Oh die middenhuur!

Tekort aan huurwoningen in vrijesector tot duizend euro

Er is een tekort aan vrijesectorhuurwoningen tot duizend euro per maand, volgens de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) en Vastgoedmanagement Nederland (VGM NL) in een marktreportage

Het aantal woningen met een huur tot duizend euro dat op een andere huurder overging, nam tussen 2014 en vorig jaar af ten opzichte van het aantal mutaties bij woningen van boven de duizend euro. Dat duidt er .. op dat mensen door een laag aanbod in het middenhuursegment gedwongen worden om uit te wijken naar woningen die meer dan duizend euro per maand kosten.
NVM-voorzitter Onno Hoes maakt zich zorgen. ‘De vrijehuursector is de schakel tussen de sociale huur en koopwoningen. Ook hier geldt echter dat het aanbod er dan wel moet zijn. Er is een gebrek aan zowel goedkope als middeldure huurwoningen.

*samenvatting van een berichtje uit het ND van 12 oktober 2020

Zomaar een van de berichten die op het moment overal in de krant verschijnen of op radio en tv te horen zijn. Er is woningnood. Tekort aan sociale huurwoningen; een tekort aan middenhuurwoningen; een tekort aan betaalbare koopwoningen. Schrijnende verhalen van zelfs mensen met een normale baan die toch dakloos raken vanwege een scheiding en stomweg geen betaalbaar onderkomen kunnen vinden. Of ouderen die noodgedwongen in een (te) grote eengezinswoning moeten blijven wonen, om dezelfde reden, geen betaalbare kleinere woning kunnen vinden.

Er moet gebouwd worden, minstens 300.000 woningen, daar is iedereen het inmiddels over eens. Meer woningen, meer sociale woningen, meer in de middenhuursector tussen de 750 tot 1000 euro. Alle politici roepen het. Overal worden plannen en ideeeen gelanceerd. Maar met nog weinig resultaat.

Ik ben eens gaan onderzoeken wat het in de praktijk betekent in mijn eigen woonplaats IJsselstein. Ik zie dan dat op een mooi stukje grond langs de Hollandse IJssel, waar ik vaak langs fiets, na 9 jaar eindelijk de grond bouwklaar gemaakt wordt. Het is een buurt met dure koopwoningen dus ik ben bang dat hier geen betaalbare huizen gaan verrijzen, temeer omdat de grond eigendom is van een projectontwikkelaar. Tot nog toe heb ik geen concrete plannen kunnen traceren.

plaatje van AvroTros Radar

Ik zie dat in een andere buurt een basisschool gesloopt gaat worden en dat daar een nieuw appartementencomplex gaat komen. Voor ouderen en jongeren. In de online brochure wordt over koopwoningen gesproken. Niet voor ons dus, huurders. De prijzen zijn, als ik er naar informeer, nog niet bekend.

De woonvisie van de gemeente is zoveel mogelijk woningen te realiseren zodat jongeren en ouderen hun geliefde IJsselstein niet hoeven te verlaten. Het klinkt mooi en de wil is er. De grote vraag die de gemeente vervolgens bij haar bewoners neerlegt is: Waar zullen we gaan bouwen?
Tja…zeggen jullie het maar, vind ik dan. En zo’n democratische ronde en de verwerking van de resultaten gaat wel even duren natuurlijk. Daar schiet ik zo onmiddelijk niet veel mee op.

De ChristenUnie, mijn partij, heeft goeie plannen. Zij spoort de gemeente aan in het verkiezingsprogramma 2018-2022, in kaart te brengen:

Alle gebouwen die kunnen worden omgevormd naar woningen: voormalige scholen, lege winkels, lege kantoorpanden, of bestaande kantoorpanden in woongebied met wie een afspraak over uitplaatsing naar een bedrijventerrein een optie is;

Wat valt er in mijn woonplaats (en elders) vooral op? De enorme voorraad lege winkelpanden die allemaal te huur staan om vervolgens of door weer eenzelfde vreselijke keten als de Action te worden opgekocht of een horecabestemming krijgen, of jarenlang gewoon LEEG staan!

Onlangs is een nieuw bouwproject gerealiseerd. Woningen, winkels en horeca. Mooi geworden, zonder twijfel. Maar na een jaar staan de helft van de winkels nog leeg….Ga daar studio’s maken! Appartementen!

Een dilemma wat ik nog niet tegen ben gekomen is dat van ons. Om de huur te kunnen betalen blijven wij bijklussen, na ons pensioen. Daardoor verdienen we net boven de grens om in aanmerking te komen voor huizen onder de 800 euro. (Onze kale huur is inmiddels opgelopen tot 1030) Stoppen we met bijklussen dan zouden we daar wel voor in aanmerking komen. Maar wie betaalt ondertussen de huur? Dat is dus een kwestie van Catch22. Iemand een suggestie hoe dat op te lossen?

Ik ben dankbaar voor het huis dat we hebben. Het kan nog veel erger!

tramdorp in Groningen na de oorlog

Maar de toekomst baart me zorgen. Gaat dit straks betekenen dat we allemaal vooral moeten (blijven) werken om onze huur cq hypotheek te kunnen bekostigen? Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Ik pleit voor een beleid op landelijk niveau. Een ministerie voor Ruimtelijke Ordening of Volkshuisvesting om weer eens goed orde op zaken te stellen. Er spelen nu veel te veel plaatselijke belangen om een goed beleid te ontwikkelen. Die vrije markt van de VVD heeft sturing nodig!

Sterke wil

Twee blauwe, amandelvormige ogen onder een bos zwarte krullen kijken me aan. Smekend. Met wild gebarende handen probeert de kleuter me ervan te overtuigen dat hij het meent.
‘ Ik heb het niet koud, ik hoef geen jas aan buiten, Oma! Echt niet!’
Buiten giert de wind, het is net droog en de slierten koude mist hangen boven het weiland. Echtgenoot wilde even naar de speeltuin, tussen de buien door.

Ik blijf standvastig en zeg dat hij echt een jas aan moet buiten. Wanhopig wrijft hij over zijn haar, de ogen vullen zich langzaam met tranen, maar opgeven staat niet in zijn woordenboek. ‘Ooooh’, roept hij uit bij zoveel stommiteit van zijn omgeving. En gaat demonstratief op de oudpapiermand zitten, armen stijf over elkaar, kin op de borst, onderlipje trillend en twee tranen op de wangen. ‘Ik doe geen jas aan!
‘Kom’ zegt zijn tante die op bezoek is en niet weg wil zonder hem.
‘Kom’ zegt zijn opa die zo’n blije respons kreeg op zijn voorstel naar buiten te gaan.
‘Kom nou’, zegt zijn ongeduldige grote broer van negen, ‘ doe je jas nou aan en snel!’
‘NEE!’ krijst de kleuter, ‘ik hoef geen jas!’

Dan vertrekt het gezelschap, met pijn in het hart, zonder de boze vierjarige-met-ijzeren-wil. Stil verdriet.
Dan loopt hij naar de keuken en vraagt of hij dan, snik, stroopwafeltjes mag. Hij steekt zijn hand omhoog en telt met zijn vingers af: vier vingertjes en de duim vouwt hij naar binnen, ‘zoveel?’
Ik geef hem een bakje met de miniwafeltjes, blij hem afgeleid te hebben. Even is het stil terwijl hij met het bakje op schoot zijn wafels oppeuzelt.
Dan staat hij weer naast me. Weer met dat handje in de lucht en telt af dat hij er eigenlijk maar twee, vier, drie heeft gehad en er meer mag. Deze suikerfobische oma vindt dat het eigenlijk niet kan. Ik voorzie een nieuwe strijd.
Plotseling gaat de voordeur open. Opa verschijnt.
‘Zullen we samen Lego bouwen?’ De kleuter vergeet onmiddellijk de jas- en koekstrijd en racet naar de legobak: Yessss, opa kom!

Opgelucht stop ik de wafeltjes terug. Kleinzoon is weer happy, het leed is geleden. Voorlopig. Straks moet hij wel weer naar huis. Met jas.
Gelukkig is mamma er dan.

Liefde en lastigheid

strip van http://www.sigmundonline.nl tekenaar Peter de Wit

Ik loop al een aantal maanden op met een naaste die een rottijd heeft. Allerlei persoonlijke omstandigheden maakten dat het draadje knapte en het kost dan altijd veel tijd om het weer aan elkaar te knopen.
Wat doet dit met mij? Allereerst kan ik wel zeggen dat het een dagelijkse les in nederigheid is. Waar je als mens de neiging hebt bij een probleem in oplossingen te denken besef je bij psychische pijn dat die oplossing er echt niet zomaar is. Ongelukkig zijn, van een ander, of jezelf, is moeilijk te verdragen. Het is als lichamelijke pijn die het functioneren belemmert. Alleen is er bij fysieke pijn meestal de (relatieve) troost van pijnstilling, slaap, het ontzorgen van degene die pijn lijdt. Bij psychische pijn is dat een stuk moeilijker. Alles is immers verstoord. De slaap ontbreekt of brengt nachtmerries. Het vermogen troost of steun te ervaren is afwezig. Het kunnen genieten van kleine dingen is er niet. Angst of somberheid overstemt alles. Alles is uit het lood geslagen en hulp lijkt buiten bereik. 

De taak van wie optrekt met degene die pijn lijdt is dus heel beperkt en bestaat meer uit niets doen dan van alles bedenken. Toch is mee-lijden niet passief, heb ik wel gemerkt. Integendeel, er zijn voor de ander is in feite heel actief, het vereist namelijk concentratie en wilskracht. Het is meer dan lichamelijk aanwezig zijn.  Met hart en ziel er zijn is een inspanning. Want mijn hart en ziel zijn snel afgeleid. Er is namelijk van alles te doen. Binnenshuis en buitenshuis. Maar die ander heeft het nodig dat ik luister. Steeds weer luister. Gehoord worden en gezien worden is als pijnstilling voor ieders ziel. Ik weet het uit eigen ervaring. In donkere tijden voor mezelf waren er een paar mensen die ruimte maakten om te luisteren en door te vragen. En steeds daarna voelde mijn last wat lichter. Soms maar even, maar toch…

Het zware delen, verdriet tonen ook wanneer je denkt dat het nergens over gaat, het is de eerste stap op weg naar heling. En toch is dat vaak zo moeilijk voor ons. We oordelen streng over onze gevoelens.
‘Ik heb geen reden tot verdriet’.
‘Anderen hebben het zwaarder dan ik’.
‘Het is mijn eigen schuld’. 
‘Ik wil een ander niet tot last zijn’.
‘Ze zullen me zwak vinden’.

Zoveel redenen waarom we alles inslikken en een buitenkant tonen die als een masker is. Waarachter we soms langzaam stikken als we het te lang dragen. We hebben het zo nodig dat we regelmatig ons masker kunnen afzetten en bij vertrouwelingen gewoon kunnen zeggen dat het leven best wel zwaar kan zijn. Dan krijgen we weer even lucht en kunnen we verder. In een interview over zijn boek Liefde zegt Dirk de Wachter (Vlaams psychiater) het zo:

Dat is mijn volgende punt, maar misschien zeg ik nu hele rare dingen. De liefde toont zich niet alleen in de gewonigheid, maar ook in de lastigheid. En dan heb ik het niet over grote drama’s, maar over een functioneringsgesprek, waarin je niet erkend wordt voor het werk dat je gedaan hebt. Je baas is ontevreden. Je komt thuis, in zak en as, gekwetst in je rechtvaardigheidsgevoel, en je geliefde luistert, toont zich begripvol. Daarin laat de liefde zich ten volste zien. Juist in die lastige momenten hebben we elkaar nodig. Dan toont zich de hoge nood van de mens aan verbinding, aan iemand om bij te zijn. Als alles goed gaat, dan kunnen we ons eigen plan wel trekken. In de leukigheid lukt het wel alleen, in de lastigheid veel moeilijker.’

Verbinding is het sleutelwoord. In de lastige tijden kunnen luisteren, begripvol zijn. Ook als alles overhoop ligt kan dat toch even verlichting geven. Het is geen oplossing. Het is niet het enige. Maar het betekent veel voor wie het moeilijk heeft. Het maakt het duister iets minder donker.

Maar ook ik als luisteraar ervaar dat het samen zijn in die donkere kamer het leven een bijzondere betekenis geeft. Het bevestigt als het ware mijn roeping om niet alleen voor mezelf te leven maar om metgezel te zijn op aarde. Zoals Jezus kwam om mee te lijden met mensen om in onze duisternis het Licht te zijn. Want dat is het. In de moeite van de ander herken je de moeiten van je eigen leven en samen breng je die last bij het kruis. Om samen kracht te ontvangen. Om samen weer struikelend op weg te gaan. Maar niet zonder hoop. Want Jezus heeft de moeiten en de dood overwonnen.

Dat hebben de afgelopen maanden me opnieuw geleerd. Dat geven ook ontvangen is!
(Lees bijgaand commentaar op deze afbeelding van de Barmhartige Samaritaan het verhaal dat Jezus vertelde in Lukas 10).

Gratis kunstgebit

Het is ongeveer 54 jaar geleden dat ik een hap nam uit het hoofd van een medescholiertje. Niet vrijwillig, uiteraard. Maar wel echt.
Op het schoolplein speelden we in de pauze een spel. Ik weet nog dat we een grote cirkel tekenden en dat je er in een kring omheen stond. Iemand riep dan hard ‘ik verklaar de oorlog aan…!’ met iemands naam en dan rende je weg zo hard als je kon.
Zo stond ik op scherp om me om te keren en keihard weg te lopen. Met dat ik me omdraai en mijn eerste stap wil zetten, passeert een ander kind mij, rennend. Zijn hoofd botst met een enorme klap op mijn mond, die ik blijkbaar half open heb in de opwinding van het spel. Want een fractie van een seconde later bevindt een stuk tand zich in zijn/haar voorhoofd en zijn mijn twee voortanden voorgoed verpest.

Na een jaar lang gekweld te zijn door de dorpstandarts die alles zelf wilde knutselen, heb ik twee stifttanden. Die in de daarop volgende jaren op de meest ongelegen momenten zullen afbreken. Om weer gerepareerd te worden.

Tot een paar weken geleden. Met een loszittende tand ging ik vlak voor de vakantie even bij de tandarts langs in de veronderstelling dat er weer wat gesleuteld kon worden. Maar de tandarts fronste zijn wenkbrauwen boven mijn open mond en sprak resoluut zijn veto uit. “Niets meer aan te doen”. Gekrompen wortelgestel, verdwijnend bot en meer enge zaken passeerden de revue, terwijl ik machteloos achterover in de stoel lag. Nieuw bot uit een stuk kaak, implantaten en nieuwe kronen. En dat hoor je net voor de dag dat je op vakantie gaat. Met een los zittende tand.

Nadat ik weer rechtop mocht zitten vroeg ik voorzichtig wat dat allemaal zou gaan kosten. Ik kreeg een uitgebreide berekening te horen van de verschillende onderdelen. Die ben ik vergeten. Alleen het eindcijfer staat in mijn geheugen gebrand: 3000 euro! Enigszins uit het lood geslagen deed ik de deur van de praktijk achter me dicht. Want, zo had de tandarts me nog gezegd, helaas worden implantaten niet vergoed.

En daar breekt mijn klomp. Ik ben reuze dankbaar voor mijn zorgverzekering. Met een kleine aanvulling krijg ik veel vergoed. Fysio, controles voor diabetes, ziekenhuisbehandelingen enzovoorts. Maar boven de hals houdt het blijkbaar opeens op. Bij nadere informatie blijkt dat ik wel al mijn tanden en kiezen mag laten trekken voor een gratis kunstgebit. Maar implantaten zijn nog een luxe? Ik kan dat niet bevatten.

Vorige week is de behandeling gestart. 54 jaar na het ongeluk moet ik weer maandenlang onder het tandartsmes. ‘Een ogenblik van onbedachtzaamheid kan maken dat men jaren schreidt’, was een geliefd gezegde van mijn moeder. Dat bewijst dit geval maar weer. Ik was een paar dagen van de leg door alles. Vier dikke spuiten, twee voortanden eruit, opeens een onhandig plaatje in mijn mond…en dan moet ik er nog voor betalen ook!

Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe het is afgelopen met het hoofd van mijn klasgenootje. Zou hij daar ook nog schade van hebben?

Kleine dingen met grote liefde

Ik ontdekte laatst via mijn dochter dit muziekproject: The Porters Gate, een groep begaafde musici in de VS die samen muziek willen maken om in de kerk te gebruiken. Een soort “Psalmen van Nu” maar dan met eigen teksten en muziek. Het lied wat volgt Little Things With Great Love sprak me aan vooral vanwege de tekst. Ik heb namelijk een moeilijk te bestrijden neiging tot het willen doen van ‘grootse’ dingen. En neer te kijken op de kleine dingen van mijn leven. Dit lied bepaalt me weer bij de betekenis van wat ik doe. Het gaat niet om de ‘maat’ maar om de wijze waarop. En wat kunnen kleine dingen dan een grote betekenis hebben.! Ik draag het ook op aan diegenen die al jaren (vaak ongezien) moeten zorgen voor een demente partner, of hun geliefde (jong) verloren hebben en nieuwe betekenis voor hun leven moeten zoeken. Of aan diegenen die zelf ziek zijn en zeer beperkt in hun doen en laten. Elke kleine handeling gedaan uit liefde is als een bloem in God’s tuin.

In the garden of our Savior no flower grows unseen
His kindness rains like water on every humble seed
No simple act of mercy escapes His watchful eye
For there is One who loves me His hand is over mine

In the kingdom of the heavens no suffering is unknown
Each tear that falls is holy, each breaking heart a throne
There is a song of beauty in every weeping eye
For there is One who loves me His heart, it breaks with mine

O the deeds forgotten, O the works unseen
Every drink of water flowing graciously
Every tender mercy You’re making glorious
This You have asked of us: Do little things with great love
Little things with great love

At the table of our Savior, no mouth will go unfed
And His children in the shadows stream in and raise their heads
O give us ears to hear them, and give us eyes that see
For there is One who loves them. I am His hands and feet

Wat is jouw verwerkingsmechanisme?

Stilte aan het Parelpad
Het is stil geweest op Parelpad.com. Ik had weinig inspiratie; twijfelde wat aan het nut van de blogs ( ‘wat maakt het nu eigenlijk uit of ik wat schrijf of niet?’); de gewone drukte van het leven; een zekere luiheid; teveel boeken om te lezen; de postzegel tuin die toch altijd nog bergen snoeiwerk en onderhoud vraagt, kortom een combi van factoren. Nu er steeds vaker mensen vragen of het wel goed gaat ‘want ik zie geen blogs’ toch maar weer de digitale pen gepakt. Wie mij langer volgt is bekend met de Black Dog die me af en toe bezoekt. Of die er weer was, vroegen sommigen. Wel een mooi idee dat mensen op die manier naar me vragen. Het maakt dus wel uit of ik schrijf of niet in elk geval.

Black Dog?
Of de Black Dog er was/is kan ik niet goed zeggen. Helemaal jofel gaat het niet, merk ik en dat heeft verschillende oorzaken, denk ik. Reina Wiskerke van het Nederlands Dagblad schreef onlangs een column waarin ze het had over haar verwerkingsmechanisme. (column achter een betaalmuur) Hoe gaat ze om met bijvoorbeeld de snelle veranderingen in de kerkelijke gemeenten waartoe zij (en ik) behoren? Even kort door de bocht: eerst kon niet wat nu opeens moet. Wat onbijbels was is nu bijbels en een opdracht. Hoe ook iemands mening is, de radicale ommekeer is opvallend en doet wat met je, schreef zij.

Verwerkingsmechanisme
Het woord verwerkingsmechanisme bleef bij me haken en maakte me bewust van dat fenomeen. Wat is eigenlijk mijn verwerkingsmechanisme? Bij prangende gebeurtenissen, zeg maar. En dan heb ik het niet alleen over kerkelijke situaties. Er gebeurt meer dat moeilijk is in een mensenleven. Na wat zelfonderzoek moest ik tot de conclusie komen dat mijn verwerkingssysteem bestaat uit een soort aftocht is. Een naar- binnentocht. Ik creëer onbewust een rubberen laagje om me heen waarachter ik schuil en ondertussen de gebeurtenissen zich zie ontwikkelen. Reina Wiskerke heeft het over een helikopterblik. Erboven hangen dus en je op die manier ook min of meer terugtrekken uit de onmiddellijke situatie.

Dat heeft voordelen. Je verlaat de gevarenzone en neemt de gelegenheid de dingen van alle kanten te bekijken. In mijn geval heeft dat tot gevolg dat mijn hoofd ongeveer een driedubbele afmeting krijgt door al het denken. Dat hoofd tors ik steeds mee dus dat is een nadeel. Van denken word je moe. Ook een nadeel. Nog een nadeel: je staat overal een beetje buiten.

Nature-nurture
Interessanter is natuurlijk de vraag waarom iemand een bepaald verwerkingsmechanisme heeft ontwikkeld. Waarom trek ik me innerlijk terug en echtgenoot niet bijvoorbeeld? Die is van de actie en de oplossingen. Ik ben van de flight en hij van de fight. Dat heeft veel met nature-nurture te maken denk ik. Als jongste van een gezin van vijf met grote broers en zussen heb ik me (gevoelig mamma-kindje dat ik was) vaak onveilig gevoeld. Ruzies en conflicten (die er tot op zekere hoogte bij horen in een groot gezin) heb ik als heel bedreigend ervaren. Zoiets heeft invloed op je ontwikkeling: Ik ben een volbloed conflictvermijder geworden. Waar ik van baal, want het is gebaseerd op die kinderangst: Ieder verschil van mening kan immers ontaarden in hoogoplopende ruzie. En ruzie is verlies van verbinding. Iets wat ik in mijn jeugd dan moest terug verdienen door ‘lief te zijn’.

India
De stilte op Parelpad is dus enigszins het gevolg van mijn verwerkingsmechanisme. Ook de terugkeer in Nederland na twee-en -halve maand India heeft me meer moeite gekost dan verwacht. Vreemd zou je zeggen, zo lang is dat toch niet en fijn om weer thuis te zijn. Daar heb ik dus ook heel lang over na moeten denken waarom het toch niet zo voelde, afgezien van het feit dat het heerlijk was (klein)kinderen weer in de armen te sluiten. Er bleef toch een gevoel van vervreemding. Ik ben er nog niet helemaal achter. Maar ergens heeft het te maken met een gevoel wat veel mensen die lang in het buitenland hebben gewoond zullen herkennen, namelijk het gevoel van ‘nergens helemaal thuis zijn’. Niet kunnen delen wat het betekent in een totaal andere cultuur mee te draaien en thuis niet helemaal meer thuis te zijn. Het bracht veel herinneringen terug aan onze periode in Zuid Korea en daarna. Een volgende blog wellicht over die buitenlandgevoelens. De stilte is in elk geval weer doorbroken!

De onvolmaaktheid der dingen

Samen zochten we songs van zijn vader. Mijn kleinzoon en ik. Op YouTube, waar alles te vinden is. Eerst zijn favoriete lied en dan ik weer. Hij vond een instrumentaal nummer het mooist. Slow Traveler:

Ondertussen werd ik aan het werk gezet.
‘Oma, als jij nu een kaart van Amerika tekent, schrijf ik de namen van alle staten erin.’ Mijn kleinzoon is een grote fan van de VS.
Terwijl ik zweette over de kaart (met alle staten) zocht hij de titels van de liedjes op mijn laptop. Zo stuitten we op het lied: To say a prayer . Opeens herinnerde ik me weer hoeveel indruk dat lied aanvankelijk op me maakte. Zowel wat de muziek als de tekst betreft. Helaas, kleinzoon vond het wat saai en aangezien ik nogal worstelde met de Oostelijke staten en ministaatjes van Amerika (ik kreeg ze met geen mogelijkheid in de juiste vorm uit mijn potlood) besloot ik op een later tijdstip nog eens uitgebreid te luisteren.

Na de logeerpartij kreeg ik weer de ruimte om dat te doen. Het lied was blijven haken en had een snaar geraakt. Ik praat namelijk vaak met mensen die in hun leven een kloof ervaren tussen wat er is in hun leven en wat er volgens hen had kunnen of moeten zijn gezien inspanningen, talenten, leeftijd en verwachtingen. Ik praat daar niet alleen over met anderen, ik ervaar die kloof bij tijden ook zelf. De onvolmaaktheid der dingen, zal ik het maar noemen. Extra pijnlijk in onze overspannen succescultuur. Ambitieus zijn, hard werken, ervoor gaan, in je kracht staan, nou ja, de bekende taal met de daaraan verbonden visuele glorie-expressie van Facebook en Instagram. Ik schuif het niet helemaal van tafel als onwaar en slecht, hoor, ik post zelf ook leuke dingen. En je inspannen om iets te bereiken is ook normaal.
Toch blijft voor mijn gevoel een hele dimensie van het menselijk bestaan vaak onbenoemd en onderkend. Namelijk die van het lijden. Het verdriet. De zwakte. De tegenslag. De teleurstelling. Wanneer de dingen je bij de handen afbreken. Wanneer het succes uitblijft. Wanneer er ziekte komt. Als de dood toeslaat.

Daar gaat het lied gaat over. Eerst maar de tekst:

Normally I’d suggest,
To suffer the consequences
And reach for the stars

With patience
and relentless persistence

But already I confess

That in my experience
The only thing I can recommend
Is a lesson in helplessness,


To give it up
To see the end
To give your heart

to break not bend
To say a prayer

To walk alone
To reach the end
To give your heart

To break not bend
To say a prayer

Na het lied volgt een tekst (met toestemming gebruikt) gesproken door Ramon Gieling naar aanleiding van zijn film Erbarme Dich. Een uitvoering van de Mattheus Passion waar dak- en thuislozen met hun verhalen aan meewerken. Een aangrijpende documentaire. Gieling spreekt over verdriet:

Sadness is a place in your life that is always there but you don’t enter, until something takes you to a place where you have to surrender. You have to give up, you have to say I don’t know the answer…this is too much for me. And that place of surrender means you have to give up the illusion that you are in control. You have to recognize That your life is being directed not by you and you are not the author of the script. And after surrender, after going to the lowest place there is a radical opening and life is organized in such a way that eventually it stops you in your tracks and the ache and the unconsolable place of melancholy sends you seeking for something deeper…

Terwijl ik dit schrijf voel ik al een druk om te zeggen dat het allemaal wel erg somber aan het worden is. Om vooral weer over te schakelen naar hoe goed en fijn en mooi alles is. Want verdriet ervaren, dat is oké, maar tonen, dat ligt toch wel lastig in onze cultuur. Zij/hij was zo flink, is het hoogste compliment dat we kunnen bedenken wanneer iemand zijn tranen inslikt bij een begrafenis. We voelen ons ongemakkelijk wanneer iemand ongelukkig is. Dat willen we oplossen. De Belgische psychiater Dirk de Wachter zegt: het is niet normaal hoe graag wij alleen gelukkig willen zijn. Succes willen hebben. Willen scoren.

Wat ik boeiend vind is dat deze psychiater, die met zijn boodschap van matiging in verwachtingen volle zalen trekt, eigenlijk de boodschap van de bijbel brengt. Er is geen boek zo nuchter en realistisch over het vluchtige menselijk geluksgevoel dan de bijbel. En de ruimte die de bijbel biedt voor ‘negatieve’ emoties is onbeperkt. Wie regelmatig de psalmen leest leert vanzelf verwachtingen van ‘aardse’ dingen te temperen en niet alle hoop op mensen te stellen. Beiden, allerlei ‘aardse’ zaken als werk, bezittingen, muziek en de menselijke dingen als relaties, zijn een geschenk en om van te houden en genieten. Tegelijk is de boodschap helder, als je daar alles van gaat verwachten gaat het je nog eens vies tegenvallen.

De Wachter en Gieling zeggen eigenlijk allebei dat je ongelukkig voelen de weg kan vrijmaken naar een diepere ervaring in je leven. Verlies opent de mogelijkheid iets nieuws te ontvangen. Het dwingt iemand om verder te zoeken naar wat dan een blijvender vreugde kan geven.

We zien De Wachter in een kerk in Antwerpen. We horen prachtige koormuziek van Bach. Hij wijst op de stilte, de vertraging in de tijd in een dergelijke omgeving. De rituelen die je weer bepalen bij het tijdelijke van ons leven.
‘Laten we leren om weer wat ongelukkig te zijn’, zegt hij.
Laten we het verdragen dat anderen om ons heen soms ongelukkig zijn. Nabijheid krijgt pas betekenis wanneer we elkaar nodig hebben, niet als we constant zogenaamd onze successen vieren. En dan is er het wonder dat we vreugde ervaren omdat we er voor elkaar zijn. En een gebed kunnen uitspreken.

To say a prayer.

Grote jongens huilen niet?

Man-Made
Ik zag gisteren een gedeelte van de documentaire die Sunny Bergman maakte over mannelijkheid, Man Made Wat is dat eigenlijk en hoe beïnvloeden maatschappij en cultuur de perceptie die we hebben van wat mannelijk en vrouwelijk is? Mannen zijn sterk, ondernemend, huilen niet enzovoort. Wat clichématige karaktertrekken waarvan ik dacht dat die niet meer zo golden, maar die toch nog steeds door veel mannen worden genoemd als typisch mannelijk. Sunny laat ook zien dat veel mannen in verwarring zijn over wat er nu eigenlijk van ze verwacht wordt. Ze moeten gevoeliger zijn, meer over emoties praten, maar ook beschermen en leiderschap vertonen. Sommige mannen hebben daar geen moeite mee, anderen verlangen terug naar de oude rolverdeling.

Nature-Nurture
Ik heb de documentaire niet helemaal uitgekeken omdat er nogal veel herhaling in zat en weinig zelf-kritisch was. De boodschap was duidelijk, verschillen zijn ‘man-made’, komen voort uit wat de maatschappij verwacht van meisjes en jongens. Dat is een discussie die allang gevoerd wordt en er zijn onderzoeken die duidelijke verschillen aantonen in de hersenen van man en vrouw en ook onderzoeken die meer de overeenkomsten benadrukken. De bekende nature/nurture (genen/omgeving) discussie.
Mijn eigen bescheiden ervaring met drie dochters en een zoon was dat nature wel degelijk een rol speelt. Hoewel zoonlief met plezier met zijn zussen en de Barbies speelde (ja, sorry…) was hij toch de enige die auto’s en treinen ging tekenen op zeer jonge leeftijd. En hij was degene die de Barbie in een voertuig zette om op reis te gaan. Geen wetenschappelijk verantwoord onderzoek, dat geef ik onmiddellijk toe, maar het viel wel op. Ik moet er ook nog bij vertellen dat we nogal geïsoleerd leefden in Azië. Niet de invloed van TV en school dus.

Jezus huilt wel
Maar wat bij mij vooral naar bovenkwam tijdens het kijken naar de documentaire was dat je in de bijbel (die ik graag lees) zo’n enorm scala aan emoties tegenkomt, bij zowel mannen als vrouwen. Jezus die huilt als Hij de stad Jeruzalem intrekt waar Hij uiteindelijk gedood zal worden. Hij huilt in het openbaar, zonder enige schaamte. Het staat ook zo nadrukkelijk vermeld dat je er niet overheen kunt lezen. Lukas 19:41, Jezus was nu dichtbij Jeruzalem en toen Hij de stad zag begon Hij te huilen. En later als hij bij het graf van zijn vriend Lazarus staat: Johannes 11:35, Bij het graf begon Jezus te huilen. En zijn vrienden denken niet, wat een mietje, maar zeggen moet je eens kijken hoeveel Hij van Lazarus hield!

James Tissot 1836-1902 Brooklyn Museum via

Ik lees op dit moment het evangelie van Markus. Het verslag van Jezus leven op aarde, geschreven door een van Zijn volgelingen. Wat me opvalt is met name de tederheid waarmee Hij zieke mensen aanraakt om ze te genezen. Hij had dat niet hoeven doen. Er zijn voorbeelden waar hij alleen spreekt om iemand te genezen. Maar Markus schildert een portret van een zeer nabije Jezus die heel persoonlijk de mens benadert, hem aanraakt en geneest.

De mens zoals bedoeld
Tranen, tederheid, zachte omgang met mensen (m/v), boosheid en confrontatie vanwege schijnheiligheid, woede vanwege onterecht winstbejag in de tempel, ongeduld met voortdurend ongeloof en onbegrip. Als Jezus de mens is zoals God ons oorspronkelijk bedoelde, kent Hij alle emoties die menselijk zijn. Mannelijk en vrouwelijk. Geen noodzaak dus voor mannen om hun tranen te verbergen en voor vrouwen om alleen maar lief te zijn. Hoe moeilijk dat ook kan zijn in allerlei (vooral Noord-Europese) culturen.
Grote jongens mogen huilen en grote meisjes hoeven niet altijd lief te zijn. Dat leer ik van Jezus.

Waarom Post.nl het zo niet gaat redden…

Wie een AOW-gat wil vullen moet creatief zijn.
Kom, dacht echtgenoot, na het zien van de wervingsadvertenties van Post.nl voor bezorgers, dat ga ik doen! Een paar uurtjes per dag lekker in de buitenlucht post bezorgen. Goed voor de gezondheid, geen stress, geen verantwoordelijkheid, eitje. Hij is optimistisch ingesteld.

 

 

 

 

 

Na een paar dagen ingewerkt te zijn (meelopen met een route hier en daar door onze woonplaats) begon het eigenlijke werk. Zelfstandig de brieven rondbrengen. Om kwart voor elf zag ik hem opgewekt gaan, richting depot. Ik riep nog: Sterkte! Ik ben van nature namelijk minder optimistisch ingesteld dan mijn echtgenoot. Ik zag allemaal leeuwen en beren in de vorm van verdwalen, verkeerd bezorgde post, stortbuien en lekke banden.

Vooral dat laatste, de staat van zijn fiets, was precair. Op die fiets moeten bezorgers vijftig kilo kunnen dragen. En moet diezelfde fiets op een standaard kunnen leunen die bestand is tegen dat gewicht. Deze fiets had die niet. Kleine handicap al.

Bij het depot moet de post worden opgehaald. Die is er nog niet dan, nee, daar wacht je op samen met de verzamelde bezorgers. Een klein sociaal moment in de dag je gegund door Post.nl. Na twintig minuten of soms langer komt de post. In grote pakketten. Iedereen sjouwt die pakketten naar hun fiets. Stevige jonge en oudere mannen en minder stevige vrouwen. Men vertrekt naar het startpunt van de route. Parkeert de fiets. Dan pas gaat de betaalde werktijd in. Tussendoor fiets je nogmaals naar het depot om spul van je volgende route op te halen. De stopwatch gaat weer even op nul. 

Mijn echtgenoot kwam de eerste dag niet voor half vijf thuis. De tweede dag om vijf uur. Drie routes moest hij lopen. De stakker. De derde dag riep hij: dit is gewoon slavenarbeid! Ik werk voor een habbekrats (9,65 euro). Ik moet voor mijn eigen vervoer zorgen en bijna de helft van de tijd wordt ik niet uitbetaald en rij ik voor mijn lol.

Vanmorgen is hij ermee gestopt. Dat kon gelukkig in de eerste maand.
Post.nl heeft een ernstig tekort aan bezorgers. Ik snap nu wel waarom!
Suggesties van een leek:
1. Zorg als bedrijf voor goeie transportfietsen en het onderhoud ervan!
2. Laat de betaalklok lopen vanaf het moment dat je bezorgers arriveren bij het depot om 11 uur en pas ophouden als alle post bezorgd is.
3. Geef een meer realistische tijdsinschatting voor de duur van de route zodat je niet op een draf door de straten hoeft. Tijd hebt voor een lunchbreak en een plaspauze.
4. En laat dat uurloon wat aantrekkelijker worden! Dit werk wordt onderbetaald!

Misschien dat je mensen dan zo gek krijgt om door weer en wind onze post te bezorgen!

Luchtgaatjes en koeler weer

Dat was best een zware blog, de laatste. Toch ben ik blij gedeeld te hebben hoe een depressie aanvoelt (lees hier de blog). Het heeft mij zelf vaak geholpen te lezen dat er anderen zijn behalve ik, die zich zo voelen en het maakt letterlijk de last wat minder zwaar. Gedeelde smart en zo. Depressie beleven als een donker geheim, terwijl je uiterlijk ‘vrolijk’ doorgaat met je leven, is gevaarlijk. We kennen (of  hebben erover gehoord) allemaal de mensen om ons heen die opeens een einde aan hun leven maken en over wie dan gezegd wordt dat niemand ook maar een vermoeden had dat diegene het zo zwaar had. Dat moeten we met zijn allen proberen te voorkomen. Doel: mensen met psychische aandoeningen oproepen om te vertellen over de moeite en de pijn die die kwalen met zich meebrengen. Zoals lichamelijke afwijkingen dat ook doen. Niet aan jan en alleman natuurlijk. Maar in je eigen kring. Zodat je steun kunt krijgen. En dat helpt. 

Iedereen die reageerde naar aanleiding van de blog: Bedankt! Het is echt fijn om kaartjes of appjes te krijgen met bemoedigende woorden. Dank dat je er de tijd voor nam.

In mijn glazen wand zitten weer luchtgaatjes. Ik ruik soms weer de heerlijke geuren van het normale leven. Ik ben er nog niet, maar er is vooruitgang. Medicijnen doen hun werk, rust helpt, wandelen en fietsen ook en zo is iedere dag weer een beetje beter. Ik ga vrijwilligerswerk doen voor Vluchtelingenwerk. Een aantal uren assisteren in een taalklas in Utrecht voor beginners. Dat werk heeft mijn hart. Via Vluchtelingenwerk kan ik ook een aantal trainingen doen. Ik heb er nu weer de energie voor en ik weet dat ik er veel voldoening aan ontleen. Goed voor de stemming dus.

Blij ben ik ook dat de hitte voorbij is. Dat is echt een aanslag op mijn welzijn. Boven de 25 gr. ben ik in feite al aan het wegsmelten. Wonderlijk hoe je ondanks alles dan toch went aan hoge temperaturen. Aan slapen met een ventilator aan. Aan hele dagen de gordijnen en deuren dicht. De eerste dag onder de 27 was het kil…

Ook de tuin geniet van het koelere weer. Alles trekt bij, begint opnieuw te bloeien en de druiven! Nog nooit hebben we zo’n oogst gehad en nog nooit waren ze zo zoet. De eerste jam-maak-sessie is achter de rug en er zijn er nog wel een paar te gaan. Dat is echt ‘genade’. Niets doen en na een aantal maanden kilo’s en kilo’s donkerpaarse, overzoete druiven plukken! Alle eer voor de smaak van de druiven aan de Schepper!