Repeterende breuk en pillen

Ik moet eerlijk toegeven dat ik niet meer weet waar het rekenkundig voor staat: repeterende breuk. Maar in de overdrachtelijke betekenis weet ik het maar al te goed. Ik heb laatst mijn eigen blogs herlezen in de categorie Depressie en was verbaasd om te zien hoe die repeterende breuk mijn leven van de afgelopen, laten we zeggen, acht jaar bepaalde.

Ik heb een aantal blogs geschreven over mijn Black Dog, (zoals Winston Churchill de depressies waar hij aan leed noemde). Die achtervolgt me namelijk bij tijden genadeloos. Na het herlezen van de blogs besefte ik dat er wel degelijk  een patroon zit in de schijnbaar willekeurige periodes van depressie die me overvallen. Iedere keer ben ik op de terugweg van het afbouwen van de anti-depressiva.

Het verloopt zo: Het gaat een tijd goed– Het gaat nog steeds goed– Het gaat in feite prima! –Waarom eigenlijk nog steeds die pillen slikken?– Voorzichtig begint deze vrouw met kruimeltjes minderen. Heel langzaam ga ik terug in dosering. Ik neem na iedere stap de tijd om aan te zien hoe het gaat. Best wel goed, is dan de conclusie, en ik noteer een klein gevoel van triomf.

En dan, na verloop van een aantal maanden, begint de schommeling. Die heb ik aanvankelijk niet door. Logisch. Iedereen is wel eens onevenwichtig, toch? Prikkelbaar, somber, lusteloos of wat dies meer zij. Langzaam, maar wel zeker, begint die stemming echter te overheersen. Het kost steeds meer energie om ‘gewoon’ te leven. Oh, dat heerlijke ‘gewone’ leven….Het is moeilijk uit leggen hoe moeizaam het leven verloopt van iemand die depressief is. Het malen in je hoofd, het negatieve wat dreigt over te nemen, de zelfbeschuldigingen die je steeds het hoofd moet bieden, de gevoelens van minderwaardigheid, het ontbreken van iedere natuurlijke vorm van ‘zin’. Weten dat het de depressie is, maar toch…Vooral dat constante ‘gesprek’ met jezelf is zo uitputtend.

Als het eenmaal zó ver is weet ik: tijd voor actie. En dat is tot nu toe iedere keer weer een gang naar de huisarts die zegt dat ik gewoon mijn pillen moet slikken en niet moet minderen. Blijkbaar heeft mijn brein die dosis nodig om ‘gewoon’ te functioneren. (Mijn grote zus zegt het trouwens ook altijd, ga nou niet minderen..)

Goed de conclusie is dat ik accepteren ga dat 2 pillen per dag er ‘gewoon’ bij horen. Naast het diabetes pilletje. De hogere dosering begint weer aan te slaan en het leven begint weer ‘gewoon’ te worden. Goddank.

En nu weer regelmatig bloggen. Want daar is geen ruimte voor als de Black Dog in mijn nek hijgt.  Ik zie zijn staart nu in de verte en hoop dat hij lang weg blijft. Ik beloof geen dingen te doen die hem terugroepen!

Deze YouTube video is van de WHO (World Health Organisation) en gebruikt ook het beeld van de Black Dog op een hele verhelderende en humoristische manier. De moeite waard om even te kijken.

Van Mike Boddé mogen we pillen slikken

Na Trudy Dehue’s ‘ De Depressie-epidemie’ waarin zij (wel of niet terecht) vooral de farmaceutische industrie aan de kaak wil stellen die antidepressiva pusht als ware het snoepjes, en er ondertussen flink aan verdient, slikte ik mijn pillen toch weer wat schuldbewuster dan voor ik haar boek had gelezen. Zie je wel, ik zou best zonder kunnen maar ik ben in de val van de farmaceuten gelopen, waren mijn af en toe donkere gedachten. Wordt het niet tijd toch maar ’s af te bouwen? Een poging gewaagd. Waarom ook niet? Ik hoef toch niet mijn leven lang afhankelijk te zijn van die rommel…?

Het ging best goed. Een tijdje. Tot de Black Dog weer grommend zijn tanden vertoonde. Het gaat geleidelijk, dus ik kon een tijd lang dat grommen negeren, maar op een gegeven moment ben je nergens anders meer mee bezig dan dat. Dat is een zware dobber. Een soort topsport. Dus na aandrang van de diabetesverpleegkundige en overleg met de huisarts de dosis weer wat verhoogd. Dat was letterlijk en figuurlijk even slikken. Vooral toen het niet het gewenste effect had. Wat nu? Mijn huisarts vatte mijn dilemma als volgt samen: het gaat er toch om dat jij je zo goed mogelijk voelt, niet dat je zo min mogelijk pillen slikt! Wie doe je daar een plezier mee? Ik dacht nog even, misschien Trudy Dehue, maar zag ook wel in dat dat onzin was. Ik zat na ruim een jaar weer op mijn oude dosis. Experiment mislukt.

En nu is er weer een nieuw boek. Pil.(Nijgh en Ditmar, ISBN 978 90 388 9369 3). Van een lotgenoot. Mike Boddeüs, cabaretier, o.m. bekend van zijn imitaties van o.a. Hilbrand Nawijn bij Kopspijkers. Hij raakte in de jaren negentig zwaar depressief. Het duurde vijf jaar voor hij, na van alles geprobeerd te hebben op alternatief gebied, eindelijk de juiste combinatie van medicijnen kreeg (o.a een oudere vorm van een antidepressivum, Anafranil, dat voor hem erg goed werkte). Hij had daarvoor ook praattherapie gevolgd die nuttig was maar hem niet van de depressie afhielp. Uiteindelijk, was zijn conclusie, ging de therapie pas voor hem werken nadat de medicijnen hem uit de zware depressie haalden. Ik kan dat volledig beamen. Met galgenhumor verhaalt hij over de vijf zwarte jaren waarin hij niet langer kon werken en uiteindelijk nauwelijks meer de deur uitkwam.

Het verschil met het boek van Trudy Dehue en dit boek is dat je bij Boddé’s  boek voortdurend herkenning hebt. Dehue schrijft kritisch over het gebruik van antidepressiva en het veelvuldig voorkomen van depressies, en hoe dat met onze cultuur te maken heeft, maar heeft geen eigen ervaring. Daardoor ontstaat in haar boek gemakkelijk verwarring over zg. lichte depressies en vitale depressies, die vaak genetisch zijn en hardnekkiger.  Boddé schrijft uit ervaring en doet dat heel goed. Hij beschrijft bijvoorbeeld op weergaloze wijze hoe het voelt wanneer je merkt dat de medicijnen aanslaan. Het is niks bijzonders, behalve dat je koffie weer smaakt en je ziet dat er buiten niet alleen onkruid groeit en dat je gewoon even een boodschap wilt gaat doen zonder angst de deur uit te moeten. Het voelt alsof je weer tot leven komt na heel dicht bij de dood geweest te zijn. Hij schrijft:  “Ik kijk naar buiten: eigenlijk best om aan te zien wat ik daar waarneem. Een rivier; best een aardige rivier. Die hangbrug, wel een beetje overdreven voor die plek maar toch. Op zichzelf geen lelijk ding…Niet te hard van stapel lopen nu. Rustig aan……Maar die boot die daar vaart, ja hoe zal ik het zeggen: is gewoon wel een stoere boot…” (pag. 171). Zo doodgewoon, maar zo intens heerlijk als je dat ‘gewone’ weer voelen kunt. Het is een vorm van weer in jezelf passen.

Boddé is 25 kilo aangekomen, heeft voortdurend een droge mond en trillende handen maar heeft, na  geprobeerd te hebben af te bouwen met als gevolg een terugval, besloten dat Anafranil onderdeel van zijn leven is.

Aan het eind van het boek staan twee interviews met zijn behandelaars. Een psycholoog en een psychiater. Zij brengen de nodige nuances aan en noemen goeie zaken als sporten, praten en andere belangrijke middelen ter preventie en/of behandeling van depressies.

Kritische noten heb ik ook wel. Boddé probeert (weinig onderbouwd) te zeggen dat we af moeten van een onderscheid tussen lichaam en geest: ” als een pilletje alles wat jij voor je geest hield van de ene op de andere dag compleet verandert, ga je je afvragen wat die geest nu eigenlijk is. Is die geest niet gewoon een chemisch proces?”  Lichaam en geest zijn één, dat ben ik met hem eens. Chemische processen in mijn hersenen hebben invloed op mijn geestelijk leven, en andersom is dat ook zo.  Maar die processen vallen niet samen met de geestelijke werkelijkheid zoals die buiten mij bestaat. Ik hoef God niet te voelen om Hem te laten bestaan. Hij bestaat onafhankelijk van mij. En het geloof (lees overtuiging) in die werkelijkheid heeft vervolgens ook invloed op mij. Er is hoop. Er is uitzicht. Ik gebruikte voor mijzelf vaak beelden om me eraan te herinneren dat de angstige, wanhopige gevoelens niet de hele realiteit waren.Wie op een donkere, druilerig koude dag in het vliegtuig stapt weet dat er op een bepaalde hoogte opeens niets meer te zien is van de regen. Je vliegt boven de wolken, en de donkere deken ligt onder je. Of het beeld van de bloembol. Onaanzienlijk ui-achtig, verschrompeld bolletje, wat je ook nog weg moet stoppen in de donkere, koude aarde. Maar de pracht van de bloem zit al in dat miserabele bolletje.

Tenslotte vind ik het jammer dat Boddé zoveel meent te moeten vloeken in het boek.

Maar, ik slik mijn pillen weer met opgeheven hoofd.

Black dog – Depressie 1

Ik kijk naar het pilletje in mijn hand. Een wit pilletje, met een gleufje. Het is 20 mg.Paroxetine. Dat is het werkzame bestanddeel van Seroxat, een antidepressivum. Het is de helft van de dosis die ik gebruikte. Drie maanden heb ik er over gedaan om een pilletje te minderen. Van 40 mg naar 20 mg. Met kruimels per dag probeerde ik heel geleidelijk af te bouwen. Het leek goed te gaan.

Nu neem ik , weliswaar na rijp beraad, in 1 keer weer dat 2e pilletje in. Maanden werk voor niets. Ik voel me er een beetje verslagen bij.

Ik neem een ander pilletje uit de verpakking. Ditmaal 500 mg metformine. Iets groter, ook wit, met een nummer. Het is een medicijn tegen diabetes. Sinds vorig jaar april heb ik die volksziekte. Tegen die kwaal gebruik ik ook twee keer per dag een pil. Met goed resultaat.

Waarom voelt het slikken van Paroxetine nu zo anders dan het gebruik van diabetes medicijnen? Is een depressie ook niet puur fysiologisch? Zo wordt het vaak voorgesteld tegenwoordig. Je mist bepaalde stofjes en daarom…

En toch wil je daar niet aan. Er blijft altijd een twijfel knagen dat je misschien toch door zus of zo te handelen, te denken, door dit niet en dat wel te doen, er een definitieve kentering kan komen. Anderen kunnen toch ook zonder?

Zo wordt mijn geloofsbeleving enorm gehinderd door de depressieve periodes. Twijfels slaan toe. Ik weet dat dit een gevolg is van de stoornis in mijn gevoelsleven. Maar ook dat is heel moeilijk te aanvaarden. Vooral tijdens de depressie cirkelen je gedachtes maar rond dat wat er niet is, wat er wel zou “moeten” zijn. De ervaring van verlies zoals van Buuren dat noemt. Ik schreef daarover in mijn vorige blog.

Het piekeren en malen is zo overduidelijk een symptoom van de depressie. Het kost paardenkracht om er als het ware boven te staan en je niet mee te laten sleuren in die draaikolk van gedachtes, die maar koortsachtig zoeken naar een “verklaring”.

Nog geen minuut heb ik gespendeerd aan het trachten te begrijpen waarom de insuline in mijn lichaam minder effectief is geworden zodat het bloedsuikerpeil niet op een natuurlijke wijze geregeld wordt. Het zit in mijn familie. Dat verklaart veel. Ik word ouder en het is een genetische aanleg. Daar heb ik vrede bij. Verder doe ik mijn best gezond te leven.

Maar de depressie is een ander verhaal om de een of andere reden. Die ligt aan mij. Terwijl ook die familiaal is. Maar ik wil helemaal niet op mijn familie lijken daarin! Diabetes, so what, vervelend maar geen stigma. Depressie, vele malen vervelender (eufemisme), ondragelijk en een stigma.