ziekenhuis of dormicon?

Even een snelle update over de gezondheidssituatie van mijn moeder. Maandagochtend landden we op Schiphol, om 8 uur ’s ochtends, na een snelle vlucht uit Boston. Wind mee. dus binnen 6 uur in Nederland!

Niet lang nadat we thuis gekomen waren belde Ed, mijn broer. Hij was gebeld door de verpleeghuisarts over mijn moeder, haar gezondheid was de laatste weken sterk verslechterd. Ze was ernstig uitgedroogd vanwege veel te hoge suikers (boven de 20) en het leek erop dat ze het niet meer ging trekken. Ze was verward, at slecht, dronk te weinig etc. Wat wilde de familie. Een opname leek onvermijdelijk om haar insuline weer goed in te stellen en verder had ze andere symptomen die op Parkinson leken. Ook dat zou onderzocht moeten worden. Wilden wij nog een ziekenhuisopname? Zo niet, dan moesten we er mee rekenen dat moeders niet langer dan twee weken te leven had. De arts stelde voor om in het laatste geval te starten met Dormicon, een sedatiemiddel. Niet een bespoediging van het einde, maar een manier om haar in een soort slaaptoestand te brengen, zodat ze niet bewust zou lijden.
Bàm, ik ben met een klap weer terug in de werkelijkheid van alledag, die minder zonnig is dan de tien vrolijke dagen in de VS.

Wat te doen. Eerst maar overleggen als familie. Ziekenhuis was al direct voor ons alle vier geen optie. Al het spuiten en prikken en porren wilden we moeders niet meer aandoen. Een fragiel mens van 89 jaar, met adertjes zo dun als zijden draadjes,  overgevoelige spieren en botten, die willen we niet meer onderwerpen aan naalden en infusen en wat dies meer zij. Als het lichaam niet meer wil, dan mag ze gaan voor ons.

Maar gelijk aan de Dormicon? Dat was wel weer erg drastisch! Wat was er eigenlijk aan de hand? Heeft ze niet weer gewoon een blaasontsteking, opperde een van ons. De chronische kwaal die haar in toenemende mate ernstig ziek maakt. Zo zelfs dat omstanders denken dat ze stervende is en alle levenslust kwijt is. Dat í­s ook zo, maar een antibiotica kuur doet letterlijk wonderen. Na twee dagen eet en drinkt ze weer  en is de doodsblik in haar ogen verdwenen.

Dit brachten we in het gesprek met de arts vervolgens naar voren. Die was niet overtuigd. In zijn blik schemerde door dat hij meende te maken te hebben met kinderen van een hoogbejaarde vrouw die hun moeder niet los willen laten. Anti-biotica had geen zin, want ze kon niet meer slikken, dan moesten ze spuiten dat was pijnlijk, dat wilden we haar niet aandoen enz. enz. Ook de uitdroging konden we daar niet mee bestrijden. Echt, leek hij te zeggen, als medicus ben ik van oordeel het is óf opname, óf sterven. Ziekenhuiskwelling of de zachte omhelzing van de Dormicon.

Alle drie hadden we er geen goed gevoel bij. Vrijwel alle symptomen, die ook door de verzorgster van mijn moeder werden genoemd ter ondersteuning van de diagnose van de arts, herkenden wij als symptomen van een blaasontsteking. Maar ja, wie is hier de medicus??

Toch besloten om de uiteindelijke beslissing uit te stellen tot de volgende dag. Dat was de uiterlijke termijn, anders zou, aldus de arts, ook een opname weinig zin meer hebben.

Die nacht heb ik slecht geslapen en niet alleen vanwege de jetlag. Wat was juist? Als familie voelden we er sterk voor om toch de antibioticakuur te proberen. Maar zou Ma dan meer lijden? Zou de Dormicon niet beter zijn? Ze had al zoveel verdriet daar in dat huis, was al zo somber. Haar enige afleiding was eigenlijk het eten wat ze met smaak deed en nu was dat er ook niet meer. Moesten we haar dan toch nog kwellen met zo’n kuurtje? Ik heb wat afgewoeld en gebeden! Uiteindelijk heb ik het in mijn gebed zo verwoord: Wilt U alstublieft die beslissing ons uit handen nemen, Heer. Een moeder moet, als het zover is, ‘gewoon’ ziek worden en overlijden. Ik wil daar geen beslissingen in hoeven nemen…

De volgende dag weer naar Schiedam. Hoe zou ik haar aantreffen?? Wie schetst mijn verbazing wanneer ik haar op haar eigen plek, aan het hoofd van de tafel (wel in een rolstoel nu) aantref. Haar haar vers gepermanent, netjes in de kleren, schort voor, in afwachting van de maaltijd. Ze eet haar bord leeg, drinkt een beker met karnemelk.  Pilletje met water gaat ook naar binnen.  Over welke vrouw had die arts het gisteren eigenlijk?? Mijn moeder?

Ik geef onze beslissing door aan de verzorging om toch een anti-biotica kuur te starten. Ik krijg de mededeling dat de arts me zo nog spreken wil.
Als ik hem zie zit hij met een enigzins ongelovig gezicht naar een papier met bloeduitslagen te kijken. Tja, het is een raadsel maar moeder is niet zo uitgedroogd als hij dacht. En ja, er is een infectie,  wellicht (!) een blaasontsteking….En de gemiddelde suikerwaarden vallen in feite mee…Hij kon zich niet voorstellen dat Ma dezelfde vrouw was vandaag als de vrouw die hij 2 dagen daarvoor had gezien.

Mijn eerste gedachte was: God heeft de beslissing  ons uit handen genomen.  Mijn ABC  mag stoppen bij simpele letters als de A en B van antibiotica en blaasontsteking. Ik hoef de D van dormicon en dood nog niet te oefenen!

Mijn tweede gedachte was, heeft die man niet al te snel alarm geslagen? Werkt hij soms automatisch een scenario af, wat hij ongetwijfeld iedere dag moet doen met hoogbejaarde demente ouderen?  Heeft hij te snel conclusies getrokken op grond van  observatie zonder te wachten op uitslagen van bloed?
Maar, secundair als ik ben en confrontatie-mijdend, dacht ik die laatste gedachtes pas op de terugweg in de auto…

Hoe het verder loopt is afwachten. Mijn moeders lichaam is broos en versleten. De suikers zijn nog te hoog en wie weet wat er nog meer allemaal mis is.

Iets anders wat ik in de nacht van dinsdag op woensdag gedaan heb is psalm 84 gelezen, mijn moeders favoriete psalm die ze op haar begrafenis gezongen wil hebben.  In de oude berijming: Want God de Heer zo goed en mild, is ’t allen tijd een Zon en Schild, Hij zal genade en eer bewijzen. Hij zal ons ’t goede niet in nood onthouden, zelfs niet in de dood.

In dat geloof heeft ze altijd geleefd en zo zal ze ook mogen sterven. Op Gods tijd, gelukkig!

Dierendag in Amsterdam

Wij zijn dus op dierendag getrouwd. Geen goed idee want al die jaren hoor ik dezelfde reactie als ik zeg dat 4 oktober onze trouwdag is. Oh, dat is dierendag! Nee! Dat is onze trouwdag.

We hebben vanmiddag heerlijk in de zon door Amsterdam gelopen. De dag begon als 32 jaar geleden, druilerig en grijs. We zouden naar een museum. Maar het klaarde op en toen hebben we in de buurt van het Rijksmuseum rondgedwaald. Eerst even de PC Hooftstraat ‘gedaan’, maar daar wilde ik snel weg. Kim had namelijk net voor deze gelegenheid, bij gebrek aan beter, een oud, veel te groot regenjack aan gedaan. Nog uit de tijd van de oversized-mode! Na 32 jaar kan ik wel tegen een stootje, hoor, maar dat jack en dan de PC Hooftstraat was nét iets teveel gevraagd…

Goed, we zijn naar de grachten gelopen en daar hebben we heerlijk geneusd in wat galerietjes. Bijna bij Smelik en Stokking een bronzen beeldje gekocht via de kunstkoopregeling (in termijnen betalen betekent dat, haha) maar twijfelden nog wat. Carla Wiersma heet de kunstenares. Het beeldje is van een “paar”, licht naar elkaar toegebogen, in elkaar passend. Een beeld met mooie lijnen en iets zachts en kalms. We vonden het wel een mooie symbool voor ons huwelijk na 32 jaar. We hebben het goed met elkaar, er is rust na (ook) vele zware jaren. En God is betrouwbaar gebleken: onze liefde is dieper dan ooit.

In dezelfde ruimte hing ook een expositie van ene Michael Brady. Hele lichte kleurige schilderijen van allerlei straatscenes in New York. Het licht deed ons aan Hopper denken, alleen niet zo onheilspellend. Integendeel dit waren ronduit vrolijke schilderijen.

 

de jongste

Je zult het altijd blijven, de jongste thuis. En je oudere broers en zussen weten het altijd beter, tot aan m’n dood 🙂

In m’n blog over klussen maak ik de fout: Zoon Lukas heeft onze flat overgekocht.
Wie stuurt me een mailtje, prompt de volgende dag? Grote Zus Thea: het is gekocht of overgenomen.

Goed grote zus: Lukas heeft onze flat overgenomen. En om ieder misverstand te voorkomen: hij heeft er wel voor betaald. Gekocht dus.

Rechtgezet met dank aan een attente familie.

er zit een olifant op m’n borst

Wie kent dat gevoel? Als ik (te druk) geweest ben kan ik soms dagenlang rondlopen met het gevoel dat er iets zwaars op m’n borstkas ligt, zeg maar een redelijke maat olifant..Ik heb dan de neiging veel te zuchten om lucht te krijgen.  tegelijk moet ik ook veel gapen, en ik voel me moe.  Maar ook een beetje rusteloos.  Kortom geen lekker 2e pinksterdag gevoel..

Na een fietstocht en een broodje op het strand gaat het weer wat beter. De olifant houdt niet van wind en uitwaaien, ha ha.

De zon heeft zich even laten zien, gelukkig net toen wij in een broodje hapten bij Down Under, onze favoriete strandtent bij het Zwarte Pad in Scheveningen.  Nu is het weer grauw en zelfs koud. Zucht. Wanneer gaat de zomer nu eens beginnen?

Verkiezingen betekenen ook: verhuizen

Daar had niemand me voor gewaarschuwd: Na de gemeenteraadsverkiezingen is op mijn werk onze hele gang een chaos!! Het CDA is zetels kwijt en moet naar een kleinere kamer, de SP krijgt een grotere, drie eenmansfracties gaan samen in de kamer van de CDA, met tussenschotten. Wij hebben de pech naast de PvdA te zitten die met 5 zetels winst ware expansiedrift vertoont: onze kamer wordt door hen geconfisceerd! Wandje ertussen uit en wij druipen af naar een hoekje-met-wandje van wat eerst hun kamer was.

Tijd dus om te ruimen, te sorteren en te pakken. Wat is het toch deze week? Het grote thema is verhuizen. Ook volgende week blijft in het teken staan van verkassen. 29 maart op m’n werk en 31 maart de finale bij moeders vorige flat.

Ondertussen staat mijn huis vol met alles wat ik nog niet kwijt wil. Ook hier moet ik maar eens flink gaan opschonen straks!

Met moeders gaat het redelijk goed. Ze lijkt te aarden. Het feit dat ze in oude omgeving zit maakt het erg vertrouwd voor haar. De oude foto’s aan de muren in de gangen van de afdeling herkent ze feilloos. Vanmiddag in de huiskamer was ze in geanimeerd gesprek met een medebewoonster over straten en winkels van vroeger. In Dordt stond ze buiten die gesprekken, nu kan ze gewoon meedoen.

Roots in Schiedam

Schiedam. Tien jaar heb ik er maar gewoond. In de 5e klas van de lagere school verhuisden we naar Rheden (Gld). Ik heb daar langer gewoond, meer meegemaakt. En toch.

Ik heb onuitwisbare herinneringen aan Schiedam. Sommigen niet eens scherp omlijnd, maar wel heftig. Een sfeer, een geur, een stemming. De blauwe, glanzende steentjes in de Liduinastraat, waar we doorheen liepen naar de kerk. Het moment dat ik m’n moeder vroeg, op weg naar de kerk, hoe duur haar jurk wel niet was…Ik zie haar gezicht, haar wenkbrauwen gefronst, alsof ze zich wat schuldig voelde of overvallen door zo’n directe vraag. Ik hoor haar stem, geheimzinnig, het voor mij als kind onvoorstelbaar hoge bedrag fluisteren: f 100,-! Ik zie de jurk, lavendel blauw, ik voel de rulle linnenachtige stof. De zon schijnt en ik loop er weer: Liduinastraat uit, de Nieuwe Haven op, het bruggetje over, rechtsaf richting de kerk. Er lopen andere kerkgangers, mijn vader (met hoed) en moeder groeten links en rechts. Ik hou stevig de hand van m’n moeder vast en voel me trots omdat ze er zo mooi uitziet. Ik moet een jaar of zes geweest zijn.

Opvallend dat ik ‘mooi’ verbindt met ‘hoe duur’. Dat past wel bij hoe ik opgroeide. We hadden het goed, maar mijn vader moest daar wel z’n best voor doen en zuinig zijn. Voor z’n werk had mijn vader een auto, (Ford Taunus?) wat in die dagen nog een zekere status meebracht. Dat mijn vader die auto niet zelf betaalde kon je niet aan z’n neus zien, dus werden we behandeld alsof we ‘rijk’ waren. Mijn ouders hielden ook van ‘mooi’. Ik ben geboren in de vijftiger jaren en ik denk dat wij als kinderen er, zeker voor die tijd, altijd goed gekleed bijliepen. Weinig afdankertjes, geloof ik.

Een andere herinnering: tweemaal per jaar, voorjaar en najaar naar Den Haag, naar een modehuis om kleren te kopen. In Den Haag kon mijn vader op rekening kopen en in termijnen betalen. Was het Gerzon? Laatst zag ik in de binnenstad het pand met in de gevel de naam Gerzon. Er zit allang een andere winkel.

Ik was een hypergevoelig kind en veel van mijn herinneringen zijn eigenlijk meer herbeleving van stemmingen, gevoelens. Ik kan er niet altijd een verhaal bij vertellen. Ik zie wel beelden. De glimmend-zwarte kolenkachel in de achterkamer, in de Graaf Florisstraat. Die kachel was zwart, maar het is er in die kamer ook heel donker. Lag die op het noorden? Was ik er ongelukkig? De voorkamer is licht. Daar stond ook m’n bed toen ik Pfeiffer had. Zeven weken in bed op m’n achtste. Ik heb er heerlijke herinneringen aan. Veilig, geborgen, samen met m’n moeder. Eindeloos veel lezen (Goud-Elsje, en nog zo’n serie waarvan ik de naam nu vergeten ben, Joop ter Heul, de Olijke Tweeling, Kameleon-of was dat pas later?). Spijt als de achterdeur openging en de broers en zussen uit school kwamen. Dan was de stilte en het ongestoorde samenzijn voorbij en klonken er weer harde (ruzie)stemmen. Logisch met vijf opgroeiende kids, maar mijn tere kinderziel kon er slecht tegen.

Dat Pfeiffer-ziekbed werd minder plezierig toen een buurvrouw mijn moeder zachtjes meedeelde dat ze een nichtje had die eraan overleden was…Vanaf dat moment keek ik de dood in de ogen. Mijn bed stond aan het raam naar de straat en iedere bejaarde die langs liep werd een schrikbeeld voor me. Ik rende m’n bed uit om ze maar niet te zien.

Ik ben, ondanks het pessimisme van de buurvrouw, weer beter geworden. Maar ben wel lang bang voor de dood gebleven. Pas bij het ouder worden en door de groei van mijn geloof in Jezus Christus, van Wie ik geloof dat Hij de dood heeft overwonnen, is die angst verminderd.

Mijmeringen op de avond van de dag dat ik in het verpleeghuis in Schiedam de contracten heb ondertekend voor mijn moeders opname daar. Het verpleeghuis staat op de hoek van de Liduinastraat. Voor ik wegrij met de auto kijk ik even naar het bruggetje dat ik in de jaren 50 en 60 wekelijks overstak. De cirkel is nu bijna rond. Wie weet loop ik er straks nog een keer, terwijl mijn moeder mijn hand stevig vasthoudt. Ondanks de jaren die er verstreken zijn: ik ben nog steeds trots op haar.

Mijn eerste 40 doelgerichte dagen bijeenkomst

Afgelopen woensdag de eerste bespreking gehad van Doelgerichte Dagen in de woensdagochtend groep van mijn kerk. Met enige reserves was ik begonnen het boek te lezen (auteur: Rick Warren). Maar de eerste 11 dagen zijn me goed bevallen eigenlijk. Ik probeer welwillend te lezen, dat wel. Niet op alle ‘kort door de bocht’ slakken zout leggen, geen ‘zwart-wit’ spijkers op laag water zoeken. Dan is er veel te leren en veel uitdaging te vinden. (Zie voor meer over 40 dd mijn log van 27 feb.)

De bespreking in onze groep was goed. Persoonlijk, met openheid over eigen frustraties en zwarte periodes. Voor twee mensen in de groep had het boek een enorme impact gehad en een ommekeer teweeg gebracht. Het boek is direct en windt er geen doekjes om: waar ben je mee bezig in je leven? Het gaat niet in de 1e plaats om jou en jouw geluk, maar om God, om Zijn eer en tot Zijn lof ben je geschapen. Je komt alleen tot je recht in een relatie met Hem.

Dat is de invalshoek van het hele boek. Ga voor God, dat is je doel. Hij gaat voor jou, kijk maar naar Jezus.

Anders dan veel literatuur uit onze kring is het boek niet erg genuanceerd. Af en toe klapperen je oren en gaan je haren overeind staan. Maar was dat niet de uitwerking van alles wat Jezus zei in Zijn tijd? Mensen werden wakker geschud, boos, geprikkeld enz. Soms is een boek als dit zo nodig om het gesprek onderling en in jezelf weer op gang te krijgen. Je kunt het ‘Amerikaans’ noemen maar leve de VS dan maar!

Wat heb ik zin in de lente!

Over het weer mag ik niet klagen. Hier in mijn woonplaats Scheveningen schijnt over het algemeen de zon vaker dan in andere delen van Nederland. Blauwe luchten met stapelwolken boven de zee zijn in elk seizoen prachtig. Maar ik heb zo’n zin in warm weer. In bloemen in de tuin. In buiten zitten. In lekker even zwemmen en dan in de tuin een wijntje. In het ontspannen gevoel dat de warme zon op mijn huid me geeft. De wind is nog zo guur en koud als ik naar m’n werk fiets, ik ben het zat!

Gisteren in de kerk de startdienst van de Veertig Doelgerichte Dagen gehad. We begonnen met ontbijt, wat een groot succes bleek. Een heel warm begin van het samenzijn als gemeente. Ook voor de kinderen heel leuk!  Vijf zondagen zullen er themadiensten zijn, vijf weken komen mensen in groepen samen om het beroemde boek van Rick Warren te bespreken. Er is door de kerkenraad een soort klapper samengesteld met gereformeerde verdieping, wat geen slecht idee is, want Warren is bij tijden erg kort door de bocht. Wel nodig soms om gericht aan de gang te gaan met de vraag: Wie is God voor mij en voor mijn gemeente? Maar af en toe enige nuance kan geen kwaad. Ik heb het deel voor dag 1 gelezen en vond het stimulerend. Ook confronterend: het gaat niet om jou, maar om God. Ik pas in God’s kosmische plan. God past niet in mijn plannen. Dat zet de dingen weer in de juiste proporties.

Dit zijn wel wat aardige links:
http://www.vergadering.nu/leesmap20051126nd-warren.htm
http://www.saddlebackchurch.com/flash/default.htm

Werkelijkheid en ideaal

Na 31 jaar toch nog onenigheid: waarom ziet hij mijn manier van aandacht zoeken niet? Ik wil contact met degene van wie ik hou, éven als vanouds, éven zoals het was, maar zijn (en mijn) schema zit er atijd tussen. En in zijn (en mijn) drukke bestaan wordt vrije tijd ook heilig: even schaatsen kijken, even het nieuws, even, vóór het slapen gaan, lezen. Ik begrijp het, maar heb soms zo’n behoefte aan spontaniteit, aan passie die het lezen en tv kijken te boven gaat, die niet gepland, geagendeerd en afgesproken is: morgen tussen 2 en 4 maken we tijd voor elkaar…

Dan lokt het verre en het landelijke. De boerderij in de VS of op het platteland in Nederland. De open haard die brandt, de honden die zich uitrekken en vredig bij het vuur gaan slapen, de verre roep van een dier in de nacht en wij, wij zien de avond voor ons uitstrekken. Muziek op de achtergrond, de luie stoelen naast elkaar, nog even de laatste ronde en dan is de avond er om samen door te brengen. Om te schrijven, om te luisteren, om lief te hebben.

Het heeft iets van de nieuwe aarde: vervuld, voldaan, verzadigd. Maar elkaar kunnen we dat onmogelijk blijvend geven, dat is een droom. Iemand Anders zal de volheid geven en wat nu soms nog zo pijnlijk leeg blijft vullen met wat Hij in overvloed heeft.