Waarom huilen Koreanen?

In de kerk

north-korean-defector.jpg (630×445)

Ik weet het ook niet echt, hoor, het antwoord. Wel dat huilen, uitbundig huilen, een veel voorkomende expressie is (of was) in Korea. Ik woonde in Zuid-Korea in de jaren tachtig en wist niet wat me overkwam toen tijdens de kerkdienst de tijd voor gebed aanbrak. Net zoals ik gewend was in Nederland begon de predikant met voorbedes en dankzeggingen. Maar toen kwam een moment van hardop bidden. Ik verwachtte een gezamenlijk uitgesproken ‘Onze Vader’, of iets dergelijks. Maar binnen een fractie van een seconde onstond een waterval aan geluiden. Eerst nog ingehouden, murmelend, maar langzaam aanzwellend tot een, in mijn oren hysterische hoogte. Die overigens binnen enkele tellen weer verstomde na het belsignaal van de dominee.

Wat gebeurde er? Het was het geluid van honderden mensen die allemaal tegelijk hardop hun persoonlijke gebeden uitspraken. Maar niet alleen dat. Het waren letterlijk smekingen. Men huilde, sloeg zichzelf op de borst, bewoog heen weer als Joden bij de Klaagmuur. Ik was verbijsterd. Is dit Azie, waar men geacht wordt (door westerlingen) ondoorgrondelijk en stoicijns te zijn? Daar klopte in dit geval helemaal niets van. Maar wat was dit voor een verschijnsel? Was dit een gevolg van theologische opvattingen? Men voelde zich zo zondig en schuldig dat dit de enige houding mogelijk was ten opzichte van God in een directe ontmoeting? Wellicht.

Korean-Funeral-2-images.search.jpg (600×398)
Rouwkleding op een boeddhistische begrafenis
Korean-traditional-funeral-3-images.jpg (600×398)
Knielen voor het altaar uit respect voor het overleden familielid

Rouw

De tweede ervaring met dit fenomeen was ook aan het begin van ons verblijf in Busan. We woonden in een klein appartementencomplex. Op de eerste verdieping, pal onder ons, was iemand overleden. De familie verzamelde zich. Dagenlang bivakeerden zij in de flat. Gekleed in de rouwkleding van een kennelijk boeddhistische familie. Over het kostuum droegen de mannen een hennepmantel en een soort hoge hoed van hetzelfde materiaal. Men hing wat rond. In de overdekte ruimte onder de eerste verdieping werd gerookt, veel gedronken en gewacht.

De begrafenis

De begrafenisdag brak aan. Op de binnenplaats werd een altaar opgericht, zoals op de foto. Met op het altaar een grote afbeelding van de overledene. De mannen en vrouwen bogen diep en de stoet vertrok richting de begraafplaats. Uren later hoor ik een hartverscheurend gehuil en geschreeuw. Wat is er in vredesnaam aan de hand? Op het balkon zie ik de begrafenisstoet terugkeren. Volkomen hysterisch, schor huilend, schuddend, bijna flauwvallend, elkaar ondersteunend nadert men de flat. Wat een vertoon. Later begrijp ik dat dit een teken van diep respect is voor de overleden vader of moeder. Hoe harder men huilt des te groter het respect.

Tranen en respect. Daar zit dus een link. Respect tonen door als het ware op commando te huilen. Hoe harder hoe beter. Ons volkomen vreemd. Hoe minder vertoon van emotie hoe beter immers? Wij zeggen dan al gauw ‘theater’. Superieur als we ons meestal voelen.

De burgeroorlog

Maar een tweede reden achter de tranen in de kerk is (of was) er volgens mij ook. In de jaren tachtig was de Koreaanse oorlog (1950 -1953) relatief gezien nog niet zo lang geleden. We hebben het dan over een periode van dertig jaar na de wapenstilstand. Nu ik ouder ben realiseer ik me des te meer hoe kort dertig jaren eigenlijk zijn. In de jaren van de oorlog zijn honderdduizenden Noordkoreanen gevlucht voor het communisme, naar het zuiden. Met achterlating van vaders, moeders, oma’s en opa’s, broers en zussen, kinderen, kleinkinderen. Zelfs vrouw of man. Gevlucht om in leven te blijven. Met niets. In bittere armoede weer een leven moeten opbouwen. En nooit meer je geliefden kunnen zien. Of spreken of schrijven. Niets.

Dan komen er ook tranen wanneer je mag bidden en je nood mag klagen. En hoeveel van de mensen die om mij heen zaten in die vroege jaren tachtig hadden geliefden op die manier verloren? Ik weet het niet. Men sprak er niet veel over. Maar ik weet zeker dat de tranen om die verloren liefdes zich mengden met de tranen van respect en zondebesef. En in Gods liefde vond men gelukkig diepe troost.

De massale huilpartijen op televisie die wij soms zien na het overlijden van een leider in Noord-Korea zijn natuurlijk ‘gedwongen’. Wee degene die niet treurt om de leider. Die toont immers geen respect, heeft diegene niet hoog geacht, niet lief gehad. Hoe harder en hartstochtelijker men snikt des te beter. Bevreemdend voor ons. Gedwongen voor de meesten daar, maar niet zo vreemd als voor ons. Het hoort ergens bij de oude tradities van het land. En wie weet biedt het gelegenheid stiekum wat tranen te storten om alle ellende die al decennia heerst in dat mooie, maar zo wreed verdrukte land.

Hoe moet het dan met de kinderen?

IpadOnze kleinzoon Noah (5 jaar) is niet altijd in de stemming, maar soms wil hij graag aan het begin of einde van de maaltijd bidden. Zo ook laatst toen hij weer ś een nachtje bij ons logeerde. Eerst  nam hij het bijbelverhaal over van echtgenoot: Laat mij het maar vertellen, opa; waarna hij vol vuur en met angstwekkende details, het verhaal van de kruisiging van Jezus vertelde, inclusief de spijkers door de handen en voeten. Daarna stelde hij voor met ons te bidden. Wij sloten gehoorzaam de ogen. Hij bad voor zijn tante  in Amerika, en, onverwacht voor mij, ‘voor tante Thea omdat haar man dood is’. Dat is mijn zwager die onlangs gestorven is. Thuis is ongetwijfeld voor de zieke oom gebeden en later voor mijn zus, die nu alleen is. Het hield Noah duidelijk bezig.

Na de maaltijd bleven we nog even zitten. Met zijn hoofd op zijn handpalm geleund, één vinger langs zijn wang, staarde hij wat in de verte en vroeg toen met een wat bezorgd gezicht: ‘Als tante Thea nu sterft, hoe moet het dan met de kinderen?’ Wat ging er allemaal in dat jonge hoofdje om? Ik vertelde dat de kinderen van tante Thea al groot waren en niet meer thuis woonden. ‘Zijn ze al volwassen?’ ‘Ja, ze zijn volwassen, net als pappa en mamma. Ze hebben zelf al kinderen’. Dat stelde hem gerust. ‘Ok, gelukkig.’ En net zo plotseling als het onderwerp op was gekomen, zo snel was het weer van tafel. ‘Nu ga ik weer verder met het vliegtuig! Enne…krijg ik nou nog yoghurt met siroop?’

Het gevoelige, maar flexibele jonge brein.

 

 

 

2014-2015 onze Kleine Oorlog

Het Grote Knallen is weer voorbij, de rommel bijna opgeruimd. Een aantal vingers missen her en der, veertig auto’s stonden in de brand, hulpverleners zijn weer flink gehinderd in hun werk, kortom we hebben een ‘fantastische’ oudejaarsavond achter de rug.  Onze Kleine Oorlog uit verveling.

In de stilte van de oudejaarsdienst in onze gemeente drong de grote afstand tussen ‘binnen’ en ‘buiten’ schril tot me door. Binnen zongen we en waren we stil voor God. Herdachten we onze gestorven broeders en zusters, droegen in gebed onze zwaar gekwelde broeders en zusters in oorlogsgebieden en dictaturen op aan de Vader. Om ons heen, buiten, knalde en gierde het vuurwerk en gingen de ‘bommen’ af.

Veilig, welvarend, maar dwaas Nederland, dat voor €65 miljoen de lucht in schiet en zichzelf op de borst klopt als er €12 miljoen wordt opgehaald voor misbruikte en mishandelde vrouwen in de wereld. Goed natuurlijk, maar kunnen we echt niet meer? En ook meer dan geld geven?

Hoe kunnen we opstaan tegen al het onrecht? Hoe kunnen we vervolgden  hier en elders bemoedigen en steunen? Niet alle leed van de wereld op je schouders nemen, maar wel opstaan. Opstaan tegen onrecht dat op zo’n grote schaal plaatsvindt. Hoe zou het zijn als ons land onder wrede dictatuur kwam of bezet werd door een brute buitenlandse macht en in China en Afrika zouden er miljoenen protesteren? Daar zou toch kracht vanuit gaan? We worden niet vergeten.

Een tocht voor al de vervolgde, gemartelde, gevangen genomen, ontvoerde, verkrachte, vernederde , gedode, en hulpeloze medemensen. Met aan begin en eind een gebed tot de Vader namens allen die niet in vrede en veiligheid leven, om toch wakker te worden en zijn schepping te verlossen van alle kwaad. zou dat niet een goed initiatief zijn?

Word wakker! Waarom slaapt U, Here?
Word toch wakker! Laat ons toch niet meer in de steek.
Waarom keert U ons de rug toe?
Waarom trekt U Zich onze ellende en moeiten niet aan?
Wij stellen zelf niets meer voor
en liggen hulpeloos op de grond.
Sta op, Here, en help ons;
bevrijd ons terwille van Uw goedheid en liefde
psalm 44 

Alvast een voornemen voor 2015. Wie doet er mee?

Het weer is niet alles, maar ook niet niks

Klagen mag niet. Er zijn veel ergere dingen in de wereld dan een beetje regen. Er zijn hele gebieden op aarde waar ze smachten naar water. En kom op, van een beetje regen is nog nooit iemand overleden. Kijk maar naar de mooie wolkenluchten en geniet van alle weersoorten. Hitte is toch ook niet alles? Nu doe je tenminste nog wat.

Heb ik ze allemaal gehad? De opmerkingen van de optimisten die in alles wel een zonnestraaltje ontdekken? Die bij iedere grijze wolk en na iedere regenbui zeggen: dat hebben we gehad, wat nu valt kan straks niet meer vallen en weer opgewekt aan een nieuwe kruiswoordpuzzel beginnen onder het druppelende afdak van hun voortent.

Mijn zon-doorbakken lijf en ziel kon heel wat grijs weer en regen aan bij terugkomst van een fantastische reis door de VS. En ik ben ook niet van de tropische temperaturen. Maar wat is buiten eten heerlijk, een koud glas witte wijn in de tuin op een warme avond plezierig en de vrolijke sferen van een zomerdag verheffend voor je ziel en lichaam.

Verschillende van mijn vriendinnen lijden eronder dat ze niet in de tuin kunnen werken, waardoor ze een goedkope en gezonde vorm van therapie mislopen. Hun piekerende hoofden vinden rust bij het loswoelen van de aarde en zorgvuldig verwijderen van onkruid. Alles in het leven moet je loslaten, alles loopt anders dan je hoopte of verwachtte, maar op dit kleine plekje grond heb jij (even) overzicht en rust. En met het werken in de zwarte grond is het of je woelende gedachten via je handen daar achterblijven. Even vrede in je hoofd.

Calvijn noemde bidden een vorm van tuinieren. Spitten, graven, woelen. Naar iets dat onder de grond bewaard ligt en dat je vinden kunt, schatten die God daar heeft voor ons. Zelf tuinierster én bidder heeft dat beeld me altijd aangesproken. Tuinieren en bidden kan helend zijn, maar ook zwaar of niet mogelijk. Hoe kan je tuinieren als je je arm breekt, hoe kan je bidden als je hart zwaar is en je hoofd vol?

Misschien is dit wel het antwoord van God: die rust in het wieden van onkruid wanneer het rechtstreekse gebed niet wil. De schat die Hij voor ons heeft, verstopt in de natte, naar zoete schimmel ruikende, rijke aarde. Het is bidden met je handen en ontvangen in je ziel tegelijk.

Dat het toch maar even zomer worden mag.

Kleine theologie

Fahrenheit speeltuintje

Mijn kleinzoons hebben bij gelegenheid interesse in het christelijk geloof.

Althans in de vorm die dat aanneemt bij hun opa en oma. Zelf zijn ze niet gewend om te bidden of naar de kerk te gaan. Dus het fenomeen bidden intrigeert hen wanneer ze dit waarnemen bij ons. Vooral kleinzoon Niek (7) heeft vele vragen. Hij vraagt zich bijvoorbeeld af waarom we altijd maar bidden voor het eten? Zélfs in het cafeetje waar we een tosti eten. ‘Vergeten jullie het nooit een keertje?’ wil hij weten.

Nou nee, zeggen wij. Waarom dan niet? Het is een manier waarop we willen zeggen dat we geloven dat alle eten van God komt, niet van onszelf, proberen we uit te leggen. ‘Nou, dan heeft God wel honderd armen en benen nodig om alles in de winkels te brengen’, zegt Niek met kinderlogica. Zonder het te beseffen omschrijft hij in kindertaal de grootheid van God die niet te bevatten is. We zeggen, het is meer als de lucht, die is overal en onzichtbaar en geeft aan iedereen leven.

Kris (4) leeft op bij het woordje onzichtbaar. Dat had hij al uitgevonden, dat de lucht onzichtbaar is. Het is er wel, hoor, want je ademt, maar je kunt het niet zien. Net als elektriciteit. Die zie je ook niet. Maar als die kapot is doet de lamp het niet. Dat had hij van pappa geleerd. En hij knabbelt verder aan zijn tosti.

Niek wil weten of wij geloven in één God of in meer goden. We begrijpen niet helemaal waar het vandaan komt, maar we zeggen dat we in één God geloven. Dat vindt weerklank. Eén God is veel sterker dan als je veel goden hebt, vindt hij.  Ja, ik geloof ook in één God, zegt Kris.
Jij bent een na-aper, zegt Niek.

OK, denken we, voor de vragen al te specifiek worden gaan we het maar over iets anders hebben. We willen de ouders niet voor de voeten lopen in de religieuze opvoeding. Dat is best lastig, vooral wanneer je in dit soort gesprekken terecht komt.

Fascinerend vind ik dat kinderen zo diep na kunnen denken. Vooral de oudste kleinzoon is vanaf heel jong nieuwsgierig geweest en heeft voor zichzelf al heel veel ideeën geformuleerd. Over goed en kwaad, over het verdwijnen van de dino’s , over doodgaan en leven na de dood.

Hij bouwt een wereldbeeld, zou je kunnen zeggen. Zoekt naar de betekenis van dingen.
En hij is nog maar zeven.

 

Veertigdagen (slot) – Je best doen?

Je best doen voor God. Het klinkt niet eens zo slecht. Ik doe ook mijn best op de tuin. Of mijn werk. Ik wil dingen graag goed doen. Een mooi resultaat zien. Ik had laatst eetgasten en zowel het voor-, hoofd en nagerecht was goed geslaagd. Meestal ben ik niet helemaal tevreden, ik ben namelijk óók een beetje lui én eigenwijs dus ik loop de kantjes er wat van af om tijd te besparen en ik varieer op het recept en de ingrediënten. Maar goed, dit keer echt mijn best gedaan en zie daar een lekkere maaltijd, met complimenten. Voelt goed.

Dus, mijn best doen voor God, is er iets mis mee? Iemand van wie ik hou, daar doe ik immers alles voor?

Dat is dus het gekke. Ik citeer uit een hele oude preek van Kohlbrugge, 1833 (!):
U wilt Gods woord lezen maar u pakt eerst de krant. U wilt hier of daar krachtig getuigen van de weg van het heil, maar de moed zakt u in de schoenen. Iemand wil aan God denken, maar er komt iets tussen en hij is met van alles bezig behalve met God. Of hij wil zich voor God vernederen en is daardoor juist hoogmoedig. Hij wil oppassen voor ijdelheid, maar de spiegel in zijn kamer roept hem toe: oh ijdel mens!

Ondanks de ouderwetse taal herkenbaar. Vooral die krant, quality-time! Ik heb eigenlijk altijd wel een interessanter boek, of iets wat ik eigenlijk nog even af moet maken (de was vouwen, een mailtje sturen) vóór ik aan Bijbel lezen toekom. Eigenaardig wanneer je bedenkt dat God toch heel belangrijk voor me is…

Nog meer mijn best doen dus? Ik investeer ook in mijn relatie met mijn echtgenoot, kinderen en vrienden door tijd te besteden in contact met elkaar. Communicatie is essentieel.

Daar ligt denk ik juist de moeite. Bijbellezen, bidden, het zijn toch in mijn ervaring vaak eenzame bezigheden. Niemand praat terug. Niemand stelt mij vragen. Het vereist soms veel geloof om in wat ik lees ook Gods stem voor mij te horen. Ik leer God wel kennen, wie en wat is Hij, maar voel ik me ook gekend dan?

Kohlbrugge zegt dat je best doen, ‘heiligingskrukken’  zijn die je weg moet gooien. Je best doen is volgens de wet leven. Het enige dat van ons gevraagd wordt is Jezus achterna gaan. Hij is het Woord zèlf immers en als ik de bijbel een tijdje niet lees betekent dat nog niet dat ik vervreemd van God. Ook ons tekortschieten heeft Jezus verzoend.

Hmmm. Dat is voor deze ‘doener’ wel een harde noot om te kraken. Ik ben in mijn geloof best activistisch. Dat heeft, denk ik, met vertrouwen te maken. Als ik niet in beweging kom, wie zal dan naar mij toe komen. Om die lacune te voorkomen ben ik het meest degene die het eerst in beweging kom. Want stel je voor…

Ik las in de psalm voor vandaag dit vers en ik snapte enigszins wat Kohlbrugge tracht te zeggen: He will cover you with his feathers, and under his wings you will find refuge (Hij bedekt je met zijn vleugels, onder zijn vleugels vind je toevlucht) (ps.91-4).

Dat vogeljong heeft immers nog helemaal zijn best niet gedaan? Het enige wat het doet is krijsen en vragen om voedsel. Geheel afhankelijk voor zijn leven van de moeder. Als de bijbel zo’n beeld geeft van God, en ik dat tot me door laat dringen, is het of er toch iemand terugpraat. Een vader/moeder die een arm om me heen legt en zegt: kom eens rustig zitten en vertel me hoe het gaat.

Dan voel en weet ik me gekend. En zo ontstaat er (soms) toch een verlangen naar Bijbellezen dat uitgaat boven plicht en moeten.

Ik heb nu heel erg de neiging om allerlei ‘maar, maar..’ argumenten te gaan noemen (we moeten toch volmaakt zijn , we moeten toch ons inspannen, we moeten ons toch enz.). Ik doe het niet. Even mijn dorst lessen en rusten  bij de genade! Het is tenslotte net Pasen geweest!

(deze blog is o.a. geïnspireerd door een artikel van prof. Barend Kamphuis hoogleraar aan de Theologische Universiteit in Kampen, in het weekblad De Reformatie)

Goeie zaak die nazorg

Ik heb me voor het eerst gemeld bij de ‘nazorg’ van onze gemeente, afgelopen zondag. Na iedere dienst staan twee mensen in de kerkzaal met een badge ‘Nazorg’. Wie wil kan hen aanspreken, napraten over iets in de dienst dat hen raakte, met hen bidden, whatever.

Het loopt geen storm. Er zijn geen wachtrijen, er hoeven geen nummertjes te worden getrokken. Integendeel, er is voor zover ik kan zien zelden iemand die zich meldt. Hoe komt dat, vroeg ik me af.

Op mezelf afgaand heeft het te maken met een onbekend fenomeen. Gereformeerden zijn erg goed in het over van alles te hebben na een dienst, behalve over de dienst. Hoe geraakt men van binnen misschien ook is. Het is (nog) niet de gewoonte er met elkaar over verder te praten. Dat is één reden, misschien.

Samen bidden zijn we ook nog niet zo gewend. We hebben onze vaste momenten, bij de maaltijd, in de diensten, wellicht alleen of met vriend/partner. Maar zomaar, in een lege kerkzaal met iemand die je persoonlijk misschien niet eens goed kent, dat is wat onwennig.

Verder, wat is er de meerwaarde van? Opnieuw voor mezelf redenerend, ik kan het thuis aan iemand vertellen en er eventueel met diegene ook voor bidden. Of ik bid in mijn uppie. Waarom hier en waarom direct na een dienst?

Eigenlijk ook erg gereformeerd, om zo na te denken over iets..Maar het zijn gedachten die ik nu pas formuleer, die in feite in mijn onderbewustzijn speelden, blijkbaar.

Hoe dan ook. Afgelopen zondag raakte de dienst me. Het Bijbelgedeelte, Romeinen 12, de liederen, de boodschap over het Bijbelgedeelte, alles paste in elkaar en vormde een boodschap voor me: laat je enthousiasme niet bekoelen, zet je gaven in voor de gemeente en vertrouw de Geest van Christus dat je er weer zin in krijgt. Ik worstel daar mee, na voor de zoveelste keer opnieuw te moeten starten in een gemeente.

Na afloop van de dienst dacht ik, weet je wat, ik ga naar de nazorgdame. We kregen een goed gesprek, samen gebeden en wat de meerwaarde was? Ik denk het onmiddellijk delen terwijl de indruk nog vers en nieuw was. Het me opgevangen weten door een ander, als een teken van Gods zorg voor mij. Het vormde een natuurlijke afsluiting van de dienst voor me.

Toch een goeie zaak, die nazorg.

Calvinisten bidden voor de vorm?

Dr. Willem Ouweneel in een artikel in het Nederlands Dagblad donderdag 19 januari 2012 over bidden. Hij zegt mooie dingen zoals: Bidden als ademhaling, en intieme omgang met God. Maar dan opeens: ‘Voor Calvinisten ligt alles vast en is bidden eigenlijk een formaliteit. Ze bidden voor de vorm, maar er verandert niets door, ze kunnen het net zo goed niet doen.(Ouweneel is lid van de Vergadering van Gelovigen)

Nou breekt mijn klomp. Dan heb je als theoloog meer dan honderd boeken geschreven en zelfs een dogmatiek en dan zeg je zulke dingen?

Volgens mij zeggen calvinisten dat bidden uitspreken is dat God Koning is en dat je alles van Hem verwacht. En dat Hij alles in Handen heeft. He’s got the whole world etc. Bidden is  meer dan met een lijstje wensen je tot God keren en hopen dat Hij genoeg invloed heeft, of jij genoeg overtuigingskracht, dat Hij zal doen wat je vraagt? Dat beaamt Ouweneel zelf in het stukje.

Het is doen wat Hij zegt: Bidt en je zal ontvangen. Bidden is voor calvinisten ook: bij God zijn. Zoals je bij een goede vriend of vriendin blij en rustig kunt worden van zijn of haar gezelschap.En soms zelfs onrustig, omdat diegene je zo goed kent dat je niets verbergen kan.

Bidden blijft een mysterie, inderdaad. Om de een of andere reden laat God de geschiedenis (HIStory) zich ontvouwen door gebed. Hoe? Ik zal dat nooit begrijpen en ik word ook wel eens moedeloos van steeds dezelfde dingen bidden. Bidden is een oefening in vertrouwen voor mij.

In Openbaring 8 (wij lezen Openbaring op dit moment samen) ziet de schrijver in een visioen dat alle ‘gebeden van de heiligen’ als wierook in een schaal voor God gebracht worden. Samen met veel reukwerk. Ik stel me voor dat er een heerlijke geur opsteeg. Daarna is er een geweldige ontplooiing van activiteiten als in een heuse actiefilm. Wij kwamen tot de conclusie dat het één met het ander in verband wordt gebracht. God gebruikt de gebeden. Maar hoe precies?

Bidden is voor mij als calvinist echt niet voor de vorm of een formaliteit.

Ik ben benieuwd met welke calvinisten Ouweneel gesproken heeft. Er is in ieder geval genoeg door calvinisten geschreven om zo’n stelling te weerspreken.

Calvijn gebruikt het beeld van de verborgen schat. God heeft een schat voor ons diep in de grond gelegd. Het gebed is de spade die je nodig hebt om bij die schat te komen.