Trump, afval, zoetigheid en andere narigheden

Trump

Als je vijf 5 weken in de VS bent is het onvermijdelijk. Ooit komt de discussie op de president uit. Eerlijk gezegd duurde het lang en was de teneur steeds duidelijk. Waarom zouden we eigenlijk nog serieus iets bespreken van deze potsierlijke, zelfingenomen dwaze man? Elke avond weer komt hij voorbij op het nieuws met zijn constante boodschap dat alles fake news is, behalve datgene wat uit de koker van POTUS (President of the United States of America) komt.

Met zijn bizarre keuzes en zijn overschatting van eigen macht en invloed. Als er iemand een opgeblazen zelfbeeld heeft is het Donald Trump wel. Een muur om Amerika en Amerika op de eerste plaats. Met zijn beslissing om kinderen van illegalen van hun ouders te scheiden bereikte hij echter de limiet van verdraagzaamheid, zelfs onder Republikeinen. Gelukkig tekende hij onlangs het decreet met als narratief dat de Democraten nu eenmaal de schuld van alles zijn en dat hij, Trump, dus maar genade voor recht moet laten gelden. Ik weet niet of iemand er werkelijk in gelooft, maar daar gaat het hier allang niet meer om.

Het echte gesprek over Trump wordt vermeden. In gezinnen, kerkfamilies en vriendenkringen. Iedereen is bang voor conflicten. Zowel radicaal rechts als links laten geen enkele ruimte voor nuance. De polarisatie is enorm en schrikbarend.

Daarom wordt In de kerken om verdraagzaamheid gevraagd. De scheidslijn voor of tegen Trump (zoals bijvoorbeeld het immigrantenprobleem, de wapenwet, ziekenkostenverzekering enz.) loopt midden door de kerken heen. De meesten schamen zich voor het optreden van Trump maar willen ondanks dat naar het beleid kijken, niet naar de persoon. Vandaar de nadruk op verzoenend en verdraagzaam optreden.

Afval

De milieuproblematiek begint maar langzaam door te dringen tot de gemiddelde Amerikaan. Net wat langzamer dan in Nederland. Men is daar nu op het niveau dat men denkt, zolang al het afval gerecycled wordt het probleem is opgelost.

Maar de torenhoge afvalberg verminderen door minder weg te gooien is nog niet echt in beeld. Wie iedere maaltijd buiten de deur eet of laat bezorgen, zoals veel Amerikanen doen, verzamelt een berg bekers, bakjes en plastic bestek waar je van rilt. Koffie komt zelden in een kopje. Van de overheid moet er op iedere kartonnen beker een plastic deksel (om brandwonden te voorkomen). Alles wat je koud kunt drinken komt met een rietje.  Alle sandwiches, alle wraps, alle salades komen in bakjes, plastic of karton. Bij alles wordt papieren servetjes geleverd. Als redelijk bewuste afvalverminderende consumenten rilden echtgenoot en ik van de verspilling, maar ontkwamen er niet aan af en toe. We zagen wel minder plastic flesjes en meer mensen met eigen bekers en flessen.

Zoetigheid

Voor iemand met diabetes is het speuren geblazen naar voeding die niet vol zit met suikers. Standaard brood bijvoorbeeld is zoeter dan in Nederland. Bij Italiaanse winkels vind ik brood dat niet gezoet is en lekker stevig. Het is even zoeken, maar ook ongesuikerde pindakaas en light jam is verkrijgbaar. In de ochtend eet ik muesli met yoghurt. Dat is moeilijker. De echte muesli is onbetaalbaar en alle andere ontbijtgranen zijn gezoet. Gewone havermoutvlokken voldoen echter ook. Met haverzemelen en wat noten een goede vervanging van muesli. De yoghurt is meestal Griekse yoghurt wanneer je ongezoete wil. Erg dik, dus wat verdunnen met melk of wat jus d’orange. Ik vind een bescheiden koekje bij de koffie lekker. Thuis meestal een digestive of zo. Die zijn in de VS ook te koop, gelukkig. De ‘echte’ koeken zijn zeer verleidelijk, maar beter te mijden.

http://www.sweetstreet.com

Taarten en gebak zijn verrukkelijk en de porties gigantisch. Af en toe lieten we ons verleiden en deelden zo’n bom….Met een schoonvader die iedere avond ijs eet als toetje met daarop een lading chocola, vind ik dat ik het aardig heb doorstaan. Ook dankzij het voortreffelijke (mar dure) aanbod van groente en fruit. Niet aangekomen. Nu nog de driemaandelijkse controle voor het suikergehalte in mijn bloed.

Obesitas blijft een groot probleem

 

 

 

 

Courgette als pasta

IMG_3965 (1)
Samen eten is zo gezellig

Even een recept delen. Ik zag het laatst op een site over koolhydraatarme voeding voor diabeten. In plaats van koohydraatrijke pasta (volkoren is al beter, maar toch) gebruikte dit recept courgette, gesneden met een spiraalsnijder. Ik loop achter want op internet zie ik honderden advertenties voor een spiraalsnijder, waar ik dus tot een week geleden nog nooit van gehoord had. Nou ja, nooit te oud om…enzovoort.

Vanavond vond ik twee courgettes nog in de groentela en ik had heel veel restjes kaas. Ik heb geen spiraalsnijder, maar met mijn dunschiller (kaasschaaf kan ook denk ik) sneed ik 1 courgette in dunne slierten/plakken. In de koekepan verhitte ik 2 eetlepels olijfolie en deed daarin een gesnipperde knoflookteen die ik even liet meebakken. Daarna de courgette toegevoegd, een paar minuten aanbakken tot de groente wat zachter wordt. Vuur uit, deksel erover en even laten staan.

Ondertussen had ik 2 eetlepels roomboter gesmolten, 2 volle eetlepels bloem erbij geroerd en aangelengd met (rond) 250 ml kippenbouillon (van een stukje bouillonblok). Goed roeren, en kaas erbij. Ik had een half zakje geraspte kaas (belegen) en nog een stukje (150 gr.) oude kaas in blokjes. Grote eetlepel mosterd, wat kerrie en chilipeper om het wat pep te geven. Scheutje worcestershire is ook altijd lekker.

Ondertussen wat broccoli gekookt en een paar aardappels (voor de vulling). Op het bord:

Courgettepasta met pittige kaassaus
broccoli en aardappel (die meedeed aan de kaasaus)

Conclusie: Heerlijke vegetarische maaltijd. Aardappel was eigenlijk niet nodig.
De courgette met kaassaus vulde prima.

Ingredienten op een rijtje:

1 courgette
restjes kaas, het liefst belegen of oud (150 à 200 gr.)
bouillon (van een blokje)
(room)boter, 2 eetlepels
(volkoren)bloem, 2 eetlepels
(chili)peper
mosterd
wat kerrie

Verder groente naar smaak bijvoorbeeld broccoli of sperciebonen
Dunschiller of spiraalsnijder

Jaarlijkse testjes

Eenmaal per jaar ga je als diabetespatiënt even door de molen. Extra bloed- en urinetestjes, een bezoek bij de arts in plaats van de verpleegkundige of assistente. Vanmorgen ter voorbereiding nuchter bloed prikken. Netjes in mijn telefoon gezet, die rinkelt ter herinnering. Ik blijf het een crime vinden als NIET ochtendmens vroeg op te moeten staan, en tot overmaat van ramp ook nog zonder eten de deur uit te moeten.

Bij de bloedprikpersoon was ik direct aan de beurt, wat ook wel eens anders is. Maar bij haar vragende blik voel ik mij onrustig worden, er was iets wat ik mee had moeten nemen.

Natuurlijk het formulier! En nu de grijze cellen toch zijn opgeschrikt en beginnen te bewegen, het potje urine!

Terug naar huis. Grom, grom. Het potje urine blijkt voor mijn ochtendmodus een immense uitdaging. Het is namelijk niet zomaar een jampot waar je met enige moeite nog redelijk in kunt richten. Het is een minuscuul potje, met instructies die een heldere geest en een uitgeslapen hoofd vereisen, het liefst met ontbijt ondersteund. Mijn nuchtere hersenen protesteren. Ik moet heel veel doen alvorens ik  de gewenste plas mag trachten op te vangen. Ik bespaar jullie de details maar ik ben ervan overtuigd dat de instructies niet zijn uitgeprobeerd door degene die ze bedacht heeft en zeker niet met een nuchtere maag om 8 uur ’s ochtends. De drie seconden dat ik ze probeer op te volgen hebben als resultaat dat het vocht overal heenstroomt, behalve ….juist.

Na 10 minuten gerommel ben ik eindelijk klaar en weer onderweg.

Mijn kopje koffie met ontbijt eenmaal weer thuis smaakt wel bijzonder lekker.

Black dog – Depressie 1

Ik kijk naar het pilletje in mijn hand. Een wit pilletje, met een gleufje. Het is 20 mg.Paroxetine. Dat is het werkzame bestanddeel van Seroxat, een antidepressivum. Het is de helft van de dosis die ik gebruikte. Drie maanden heb ik er over gedaan om een pilletje te minderen. Van 40 mg naar 20 mg. Met kruimels per dag probeerde ik heel geleidelijk af te bouwen. Het leek goed te gaan.

Nu neem ik , weliswaar na rijp beraad, in 1 keer weer dat 2e pilletje in. Maanden werk voor niets. Ik voel me er een beetje verslagen bij.

Ik neem een ander pilletje uit de verpakking. Ditmaal 500 mg metformine. Iets groter, ook wit, met een nummer. Het is een medicijn tegen diabetes. Sinds vorig jaar april heb ik die volksziekte. Tegen die kwaal gebruik ik ook twee keer per dag een pil. Met goed resultaat.

Waarom voelt het slikken van Paroxetine nu zo anders dan het gebruik van diabetes medicijnen? Is een depressie ook niet puur fysiologisch? Zo wordt het vaak voorgesteld tegenwoordig. Je mist bepaalde stofjes en daarom…

En toch wil je daar niet aan. Er blijft altijd een twijfel knagen dat je misschien toch door zus of zo te handelen, te denken, door dit niet en dat wel te doen, er een definitieve kentering kan komen. Anderen kunnen toch ook zonder?

Zo wordt mijn geloofsbeleving enorm gehinderd door de depressieve periodes. Twijfels slaan toe. Ik weet dat dit een gevolg is van de stoornis in mijn gevoelsleven. Maar ook dat is heel moeilijk te aanvaarden. Vooral tijdens de depressie cirkelen je gedachtes maar rond dat wat er niet is, wat er wel zou “moeten” zijn. De ervaring van verlies zoals van Buuren dat noemt. Ik schreef daarover in mijn vorige blog.

Het piekeren en malen is zo overduidelijk een symptoom van de depressie. Het kost paardenkracht om er als het ware boven te staan en je niet mee te laten sleuren in die draaikolk van gedachtes, die maar koortsachtig zoeken naar een “verklaring”.

Nog geen minuut heb ik gespendeerd aan het trachten te begrijpen waarom de insuline in mijn lichaam minder effectief is geworden zodat het bloedsuikerpeil niet op een natuurlijke wijze geregeld wordt. Het zit in mijn familie. Dat verklaart veel. Ik word ouder en het is een genetische aanleg. Daar heb ik vrede bij. Verder doe ik mijn best gezond te leven.

Maar de depressie is een ander verhaal om de een of andere reden. Die ligt aan mij. Terwijl ook die familiaal is. Maar ik wil helemaal niet op mijn familie lijken daarin! Diabetes, so what, vervelend maar geen stigma. Depressie, vele malen vervelender (eufemisme), ondragelijk en een stigma.

ziekenhuis of dormicon?

Even een snelle update over de gezondheidssituatie van mijn moeder. Maandagochtend landden we op Schiphol, om 8 uur ’s ochtends, na een snelle vlucht uit Boston. Wind mee. dus binnen 6 uur in Nederland!

Niet lang nadat we thuis gekomen waren belde Ed, mijn broer. Hij was gebeld door de verpleeghuisarts over mijn moeder, haar gezondheid was de laatste weken sterk verslechterd. Ze was ernstig uitgedroogd vanwege veel te hoge suikers (boven de 20) en het leek erop dat ze het niet meer ging trekken. Ze was verward, at slecht, dronk te weinig etc. Wat wilde de familie. Een opname leek onvermijdelijk om haar insuline weer goed in te stellen en verder had ze andere symptomen die op Parkinson leken. Ook dat zou onderzocht moeten worden. Wilden wij nog een ziekenhuisopname? Zo niet, dan moesten we er mee rekenen dat moeders niet langer dan twee weken te leven had. De arts stelde voor om in het laatste geval te starten met Dormicon, een sedatiemiddel. Niet een bespoediging van het einde, maar een manier om haar in een soort slaaptoestand te brengen, zodat ze niet bewust zou lijden.
Bàm, ik ben met een klap weer terug in de werkelijkheid van alledag, die minder zonnig is dan de tien vrolijke dagen in de VS.

Wat te doen. Eerst maar overleggen als familie. Ziekenhuis was al direct voor ons alle vier geen optie. Al het spuiten en prikken en porren wilden we moeders niet meer aandoen. Een fragiel mens van 89 jaar, met adertjes zo dun als zijden draadjes,  overgevoelige spieren en botten, die willen we niet meer onderwerpen aan naalden en infusen en wat dies meer zij. Als het lichaam niet meer wil, dan mag ze gaan voor ons.

Maar gelijk aan de Dormicon? Dat was wel weer erg drastisch! Wat was er eigenlijk aan de hand? Heeft ze niet weer gewoon een blaasontsteking, opperde een van ons. De chronische kwaal die haar in toenemende mate ernstig ziek maakt. Zo zelfs dat omstanders denken dat ze stervende is en alle levenslust kwijt is. Dat í­s ook zo, maar een antibiotica kuur doet letterlijk wonderen. Na twee dagen eet en drinkt ze weer  en is de doodsblik in haar ogen verdwenen.

Dit brachten we in het gesprek met de arts vervolgens naar voren. Die was niet overtuigd. In zijn blik schemerde door dat hij meende te maken te hebben met kinderen van een hoogbejaarde vrouw die hun moeder niet los willen laten. Anti-biotica had geen zin, want ze kon niet meer slikken, dan moesten ze spuiten dat was pijnlijk, dat wilden we haar niet aandoen enz. enz. Ook de uitdroging konden we daar niet mee bestrijden. Echt, leek hij te zeggen, als medicus ben ik van oordeel het is óf opname, óf sterven. Ziekenhuiskwelling of de zachte omhelzing van de Dormicon.

Alle drie hadden we er geen goed gevoel bij. Vrijwel alle symptomen, die ook door de verzorgster van mijn moeder werden genoemd ter ondersteuning van de diagnose van de arts, herkenden wij als symptomen van een blaasontsteking. Maar ja, wie is hier de medicus??

Toch besloten om de uiteindelijke beslissing uit te stellen tot de volgende dag. Dat was de uiterlijke termijn, anders zou, aldus de arts, ook een opname weinig zin meer hebben.

Die nacht heb ik slecht geslapen en niet alleen vanwege de jetlag. Wat was juist? Als familie voelden we er sterk voor om toch de antibioticakuur te proberen. Maar zou Ma dan meer lijden? Zou de Dormicon niet beter zijn? Ze had al zoveel verdriet daar in dat huis, was al zo somber. Haar enige afleiding was eigenlijk het eten wat ze met smaak deed en nu was dat er ook niet meer. Moesten we haar dan toch nog kwellen met zo’n kuurtje? Ik heb wat afgewoeld en gebeden! Uiteindelijk heb ik het in mijn gebed zo verwoord: Wilt U alstublieft die beslissing ons uit handen nemen, Heer. Een moeder moet, als het zover is, ‘gewoon’ ziek worden en overlijden. Ik wil daar geen beslissingen in hoeven nemen…

De volgende dag weer naar Schiedam. Hoe zou ik haar aantreffen?? Wie schetst mijn verbazing wanneer ik haar op haar eigen plek, aan het hoofd van de tafel (wel in een rolstoel nu) aantref. Haar haar vers gepermanent, netjes in de kleren, schort voor, in afwachting van de maaltijd. Ze eet haar bord leeg, drinkt een beker met karnemelk.  Pilletje met water gaat ook naar binnen.  Over welke vrouw had die arts het gisteren eigenlijk?? Mijn moeder?

Ik geef onze beslissing door aan de verzorging om toch een anti-biotica kuur te starten. Ik krijg de mededeling dat de arts me zo nog spreken wil.
Als ik hem zie zit hij met een enigzins ongelovig gezicht naar een papier met bloeduitslagen te kijken. Tja, het is een raadsel maar moeder is niet zo uitgedroogd als hij dacht. En ja, er is een infectie,  wellicht (!) een blaasontsteking….En de gemiddelde suikerwaarden vallen in feite mee…Hij kon zich niet voorstellen dat Ma dezelfde vrouw was vandaag als de vrouw die hij 2 dagen daarvoor had gezien.

Mijn eerste gedachte was: God heeft de beslissing  ons uit handen genomen.  Mijn ABC  mag stoppen bij simpele letters als de A en B van antibiotica en blaasontsteking. Ik hoef de D van dormicon en dood nog niet te oefenen!

Mijn tweede gedachte was, heeft die man niet al te snel alarm geslagen? Werkt hij soms automatisch een scenario af, wat hij ongetwijfeld iedere dag moet doen met hoogbejaarde demente ouderen?  Heeft hij te snel conclusies getrokken op grond van  observatie zonder te wachten op uitslagen van bloed?
Maar, secundair als ik ben en confrontatie-mijdend, dacht ik die laatste gedachtes pas op de terugweg in de auto…

Hoe het verder loopt is afwachten. Mijn moeders lichaam is broos en versleten. De suikers zijn nog te hoog en wie weet wat er nog meer allemaal mis is.

Iets anders wat ik in de nacht van dinsdag op woensdag gedaan heb is psalm 84 gelezen, mijn moeders favoriete psalm die ze op haar begrafenis gezongen wil hebben.  In de oude berijming: Want God de Heer zo goed en mild, is ’t allen tijd een Zon en Schild, Hij zal genade en eer bewijzen. Hij zal ons ’t goede niet in nood onthouden, zelfs niet in de dood.

In dat geloof heeft ze altijd geleefd en zo zal ze ook mogen sterven. Op Gods tijd, gelukkig!