Did you become a sausage?

In het nieuws onlangs: Nederlanders die het beste Engels spreken van Europa. Eindeloze komische fouten kwamen natuurlijk voorbij op radio en tv en internet.

Ze brachten me terug in de tijd, bij mijn vader. Ik heb eerder over hem geblogd (hier en hier) Hij was een extroverte persoonlijkheid. Een prater, die makkelijk contact legde. Tot op zekere hoogte een levensgenieter, lekker eten, een borreltje en een lolletje op zijn tijd. Hij was ook zeer consciëntieus. Alle uitgaven werden dagelijks bijgehouden, rekeningen op tijd betaald, begrotingen opgesteld, hij wist van ieder dubbeltje waar het gebleven was. Dat is in ieder geval NIET waarin ik op hem lijk, hoewel ik nu ook weer geen gat in mijn hand heb….

Ik moest dit keer aan hem denken omdat hij zo op zijn eigen manier zijn talen sprak. Ik heb ergens nog de certificaten liggen die hij haalde voor Duitse en Engelse handelscorrepondentie. Met alleen lagere school moest hij op zijn twaalfde gaan werken om het gezin te helpen met inkomen. Piepklein arbeidershuisje, acht kinderen, dan weet je het wel. Maar om hogerop te komen studeerde mijn vader ’s avonds. Zo leerde hij een mondje Duits en Engels spreken.

Hij had zijn karakter mee. Niet bang om fouten te maken kon hij zich overal verstaanbaar maken. In Duitsland, in Zwitserland en zelfs later toen hij een Amerikaanse schoonzoon kreeg. Dat was wel even wennen, na al het Duits dat hij meestal sprak tijdens vakanties. Maar niet getreurd, hij deed het gewoon. Tijdens het ronddelen van de verse worst bij de avondmaaltijd meende hij echtgenoot overgeslagen te hebben en vroeg hem: Did you become a sausage? Na enige aarzeling antwoordde die: Well, ur, yes, I think I did…

Het duurde even voor we de grap uitgelegd kregen aan de rest.

 

Witte of zwarte piet: hoe reageer jij?

Beter kan ik het niet zeggen!

Martijn Dekker's avatarMartijn Dekker

Eerder deze week kwam het bericht naar buiten dat de gereformeerde scholengemeenschap uit onze regio heeft besloten om dit jaar op alle 19 scholen geen zwarte piet te laten komen. Op Facebook regende het reacties. Ouders, dorpsgenoten, mensen van overal gaven hun (ongezouten) mening.
Zo lang de discussie speelt heb ik mij er nooit zo mee bezig gehouden en er inhoudelijk ook niks over gezegd. Dat ga ik nu ook niet doen. Om de eenvoudige reden dat het mij niet kan schelen wat voor kleur schmink mensen op hun gezicht willen verven in de sinterklaastijd. Daarnaast is de discussie zo enorm opgeblazen en groot geworden dat ik er niet veel voor voel om daar deel van uit te maken.

Waar ik wel over wil schrijven en op wil reageren, is de toon hoe mensen naar elkaar en over elkaar praten. Via social media delen mensen elkaar digitale tikken uit met…

View original post 653 woorden meer

Dog, dochter en dagelijks leven

DOG

De Dog, die zwarte, (zie eerdere blogs) is vertrokken. Ik merk duidelijk verschil met, zeg, 2 maanden geleden. Het was toen iedere dag bikkelen, nadenken over hoe het onbehagen te bezweren, verdragen, verzachten. Dat is heel inspannend merk ik altijd weer. Van al dat gedenk en al die bewuste keuzes wordt een mens moe.

dbd030a611f7b8ac71465c24ad76d278.jpg (236×304)Het meest sprekende kenmerk van terugkeer naar normaliteit is het me niet voortdurend bewust zijn van mezelf. Maarten van Buren schreef in Kikker gaat fietsen, een boek over zijn depressie, dat depressie een soort super bewustzijn teweeg brengt. Maar dan één die alleen het negatieve, het zware en het moeizame waarneemt. Dode vogeltjes en onkruid en de rotzooi in huis, zeg maar. In feite een bewustzijnsvernauwing. Het kost dus enorme inspanning om jezelf steeds er weer van te overtuigen dat het niet de hele werkelijkheid is die je ervaart, maar dat het de depressie is die de werkelijkheid vervormt. Zoals een bril met te sterke (of zwakke) glazen het zicht beïnvloedt. En soms is iedere inspanning tevergeefs. Van Buren gaat fietsen, 100 km of meer om te voorkomen dat het zo ver komt. Goed van en voor hem. Dat zit er voor mij niet in, maar naar buiten gaan is zeker een wapen in de strijd geworden. Lopen, wandelen, fietsen, de deur uit!

De depressie is grotendeels voorbij wanneer de dingen weer ‘vanzelf’ gaan.
Als ik niet bij iedere stap hoef te denken: oh nee, ik moet weer een stap zetten, bij wijze van spreken.
Als ik mezelf weer hoor denken dat ik ‘even’ dit of dat zal doen. Gewoon…éven. Moeiteloos.
Als ik ’s ochtends wakker word en niet gelijk denk: kon ik maar blijven slapen.
De gewoonste zaken worden gelukzalig als ik ze zonder denken kan doen. Ik heb geen grootse dingen nodig, haha. Geef mij maar een dagje huishouden (niet mijn hobby) zonder die donkere schaduw en ik ben gelukkig.

Wat maakt dat de depressie ontstaat en ook weer verdwijnt? Wie zal het zeggen. Natuurlijk zijn er factoren die (in mijn geval) maken dat het risico op depressie groter is. Vermoeidheid. Teveel of te lang geen ‘eigen’ tijd hebben (voor mij altijd een lastige omdat het zo trendy en egocentrisch klinkt, vroeger hadden mensen ook geen eigen tijd..). Maar het is de tijd die ik nodig blijk te hebben om prikkels (die waren er vroeger minder??) te verwerken, tot mezelf te komen, enzovoort. Ik wil dat eigenlijk allemaal niet nodig hebben. Anderen lijken eindeloos door te kunnen gaan, zonder daar last van te hebben. Ik doe dat ook wel, maar de reactie komt later en is meestal onvoorspelbaar. Dát vooral is moeilijk te verteren. Wanneer je ergens huiverig over bent en het dan toch maar doet, gebeurt er niets en doorsta je alles prima. De volgende keer doe je hetzelfde en je valt op je gezicht.

DOCHTERS

Schermafbeelding-2016-01-26-om-13.04.09.png (1613×1077)
Instituut voor Beeld en Geluid

Dochter-1 kwam terug van haar bewogen reis naar Korea en Dochter-2 uit New York is geweest voor 10 dagen. Het was goed. Maar wat gaat de tijd angstaanjagend snel voorbij! Toen we Dochter-2 weer afzetten op Schiphol na 10 dagen, leek het nog geen dag geleden dat we haar ophaalden!
Als gezin zijn we met een hele club van jong en oud naar het Instituut voor Beeld en Geluid geweest en daarna gegeten in een leuk pannenkoekenrestaurant in Baarn, de Wildenburg. (vrij nieuw en zeer kindvriendelijk) Zo kon iedereen elkaar weer zien en spreken na de reis van dochter -1 en de lange afwezigheid van dochter-2.
Beeld en Geluid is trouwens een aanrader voor een familie-uitje. Nostalgie over oude tv programma’s gegarandeerd! Maar ook veel inter-activiteiten, voor zowel kinderen (vanaf 7 zou ik zeggen) als volwassenen! Later kun je verschillende opnames die je ter plekke maakt (je kunt het nieuws lezen, meepraten in programma’s) via een link in je mail terugluisteren/zien. Hilarisch! Lezen van een autocue is moeilijker dan je denkt! En een opname van jezelf is nogal lachwekkend als je blijft zitten ipv te gaan staan. Het enige zichtbare zijn mijn fladderende oogleden terwijl ik mezelf serieus voorstel aan het publiek…

DAGELIJKS LEVEN

Na dochters’ vertrek was het huis een paar dagen vreemd leeg. Het dagelijks leven moest weer worden opgepakt. Tommy, onze kat werd veel geknuffeld, de boel werd weer opgeruimd. En ik ben weer afspraken gaan maken. Gaan bellen met mensen. Weer dingen op de rail gaan zetten. Het is alsof je even van de wereld bent geweest tijdens een depressie.

Wat me staande houd en helpt om door te gaan is een  tekst uit de bijbel in het Nieuwe Testament, Handelingen 17:28:
Want in Hem (God) leven we, bewegen we ons en zijn we.
Dat is een citaat uit een toespraak die Paulus (een zendeling in de 1e eeuw) hield in Athene voor allerlei geleerden en gewone mensen uit die tijd die de Griekse goden vereerden. Paulus vertelt over de God van de bijbel.

Die tekst beschrijft de werkelijkheid die ik geloof. Als de bodem van mijn bestaan soms gaten lijkt te vertonen, moedig ik mijn angstige zelf aan: zak er maar doorheen, je hoeft niet bang te zijn. In God ben je geborgen.  Aan de andere kant van de angst is er dan niet onmiddelijk een luid geroep van Hosanna, maar wel (tijdelijk) Rust. Rust in die zin dat ik de depressieve gevoelens, voor een periode weer, kan accepteren. Een groeiend besef dat lijden een integraal onderdeel is van dit gebroken leven. En dat lijden ook leidt tot het vermogen de meest basale dingen in het leven dieper te waarderen en er meer van te genieten dan al het andere: relaties, liefde, goede gesprekken en samenzijn. Dan is er toch werkelijk zegen.

 

Hazelnotenfeest

Dit soort blogs schrijf ik zelf niet, ik ben geen do-it- your- self-er….Maar ik vind ze altijd heel inspirerend om te lezen! Daarom deze herblog van Busy Beezzz!

 

Het begint inmiddels een traditie te worden, Elmaries hazelnootchocoladepastafeest. Voor het derde jaar nodigden Elmarie en Shafiq vrienden uit om samen hazelnoten te kraken en er hazelnootchocopas…

Bron: Hazelnotenfeest

En dan blijkt het toch niet je moeder te zijn

Al vrij snel na aankomst in Zuidkorea kreeg onze dochter daar alle hulp om een zoektocht naar haar biologische ouders te starten. Zie ook mijn vorige blog en die daarvoor

Twee televisiereportages, hulp bij het maken van flyers door Koroot, die ze zelf (met partner Mark)verspreidde in de stad waar ze oorspronkelijk door de politie gevonden werd bij het busstation daar. In de televisiebeelden zie ik haar daar lopen, op mensen afstappen en een folder geven. De mensen reageren wat aarzelend zoals iedereen die iets in zijn handen krijgt gedrukt, maar de camera en de foto’s op de flyer maken hen nieuwsgierig. Je ziet ze een stapeltje uit haar handen nemen en ze gaan zelf aan het uitdelen of opplakken. Men overlegt en kijkt.

Het veroorzaakt een moeilijk te definiëren emotie in me. Het ontroert me, het maakt mijn hart heel week en pijnlijk. En ik voel ook iets van boosheid en onmacht. Dat zou toch niet moeten kunnen bestaan, dat een dochter op die manier naar haar ouders moet zoeken. Het zou toch eerder andersom moeten! Daar loopt een prachtig mens, wie kan zo iemand verstoten hebben? Wat een schrijnende omstandigheden moeten er toch zijn vóór een moeder haar eigen kind achterlaat. En wat is het aangrijpend als dat kind dan zelf weer die daad ongedaan probeert te  maken. ‘Wat er ook gebeurd is, het geeft niet. Kom maar gewoon. Ik hou van jullie’, hoor ik onze dochter zeggen, vergevingsgezind als ze is. Het is heftig. Zegt ze ook zelf wanneer ik haar spreek: ‘Als ik een dag later op het bussation kom om een bus naar elders te nemen, zie ik mezelf daar hangen! Zo vervreemdend…’

En dan wordt er gebeld door het televisiestation: Iemand heeft zich gemeld. Een vrouw die haar dochtertje is kwijtgeraakt, ze was drie. De informatie is incompleet en vaag. We schrikken er allemaal wel van op. Zou het dan echt gelukt zijn? Via de WhatsApp worden we voortdurend op de hoogte gehouden en we leven mee alsof we er zelf bij zijn. Spoorloos live! We krijgen een foto van de vrouw en een van haar gezin. We menen gelijkenis te zien, maar houden onszelf voor dat wij Aziatische gezichten niet even goed kunnen ‘lezen’ als Europese/westerse gezichten…

Een echtpaar dat onze dochter helpt en een Nederlandse vriendin die al 30 jaar in Korea woont en al veel zoekers heeft bijgestaan, gaan op visite bij de vrouw. Stellen haar vele vragen en krijgen een verdrietig verhaal te horen. Deze vrouw nam haar kind mee naar het werk om het te beschermen tegen haar man die alcoholist was. Ze speelde in een ruimte terwijl de moeder aan het werk was. Op een gegeven moment is het naar buiten gegaan en nooit meer terug gevonden. Het verhaal is tragisch en was het maar de geschiedenis van onze dochter. Maar dit meisje kon goed lopen, en de jaartallen kloppen niet.

Toch besluit onze dochter deze vrouw te bezoeken,ook al weet ze dat het niet haar moeder kan zijn. En ze vindt daar toch een zekere troost in. Deze vrouw behandelt haar, tegen beter weten in, als haar verloren gewaande dochter. Vertroetelt haar en blijft maar zeggen ‘was je maar mijn dochter!’ Iets van het  verlies en het verlangen delen ze. En dat is een gedeelde smart.

 

 

 

 

Ting en Rotjeknor

We zouden nog eens een dansvoorstelling ‘doen’, hadden echtgenoot en ik afgesproken. Altijd een beetje zoeken, want voor je het weet kosten de kaartjes meer dan ik in een maand verdien aan Nederlandse les geven. Ooit een Podiumkaart gekregen, maar altijd wanneer je iets hebt uitgekozen wat leuk lijkt kun je niet online reserveren…een must, want pas aan de kassa betalen is te onzeker. Zit je op de achterste rij, achter een paal. Of is alles uitverkocht. Niet handig van zo’n kaart dus.

Maar goed, ik las over Scapino en dacht: dat lijkt me leuk. Ik was al tijden niet meer in Rotterdam geweest, dus de combi van een middag ronddwalen en ’s avonds een voorstelling zien was snel gemaakt.

Toen we Rotterdam inreden kwamen de herinneringen naar boven. We reden door naar de buurt van onze eerste gezamenlijke woonplek, de Boezemsingel. De oude panden waren er niet meer, dat wisten we. Ze waren al bouwvallig in de jaren ’70. We huurden een zolderverdieping indertijd. Nu niet meer voor te stellen, maar de douche ging de eerste dag al stuk en we deden de afwas in de wasbak, want een keuken zat er ook niet bij. Er stond een kastje op de overloop met een gasstel. De eerste maanden van ons huwelijk hebben we daar gekampeerd, zeg maar. We hebben drie keer rond gereden om toch weer enigszins een idee te krijgen van de buurt. Echtgenoot wist nog dat we vanuit ons zolderraam uitzicht hadden op de theologische opleiding van de Gereformeerde Gemeente. (Zoiets vergeet je immers niet…) Die zit daar nog steeds, dus vandaaruit konden we een reconstructie maken. De buurt is nu zeer exotisch geworden.

In het centrum liepen we over de Lijnbaan, langs de oude V&D, waar ik mijn eerste kookboek kocht, via de (mooie) Koopgoot, richting de Markthal, een fantastische aanwinst voor Rotterdam. Maar eerst dronken we koffie op het Stadhuisplein, vlakbij het verdwenen Steakhouse, waar we onze eerste ruzie hadden. Alles zag er daar zo aftands en bouwvallig uit! Dan heeft ons huwelijk de tand des tijds beter doorstaan, concludeerden we blij.

Natuurlijk het nieuwe station bewonderd. Wat een vooruitgang. Ik kan me niet herinneren in Rotterdam geweest te zijn in de laatste 40 jaar zonder dat er ergens in die omgeving niet een enorme verbouwing gaande was.

grijze dag, grijze foto
grijze dag, grijze foto van het station
Plafond Markthal
Plafond Markthal

En toen, na in de Markthal bij Jamie’s gegeten te hebben (matig…) naar Tinto in de Ferro Dome. Toen ik af en toe in de stad ‘bouwvallig’ dacht,  wist ik nog niet waar ik

Ferro Dome, Rotterdam
Ferro Dome, Rotterdam

later terecht zou komen. De meest desolate omgeving ooit! Een oud industrieterrein met afgestoten, lege opslagtanks en fabrieken. Zo lelijk dat het weer mooi werd. In een van die fabrieken organiseerde Scapino haar jubileumvoorstelling. Zeventig jaar. Met zg. locatietheater/dans /circus. In samenwerking met de Nits en Codarts Circus Arts. We verwachtten een soort Cirque Soleil, maar dan kleinschaliger en meer experimenteel.

Het was spectaculair. Een club fantastische dansers, musici en acrobaten. De muziek van de Nits deed me wat aan die van Bob Dylan denken. Pop-achtig en gevoelig. Een ontdekking voor me. Muziek waar de dans wonderlijk bij paste. Wat betreft de dans, ik heb weinig verstand van choreografie en meen dat er bij moderne dans nooit veel duiding mogelijk is en dat het knap, maar nogal rommelig plaatsvindt. Dat is modern, denk ik dan. Toch bleek dat een punt van kritiek te zijn in de recensies van enkele kranten. Hoe dan ook, de prestaties waren ongelooflijk. Wat wordt er keihard gewerkt door deze mensen en wat hebben ze een, naar het lijkt, perfecte beheersing over hun lichamen. Iedere beweging is doordacht. Hoekig of vloeiend, altijd indrukwekkend.

Het was een gedenkwaardig dagje uit.

Nog een video van de Nits met Kiteman als voorbeeld van de muziek.

Geadopteerd zijn is ook een werkwoord

De blogs over adoptie publiceer ik uitsluitend met instemming en na lezing ervan door mijn dochter! Zie ook mijn vorige blog Adoptie is een werkwoord en Arirang en adoptie

Onze Koreaanse dochter is voor het eerst sinds 1988 terug in haar geboorteland.  In 1984, op haar zesde, kwam ze bij ons wonen. ‘Bij ons’ was: echtgenoot en ik en onze drie kinderen. Toen acht, vijf en anderhalf jaar oud. Wij woonden sinds 1980 in Pusan, Zuid Korea, in verband met het werk van echtgenoot. Na Sook-hi’s komst hebben we samen nog vier jaar in Korea gewoond.

Na terugkomst in Nederland is Korea altijd een rol blijven spelen in ons gezamenlijk familieleven. Gedeelde warme herinneringen aan de tochten in onze Bongobus (KIA), de vakanties aan zee in Kangnung, aan het eten, aan onze adzjoemoni (hulp) op wie we allemaal zeer suusinseoulgesteld waren. Die de allerlekkerste ramyun kon maken die we nergens meer zo gegeten hebben.

Voor onze dochter was Nederland een beter oord om te wonen. Door C(erebral) P(alsey) met moeite lopend, was het steile en vaak trottoirloze Pusan geen makkelijke woonplek. In Nederland was er onmiddellijk een team van specialisten die haar monitorden, er was wekelijkse fysiotherapie, ergotherapie, er kwam een aangepaste fiets, een rolstoel, een douchestoel, enzovoort. In Nederland werd je als mens met een handicap verzorgd (het waren betere tijden toen!) en gerespecteerd, in Korea werd je (ik schrijf de jaren tachtig van de vorige eeuw!) erom veracht, verstoten, te vondeling gelegd. Niet omdat de moeder haar eigen kind niet wilde, maar meestal omdat de schoonfamilie het gehandicapte kind niet accepteerde. De moeder had gefaald in haar plicht een gezonde, liefst mannelijke, nakomeling op de wereld te zetten.

Zo werden veel kinderen (gehandicapt of soms slechts omdat ze meisjes waren) op straat of in busstations achtergelaten. Op straat zag je ernstig gehandicapte mensen zich voortbewegen met de meest primitieve hulpmiddelen  en om aan de kost te komen, kranten verkopen of andersoortige zaken. Heel triest en tegelijk ook heel sterk. Ik had een enorme bewondering voor de strijdlust van deze mensen die zich toch maar staande wisten te houden!

Er is intussen veel veranderd. Volgens mijn goed ingelichte schoonzoon zijn de sportfaciliteiten voor gehandicapte sporters in Korea tegenwoordig bijvoorbeeld state of the art. Ook in de jaren tachtig werd onze dochter overigens goed opgevangen in het weeshuis annex revalidatiecentrum waar ze heen werd gebracht door hulpverleners. Mede door de Amerikaanse sponsoring was er gemiddeld betere zorg dan elders, denk ik.

Nu, na 32 jaar is dochter er voor het eerst terug dus. Onvervaard rijdend in haar rolstoel door megapool Seoul, en nu reizend met OV door het land. Maar eerst heeft ze een flyer gemaakt. Op een kantoor dat mensen zoals zij bijstaat in het zoeken naar familie.

Abandoned enz

Ze stuurde ons deze foto. Een poster die op het kantoor hangt van Koroot (spreek uit Ko-roet) een organisatie die geadopteerde Koreanen bijstaat in het zoeken naar familie en het mogelijk maakt voor hen om kennis te maken met de cultuur van hun geboorteland.

De poster sloeg in als een bom bij mij. Al die kinderen, afgestaan ter adoptie, of achtergelaten op straat; de nood, het verdriet van de biologische moeders, de problemen en leegte voor veel van de adoptiekinderen en daardoor ook voor hun adoptie-ouders. Zo’n poster brengt het allemaal in één klap samen. Door staccato, op alfabetische volgorde steekwoorden te noemen die waarschijnlijk verzameld zijn onder de geadopteerden zelf.

Als het leven ‘plaatsvindt’, van dag tot dag, met een druk gezin, met alle verplichtingen van school, sport, kerk en muziek en de dagen zich sneller aaneenrijgen dan je kunt bijhouden, wordt geadopteerd zijn in een bestaand gezin een gewoon feit. Je kunt daar ook niet voortdurend bij stilstaan.

Maar nu is het opeens weer dáár. Verlaten worden slaat een wond in iemands leven die misschien wel dichtgroeit, maar altijd een litteken achterlaat, dat schuurt en trekt. Onze dochter is geen klager. Dat heeft mij meerdere malen op het verkeerde pad gezet. Haar intense verdriet om de dood van haar cavia en andere huisdieren was een signaal wat, denk ik nu, duidde op een dieper verdriet waar ze niet bij kon.

Adopteren is hard werken en geadopteerd zijn ook. Zonder hulp van derden red je het nauwelijks. Maar dat is opvoeden natuurlijk ook. Kinderen in huis hebben, of ze nu geadopteerd zijn of niet, betekent confrontatie met jezelf. Al je eigenschappen worden op een nieuwe manier uitgedaagd, de goeie én de slechte. De goeie blijken soms minder geworteld dan je dacht en de slechte heb je minder onder controle dan je dacht. Zo verging het mij tenminste. Daar maak je als ouder de fouten in de omgang met je kinderen. Die weer verzacht worden (hopelijk) door een sterke basis van wederzijdse liefde, als het goed is.

In het geval van adoptie, in ons geval van een ouder kind, lag daar de angel.  Niet alleen ons adoptiekind had/ heeft moeite met zich geliefd te voelen, maar dat bleek andersom ook voor mij zo. Liefhebben is bij een dergelijke adoptie een proces. Een bewust proces. Een keuze. Ik ga mijn best doen jou lief te hebben als mijn kind. Dat lijkt een tegenstelling, maar is in feite de basis van echte liefde: doen. Handelen in de geest van liefde, het goede zoeken, de ander goed gezind zijn. Dat is de intentie…maar dan volgt de praktijk die weerbarstiger was dan ik wilde of vermoedde.

In  iedere opvoeding maak je fouten. Alleen ontbreekt bij adoptie of geadopteerd zijn de vanzelfsprekende basis. Iedere fout van de kant van de ouder is voor het geadopteerde kind vaak een bevestiging van het ‘vreemd’ zijn, van ‘er niet bijhoren’.  Voor mij gaf dat het gevoel iedere keer weer opnieuw te moeten beginnen. De keuze was onvoorwaardelijk, maar de gevoelens niet vanzelfsprekend. Ik merkte, om dit wat vage verhaal kort samen te vatten, dat ik wederkerigheid veel meer nodig bleek te hebben dan ik verwachtte.

Ondanks dat dit een redelijk warrig verhaal is, is het voor mensen in een vergelijkbare situatie misschien toch wel herkenbaar?

Het heeft me uiteindelijk ontzettend veel geleerd over Gods liefde voor mij. Ik ben tenslotte ook geadopteerd in Zijn gezin en ik begrijp beter dan ooit hoe die liefde van Hem voor mij een keuze is en dat die onvoorwaardelijk is. Als ik me dat al voor kan nemen, laat staan God Zelf. Het grote verschil is dat mijn ‘gedrag’ geen invloed heeft op die liefde van Hem, omdat ik door Jezus Christus vergeving krijg.  En God is Zelf liefde, daar heeft Hij mij niet voor nodig. Uit die liefde kon ik wel putten, steeds weer.

In een volgende blog hoop ik meer te vertellen over de spannende zoektocht die nu gaande is in Korea! Televisie en radio zijn bijgesprongen in de zoektocht!

Laat mij dat maar even maken

2016-06-15 00.21.25‘Oh, laat mij dat maar even maken’, zegt kleinzoon Noah van vijf, wanneer ik zuchtend de plas water opdweil die (door een lek in het kit) uit de douchecabine is gelopen. Noah is gek op douchen en spettert, giet en gooit overvloedig met water, terwijl hij zichzelf en vooral de glazen wanden wast.
‘Nee’, zeg ik, ‘dat kan niet zomaar gemaakt.’
‘Écht wel’, zegt hij, met een overtuiging waar ik jaloers op ben. ‘Ik heb alleen maar een hamer en een spijker nodig om in dat gaatje te slaan.’
Nee joh, dat kan niet met een spijker, probeer ik nog, maar Noah is de schade al aan het opnemen.
‘Ik weet het, met sterk plakband!’

Eureka, mijn oplossing voor veel dingen (zeer tegen de zin van echtgenoot). Lekker een dikke strip ductape ertegenaan  of eromheen en we kunnen weer even vooruit. Ik vind het voorstel dus niet zo gek. Echter, leg ik mijn klusjesman uit, dit wordt nat en dan laat het los. Dat snijdt hout en hij geeft zich over. Ok.

Plakband is bij hem in goede handen. De windmolen die hij op het strand had gekregen van zijn pappa, moet op de fiets bevestigd. Ik ben altijd enigszins linkshanderig in dat soort zaken. Aarzelend sta ik met het ding in mijn handen bij zijn fiets.
‘Geef maar, oma, ik heb een idee. Heb je ijzerdraad?’
Uh…ik voorzie een bloedbad, dus doe een leugentje om bestwil. ‘Nee, volgens mij niet, Noah.’
Hij kijkt me meewarig aan, maar switcht al snel naar plan B. ‘Plakband?’
Yes! Dat lijkt me super veilig en ik weet uit ervaring dus hoe veelzijdig plakband is.

Ik geef hem goedplakkend afplaktape dat makkelijk scheurt. Hij is een tijdje bezig in de schuur. ‘Kijk, oma!’
Wat wankel nog, maar de steel van het windgeval zit vastgeplakt.
Noah is er nog niet tevreden mee. ‘Knijpers, oma, heb je die?’  Na het ontbreken van ijzerdraad denkt hij zeker dat ik helemaal geen basisdingen in huis heb.

Ik geef hem een stel knijpers. Met grote concentratie worden die vervolgens bevestigd aan de bagagedrager. Het resultaat is stevig en betrouwbaar. Supertrots en als een speer rijdt hij de wind tegemoet om de kleurige molentjes aan het snorren te krijgen.

We brengen twee dagen samen door en ik sta steeds weer versteld van zijn ingenieuziteit en fantasie. Hij leeft deels in onze wereld en deels in zijn eigen wereld die bestaat uit een combinatie van Starwars, Politie, Brandweerman Sam, Dino’s, Draken en alle planeten en sterren in de ruimte. We lopen ergens en plotseling wijst hij een plekje aan: Oh, dit herken ik, daar ben ik geland met mijn raket! Ik moet even meeschakelen. Niet zo thuis zijnde in de ruimte kan hij me van alles leren, maar wat nu echt waar is en wat uit zijn rijke verbeelding komt is moeilijk te onderscheiden. Het is dus zoeken naar de juiste toon. Wow!, dat is altijd een goed begin..

Het ultieme moment van de logeerpartij is wanneer hij naar bed gaat. Het ritueel van douchen, tandenpoetsen, en in bed nog even op de Ipad (wordt hij slaperig van). Maar zonder uitzondering komt de roep om liedjes. Ik draai het repertoire af dat ik voor mijn eigen kinderen zong (en die mijn moeder voor mij zong, de Nederlandse). Mijn vinger moet over zijn neus en voorhoofd wrijven en dan zie ik de ogen langzaam dichtgaan. Na de tweede ronde ‘Er schommelt een wiegje in het bloeiende hout‘, ‘I’ve been working on the railroad’, ‘Row, row, row your boat’, ‘Drie kleine kleutertjes’,  Roodborstje, Op de grote stille heide , sluiten ook mijn vermoeide ogen.

Het was weer een volle, rijke en vermoeiende dag.

Egypte en Nazareth – de jonge Jezus

images (439×720)

Op een marktje in Frankrijk pikte ik het op: Christ the Lord out of Egypt. Een engelstalige roman door Anne Rice (2006). Ik had nog nooit van de dame gehoord, maar echtgenoot herkende haar naam meteen. Ze schijnt ettelijke romans over vampiers geschreven te hebben. Op niveau, dat wel. Hmm. Niet van de vampiers zijnde vroeg ik me af wat deze titel dan wel zou inhouden. Na wat gebladerd te hebben kwam ik bij het voorwoord dat zeer intrigerend was. De auteur was tot het christendom bekeerd na jaren van atheïsme. Eigenlijk kan ik beter zeggen, ze was teruggekeerd naar de Rooms Katholieke kerk waarin ze was opgegroeid. Maar nu met een levend geloof, na jaren van studie en onderzoek en het lezen van boeken. Deze roman, zo schrijft ze, gaat uit van de historische betrouwbaarheid van de Evangeliën en van de Godheid van Jezus. Bijzonder. (Het gerucht gaat dat ze zich inmiddels weer ontrokken heeft aan de kerk, maar ik kon daarover geen informatie verder vinden.)

De kraam met tweedehands boeken, Engels en Frans, stond wat in een hoekje van de markt. Terwijl ik aan het snuffelen was luisterde ik mee met een gesprek van de eigenaresse en een klant, beiden woonachtig in de omgeving, zo klonk het. De vrouw zou ’s middags ‘een sjamanistisch ritueel gaan uitoefenen’. Mijn oren klapperden. Sjamanisme? Ik ken het uit Korea, waar we jaren woonden. Een duistere religie. Gestorvenen nemen bezit van de sjamaan die in trance verkeert en boodschappen doorgeeft uit de ‘andere zijde’. Je kon de huizen van sjamaans herkennen aan de lange, dode bamboetak die boven het huis uitstak en er met rood lint aan was vastgebonden. Men ging naar de sjamaan met ziekten, met problemen en allerhande zaken. In de ziekenhuizen ving men vaak de doodzieke mensen op die eerst geholpen waren door de sjamaan, zonder resultaat. Vaak wel met brandplekken als resultaat van de gebruikte methodes. Mensen die tot geloof kwamen voelden zich letterlijk bevrijd van een duistere macht.

En dan sta ik hier op dit idyllische, zonovergoten Franse marktje, met dit ‘gelovige’ boek in mijn hand, bij mensen die zich vrijwillig overgeven aan deze animistische religie, vaak zonder te beseffen hoe donker en gevaarlijk dat is. Typische westerlingen die denken de krenten uit de pap van Oosterse religies te kunnen halen. Zal ik ze aanspreken? Niet gedaan…

Terug naar het boek. Ik heb het gelezen en vind het een meesterlijke poging te beschrijven hoe het gegaan zou kunnen zijn met de bewustwording van Jezus als kind dat hij meer dan een mens was. Het boek beschrijft een periode van een jaar of twee. De terugkeer van Jozef en Maria met Jezus en de rest van de familie uit Egypte, terug naar hun oude woonplaats Nazareth. De auteur plaatst die episode in de geschiedenis van het Romeinse rijk en het volk Israël. De opstootjes die plaatsvonden onder de Joden, wreed neergeslagen door de Romeinen. De tempelfeesten in Jeruzalem, die onder spanning plaatsvinden, vanwege de politieke situatie. Alleen daarom al boeiend.

Maar de subtiele wijze waarop Rice de gemoedstoestand van het kind Jezus, dat toch God is, ook dan, tracht te peilen vind ik ontroerend goed geslaagd. Je anders voelen dan anderen en toch hetzelfde zijn. Een begrip en inzicht hebben in de Thora dat uitstak boven elk gemiddelde en toch kind zijn, willen spelen en ravotten. Het bewust worden van zijn bijzondere natuur moet geleidelijk zijn gegaan, en deze roman probeert dat enigszins woorden te geven. Anne Rice volgt daarbij de Katholieke tradite van de vroege wonderen van het kind Jezus dat, zijns ondanks, uit klei vogels echte vogels maakt; een vriendje tijdens het spelen vervloekt vanwege oneerlijk spelgedrag, waardoor het kind dood neervalt. Jezus doet hem dan weer levend worden. Verhalen waar geen historische basis voor is. Ook blijft Maria maagd. Ook de interactie tussen haar en haar zoon is heel teder omschreven.

De moeite van het lezen waard.

Loes op het strand

loesheaundai
Deze foto vond ik (eindelijk weer) terug bij het opruimen van papieren die al máánden op mijn bureau lagen. Het is een fantastische momentopname uit 1986. Plaats: Zuid Korea, Busan, Haeundae strand. Het strand was toen nog redelijk ongerept en de boulevard nog niet zo dicht bebouwd als nu.  Heel in de verte zie je het hotel dat wij liefhadden omdat beneden een winkel was waar je Duits zuurdesembrood kon kopen. We reden wel een uur door de stad soms om een voorraadje brood te halen. Er was toen nog slechts plakbrood verkrijgbaar bij de bakkers, wit brood dat zich tot levensbedreigende cementballetjes vormde als de kleintjes erop sabbelden. We woonden in Busan (nieuwste spelling) van 1980 tot 1988, in verband met het werk van echtgenoot. Een mooie tijd, met uiteraard zijn ups en downs. Maar het leven in een andere cultuur, het leren van een totaal onbekende taal was heel uitdagend op een (meestal) positieve manier.

Op de foto sta ik niet zelf, maar mijn zus Loes. Ze is zes jaar later overleden door een zelfgekozen dood, dus deze foto is me heel dierbaar. Ze is hier zo blij en vrolijk dat ik me haast niet kan voorstellen dat het zes jaar later toch nog zo fout kon gaan. Loes logeerde bij ons indertijd en had haar verblijf verlengd omdat ik in het ziekenhuis terecht kwam met een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Ik heb hier over dat verblijf geschreven en over hoe Loes mij  toen (Hollandse Pot in Korea) verzorgde en wat dat voor me betekende.

Ik vind deze foto zo leuk omdat alle vier de kinderen erop staan, met de paraplu’s als bescherming tegen de regen. Loes houdt ze alle drie vast, wat klopte met haar rol van verzorgende voor mijn kinderen. Ze genoot daarvan. En ik had er rust door ondanks het gemis. En het is altijd weer heerlijk om een foto te zien die me herinnert aan de goeie tijden van mijn grote zus, voordat ze zo de weg kwijt raakte!

hae.jpg (280×333)

Wie overigens mocht denken dat Haeundae een idyllisch strand is op een vergeten plekje….zie de foto! Anno nu.

De foto van het strand hierboven, met de papraplu’s, is genomen tijdens ‘zangmachul’, het regenseizoen (van midden juni tot eind augustus). Wij zijn verstokte strandgangers, zeker als de temperatuur rond de 30 gr. is. Met grijze luchten en een hoge luchtvochtigheid (soms wel 80/90%) is de zee het meest verfrissende wat je je kunt voorstellen!