Vakantie-ervaringen met ons nageslacht – 3

‘Oma, ik wil bij jou logeren’, kleinzoon Noah’s (3) vaste verzoek. Als pappa en mamma zich opmaken om naar huis te gaan smeekt Noah, met een van verlangen en verdriet uitgestoken onderlip: ik wil bij jou blijven! Alsof hij in geen jaren meer terug zal komen. We beloven dan ook regelmatig dat hij een ‘ander keertje’ mag komen logeren. Noah is niet met een kluitje in het riet te sturen want hij wil dan wel graag weten wanneer.

Zo was het dan vorige week logeertijd. Uit de verte kwam hij aanhollen: ‘Ik kom bij jou logeren!’ Nog een kop koffie voor pappa en dan vertrekt die, enthousiast uitgezwaaid door Noah.

‘Zullen we even naar de speeltuin, oma?’ Ook Noah houdt van samen spelen, net als neef Kris (6). Maar ook met Noah vertrekken we richting het strand in de veronderstelling dat je een kind geen groter plezier kunt doen dan het strand. Van mamma hebben we een hele tas met strandspullen. Zelfs een reddingsvest. Noah wil dat graag aan in de auto. We kunnen hem gelukkig overtuigen dat dat echt te warm is nu.

We arriveren in Scheveningen, waar we naar het Zwarte pad wilden gaan, maar helaas om 10.15 was het daar al vol. Tegenvaller, want nu moeten we even opsplitsen…en het Zwarte Pad is te ver lopen voor een drie-jarige. We spreken af voor het Carlton. Echtgenoot gaat parkeren in de garage, ik neem Noah mee en een deel van de spullen. Het is heet. Noah is gelukkig zijn reddingsvest vergeten. Maar hij wil wel zijn duikerspak aan. Een donkerblauw zwemtopje. Met zwembroek in dezelfde tinten. Noah is namelijk altijd iets of iemand. Als hij ziet dat we vlakbij de reddingsbrigade zitten is hij helemaal gelukkig. ‘Het reddingsteam, oma! Zullen we daar straks even kijken?’ Noah houdt van kijkjes nemen, maar wel onder veilige begeleiding van een volwassene. Hij was er niet bij toen neef Niek bij de EHBO geholpen werd en in het gebouw van de reddingsbrigade naar binnen moest. Jammer. Hij zou ervan genoten hebben! Het laatste reddingsberoep dat hij heeft aangenomen is dat van de dierenambulance. Bij ieder beroep heeft hij ook een hoofddeksel, waardoor hij onmiddellijk in zijn rol zit.

Terug naar het Carlton Scheveningen. Als echtgenoot arriveert vinden we een plek om ons te installeren en spoeden we ons zo snel mogelijk naar de waterkant. Spelen in de golven, of pootjebaden. Maar als we bij de waterkant arriveren slaat Noah linksaf. ‘Zullen we een eindje die kant oplopen, oma?’ En hij dribbelt nogal snel die kant uit. Rennend om hem in te halen roep ik: ‘Noah, we gaan het water in! Kom lekker samen in het water spelen!’

Noah laat zich met moeite overhalen. Ongeveer 30 cm van het water vandaan blijft hij stokstijf staan en kijkt verschrikt naar zijn voetjes die, weliswaar in speciale waterschoentjes gehuld, nat worden en waaronder het zand door de stroming wegspoelt. Oma kan nog zo enthousiast zijn over de zee, Noah heeft ernstige bedenkingen tegen al dit onvoorspelbare gedoe. Het water is eng want er zitten vast haaien in (dat krijg je met al die tekenfilms en animaties van dieren), het water is koud en bovenal het water is NAT. En nat in gezicht of haar is een kwelling, dus hoezo lekker spelen in het water? In de golven al helemaal niet!

Letterlijk en figuurlijk duurt het een lange tijd voordat Noah dóór is. En echt dóór raakt hij nooit. Maar uiteindelijk spoelen de golven over zijn knieën en durft hij opa en oma nat te spetteren waarbij hij zelf ook af en toe natter wordt dan in de bedoeling lag. Gelukkig, want het is één van de warmste dagen en omdat hij ook nog zijn ‘duikerpak’ aan wil hebben, zweet hij wat af.

We gaan niet te laat terug. Alles weer meegesleept. Het blijft een onderneming, dat strand. Maar er gaat niets boven die verrukkelijke zee. Hopelijk gaat Noah het met me eens zijn later!

Noah geeft nauwkeurig de plantjes water
Noah geeft nauwkeurig de plantjes water

De volgende dag doen we een speeltuintocht. Noah kent de weg en brengt me bij de verschillende speeltuintjes in de buurt. We spelen politiebureau waarbij ik aangifte doe van diefstal en Noah nep opschrijft hoe mijn fiets eruit ziet. Dan springt hij in zijn nep politie-auto en vangt de nep-dief en stopt hem in een nep-gevangenis en mijn nep-fiets is gevonden. Als opa zich bij ons voegt herhalen we het spel maar nu is de portefeuille gestolen. Noah geniet. Zijn fantasie is vermakelijk. Het is echt, maar ook echt nep. Zoals hijzelf eigenwijs zegt. Babies in zijn buik, zusjes, dieven, tijgers, huizen in brand..alles nep.

Later speelt hij heel zoet met water in de badkamer. Geen golven, geen wegzuigend zand, maar een beheerste omgeving. Een wasbak met water en een stop erin. In het water drijven de reddingsboot en de politieboot. Redden uit het water is wat Noah wil.

Gered wórden uit het water is nog een brug te ver!

Vakantie-ervaringen met ons nageslacht – 2

We zitten in de auto op weg naar het strand. Ditmaal met kleinzoon Niek van 9. Strandspullen achterin, water bij de hand, rijden maar, naar Wassenaarse Slag. Mooier en schoner strand dan Scheveningen, vinden we inmiddels. Ik ben voorbereid op een interactieve autotocht. Eindeloze spelletjes en zo als een paar dagen daarvoor met broer Kris. Maar Niek vraagt of Sky radio aan mag. Natuurlijk! Ik babbel er gezellig tussendoor, gewillig als ik ben verveling te voorkomen.
‘Oma, ssshtt’, zegt Niek, ‘zo kan ik niks horen!’
‘Oh, ok…goed hoor, sorry’. Ik kijk naar buiten en geniet van de groene Hollandse weilanden.

 

meMMandniek
Niek keurt mijn selfie van nieuwe #MaliaMills tankini uit de VS

We rijden in een weldadige stilte, behalve de muziek dan, naar het strand. Niek droomt. Ik had het kunnen weten. Als klein jongetje al vertrok hij naar zijn eigen wereldje, vooral in de auto. ‘Nu even niet, oma’, zei hij dan, als ik contact zocht. Op mijn vraag waaraan hij dan dacht schudde hij zijn schouders: ‘gewoon, niks’.

Dat vraag ik nu niet meer. Af en toe vragen we of hij iets van het Engels verstaat, maar eigenlijk interesseert hem de tekst niet zo. Het is de muziek die hem betovert, of niet.

Niek bestudeert de andere gasten in het pannenkoekenhuis
Niek bestudeert de andere gasten in het pannenkoekenhuis

De volgende ochtend, na een geslaagde stranddag word ik rond kwart over acht wakker. Er ligt iets over me heen gedrapeerd. Het is het tanige, gespierde lijf van Niek.
‘Oma, word ’s wakker, hoe werken de afstandsbedieningen van de TV?’ Ik wrijf de slaap uit mijn ogen en zeg slinks dat hij dat aan opa moet vragen, die weet precies hoe het moet. En ik draai me nog een keertje om.

Als ik beneden kom is hij de klassieker Karate Kid uit de jaren tachtig aan het kijken. Geweldige film. Twee delen zelfs. Niek is een Kungfu’er en vind de Karate Kid uit 2000 nog interessanter. De oudere gaat over karate, de nieuwere over zijn geliefde kungfu. Ook die is meegekomen in de rugzak.

Ik vraag: ‘Hoe vaak heb je die film al gezien inmiddels?’, in de veronderstelling dat het de tachtigste keer is of zo.
‘Niet zo vaak nog, want als ik hem thuis kijk gaat Kris (6) erdoor heen praten en klieren en dan doen we een andere film’. Het lot van de oudste. Hij kijkt er vrij laconiek bij dus hij lijdt er blijkbaar niet onder. Maar nu wil hij dan ook achter elkaar alle twee delen zien! Om half elf is hij nog aan het kijken. Dan komen de tantes en andere oma en mamma om met deze oma te gaan kringlopen. De mannen gaan naar het strand, met de (klein)zoons.

Na een lange warme middag verzamelen we ons weer om iets te eten van de Chinees. Niek is in een scherpe schelp gestapt (een scheermesje) en is bij de reddingsbrigade geholpen. Nu zit hij met zijn voet in een bak (groene) Biotex sopwater, op aanraden van de EHBO’er daar, verzorgd door opa, die zelfs de Biotex vond. Wat een wonder is, aangezien ik zelf niet wist dat we dat in huis hadden. De vrouwen hebben allemaal erg medelijden, maar Niek is een kanjer. Hij heeft niet gehuild zelfs. Met het laptopkussen op zijn schoot smult hij van het bordje bami+saté, met stokjes.

Een tweede nachtje wil hij niet meer blijven. Dat heeft misschien te maken met de schelpensnee. Of misschien met de kerkgang de volgende morgen…een beetje saai. En nu jongere broer nog wel een nachtje bij de andere oma blijft heeft hij nog mooi gelegenheid de rest van de films af te kijken!

Vakantie-ervaringen met ons nageslacht I

Vakanties zijn aangebroken, ook de late, dus het is tijd voor ‘quality time’ met de kleinkinderen. De eerste die bij ons logeren kwam, was onze zesjarige Kris. Gebracht door mamma gaf hij haar al snel te verstaan dat het eigenlijk niet de bedoeling was dat ze nog bleef koffiedrinken. Als kind vond ik dat ook vervelend. Logeren betekent dat jij het onderwerp van aandacht bent en niet je moeder. Mijn moeder bleef altijd eindeloos kwekken en plakken omdat ik nogal heimwee-achtig was aangelegd. Maar dat kwam altijd pas later.

Kris raakte helemaal ongeduldig toen bleek dat zijn moeder ook nog een cd’tje met foto’s van haar recente promotie bij zich had. Of we die allemaal gingen kijken? Dat was wel de bedoeling. We vluchtten dus naar boven, terwijl opa zich over de logé ontfermde.

Eindelijk vertrok mamma en konden we tot zaken komen. Wat gaan we doen? Dat wil Kris altijd graag weten. Gefocust als hij is op zijn ruim twee jaar oudere broer Niek (9), is hij meestal wat gedesoriënteerd in het begin van een partijtje logeren. Hij loopt wat rond. Haalt vervolgens de spelletjes uit zijn rugzak die hij van huis heeft meegenomen en stelt een rondje UNO voor. Ik ben geheel op twee dagen spelletjes doen voorbereid (Kris is de spelletjesman), dus stem van harte in. Tuurlijk! Gezellig!

krispizzaHet regent buiten. Minder geslaagd. Maar niet getreurd, opa is de filmman, en Kris is een kleinkind van deze opa, dus de bioscoop is een goeie optie voor de middag. Welke film er speelt, wil Kris wel eerst weten. Planes 2, zegt opa. Hmmm, reageert Kris twijfelend: ik ben niet zo van Cars en zo… is er niet een andere film? Helaas nee, IJsselstein heeft maar één theater, met één filmzaal. Daar zijn we al trots op. Nou ja, ok dan, zucht Kris. Dan gaan we wel naar Planes. Ook hier blijkt de invloed van zijn broer van 9…Die vindt Cars ‘kinderachtig’…(Hoewel die op zijn zesde er nog mee speelde). Na afloop blijkt dat Kris genoten heeft!

En nu? Even TV kijken, stelt Kris voor. Nee joh, je hebt net 2 uur een film gezien! We gaan boodschappen doen, op de fiets! Dat blijkt nog een hele onderneming, want Kris converseert graag en doet dat het liefst met oogcontact en een omgedraaid hoofd. Als ik achter hem rijd is dat bij tijden niet geheel zonder gevaar. Ik kies zoveel mogelijk achteraf paden. Bij ‘rechts’ verstaat Kris soms ‘rechtdoor’ wat tot twee bijna valpartijen leidt. Oma…!! Je moet ook zeggen waar je heen wil!! Kris staat zijn mannetje. Thuis maakt hij pizzadeeg, met overgave, en houdt nauwkeurig in de gaten dat er op zijn helft géén tomatenschijfjes gelegd worden. Alleen salami en kaas, oma! De pizza smaakt geweldig. De vitamientjes eten we door er rauwe paprika bij te eten. Géén groene, oma.

kriskimstrand14De volgende dag is het stralend weer en besluiten we naar het strand te gaan. Dit keer niet naar Scheveningen maar naar Wassenaarse Slag. Prachtig strand, woelige zee, felle zon. We genieten. De tocht erheen was zo voorbij door het eindeloos spelen van ABC zoeken langs de weg en ‘Ken je mijn vriend?’, een spelletje dat ik al speelde met mijn moeder in de auto. Als we even geen spelletjes spelen is er altijd nog de vragende Kris. Kris reflecteert namelijk op alles wat hij ziet. Hij slikt ook niets voor zoete koek. Waarom? Dat is zijn levenshouding. Analyseren van de werkelijkheid tot op het bot, zeg maar. Het strand bestaat uit zand, maar waarom? En waar komt al dat water in de zee eigenlijk vandaan? Waar was dat eerst? En de schelpen? waarom zitten die in het zand? En wat zit er onder het zand, als je diep graaft? Eerst water, maar dan? Wat dan? Soms heeft Kris zijn eigen antwoorden, en daar kun je dan niet veel aan toevoegen, of het nu juist is of niet. Ook hier staat Kris zijn mannetje. Dat blijkt op de terugweg ook weer tijdens een hernieuwde ronde van het ABC-spel. Volgens Kris komt eerst de O en dan de N. Als ik volhoud dat het alfabet echt vaststaat is Kris het daar zeer mee oneens. Kijk oma, ik doe het gewoon op mijn eigen manier. Jij weet niet hoe dat moet. Als ik (riskant, ik weet het) erop sta dat we het spel volgens mijn alfabet spelen, zoals hij het ook op school leert heerst er eerst een pijnlijk en diep stilzwijgen achterin. Okay dan…, zegt Kris. Als het dan per se moet van jou…

Op de terugweg observeerde Kris nog dat als er helemaal geen andere mensen op de aarde waren het wel heel zielig voor één persoon zou zijn. Wel dieren en zo maar niemand om mee te praten. Je hoorde daarin zijn eigen grote behoefte aan gesprekspartners. Ik zei dat het me deed denken aan het verhaal van Het Begin, over hoe God alles maakte en ook Adam. En dat Adam zei dat hij zich alleen voelde. Nou, zei Kris, dat kan ik me wel voorstellen. Dieren zijn leuk, en wij zijn ook een soort dieren maar toch anders. En vervolgens moesten we verder zingen, want dat vindt Kris ook ontzettend leuk.

En toen kwam na het eten pappa hem weer ophalen.

 

Home en thuis

Home. Een gevleugeld woord in ons gezin. Sinds de film ET, waarin het vertederende en komische buitenaardse wezentje terecht komt op planeet aarde en met zijn vinger blijft wijzen naar boven, naar de planeet waarheen hij terug wil: Hoooommme, ET hooooommme…!

Sindsdien gebruiken wij het woord in die betekenis. Als we ergens klaar mee zijn. Hoe leuk het verder ook was, hoe nuttig, hoe interessant, er komt dat moment waarop we elkaar aankijken en alleen maar ‘hoooomme’ hoeven te zeggen om te weten dat het menens is: echt tijd om naar huis te gaan. Echtgenoot, die altijd langer door kan dan ik, verzet geen stap meer als ik verlangend en smekend dat woord uit. Hooomme!

‘Home’ is niet: op tijd thuis zijn voor het eten, op tijd om nog wat andere klusjes af te maken, op tijd voor de oppas (vroeger), op tijd voor andere afspraken. Dan is het gewoon: tijd om naar huis te gaan. ‘Hooome’ is verlangen naar Thuis, naar rust, naar alles wat bij thuis hoort: geuren in de tuin, geluiden, plekken en gevoelens. Veilig. Weg van vreemden en anderen. Geborgen, omringd met vertrouwde en geliefde voorwerpen. Omringd met geliefden. Home.

Al dagen volg ik op TV en internet het nieuws over de repatriëring van de slachtoffers van vlucht MH 17 uit Oekraïne. Niet continu, maar met regelmaat. Ontzetting, verbijstering, ongeloof, verdriet, wanhoop, allemaal woorden die door de ether vliegen. Persoonlijke verhalen van overledenen brengen het drama dichterbij, geven het een gezicht. Maar toch. Hoe rouw ik zelf? Ik die niet persoonlijk betrokken ben, maar wel geraakt. Wat als mijn kind, mijn partner, collega, buurman/vrouw, broer of zus daar zou liggen, op dat brandend hete korenveld..? Als ik al die vreselijke details zou moeten toepassen op hun lichamen, hun bezittingen misschien zou herkennen..?

Maar die voorstelling laat ik niet toe, nou ja een moment, even, om iets van die zwaarte te voelen. Maar ik laat me er niet in meeslepen. Dus blijven mijn ogen droog, hoewel mijn hart huilt. Ik zie Maxima die de hand van Willem Alexander vasthoudt tijdens de indrukwekkende ceremonie op het vliegveld van Eindhoven, waar de eerste 40 kisten met slachtoffers gisteren aankwamen, en dat ontroert. Ik hoor de uitroep van een wanhopige nabestaande als de eerste kist uit de buik van het vliegtuig verschijnt.  Ik zie minister Timmermans met de armen om een nabestaande heen, terwijl ze duidelijk samen snikken. Ik zie de hand van minister Hennis later op de schouder van minister Timmermans, troostend. Ook dat ontroert.

De de lange stoet van 40 rouwwagens vertrekt, richting Hilversum. Met duizenden mensen langs de kant van de wegen, op de viaducten en vluchtstroken. En dan is er onderweg opeens dat ene spandoek. Op een viaduct opgehangen terwijl de stoet voorbij komt. Dan hangt daar zomaar een banner, met daarop in grote letters ‘HOME’  geschreven. Plotseling rollen de tranen over mijn wangen. Home. Na alle ellende en gesol en gedoe en onzekerheid en het ondragelijk lange wachten voor nabestaanden. Na dagenlang onbeschermd in een oorlogsgebied gelegen te hebben. Na in zakken, gestapeld in een soort Auschwitz-achtige treinwagons, vervoerd te zijn, zijn de gestorven geliefden eindelijk waardig en eervol ontvangen. Met diep respect voor hun geschonden lichamen.

Ze zijn nu in ieder geval thuis. HOME.

 

 

 

 

Dankbaar III – Schoonheid, geweld en rouw

Vandaag mijn derde dankbaarheidsstukje. Genomineerd door Willemien Wierenga Bremmer op Facebook.

Maar dankbaar voor wat? Schrijven over dankbaarheid op een dag dat bekend wordt dat er een vliegtuig in het  luchtruim boven Oekraine is neergeschoten met bijna 300 mensen aan boord, waaronder 173 Nederlanders. Niemand overleefde de aanslag, (bedoeld of onbedoeld).

In Gaza wordt zwaar gevochten en sterven mensen, in Syrie gaat de strijd maar door. In Nigeria worden meisjes ontvoerd en meerdere malen per dag verkracht. ik voel me bijna schuldig om nu over onbenullige dingen te schrijven waar ik dankbaar voor ben.

Dankbaar dat God de zee en het strand geschapen heeft, zonsondergangen boven de weilanden rondom mijn woonplaats, de geuren van het pas gemaaide gras dat straks als hooi gaat dienen, de mini-padjes in mijn tuin, die altijd net wegspringen als ik wat onkruid trek, de libellen die verzot zijn op onze vlinderstruik.

Dankbaar ben ik voor schoonheid. In de natuur, in kunst en in het alledaagse leven. De felle kleuren van kranen en boten die afsteken tegen de blauwe wolkenlucht in de havens van Rotterdam of Scheveningen, de blauwgroene roestkleur van verweerde materialen, het lijnenspel van machines en fabrieken op een industrieterrein. Overal vind je schoonheid, als je goed kijkt.

Ik zie de rokende puinhopen van het ontplofte vliegtuig in Oekraine. Ik luister naar het nieuws, ik hoor de verslagen. Wat is er gebeurd? Waarom? Wie zaten er allemaal in dat vliegtuig? Met een Marokkaanse jongen praat ik over Gaza. De haat tegen het beleid van Israel is groot, ook in Europa onder moslims. De haat van pro Russische separatisten in Oekraine tegen de regering in Kiev is groot. De haat van de ene moslim groepering in Syrie tegen de andere is groot. De haat van Boko Haram tegen de regering Nigeria is groot. En geweld is het antwoord. Steeds meer geweld. Waar gaat dit heen, nu Nederlanders en andere Europese inwoners betrokken raken bij deze conflicten?

Vandaag kies ik ervoor me te concentreren op dankbaarheid als tegenwicht tegen angst. Dankbaar zijn is niet hetzelfde als voelen. Soms is het ervoor kiezen en jezelf toespreken.  Zo ben ik dankbaar voor de belofte van Jezus dat Zijn Koninkrijk aan het komen is.  Dat daar vrede en gerechtigheid heersen. Dat wie rouwen daar worden getroost en haat overwonnen wordt door  liefde.

En daarom toch ruimte om dankbaar te zijn voor schoonheid! Een voorproef van hoe het worden zal! Geweld en haat hebben niet het laatste woord.

 

 

Dankbaar II – Potjes en dekseltjes

In het kader van mijn nominatie om drie dankbaarheids-stukjes te schrijven het volgende:

Gelukkig, zou ik zeggen, hebben alle potjes, doosjes en dozen in mijn huis een deksel. Om de een of andere reden ben ik gek op alles wat een dekseltje heeft. Potjes van aardewerk, porselein. Zachtgroene celadon doosjes, verzameld in Zuid Korea. Suikerpotjes en roomkannetjes uit de jaren ’50 en ’60, een tijd waarin de serviezen vaak zo’n elegante of juist robuuste vorm hadden. houten dozen en doosjes. De naaidoos nog door mijn opa gemaakt. Zo kom je er in de Kringloop winkels nog veel tegen. Of dozen geweven van riet, van papier maché, karton, handgemaakt, uniek of één uit velen. Sieradendozen, leren dozen, het maakt niet uit. Het deksel intrigeert. Het liefst heb ik dan een deksel met een knopje bovenop. Vooral suikerpotjes hebben de meest sierlijke knoppen. Waarom ik zo weg ben van dozen en potjes? Ik weet het niet. Ik kan me niet herinneren dat er een tijd was dat ik er niet verzot op was. Daarom heb ik er ook zoveel denk ik.

potjes en deksels4potjes en deksels5

potjes en deksels2Dankbaar ben ik dat die dus allemaal een deksel hebben. Want, hoe ik ook mijn best doe om dozen leeg te laten, er is altijd wel iets te vinden onder dat deksel. Munten vanuit de hele wereld bijvoorbeeld, zijn ideaal om weg te stoppen in doosjes met deksels. Wat doe je immers met munten uit India, Sri Lanka, Nepal of Japan die in het hele huis liggen te verkommeren op bureaus, vensterbanken en rommelplekken? Weggooien is ondenkbaar, maar wat moet je ermee?  In een doosje doen, met deksel erop. Opgeruimd staat netjes.

potjes en deksels3

Er zijn tijden dat er een opruimwoede zich van mij meester maakt en ik alle dozen, doosjes en potjes en manden léég wil hebben. Ik weet niet eens wat er in zit, dus kan het net zo goed weggegooid, toch? Ik begin met In ieder geval te sorteren. Niet én munten, én enkele oorbellen (die ik niet weg wil gooien), én schroefjes (die ik nog wel eens nodig kan hebben), én batterijen (waarvan ik nooit weet of ze nu oud of nieuw zijn), én naalden en veiligheidsspelden, én oude sleutels (die ik ook niet weg durf gooien, want ik weet niet uit welk huis ze komen) én eurocenten en dubbeltjes. En de verdwaalde punaises. Ik begin welgemoed. Overal stapeltjes soortgelijke rommel. Heel soms kom ik nog iets tegen wat ik allang kwijt was. De andere helft van de oorbellen bijvoorbeeld. Maar waar was nu ook weer die ene? Dat bevestigt me dan weer in mijn ‘gooi nooit iets weg, want je weet maar nooit’ overtuiging.

Na een uur of zo slaat de moeheid toe. En lonken de deksels. ‘Zet mij toch gewoon weer op mijn potje,mandje, doosje’ fluisteren ze me dan toe, ‘alles was zo netjes, voordat je ons opende..En je hebt toch geen last van onze inhoud? Wat maakt het uit dat er rommel in ons zit. Wij hebben er geen last van hoor….’ het duurt niet lang of ik stop de gesorteerde rommel (dat wél) weer terug in hun huisjes. Ik kan geen knopen doorhakken (oh ja die kom ik ook altijd tegen, overal, knopen). Wil eigenlijk helemaal niet zoveel tijd doorbrengen met onbenullige dingen als de rommeltjes in mijn doosjes.

Zeer dankbaar plaats ik de deksels er weer op. Je moet ook niet teveel overhoop willen halen. En zo weet ik dat ik altijd wel ergens knopen, naalden, punaises, munten, oorbellen enzovoort heb. Maar in welk doosje zag ik dat nu laatst?

potjes en deksels

 

Tivoli en Oranje

tivoliEchtgenoot wilde de wedstrijd Nederland-Costa Rica erg graag op een groot scherm zien. Het liefst met heel veel mensen. Het Museumplein in Amsterdam leek hem het Mekka. Ik zei, ga er vooral heen, mij krijg je niet mee. Hij trachtte wat anderen te ronselen, maar die bedankten ook vriendelijk voor de eer. Zoon nodigde hem uit mee te gaan naar TivoliVredenburg. Groot scherm, maar overdekt en iets minder grote massa’ s. Zo besloten. Voor E4,00 een kaartje besteld en het was geregeld. Naarmate de wedstrijd naderde kreeg ik ook de kriebels. Toch wel leuk een keer mee te maken…leuk om het samen te doen….en meer van dat soort gedachtes. In een overmoedige bui bestelde ik een kaartje voor mezelf.

Zaterdag was het zover. We weten nu hoe de wedstrijd verliep, maar dat was toen nog een open vraag. Om half tien schuifelden we naar binnen waar wij samen onmiddelijk de gemiddelde leeftijd  omhoog deden springen. Er was veel, heel veel jong spul. Uitgedost in oranje uiteraard. Ik had een keurig oranje bloesje aangetrokken op het laatste moment en echtgenoot droeg zijn sportshirt van het oranjeteam. De hoed met bellen had ik verboden, op straffe van dat ik dan thuis zou blijven. Dat hielp.

De muziek die vanuit de boomboxen klonk droeg bij aan de feeststemming maar was HARD. De decibellen denderden mijn oren in. Maar ik was flink. Ik ging niet direct als een ouwe knar met mijn vingers in mijn oren staan, natuurlijk! Er werd me bier aangeboden. Volgens mij, behalve water, het enige vocht dat te bestellen was. In afmetingen van glas tot halve emmer. Daar zouden we later meer van merken.

Halverwege het eerste pilsje begon de wedstrijd. Ik was ervan uitgegaan dat ik me na een kwartier behoorlijk zou gaan vervelen, maar niets was minder waar. Het samen kijken bracht een extra dimensie die alles spannender en boeiender maakte. Of was het gewoon een spannender en boeiender wedstrijd dan gemiddeld? De neiging tot juichen en schreeuwen was in ieder geval sterker aanwezig dan thuis. Met wel dit probleem dat ik geen stem had, door een kou. Veel juichen en schreeuwen in gedachten dus, met hier en daar een rauwe kreet.

Veilig aan de zijkant van de menigte, niet te ver van de uitgang, heb ik genoten van de wedstrijd. Tot aan de penalties toe. Om die te zien had ik de morele support van mijn groepje mannen nodig, dus begaf ik mij dapper tussen de menigte. Wat een spanning! Bij de eerste stop door Krul goot iemand van pure opwinding zijn bierglas leeg over mijn rechterkant. Bij de tweede stop brak er iets los wat ik alleen omschrijven kan als een oorverdovende extase. Het bier daalde op me neer als de neerdwarrellende mist van een fontein, de massa sprong op en neer, en op mijn tenen. Ik wist niet hoe snel ik mij weer naar de zijkant begeven kon. Muziek brak los, oranje schlagers die iedereen mee kon bulderen en het licht flitste onophoudelijk. Wat een sfeer.

Met een halfnatte  broek en mijn haar hard van het bierspray als van goedkope haarlak, liep ik,  moe van ruim 2 uur staan, voldaan naar de parkeergarage. Toch de moeite waard om een keer mee te maken.

Maar volgende keer weer gewoon thuis of bij vrienden en familie. De bierplensbui hoeft niet meer.

r

Trials and tribulations

Om kwart over 8 gaat de telefoon. Voor ons pensionados is dat super vroeg. Wel wakker, maar nog niet helemaal erbij, zeg maar. Echtgenoot neemt op, er is iemand ernstig ziek in de nabije kennissenkring, je weet maar nooit.

Ik hoor een vrouwenstem snel een verhaal afsteken. Kim steekt zijn vinger in één oor, altijd een teken dat hij het niet goed verstaat of begrijpt. Om kwart over 8 zeker een risico. ‘Wat?’, kraakt zijn stem, ‘zeg het nog eens? Ik zit in Engeland? Hoezo…Wàat??’. Met een ruk staat hij op en luistert nog eens naar het hele verhaal. Halverwege is het me al duidelijk…mailaccount gehackt. Iemand verstuurt mailtjes met Kim’s mail.

De telefoon gaat onophoudelijk. Ik heb nog nooit zoveel oude vrienden en volslagen onbekenden (voor mij) aan de telefoon gesproken, zelfs niet op mijn verjaardag!
De appjes stromen binnen, Facebook boodschappen. SMS’jes. En het lieve is dat veel mensen aangeven graag te willen helpen, maar voor de zekerheid toch even te willen checken of het echt klopt. Als we écht nog eens in hoge nood verkeren….. Een diaconie van een van onze vroegere gemeentes was zelfs zover gegaan het telefoonmummer in Engeland, Leeds, te bellen dat in de mail stond. Bleek niet te kloppen en toen hebben ze de moeite genomen om het nummer van het Marriott hotel op internet op te zoeken, waar echtgenoot berooid zou zitten. Daar hoorden ze dat het bedrog was. Het hotel had de politie er al bij gehaald. Want niet alleen mijn echtgenoot zou wanhopig zonder geld in daar zitten, maar meer dan 25 anderen. De hacker had het Marriott de rol van opvang van radelozen toebedeeld. Een soort Marriott des heils.

Echtgenoot belde zelf ook, nu als slachtoffer en kreeg de manager aan de lijn die gelukkig een goed gevoel voor humor bleek te hebben. Het werd een vrolijk gesprek waarbij veel gelachen werd. Dat was goed voor de stemming want die was onderhand tot onder het nulpunt gedaald.

We waren namelijk in de Kafkaiaanse wereld van Google terecht gekomen. Veel mensen wezen ons op mogelijkheden om via bepaalde links je account te herstellen en een nieuw wachtwoord in te stellen. Deze mensen zijn nooit serieus gehackt. Na ettelijke pogingen om alle stappen te volgen stuitten we steeds weer op bijvoorbeeld de belachelijke vraag: wanneer bent u precies begonnen met uw Gmailaccount? Alsof je daar aantekeningen van maakt. En als je er niet bij kunt kun je het ook niet checken. De hacker had de account compleet gestolen als in: verwijderd!
Of de vraag: wat was de naam van je eerste BAAS? Je eerste baas? Wij gebruiken geen lelijke woorden..,maar dachten ze wel. Nooit heeft echtgenoot deze strikvraag als verificatie ingevuld. Hoe kwamen ze erbij? Echtgenoot: ‘200% zeker nooit ingevuld, ik zou voor geen goud weten wie mijn eerste baas was!!’

We gaven het op. Nieuwe uitdaging. Nieuw mailadres, en dan proberen om te beginnen mijn contacten te importeren. Ook dat is minder makkelijk dan het lijkt. Maar dat is gelukt.
Nu naar de politie om aangifte van identiteitsfraude te doen. Ook op aanraden van enkelen.

We zouden een dagje naar zee. Maar dank zij onze hackers weten we in elk geval door schade en schande veel meer over hoe Gmail werkt én hoe Google een betere handleiding: What to do when you are hacked? moet schrijven!

Dagje zee maar uitgesteld. En bedankt zieke hacker.

Tommy Wieringa – Joe Speedboat

125 x 200 WT

Hoe vaak heb ik niet gedacht, dat wil ik ook nog eens lezen, als ik Joe Speedboat ergens zag liggen of staan. Ik zit meestal met mijn neus in de Engelstalige literatuur. Die is fantasierijker en neemt me veel meer mee in een andere wereld dan over het algemeen Nederlandse literatuur dat doet. Die is wat aan de sombere kant. Hoe dan ook, toen Tommy Wierenga de Librisliteratuurprijs won in 2013 met Dit zijn de Namen (inmiddels ook gelezen) en mijn vriendin zei: heb je nog nooit wat van hem gelezen??, met zo’n stem dat je direct denkt ‘oeps, hier moet snel iets gebeuren!’, toen besloot ik als eerste dat boek uit de bieb te halen. Ik heb het in één adem uitgelezen.

Het is het verhaal van Fransje Hermans uit Lomark (fictief) die door een tragisch ongeluk als kind (overreden door de maaimachine van zijn vader)  gehandicapt raakt en rolstoel gebonden. Hij is zwaar spastisch en het enige lichaamsdeel dat hij bewegen kan is een arm. Door zijn vrienden wordt hij op sleeptouw genomen, eentje helpt hem met plassen, en op de een of andere manier lukt het hen te communiceren met hem. Vooral de vriendschap met Joe Speedboat (bijnaam) die pas later in Lomark komt wonen is een speciale vriendschap.  Het lijkt een bizar verhaal maar door zijn ene arm te trainen wordt hij kampioen in armworstelen. Hij reist door heel Europa met zijn goeie vriend en coach Joe.

Het verhaalperspectief is vanuit de gedachtewereld van Fransje zelf, die in werkelijkheid, vanwege zijn handicap niet praten kan, wat ik een geweldig perspectief vind. Misvormd van lichaam, niet in staat te spreken, spastisch, ontvouwt zich een volledige persoonlijkheid. Uiteraard, zou je zeggen, maar hoe moeilijk is het niet te communiceren met iemand van wie je alleen die buitenkant ziet? Onze categorieën van communicatie zijn beperkt en worden beïnvloed door wat we zien. Laat ik voor mezelf spreken. Ik vind dat knap lastig. Maar door dit boek bouwt Wierenga als het ware een brug naar mensen die door ernstige handicaps enorme beperkingen hebben. Hij verbloemt niet de moeites die ze hebben, maar het boek ademt geen wanhoop of radeloosheid. Maar toont eerlijk de strijdlust, én ontmoediging. de eenzaamheid én de troost van vriendschap. Kortom het gaat over het echte leven.

Meesterlijk geschreven door Tommy Wierenga met humor en warmte, zonder sentimenteel te worden, integendeel. Aanrader. Maar iedereen heeft het natuurlijk alláng gelezen!