moeder. Liefde en mede-lijden (in de letterlijke zin) hingen tastbaar in de lucht.

Misschien is het de hoeveelheid liefde wel die de schade van verlies en pijn beperkt en omdraait. Liefde niet als zoetig sentiment, maar liefde zoals God die voorleefde. In mee- lijden, in mee-voelen, in mee-dragen, in mee-huilen, in mee-booszijn. Was Jezus niet geweldig kwaad ook op de dood, toen Hij bij het graf van zijn vriend Lazarus stond?

‘The only thing that makes loss endurable is love
And love endures forever’.