Een andere week

Parelpad 's ochtendsvroeg

En dan loopt een week totaal anders dan je in je agenda had gepland. Sta ik maandagmiddag opeens te poetsen in het nieuwe huisje van dochter Suzy in Den Haag, na, omdat we er toch waren, een vriendin te hebben opgezocht. We eten bij Havana omdat alles verder dicht is waar we liever wilden eten. (Ben niet zo gek op Cubaans/Mexicaans eten).

En dan zijn we ’s avonds op rouwbezoek bij Michael en Manon die net hun kindje zijn kwijtgeraakt na ernstige complicaties bij de bevalling. We mogen het jongetje zien, een prachtig kindje, 9 pond en 58 cm groot. Volgroeid en ongeschonden. Alleen in het koppie was het ernstig mis.

De ouders zijn verslagen en tegelijk moedig en nuchter. Hun oudere zoontje van bijna drie loopt rond en voor hem moeten en willen ze er zijn. Niet het verdriet verzwijgen, maar ook niet laten overheersen. Het jochie begrijpt er natuurlijk niets van. Er zou een broertje komen met wie hij kon gaan voetballen, maar nu? De ouders hebben hem verteld dat het broertje te veel pijn had en dat de Here Jezus dat niet wilde. Nu mag hij voetballen met Jezus. Zo hoop je de driejarige toch te troosten. En jezelf.

Vanmorgen wilde ik de zon en de kou voelen in mijn gezicht. Ik heb gewandeld en de krakend frisse vrieskou was weldadig. Toen heb ik mezelf getrakteerd op een paar uur bibliotheek in Utrecht. Wat boeken gepakt en met een kop koffie erbij geboeid zitten lezen over de 19e eeuw. De tijd van mijn (over)grootouders in Schiedam en Rotterdam. Een tijd van armoede voor hen en hard werken. Van grote gezinnen en ziekte en sterven van kind op kind. Door slecht water. Door bij gebrek aan borstvoeding ander eten te geven waar de baby’s niet tegen konden. Door griep, door koorts. Wat een misere.

Hoe anders kijk je tegen de wereld aan wanneer honger, ziekte en dood zo dichtbij zijn. Zonder aspirine, sinaspril en antibiotica.

Op de terugweg heb ik weer genoten van het heldere weer, maar de wind was toegenomen en in de schaduw was het ijzig koud. In de tram oefende ik nog wat met het gedicht wat ik als opdracht heb voor mijn schrijfcursus. Het moet gaan over mijn supermarkt. Ik krijg maar moeilijk inspiratie als ik aan de Jumbo denk.

Vrijdag wordt Tristan begraven. Daarom spaar ik mijn energie nog maar wat.

Voor Tristan

Het dode kindje slaapt,
geborgen in zijn biezen mand.

Ik kus het ijzig hoofdje
maar wakker wordt hij niet

Dan fluister ik, (wie weet?)
jongetje, sta op!

Maar niets of niemand
wekt hem uit die slaap
dan wie zelf gestorven
is en leeft en nooit,
nooit slaapt of sluimert.

Het dode kindje slaapt

Voor Manon en Michael

Bij het sterven van kleine Tristan een gedicht van de Afrikaanse dichter Totius die zelf twee kinderen jong moest afstaan aan de dood. Een zoontje van 1 jaar naast een slopende ziekte en een dochtertje, getroffen door de bliksem, in een ogenblik. (Hij schreef daarover ook het aangrijpende gedicht Ag, sy het nie gesterwe, maar sy was somaar dood). Het zachte Afrikaans maakt dat zijn gedichten nog meer binnenkomen.

 Ek wou my ganse digkuns waag

Ek wou my ganse digkuns waag
om al my hartpyn uit te klaag;
om in my klanke uit te se,
om soos in marmer vas te le
die beelt’nis van my pyn.

Maar nerens vind ek daardie marmer
waar ek die beelt’nis uit kan slaan;
en al my klanke is eind’loos armer
as wat ek ondergaan.

Nee, ‘k sal nie waag om ’t uit te se.
Nee, ‘k gaan tot God wat weet,en le
vas op my hart my regterhand
en snik: “o God, dit b r a n d!”

Titia Cnossen

De eerste vrouwelijke burgemeester voor de ChristenUnie wordt benoemd in Woudenberg! Dat vind ik leuk, want ik kom daar iedere week bij mijn dochter en schoonzoon. Ik heb dus iets met Woudenberg en ik heb iets met de ChristenUnie en ik heb iets met vrouwen. Een perfecte combinatie!

Sterkte Titia Cnossen in Woudenberg!

Stofzuigen, schaken en googlen

Kleinzoons Niek en Kris

Ik wil gauw nog even stofzuigen voor mijn dochter terug komt met kleinzoon Niek van pianoles. Kleinzoon Kris is lekker aan het spelen dus ik zie mijn kans schoon. Kris kijkt me zeer verstoord aan als ik het apparaat aan zet en legt demonstratief zijn handen over zijn oren. ‘Oma! Dat is veel te veel lawaai!’, schreeuwt hij me toe. Kris is gevoelig voor geluiden. Ik denk, toch maar doorbijten en zeg tegen hem dat hij maar even naar boven moet gaan om te spelen.

Ik zuig ondertussen hard door, fanatiek als ik ben wanneer ik eenmaal aan het schoonmaken ben. Ik heb dus niet door welke uitwerking mijn woorden hebben op de kleine man. Hij komt vlak voor me staan, met zijn gezicht op minstens twee weken slecht weer. ‘Oma, dat was héé-él.. uhm, héél..irritant, zoals jij heel gemeen zei dat ik naar boven moest, dat was irritánt, oma!’

Ik ben me van geen kwaad bewust. Ik leg uit dat ik het niet gemeen bedoelde maar dat hij boven geen last heeft van de stofzuiger. Hij kijkt me wantrouwig aan met een blik waaruit ongeloof spreekt. Maar mijn stofzuigmissie is bijna volbracht dus de rust keert weer.

Kleinzoon Niek is de computer aan het ontdekken. Pappa en mamma zijn geen grote fans van computerspelletjes en houden de Nintendo nog wat op afstand. Maar Niek leert aardig om te gaan met de laptop. Hij schaakt graag en doet dat live met zijn vader of oma (oma Tonny, niet deze oma) maar ook met de computer. Een heel parmantig gezicht. Met een geconcentreerde uitdrukking bedient hij langzaam en secuur de pijltjestoetsen om de stukken te verplaatsen en denkt 1 a 2 zetten vooruit, met een diepe rimpel in zijn voorhoofd.

Vandaag ging hij leren googlen (hoe spel ik dat eigenlijk?). Pappa ging helpen maar Niek wist het allemaal al en was diep beledigd dat Dos hem dingen aanwees. ‘Ik weet alles al, pappa! Jij moet me niet helpen!’ Ach, de overmoed van de jeugd.  Uiteindelijk lukt het hem mijn opdracht ‘zoek iets over olifanten’ uit te voeren. Er gaat een wereld voor hem open. Later laat ik hem zien hoe je plaatjes opzoekt. Hij typt opnieuw langzaam en secuur ‘roofvogels’ in (een v of een f , oma?) en er verschijnen  prachtige foto’s van zijn geliefde vogels. Zijn mond valt open en zijn ogen stralen, ooh, kijk nou!
De leuke kant van het wereldwijde web!

Beide jongens zitten nu op de basisschool, groep 1 en groep 3. Als ik ze op het plein sta op te wachten word ik zowaar nostalgisch. Nu alweer voorbij, die baby- en peuterjaren. Maar als ik die twee kereltjes aan zie komen rennen, blij verrast om oma en opa te zien, ben ik weer blij met alles wat ze aan het leren en doen zijn. Geweldig om die twee unieke persoonlijkheden zich zo te zien ontwikkelen.

Goeie zaak die nazorg

Ik heb me voor het eerst gemeld bij de ‘nazorg’ van onze gemeente, afgelopen zondag. Na iedere dienst staan twee mensen in de kerkzaal met een badge ‘Nazorg’. Wie wil kan hen aanspreken, napraten over iets in de dienst dat hen raakte, met hen bidden, whatever.

Het loopt geen storm. Er zijn geen wachtrijen, er hoeven geen nummertjes te worden getrokken. Integendeel, er is voor zover ik kan zien zelden iemand die zich meldt. Hoe komt dat, vroeg ik me af.

Op mezelf afgaand heeft het te maken met een onbekend fenomeen. Gereformeerden zijn erg goed in het over van alles te hebben na een dienst, behalve over de dienst. Hoe geraakt men van binnen misschien ook is. Het is (nog) niet de gewoonte er met elkaar over verder te praten. Dat is één reden, misschien.

Samen bidden zijn we ook nog niet zo gewend. We hebben onze vaste momenten, bij de maaltijd, in de diensten, wellicht alleen of met vriend/partner. Maar zomaar, in een lege kerkzaal met iemand die je persoonlijk misschien niet eens goed kent, dat is wat onwennig.

Verder, wat is er de meerwaarde van? Opnieuw voor mezelf redenerend, ik kan het thuis aan iemand vertellen en er eventueel met diegene ook voor bidden. Of ik bid in mijn uppie. Waarom hier en waarom direct na een dienst?

Eigenlijk ook erg gereformeerd, om zo na te denken over iets..Maar het zijn gedachten die ik nu pas formuleer, die in feite in mijn onderbewustzijn speelden, blijkbaar.

Hoe dan ook. Afgelopen zondag raakte de dienst me. Het Bijbelgedeelte, Romeinen 12, de liederen, de boodschap over het Bijbelgedeelte, alles paste in elkaar en vormde een boodschap voor me: laat je enthousiasme niet bekoelen, zet je gaven in voor de gemeente en vertrouw de Geest van Christus dat je er weer zin in krijgt. Ik worstel daar mee, na voor de zoveelste keer opnieuw te moeten starten in een gemeente.

Na afloop van de dienst dacht ik, weet je wat, ik ga naar de nazorgdame. We kregen een goed gesprek, samen gebeden en wat de meerwaarde was? Ik denk het onmiddellijk delen terwijl de indruk nog vers en nieuw was. Het me opgevangen weten door een ander, als een teken van Gods zorg voor mij. Het vormde een natuurlijke afsluiting van de dienst voor me.

Toch een goeie zaak, die nazorg.

Voor dag en dauw…

bron:Bijbelseplaatsen.nl

Het is tien over half twaalf en ik heb er al bijna een halve dag opzitten! Ik ben lid van een kerk die voor haar samenkomsten een gebouw huurt van een andere kerk. Aangezien die om 10 uur begint zijn wij genoodzaakt om half negen te starten. Juist ja, half negen. Dat is vroeg, erg vroeg. Ik stond om tien over acht buiten in het halfdonker te wachten op mijn lift. Mijn echtgenoot die in de Randstad zou gaan preken was nog thuis. Hij ging later de deur uit dan ik, die in 10 minuten in de kerk kan zijn, met de auto.

Nou ja, genoeg geklaagd. Ben je een keer wakker en buiten dan is het verder allemaal niet meer zo moeilijk. We hebben een heerlijk jonge dominee die frisse preken houdt en mooie liederen laat zingen. Hij heeft bij mijn jongste dochter in de klas gezeten, dus aanvankelijk een baby in mijn ogen, maar daar ben ik nu overheen.
Het moeilijkste moment is meestal bijna aan het einde van de preek, die overigens meestal kort maar krachtig is. Dan krijg ik een slaapaanval. Mijn ogen gaan tranen, en willen eigenlijk alleen maar dicht. Gelukkig is er dan weer een lied aan het eind om helder te worden.
Kern van de boodschap: Jezus kwam het goede nieuws van God brengen. Wat me opviel in Marcus 1, waarover de preek ging, was dat twee van de apostelen die later het goede nieuws gaan door vertellen, al leerlingen van Johannes de Doper waren en met Jezus mee naar huis waren gegaan om Hem beter te leren kennen. Het waren vissers, maar vissers die al geraakt waren door de nieuwe beweging van Johannes die bij de Jordaan mensen opriep tot bekering en doopte. Ze hadden zich blijkbaar aangesloten bij die groepering die niet erg populair was bij de kerk van toen. Net zo min als Jezus later.

Toen Jezus later zijn leerlingen uitkoos kenden ze Hem al langer. Als je Marcus leest lijkt het of Hij willekeurige vreemdelingen uitkiest, maar uit Johannes 1 blijkt dat ze al een hele dag persoonlijk met Jezus gesproken hadden. En dan wordt het een kwestie van mond op mond reclame. Andreas haalt zijn broer Simon Petrus erbij, Filippus kwam uit dezelfde plaats, dus kende waarschijnlijk de broers. Hij haalt Nathaniël erbij. Maar dan blijkt dat Jezus hem al lang kende.
Fascinerend, zulke details.

Calvinisten bidden voor de vorm?

Dr. Willem Ouweneel in een artikel in het Nederlands Dagblad donderdag 19 januari 2012 over bidden. Hij zegt mooie dingen zoals: Bidden als ademhaling, en intieme omgang met God. Maar dan opeens: ‘Voor Calvinisten ligt alles vast en is bidden eigenlijk een formaliteit. Ze bidden voor de vorm, maar er verandert niets door, ze kunnen het net zo goed niet doen.(Ouweneel is lid van de Vergadering van Gelovigen)

Nou breekt mijn klomp. Dan heb je als theoloog meer dan honderd boeken geschreven en zelfs een dogmatiek en dan zeg je zulke dingen?

Volgens mij zeggen calvinisten dat bidden uitspreken is dat God Koning is en dat je alles van Hem verwacht. En dat Hij alles in Handen heeft. He’s got the whole world etc. Bidden is  meer dan met een lijstje wensen je tot God keren en hopen dat Hij genoeg invloed heeft, of jij genoeg overtuigingskracht, dat Hij zal doen wat je vraagt? Dat beaamt Ouweneel zelf in het stukje.

Het is doen wat Hij zegt: Bidt en je zal ontvangen. Bidden is voor calvinisten ook: bij God zijn. Zoals je bij een goede vriend of vriendin blij en rustig kunt worden van zijn of haar gezelschap.En soms zelfs onrustig, omdat diegene je zo goed kent dat je niets verbergen kan.

Bidden blijft een mysterie, inderdaad. Om de een of andere reden laat God de geschiedenis (HIStory) zich ontvouwen door gebed. Hoe? Ik zal dat nooit begrijpen en ik word ook wel eens moedeloos van steeds dezelfde dingen bidden. Bidden is een oefening in vertrouwen voor mij.

In Openbaring 8 (wij lezen Openbaring op dit moment samen) ziet de schrijver in een visioen dat alle ‘gebeden van de heiligen’ als wierook in een schaal voor God gebracht worden. Samen met veel reukwerk. Ik stel me voor dat er een heerlijke geur opsteeg. Daarna is er een geweldige ontplooiing van activiteiten als in een heuse actiefilm. Wij kwamen tot de conclusie dat het één met het ander in verband wordt gebracht. God gebruikt de gebeden. Maar hoe precies?

Bidden is voor mij als calvinist echt niet voor de vorm of een formaliteit.

Ik ben benieuwd met welke calvinisten Ouweneel gesproken heeft. Er is in ieder geval genoeg door calvinisten geschreven om zo’n stelling te weerspreken.

Calvijn gebruikt het beeld van de verborgen schat. God heeft een schat voor ons diep in de grond gelegd. Het gebed is de spade die je nodig hebt om bij die schat te komen.

Gedicht van Tjitske Jansen

ALS IEMAND MIJ NOU MAAR

Als iemand mij nou maar
had opgeraapt
en in zijn zak gestopt
en daar gelaten had,
dat af en toe een hand mij vond,
voelde hoe zacht ik was
en dan weer losliet.
Of op de vensterbank gelegd,
op ’t nachtkastje,
in een rommeldoos.
De keukenla!
Ik heb nog nooit een reis gemaakt,
ik moest zo nodig wortel schieten.
Als iemand mij nou maar had opgeraapt,
er was niets aan de hand geweest,
ik was kastanjebruin geweest,
ik had geglansd, geglansd,
wat later was ik wat gaan rimpelen,
en dan, nou ja, maar nu,
nu moet ik onvrijwillig transformeren
en niet zo’n beetje ook.
En steeds als ik zo ongeveer
gewend ben aan mijn nieuwe vorm,
steeds als ik zo min of meer
geaccepteerd heb
dat ik ben zoals ik ben,
dan ben ik alweer anders.
En als het nu zo was dat ik gekozen had
om zo te zijn, dat ik het wilde:
steeds een ring erbij,
zoveel soortgenoten aan mijn takken
in hun veilig stekelhuis,
zo anders dan ikzelf,
maar wat weet ik het nog goed.

Ik heb het opgegeven
te zijn zoals ik ben.
Ik groei maar mee
met wie ik worden zal.
Af en toe hoor ik
Dat iemand zegt
Hoe mooi ik ben.
In mijn schaduw
gebeuren dingen
die de moeite waard zijn.

————————————————-
uit: ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’, 2003.

Tjitske Jansen

C.S. Lewis-Hound of heaven

C.S.Lewis

Ik ben weer eens begonnen in een C.S. Lewis boek. Eigenlijk een dagboekje met korte stukjes uit verschillende publicaties van de Engelse professor in Engelse literatuur in Oxford (1898-1963). Deze man heeft zijn beroemdheid o.a. te danken aan zijn diepzinnige boeken over het christelijk geloof. Aanvankelijk overtuigd atheïst werd hij (tot zijn eigen verbazing) steeds meer in de richting van het christelijk geloof getrokken in zijn zoektocht naar ‘waarheid’. God ‘achtervolgde hem als the Hound of heaven’, hij moest zich wel gewonnen geven. Niet door overweldigende emoties, of een bekeringservaring maar in feite door onderzoek en redenatie. De verklaring die het christelijk geloof geeft voor het leven en het universum zoals hij het ervoer en waarnam was de meest aannemelijke voor hem, zou je kunnen zeggen, op een gegeven moment. Lewis las en zocht antwoorden in (Griekse) filosofie, maar vond die niet consequent. Uiteindelijk geeft hij zich over en knielt voor God om zijn geloof te belijden en om vergeving te vragen. Hij noemt zichzelf ‘waarschijnlijk de meest onwillige bekeerling, schoppend en schreeuwend werd hij over de streep getrokken’, in zijn eigen woorden. Als je decennia als atheïst door het leven bent gegaan is het een hele vervreemdende ervaring op een dag wakker te worden als christen. Hij zei er zelf nog dit over: a young man who wishes to remain a sound atheist cannot be too careful of his reading.

C.S. Lewis is een hele knappe man, wiens logica en intelligente argumenten ik niet altijd helemaal kan vatten. Maar van wat ik kan begrijpen word ik meestal heel blij. Omdat hij met zoveel humor aantoont waarom het christelijk geloof gewoon het meest past bij deze wereld en de mensen die erop wonen en de problemen en vragen die hen bezighouden. Hij is wars van vage, of puur emotionele argumenten. Het gaat in de eerste plaats er om of iets ‘waar’ is. Daar is hij heel duidelijk over. Hij heeft geen boodschap aan slechte associaties met de kerk, slechte herinneringen aan je vader, het gaat erom of wat het christelijk geloof als leer verkondigt waarheid is. Ik realiseer me dat het begrip ‘waarheid’ door veel mensen als veel te stellig wordt gezien, maar ik kan het niet helpen dat het mij aanspreekt. Heeft Jezus geleefd ‘ja’ of ‘nee’? Was wat hij claimde God én mens te zijn, waar of niet waar? ´Christianity, if false, is of no importance, and if true, of infinite importance. The only thing it cannot be is moderately important.´

Lijkt de wereld om je heen een fijn afgesteld mechanisme waarin toch de wreedheid en gruwel bestaan van aardbevingen en natuurrampen? Lijken de mensen om je heen tot alle goeds in staat en maken ze er toch een potje van? Ben je zelf altijd van goeie wil en snauw je toch weer je partner af? Ben je van de overlevingstheorie en zie je toch steeds onverklaarbare daden van liefde die niets met nut of noodzaak te maken hebben? Dat zouden wel eens aanwijzingen kunnen zijn dat de dingen niet zijn wat ze lijken. Oosterse religies geven geen antwoord op het probleem van het bestaan van lijden en kwaad terwijl iedereen toch naar het goede lijkt te verlangen. Niet meer verlangen, dan houdt het lijden vanzelf op te bestaan. Niet meer gehecht zijn aan iets of iemand. Maar past dat bij mensen van vlees en bloed? De Islam loop een eind met het christendom op, maar komt uiteindelijk ook met een soort zelfverlossing. Goede daden moeten de doorslag geven.

Het bijzondere van het christelijk geloof is dat het als enige religie een uitleg geeft voor zowel het kwade als het goede. En ook voor de paradox van mensen die het goede willen en toch het kwade doen. En niet alleen een uitleg, maar ook een uitweg biedt die niet van menselijke inspanning (goede daden in de weegschaal) afhangt. Wat Luther herontdekte in de 15e eeuw door de bijbel te lezen: van buitenaf komt er vergeving en nieuw leven naar je toe, door Jezus Christus. De Godmens.

C.S. Lewis is het lezen waard. Net als je denkt nu snap ik er niets meer van kan hij in een prachtig simpele metafoor weer duidelijk maken waar het over gaat.

.