de geur van natte aarde

Ik geloof dat de geur van natte aarde voor mij de meest hemelse geur is, wellicht een paradox, maar toch. Ik heb net wat onkruidpollen uit de grond getrokken en me verlekkerd aan alle net boven de grond uitkomende jonge plantjes. Ik begroet ze als oude vrienden. Aan de blaadjes herken ik ze weer en ik zie ze al bloeien en pronken. Mooi beeld voor hoe wij waarschijnlijk in Gods ogen zijn: onooglijk klein en voor het ongeoefende oog nog niets, maar de Kenner kijkt vergenoegd naar de komende zomerbloei, die ondergronds in volle voorbereiding is.

En dan die geur. Licht schimmelachtig, donker, maar er zit een geur van leven in, van nieuwe dingen. Ik zal het me wel verbeelden. Maar als ik iets mag meenemen, doe me dan maar een potje aarde met wat oude bladeren erdoor….

Ik heb alzheimer

Gelezen van Stella Braam: Ik heb Alzheimer, het verhaal van mijn vader. Nijgh en van Ditmar, 2005. Geschreven zoveel mogelijk vanuit de beleving van haar vader. Rene van Neer, oud-psycholoog, wil aanvankelijk zijn beginnende dementie ‘in kaart brengen’, het proces zien als een uitdaging, onderwerp van research. Hij raakt echter verdwaald in zijn eigen vergeetachtigheid. – Heb ik Alzheimer? Helemaal vergeten! –

Het verpleeghuis waar hij terecht komt ziet hij als gevangenis. Urenlang loopt hij rond op zoek naar de uitgang. Druppels met antipsychotica moeten hem rustiger maken. Zijn dochter die hem dagelijks bezoekt en volgt om haar verhaal te schrijven, is er niet blij mee: druppelnarcose noemt ze het.

Mijn moeder doet het juist beter op dezelfde combinatie van medicijnen. Ik vind het ook opvallend dat de schrijfster erg negatief is over de zorg. Praten over haar vader waar hij bij is, medicijnen slordig geven, en te snel, om haar vader maar rustig te krijgen, zodat ze er zelf minder last van hebben enz. Ik heb echt een heel andere, betere ervaring met de verzorgenden van mijn moeder. Zorgvuldig in de omgang, juist nooit over mensen praten waar ze zelf of andere bewoners bij zijn. Medicijnenlijstjes die goed worden bijgehouden. Niet dat er nooit iets fout gaat, maar als tegenwicht wil ik dit toch noemen. ‘Ik heb Alzheimer’ vind ik, ondanks het vele herkenbare, toch wat sensationeel. De auteur maakt, wat mij betreft, van een persoonlijke ervaring teveel een algemeen beeld.

Verkiezingen betekenen ook: verhuizen

Daar had niemand me voor gewaarschuwd: Na de gemeenteraadsverkiezingen is op mijn werk onze hele gang een chaos!! Het CDA is zetels kwijt en moet naar een kleinere kamer, de SP krijgt een grotere, drie eenmansfracties gaan samen in de kamer van de CDA, met tussenschotten. Wij hebben de pech naast de PvdA te zitten die met 5 zetels winst ware expansiedrift vertoont: onze kamer wordt door hen geconfisceerd! Wandje ertussen uit en wij druipen af naar een hoekje-met-wandje van wat eerst hun kamer was.

Tijd dus om te ruimen, te sorteren en te pakken. Wat is het toch deze week? Het grote thema is verhuizen. Ook volgende week blijft in het teken staan van verkassen. 29 maart op m’n werk en 31 maart de finale bij moeders vorige flat.

Ondertussen staat mijn huis vol met alles wat ik nog niet kwijt wil. Ook hier moet ik maar eens flink gaan opschonen straks!

Met moeders gaat het redelijk goed. Ze lijkt te aarden. Het feit dat ze in oude omgeving zit maakt het erg vertrouwd voor haar. De oude foto’s aan de muren in de gangen van de afdeling herkent ze feilloos. Vanmiddag in de huiskamer was ze in geanimeerd gesprek met een medebewoonster over straten en winkels van vroeger. In Dordt stond ze buiten die gesprekken, nu kan ze gewoon meedoen.

Terug in Schiedam

Voor mijn moeder is de cirkel weer rond. Na 41 jaar is ze terug op haar geboortegrond. In Huize Frankeland in de St. Liduinastraat. Dinsdag ben ik met echtgenoot Kim al wat spullen wezen brengen, zodat de kamer niet helemaal kaal zou zijn vandaag. Vanmorgen bleef moeders maar zeggen: ‘kijk nou, dat is precies hetzelfde als wat ik heb!’ Als ik dan zei dat het haar eigen spullen waren keek ze me verbaasd aan: ‘wat doen die dan hier?’ Het huis vond ze prachtig, het uitzicht op de tuin vanuit haar kamer ook. Als uitje was het zeer geslaagd, maar op een bepaald moment was het genoeg: ‘gaan we nu naar huis?’ Ik: ‘U woont hier nu, dit is uw kamer en u gaat hier ook slapen.’ Dat was een moeilijke boodschap. Haar gezicht betrok en er kwam een bange uitdrukking in haar ogen. Op de huiskamer heeft ze vervolgens lekker gegeten, maar toen Jacques en ik na het eten nog even gingen kijken zei ze onmiddelijk: ‘ik dacht dat jullie me vergeten waren.’ Ik vond het heel moeilijk om toen weg te gaan en haar achter te laten.

Maar, het huis is uitstekend! Werkelijk top. Schoon, fris, sfeervol, en het maakt een heel professionele indruk. Alles is in huis: dokter, tandarts, pedicure, fysio, ergo, een zwembad, een restaurant, een winkel, het kan niet op. Er zijn verschillende clubs: klassieke muziek club, groenclub, breiclub, leesclub. Alles op het niveau van de deelnemers met als voornaamste doel: interesses te prikkelen en vertrouwde hobbies vast te houden.

Wie er zelf wil wonen: schrijf je vast in, want de wachtlijst is lang!

Een tandenborstel, geen knuf

Voor het eerst is kleinzoon Niek een nachtje bij ons wezen logeren. Het viel mamma en pappa niet mee zich van hem los te scheuren, maar uiteindelijk reden ze dan richting Zeeland, terwijl Niek zich vermaakte met van alles en nog wat.

Mijn grootste vraag was: hoe zou de nacht verlopen? Niek is niet helemaal voorspelbaar en ik wilde toch wel heel erg graag lekker slapen ’s nachts. Half acht bedtijd, badje, pyjamaatje, flesje (ja, ja, het heerlijkste moment van de dag, helemaal lui onderuit op schoot nog een flesje voor het slapen gaan). Klaar voor bedje, maar eerst nog even tandjes poetsen. Ik had van dochter wel gehoord dat hij verknocht was aan z’n tandenborstel, maar er niet meer aan gedacht. Niek pakte de tandenborstel, maar van tanden poetsen was geen sprake. Met een flinke zwiep van z’n arm werd de mijne weggeduwd. Niet tandenpoetsen. Oma wil niets forceren, dus ik pak de borstel om hem weer weg te leggen. Neee!!(perfecte communicatie, zonder een woord nog te zeggen) WEL de borstel, NIET poetsen!  Ok, ook goed. Oma is tot veel bereid. De borstel geklemd in z’n handje legt Niek z’n hoofdje op m’n schouder en z’n arm (met borstel) om m’n nek. De vaste houding voor het zing-ritueel. Oma’s heerlijkste moment.

En dan is het zover, Niek gaat, met z’n oogjes al half dicht, lekker slapen. Die oogjes sperren zich echter wijd open zo gauw ik de tandenborstel terug wil leggen op de wasbak. Dat is niet de bedoeling. Eerst heb ik het niet eens door en denk dat hij zich bezeert, of zo. Dan snap ik het en na een korte, maar hevige tweestrijd geef ik het ding weer terug. Ok, ok, ga maar lekker slapen met je borsteltje…Intussen ga ik in de kamer ernaast zitten wachten (nou eerlijk gezegd, liggen, want ik ben MOE). Ik denk slim te zijn en wil als Niek slaapt alsnog het borsteltje verwijderen…Als Niek snurkt (doet ‘ie echt een beetje) sluip ik als een dief z’n kamertje in. Heel voorzichtig buig ik me voorover naar de spijltjes, waarachter ik in z’n dikke knuistje het gewraakte plastic stokje ontwaar. Het handje lijkt slap, ik trek millimeter voor millimeter het ding naar me toe…Een kritiek punt wordt bereikt wanneer het borsteltje door z’n handje moet…Ik trek snel om het klaar te hebben en als geprikt door een mug zit Niek op z’n knietjes en slaakt een kreet, terwijl de tranen vloeien…Als de wiedeweerga geef ik ‘m z’n borstel weer terug en in minder dan een seconde is hij opnieuw in diepe slaap verzonken.

Ik geef het op: dan maar in plaats van een knuf een tandenborstel!

Roots in Schiedam

Schiedam. Tien jaar heb ik er maar gewoond. In de 5e klas van de lagere school verhuisden we naar Rheden (Gld). Ik heb daar langer gewoond, meer meegemaakt. En toch.

Ik heb onuitwisbare herinneringen aan Schiedam. Sommigen niet eens scherp omlijnd, maar wel heftig. Een sfeer, een geur, een stemming. De blauwe, glanzende steentjes in de Liduinastraat, waar we doorheen liepen naar de kerk. Het moment dat ik m’n moeder vroeg, op weg naar de kerk, hoe duur haar jurk wel niet was…Ik zie haar gezicht, haar wenkbrauwen gefronst, alsof ze zich wat schuldig voelde of overvallen door zo’n directe vraag. Ik hoor haar stem, geheimzinnig, het voor mij als kind onvoorstelbaar hoge bedrag fluisteren: f 100,-! Ik zie de jurk, lavendel blauw, ik voel de rulle linnenachtige stof. De zon schijnt en ik loop er weer: Liduinastraat uit, de Nieuwe Haven op, het bruggetje over, rechtsaf richting de kerk. Er lopen andere kerkgangers, mijn vader (met hoed) en moeder groeten links en rechts. Ik hou stevig de hand van m’n moeder vast en voel me trots omdat ze er zo mooi uitziet. Ik moet een jaar of zes geweest zijn.

Opvallend dat ik ‘mooi’ verbindt met ‘hoe duur’. Dat past wel bij hoe ik opgroeide. We hadden het goed, maar mijn vader moest daar wel z’n best voor doen en zuinig zijn. Voor z’n werk had mijn vader een auto, (Ford Taunus?) wat in die dagen nog een zekere status meebracht. Dat mijn vader die auto niet zelf betaalde kon je niet aan z’n neus zien, dus werden we behandeld alsof we ‘rijk’ waren. Mijn ouders hielden ook van ‘mooi’. Ik ben geboren in de vijftiger jaren en ik denk dat wij als kinderen er, zeker voor die tijd, altijd goed gekleed bijliepen. Weinig afdankertjes, geloof ik.

Een andere herinnering: tweemaal per jaar, voorjaar en najaar naar Den Haag, naar een modehuis om kleren te kopen. In Den Haag kon mijn vader op rekening kopen en in termijnen betalen. Was het Gerzon? Laatst zag ik in de binnenstad het pand met in de gevel de naam Gerzon. Er zit allang een andere winkel.

Ik was een hypergevoelig kind en veel van mijn herinneringen zijn eigenlijk meer herbeleving van stemmingen, gevoelens. Ik kan er niet altijd een verhaal bij vertellen. Ik zie wel beelden. De glimmend-zwarte kolenkachel in de achterkamer, in de Graaf Florisstraat. Die kachel was zwart, maar het is er in die kamer ook heel donker. Lag die op het noorden? Was ik er ongelukkig? De voorkamer is licht. Daar stond ook m’n bed toen ik Pfeiffer had. Zeven weken in bed op m’n achtste. Ik heb er heerlijke herinneringen aan. Veilig, geborgen, samen met m’n moeder. Eindeloos veel lezen (Goud-Elsje, en nog zo’n serie waarvan ik de naam nu vergeten ben, Joop ter Heul, de Olijke Tweeling, Kameleon-of was dat pas later?). Spijt als de achterdeur openging en de broers en zussen uit school kwamen. Dan was de stilte en het ongestoorde samenzijn voorbij en klonken er weer harde (ruzie)stemmen. Logisch met vijf opgroeiende kids, maar mijn tere kinderziel kon er slecht tegen.

Dat Pfeiffer-ziekbed werd minder plezierig toen een buurvrouw mijn moeder zachtjes meedeelde dat ze een nichtje had die eraan overleden was…Vanaf dat moment keek ik de dood in de ogen. Mijn bed stond aan het raam naar de straat en iedere bejaarde die langs liep werd een schrikbeeld voor me. Ik rende m’n bed uit om ze maar niet te zien.

Ik ben, ondanks het pessimisme van de buurvrouw, weer beter geworden. Maar ben wel lang bang voor de dood gebleven. Pas bij het ouder worden en door de groei van mijn geloof in Jezus Christus, van Wie ik geloof dat Hij de dood heeft overwonnen, is die angst verminderd.

Mijmeringen op de avond van de dag dat ik in het verpleeghuis in Schiedam de contracten heb ondertekend voor mijn moeders opname daar. Het verpleeghuis staat op de hoek van de Liduinastraat. Voor ik wegrij met de auto kijk ik even naar het bruggetje dat ik in de jaren 50 en 60 wekelijks overstak. De cirkel is nu bijna rond. Wie weet loop ik er straks nog een keer, terwijl mijn moeder mijn hand stevig vasthoudt. Ondanks de jaren die er verstreken zijn: ik ben nog steeds trots op haar.

Mijn eerste 40 doelgerichte dagen bijeenkomst

Afgelopen woensdag de eerste bespreking gehad van Doelgerichte Dagen in de woensdagochtend groep van mijn kerk. Met enige reserves was ik begonnen het boek te lezen (auteur: Rick Warren). Maar de eerste 11 dagen zijn me goed bevallen eigenlijk. Ik probeer welwillend te lezen, dat wel. Niet op alle ‘kort door de bocht’ slakken zout leggen, geen ‘zwart-wit’ spijkers op laag water zoeken. Dan is er veel te leren en veel uitdaging te vinden. (Zie voor meer over 40 dd mijn log van 27 feb.)

De bespreking in onze groep was goed. Persoonlijk, met openheid over eigen frustraties en zwarte periodes. Voor twee mensen in de groep had het boek een enorme impact gehad en een ommekeer teweeg gebracht. Het boek is direct en windt er geen doekjes om: waar ben je mee bezig in je leven? Het gaat niet in de 1e plaats om jou en jouw geluk, maar om God, om Zijn eer en tot Zijn lof ben je geschapen. Je komt alleen tot je recht in een relatie met Hem.

Dat is de invalshoek van het hele boek. Ga voor God, dat is je doel. Hij gaat voor jou, kijk maar naar Jezus.

Anders dan veel literatuur uit onze kring is het boek niet erg genuanceerd. Af en toe klapperen je oren en gaan je haren overeind staan. Maar was dat niet de uitwerking van alles wat Jezus zei in Zijn tijd? Mensen werden wakker geschud, boos, geprikkeld enz. Soms is een boek als dit zo nodig om het gesprek onderling en in jezelf weer op gang te krijgen. Je kunt het ‘Amerikaans’ noemen maar leve de VS dan maar!

Helaas, geen extra zetel in Den Haag

Dinsdag 7 maart sloeg ook voor ons, ChristenUnie-SGP fractie Den Haag, het uur der waarheid: in plaats van 2 zetels, met een stille hoop op 3, verloren we onze 2e zetel en bleven steken op 1. Een ruime zetel dat wel. Met 1200 meer stemmen dan de vorige keer, maar lang niet genoeg voor een 2e. Evert de Niet die was overgestapt tijdens de vorige periode, met zetel, heeft niet genoeg stemmers kunnen vergaren om die zetel nu te behouden. Voor ons geen Rouvoet-effect. Hebben we last gehad van een SGP-effect? Het blijkt dat in alle plaatsen waar ChristenUnie zelfstandig deelnam aan de verkiezingen er winst was.

In Den Haag zijn er 2 grote machtsblokken: PvdA (15) en VVD (10). Daarna CDA (5), SP (4), GroenLinks (3), en D66(3) en vervolgens 6 eenmansfracties. Niet echt om vrolijk van te worden.

Moeder gaat verhuizen

Van de week kwam dan eindelijk het lang verwachte en enigzins gevreesde telefoontje: er is een kamer voor uw moeder vrijgekomen in het verpleeghuis Frankenland, gesloten afdeling, in Schiedam. Eind maart kan ze er terecht.

Ik heb gemengde gevoelens. Natuurlijk is het goed dat ze een goeie plek krijgt. Met meer professionele verzorging. Ze krijgt een eigen kamer, met eigen sanitair (!) en het huis is prachtig gerenoveerd met tuinen, een restaurant en winkeltjes. Kan niet beter. Ook is het gunstig dat moeder in haar eigen geboorte-omgeving terugkomt. Ze is een geboren en getogen Schiedammer, en dat is zeker nu met de Alzheimer erg belangrijk.

En toch. De Linde in Dordrecht is klein en intiem en uitgesproken christelijk. Ze woont er al 4 jaar en is er thuis. Vooral dat laatste is zo essentieel. Een thuis maak je niet door moderne, profssionele voorzieningen, maar door ergens vertrouwd te zijn. En dat zal niet zo zijn. Frankenland is vreemd en nieuw. Ze kent er niemand. Rationeel weet ik dat het allemaal wel komen zal. Maar m’n gevoel is bang voor het moment dat ik moet zeggen: ‘mam ik ga naar huis’ en ik haar moet achterlaten.

We hebben het maar gewoon gezegd: Ma je gaat verhuizen naar Schiedam. Dan woon je dichter bij Ed in de buurt en andere familie, zoals een zus en schoonzus die daar ook wonen. Ze nam het kalm op en zei zelfs dat ze er wel zin in had. In hoeverre het echt doordringt is moeilijk te zeggen…