wonderen en slaap

Was vanmorgen erg moe en besloot niet mee naar de kerk te gaan. Heb me op de bank geinstalleerd met een keuze aan boeken en tijdschriften om mezelf geestelijk mee op te bouwen. Begonnen met de Reformatie, die ik, als ik eerlijk ben, altijd met gemengde gevoelens oppak. Zo van: ‘heb ik hier wel zin in?’ Maar meestal lees ik er toch een paar hele goeie artikelen in.

Vanmorgen een van ds. Bas Luiten:De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Samenvattend: Prijs de Heer, als iemand wonderlijk genezen blijkt!
En prijs de Heer als iemand wonderlijk in geloof blijft volharden in ziekte en allerlei moeites die God niet wegneemt.
Wonderen kun je niet organiseren. En je moet voor het spectaculaire altijd op je hoede zijn. Het kan nl. heel  snel iets dwingends krijgen. Als het een voorwaarde wordt voor echt geloof of echt kerk zijn bijvoorbeeld. Wonderen moeten. Nou, dat is een enorme paradox natuurlijk.
En het grootste wonder ben je zelf, zegt Luiten. Geloven staat immers gelijk aan een opstanding uit de dood?

Het is goed met een open blik naar je leven te kijken. Je leeft vaak snel en gehaast. Je bid wel, maar op de  uitkomsten let je zo vaak niet. Ook omdat God meestal niet spectaculair werkt, maar door gewone alledaagse dingen. Maar ze wel gebruikt om te doen wat wonderlijk is. Remissie in kanker waar iemand eerst voor z’n leven vreesde. Mensen die zich bij de gemeente voegen, met al hun eigen moeites waardoor je het eerste vergeet en je fixeert op het tweede. Een verzoening tussen mensen die eerst ver van elkaar verwijderd waren door conflicten en ergernis. Mensen die weer getroffen worden door het Woord van God terwijl ze eerst zich dood en dor voelden.

Het is het werk van de Heilige Geest en is van dode dingen weer levende maken.
Ik heb van dichtbij nog niet meegemaakt dat iemand opstond uit een rolstoel van het ene moment op het andere. Ik vind het geweldig als dit gebeurt. Die persoon krijgt als een cadeau opnieuw tijd van leven en gezondheid. En wie kan peilen wat dat betekent voor een mens?

Toch geloof ik dat Joni Earickson Program_collage_1 net zo’n groot wonder is overkomen. Zij ontving geen genezing, maar moest verder in haar rolstoel. Zo is ze toen tot enorme zegen geworden voor honderdduizenden in de wereld die verminkt en gehandicapt door oorlog en geweld, of door aangeboren verlammingen in een rolstoel hun leven slijten.

Ik denk ook aan mijn vriendin Arianne van Wingerden Foto2006ariannemetparksungmi1 die al meer dan 20 jaar als evangeliste in Masan, Korea werkt. Ze komt in verschillende weeshuizen, maar is vooral verbonden met Good Samaritan, een weeshuis/revalidatiecentrum voor kinderen met een handicap. Spastische kinderen veelal. Sommigen zeer ernstig gehandicapt. Arianne is een zeer blijmoedig gelovig mens en brengt veel liefde in het leven van deze kinderen. Velen doen mee aan Bijbelstudies en komen ook tot geloof. Geweldig.

Ze registreert in haar nieuwsbrieven regelmatig wonderen: de Engelse ladies club van een of ander internationaal bedrijf heeft opnieuw geld gedoneerd om in een weeshuis het sanitair te verbeteren, of voor alle kinderen sokken te kopen…ze krijgt zomaar van de KLM een retourticket om haar familie te bezoeken in Nederland, ze kan een baan vinden voor die en die rolstoelgebonden jongen met een goed verstand, zo en zo is geselecteerd voor de Paralympics….enzovoorts. Want er is nog veel meer.

Het grootste wonder vind ik dat iemand als Arianne in haar uppie zo veel goeds kan doen en betekenen voor honderden verstoten kinderen. In hun rolstoelen. Met hun ziektes. Waaraan ze soms ook heel jong al sterven. Maar ze brengt hen de blijdschap van Jezus en dat ervaren die kinderen en jongeren als een lichtstraal en een wonder.

Toen was de zon zo warm en lag Gina zo heerlijk te spinnen op m’n schoot dat het geen wonder was dat ik na een half uur of zo weer wakker werd. Klaar voor een bak koffie!

9/11, Beckman en HTM

Bah, ik heb mijn boek uit…Ik ga na ieder gelezen boek door een fase van ontwenningsverschijnselen. Ik zoek iets, het is er niet en ik denk: oh nee het was er eigenlijk niet, behalve in mijn verbeelding. Elk (nou ok, bijna elk) boek dat ik lees is even een extra werkelijkheid, met mensen en gebeurtenissen die deel uitmaken van mijn leven. De laatste drie boeken die ik las waren (toevallig!) alle drie verhalen geschreven vanuit het perspectief van een kind van rond de 10. Het laatste was echt geweldig goed geschreven. Auteur: Jonathan Saffran Foer; titel: extremely loud & extremely close. Er zijn twee verhaallijnen. Een is die van een jongetje dat besluit het slot te zoeken wat bij een sleutel past die hij vindt bij de spullen van z’n overleden vader. Die vader is omgekomen tijdens 9/11, de aanval op het World Trade Center in New York in 2001. De tweede verhaallijn is die van zijn grootmoeder. Hoe zij in New York terechtkomt vanuit het Duitsland na de 2e WO. Ze woonde in Dresden, dat werd plat gebombadeerd door de geallieerden. Heel aangrijpend en soms humoristisch verhaal. Over familie, liefde, gemis, en volharding.

Het tweede boek is van Donna Tart, Little Friend. Vond ik niet overtuigend en verveelde me een beetje. Ik heb nog een derde boek vanuit kinderperspectief gelezen maar ben nu even de titel kwijt.

Voor onze verjaardagen kregen we twee boeken van Willem Jan Otten. Van Jes, onze dochter. De gedichten zijn prachtig wat betreft taalgebruik, maar zeer cryptisch…Ik was net weer begonnen om voor het slapen gaan een gedicht te lezen en een bundel van Gerrit Achterberg naast mijn bed gelegd. Vond ik al vrij moeilijk. Maar Otten is nog cryptischer! Toch vind ik het een bijzondere ervaring, gedichten lezen. Soms is het maar 1 zinnetje wat net iets tot uitdrukking brengt waar je mee bezig bent. Ik vond in een boek een gedicht dat ik in 1989 had gescheurd uit een kalender. Ik had erop geschreven: zo ervaar ik het leven in Nederland (we waren na 8 rustige jaren in Korea net 1 jaar terug). Zo begint het gedicht:

September is nog niet voorbij
en reeds denk ik aan sneeuw
en aan de kilheid van november
We hebben nood aan tijd-
aan trage tijd vol nietsdoen
en verveling.

Vooral die laatste 3 zinnen vind ik prachtig. Trage tijd vol nietsdoen…Heerlijk.

Welaan..over nietsdoen gesproken. vorige week eindelijk weer met m’n vriendin Ank naar Amsterdam geweest voor een middagje cultuur. Tentoonstelling van werk van Max Beckman (overleden in 1950) + lezing. Interessant en boeiend. Niet opwekkend…Geen vrolijke baas, die Max. Kon wel prachtig schilderen en vooral zijn portretten vond ik heel mooi.

Verder vandaag eindelijk iets gedaan waar ik altijd stiekem op hoop dat een ander het ooit voor mij zal doen..In de vermaledijde trams in Den Haag moet je gepast betalen wanneer je een kaartje wil. Heb je geen munten dan kun je uitstappen en eerst ergens gaan wisselen. Is me een paar keer overkomen. Zo irritant! Vanmorgen stapte er iemand in die alleen maar 50 euro had en hem werd te verstaan gegeven dat hij kon uitstappen. Triomfantelijk haalde ik mijn 40 strippen kaart uit mijn tas en zei grootmoedig: hier neem maar wat strippen van me. Oh wat een genot met zulke simpele dingen als drie tramstrippen iemands leven te veraangenamen!

vandaag zag ik weer bloemen in de tuin

Er is een boekje ooit geschreven over depressieve gevoelens met de titel: "Ik zie elk dood vogeltje", Dood_vogeltje (Ed Klip, Maarten van Son. Amsterdam, BoomMeppel, 1988). Mijn eigen variant, aangezien ik nooit een vogelaar geweest ben, is "ik zie alleen maar onkruid en dode plantjes in de tuin".
Voor de gelukkigen onder ons die dit niet kennen: Het is een stemming waarin alles in je zich lijkt te fixeren op datgene wat niet is zoals je het zou willen zien. Je blik lijkt zich te vernauwen zodat je alleen de tekorten waarneemt, alleen dat wat je mist, dat wat niet gedaan is, wat ontbreekt.
Je kunt gerust stellen dat het een levensvergiftigende, negatieve stemming is waar je niet lang mee kunt leven zonder kwalijke gevolgen voor jezelf. Die echter zo sterk en overheersend kan zijn dat je machteloos bent om er iets aan te doen. Het verzet tegen die stemming kost zo onnoemelijk veel energie dat je er doodmoe van wordt.

Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar tijdens zo’n episode weet ik dat ik ‘het’ weer heb. Ik wil het niet, ik praat tegen mezelf (oh, wat wordt een mens daar ook moe van, zeg!) maar de vuile was, de kreukels, de niet-gedane klussen, het stof, de katteharen en de vlekken overheersen m’n bewustzijn, om het maar even simpel samen te vatten.

Ik heb inmiddels door de jaren heen wel geleerd om ‘ het’ wat beter te hanteren. Nu juist niet beginnen aan allerlei projecten, niet nu van alles overhoop gooien, niet achter ‘m’n geweten’ aanrennen. Maar: ‘goed’ voor mezelf zijn. Rustig aan, mezelf een beetje verwennen, zoals een goeie moeder een super-gespannen kind geruststelt. Kopje thee, extra rust, filmpje enz. Echt genieten ervan doe ik dan niet, maar ik weet uit ervaring dat het me wel rustiger en minder gejaagd maakt.

En nu liep ik vanavond in de tuin en zag warempel tussen het onkruid weer allemaal bloemetjes! Door het warme weer van de afgelopen dagen staat er veel in bloei en ik zag het weer! Ik heb ook zo m’n ‘warmtedagen’ gehad en zowaar, de kilte is weer geweken.
De vergeet-mij-nietjes staan in bloei en eenVergeet_mi_niet_1 paar van m’n azalea’s. Ik zie de knoppen in de Hortensia, zelfs de rozen beginnen al knoppen te vormen! Planten die in de winter verdwijnen (en die ik dan ook prompt vergeet!) steken hun groene stengeltjes door de donkere grond en ik ben zo blij als een kind dat verloren gewaande schatten vindt: oh die en die, en ook nog die…!!

Rouwen brengt een mens flink uit z’n evenwicht. Dat is alvast een conclusie die ik kan trekken nu.

Zij zijn niet dood – Totius


Onderstaand gedicht is van de Zuid-Afrikaanse dichter Totius (J.D. du Toit, 1877-1953). Hij verloor 2 kinderen aan de dood. Een eenjarig zoontje aan hersenvliesontsteking en een dochtertje, vlak daarna, door een blikseminslag. Hij heeft er een aantal heel aangrijpende gedichten over geschreven. De bundel heet Passieblomme. Hij heeft daarnaast nog veel meer prachtige gedichten gepubliceerd. (Het Afrikaans moet je hardop lezen dan is het begrijpelijker).

O die pyn-gedagte

O die pyn-gedagte: My kind is dood!
dit brand soos ’n pyl in my.
Die mense sien daar niks nie van,
en die Here alleen die weet wat ek ly.

Die dae kom en die nagte gaan
die skadu’s word lank en weer kort;
die drywerstem van my werk weerklink,
en ek gaan op my kruisweg voort.

Maar daar skiet aldeur ’n pyn in my hart,
so, dat my lewe se glans verdwyn;
Jou kind is dood met ’n vreeslike dood!
En  ek gryp my bors van die pyn.

O Die bliksemgedagte! . . . Ja, lieflingskind,
een straal het jou skone liggaam verskroei,
maar bliksemstrale sonder tal
laat my binneste brand en bloei.

Sy was so teer soos ’n vlindertjie,
sy’t lugtig omheen geswerf;
’n asempie wind kon haar vlerkies breek
en  kyk watter dood moes sy sterf!

Hoe weinig die kinders wat so moet sterf,
dis een uit die tienduisend-tal,
en ag, dat dit sy was, en ek moes sien
dat sy dood in my arms val!

O Die pyn-gedagte: My kind is dood! . . .
dit brand soos ’n pyl in my;
die mense die sien daar niks nie van,
en die Here alleen die weet wat ek ly.

overal warm maar niet in Zeeland

Puffend had ik nog snel m’n zomerkleren tevoorschijn gehaald en er iets uitgevist wat luchtig en koel zou zijn. Het was inmiddels in Scheveningen 27 graden en we zouden naar Zeeland, naar vrienden in Burgh-Haamstede. Om half twee vertrokken. De airco werkte niet goed in de auto. Ik had het gewoon snikheet. Op 14 april.
In de buurt van Pernis zei Kim opeens dat de temperatuur aan het zakken was. Prima, dacht ik, mag best wat koeler. Idiote Nederland, altijd anders dan je verwacht. Nu plotseling weer hoogzomer. En zo mopperde ik wat door.
Bij Ouddorp was het 20 graden geworden.
Bij Zierikzee 18.
En toen we in Burgh aankwamen was het 17 graden!! Ik stierf natuurlijk van de kou in m’n mouwloze shirt en met m’n (witte) blote benen…Het is er niet warmer geworden.
Mag ook in de records van mij. 10 graden verschil binnen een afstand van 100 km.

Jes en Dos waren er vanaf vrijdag, met Niek. Elke keer is ie weer groter en wijzer. En eigenwijzer. In het bedje dat wij boven hebben wil hij vaak de eerste nacht niet echt lekker slapen. Dan is ie onrustig en wil er uit. Ons huis is extreem gehorig en alles piept en kraakt. Heb je net de piepende WC deur zachtjes dicht, vergeet je de krakende plank als je een stap verder zet. Iedere beweging hoor je, bij elke stap kraakt, piept of knarst er wel iets.
Niek heeft besloten dat hij daar niet doorheen slaapt. Om vijf uur werd hij wakker en wilde ‘mee’= naar beneden. Kraak, kraak, de trap af (iemand, bleek Dos te zijn). Ik draaide me weer om in m’n bed, maar Niek was zo opgetogen over het nachtelijke uitje naar beneden dat ik hem luid zingend heen en weer hoorde rennen. Ho,hoi, la,la, stap stap, boem boem, en dat alles met die volle, harde stem van ‘m. Volgens mij krijgt hij de Batteau-stem. Luid, helder en duidelijk, niet om lekker bij in slaap te vallen. Vooral toen hij ook nog zijn (wellicht Batteau?) muziektalent ging beoefenen op mijn blokfluit….
Toen ben ik toch maar naar oordopjes gaan zoeken. Uiteindelijk heeft Niek vanaf 8 uur prinsheerlijk tot 12 uur geslapen. Ik echter geen minuut meer na 7 uur…De geneugten van het oma -zijn. De lusten en de lasten..

pasen en toch..

"De Heer is waarlijk opgestaan, Hij leeft". Die tekst projecteerde de beamer op de muur zondagochtend in onze kerk. De preek benadrukte hoe het lege graf de essentie is van Pasen. Niet allerlei mooi gevormde gedachtes over Jezus Die "in onze herinneringen en daden ‘tot leven’ komt", maar de echte levende Jezus van Nazareth, die je kon zien en aanraken. Dood als ieder ander mens dat in een graf gelegd wordt, en toch opgestaan, met lichaam en ziel. Als de allereerste mens. Hij was de primeur. Dat leven geeft Hij door aan wie z’n leven met Hem verbindt. Pasen. Licht. Opstandinghenk_pietersmaHoop. Leven.

Vreemd dat zo’n geweldige werkelijkheid en mijn gevoel zo ver uit elkaar kunnen liggen. Maria was zo opgeslokt door haar verdriet en gemis dat ze Jezus niet herkende in de tuin. Begrijpelijk. Ze herkende Hem uiteindelijk aan Zijn stem en hoe Hij haar naam uitsprak.
Maar ik weet zoveel meer dan Maria. Waarom ben ik dan niet blijer en vol vuur? Zou de werkelijkheid van Pasen niet mijn stemming in een klap moeten kunnen verbeteren?                             
Niet dus. Tot m’n teleurstelling moet ik zeggen.
Maar misschien kan ik wel zeggen dat de werkelijkheid van Pasen voorkomt dat ik wegzak in een gevoel van somberheid dat alles overheerst.

Ik spits steeds m’n oren of ik Jezus ook mijn naam hoor zeggen. En als ik het verhaal over Maria herlees, raakt het me: zo persoonlijk betrokken is Hij bij Zijn vrienden. Hele intieme ontmoetingen, een op een. ‘Ik ben er weer, niet bang zijn, ik ben het echt’.

Al schrijvend gaat Pasen dan toch weer spreken.

Afbeelding:
Opstanding – Henk Pietersma
 

                                                                                                              

pasen en toch..

"De Heer is waarlijk opgestaan, Hij leeft". Die tekst projecteerde de beamer op de muur zondagochtend in onze kerk. De preek benadrukte hoe het lege graf de essentie is van Pasen. Niet allerlei mooi gevormde gedachtes over Jezus Die "in onze herinneringen en daden ‘tot leven’ komt", maar de echte levende Jezus van Nazareth, die je kon zien en aanraken. Dood als ieder ander mens dat in een graf gelegd wordt, en toch opgestaan, met lichaam en ziel. Als de allereerste mens. Hij was de primeur. Dat leven geeft Hij door aan wie z’n leven met Hem verbindt. Pasen. Licht. Opstandinghenk_pietersmaHoop. Leven

Vreemd dat zo’n geweldige werkelijkheid en mijn gevoel zo ver uit elkaar kunnen liggen. Maria was zo opgeslokt door haar verdriet en gemis dat ze Jezus niet herkende in de tuin. Begrijpelijk. Ze herkende Hem uiteindelijk aan Zijn stem en hoe Hij haar naam uitsprak.
Maar ik weet zoveel meer dan Maria. Waarom ben ik dan niet blijer en vol vuur? Zou de werkelijkheid van Pasen niet mijn stemming in een klap moeten kunnen verbeteren?
                                    

Niet dus. Tot m’n teleurstelling moet ik zeggen.
Maar misschien kan ik wel zeggen dat de werkelijkheid van Pasen voorkomt dat ik wegzak in een gevoel van somberheid dat alles overheerst. Ik spits steeds m’n oren of ik Jezus ook mijn naam hoor zeggen…                             opstanding Henk Pietersma      
En als ik het verhaal over Maria herlees, raakt het me: zo persoonlijk betrokken is Hij bij Zijn vrienden. Hele intieme ontmoetingen, een op een. Ik ben er weer, niet bang zijn, ik ben het echt.

Al schrijvend gaat Pasen dan toch weer spreken.

                                                                                                               

God spreekt in metaforen

Vandaag was een zee en stranddag. Ten eerste omdat ik vrij was. Ten tweede omdat het mooi weer was. Maar vooral toch omdat ik weer de ruimte van de oneindige zee nodig had. Thuis was ik onrustig en kon m’n draai niet vinden. Fiets gepakt en richting boulevard gefietst. Poosje in een strandtent gezeten met m’n boek. Kop koffie erbij. Prima. Voelde me al beter.

Strand2(bron foto www.phrea.com)          
Toen een eind gelopen en ergens in het zand over de zee zitten staren en geprobeerd m’n stemming te peilen. Het gevoel manifesteert zich in m’n lijf in een trekkende sensatie, ergens rond m’n middenrif. Het is missen; verlangen naar wat voorbij is. Weemoed. Het wordt aangewakkerd door alle gezinnetjes op het strand. Mijn kind-zijn is definitief voorbij, realiseer ik me. Maar ook de tijd dat ik moeder was van kleine kinderen, voor wie ik het centrum van hun wereld was, is voorbij. Dat laatste is natuurlijk al een hele poos zo, maar de weemoed naar die tijd komt bovendrijven met de weemoed om mijn moeders sterven. 

Laatst zag ik nog zo treffend hoe je als moeder schuilplaats bent. Niek was aan het spelen op het strand toen er uit de verte een vliegtuig aan kwam ronken. Instinctief, zonder te kijken naar Jes, liep hij langzaam in haar richting, z’n ogen op het vliegtuig gericht. Z’n armpjes waren uitgestoken en hij sloeg ze om Jes haar nek. Dicht tegen haar aan volgde hij nauwgezet het vliegtuig tot het aan de horizon verdween. Dicht bij haar was het veilig en kon hij het dreigende lawaai aan.

Al denkend banjerde ik door het zand, op weg naar m’n fiets. Opeens zag ik een jongentje huilend voorbij rennen. Hij struikelde en viel en nog meer dikke tranen stroomde er langs z’n wangen. Geen volwassenen in de buurt die op een vader of moeder leken. Toch maar ‘es informeren. Bleek een engelssprekend jongentje. Pappa en mamma zaten in een strandtent maar hij wist niet meer waar. Hij had een gat gegraven in het zand en toen was hij de weg kwijt. Scheveningen_beach_promenade_south

Hij kon goed vertellen hoe hij heette en hoe z’n ouders heetten. Wat ze aan hadden enz. Maar feit was dat er werkelijk tientallen strandtenten zijn en dat ik hem een heel eind voorbij de laatste tent gevonden had. Blijkbaar was hij behoorlijk afgedwaald.

En daar liep ik dus plotseling na m’n weemoedige gedachten met een klein jongentje van 7 die vol vertrouwen z’n handje in de mijne legde en vroeg of hij nu ooit z’n ouders nog zou vinden op dit grote strand. We hebben een half uur gezocht in verschillende tenten. Pfff, ik wist niet dat het er zoveel waren en dat het zo ver lopen was! Op een gegeven moment ben ik binnen gaan vragen of ze de politie wilden bellen. Pas in het zomerseizoen is er nl. een politiepost op het strand.

Bora_bora_1Samen hebben we toen uit zitten blazen bij strandtent Bora Bora. Cedric kreeg een ijsje en ik een kop koffie. En zo waar, na een kwartier of zo kreeg de politie een melding van een vader en moeder die hun zoontje kwijt waren. Al gauw sloot een snikkende moeder Cedric in haar armen.
En deze vermoeide wees (ik dus) met een tijdelijke aanval van leeg-nestsyndroom voelde dat een bijzondere Regisseur mij deze taak had toebedeeld om me weer te laten weten: Jij bent net zo geliefd en kostbaar.

lente?

Maandagochtend op het strand achter glas koffie gedronken. Weemoedige bui, wat tranen, maar ach, wat zijn een paar tranen naast die oneindige zee? Ik word er altijd rustig en kan beter ademhalen als ik zand voel aan m’n voeten en zout ruik in de lucht..

Met Kim de zaken weer wat geordend en met een aanmerkelijk betere stemming kwam ik thuis. Uren geslapen en ’s avonds mezelf verwend met een bad. Daar heb ik niet vaak behoefte aan, maar eens in de zoveel tijd is het lekker. Ik heb kaarsjes aangedaan en een boek meegenomen. Maar toen ik eenmaal onder de schuimbubbels lag bleek m’n bril met boek op een onbereikbare plek te liggen…Nou ja, dan maar mediteren.
Na die gedachtenoefening besloot ik dat het nu lente genoeg was om weer aan het benen scheren te beginnen. Ik heb daar een vreselijke hekel aan, maar meer nog haat ik harige benen onder een zomerrok, dus als het weer opwarmt voel ik de drang toenemen om mijn benen van hun wintervacht te ontdoen.

Helaas is het sinds die avond alleen nog maar stervenskoud buiten. Ik heb vandaag op de fiets kleine Ruth Changoer en haar ouders weer even opgezocht en heb er heen en weer anderhalf uur over gedaan! Terug met ijzige tegenwind. Ik verbeeld me dat m’n benen extra koud werden, ondanks kousen en een lange broek.

Ruth is nog slaperig en heel rustig.

Oma_en_de_kleinkinderen_2 Mijn zus stuurde een mooie foto van m’n moeder en de kleinkinderen, genomen in 1980. (oeps…ik bedoel, mijn moeder werd 80!!!, 1997 dus!!)
Ze ziet er daar nog zo piekfijn en mooi uit! Toch was dat de laatste keer dat ze zelfstandig wonend haar verjaardag vierde, volgens mij.

met weinig kom je ook best ver

Onze vrienden hebben een baby! Ruth heet ze. Haar moeder, die uit India komt, zegt: Rutte, dus we moesten even puzzelen voor de telefoon welke exotische naam dit was. Een Bijbelse bleek het dus.

Ruth zat er ontzettend aan te komen! Vrijdag was ik er nog even en Babita moest vechten met de zwaartekracht om niet om te vallen: zij heel klein en die buik enorm!
Ik had al weken wel zo mijn zorgen….Waar is nu het babykamertje, waar de commode, waar het bedje enz. enz. Onze wieg gebracht met toebehoren, maar die stond, met losse onderdelen, rustig de geboorte af te wachten. "Moet de wieg niet even in elkaar?", vroeg ik dan bescheiden. "Welnee", zei m’n vriendin, "dat is toch in een paar minuten gebeurd straks, kom, jij gaat lekker koffie maken." Hmmm, dacht ik dan, ik wilde dat ik wat eigengereider was. "Wat doe je straks met Quinten?" (het oudere jongentje van vier.) Dat wist ze niet, misschien mee naar het ziekenhuis? Hmmm, dacht ik, weinig origineel, opnieuw. "Is er niet een vriendin in de buurt?" (ik woonde te ver weg om echt in te springen) Nou, het had geen prioriteit, wie dan leeft die dan zorgt.

En voilà, precies onder schooltijd kondigde Ruth zich aan. Om twaalf uur geboren in het ziekenhuis en om 14.30 zat B. weer thuis, zo voorspoedig was alles gegaan! En om 15.00 uur kwam Quinten thuis uit school.

Ik onderbrak m’n cursus om gelijk Ruth te gaan bewonderen en vroeg me onderweg zorgelijk af welke onoverzichtelijke chaos ik zou aantreffen.
Niets geen chaos. Babita op de bank, kindje op een dekentje, wiegje was in elkaar gezet en beschuit met muisjes (verzorgd door pappa) op de koop toe. En de kraamverzorgster (van Turkse afkomst denk ik) was rustig bezig de eerste taken uit te voeren. Geen paniek, er worden al eeuwen kinderen geboren zonder kraampakketten en kamers en meubilair en, en, en….

Hier toont m.i. zich de kracht van oude culturen. Alles komt goed…. op z’n tijd,…. zeer goed. No hurry, no worry.

Leve het nieuwe leven van Ruth Changoer. Morgen volgt een foto.