Vanmiddag een uur of zo op een druilerige Kerstmarkt gestaan. Uitnodigingen in de hand voor een laagdrempelige samenkomst van Geloof in IJsselstein. Een groep christenen die in IJsselstein mensen wil bereiken die op zoek zijn. Naar God, naar zin, naar meer. Mijn papier werd vodderig van de regen, na tien mensen die ‘geen belangstelling’ hadden daalde toch mijn stemming wat…en mijn voeten werden koud.
Dit lied maakt me weer warm. Yo-yo ma begeleidt op cello en Alison Kraus zingt met haar weergaloos mooie stem de tekst, volgens Wiki een oud Iers lied uit de 12e eeuw. (De tekst ouder dan de melodie volgens kenners):
good people all this Christmas time
consider well and bear in mind…
what our good God for us has done,
in sending His beloved son
with Mary holy we should pray to God
with love on Christmas day
in Bethlehem upon that morn’
there was a bless’d Messiah born
Dit kind, deze Jezus, om Hem gaat het. Ik kan mensen niet tot een zoektocht bewegen, Hij wel.
Mijn kleinzoon van net 5 is nogal goed van de tongriem gesneden. Hij gebruikt lange volzinnen, met veel komma’s en bijzinnen, zoals: dat heb ik in de film gehoord, dat is die film die heet Madagascar, die film ken jij waarschijnlijk niet, maar in ieder geval, daar zei dat ene figuur, die heet zo-en- zo, dat weet je natuurlijk ook niet, het was trouwens Madagascar 3, maar die zei dat en dan volgt het feit dat hij oorspronkelijk wilde meedelen. Hij logeert momenteel bij ons dus ik kan weer volop genieten van zijn talenknobbel. Ik moet in verschillende talen zeggen wat blij is. Begin maar met Koreaans, dan Duits.. En na iedere uitleg volgt het woord: logisch, dus, met twee geheven handjes.
We zitten in de auto, op weg naar huis, na bij familie gegeten te hebben, z’n geliefde tante Saskia. Wat zullen we morgen eten, Kris, vraag ik, om wat te kletsen te hebben. Jij vindt schelpjes toch lekker? Met vragende stem: Schelpjes?Ja, van die macaroni, weet je wel? Of vlindertjes? Opnieuw vragend: Vlindertjes? Ik krijg het gevoel dat ik niet helemaal overkom en bedenk dat hij geen macaroni zegt thuis, maar pasta. Pasta schelpjes, voeg ik er dan ter verduidelijking aan toe. Ik draai me naar hem om, verwachtingsvol. Hij kijkt me koel aan. Ik begrijp totaal niet waar je het over hebt, oma. Ik draai me snel weer terug, omdat ik hem niet wil laten zien dat ik moet lachen. Trouwens, ik hou van alle pasta, hoor, klinkt het nog troostend van de achterbank.
Voor we weer gaan eten gaan we eerst slapen en is er nog de hele dag om te leven en dingen te doen. Na een vroege start, is er van alles om mee te spelen, maar wel het liefst mét oma of opa. Puzzels, werkboekjes van de HEMA, Boggle, alles in nauwe samenwerking met de op dat moment beschikbare volwassene. Die om en om nog even een dut doen om het vroege opstaan te compenseren. Na de koffie gaan we naar het Universiteitsmuseum in Utrecht, enigszins twijfelend of het al wel interessant genoeg is voor hem, maar a la, we zien wel.
Binnentuin Universiteitsmuseum
Bij de ingang krijgen we een speurtocht. Er moeten 8 sneeuwballen gevonden en vragen beantwoord. Van de antwoorden verzamel je de letters en als je het goede woord hebt krijg je een verrassing. Dat is een scherpe motivator voor de kleine man. We worden het museum door gejaagd in een afmattend tempo. Iedere poging iets te bekijken, of zelfs hem tot een proefje te verleiden wordt direct getorpedeerd: Ja, maar we gingen toch sneeuwballen zoeken? Kom!
Na een uurtje hebben we de ballen allemaal gelokaliseerd en de (moeilijke!) vragen beantwoord. Echtgenoot neemt Kris mee om de verrassing uit te zoeken: een kompas. Wellicht heeft hij nu wat rust om nog het een en ander te bekijken. Voor ons plezier sjouwt hij nog wat mee, sjok, sjok, bekijkt een verzameling geprepareerde dierentongen op sterk water met ontzag en zegt dan gedecideerd: nu wil ik naar huis. We doen nog een rondje tuin, prachtige binnenhof. In de auto hebben we een vermoeiende conversatie over het kompas. Leg maar eens uit aan een 5 jarige wat nu precies Noord-Zuid-Oost-West is. En Kris geeft niet snel op. Ik ben blij als we bij de Jumbo aankomen!
Na de Jumbo waar we pizza’s halen en na Happy Feet gekeken te hebben, oma half slapend, is de dag alweer voorbij. De pizza gaat er in als koek. Nu wil ik een boekje over God. Kris bedoelt de Bijbelboekjes die we vroeger ook aan onze kinderen voorlazen. Tijdens het opruimen zegt hij: Jezus is toch de kleinzoon van de Kerstman? Dat zei jij, oma, vorige keer. Ik wil hem niet gelijk afvallen, maar ondanks het feit dat ik erg flexibel ben in de beleving van religie van mijn kleinzoons, kan ik me niet voorstellen dat ik dit ooit beweerd zou hebben.
Ik probeer mee te denken, Jezus de kleinzoon van de Kerstman….Bedoel je dat Jezus de zoon van God is, heb je dat gehoord? Dat blijkt het goede antwoord. Het is ook erg verwarrend allemaal. De maand december zit zo vol met Personen- met- betekenis voor een kind. En dan bij opa en oma ook nog God en Jezus.
Want er zijn drie Jezussen, zegt Kris en één is de Kerstman en de andere God.
Dat is nog eens een uitdagende Triniteitsleer voor opa Kim!
Het is tien over half twaalf en ik heb er al bijna een halve dag opzitten! Ik ben lid van een kerk die voor haar samenkomsten een gebouw huurt van een andere kerk. Aangezien die om 10 uur begint zijn wij genoodzaakt om half negen te starten. Juist ja, half negen. Dat is vroeg, erg vroeg. Ik stond om tien over acht buiten in het halfdonker te wachten op mijn lift. Mijn echtgenoot die in de Randstad zou gaan preken was nog thuis. Hij ging later de deur uit dan ik, die in 10 minuten in de kerk kan zijn, met de auto.
Nou ja, genoeg geklaagd. Ben je een keer wakker en buiten dan is het verder allemaal niet meer zo moeilijk. We hebben een heerlijk jonge dominee die frisse preken houdt en mooie liederen laat zingen. Hij heeft bij mijn jongste dochter in de klas gezeten, dus aanvankelijk een baby in mijn ogen, maar daar ben ik nu overheen.
Het moeilijkste moment is meestal bijna aan het einde van de preek, die overigens meestal kort maar krachtig is. Dan krijg ik een slaapaanval. Mijn ogen gaan tranen, en willen eigenlijk alleen maar dicht. Gelukkig is er dan weer een lied aan het eind om helder te worden.
Kern van de boodschap: Jezus kwam het goede nieuws van God brengen. Wat me opviel in Marcus 1, waarover de preek ging, was dat twee van de apostelen die later het goede nieuws gaan door vertellen, al leerlingen van Johannes de Doper waren en met Jezus mee naar huis waren gegaan om Hem beter te leren kennen. Het waren vissers, maar vissers die al geraakt waren door de nieuwe beweging van Johannes die bij de Jordaan mensen opriep tot bekering en doopte. Ze hadden zich blijkbaar aangesloten bij die groepering die niet erg populair was bij de kerk van toen. Net zo min als Jezus later.
Toen Jezus later zijn leerlingen uitkoos kenden ze Hem al langer. Als je Marcus leest lijkt het of Hij willekeurige vreemdelingen uitkiest, maar uit Johannes 1 blijkt dat ze al een hele dag persoonlijk met Jezus gesproken hadden. En dan wordt het een kwestie van mond op mond reclame. Andreas haalt zijn broer Simon Petrus erbij, Filippus kwam uit dezelfde plaats, dus kende waarschijnlijk de broers. Hij haalt Nathaniël erbij. Maar dan blijkt dat Jezus hem al lang kende.
Fascinerend, zulke details.