Braakbal – haarbal

Onze kat Tommy heeft een haarbal. Hij is een beetje sneu, wil wel eten, maar gaat dan braken en sluipt ongemakkelijk rond. Hij heeft die haarbal gekregen door het verwoede likken wat hij elke dag doet. Nu het zomer is slikt hij door al dat gelik zijn halve wintervacht door. Geen wonder dat hij daar last van krijgt. Gelukkig zorgt het kattenlichaam er zelf voor dat al die onverwerkte prut er weer uitkomt.

Niet zo smakelijk verhaal, sorry. Je hebt, om het toch even af te maken, ook nog de ‘braakbal’. Die komt voor bij roofdieren die op een gegeven moment alle onverwerkte delen van de dieren die ze gevreten hebben kwijt moeten. In een soort balletje samengeperst komt het spul naar buiten gespuugd. Botjes, nagels, veertjes, hele schedeltjes komen erin mee. Ik las op internet dat er mensen zijn die ze verzamelen, de braakballen dus. Er bestaat een levendige handel in op Marktplaats.

Ik kwam op de braakbal toen ik tijdens mijn fietstocht door de polders rond IJsselstein mijn bui probeerde te ontleden. Er was niet echt iets, maar het voelde zo. Gewoon zo’n onbestemd gevoel van ‘iets-niet-pluis’, iets wat dwars zit, maar ik wist niet wat. Er gebeuren in de weken die voorbij zoeven altijd mooie en minder mooie dingen. Teleurstellingen, botsingen, onbegrip hier en een verwijt daar. Maar er staan duizend mooie dingen tegenover. Waardering van iemand, een compliment, uitingen van liefde, aangename verrassingen, de heerlijke geur van de lindebomen of de lathyrus die bloeit in de tuin. Dat telt toch veel zwaarder?

En toch, dat nare, knagende gevoel. Ik heb natuurlijk last van depressies die me kunnen overvallen, maar dit is anders. Er schoot een kat voorbij mijn wiel en de braakbal kwam in mijn gedachten. Zoiets moet het zijn, bedacht ik.  Ik leef, beleef, onderga; converseer en communiceer. Hoor, zie, neem tot me. Overweeg, bedenk, beslis, wijfel en twijfel. En in al die (inter)actie en belevenissen, stapelen over een periode de moeilijk te verteren deeltjes zich op. De botjes en de veertjes, zeg maar en al die zaken die niet vermalen worden door het voorbijgaan van de tijd. Dan heb ik dus een soort braakbal. Die zit te zieken in mijn ziel. Hij moet eruit. Als je een braakbal vindt kun je door hem uit te pluizen zien wat (bijvoorbeeld) de uil gegeten heeft.

Ik zal mijn braakbal maar eens gaan uitpluizen om te zien welke graadjes in mijn keel zijn blijven steken. Dat helpt wellicht bij het ‘oplossen’ van dat ding. Lijkt me beter dan uitspugen, want als ik ergens een hekel aan heb is dat het wel!

Long time no write

Verschillende volgers van Parelpad informeerden al bezorgd of de Black Dog weer op bezoek was, zo lang hadden ze al niets meer gehoord. Meestal is radiostilte wel een indicatie bij mij. Maar deze keer was het anders. Heel ordinair, gebrek aan inspiratie en (hoe gek dat ook klinkt) tijd. Om te schrijven heb ik ononderbroken tijd nodig. Niet dat het schrijven zelf heel veel tijd kost, maar het is vóór die tijd dat ik het idee moet hebben dat niets me gaat storen.

Hoe dan ook, tijd voor een blog. In de afgelopen weken ben ik veel oppas-oma geweest, tot mijn grote vreugde want ik ben nu dikke vriendjes met mijn jongste, wat eenkennige, kleinzoon.

Een baasje die met weinig woorden de omgeving vertelt wat er op het programma staat. Praten doet hij niet veel, hij is zeer efficiënt in woordgebruik. De hoognodige woorden en voor de rest doet een vingerwijzing en luid en duidelijk ‘méé’ het werk wel. Allerleukst is zijn spel met ons: hij wijst en wij moeten zeggen wat het is, waarop hij heel blij ‘jaaaa!’ roept. Bij schaap en oor geen probleem. Lastiger wordt het wanneer hij naar onze abstracte Kandinsky poster wijst en we met geen mogelijkheid iets kunnen bedenken wat zijn instemming krijgt. Vierkanten? Rood? Strepen? Blauw? Ballen? Vogel? Néééee, nééeeeee!! Tot opa op een lumineus idee komt: Is het een Raket?? ‘Jáááaaaaaa!!’ Dat bracht opluchting alom. En we kijken weer met andere ogen naar ons schilderij.

Van peuter naar puber nu. Oudste kleinzoon maakt zich op om naar de middelbare school te gaan. Straks niet meer lopend om de hoek naar de dorpsbasisschool, maar fietsend naar de grote stad. Van oudste en wijste op school naar brugpieper en jongste. Denker, dromer, creatief en atletisch. Wat gaat er uit hem groeien? Nu al een mooi mens!

Ja, het is merkbaar, oma zijn geeft een hele nieuwe betekenis aan mijn leven. Ik weet dat er onder mijn volgers mensen zijn die ongewenst kinderloos zijn en dat het juist in de kleinkinderenfase van vrienden weer pijn gaat doen. Ook die periode maak je dan niet mee. Tegelijk weet ik van vrienden dat nichten en neven die plaats kunnen innemen, en tot op zekere hoogte de pijn van het gemis verzachten.

Van betekenis zijn is een wisselwerking. Ik wens al mijn volgers betekenisvolle relaties toe. Er zijn voor anderen, door de dalen en de hoogtes, geeft het leven zin. Meer en meer onderzoek wijst dit ook uit. Echt geluk is te vinden in de relationele sfeer. In verbondenheid met elkaar. Kijk bijvoorbeeld eens op de zeer lezenswaardige site van ‘De Geluksdoctorandus.nl. Over sociale relaties en hoe die te koesteren, als bron van geluk.

Want automatisch goed gaan die relaties natuurlijk niet.Je kunt ook flink op je neus gaan, teleurgesteld raken. Als christen ben ik niet idealistisch op dat gebied, de bijbel zegt het al: vestig op prinsen geen vertrouwen. Maar toch. Met voldoende besef dat ultiem geluk niet van enig mens kan komen, kun je tegelijkertijd veel blijdschap ervaren in goeie, eerlijke relaties met vrienden en geliefden.

Droom en compassie

64-compassie.jpg (441×214)

Een droom

Opeens was ze er weer. Niet al 25 jaar dood, maar weer springlevend. In mijn droom. Zoals ze was: 45 jaar, ouder dan ik, mijn grote zus. Dromen halen rare trucjes met je uit. Ik was weer jong, jongere zus, jongste zusje. Dat ben ik ook in werkelijkheid (jongste van vijf) maar de gevoelens die daar nu bijhoren zijn anders dan vroeger. In de droom was het er weer. Het onmachtige ‘zij weten alles beter’ gevoel. Maar minder wrang en meer doordrongen van wat ik als kind niet wist, namelijk dat mijn grote zus, met haar grote, scherpe mond zo kwetsbaar was. Wat me als kind beangstigde, omdat ik vaak geen weerwoord had, was in de droom meer een gevoel van acceptatie en compassie. Gevoelens die niet passen bij een kind. Dit was de magische werkelijkheid van de droomwereld, waarin alle ervaringen zich mengen en vervlechten.

Mijn moeder

Loes, mijn oudste zus is gestorven door zelfdoding. Ik heb daar eerder op dit blog al over geschreven. Een zeer traumatische gebeurtenis voor de familie. Met name natuurlijk voor mijn moeder. Die zich slecht kon uiten en alleen kon huilen als ‘er niemand bij is’. Toen we haar het vreselijke bericht kwamen vertellen kon ze niets anders dan zeggen: Wat ben ik blij dat Pa dit niet meer mee hoeft te maken. Ze vroeg ons ook om maar weg te gaan. Alleen kon ze het beter verwerken.
Naarmate ik ouder word en mijn eigen kinderen allang volwassen zijn(en zelfs al kleinkinderen heb die naar de middelbare school gaan)  dringt de tragiek van de gebeurtenis steeds meer tot me door. Loes haar eigen leven, maar zeker ook wat het voor mijn moeder betekend moet hebben. Zowel mijn vader als mijn moeder hebben veel voor hun dochter gedaan, veel met haar opgetrokken. Op hun eigen, soms onhandige manier (ouders eigen!), intens van haar gehouden. En dan haar zo te moeten verliezen is met recht smartelijk, om een ouderwets maar prachtig woord te gebruiken.
Omdat mijn moeder niet kon praten over haar verdriet, verdween Loes tot op zekere hoogte uit de gesprekken en het familiebewustzijn. Ik verviel zelfs in een zekere kribbigheid wanneer mijn moeder bij een verjaardag soms met een somber gezegd zoiets zei als, ‘maar er mist er wel een…’ ‘Maar wíj zijn er toch allemaal!’,  dacht ik dan, als een egoïstisch, verwend kind dat alle aandacht voor zichzelf wil. Dat bevreemdde me dan zelf ook wel, dat je zelfs als volwassen vrouw zo bleef streven voor die unieke aandacht van je moeder.

Obsessieve aandacht

Mijn moeder sprak ook zelden over mijn vader, wat ik haar enigszins kwalijk nam. Waarom miste ze hem niet méér? Ik begrijp dat nu beter. De band met je kinderen is fysiek, die bloedband en als die voortijdig afgesneden wordt blijft dat trekken en pijn doen. Zeker als de band zo wreed verscheurd wordt als bij een zelfdoding. Ik had zelf ook kinderen, maar ze waren jong. Dat maakte het toch anders wat betreft inleving.
Toen mijn moeder dementeerde kwam al het verborgen verdriet eruit in een obsessieve aandacht voor alles wat met mijn gestorven zus te maken had. Foto’s van haar waarvan ze vertelde hoe ze die iedere avond voor het slapen gaan streelde, haar naam fluisterde en dan moest huilen. Oude schoolrapporten, diploma’s, ieder papiertje van vroeger, inclusief de inentingsboekjes, lagen in een kistje onder haar stoel en werden bij ieder bezoek van een van ons tevoorschijn gehaald. ‘Kijk eens wat ik gevonden heb?’, kondigde ze dan aan. Ik heb daar eerder over geschreven. Ik haatte dat kistje.

In mijn droom  is mijn zus vrolijk aanwezig. Het verdriet voorbij lijkt het, terwijl ik haar scherpe tong verdraag omdat die een zachte, zeer gevoelige binnenkant beschermen moet. De smart en de somberheid van mijn moeder zou ik graag eens in een droom willen tegenkomen met meer zachtheid, begrip en compassie, zoals ik die nu voel. Vergeef me Mam, voor alle kribbigheid en ongeduld.

Een aanraking en een afscheid – voorlopig

Ik ben op heel wat begrafenissen geweest en heb veel gestorven mensen gezien. Dit mede door het beroep van echtgenoot, die predikant is. Iedere gestorvene is anders. Sommigen zijn nauwelijks herkenbaar, niet alleen door een lang en moeilijk ziekbed of door groot gewichtsverlies. Het is moeilijk te omschrijven waarom sommigen werkelijk niet anders lijken dan wassen beelden en anderen meer van zichzelf behouden. De dood is altijd onmiskenbaar. De ziel is weg. De persoon is niet meer. En toch. Bij mijn moeder was alle angst en verwarring weg geveegd, door een onzichtbare hand. Ze leek weer op de vrouw die ik me herinnerde van vóór de Alzheimer.

Gisteren nam ik afscheid van een jonge man(42). Een boom van een kerel, neergeveld in de bloei van zijn leven door de razende storm van een hersentumor. Dat wist ik. Ik had meegeleefd met zijn vrouw die er verslag van deed, van de behandelingen, de operaties, de hoop, de teleurstelling en uiteindelijk de mededeling van de artsen: er is geen behandeling meer mogelijk. Wat een strijd, wat een verdriet en frustratie. Zo midden in het leven, waar je intens van geniet, iedereen en alles waar je van houdt te moeten achterlaten.

Ik keek in de kist en zag een slapende man, zo leek het. Het hoofd iets naar rechts gebogen, een lichte glimlach om de lippen, ontspannen op de rug. Handen gevouwen op zijn buik. In zijn handen een speldje en om zijn nek een das, met vetvlekken, van zijn geliefde studentendispuut. Wat maakte deze man zo ontspannen om te zien? Na zo’n gevecht? Nooit eerder zag ik iemand zo vredig liggen. Terwijl je juist hier anders verwachtte.

Tijdens de samenkomst waarin we zijn leven herdachten en het verdriet deelden werden me een aantal dingen duidelijker. Deze man, (die ik persoonlijk niet zo goed kende, wel zijn vrouw) bleek een bijzonder leven achter de rug te hebben. Een moeilijk leven vanuit mijn standpunt gezien. Geboren met een hartafwijking, altijd voorzichtig en rustig aan moeten doen, als tiener een levensparende operatie ondergaan en door dat alles toch niet terneergeslagen. Een man met een luide, duidelijke aanwezigheid. Kritisch, sceptisch maar tegelijk een levensgenieter. Vriendelijk en belangstellend. Intelligent, jurist met grote bekwaamheid, volgens een van de collega’s die sprak. Opgegroeid in een christelijk gezin was geloven uiteindelijk lastig. Zijn kritische geest verhinderde hem te vertrouwen ‘als een kind’.

Ik geloof niet dat dat ‘kinderlijke’ betekent dat het verstand wordt uitgeschakeld. Maar een bepaalde manier van redeneren kan het geloof in het bestaan van de God van de bijbel bemoeilijken. Hoe dan ook, voor hem veranderde na de laatste operatie iets wezenlijks. Hij werd wakker uit de narcose en zei: ik geloof dat God bestaat! In de laatste maanden en weken werd dat geloof hem tot grote steun. Het lijden was zwaar, het afscheid nemen van zijn vrouw, familie en vrienden hartverscheurend. Maar het laatste lied wat aan zijn sterfbed gezongen werd was ‘Ga met God en Hij zal met je zijn’ (liedboek 416). Voor hem was het nu zeker, God zal mijn leven sparen door de dood heen en straks zal ik mijn geliefden weer mogen begroeten, als Jezus terugkomt.

Ga met God en Hij zal met je zijn,
jou nabij op al je wegen
met zijn raad en troost en zegen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

Ga met God en Hij zal met je zijn:
bij gevaar, in bange tijden,
over jou zijn vleugels spreiden.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

Ga met God en Hij zal met je zijn:
in zijn liefde je bewaren,
in de dood je leven sparen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

Ga met God en Hij zal met je zijn,
tot wij weer elkaar ontmoeten,
in zijn naam elkaar begroeten.
Ga met God en Hij zal met je zijn. )

Hier zo indrukwekkend ook gezongen tijdens de afscheidsdienst voor de slachtoffers van MH17 vlucht.

De troost van het laatste couplet hing als een warme deken om ons heen toen de kist wegreed richting die koude aarde. De kratten met bloeiende bloembollen, later op de auto gezet, ranonkels, narcissen, tulpen wezen op het zaaien: als een miserable bolletje de grond in gaan en teZijnertijd weer tot leven komen en schitterend bloeien. Tot dan!

Streng of liefdevol?

barmhartigheid
barmhartigheid

De Media

Volgens de NOS en andere media ben ik streng. Niet alleen gelovig, wat in feite al een punt in mijn nadeel is, maar ook nog streng. Streng gelovig. Nou, dat zijn geen leuke mensen, streng én gelovig, oei. Wat dat dan is, streng gelovig? De aloude truc eerst maar eens uitgevoerd. Woordenboekdefinitie. Streng is ‘je stipt houden aan wetten en regels’, iets ‘pijnlijk voelen’ (strenge winter) of ‘zonder medelijden’. Daar gaan we dan: Wettisch, zonder medelijden geloven. De letter van de wet toepassen in tegenstelling (natuurlijk) tot de liefde die van geen wet of regel weet. Daarom ook: geen medelijden. Of die regels mensen nu pijn doen of niet, hoppa de zweep erover!

AAEAAQAAAAAAAAb4AAAAJDZlMjMyZmM0LWVmYzItNGQ4YS1hZTM0LTJiNGE1MTUxNTZmNw.png (200×200)

Streng

Mensen die mijn blog volgen zullen mij niet herkennen in deze beschrijving (okay, enigszins aangedikt!). Dat is mijn probleem met het woord ‘streng’ zoals het in de media gebruikt wordt. Er kleeft altijd tenminste een zweem van negativiteit aan (zie je de nuance hier?). Gelovig zijn is tot daaraantoe, maar stréng gelovig, dat gaat echt te ver. Dan hoor je bijna bij de staatsgevaarlijke groeperingen die eropuit zijn een dictatuur te vestigen.
Ik zie ze voor me, die streng gelovigen. Een lange rij mensen met bleke, somber-ogende, gekwelde gezichten. Die gebukt gaan onder regels en wetten, die alle vreugde uit hun leven verbannen. Het enige wat telt is de gehoorzaamheid. Liefde? Nooit van gehoord. Barmhartigheid? Komt niet voor in hun woordenboek. En zo sjokken ze zonder vreugde voort door het leven.

Roe v Wade

Waarom hoor ik bij die ‘streng gelovigen’ volgens de media. Beter gezegd, waarom voel ik me eigenlijk aangesproken? Een voorbeeld. Op het nieuws kwam voorbij dat Norma McCorvey was overleden. Zo op het eerste gehoor geen idee wie dat was. Maar wanneer je actief bent in de prolife beweging weet je misschien dat Norma onder een ander naam bekend is geworden. Zij was namelijk een fervent voorvechtster van het recht op abortus in de Verenigde Staten. We hebben het over de jaren zeventig. Bijgestaan door twee vrouwelijke advocaten kwam haar abortus-eis uiteindelijk voor het Hooggerechtshof in de VS. Daar viel de uitspraak dat iedere vrouw het recht heeft op zelfbeschikking en dus op abortus tot in de tweede termijn. De staten mochten beslissen over de derde termijn (tot 24 weken!). Norma is in de rechtszaak bekend onder de naam Jane Roe. De uitspraak is bekend geworden onder de naam Roe versus Wade.

In de jaren negentig onstond er een bizarre situatie. McCorvey die in een abortuskliniek werkte als schoonmaker raakte bevriend met dominee en directeur van een prolife organisatie Flip Benham. Zijn kantoor zat in het gebouw naast de kliniek wat tot vele confrontaties leidde. Een onwaarschijnlijke vriendschap dus. Hier is het verhaal te lezen. McCorvey werd gelovig en trad toe tot de katholieke kerk. Haar positie ten opzichte van abortus veranderde radicaal.

I was sitting in O.R.’s offices when I noticed a fetal development poster. The progression was so obvious, the eyes were so sweet. It hurt my heart, just looking at them. I ran outside and finally, it dawned on me. ‘Norma’, I said to myself, ‘They’re right’. I had worked with pregnant women for years. I had been through three pregnancies and deliveries myself. I should have known. Yet something in that poster made me lose my breath. I kept seeing the picture of that tiny, 10-week-old embryo, and I said to myself, that’s a baby! It’s as if blinders just fell off my eyes and I suddenly understood the truth—that’s a baby!

I felt crushed under the truth of this realization. I had to face up to the awful reality. Abortion wasn’t about ‘products of conception’. It wasn’t about ‘missed periods’. It was about children being killed in their mother’s wombs. All those years I was wrong. Signing that affidavit, I was wrong. Working in an abortion clinic, I was wrong. No more of this first trimester, second trimester, third trimester stuff. Abortion—at any point—was wrong. It was so clear. Painfully clear.

McCorvey, Norma & Thomas, Gary (January 1998). “Roe v. McCorvey”. Leadership U. Retrieved February 18, 2017.

Streng of liefdevol

Commentaar NOS radio 1 journaal: McCorvey werd op latere leeftijd ‘streng gelovig’ en keerde zich tegen abortus. Zou je nou ook zeggen: zo en zo werd op latere leeftijd streng humanistisch of atheïstisch of wat dan ook en keurde abortus goed? Nee toch? Ik vind dit gekleurde nieuwsvoorziening. “McCorvey werd gelovig en op grond van haar overtuiging keerde zij zich tegen abortus”, dat zou volgens mij eerlijker zijn.

Ben ik nu ‘streng’ gelovig als ik me inzet voor het leven. Omdat ik geloof dat het leven heilig is, een geschenk van God? Niemand kan immers leven creëren? Daarom zet ik me in voor dat leven. Pril of aan het einde van een lange levensloop. Ben ik ‘zonder medelijden’ wanneer ik ongeboren leven met een kloppend hartje en (vanaf het moment van conceptie ) alles in zich dragend om die bijzondere, unieke persoon te worden wil beschermen? Of die eenzame oudere niet zelfmoord wil laten plegen vanwege zijn gevoel dat het leven niet langer zinvol is?

Je kunt verschillen van inzicht, zeker in de politiek moet je wat betreft regelgeving zoeken naar compromissen.  Maar laten we nou niet de ene opvatting ‘streng’ en de andere, wat? ‘liefdevol’? gaan noemen.

Ik wil zeker ook oog hebben voor de mens in al die situaties. Wat betreft abortus en de zorg voor moeder (én vader!) kan ik me prima vinden in het standpunt van de ChristenUnie.

Gods leefregels zijn altijd bedoeld om het leven  te doen opbloeien. Letterlijk en figuurlijk. Ook al moet je daarvoor soms door de winter heen.

FFC-Tulpen-in-bloei-bij-Roptazijl-bij-Zeedijk-Foto-Marcel-Teensma-2-950x712.jpg (950×712)

 

De zee en het weiland

Ik ben er achter waarom het in Boston zoveel makkelijker is om naar buiten te gaan. Mijn doel is om iedere dag minstens een half uur stevig te wandelen. Langer is nog beter. In Boston kan ik niet wachten tot ik naar buiten kan, maar thuis is de strijd weer begonnen: Nú ga je.. ja, ja, even nog dit opruimen; nú dan, anders wordt het te laat.. ja, ja, oh help, als ik nu niet de was ophang…ok, maar daarná ga je.. ja, ja, als het niet regent…enzovoort.

Niets van dat alles in Boston waar ik afgelopen maand was. Er zijn daar in het appartement van schoonvader ook minder excuses te vinden, maar ik zoék ze ook niet! Ik weet nu waarom: Het is er zó warm dat ik snak naar frisse lucht. Ik kan niet wachten tot ik buiten ben. En daar, ten tweede, adem ik zeelucht! Zo gauw ik de sjieke entreehal uitstap slaat de wind op me neer als een zeemeeuw op een broodkorst op het strand. Het is koud, maar mijn hele wezen leeft op. Lucht, wind, het geluid van zeevogels en een eindeloos uitzicht over het water van de haven richting de Atlantische oceaan. Aahh..lucht!

We lopen daar vaak de HarborWalk, een pad aangelegd langs de haven, die zich met de verschillende werven, over enkele kilometers uitstrekt . Het pad slingert langs de oude pakhuizen, verbouwd tot appartementen, plantsoentjes aangelegd tussen de gebouwen, uitkijkpunten met banken waar je in de zomer heerlijk je Starbucks koffie kunt opdrinken. Boston Harborwalk Bike MapHet is er goed toeven. Hoewel de koude zeewind er soms zo sterk is dat we de beschutting van de gebouwen zoeken. Het geluid van het water en de wind maken dat ik me er altijd senang voel. Het is nooit saai. De boten, de vogels, de mensen, het opstijgen en landen van vliegtuigen op Logan Airport aan de andere kant van de haven, het geeft bedrijvigheid, zelfs middenin de winter.

Boston0019-715x285.jpg (715×285)

Als het eropaan komt ben ik een stadsmens, geloof ik. Een stadsrandmens dan. Geen druk verkeer om me heen, maar de afwisseling van winkels, mensen en geluiden geeft een levendigheid die ik mijn wandelingen hier wel eens mis.  Het is vaak hetzelfde rondje, langs de weilanden. Ik groet de koeien en/of de schapen, maar die zijn minder levendig dan de meeuwen boven het water. Op natte dagen word ik omringd door naaktslakken op voetniveau, ook niet echt de levendigheid waarop ik zit te wachten. Nee, ik klaag niet. Het is rustig, stil en puur natuur. Ik kom vaak honden tegen, met hun baasjes, die hier ook graag lopen (en andere zaken doen).

Het is vooral die zeelucht. Ik ben een onverbeterlijk watermens.

$2.500 dollar en andere kosten

 

Massachusetts-General-Hospital.jpg (750×422)

En toen zat ik in de wachtkamer van de International Walk-in Clinic van Massuchusetts General Hospital, beter bekend als Mass. General hier. Reden: vergissing in het tellen van het aantal pillen om mee te nemen thuis. Te weinig blijkt, waarschijnlijk een doosje op tafel laten liggen.

Eerste reactie toen ik het ontdekte was: geen paniek. Ik vraag iemand die het gebruikt in Nederland, wat op te sturen. Met een appje was dat zo geregeld. Na een dag toch wat meer negatieve gedachtes. Als dat pakketje niet op tijd arriveert, vóór ik zaterdag vertrek voor een verblijf van vier dagen bij dochter in New York, ben ik alsnog de sigaar. Hmmm. Misschien een afspraak met de huisarts van schoonvader. Oh nee, die hebben ze hier niet in Boston…Ok, dan toch maar naar de walk-in clinic, voor reizigers en onverzekerden.

Uiteraard een ellenlang formulier in viervoud ingevuld, zoals te doen gebruikelijk hier in de VS. Mijn verzekering had een akkoord gegeven. Betalen en dan thuis declareren. Goed. Terwijl om mij heen allerlei buitenlanders rondzwermden, op zoek naar medische hulp, wachtte ik geduldig af, gesterkt door een tonijnsandwich en koffie.

Een discreet ‘Margreet!’ klonk vanaf de balie, of ik even wilde komen. Met een fluisterstem legde het zeer vriendelijke meisje uit dat ik  niet geholpen kon worden vanwege het soort medicijn, een antidepressivum. Daarvoor moest echt een afspraak met een specialist geregeld. Echtgenoot wilde graag weten of dat dezelfde prijs was als de ‘gewone’ arts ($400,-), en dat bleek niet het geval. Minimaal toch wel $1500,-.

Na een korte pauze om onze adem weer te hervinden zeiden we dat we dat toch wel èrrug duur vonden. Het meisje keek begripvol, maar kon er niets aan veranderen. En de Eerste Hulp dan? $2500,-.  Wá-at?? Na ja…Forget it! Misschien ga ik nog een keer terug vermomd als dakloze….dan krijg ik het gratis tenminste. En nog eens goed navragen bij de verzekering hoe dat nou zit.

Schoonvader stelde ons gerust dat dit niet de prijzen zijn die de doorsnee (verzekerde)Amerikaan betaald. Maar er zijn teveel niet-doorsnee Amerikanen die hier toch wel tegen aan zullen lopen. Wat is Nederland toch een mooi land!

Wexford Carol – een kerstlied

Vanmiddag een uur of zo op een druilerige Kerstmarkt gestaan. Uitnodigingen in de hand voor een laagdrempelige samenkomst van Geloof in IJsselstein. Een groep christenen die in IJsselstein mensen wil bereiken die op zoek zijn. Naar God, naar zin, naar meer. Mijn papier werd vodderig van de regen, na tien mensen die ‘geen belangstelling’ hadden daalde toch mijn stemming wat…en mijn voeten werden koud.

Dit lied maakt me weer warm. Yo-yo ma begeleidt op cello en Alison Kraus zingt met haar weergaloos mooie stem de tekst, volgens Wiki een oud Iers lied uit de 12e eeuw. (De tekst ouder dan de melodie volgens kenners):

good people all this Christmas time
consider well and bear in mind…

what our good God for us has done,
in sending His beloved son

with Mary holy we should pray to God
with love on Christmas day

in Bethlehem upon that morn’
there was a bless’d Messiah born

Dit kind, deze Jezus, om Hem gaat het. Ik kan mensen niet tot een zoektocht bewegen, Hij wel.

Afhankelijkheid

klagen.jpg (500×500)
bron: hein de haan overvloeiendegenade

Wat maakt afhankelijkheid zo moeilijk? Die vraag speelt voortdurend door mijn hoofd. Persoonlijke omstandigheden zijn de aanleiding. Die hebben een soort ‘met de billen bloot’ situatie doen ontstaan. Iedereen heeft daarvan wel een eigen versie te vertellen. De details verschillen, maar je kent dat gevoel wel. Dingen die je het liefst onder controle hebt, de baas bent, onder eigen beheer houdt, niet wil delen met jan en alleman, enzovoort.

En dan is er een bepaalde noodzaak dat toch te doen en hoppa: daar sta je dan in je blootje! Zo voelt het. Geen beschermend laagje, geen facade, geen ‘alles- is -dik -voor -mekaar, hoor’ muurtje waarachter het zo veilig schuilen is. Dat is iets wat we hier in het westen (of is het menselijk?) ontzettend moeilijk vinden, autonoom en onafhankelijk als we willen zijn. Ziektes, ok, die willen we nog wel delen. Allerlei lichamelijke kwalen vormen onderwerp van gesprek. Maar alle andere sores? Psychische problemen? Mondje dicht, men zou eens kunnen denken dat je zwak bent. Relatieproblemen? Welnee! Daar zwijgen we over, want iedereen om je heen lijkt zo gelukkig, dat ga je niet in de groep gooien! Opvoedingsproblemen? Financiële problemen? Kom op, wie zou daar nu over praten? Alleen als je als een loser gezien wil worden. En daarbij: Klagen mag niet, hebben we geleerd.

Zo kwakkelen we met z’n allen door het leven. Gordijnen dicht en deuren op slot. Tot het niet meer gaat en er de meest vreselijke situaties zijn ontstaan. Kan dat nou niet beter?

Ik ben dankbaar voor de huiskringen in onze kerk. Kleine groepen die om de twee weken bij elkaar komen en bidden en bijbellezen en over God en de dingen van het leven praten. Er is een sfeer van vertrouwen en openheid. Wordt alles gedeeld? Nee, niet altijd en iedere keer, maar het is wel een omgeving waar het kàn. Een omgeving die ertoe uitnodigt, omdat ieder bereid is facades af te leggen en iets van achter de gordijnen te tonen. Dan is het niet zo erg als ik dat ook doe. Ik ben gewoon één van de ‘losers’ onder velen. Dingen worden relatief, vloeiend en niet meer zo opgeklopt. Voor God staan we allemaal als losers en worden we allemaal winners, door Jezus.

Dan ontstaat ook een energie om te zoeken naar hoe we elkaar kunnen helpen. Geestelijk, lichamelijk, concreet en practisch.

Kringen zijn (net als familie) een broedplaats voor het ontwikkelen van een gezonde onderlinge afhankelijkheid.

En zonder (kerkelijke) kringen? Dan pleit ik er toch voor om minder krampachtig over onze persoonlijke problemen te zijn. Iedereen worstelt immers met van alles in het leven? We kunnen elkaar zo goed helpen door allereerst te luisteren. En nog eens te luisteren. En dan nóg eens te luisteren. En vragen te stellen. Niet gelijk met je eigen verhaal komen. Maar het verhaal van die ander aanhoren en door vragen te stellen te proberen begrijpen. Je verplaatsen in de ander. Meeleven. Zo kostbaar!

Soms is luisteren het enige wat je hoeft te doen. Uit eigen ervaring weet ik dat je verhaal kunnen vertellen soms genoeg verlichting geeft om er weer tegenaan te kunnen. Maar meedenken kan ook tot andere hulp leiden. Practische hulp, concreet in het helpen plannen, in het (helpen) bedenken van oplossingen.

Onze worstelingen en problemen (bijna) net zo vrijmoedig delen als onze verkoudheden en buikpijnen, wat zou dat heilzaam zijn!

Wat vinden jullie? Delen we te weinig met elkaar? Schamen we ons teveel voor de sores in onze levens? Ik hoor graag in een reactie van jullie wat je ervan vindt!

 

Did you become a sausage?

In het nieuws onlangs: Nederlanders die het beste Engels spreken van Europa. Eindeloze komische fouten kwamen natuurlijk voorbij op radio en tv en internet.

Ze brachten me terug in de tijd, bij mijn vader. Ik heb eerder over hem geblogd (hier en hier) Hij was een extroverte persoonlijkheid. Een prater, die makkelijk contact legde. Tot op zekere hoogte een levensgenieter, lekker eten, een borreltje en een lolletje op zijn tijd. Hij was ook zeer consciëntieus. Alle uitgaven werden dagelijks bijgehouden, rekeningen op tijd betaald, begrotingen opgesteld, hij wist van ieder dubbeltje waar het gebleven was. Dat is in ieder geval NIET waarin ik op hem lijk, hoewel ik nu ook weer geen gat in mijn hand heb….

Ik moest dit keer aan hem denken omdat hij zo op zijn eigen manier zijn talen sprak. Ik heb ergens nog de certificaten liggen die hij haalde voor Duitse en Engelse handelscorrepondentie. Met alleen lagere school moest hij op zijn twaalfde gaan werken om het gezin te helpen met inkomen. Piepklein arbeidershuisje, acht kinderen, dan weet je het wel. Maar om hogerop te komen studeerde mijn vader ’s avonds. Zo leerde hij een mondje Duits en Engels spreken.

Hij had zijn karakter mee. Niet bang om fouten te maken kon hij zich overal verstaanbaar maken. In Duitsland, in Zwitserland en zelfs later toen hij een Amerikaanse schoonzoon kreeg. Dat was wel even wennen, na al het Duits dat hij meestal sprak tijdens vakanties. Maar niet getreurd, hij deed het gewoon. Tijdens het ronddelen van de verse worst bij de avondmaaltijd meende hij echtgenoot overgeslagen te hebben en vroeg hem: Did you become a sausage? Na enige aarzeling antwoordde die: Well, ur, yes, I think I did…

Het duurde even voor we de grap uitgelegd kregen aan de rest.