Wat zal ik schrijven? Van geluk?

Boottocht op de Zaan tijdens een van de huwelijksjubilea

Ze willen niet echt vloeien, de woorden uit mijn ‘pen’. Ik zie het aan de vele ‘concepten’  die ik heb opgeslagen. Er spelen een aantal dingen waar ik (nog) niet over schrijven kan of wil. Het lijkt wel of die een soort stop vormen op mijn inspiratie. Ik heb al eens een poging gedaan erover te schrijven, maar het wil niet goed lukken. Schrijven zet zaken aan, waardoor ze gelijk erger lijken. Nog maar niet dus!

vijftig jaar!

Maar het gewone leven biedt veel goeds. Hoe bijzonder is het om in vijf weken tijd uitgenodigd te zijn op drie feesten van bevriende stellen die vieren dat ze 50 (!) jaar getrouwd zijn? Aan de ene kant maakt het dat ik me stokoud voel…mijn vrienden, 50 jaar geleden getrouwd?? Dat overkwam mijn grootouders.. Maar al gauw bedenk ik dat voor echtgenoot en mij de 43 jaar ook voorbij gevlogen zijn. Niet als een permanente roze wolk, dat niet. Maar juist door de dalen heen is de band gekweekt die nu onverbrekelijk is geworden.

De dwang van het voelen

Ik dacht daaraan in een gesprek met iemand waarin de zo bekende ‘ik moet voor mezelf kiezen’ uitspraak voorbij kwam. Natuurlijk zijn er situaties in een relatie waarin alles onhoudbaar is geworden. Ontrouw, verlating, mishandeling, situaties waarin er geen sprake meer is van samen.  Toch denk ik dat niemand meer de 50 jaar zal halen als dat zinnetje vooraan in je hersenpan staat, zoals het nu vaak lijkt. Het zelf is op zo’n voetstuk geheven dat alles moet wijken voor ‘het geluk’ van het zelf. En de definitie van geluk is dan je goed voelen. Op je plek voelen. Liefde voelen.

Wat ik persoonlijk heb geleerd door de jaren heen is dat ‘voelen’ een verschrikkelijke jojo is. Up, up, up en down. Nieuwe ervaringen die adrenaline geven en een kick. Nieuwe liefdes die door de waterval van dopamine’s maken dat je letterlijk in de zevende hemel lijkt te zweven. Maar ja, van elke bergtop moet je weer neerdalen en dan is het gewone leven soms best een domper.

Depressie als kentering.

Wat dan? Mijn leerschool is de depressie geweest. Depressies nemen naast veel andere nare dingen je gevoel van welzijn weg. Het is een rare mengeling van gevoelloosheid en tegelijk verdriet over die gevoelloosheid. Een contradictie, ik weet het maar zo was het (en is het, soms) en veel lotgenoten zullen het herkennen. In de psalmen wordt het mooi verwoord door David: Ik heb zo’n heimwee naar de tijd dat ik vrolijk was.

Hoe kun je leven met een gebrek aan een ervaring van welzijn? Dat is zwaar. Maar het dwong me min of meer na te gaan denken over wat het leven uiteindelijk waardevol maakt voor me. Waar leef ik voor? Voor wie leef ik? Wat is zinvol, ook als het niet de kick brengt die ik vroeger misschien als geluk benoemde.

Dat is een lange weg. En niet voor iedereen met verlammende depressies. Maar die bezinning heeft mij wel veel gebracht. Ik ben niet toevallig hier. God heeft me bedacht. Heeft mij talenten gegeven. Misschien is de depressie wel een talent waarmee ik mag werken. (Waarom zou een talent alleen iets positiefs zijn, iets waar je ‘happy’ van wordt?) Anderen beter begrijpen? Voeling hebben voor wie kwetsbaar is en aan de rand van de samenleving staat? Anderen eraan herinneren, puur door eigen kwetsbaarheid, dat ‘goed leven’ niet persé carriére, geld, gezondheid, succes of vul maar aan betekent. Goed leven heb ik ontdekt is samen leven, anderen meenemen op weg, steunen en gesteund, troosten en getroost worden.  En hoopvol zijn. Omdat dit leven niet het een en al is.

Succes verzekerd?

Is dat een succesformule? Nee, natuurlijk niet. Het is moeilijk om in een succesmaatschappij, van ongekende welvaart, te leven en vol te houden dat dat geen geluk brengt. Om in een maatschappij te leven waarin Jezus meestal een vloekwoord is en niet de Godmens die het ons heeft voorgeleefd: leven met de armen, zieken genezend en uiteindelijk sterven. De bijbel noemt dat ‘lijden’. Zelf God identificeerde hij zich met ons.

Dat inspireert mij. En de Geest van God geeft me mogelijkheden. En opent ook mijn ogen. Voor wie om mij heen, in het leven van alledag, wellicht een steuntje kan gebruiken. Of een beetje begrip. Of een klankbord. Of een goed gesprek. Ik noem dat nu geluk.

 

 

 

Memories

Als mijn moeder op bezoek kwam hoefde ik zelf niets lekkers in huis te halen. Ze had een tas vol spullen bij zich. Chocola van de markt, van die heerlijk zachte Cote d’Or en lekkere koeken. En dan vaak nog zoiets als krentebollen (of krentenbollen?).

Ze kwam altijd met de trein. Na mijn vaders overlijden in 1986 was ze gelukkig nog jong genoeg om zelfstandig met het OV te leren reizen. Maar ze wilde het ook. Eigenlijk was moeders best avontuurlijk aangelegd. Ze hield van kaartlezen, al was ze er net zo goed in als ik (ha, ha). En reizen vond ze heerlijk. Zorgvuldig zocht ze uit wanneer er vrije reizen waren op de seniorenkaart en dan ging ze op pad.
Een keer was ze voor negen uur op de trein gestapt en kreeg ze, tot haar grote schande, een vermaning van de conducteur!

Drie keer is ze in Korea geweest toen wij daar woonden. Twee keer met m’n vader en de derde keer helemaal in d’r upje, vlak na het overlijden van mijn vader. Heel dapper, want het waren toen echt lange reizen met een overstap in Frankfurt of Parijs.

Het was het jaar waarin Kim en ik 12,5 jaar getrouwd waren, april 1987. Altijd een goeie planner had ze van tevoren een advertentie opgegeven aan het Nederlands Dagblad met felicitaties namens de kinderen. Ik snap nog steeds niet helemaal hoe die coordinatie verliep want we kregen daar toch niet iedere dag de krant uit Nederland. In ieder geval met vertraging. Hoe het ook zij, op de morgen van de Dag zat ik de krant te lezen en Jesseka en mijn moeder deden een beetje vreemd. Ze hadden de grootste belangstelling voor mij en de krant. Als ik weg liep kwam Jes me achterna en moest ik toch vooral op die en die pagina dat en dat eens lezen. Jes was een pienter kind maar de krant las ze normaal gesproken nog niet, ze was 11.
Om een lang verhaal kort te maken opeens zag ik het eindelijk, die kleine advertentie: Kim en Margreet, 12,5 jaar, gefeliciteerd. Hoe intens lief, besef ik nu. Pas later realiseerde ik me hoe lang van te voren moeders daar over nagedacht moest hebben!

Zo zat ze echt in elkaar. Vakanties werden lang van te voren voorbereid. Ergens op een plek in huis groeiden langzaamaan de stapels kleren en linnengoed voor de vakantieweken. Het gaf me een heerlijk gevoel van voorpret. Op het laatst mochten we alleen oud ondergoed en zo aan. Dan was de grote dag van vertrek heel dichtbij en ik deed niets liever dan versleten katoentjes dragen!

Toen ik klein was werd mijn kleding de avond van tevoren klaargelegd. Heel slim waarschijnlijk met 5 kinderen en veel huishoudelijke karweien ’s ochtends vroeg. (Tot mijn schande moet ik bekennen dat mijn moeder tot en met de middelbare school mijn brood ’s ochtends smeerde… ). Tot 1965 hadden we een kolenkachel en ik zie m’n moeder nog van buiten komen met de kolenkit en ik hoor dat knisperende geluid als de kolen van bovenaf in de kachel gegooid werden. Wat een vieze boel moet dat geweest zijn ’s ochtends net uit je bed…
Ik heb daar zelf eigenlijk geen enkele associatie mee. (Toen niet i.e.g. in Korea hadden we dezelfde vieze kachels!) Ook niet dat het koud was. Terwijl dat wel zo geweest moet zijn. Er was alleen in de woonkamer verwarming en een enkel electrisch straalkacheltje in een andere kamer. Dat laatste weet ik zeker omdat die roodgloeiende staven me als kleuter enorm intrigeerden. Ik wilde weten of dit nu ook vuur was of niet. Om het te testen hield ik er een papier bij wat natuurlijk direct vlam vatte. Ik ben nog nooit van m’n leven zo geschrokken!! En m’n moeder nog erger, denk ik. Ze zal heel opgelucht geweest zijn toen we in ons volgende huis gaskachels kregen. Ook alleen nog maar op de begane grond. Boven hadden we butagaskachels. Stinkdingen.

Ik dwaal af. Dat is gebruikelijk als je Memorylane afloopt.