Ik weet het, ik ben er achter!
De allereerste keer dat ik in IJsselstein kwam wist ik het al: hier kom ik te wonen. Maar waarom? Er waren allerlei redenen, maar daarin onderscheidde IJsselstein zich niet van andere leuke stadjes. (Ik wist toen nog niet van het huis met prachtig uitzicht waarin we uiteindelijk kwamen te wonen). Nee, het was een onmiddellijke, onverklaarbare en instinctieve ervaring. Hier hoor ik, hier voel ik me thuis. Hoe kwam ik toch aan dat gevoel?
Nu weet ik waarom. Het heeft met Schiedam te maken. Schiedam is mijn geboortestad. Maar niet alleen die van mij. Generaties en geslachten Sonnevelden en van Katwijken komen er vandaan. Vanaf minstens de 17e eeuw wonen en werken ze er.
Behalve die familiegenen is er nog iets wat bijna wel in het DNA van alle Schiedammers moet zitten: jenever. Schiedam is nu nog bekend in de hele wereld vanwege Ketel 1. Maar in de 18e en 19e eeuw stikte het in de stad van jeneverstokerijen. Het vervaardigen van jenever was een van de voornaamste bronnen van werkgelegenheid. Van de zakkendragers (met graan), de tonnenmakers, de brandersknechten die het vuur in de stokerijen dag en nacht brandende moesten houden, de flessenblazers, tot aan de hoge directeuren.
Nu terug naar IJsselstein. Tussen Schiedam en IJsselstein stroomt jenever. Grote delen van en rondom IJsselstein werden in de 19e eeuw opgekocht door twee directeuren van jeneverstokerijen uit Schiedam! Van het geld van de verkochte stokerijen, kochten ze in deze buurt landerijen en polders.
Ik róók het. De eerste keer dat ik hier was. Dat Schiedamse geurtje. En ik voelde me thuis. Zoals ik me thuis voel zo gauw ik mensen die met een Schiedams accent spreken, om me heen hoor.
Ik ben dus niet voor niets lid geworden van de Historische Vereniging IJsselstein! Mijn onverklaarbare band met dit stadje is door een artikel in hun blad duidelijk geworden…