Hoeden, dozen en verdriet

In Nederland gaan we na de begrafenis van een geliefde weer naar huis. Na de koffie en de cake en wat napraten. De achtergelaten bezittingen van de geliefde worden te zijner tijd verdeeld, wanneer we er aan toe zijn. Bij Blanca’s spullen liep het anders. Om verschillende redenen wilde mijn schoonvader dat haar kleding en sieraden nog dezelfde week zouden worden uitgezocht en opgeruimd. – Wanneer moet het anders, was zijn idee. – Nu zijn jullie er allemaal. De oudste dochter uit Californië, de jongste uit Summerville, de broers uit Nederland, Californië en New York, Massachussets;  kleinkinderen uit Nederland, Arkansas en New York.. Hoe vaak zouden we er weer allemaal samen zijn?

Zo begonnen we aan de zware, onwezenlijke klus. De kasten en laden openenen en alle kleding, hoeden, baretten en sieraden sorteren, uitzoeken en opruimen. Met het sterke gevoel iemands privé te schenden door rond te neuzen in haar spullen. Steeds weer drie stapels: weg – twijfel – behouden; waardevol – niet-waardevol,maar emotionele hechting – prullaria – Kringloop

Mijn schoonmoeder hield van sieraden. Dozijnen doosjes vol oorbellen, kettingen, ringen en broches. In iedere la, nog meer doosjes. Ze hield ook van kleding en van kleding bewaren. Ware vintage trokken we van de hangertjes. Dagenlang zijn we bezig geweest, onder leiding van gedecideerde oudste dochter Lark. Bergen vuilniszakken voor het Leger des Heils, stapels dierbare kleding voor de koffers van de negen vrouwen, spullen voor de zeven mannen en (slechts) een paar bijzondere voor Chris, haar man. Ging het allemaal zonder spanningen? Neen. De een is een doorpakker, hup, hup. De ander heeft tijd nodig, ‘ ‘laat nog even liggen’. Een eruptie hier, een stoomwolk daar, maar uiteindelijk was het klaar. Moeilijk, pijnlijk en onwezenlijk. Maar schoonvader was blij.

IMG_1628IMG_1621SAM_0590

Zondag na de begrafenis begon het bij mij te piepen en te schuren. Tot op dat moment was alles goed verlopen, terwijl ik geen grote groepen mens ben. Ik voelde me gedragen door gebeden. Ik draaide mee, luisterde, troostte, luisterde weer; lachte mee, herinnerde mee, zong mee; ruimde op, ruimde af, ruimde in, ruimde uit; zette eten klaar, waste af, praatte met die, omhelsde een ander. Maar mijn emoties zaten op slot. Ik had nog geen traan gelaten.

Die zondag kantelde er iets. Ik had slecht geslapen. We gingen naar de kerk (City Life Boston) en één van de liederen tijdens de dienst raakte me. Het eerste scheurtje in mijn survival-schil. Het bleef die dag wringen. Aan de laatste ronde van sieraden- en hoedenverdeling kon ik niet meedoen.IMAG1351 Ik ben gaan wandelen langs het water. De woontoren van mijn schoonouders staat aan de haven van Boston. Langs het water loopt een prachtig wandelpad van een paar kilometer. De dobberende boten, het geluid van krijsende meeuwen, de stapelwolken in de staalblauwe lucht, de zon, de gure wind, allemaal elementen die mij openen, rechtstreeks mijn ziel binnenkomen. Ik ben een watermens.

Ik dacht aan alle doosjes die door mijn handen waren gegaan. En ik realiseerde me dat  deze wandeling, dit alleen zijn met het water, me eindelijk bij het doosje bracht wat nog dicht zat, maar (knarsend en wel) open wilde. Ergens in een kamer van mijn ziel bewaar ik dat doosje met het verdriet om geliefden die al eerder stierven. Het verdriet om Blanca kon ik pas ervaren als dat deksel er af kwam.  Dat gaat meestal moeizaam, want de inhoud is  donker. Ik voelde echter aan mijn lijf dat het gebeuren moest.

Ik ben dus maar gaan zitten met het weidse uitzicht op het water en heb het ondergaan. Het verdriet om de geliefden die ik mis. Niet altijd bewust, maar wel op de achtergrond. Sommigen veel te jong gestorven. Het is uiteindelijk de pijn om de vergankelijkheid van het leven. De pijn omdat het altijd weer op sterven uitloopt. Op afscheid nemen en ‘afgesneden zijn’ (Vasalis). De schreeuw uit de diepte van psalm 130. Even geen uitzicht hebben op Pasen.

De zon verdween, ik kreeg het koud, het werd tijd om terug te gaan. En wat een weelde: thuis dochters om me te troosten! Mannen zijn kanjers, daar leun je op, maar soms stellen ze teveel vragen. Vrouwen, ‘mijn’ vrouwen vroegen niets. Twee paar armen om me heen. Even de tranen de vrije loop.

Toen was het weer goed. Het verdriet om Blanca had zich bij het andere verdriet gevoegd. Dat pijn doet. Maar ook zacht maakt en helpt om mee te voelen met anderen.

Een soort welriekend compost, zeg maar. Het maakt de grond van mijn bestaan vruchtbaar. Het is toch Pasen geworden.

Begraven en loslaten

800px-Kings_chapel_boston_2009hOp vrijdag 22 maart, een schitterende, zonnige, maar steenkoude dag hebben we  Blanca Batteau begraven. In haar eigen kerk, King’s Chapel in Boston, is de dienst gehouden, met een liturgie samengesteld in overleg met de familie en op basis van instructies die ze zelf had achtergelaten. Bovenaan de lijst: muziek van de kinderen! De dominee, een vrouw van Japanse origine, heeft een prachtig portret van Blanca geschetst. Hoe trouw ze iedere zondag in de (eeuwenoude) banken zat, gebracht en weer gehaald door haar geliefde Chris, die haar geloof niet deelde. Vele jaren diende ze als verwelkomer, tot ze vanwege haar leeftijd dit moest opgeven.

Kleinkinderen lazen psalm 23, echtgenoot hield een korte overdenking naar aanleiding van Philipenzen 4 en we hebben gezongen. Mooie gezangen. Tussendoor musiceerden de ‘kinderen’, (zoals een moeder haar nageslacht blijft noemen ook al zijn ze allemaal 55+). Liederen waarvan de tekst een diepere betekenis kreeg nu Blanca zelf niet meer, vol trots, mee kon neuriën. Ik bewonderde de broers en zussen. Zingen, jezelf begeleiden en niet in tranen uitbarsten. Dat was tot nu toe nog niet gelukt. Op het moment suprême ging het goed, iedereen zong de sterren van de hemel. Blanca zou gestraald hebben.

mt.auburn

Na de dienst reden we naar, Mt. Auburn Cemetery in Cambridge, de mooiste begraafplaats ter wereld, vogelreservaat en natuurgebied. De begrafenis was besloten dus kon er rond het graf nog eenmaal persoonlijk afscheid worden genomen van deze bijzondere vrouw. Ik memoreerde hoe verlegen en onhandig ik me voelde als jong meisje van twintig toen ik haar voor het eerst ontmoette en nog vele jaren daarna. Zij was petit, Spaans en exotisch. Ik was groot, blond en Nederlands en wist me met mijn figuur geen raad. In de loop van de vier decennia dat ik haar mocht kennen heeft ze me geïnspireerd om met flair te durven leven. Kim noemde het onverwoestbare vertrouwen in haar kinderen en hun talenten als zijn inspiratie, hoewel ze, voegde hij er bescheiden aan toe, ze diezelfde kinderen ook eindeloos idealiseerde. Maar haar positieve geloof in elk van hen was opmerkelijk.

En op die heldere, zonnige, koude dag zakte de kist met het lichaam van Blanca Delia Matos Batteau Fincham in de donkere aarde: Earth to earth, ashes to ashes, dust to dust; in sure and certain hope of the Resurrection to eternal life, through our Lord Jesus Christ.

Wachten en verdragen

Na het sterven van Blanca is er nu een tijd van regelen en wachten aangebroken. Sommige familieleden zijn terug gegaan naar hun eigen huis omdat ze in de buurt wonen, nou ja, voor Amerikaanse begrippen dan. Toch nog wel drie tot vier uur rijden. De anderen, die van de Westkust zijn gekomen en uit Arkansas, blijven tot de begrafenis. Die zal vrijdag 22 maart plaatsvinden. We slapen niet allemaal in hetzelfde huis maar zijn overdag wel veel samen. De sfeer verandert. Was alles voor het sterven gericht op Mom en cirkelden alle emoties om haar op handen zijnde sterven, nu beginnen de normale familiespanningen op te treden. De een vind dat de ander te veel regelt, de ander houdt zich heel lang goed, maar gaat dan plotseling weg, om af te koelen tijdens een wandeling. Men verzoent zich weer. Er gaan honderden verhalen rond, oude foto’s worden bekeken. Weet je nog…., kun je je herinneren dat..? Dat soort verhalen. Plotseling zijn er tranen, om een parfumgeur van Mom die opstijgt uit een kast, een sieraad, een gewoonte die we ons herinneren. ’s Avonds om half zes was borreltijd. Op een houten plank lagen de kaasjes, de toastjes, de druiven en dronk ze haar dagelijkse cocktail, bereidt door Chris die zelf geen alcohol dronk. Toen onze kinderen jong waren, een hemel op aarde want zij kregen coke en chips. Gisteren merkte ik dat ik het houten bord pakte en zocht naar wat er in huis was, puur om de traditie voort te zetten.

De laatste jaren zat ze steevast na het douchen ’s ochtends op haar hoekje van de bank. Eigenlijk was er geen kussen meer, eerder een deuk in het zitoppervlak. Het tapijt onder haar voeten leek meer op een ijsbaantje, zo glad was het geworden door haar schuifelvoetjes. Daar zat ze en vandaaruit regelde ze haar projecten, belde ze eindeloos met al haar kinderen, sommigen dagelijks: Denk je eraaan dat zo en zo jarig is morgen? Denk je aan je medicijnen..? Op de grote tafel stond permanent haar doos met verjaardagskaarten en daar schreef ze de kaarten aan haar uitgebreide familie. Altijd op tijd een kaart. En altijd op tijd de kerstcadeautjes bij ons in Nederland of Korea, zodat we ze met Sint konden geven.

Ze hield ook metersdikke scrapboeken bij van alle activiteiten van haar zelf, haar kinderen, haar kleinkinderen en haar neven en nichten. Alles werd geprint wat via de mail kwam, alle programmaboekjes, alle uitnodigingen, alle foto’s, alles ging in het scrapbook. Over haar vakanties schreef ze verslagen. Geen literair verslag, maar opsommingen. Waar waren ze geweest, wat hadden ze gezien en wat hadden ze gegeten. In haar onleesbaar handschrift. Vervolgens stuurde ze die naar haar kinderen…Die ze dan wel of niet lazen.

Maar haar emails van de laatste 5 jaar werden alsmaar interessanter. Leesbaarder, dank zij de pc, maar ook begon ze te schrijven over vroeger. Haar jeugd als kind van immigranten uit Puerto Rico met een strenge autoritaire vader. Hoe ze haar best moest doen te ontsnappen aan zijn aandacht door haar broertje, die overal mee naar toe moest als chaperon, in het complot te betrekken. Hoe ze opgroeide in het New York van de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw. Fascinerende lectuur.

Aan mijn eigen emoties kom ik nog niet zo toe. Deze familie heeft heftige emoties en neemt veel ruimte in door hun spraakzaamheid, muziek en ervaringen. Ik ben er wel aan gewend geraakt in de loop van bijna 40 jaar en kan er ook van genieten. Maar ik heb de eenzaamheid en stilte nodig om bij mezelf te komen. Die tijd komt wel. Het is nu nog even wachten en verdragen voor iedereen.

 

Flights of Angels

Op de avond van onze derde dag in het ziekenhuis komen de engelen Blanca halen.

De dag begint als de vorige. ’s Ochtends na het ontbijt rijden we naar Mass. General Hospital, zoals we dat nu bijna gewend zijn, nemen de lift naar verdieping 8 en begroeten Mom en wie er op dat moment is. Meestal blijft er iemand slapen in de kamer bij Mom zodat ze niet alleen zal zijn wanneer het moment van sterven komt. Dat zijn onrustige nachten. Het bed is prima, maar de geluiden van een ziekenhuis verstoren een ontspannen slaap. Mom slaapt zeer diep en snurkt en maakt zware geluiden bij het ademhalen, mede door de morfine. Verder ligt ze er rustig bij. Ze beweegt zich niet. De verzorgers verleggen haar om doorliggen te voorkomen.

17 maart is een prachtige dag, koud, maar helder en zonnig. Door de sterke wind voelt het ijzig aan buiten. Het is zondag, maar niets herinnert ons eraan. In het ziekenhuis zijn alle dagen gelijk. Alleen het restaurant sluit om 7 uur in plaats van om 9 uur ’s avonds. Een mini concessie aan de zondagsrust voor het personeel. ’s Middags gaan echtgenoot en ik naar de kerk en worden bijna vermorzeld door de menigte in de subway. Het is St. Patricksday, groen carnaval in Boston. Zo ver verwijderd van die ziekenhuiskamer in Mass. General.

Iemand liet een groot eetbaar boeket bezorgen in het ziekenhuis. In een grote bol boerenkool zitten plastic prikkers met daaraan allerlei soorten fruit. Fantastisch om van te snacken. Iemand anders heeft een enorme bak met ontbijt’koekjes’ neergezet bij de deur. Enorme plakken koek vol met gedroogd fruit, granen en banaan. Inderdaad genoeg voor een ontbijt! De kaarten, telefoontjes en bloemen stromen binnen. Vooral de telefoontjes worden Chris soms te veel. Iedereen bedoelt het goed, maar de vermoeidheid begint toe te slaan. Hij begroet zijn zo geliefde Blanca en zit verslagen naast haar bed. Haar zo te zien doet hem zichtbaar pijn. Zijn sprankelende, altijd bezige en projecten plannende Blanca, roerloos, stervend in een bed. Hadden we maar afscheid kunnen nemen, zei hij de avond daarvoor. Het gebeurde zo plotseling. Op het ene moment zit ze de krant te lezen en het volgende moment is ze weg. Voorgoed.

Diezelfde avond vormen we een kring rondom haar bed en iedereen, op eigen wijze, verzekert haar dat het goed is om te gaan. We hebben haar lief, we weten dat zij ons heeft lief gehad. Maar nu mag ze loslaten. We zullen voor elkaar zorgen. Het zouden de Batteau’s niet zijn als daar ook niet de nodige grappen en grollen tussendoor vliegen.

Chris spreekt als laatste zijn geliefde vers van Shakespeare: May flights of angels sing thee to thy rest (uit Hamlet).

Chris is moe en rond half tien rijden we het korte ritje naar huis. We zijn nog niet zo lang binnen wanneer het telefoontje komt. Kom snel, ze ademt niet meer. Om half elf zijn we weer in kamer 868. Vol familie, verdrietig, opgelucht, huilend en lachend. Maar Blanca is er niet meer.

De engelen hebben haar meegedragen en haar lichaam gaan we vrijdag begraven.

Last Reunion

photoEn zo zitten we allemaal weer in een kamer bij elkaar. De familie. Net als we in 2011 in Lenox, VS, onze reünie hielden. De broers en zussen, sommige neven en nichten, aanhang. Het is even lawaaierig en luidruchtig als altijd. Sommigen spelen gitaar, we zingen, oude anekdotes doen de ronde en er wordt keihard gelachen. Dan slaan de emoties weer toe, de een na de ander barst in tranen uit. Om de beurt zitten we naast haar bed, houden haar hand vast. In het midden van de kamer staat namelijk het  sterfbed van Blanca, de Mater Familias van deze familie. Geen betere omgeving dan deze voor haar om haar laatste weken, dagen, uren door te brengen. Al haar baby’s bij elkaar. Haar zes kinderen. Ze is 91 jaar en ze heeft 67 jaar gezorgd voor haar zes kinderen, hun partners, haar kleinkinderen en zelfs achterkleinkinderen. .  

Nachtbrakertje

Hij is 25 maanden en blijft een nachtje slapen omdat mamma ziek is en pappa muziek moet maken in een geboekte studio. Na het avondeten komen alle kipjes weer in een grote golf, over mijn schouder eruit, wat even tot groot verdriet leidt. Na een lang verhaal over alles wat hij gedaan heeft overdag, zakken eindelijk rond 8 uur de oogjes toe en valt hij in een diepe slaap aan opa’s kant van het bed. Ik blijf er maar bij want anders is hij alleen boven en je weet het maar nooit met dat spugen. Mijn slaap wil nog niet komen, maar ik lig lekker dus geniet ik van dat koppie naast me, dat met hoogrode wangen in dromenland ligt.

Net als rond 1 uur ’s nachts mijn ogen beginnen dicht te vallen richt het koppie zich op en slaakt een huilende kreet: bij pappa slapen…ik wil bij pappa slapen…Daar ben ik op voorbereid, dus ik vertel hem troostend dat pappa in de studio is en mamma een beetje ziek en in al zijn slaperigheid is hij nog vatbaar voor rede: ‘okay…’ De volgende smartelijke huil is de vraag om zijn flesje, voor hem een soort speen. Ik geef hem het flesje waar hij wat op sabbelt en het vervolgens aan mij teruggeeft: klaar. Hij draait zich om en slaapt weer. Oma is echter klaarwakker. Na een uurtje of zo herhaalt zich het gebeuren: ik begin net te doezelen, als zijn hoofdje zich opricht en dezelfde verlangens uithuilt: mamma, pappa! Het flesje brengt weer soelaas. Maar inmiddels is hij hongerig. Tenslotte is zijn avondmaaltijd achtergebleven op onze keukenvloer. ´Een boterham met honing´, wil hij nu smartelijk. Die gaan we morgen eten, ok.., fluister ik geruststellend, hopend op zijn redelijkheid. Ok, zegt hij. En weg is hij, binnen een paar minuten. Nu overvalt mij gelukkig ook een diepe slaap.

Ik word door hem gewekt rond een uur of drie: ‘oma, ik ben wakker!’ Dit keer geen verdriet, geen flesje, maar ook geen slaap, lijkt het. Hij ligt rustig en kijkt wat rond. Begint te blazen en neuriën. Vermaakt zich prima. ‘Kom maar even bij oma liggen’, zeg ik, in de hoop dat hij dan weer slaperig wordt. Dat laat hij zich geen twee keer zeggen. Hij drapeert zich over mijn kussen, drukt zijn neus in mijn wang en onderzoekt, in het donker, met zijn vingers mijn gezicht: ‘wimpers, wenkbrauw..’ en trekt uiteindelijk aan mijn oorlelletjes: ‘waar zijn de oorbellen, oma?’

Ik doe mijn ogen dicht en reageer niet op het gebabbel. Hij draait op zijn buik – op zijn rug – op zijn buik – en duwt mij langzaam maar zeker naar de rand van het kussen en het bed, tot ik op het houten randje lig en nog net niet uit bed val. Tijd om in te grijpen. ‘Beetje opschuiven meneer, zo kan oma niet slapen, hoor’. Ik geef hem een zetje zodat hij weer op zijn kant van het bed ligt en met zijn hoofdje op zijn eigen kussen. ‘Sorry, oma’, zegt hij alert en klaarwakker. Ik, met de ogen dicht, mompel: ‘geeft niet, hoor’. Het duurt wel een uur volgens mij, ik met mijn ogen dicht (en af en toe op een kiertje om te zien of hij al slaapt) en hij met zijn ogen open. Stil, maar wakker. Buiten vertrekt al de eerste auto.

Ik heb wel eens gelezen dat kinderen allemaal een wakkere periode hebben ’s nachts. Dus geen probleem. Op een gegeven moment word ik wakker. Drie uur later. ‘Oma, opstaan. Ik ben wakker!’
Goeiemorgen mannetje. mag ik even bijkomen…? Nee. Wakker is wakker. Er wacht een nieuwe dag. Deze nachtbraker is vol nieuwe energie.

Griep en de waarde van een mens

Ziek zijn langer dan een paar dagen is stomvervelend en confronterend, vind ik. De eerste paar dagen valt het nog mee, je voelt je echt ziek en het enige wat je doet is slapen en afzien. Als na een dag of twee de koorts zakt en de griep z’n verdere beloop heeft, luidt bij mij de vierde of vijfde dag meestal het begin van herstel in. Ik krijg weer zin in eten, zin om weer wat te doen en alles ontwikkelt zich  in een stijgende lijn. De Paracetamol kan weer in het laatje, de thermometer ernaast en al het beddengoed zwik ik met een ferme zwaai in de wasmachine. Heerlijk, het leven kan weer een aanvang nemen.

Dit keer geenszins. Ik had de bekende opleving die ik direct misbruikte om er op uit te gaan (ik krijg wat van alsmaar binnen zitten!). Het uitje was leuk maar ik betrapte mezelf wel op gevoelens van extreme vermoeidheid die ik maar toeschreef aan het ‘nog herstellende’ zijn. De volgende dag had ik echter nodig om weer bij te komen. Beetje raar, maar ja.

Nu ben ik 4 dagen verder en nog steeds zegt mijn lijf dat het niets wil doen, behalve zitten en liggen. Mijn hoofd zeurt, mijn eetlust is gering en ik voel me gewoon blah!
Maar zo zijn we niet getrouwd, spreek ik mijn lijf toe. Een paar dagen naar je luisteren is prima, maar nu al 10 dagen, dat wordt me te gek! Ik voel me inmiddels een nutteloos wrak en er moet hoognodig weer eens wat gepresteerd worden!

Waaraan verdien ik anders het recht van bestaan? Ik merk dat ik er moeite mee heb te zijn. Te zijn wat ik nu ben, een futloos mens. Een door God geliefd futloos mens. Dat is niet leuk, niet inspirerend, niet sexy en geeft al helemaal geen voldoening. En opeens voel ik mee met al die duizenden en duizenden chronisch zieke mensen, aan huis gekluisterde kinderen en volwassenen, die dit dus maanden en jaren ervaren.

Niks kunnen doen om je zelfbeeld op te krikken, niks kunnen doen om door met anderen te zijn de aandacht van (je soms zó irritante)zelf af te leiden, trots kunnen zijn op goeie prestaties, gestimuleerd door leuke ontmoetingen en interessante ervaringen. Ik realiseer me: Dat is gewoon een héél moeilijk leven. Wat eindeloos veel geduld vraagt.

Nadat ik mijn avondeten weer in de afwasbak had gespuugd begreep ik in ieder geval waarom ik me zo belabberd had gevoeld die dag. Vandaag begint dan eindelijk de stijgende lijn, geloof ik.

Met nog meer respect voor mijn chronisch zieke medemens hoop ik mijn griepperiode voorlopig weer achter me te laten. Met het vaste voornemen de zieken onder mijn vrienden en bekenden meer aandacht te schenken!

Ambachten en geluk

Vroeger, toen alles nog overzichtelijk was, meisjes alleen rokjes droegen en je op school als meisje leerde handwerken en jongens stoere dingen leerden als zagen en timmeren, toen heb ik ook leren handwerken. Op een vaste ochtend in de week gingen de meisjes en jongens naar aparte lokalen. Tenminste, zo stel ik me het voor, want zeker weet ik het niet meer. Misschien kwam de handwerkjuf wel naar ons lokaal en gingen de jongens ergens anders zich uitleven op hun zaag- en timmerwerk onder leiding van een handenarbeidmeester. De meisjes deden handwerk. De jongens handenarbeid. Ook dat was overzichtelijk en helder.

Hoe dan ook, op de school waar ik zat, ergens in Vlaardingen, was er een handwerkjuf die ons de fijne kneepjes van het vak aanleerde. Ik heb duidelijke herinneringen aan haar, waarschijnlijk, omdat ze  voor mij een uitzondering vormde als vrouwelijke docente. Kun je nagaan! Ik realiseer me nu dat ik vanaf klas 1 (groep 3) alleen maar ‘meesters’ heb gehad.. Over feminisering van het onderwijs gesproken.. Meesters waren in mijn jeugd oververtegenwoordigd. Strenge meesters. Tikken met een liniaal op je hand, klap in het gezicht als het zo uitkwam. Er heerste gezag. Want (de herinneringen beginnen te borrelen) het waren ook geen jonge broekjes, of zo. In mijn ogen waren het stokoude mannen allemaal, maar dat moet ik nu bijstellen tot een jaar of veertig, waarschijnlijk.

Terug naar de handwerkjuf. Ze was jong, lief en ze at appelpitjes. Dat kan ik toch niet verzonnen hebben, zoiets uitzonderlijks? Op haar bureau stond een schoteltje met bruine pitjes. Het intrigeerde me, dus toen ik bij haar stond om iets te vragen, wees ik naar de pitjes. Wat dat waren? Ze vertelde dat ze gek was op appelpitjes en dat ze naar amandel smaakten. Ik mocht er wel één proberen? Zuinig kauwde ik er op eentje. Ik was niet laaiend enthousiast of zo, maar sindsdien ben ik me wel ervan bewust dat er aan onverwachte dingen een (lekkere) smaak kan zitten.

Behalve de smaak van appelpitjes heb ik veel andere dingen geleerd van de aardige handwerkjuf. Uiteraard begonnen we met breien. Om het ‘leuk’ en vooral praktisch te maken gingen we voor een washandje. Drie maal recht, drie maal averecht, in het rond en dan na vier naalden wisselen. Zo kreeg je vierkantjes. Mijn washandje was blauw. Het was van puur katoen dus op zich bruikbaar, maar leuk noch praktisch denk ik. Het volgende wat ik me herinner is een kapmanteltje. Wie zich afvraagt wat dit is, behoort kapmanteltjerozeduidelijk tot een piepjonge generatie. Een kapmanteltje werd werkelijk waar gebruikt door vrouwen om na het aankleden te voorkomen dat er haren en schilfers op de kleding kwam. Ze werden zo gemaakt dat ze om de schouders pasten en met een strikje konden vast gemaakt aan de voorkant. Na het kammen kon je het manteltje afdoen en uitschudden. Eigenlijk best een slim idee. Ik zie soms mensen met een lading aan haren en roos op hun schouders van de dagelijkse borstelbeurt…die zouden zo’n manteltje goed kunnen gebruiken!

Dit kapmanteltje was een project om diverse technieken te leren. Verschillende borduursteken, omzomen, en tadá..: smocken. Ja ja, klas vier en ik leerde een kapmanteltje smocken! Ook dat heeft indruk op me gemaakt. Niet echt goed met fijn  smokkengepriegel, kan ik me wel herinneren wat een voldoening het gaf om na het rijgen van die draadjes door de stof en het aantrekken er opeens van die mooie plooitjes kwamen. En als kers op de pudding mochten we daar dan op borduren. Helaas, ook dit werkstuk is in de grote textielafvalhoop verdwenen.

Het komt door de huidige trend van weer alles zelf maken dat ik me, bijna als een verrassing, realiseer dat ik vroeger als vanzelfsprekend van alles geleerd heb aan technieken. En er is iets met oude technieken die meer zijn dan alleen dat, een techniek die net zo goed vervangen kan worden door machines. Er is een element van creëren, van uniciteit, van ambacht. Daardoor krijgen ze een plek in ons collectief geheugen, denk ik en komen we er van tijd tot tijd op terug. De technieken ontstonden uit praktische noodzaak: kleding maken, schoenen, sokken. Maar mensen hebben blijkbaar altijd de behoefte om er iets meer van te maken, om te versieren en decoreren. Als ik blader door het oude handwerkboek (titel: Het Nieuwe Handwerkboek), onlangs aangeschaft in de Kringloop, zie ik werkelijk prachtige voorbeelden van oud (internationaal, uit vorige eeuwen) brei-, borduur-,haak-, vlecht- en naaiwerk. Ja, mensen waren arm, ja, machines hebben het bestaan aanzienlijk verlicht, nee, je moet ‘zelf maken’ van toen niet romantiseren, maar toch…Het verlangen naar de tijd en aandacht die men toen had voor een uniek stuk werk, dat is iets wat ik in de huidige DIY beweging herken.

Nog eentje. Sokken stoppen. Daar komt voor mij techniek, nostalgie en geborgenheid samen. Voor mijn moeder was het natuurlijk de zoveelste klus: ’s avonds na het eten en de afwas ook nog eens (onder andere) al die kapotte sokken stoppen van vijf kinderen. Ze deed het tot negen uur, dan mocht ze lezen van zichzelf. Voor mij was die sokken stoppende moeder een moeder in ruste, met wie ik kon kletsen. Er was geen afleiding dan misschien muziek van de radio. Ik was gefascineerd door dat proces van draadjes spannen in het gat van de sok, gespannen op haar vuist en die op- en neergaande naald die daar dan een soort matje vlocht van wol. En voilá, de sok was weer als nieuw. Mijn moeder was een expert. Toch zal ze niet gerouwd hebben om de opkomst van de weggooisok. Alles was tot op het gaatje gerecycled, zoveel jaren lang. Nu mochten er wel een paar sokken in de prullenbak.sokken stoppen 1

De D(o)I(t) Y(ourself) beweging boort in mij een diepe laag van herinneringen aan en brengt warme gevoelens. Ik blijk meer te bezitten dan ik vermoedde. Geen grote vaardigheden, priegelen is nooit iets voor me geworden, maar wel een liefde voor het ambacht van handgemaakte spullen, verbonden met een liefde voor de mensen van wie ik daarvan iets mee kreeg.

Stoornis

Er zijn van die dagen dat ik me aan alles stoor. En vooral aan mijn huis. Ik zie alleen maar stof, strepen, haren, kalkvlekken, vieze doekjes, stofpluizen op de vloer, moddervlekken in de hal, snorharen (van de poezen, niet van mijn echtgenoot) en alwéér poezenharen op alle stoelen, banken en tafels. Inclusief het aanrecht. Ik verkeer in een staat van grote irritatie. En opeens vallen alle andere dingen in mijn huis me op. Alles wat ik met veel plezier bij elkaar scharrel in kringlopen en tweedehandswinkels  ziet er uit alsof ik het van de sloop heb. (Dat heb ik soms ook, maar dat doet er nu even niet toe).

Vanmorgen besloot ik in zo’n woeste bui dat ik nu eindelijk dat afzichtelijke wastafelkastje, dat ik al tweedehands wastafelkast_

voor mijn moeder ergens vandaan had gehaald, ging wegsmijten. Dat laatste woord geeft al aan hoe de gestoomde ergernis uit mijn oren kwam. Na mijn douche gooide ik het leeg (al die overbodige troep ook!) en droeg het, met een handdoek om mijn lijf, de hal in, bovenaan de trap. Ik gaf het nog net geen zet. Echtgenoot mag het naar beneden brengen, naar de schuur.

Die liep, onwetend van mijn agressieve bui, naar de badkamer en kwam er weer uit, met een vragende blik in zijn ogen: ‘Waar is dat wastafelkastje dat hier altijd stond?’ Hij vroeg het voorzichtig want ik sjouw nog wel het een en ander van zijn plaats. Ik beet hem echter vanuit de slaapkamer toe:
‘Kastje? Bedoel je dat verrotte ding wat daar al eeuwen staat?’
Ik hoorde enige verbazing in zijn stem:
‘Hoezo? Dat is toch gewoon een functioneel kastje? En we wonen hier nog maar twee jaar, hoor!’
‘Functioneel, functioneel? Heb je wel eens een design kastje gezien? Waar de lades soepel lopen, waar de deurtjes geen plastic knoppen hebben?’ Ik was nu niet meer te houden..

Echtgenoot deed wijselijk snel weer de badkamerdeur dicht en ging douchen. Met mij viel toch geen land te bezeilen.

Meestal heb ik zo’n bui door andere oorzaken dan badkamerkastjes die functioneel maar oerlelijk zijn. Hormonen. Boosheid op iets of iemand waar ik (op dat moment) niks aan doen kan (denk ik). Ik ben namelijk conflictvermijdend. Vandaar dat mijn omgeving dan moet lijden.

Soms ook door dat venijnige duiveltje: begeerte…Dan strijden principes als hergebruik en soberheid, (door de nood ontstaan, maar inmiddels wel deel van wie ik ben geworden) met het vlees van gemak en luxe.

Nu, de WC’s zijn schoon, de was gevouwen. Mijn agressie is gekanaliseerd. Mijn ziel is weer gerust. Misschien zet ik het kastje wel weer op z’n plaats. Dat kan het ook niet helpen dat ik zo ontstemd was. En ja, functioneel is het eigenlijk wel. Anders moet ik weer op zoek naar plek voor al die overbodige spullen die erin zaten.

Niet nog zo’n afzichtelijk kastje erbij!

Meisjes uit Delhi en IJsselstein

Het oude jaar eindigde slecht in New Delhi, India. En het nieuwe jaar begon niet goed in IJsselstein. Twee plaatsen in de wereld. En twee meisjes, die beiden een gewelddadige dood stierven. Slechts twee van de duizenden slachtoffers van oorlog en geweld in onze wereld, in de laatste weken.

Maar de twee meisjes in IJsselstein en New Delhi kwamen voor mij even heel dichtbij. Het meisje in New Delhi, 23 jaar – door zes mannen op gruwelijke wijze verkracht en mishandeld, uit een bus gegooid, naakt, als een stuk vuil. En later aan haar verwondingen overleden. Hoe kon dit gebeuren? Het blijkt een gigantisch probleem in India, mannen die vinden dat vrouwen tot hun beschikking horen te staan, als het niet goedschiks is, dan kwaadschiks. Verkrachtingen zijn er aan de orde van de dag. En geklaagd wordt er nauwelijks, want er wordt toch niets aan gedaan. Mannen achten zich heer en meester en misbruiken hun macht, binnen en buiten het huwelijk. Vrouwen zijn letterlijk waardeloos en zeker als ze zich Westers gedragen, korte rokken dragen of jeans, vriendjes hebben, roken of gaan studeren, dan vragen ze er toch om verkracht te worden?

En dan Mirjam, 16 jaar, uit IJsselstein. Of Maryam, zoals haar Marokkaanse naam luidde. Niet verkracht, maar door messteken om het leven gekomen. Niet aangevallen door een vreemde, maar door haar moeder. Die, volgens de media, niet kon verdragen dat Mirjam er een zg. Westerse levensstijl op nahield. Ze rookte, dronk alcohol, ging naar feestjes en had een Nederlands vriendje. Er was altijd bonje thuis, volgens vriendinnen. Wat zich precies heeft afgespeeld? De ongetemde woede van de machteloosheid van een ouder is levensgevaarlijk, dat blijkt in elk geval.

Geweld. Geweld als lust, geweld uit woede.. Twee jonge vrouwen, meisjes nog.
Eén vermoord door brute, op seks beluste kerels, in de kolkende miljoenenstad New Delhi.  En de ander in een doorzonwoning, aan een achteraf straatje, in een klein stadje, mijn woonplaats, door de vrouw die haar 16 jaar geleden baarde, uit machteloze woede.

Het knaagt en schuurt. Het staat allemaal in zo’n schrille tegenstelling tot wat ik geloof dat God ons wil geven aan liefde, zuiverheid en goede regels.  Aan respect van mannen voor vrouwen en heilzame kuisheid. Aan liefde tussen ouders en kinderen, aan gehoorzaamheid en inschikkelijkheid. Aan Satan geen schijn van kans geven in lust en boosheid.

Zou Christus hier genezen kunnen? Helen, rechtmaken, wat zo verschrikkelijk krom is in culturen en gezinnen?  Hij belooft het stellig. Mensen hebben hem nodig, maar ook culturen. Westerse en niet- Westerse. Door berichten als deze komt de duisternis even heel dichtbij. Dan verlang ik er zo naar dat het Koninkrijk van Licht dat God op aarde brengt, nu al zichtbaar wordt.  Jezus liet zich doden op een even vreselijke manier, maar Hij overwon de dood!

Dat God zich mag ontfermen over alle slachtoffers van bruut geweld en Zijn Heilige Geest wil schenken aan onze ontwrichte wereld. In Hem is en blijft er Hoop!