Memories of Korea 1980-1988 – I

Korea Jaren 1980-1988, wat eraan vooraf ging.

Het is voorjaar 1979. Ik ben 24 jaar en zwanger van ons tweede kindje. Samen met echtgenoot Kim en onze dochter Jesseka van ruim drie, verheug ik me op de komst van de nieuwe baby. We wonen in Kampen op een flat en zijn bezig met onze toekomst. Kim heeft zijn studie afgerond. Een (wat nu zou heten) Master theologie. De tijd is aangebroken om een nieuwe stap te zetten. 

Eck en Wiel

Vier jaar eerder, in de zomer van 1974, ontmoetten Kim Batteau, Amerikaan van geboorte, en ik elkaar op l’ Abri, een christelijk studiecentrum in Eck en Wiel, in de Betuwe. Het is liefde op het eerste gezicht en om samen naar Duitsland te kunnen gaan, waar Kim zijn studie theologie wil voortzetten, besluiten we na twee maanden te trouwen. Een nogal schokkende beslissing voor de omgeving. Maar, wonderlijk genoeg, we zijn zeker van elkaar en zetten door. Nu, na bijna vijftig jaar samen, een goeie beslissing dus!

Al voordat we trouwen blijkt dat Duitsland niet door kan gaan, vanwege allerlei praktische redenen. Kim zet zijn studieplannen tijdelijk op een laag pitje en gaat werken als  computerprogrammeur, een tweede beroep dat hij in de VS al heeft beoefend, om inkomsten te genereren.

Rotterdam

Op de dag na onze bruiloft in oktober van hetzelfde jaar verhuizen we, heel romantisch, naar Rotterdam. We wonen er een jaar. Eerst op een zolder appartement waar de douche de eerste dag al stuk is en de ‘keuken’ op de overloop is. De keuken is een tafeltje met daarop een tweepits gasstel. Ik kookte desondanks enthousiast gevulde paprika’s en dat soort gerechten uit mijn nieuw aangeschafte Margriet kookboek. Ik zocht naar bezigheden, passend bij mijn idealen, maar uiteindelijk was het praktischer om voorlopig als receptioniste te werken. Via een uitzendbureau werkte ik op diverse plekken en vond het werk prima. 

Ik raakte zwanger en dat verliep minder voorspoedig. Vanwege een dreigende miskraam schreef de huisarts me bedrust voor. In die tijd nog de gebruikelijke methode. Ik lag zes weken op de bank bij mijn ouders, maar de miskraam kwam toch op gang.
“ Ga maar een nieuwe bakken”, zei de gynaecoloog in het ziekenhuis, terwijl ik verdrietig de pijn lag te verbijten. Patiëntvriendelijkheid hoorde nog niet bij de opleiding. Waarom ik me zo leeg en doelloos voelde na die miskraam ben ik pas later gaan begrijpen, toen er meer aandacht kwam voor die ervaring.

Ondertussen hadden we een betere woonplek gevonden in het centrum van Rotterdam, bij de Heemraadsingel. Een bovenwoning voor een lage prijs, omdat we in opdracht van de zoon, ook een oogje in het zeil moesten houden op zijn vader, de bejaarde, allerliefste eigenaar van de woning, die beneden ons woonde en tegen wie zijn zoon vaak stond te schreeuwen. Naar om aan te horen.

Amsterdam

Het lukt Kim na een jaar om toch de studie weer op te pakken, nu aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ik ben twintig jaar oud en zeven maanden zwanger van ons eerste kindje wanneer we op een steenkoude dag in februari verhuizen naar Amsterdam, waar we in de Bijlmermeer een ruime flat hebben gevonden. Het was zo koud dat alle planten die we in het busje met de rest van onze bezittingen vervoerden, dood vroren.

Kim studeert en werkt tevens als glazenwasser om verzekerd te blijven. Tenslotte is er een baby op komst. Dan wordt onze oudste dochter op tweede Paasdag geboren. 20 april en het vroor nog! Wat waren we blij met haar. Ik sliep de eerste weken slecht omdat ik me zo verantwoordelijk voelde. Iedere kik, ieder geluidje deed me toesnellen, zou er iets zijn? Opeens zo’n klein hoopje mens in mijn leven, het was een ingrijpende ervaring, waar ik tegelijk enorm van genoot.

De Bijlmer was een prima plek om te wonen toen. Heel groen, rustig en we hadden vrienden in de directe omgeving. We bewaren er goede herinneringen aan.

Kampen

Na 1,5 jaar volgt een nieuwe verhuizing. Kim zet zijn studie voort in Kampen aan de Theologische Universiteit daar. We vinden een flat (dat was toen nog eenvoudig) en settelen in onze nieuwe woonplaats. We spreken nu over 1978. Vier jaar geleden trouwden we en we wonen nu in ons vierde huis. Er zullen er nog vele volgen. Ik kan me van toen niet herinneren dat ik er moeite mee had. Goede vrienden woonden een verdieping onder ons en ik voelde me thuis. Ook waren de woningen zelf steeds een verbetering qua comfort en ruimte. In de derde plaats raak ik, tot onze blijdschap, weer zwanger van onze tweede baby.

Kim slaagt voor zijn laatste examens en is dan klaar met zijn studie. De toelage van de school (voor buitenlandse studenten) stopt abrupt. Ik zie nog de voorzitter van de commissie die de toelages regelde, voor me die het nieuws kwam brengen. Heel rustig:  ‘Volgende maand stopt uw toelage’. Mijn hart zakte in mijn schoenen. Ik zag ons al op straat zwerven met zijn drieen.

We moesten nu dus vaart maken met een beslissing over wat we gaan doen. Predikant worden? In Nederland blijven, naar Amerika gaan of in een ander Engelstalig land?
We groeien toe naar een toekomst in Canada. Er zijn gemeenten daar die een predikant zoeken en het lijkt een goed land om te wonen. Mentaal beginnen we ons voor te bereiden op een emigratie.

Dan komt er een onverwacht verzoek binnen dat een emigratie van een heel andere orde zal gaan betekenen. Kim wordt gevraagd, samen met nog een collega, docent theologie te worden in Zuid-Korea. Tevens zouden hij en zijn collega optreden als contactpersoon tussen de Koreaanse kerken en die in Nederland. Dit verzoek kwam van de kerken in Korea, waarmee al een aantal jaren een officieel contact was. Liever dan geld, mankracht, is hun verzoek.

Voor mij ligt er geen concreet verzoek of een specifieke opdracht. Maar in het hele proces van ondersteuning en communicatie zou ik natuurlijk ook een grote rol spelen en het was daarom erg belangrijk dat ik de onderneming zag zitten. Met een peuter van drie en zwanger van de tweede een hele uitdaging. 

Het verzoek komt voor ons als een totale verrassing. Wonderlijk genoeg staan we er eigenlijk direct positief tegenover, hoewel we dat nauwelijks aan onszelf durven toegeven. Het was toch een behoorlijk uitheemse bestemming vergeleken met Canada! Aan de andere kant, ergens heen vertrekken in het buitenland zat al in de pijplijn, dus welk buitenland leek in principe niet zoveel uit te maken. Ik had eerlijk gezegd nauwelijks van Zuid-Korea gehoord, zoals velen met mij, maar ‘Azië’ trok ons wel. De Koreaanse medestudenten van Kim die we hadden leren kennen, waren vriendelijk en het eten dat ze klaar maakten was lekker. Oppervlakkige redenen, toegegeven, maar het kwam voorbij. We besluiten na rijp(er) beraad en gebed op het verzoek in te gaan en daadwerkelijk binnen afzienbare tijd naar Zuid-Korea te vertrekken. Het is augustus 1979. 

Meppel

Het is allemaal nogal onwezenlijk. Hoe bereid je je voor op zo’n majeure verandering? De taal leren is onze eerste prioriteit. In Leiden kunnen we een beginnerscursus Koreaans volgen aan de universiteit. Maar eerst moet er (weer) verhuisd en een baby geboren. In september, de laatste maand van mijn zwangerschap, vertrekken we naar Meppel. Verhuizen met een toeter van een buik is inmiddels mijn specialiteit, maar het is niet echt leuk. Vanuit Meppel bezoeken we nog een paar keer een bevriend Koreaans echtpaar dat ons het alfabet leert. Het Koreaans heeft een eigen alfabet dat logisch is opgebouwd. Na een paar weken oefenen kennen we de letters, maar daarmee begrijp je de taal nog niet. En na de bevalling ben ik natuurlijk alles compleet vergeten.

Zo wonen we opeens vanaf september 1979 voor vier maanden aan de Pelikaanstraat in Meppel en leren in afwachting van de geboorte de prachtige omgeving van Drenthe kennen. Mooi meegenomen. Het huis daar hebben we tijdelijk ingericht met tweedehands spullen, met veel steun van de leden van de kerkelijke gemeente en toen kon de baby komen. Op twee oktober 1979 rond 10 ’s ochtends uur krijgen we een kerngezonde zoon, die we Lukas Michael noemen .

Wereldreis

Lukas zal maar twee maanden in Nederland wonen. Begin januari 1980, zullen hij en grote zus Jesseka, die dan 3 jaar en 9 maanden is, aan hun eerste wereldreis beginnen. Via de ouders van Kim in Boston, Verenigde Staten, waar we een week of drie logeren en Los Angeles waar een broer met zijn gezin woont, reizen we naar Tokio, Japan. Van een koud Nederland, naar een nog kouder Boston, naar zwoel Californië. Dan na weer een week door naar koud Tokio. Daar zullen we ons collega-gezin ontmoeten om samen verder te reizen naar Busan, Zuid Korea. Een grote havenstad, in het uiterste zuidoosten van het land. Onze nieuwe woonplaats.

Dit zal onze nieuwe woonplek worden in 1980. Maar eerst nog even niet niet.

De kleindochter en het zusje

Al dagen wachten we op de geboorte van een kleinkind. Moeder is uitgerekend maar de dame (we weten dat het een meisje is) heeft nog geen haast. De grapjes (rolbevestigend) vliegen door de ruimte van de familie-App en de onderlinge communicatie. ‘Zal je altijd zien met meisjes! Nog even dit, nog even dat, altijd te laat!’ Als ik grote broer van 7 uit school haal omdat de bevalling lijkt te beginnen, maar niet doorzet, verzinnen we welke make-up ze waarschijnlijk nog snel aan het opdoen is. We hebben lol samen. Lippenstift, poeder, parfum, ogenschaduw, en wat dies meer zij.

Thuis wachten het jongere broertje van bijna 3 en de andere oma. Die was al bij de aanstaande ouders, maar heeft zich nu even teruggetrokken bij ons. De jongens vermaken zich terwijl de oma’s om de minuut hun telefoons checken of er al iets gebeurd is. Leve het tijdperk van de WhatsApp. Moeder laten we met rust, maar ik mag met de aanstaande vader, zoonlief Appen. Hij staat het genadig toe dat er vanaf de achterste banken af en toe een wijs advies van de oma’s hun richting uitgeroepen wordt. Ondertussen halen ze gezellig hun eigen bevallingsverhalen op.

De (bijna) driejarige voelt dat er iets aan de hand is en wordt steeds drukker. Kleinzoon van 7 blijft er rustig onder. Terwijl er buiten met badmintonrackets en tuinfakkels oorlogje wordt gevoerd probeer ik iets te eten te bedenken dat de mannetjes ook lusten. Geen fans van warm eten heb ik daar aardig wat denkkracht voor nodig, en dan ook nog dit warme weer. Struikelend over de LEGO, Ipads en autootjes bedenk ik een maaltijd met pasta. Losse pasta, met vlees apart en de saus absoluut niet vermengd met beiden. De oudste eet zich moedig door de droge slierten spaghetti met erwtjes erbij. De jongste speelt, na felle weigering ook maar iets te proeven, verder met LEGO. Uiteindelijk wordt dat een boterham met smeerkaas. Ook goed.

Het is 19.00 uur en we hebben al even niets van het thuisfront gehoord. Beide jongens zitten achter een schermpje en ondertussen worden er door echtgenoot luchtbedden geregeld, want naar huis gaan zit er niet meer in. Het is warm. Het is licht. Er hangt spanning en opwinding in de lucht. Ga dan maar eens slapen als kind.

Om 19.30 uur ben ik zelf wel toe aan bed, dus ik neem het initiatief om een zekere beweging richting de slaapkamers in te zetten. Na een half uur liggen beide mannen op bed maar daar is ook alles mee gezegd. Maar slapen is een heel ander verhaal. Ik lig met de jongste in ons bed. Althans, na een minuut of tien krijg ik hem zover niet langer van de stoel op het bed te springen, maar om lekker te gaan liggen. Ik zing me een uur schor. Steeds zakken de oogjes half dicht, maar dat heerlijke moment van diepe ademhaling en slaap blijft uit. Ik weet dat de grote broer nog op zijn ipad zit (5 minuutjes had ik gezegd, maar geen horloge gegeven). Ik laat het los en geef me over en zet welgemoed een derde rondje van mijn slaapliedjes-medley in. Ondertussen app ik de andere oma of zij wil komen liggen. Misschien lukt het haar beter. De kleine heeft vaker bij haar geslapen.

Ze klimt in het bed naast de halfwakkere peuter en juist dan komt het verlossende bericht: geboren! De kleindochter is gearriveerd om 20.39 uur. Het is inmiddels 21.15. We barsten in gejubel uit en ik draag het net niet slapende, nu verbouwereerde kind naar beneden. ‘Je zusje is geboren!’ Met slaperige oogjes kijkt hij me vorsend aan. En knielt neer bij de LEGO. Boven ligt zijn broer in een diepe slaap. Wat ik ook probeer om hem wakker te maken zodat hij kan video bellen met zij ouders, het antwoord is snurk, smak, smak, en een draai naar de muur. Wachten tot morgen. Hij mag wat later naar school gelukkig.

Om 23.00 uur zijg ik neer op het inmiddels opgeblazen luchtbed in de woonkamer. Het huis is gevuld met mensen, alle kamers bezet. Wat een rijkdom om zoveel ruimte te hebben, bedenk ik, terwijl ik op het (bij beweging) nogal lawaaiige bed lig. En ik verwonder me dat zo’n minimensje van 7 pond zoveel teweeg kan brengen. Maar wat is ze kostbaar.

kamperen in de woonkamer

De volgende morgen hoor ik de oudste kleinzoon wakker worden en vertel hem dat er een verrassing is! Ik hoef hem niet te vertellen wat dat is. ‘Is het zusje er?!’ Pappa belt even later en ik hoor in de achtergrond het gesprek. Heel belangstellend, iets waar sommige volwassenen van kunnen leren, vraagt hij aan zijn moeder hoe het nu gaat, hoe de bevalling was en hoe het met de baby is. De driejarige kijkt ook even naar de baby en zijn enige, korte commentaar is: ze is dood. De twee broers spelen regelmatig schietspelletjes waarbij de een met gesloten ogen op de grond valt. Die is dan dood. Blijkbaar doet de baby met gesloten ogen hem daaraan denken. We lachen en zeggen nee hoor, ze slaapt! Dan komt het verhaal van het dochtertje van Jairus weer voorbij dat we gisteren lazen. Met zijn armpjes in de lucht gilt hij: ze leeft weer! Hallelujah!

 

Ontbijten voor we naar huis gaan

Na een tour de force om alles en iedereen weer schoon, aangekleed en klaar te krijgen voor de rit naar huis, staan we dan eindelijk oog in oog met het nieuwste wonder van de familie. De kleindochter en het zusje.