Huppakee, weg?

Huppakee, weg. Er is veel geschreven over de uitzending van de Levenseindekliniek over hulp bij het sterven van mensen die ‘klaar zijn met leven’. Een vrouw met dementie in haar spraakvermogen kon het alleen maar zo verwoorden: ‘huppakee, weg’. Volgens haar man bedoelde ze te zeggen dat ze dood wilde. (overigens had ze eerder een verklaring opgesteld over haar wens niet te willen leven met dementie). Ze kreeg dus het drankje dat de dood tot gevolg had.

Gelukkig was er veel ophef over de documentaire. Waren dit nu mensen die moesten stérven? Konden ze niet op een andere manier geholpen worden? Maar blijkbaar vonden hun naasten en de mensen van de kliniek van niet. Huppakee, weg.

Lijden is niet fijn. Je zoekt het niet op. Als we lijden willen we dat het weg gaat. En het liefst ‘huppakee’, snel! En waarom zouden we lijden? Waarom moeilijke dingen verdragen? Er zijn zoveel manieren om te vluchten. In alcohol, in shoppen, in eten, in drugs, in roken, in duizend ontsnappings mogelijkheden. Of je stapt eruit, uit het leven. Of je doet die NIPT-test zodat gehandicapt leven (eventueel) voorkomen kan worden. Want je kunt het niet (meer) aan.  

Maar wat, als lijden nu eens een weg is die God met je gaat om juist heel dichtbij te komen? Door alle schijn ’goden’ weg te nemen. Ga maar eens door een periode van hevige pijn. In je lijf, in je hart of in je leven, dat maakt niet uit. Dan helpt uiteindelijk niks meer. Alleen God en de mensen door wie Hij naast je wil komen staan. Dat is zó bijzonder als de tijden duister zijn. Dan verzamelen de mensen die jou liefhebben zich om je heen, op een manier die anders nooit gebeuren zou. Het leven krijgt een diepgang die je er zelf nooit in aan had kunnen brengen. Ik hoor het zoveel mensen zeggen, gelovig of niet: de liefde en saamhorigheid toen die en die stierf , tijdens mijn ziekte, enz. was zo groot, het was in zeker opzicht de mooiste periode van mijn leven, hoe raar dat ook klinkt. 

De leegheid die oude mensen ervaren als niemand meer naar hen omkijkt en die hen naar de dood doen verlangen,  is een aanklacht tegen onze samenleving, tegen ons. Palliatieve zorg bij lichamelijke pijn aan het einde van het leven doet de vraag naar euthanasie dalen. Die ‘palliatieve zorg’ moeten we ook ontwikkelen voor ouderen die eenzaam zijn en geen ‘zin’ meer in hun leven ervaren. Een taak die bij uitstek opgepakt kan worden door geloofsgemeenschappen als de kerk. Zij kunnen de omhelzende armen vormen van God op aarde.

Problemen dus opgelost? Geen lijden meer? Huppakee, weg? Nee. Dat zit er niet in. Maar lijden hoeft niet het begin van de ondergang te zijn, het kan een opmaat zijn naar betoon en ervaring van liefde en bewogenheid, van God en mensen. Jezus Christus heeft ontzettend geleden. Hij werd juist totaal van God en mens verlaten. Voor ons! Zo hoeven wij nooit te lijden.  Hij loopt nu vlak  naast je, of je dat nou voelt of niet. Tot het allerlaatste einde. En ook dan worden we opgevangen in liefdevolle armen. En mogen we eindelijk bijkomen. Van alle verdriet en alle pijn en al het lijden. Helemaal getroost worden zoals een kind dat het uitbrult, tot rust komt bij mamma op schoot.

Heb de weg die God met je gaat lief
Het is Zijn weg met jouw ziel en leven

(vrij naar) Augustinus

NB Ik wil ter verduidelijking toevoegen dat ik hier niet bedoel te zeggen dat we ieder leven tot het uiterste moeten rekken; wie stervende is mag sterven. Noch dat we het lijden moeten verheerlijken of zoeken. Lijden zelf is niet goed. Het is iets wat God niet bedoeld heeft oorspronkelijk. Maar nu het er is, in een wereld na de zonde, kan zelfs dát niet een barriẽre vormen voor Gods liefde voor en Zijn doel met ons.  Integendeel! Hij maakt het kwade goed.

Berlinde de Bruyckere

Met vriendin Ans toog ik laatst naar het Gemeentemuseum in Den Haag. Naar de tentoonstelling van werken van Berlinde de Bruyckere (1964, Gent). Ik kende haar werk niet. Het was er niet druk, er stonden geen rijen voor de kassa, dus in alle rust liepen we rond. Enigszins verbijsterd, gebiedt de eerlijkheid me te zeggen: Waar ben ik terecht gekomen? Verwrongen, verminkte lichamen van was, in een kleur die me steeds aan doden deed denken, grijsblauw, transparant, broos en breekbaar. Sommigen gewikkeld in stukken doek waardoorheen bloedachtige vlekken te zien waren. Als haastig verbonden, gewonde soldaten in een oorlogssituatie.

Intrigerend, schokkend, fascinerend en misselijkmakend. Na een half uur zeiden we allebei dat we ons letterlijk onpasselijk voelden. Toen hebben we even gepauzeerd om het een en ander op ons in te laten werken.

Ik ga meestal ‘schoon’ naar een expositie. Ik lees er niet over omdat ik het tentoongestelde werk wil ondergaan voordat ik het ga duiden. Bij deze tentoonstelling had ik echter wel meer informatie nodig om iets te ‘kunnen’ met wat ik zag.

berlinde
Marthe

 

Into one another
Into one another

Vriendin Ans wist dat de kunstenares een slagersdochter is. Een vrouw, opgegroeid tussen het vlees, zeg maar. Aan vleeshaken hangend in haar vaders slagerij. Dat verklaarde de gelijkenis van veel lichamen met dergelijke vleespartijen. Het doet gruwelijk aan, maar ik begrijp dat zij er veel meer mee zeggen wil dan dat. Ik las ergens dat de inspiratie en motieven in haar werk te maken hebben met:

metamorfose, dualiteit, lichamen (van mens, dier, plant en alles daartussenin), huid (idem), kwetsuren, broosheid die tegelijk kracht is, verwering, melancholie… Maar De Bruyckere vervalt nooit in pessimisme of fatalisme; haar werken zijn van een sublieme, verstilde schoonheid.’

Naast breekbare lichamen waren er ook werken van takken en boomstammen te zien. Ik kon er niet zoveel mee, maar achteraf lezend over haar inspiratie heb ik er meer waardering voor, afgezien van het zeer knappe, ambachtelijke van haar kunst. ‘Lijdende boomlichamen’, zo omschreef iemand ze op internet. Bomen die gekapt, gerooid worden en als afgekeurd, ontworteld langs de kant van de weg liggen. Dat roept allerlei thema’s op die we als mensen herkennen.

berlindedebruyckere_kreupelhout

‘De bomen, helemaal aan flarden getrokken door het natuurgeweld, als symbool voor leven, dat onherkenbaar vernield werd. De begrenzingen van het menselijk zijn’,  schreef ze aan schrijver J. M. Coetzee.
Iemand anders omschreef het zo:  De kern van het werk was ontheemd zijn. Als een mens ontworteld raakt is dat zo ingrijpend, men vindt zijn plek nooit weer. Ook altijd een groot thema in het werk van Coetzee.

Dat sprak me zeer aan! Ik heb me vaak, door frequente verhuizingen, ontheemd en ontworteld gevoeld. Haar bomen bloeden uit vele kwetsuren en worden gezwachteld; tussen de takken en stompen liggen zachte kussens, als om het leed te verzachten. Dat komt binnen!Berlinde-De-Bruyckere-kreupelhout1

Op verschillende sites las ik dat San Sebastian, de tot het christendom bekeerde Romeinse soldaat die werd vastgebonden aan een boom en met pijlen doorboord, een inspiratiebron is voor de kunstenares. Ik moest echter steeds denken aan de lijdende Christus, breekbaar, kwetsbaar, bloedend uit ‘duizend wonden’.

Berlinde de Bruyckere is verder ook bekend om haar werk met paarden en dekens.

…en Amour!

amourposterGezien: Amour
Regisseur: Michael Haneke. Amour, zijn vijfde Franse productie, leverde hem in Cannes zijn tweede Gouden Palm voor Beste Film op.
Waar: ’t Hoogt, Utrecht
Duur: 127 min.

Amour. Een aanrader, volgens velen. Ontroerend. Tranen. Met gespannen verwachting zat ik maandagavond in de zaal van ’ t Hoogt (leuk filmhuis in Utrecht!).

Kort het verhaal: Georges en Anne, een bejaard echtpaar dat in een mooi, statig appartement woont in Parijs. Ze zijn welgesteld, te zien aan de inrichting en de manier waarop Georges geld uitgeeft. Beiden zijn gepensioneerd in het muziekonderwijs. Eén van haar ex-leerlingen is inmiddels een beroemde pianist. Dochter en schoonzoon zijn musici en wonen in Londen, evenals de kleinzoons. Er is weinig contact. Anne krijgt een lichte attaque en door complicaties bij de operatie die volgt raakt ze halfzijdig verlamd en rolstoelgebonden. Een tweede beroerte treft haar die haar aan bed kluistert en het haar onmogelijk maakt te communiceren. Ze begint te dementeren. Georges heeft haar op enig moment moeten beloven dat hij haar niet naar een ziekenhuis of inrichting zal brengen. Hij verzorgt haar, ondanks protest van dochter en schoonzoon, tot het laatst thuis, geassisteerd door meer of minder capabele privé verpleegsters.

De kijker ziet een mooie, oudere, begaafde vrouw langzaam veranderen in een wrak dat niet meer kan praten of musiceren en volkomen afhankelijk wordt van anderen, inclusief botte verzorgers voor wie zij de zoveelste op een dag is. Een aanblik die een onbehaaglijk gevoel geeft. We kennen immers allemaal wel iemand in vergelijkbare omstandigheden. En ooit zal het voor jou zelf misschien ook zo zijn. Georges doet zijn uiterste best haar met liefde, waardigheid en respect te blijven behandelen. Na de eerste tegenslag oefenen ze samen om weer beter te leren lopen. Dan al zegt Anne, ik wil niet meer. Na de tweede beroerte oefenen ze samen om weer te leren praten en zingen. Hij kalmeert haar wanneer ze onrustig is en uren lang hetzelfde roept: pijn, pijn! Hij voedt haar, dringt erop aan dat ze blijft drinken en eten, kortom hij omringt haar met de best denkbare zorg en houdt zijn belofte: Anne wordt niet afgevoerd naar een verpleeghuis. Georges vindt een andere oplossing. De film begint met een scene waarin de brandweer die de met plakband afgeplakte flat openbreekt en daar een opgebaard lijk vindt, omringd door bloemen. Vervolgens ontwikkelt dan zich het verhaal. De film eindigt met de dochter die door een lege flat loopt.

Michael Haneke met de acteurs
Michael Haneke met de acteurs

De film boeide van begin tot einde. Het acteertalent van beide senioren Jean-Louis Trintignant (82) en Emmanuelle Rivax (86) is indrukwekkend. Zeker de rol van Anne, die van kwieke bejaarde verandert in een wrak na 2 beroertes, is ongelofelijk knap gespeeld. Met één hand en één been spelen die niet meer functioneren is nog tot daar aan toe , maar om te spreken met een half verlamd gezicht en de bewegingen van een aan een bed gekluisterde zo te volvoeren dat je geen moment twijfelt aan de authenticiteit van de zieke, is een enorme prestatie.

In het napraten worstelden echtgenoot en ik allebei met wat we nu voelden na het zien van de film. Eerlijk gezegd was de sterkste emotie die ik ervoer er een van irritatie. En daar schaamde ik me voor. Hoe kan dat nou? Als iedereen ontroerd is (de weinige medekijkers in de zaal waren zichtbaar tot tranen geroerd) wat mankeert er aan mij?

Het gaat hier toch om Amour? Iemand die zo zorgt voor zijn aftakelende vrouw doet dat uit liefde. Dat was duidelijk. Maar behalve die twee was er niemand. De dochter wordt op afstand gehouden, zowel door vader als moeder, die niet wil dat iemand haar ziet in haar invalide staat. De verzorgenden zijn ofwel ronduit liefdeloos of slechts professioneel zorgzaam. Anderen zoals de conciërge en zijn vrouw worden niet toegelaten hoewel ze dolgraag wat zouden willen betekenen voor de zieke vrouw die ze al zo lang kennen. Ze mogen boodschappen doen en stofzuigen, maar persoonlijk contact is uitgesloten. Er is sprake van een zelfgekozen isolement. Daarbinnen speelt zich de tragedie af. Er is weinig emotie, er wordt weinig gelachen of gehuild, er is nauwelijks aanraking.

De film zoomt in op de aftakeling en wat dit doet met de twee mensen. Er is weinig tot geen troost. Het is zoals het is. Perspectief ontbreekt, er is geen betekenis. Die boodschap past wel bij het werk van Michael Haneke begrijp ik uit wat ik lees op internet. Hij wil verwarren, levensvragen aan de orde stellen zonder met makkelijke antwoorden te komen.

Daarmee is de filmtitel tegelijk een vraag. Wat heb je nog aan liefde als de ontbinding komt? De kanalen waarlangs liefde zou kunnen stromen van familie, vrienden en buren worden dicht gestopt. De viering van wat het leven was nu het einde nadert, is ondenkbaar. Anne is egocentrisch in haar lijden. Het is haar lijden en zij zal het lijden zoals zij dat wil. Lijden dat ook een weg naar elkaar kan worden in méé-lijden, in méé-dragen, bestaat niet in haar wereld.

Daarmee is voor mij de film, ook al gaat die over liefde, een koele film en blijf ik achter met een soort boosheid. ‘Omhels je dochter, droog haar tranen, laat haar zorgen, laat je troosten door haar liefde!’ , denk ik steeds. “Bidt, leg je leven bij God neer, zoek troost bij Hem”. Gaat daar het lijden mee weg? Nee, maar het zoeken en ontvangen van troost en steun bij en van de ander kan een lijdenstijd wel transformeren tot een tijd van diepe betekenis en ontmoeting, zoals velen getuigen die dat zo hebben ervaren.

Het is Haneke gelukt om me te laten nadenken over liefde en over de betekenis van het lijden dat, zo ervaar ik de film, in zijn ogen geen diepere zin heeft. Toch is de (mantel)zorg van Georges voor Anne, als teken van hun liefde, een baken van trouw in een kille wereld van eenzame, alleen gelaten bejaarden. Eén vraag houdt me nog steeds bezig: Waar is Georges gebleven aan het eind van de film?