2014-2015 onze Kleine Oorlog

Het Grote Knallen is weer voorbij, de rommel bijna opgeruimd. Een aantal vingers missen her en der, veertig auto’s stonden in de brand, hulpverleners zijn weer flink gehinderd in hun werk, kortom we hebben een ‘fantastische’ oudejaarsavond achter de rug.  Onze Kleine Oorlog uit verveling.

In de stilte van de oudejaarsdienst in onze gemeente drong de grote afstand tussen ‘binnen’ en ‘buiten’ schril tot me door. Binnen zongen we en waren we stil voor God. Herdachten we onze gestorven broeders en zusters, droegen in gebed onze zwaar gekwelde broeders en zusters in oorlogsgebieden en dictaturen op aan de Vader. Om ons heen, buiten, knalde en gierde het vuurwerk en gingen de ‘bommen’ af.

Veilig, welvarend, maar dwaas Nederland, dat voor €65 miljoen de lucht in schiet en zichzelf op de borst klopt als er €12 miljoen wordt opgehaald voor misbruikte en mishandelde vrouwen in de wereld. Goed natuurlijk, maar kunnen we echt niet meer? En ook meer dan geld geven?

Hoe kunnen we opstaan tegen al het onrecht? Hoe kunnen we vervolgden  hier en elders bemoedigen en steunen? Niet alle leed van de wereld op je schouders nemen, maar wel opstaan. Opstaan tegen onrecht dat op zo’n grote schaal plaatsvindt. Hoe zou het zijn als ons land onder wrede dictatuur kwam of bezet werd door een brute buitenlandse macht en in China en Afrika zouden er miljoenen protesteren? Daar zou toch kracht vanuit gaan? We worden niet vergeten.

Een tocht voor al de vervolgde, gemartelde, gevangen genomen, ontvoerde, verkrachte, vernederde , gedode, en hulpeloze medemensen. Met aan begin en eind een gebed tot de Vader namens allen die niet in vrede en veiligheid leven, om toch wakker te worden en zijn schepping te verlossen van alle kwaad. zou dat niet een goed initiatief zijn?

Word wakker! Waarom slaapt U, Here?
Word toch wakker! Laat ons toch niet meer in de steek.
Waarom keert U ons de rug toe?
Waarom trekt U Zich onze ellende en moeiten niet aan?
Wij stellen zelf niets meer voor
en liggen hulpeloos op de grond.
Sta op, Here, en help ons;
bevrijd ons terwille van Uw goedheid en liefde
psalm 44 

Alvast een voornemen voor 2015. Wie doet er mee?

Duivels, demonen, genezingen en de woestijn van psalm 63

Dit bericht plaatste ik in 2008. Het geeft duidelijk weer hoe ik geloof in de kerkelijke gemeente als plek waar we als gelovigen mogen bloeien, ondanks en juist door verschillen.

Margreet's avatarPARELPAD

Ik weet het niet… Ik krijg een onprettig gevoel, iedere keer dat ik een oproep lees of hoor om toch vooral meer aandacht te schenken aan duiveluitdrijvingen (CV Koers van maart), meer te zoeken naar genezingen en heelmaking van het lichaam omdat dit toch de belofte van de Bijbel zou zijn. Op de omslag van EO visie prijkt prominent het verhaal van een vrouw die plotseling genezen werd. (Ik ben om misverstanden te voorkomen blij voor deze vrouw. Het gaat me meer om de aandacht die ik disproportioneel vind).

Waarom treft me dit onaangenaam? Is het onbijbels om te zeggen dat je genezen bent? Nee, natuurlijk niet! Ik ondervind m’n hele leven door genezingen. Het blijft een wonder iedere keer dat mijn lichaam zich herstelt na griep, of een verwonding of anderszins. Is het dan onbijbels om te geloven in de duivel en z’n demonen en dat die…

View original post 1.022 woorden meer

Licht van de wereld

Aan het einde van dit jaar, zo tussen Kerst en Oud-en-Nieuw, wil ik mijn lezers het Licht toewensen van de God Die ik al jaren mag volgen, en Die Zich in Jezus het Licht van de Wereld noemt. Bron van leven, lichamelijk en geestelijk, wil Hij er zijn. Bij mij, bij jou. Erbij zijn. Dat is een van Zijn namen in de bijbel: Yahweh. Als de mens Jezus, vluchteling en onderdrukte, bekend met het lijden van de wereld, als Opgestane uit de dood ook de Overwinnaar over alle duistere krachten die nu het leven nog zo donker maken. Hij is: Ik ben.

Geniet van dit mooie lied van Sela

16 tips om met je depressie te dealen

Nog wat praktische tips van een ervaringsdeskundige over hoe om te gaan met depressies.

Fleur's avatarzenfiles

iedere ochtend
de reden van de dag kwijt
omdat het
nacht blijft

Het doet soms fysiek zeer, maakt van je leven een kleurloos dal en drijft je tot wanhoop – met in sommige gevallen een heel verdrietige afloop. Depressie. Veel mensen hebben er last van gehad of kampen er op dit moment mee. Ook ik ben bekend met deze aandoening – en daarmee een levensillusie armer, maar een ervaring rijker. En die ervaring deel ik graag. 16 tips om met je depressie te dealen.

Ik heb er even over gedaan om te bepalen of ik iets over depressie online wilde zetten, omdat depressie voor mij ook gekoppeld is aan mij – en ik daarmee toch een deel van mezelf laat zien. Maar ik weet ook: ik bén niet deze aandoening, en ik kan met mijn ervaring wellicht wat mensen, al is het er één, helpen. Ik stel me hiermee misschien…

View original post 1.538 woorden meer

Hondenfluisteraar

dog-whisperer-cesar-millan-Als ik er langs zap blijf ik meestal even hangen: The Dogwhisperer, Cesar Milan. Op een van de commerciële zenders, National Geographic Channel Wild. Die mooie kop alleen al van de man. Mexicaan denk ik, van oorsprong, mooi gebruind, grijs haar en een lijf zo uit de sportschool. Maar goed, dat is niet de reden dat ik blijf hangen. Hij is toch te breed en zo naar mijn smaak.

Maar zijn manier van omgaan met (probleem)honden en mensen is fenomenaal. We hebben ooit zelf honden gehad en dan herken je veel van zowel het honden- als mensen gedrag. Vooral ook wat we niet goed deden. Te lief, te weinig de baas zijn. Te veel de honden als onze baby’s zien. Het is heel verleidelijk, omdat ze als pups zo overweldigend schattig zijn. Maar slechte gewoontes die je jong niet corrigeert worden als de honden ouder worden irritant of gewoonweg gevaarlijk. Een van onze honden gromde als je aan zijn eten kwam. Dat vonden wij, naief als we waren wel lief van zo’n mini-hondje. Maar later, toen onze mini-hond groot was gromde hij nog steeds en moest je met allerlei commando’s hem bevelen zijn bak los te laten. Wij wisten het en naar ons luisterde hij, maar wee degene die zonder enig vermoeden iets wilde pakken zelfs maar in de buurt van die bak…Onze Max beet in alles wat hem niet zinde. En hard ook. Na de derde gast bij de EHBO voor een tetanus injectie was het einde verhaal en hebben we hem naar het asiel gebracht, met pijn in ons hart want het was een geweldige hond verder.

Nu hebben we geen honden meer. Ik heb er wel nog eentje die voor de buitenwereld onzichtbaar is, maar bij mij heel lastig gedrag kan vertonen. Mijn hoogst persoonlijke ‘Black Dog’ die meestal braaf in zijn bench blijft, maar af en toe opeens naast mijn bed staat, grommend en al. Voor diegenen die mijn blog nog niet zo lang volgen lees hier meer over die Zwarte Hond. Het is de naam die Churchill ooit aan zijn depressies gaf. 

Het helpt me om zo’n beeld te hanteren. Het meest destructieve van een depressie is namelijk de neiging te denken dat jij het zelf bent die al die zwarte gevoelens en gedachten genereert, terwijl het de kwaal, de ziekte is die alles vervormt. Om het buiten je zelf te plaatsen geeft moed en ruimte om de strijd aan te gaan. Het is een woeste, dreigende, blaffende en grommende hond, maar er zijn middelen en er is hulp om hem te bedwingen. Handelbaar te maken.

En daar is de link met de Hondenfluisteraar. Wat hij doet kan ik toepassen op mijn eigen onhandelbare Hond. Wat leert Cesar de baasjes namelijk? Dat zij door hun gedrag de hond beïnvloeden. Zijn ze angstig, onzeker, te lief, dan nemen dominante honden het heft in handen. De baasjes moeten zeker worden van zichzelf, rustig zijn en respectvol, maar vol overtuiging, de baas blijven. Nu is dat veel gevraagd van iemand met een depressie. Het laatste wat je voelt is rust en zekerheid immers. Maar deze baasjes vroegen ook om hulp. Het is blijkbaar iets wat je leren kunt met oefening en geduld. Veel eigenaren met een probleemhond raken geïsoleerd vanwege dat gedrag van hun beest. Als ze hulp gezocht hebben en leren omgaan met de problemen komen ze ook uit hun sociale isolement!

Moraal: Zoek een ‘Dogwhisperer voor jouw Black Dog’.

 

Kleine geschiedenis van mijn vader 2 – ‘Je komt mar eens anlazere’

Met die woorden nodigde mijn bet-betovergrootvader de commissaris van de koning (van Zuid-Holland) uit om bij hem langs te komen, wat de goede man daarna blijkbaar regelmatig deed. Mijn verre grootvader Cornelis Joppe (1819 – 1903) was een graag geziene notabele in Sommelsdijk, op het eiland Goeree-Overflakkee. Hij was er vele jaren wethouder en voorzag genoemde  commissaris regelmatig van inlichtingen over het wel en wee op het eiland. Cornelis was de vader van Teuntje Joppe die met Frederik Willem Buschman trouwde (zie mijn blog over hen). Zij werden vervolgens de ouders van mijn oma Sonneveld.

 

SAM_0484
Teuntje Joppe, bij verloving of trouwen? Circa 1873, 21 jaar
Geen geld, wel charmes...Frederik Wilhelm Buschman
Geen geld, wel charmes…Frederik Wilhelm Buschman, rond dezelfde tijd, vermoedelijk 27 jaar

Teuntje was de enige van de kinderen van Cornelis die het eiland verliet. Haar man Frederik was veehandelaar en kwam vanuit Schiedam naar de eilanden om koeien in te kopen voor verscheping naar de VS. Omdat die handel niet zo best verliep was het armoe troef vaak. Anders dan ze thuis gewend was zat Teuntje vaak om geld verlegen. Ik heb een grote familiefoto uit 1902 van haar ouders (en nageslacht) genomen op hun diamanten bruiloft (60 jaar) waarop alle dames met mooie Flakkeese keuvels op de foto staan. Behalve Teuntje. Die heeft niets op haar hoofd, opvallend genoeg. Waarschijnlijk was ze te stads geworden voor een kuivel. Of had ze de juwelen moeten verkopen waarmee je zo’n ding vastprikte. Ze heeft een zeer zwaar leven gehad, volgens mij. Van haar twaalf (!) kinderen overleven er slechts drie. Een zoon, en twee dochters, waaronder dus mijn oma.

Cornelis ondertussen heeft naam gemaakt op de eilanden. Hij woonde er in een redelijk mooi huis, we zijn er laatst wezen kijken. Het staat er nog net zo. Enkele Ring 9. Als erkentelijkheid voor zijn betekenis voor Sommelsdijk kreeg hij zelfs in 1892 een gouden bril. Dat waren nog eens praktische geschenken! Niks geen Maserati. Verder was hij diaken, ouderling, raadslid en uiteindelijk, tot twee jaar voor zijn dood, wethouder. En hij kon dus zomaar tegen een belangrijk persoon als de commissaris van de koning zeggen dat die maar eens: ‘aan kon komen lazeren’! Zou het Goerees zijn?

**met dank aan het door J.L. Braber samengestelde ‘Geschiedenis van het Sommelsdijkse geslacht Joppe’.

Ik? Jaloers?

Weleens jaloers geweest? Dan weet je hoe dat voelt! Ik ben (soms) jaloers. Stikjaloers. Ik hou van de kleur groen en dat is niet voor niets! Waarop of op wie ik dan jaloers ben? Hou op schei uit, te veel om op te noemen. Ik wil slimmer, rijker, handiger, gezonder en knapper en het liefst ook wiskundiger zijn, haha!

Ik weet wanneer ik jaloers ben want ik voel het met mijn lijf. Het is moeilijk te omschrijven, maar het is een donker, verlammend gevoel. Ik kan een voorbeeld van heel lang geleden geven (lekker veilig!) Ik fietste met een Amerikaans meisje door Nederland, vóór ik echtgenoot zelfs maar ontmoet had, dus langer dan 40 jaar en twee maanden geleden. Mijn vriendin en ik hadden met een ander Amerikaans meisje afgesproken, ergens in een cafeetje. Tussen die twee ontspon zich een gesprek over de politiek. Ze lazen allebei Time-magazine (Amerikaans weekblad) en wisselden meningen uit. Ik zat erbij en keek er naar. Wist van toeten noch blazen over Amerika, en al helemaal niets over de politieke situatie daar. Maar ik wist eigenlijk net zo weinig over de Nederlandse politieke situatie. En zoals zij daar aan het praten waren, duidelijk een mening hadden, dát kon ik niet. Niet in het Engels, en ook niet in het Nederlands. Ik voelde me dom, neerslachtig en ik besefte na een tijdje dat ik barstte van de jaloezie.
Zij hadden iets wat ik niet had en wel begeerde. Ongeveer hoe je jaloezie definieert, volgens mij.

Het heeft ertoe geleid dat ik de kranten beter ben gaan lezen om ‘bij’ te blijven. Ik ben het leuk gaan vinden. In feite een positief resultaat op een negatief gevoel. Ik heb nog steeds niet overal een uitgesproken  mening over.  Er zitten vaak veel kanten aan een zaak en ik ben tot de ontdekking gekomen dat ik de neiging heb tot verregaande empathie voor verschillende meningen. Heeft eerlijk gezegd ook met conflictvermijding te maken.
Maar goed, even terug naar de jaloezie.

Jaloezie is vergelijken. Iets wat ik niet heb, maar wel zou willen hebben en wat een ander in mijn  directe omgeving wél bezit. Materieel of immaterieel, dat maakt niet uit.

Het lastige is het grijze gebied tussen vergelijken en jaloezie, vind ik. Vergelijken is namelijk normaal. Ik bedoel, wanneer je met je oren en ogen open door het leven gaat zie je nu eenmaal verschillen. Tussen mensen, tussen bezittingen, tussen talenten, tussen arm en rijk, tussen gezondheid en ga zo maar door. Het gekke is dat wanneer iedereen om me heen ziek is, ik geen enkele jaloezie koester wanneer ik gezond ben. En als ik rijk ben en iedereen arm idem dito. Je moet dus iets echt als een gemis ervaren voor je jaloers kunt worden.

Facebook is, naast de bijbel, een bron van veel wijsheid. Je kunt werkelijk 24/7 doorbrengen met het aanklikken van links die weer doorverwijzen naar toespraken of artikelen van mensen die verstand hebben van de meest gevarieerde onderwerpen. Af en toe klik ik een link aan die me intrigeert. Zo hoorde ik iemand spreken over vergelijken en het voorkómen van jaloezie. Enigszins optimistisch en humanistisch want er zit nu eenmaal een donkere kant aan ieder mens, maar toch, leerzaam. Kern van de boodschap: bij het vergelijken met de ander en een opkomende jaloezie ontdek je dingen over jezelf. Dingen waar je blijkbaar naar verlangt of die belangrijk voor je zijn. En daar kun je iets mee…

Je reactie op de ander kun je zien als signaal:  Als die ander blakend gezond is en ik ben ziek? Dan kan ik niet zoveel doen. Ik kan wel bewust zeggen: ik vind het moeilijk om ziek te zijn. Daar mag ik best af en toe verdrietig over zijn en om troost of steun vragen. Misschien doe ik dat wel te weinig. Als ik geen kinderen kan krijgen en mijn vriendinnen hebben allemaal een groeiend gezin, is de reden ook duidelijk en legitiem.  Ook dan is het uiten van je verdriet heel belangrijk.

Tot dusver goed en prima. Maar nu de lastiger zaken.  De mooie luxe keukens/badkamers van vrienden (veel van onze vrienden hebben hypotheken afgelost en zijn in de verbeter-het-huis-fase), de talenten of carrière van collega’s, hoe ga ik daar dan mee om?  Hoezo wil ik wat zij heeft? Hoezo raak ik verdrietig, van streek of verlamd als hij zo makkelijk dit of dat heeft of doet? Wat leer ik dan over mezelf? Als ik te snel denk ‘ik mag niet jaloers zijn’ mis ik misschien wel goeie informatie over hoe mijn klokje tikt. En ‘ik wil hebben wat jij moeiteloos lijkt te bezitten’ is natuurlijk ook lariekoek. Je bereikt meestal dingen door inspanning. Wanneer je alleen een eindresultaat ziet is dat, scheel van jaloezie, makkelijk te begeren, maar wat eraan vooraf ging aan opoffering, hard werk en inzet zie je dan makkelijk over het hoofd. En heb ik dáár dan wel zin in?

Kortom, ja ik ben regelmatig jaloers. En ik heb veel over mezelf geleerd in de loop van de tijd. Heb me ook regelmatig laten inspireren door de ‘jaloezie’. Als ik dat echt wil zal ik die en die stappen moeten zetten. Zet je over je lamlendige gevoel heen en hoppa, accepteren of anders niet zeuren. Of zoek een creatieve oplossing als je minder geld hebt, of minder tijd of minder vul maar in.

Van jaloezie word je heel naar. Het is een soort gif en je gaat je slachtoffer voelen. Je kunt ook niet meer blij zijn voor een ander. Dat is de grootste levenskunst die ik met hulp van God steeds weer wil oefenen: tevredenheid als deugd. Tevredenheid met en dankbaarheid voor mijn eigen situatie, me laten inspireren waar het kan, als ik anders wil, maar binnen mijn grenzen. En blij zijn voor anderen wanneer ze hebben wat ik (soms) mis en vooral omzien naar mensen die in vele opzichten veel minder hebben dan ik. Hoezo jaloers?

Ach ja, en dan lees ik bij de kapper weer de Eigen Huis van deze maand. Gauw mijn eigen blog weer herlezen.

PS Tussen de duizenden filmpjes op de TED talks site kon ik het filmpje over jaloezie niet meer terug vinden.

Kleine geschiedenis van en voor mijn vader 1

Woensdag 12 november was het 100 jaar geleden dat mijn vader geboren werd. 1914, het beginjaar van de Eerste Wereldoorlog die dit jaar herdacht wordt, was tevens mijn vaders geboortejaar. Als vijfde zoon en achtste kind kwam hij ter wereld in Schiedam. Na hem volgden nog twee zonen, van wie er één overleed aan de Spaanse griep in 1918. De jongste werd, typisch voor die tijd, naar het gestorven broertje vernoemd.

Mijn vader werd naar zijn Duitse stamvader vernoemd, Carl Heinrich Buschman, Karel Hendrik. In de eerste helft van de 19e eeuw, rond 1840-45, kwam Carl Heinrich met zijn oudere broer naar Nederland vanuit het straatarme Essern, in de buurt van Hanover. Als Baumann, oftewel boer(-enknecht). Zijn vader, mijn betovergrootvader, Friedrich Wilhelm Buschman was daar in 1833 gestorven en zijn vrouw Catharina bleef achter met zeven jonge kinderen tussen de 16 en 1 jaar.

Carl Heinrich kwam dus met zijn oudste broer naar Nederland. Hij vertrok om hier zijn geluk te beproeven, zoals velen in die tijd vanuit Duitsland naar het relatief rijke Nederland trokken. Waarom Schiedam de bestemming werd weet ik niet. Misschien dat er al familieleden woonden? Als je Geert Mak leest over Schiedam in de 19e en begin 20e eeuw is het de laatste stad waar ik heen zou trekken. Brandersstad (vanwege het stoken van de jenever), Zwart Nazareth vanwege de zwart geblakerde muren, jenever die door de grachten stroomde in plaats van water, baby’s die jenever via de placenta binnenkregen, bij de geboorte  met ontwenningsverschijnselen kampten en vervolgens zoet gehouden werden door een speen in gesuikerde jenever gedompeld.  Alcoholisme en armoede alom. Carl Heinrich is er gaan werken in de jeneverindustrie als brandersknecht. Een ellendig bestaan dat ’s ochtends om 3 uur begon tot je om 7 uur ’s avonds weer naar huis kon, al of niet beschonken omdat het loon gedeeltelijk in jenever werd uitbetaald.

Later lees je bij geboorteaangiftes van zijn kinderen (hij trouwt met een Nederlandse dienstbode uit Dordrecht) dat Carl Heinrich zich bouwman en nog later veehandelaar gaat noemen. Hij handelt in vee, en wel met Amerika. Koeien opkopen en verschepen naar de VS. Hij moet zakelijk instinct hebben gehad om aan die koeien te komen!

geboortebewijsCHBduitsland
geboortebewijs Carl Heinrich Buschman, bijgevoegd bij huwelijksaangifte

Het meest opmerkelijke is dat hij op zijn oude dag nog emigreert naar de VS. Zijn oudste zoon Friedrich Wilhelm, mijn overgrootvader,  is dan al getrouwd en heeft kinderen. In 1878 vertrekt de reislustige Carl Heinrich per boot naar St.Louis, VS. Zijn jongste twee (of drie) kinderen en zijn vrouw Helena Poots volgen hem in april ’79. Ze zijn dan beiden in de zestig. Zijn zoons en twee neven van zijn vrouw, gebroeders Poots vertrekken echter naar Stockton, Kansas.

Ook mijn overgrootvader Friedrich Wilhelm handelt aanvankelijk in koeien met de VS. Misschien hield de emigratie van zijn vader wel verband met die handel. Een vertrouwd contact aan de andere kant van de oceaan? Maar de handel loopt voor FW uit op een faillissement. De ruwe zeereis is niet goed voor de dieren, ze komen regelmatig met gebroken poten aan in de VS. Ook overgrootvader FW Buschman moet de stokerij in als brandersknecht. Hoewel het op de geboorteaangiftes blijft wisselen tussen de verschillende beroepen van bouwman en brandersknecht. En is er in 1895 pas sprake van andere bewoners van het ‘keuter’boerderijtje aan de Schie, waar mijn grootmoeder nog geboren is.

Boerderijtje aan de Schie waar mijn grootmoeder Sonneveld-Buschmann geboren werd
Boerderijtje aan de Schie waar mijn grootmoeder Sonneveld-Buschmann geboren werd

Het ondernemersbloed heeft mijn vader zeker geërfd van zijn Duitse voorouders. Ook mijn oma (meisjesnaam Buschman) had een winkeltje aan huis. Voortgezet tot de jaren zestig door mijn ongetrouwde tante Nel. Als kind vond ik het magisch om zo’n winkel binnen te mogen stappen en dan áchter de toonbank te mogen! Een piepklein winkeltje in de Gorzen, de toenmalige arbeiderswijk in Schiedam. Zeer verbeterd sinds de grootschalige renovaties in 1902, toen alle bouwvallige krotten werden neergehaald en er in de plaats kleine, maar leefbare en hygiënische woningen kwamen voor de arbeiders. Met leidingwater en een eigen toilet. Mijn grootouders hebben hun hele leven in dat huisje gewoond. Een woonkamertje met een bedstee, een keuken, een plaats met plée en een zolder waar de kinderen sliepen. Zes stuks, Mijn broer heeft er ooit geslapen toen er alleen nog een vrijgezelle oom sliep in tweepersoonsbed 1. Eerder sliepen drie jongens in het ene en drie jongens in het andere bed. De meiden, ook drie, sliepen ergens in een afgeschutte ruimte beneden.

Winkel Groenelaan 75 Schiedam, jaren zestig
Winkel Groenelaan 75 Schiedam, jaren zestig

Mijn vader was vier toen de oorlog beëindigd werd. Hij zal er niet veel van mee gekregen hebben. Ook zijn vader werkte aanvankelijk voor een van de ruim driehonderd jeneverstokerijen. Voor dag en dauw de deur uit, de hele dag in de hitte van de vuren waarmee de alcohol gestookt werd. Weinig salaris, veel jenever, makkelijk verkrijgbaar. In hoeverre mijn opa alcoholist was, zoals de literatuur claimt dat iedereen die er werkte was, weet ik niet. Wel ben ik blij dat de jeneverindustrie in begon te  storten. In 1881 waren er nog 392 branderijen, maar gaandeweg worden het er minder en moet men overgaan op een andere tak van industrie. Het werd de scheepsbouw. Mijn opa komt te werken voor Gusto, een veel betere werkomgeving kan ik me voorstellen. Uiteindelijk is hij daar magazijnmeester geworden.

Mijn vader leek op mijn oma, volgens mijn moeder. Ik heb haar nooit gekend, maar volgens mijn moeder was ze goedlachs, hield ze van lekker eten en koken en was ze gastvrij. Dat klopt wel met mijn vader’s karakter. Hij hield van een lolletje, van lekker eten en een glaasje (koken daar deed hij niet aan)en was zeer sociaal. (Zie ook mijn eerdere blog over hem, Vaderdag)

Kerkje in Lavelsloh, waar alle Buschmannen gedoopt zijn
Kerkje in Lavelsloh, waar alle Buschmannen gedoopt zijn

Omdat hij voor zijn werk veel reisde heb ik hem als kind weinig meegemaakt. Natuurlijk was hij als ieder betrokken, mannelijk kerklid in die tijd ook altijd druk met kerkelijk werk. Hij had een zwakke rug en ik herinner me vooral dat hij veel lag te rusten en in mijn ogen acrobatische toeren uithaalde met z’n benen in de lucht. Dat had allemaal met die rug te maken.

Mijn vader, 20 jaar, 1934
Mijn vader, 20 jaar, 1934

Hij was heel gelovig (ik zie hem nog biddend op zijn knieën voor het bed) en kon op een soort gedragen manier over dat geloof spreken. Over de heerlijkheid en grootheid van God. Het zei me niet zoveel als kind omdat het woorden waren die ik niet in mijn dagelijkse vocabulaire had. Het was echter menens voor hem. Maar hij was ook zakenman en kon niet goed overweg met mensen die al te rechtlijnig dachten. Hij genoot van het contact met klanten en het binnenhalen van orders voor zijn bedrijf. Hij werkte (ja,ja, als je uit Schiedam komt..) voor een distilleerderij. Een distilleerderij kocht onbewerkte jenever in en gaf dat smaak met eigen recepten. Oorspronkelijk werkte hij voor Rijnbende, tot dat bedrijfje werd opgeslokt door de grotere spelers. Tegen die tijd was mijn vader ‘overtollig’ geworden, iets wat hem tot in het diepst van ziel gekrenkt heeft. Zijn beste jaren had hij in het bedrijf gestoken!

De laatste twintig jaar van zijn leven waren moeizaam. Eerst 24/7 bezig met zijn recht krijgen via een advocaat. Hij was op hele slechte voorwaarden ontslagen en kon dat niet accepteren. Ik vermoed dat hij ook depressief raakte. Een fenomeen dat we in de jaren zestig en zeventig nog niet herkenden, helaas. Het tastte zijn lichaam aan op den duur. Ernstige maagklachten, longemfyseem door het vele roken. kortom vanaf mijn prille puberteit kende ik alleen een sombere, zieke vader. In de jaren tachtig waren er enkele betere jaren. Hij is, met mijn moeder, tweemaal op bezoek geweest in de periode dat ik met mijn gezin in Azië woonde en daaraan heb ik goeie herinneringen overgehouden. Hij overleed toch nog vrij plotseling aan longkanker in 1986. Net 72 geworden.

Nu ik onderzoek ben gaan doen naar mijn familiewortels is het me pas duidelijk geworden hoe het leven van mijn vader en moeder en mijn voorouders verweven is met de lange geschiedenis van de stad Schiedam (1275). Behalve de Duitse wortels komen al mijn voorouders uit die stad. Eeuwen terug kan ik nog hun namen vinden. Ik krijg daar altijd kippenvel van. Onderdeel van zo’n lange keten van mensen die allemaal hun plekje in die stad innamen en hun levens leidden. Het heeft mijn interesse enorm verdiept in de stad die ik eerst alleen als mijn, enigszins naargeestige, geboortestad zag.

Lied van verlangen

Als je soms niet bij je gevoelens van verlangen en gemis kunt, luister dit prachtige lied, een zogenaamde joïk, traditionele muziek van de Samen  een volk in het noorden van Scandinavië, ook wel Lapland genoemd, maar je noemt hen geen Lappen, dat blijkt beledigend te zijn.

In een joïk zing je iemand toe die je mist, liefhebt (of haat , oeps..). Deze joïk is voor de gestorven beste vriend van de zanger. De joïk werd door de kerk verboden aanvankelijk omdat men zolang zong dat men in trance raakte en misschien ook wel vanwege het idee dat je een dode toezingt? En de ‘hatesongs’?

Hoe dan ook, ook de joïk is verwesterd en heeft een ander karakter gekregen dan het oeroude, wellicht ‘heidense’ karakter van toen.

De zanger, Jon Henrik Fjällgren is Combiaans van geboorte maar op de leeftijd van zes maanden geadopteerd en opgegroeid bij een Sami gezin. Hij werkt als rendierherder.

A Most Wanted Man

a most wanted manSpannende verfilming van een boek van John le Carré. Een spionagethriller. Dat is een genre waar je van moet houden. Ik houd absoluut niet van films met veel schieten en waanzinnig snelle achtervolgingen en allerlei stuntgedoe. (Zeg maar, James Bond. Sorry Bond aficionados!)  A most wanted man is het tegenovergestelde. Een grauw maar prachtig gefilmd (door ‘onze’ Anton Corbijn) verhaal,dat de deprimerende sfeer van Hamburg in regenachtige, arme achterstandswijken geweldig weet te vangen. Het verhaal is zeer actueel en in het begin vroeg ik me zelfs af of het niet te stigmatiserend was.

Het verhaal gaat over een vluchteling, een half Russische, half Tsjetsjeense moslim die illegaal het land binnenkomt. Zowel de Amerikaanse als de Duitse inlichtingendiensten hebben hem in het vizier, plus een volledig in het geheim (logisch) opererende Duitse anti-terrorisme eenheid. Het hoofd van die eenheid (laatste, meesterlijke rol van Philip Seymour Hoffmann, hij stierf dit jaar aan een overdosis heroïne) wil de illegaal (mogelijke terrorist?) gebruiken om hem naar een grotere ‘vis’ te leiden, iemand die volgens zijn informatie gelieerd is met Al Qaida. Zijn werkwijze vindt grote tegenstand bij de Duitse en Amerikaanse collega’s. Op persoonlijk vlak heerst er vijandschap tussen sommige van de hoofdpersonen. Beslissingen worden niet alleen ingegeven door wat het beste is voor de veiligheid, er liggen ook persoonlijke wraaksentimenten aan ten grondslag, zo lijkt Corbijn te suggereren. Ook is er de spanning tussen, aan de ene kant het uitlokken van misdaad om boeven te vangen, en aan de andere kant het risico dat dit met zich meebrengt.  Het recht wordt privéterrein van een aantal ingewijden en er ontstaat een grijs gebied waarin crimineel/terrorist te veel ruimte krijgt. Ook speelt Corbijn met onze verwachtingen, moslim met baard, illegaal: terrorist?

Philip Seymour Hoffman 1967 - 2014
Philip Seymour Hoffman
1967 – 2014

Günther Bachmann (Hoffman), hoofd van de spionage-eenheid, is een veel te zware man die de ene na de andere sigaret opsteekt (ik werd er letterlijk misselijk van) en net zoveel whiskey naar binnen werkt. Als hij af en toe een eind moet rennen hoor je zijn gierende ademhaling en dat is geen ‘special effect!’ Ik heb wel tien keer gezegd tegen echtgenoot dat die man ter plekke dood kon neer vallen, zo slecht zag hij eruit. Dat hij daarna aan een overdosis heroïne overleed is nu minder verbazingwekkend. Zijn conditie moet al heel slecht geweest zijn. In de film is hij een eenzame, door zijn werk bezeten, meestal onaardige man. Die echter zijn medewerkers met een soort vaderlijke waardering behandelt. De idealistische asieladvocate wil hij uiteindelijk redden ook al is zijn aanpak aanvankelijk hard.

Ik zou zeggen, ga de film zien. Mijn waardering op een schaal van 5  **** sterren. Sommige karakters blijven erg in de schaduw hangen. Hier nog een link naar de trailer van de film.

PS Een van de verdachten ontmoet de illegale vluchteling van wie we niet weten wat precies zijn rol is. Hij is, zegt hij,  gemarteld door de Russen, heeft een zeer angstige, gepijnigde blik in zijn ogen. De oudere moslim gelovige omarmt hem en zegt: jij hebt Allah nodig. Ik vond dat een ontroerend moment. Het bracht voor mij de film op een niveau dat uitsteeg boven verdenkingen en spionages en vermaak. Bedoeld of niet.