Overgevoelige zintuigen

Het eerste wat me opviel, of beter gezegd, wat óp me viel, was de rookwalm. Dit huis was doordrenkt van zware shagrook. Tijdens mijn bezoekje werd er gelukkig niet gerookt, maar eigenlijk
maakte dat geen verschil. Later toen ik naar huis fietste rook ik mezelf. Achter mij zweefden slierten rookgeur in de wind. Nou ja, als dat het ergste was?

In mijn drang de zwakken in de samenleving te helpen word ik erg gehinderd door een afwijking in mijn zintuigen. Ik kan niet tegen stank en viezigheid. Ik zag ooit Majoor Bosshardt op televisie Herman Brood in bad doen, op zijn verzoek. Hij wilde haar misschien wel choqueren, maar daar had ze in de verste verte geen last van. ‘Ach, meneer Brood, u moest eens weten hoeveel vuile mannen ik al in bad heb gedaan, ik sta van een paar blote mannenbillen meer of minder echt niet meer te kijken’.

Ik stelde me dat voor: daklozen die binnenkomen bij het Leger des Heils, die misschien al maanden geen douche hebben gezien, laat staan eronder hebben gestaan, die dan gewassen moeten worden. Heeft een van jullie wel eens een dakloze in de metro in Amsterdam of zo geroken? Geen pretje om naast te zitten. Ik zou graag die liefde willen hebben, die Jezus ongetwijfeld ook had. Die bezetene in het land van de Gerasenen, die Hij aanraakte en heelde( Marcus 5), zou door ons waarschijnlijk niet zonder handschoenen en een mondkapje benaderd zijn.

Als ik nu geen neus had zou het makkelijker zijn. Zonder zicht zou ook helpen, want bij het zien van slijm en snot ga ik kokhalzen… Zucht.
Nou ja, dan maar verstokte rokers af en toe een handje helpen. En misschien, als het echte werk op mijn pad komt, krijg ik van Jezus kracht om (onzichtbaar) mijn neus dicht te knijpen en mijn ogen op een kiertje te houden. En, net als Hij, alleen maar ontferming uit te stralen.

Want het gaat om de Liefde.

Heerenveen en Somalië

Vanmorgen mijn wekelijkse taalles gegeven. Mijn nieuwe groep bestaat uit drie Somalische, een Syrische, een Irakese, een Taiwanese en een Poolse vrouw. Een zeer gevarieerde groep. Zowel wat betreft cultuur als niveau. Sommigen zijn al lang en andere sinds korte tijd in Nederland. Mijn eerste warm-up oefening is, vertel één ding wat je gisteren gedaan hebt. De meesten meldden iets huishoudelijks, eentje had een glas appelsap gedronken (?), eentje had Lingo gekeken. Ik had voorbereid om over mijn uitstapje naar Heerenveen te vertellen. Ik was daar (na een urenlange treinreis) naar Facing Nature geweest in museum Belvedere.

Ik zoek altijd van tevoren enigszins zenuwachtig naar een onderwerp om wat van de Nederlandse cultuur te delen. Dat is leuk, maar vindt maar eens iets wat niet al te moeilijk is. En dat in eenvoudig Nederlands besproken kan worden. Ik heb geen onderwijsachtergrond en zie iedere keer op tegen de les. Hoe leuk ik die vrouwen ook vind, op een gegeven moment verwachten ze van mij toch dat ik hen anderhalf uur bezig hou. Het gaat altijd goed en het is altijd leuk, maar ja. Soort plankenkoorts zal het wel zijn. Nodig om er een leuke les van te maken….

Terug naar Heerenveen. Ik was er nog nooit eerder geweest, Friesland is ver en ik ging ons clubje over de groene weiden en ruime blauwe luchten vertellen van ons Friese lâand.

‘Eerfeen!’, roept een van de Somalische dames onmiddellijk als ze het woord ziet staan op de flip-over. ‘Ja’, ik verbeter automatisch, ‘Heerenveen’. ‘HeereFeen!’, roept ze nogmaals enthousiast. ‘Is oude dochter geboren! daar gewoond!’ Echt? Ik ben verbaasd, maar realiseer me opeens dat veel van de asielzoekerscentra in verre oorden staan. ‘Heerefeen, Frieslan, mooi!’. Het plezier straalt van haar gezicht. Omdat ze weet waar het ligt, en om de herinnering. ‘Leuke mensen daar, Heerefeen. 1 jaar gewoond, toen Utrecht’. Minder leuk, duidelijk. Degenen die geslaagd zijn voor hun inburgering weten tenslotte allemaal hoeveel provincies Nederland heeft. Hele nuttige kennis uiteraard.

Ik vertel verder over het museum en zoek naar een definitie van ‘een tentoonstelling’. Taal is zo lastig als je geen gezamenlijk referentiepunt hebt. Museum is makkelijker. IJsselstein heeft een klein museum en dat kent een van de Somalische vrouwen. In het Arabisch legt ze dan even uit hoe en wat. Arabisch als het Engels van het Oosten en (sommige delen van) Noord Afrika. De Irakese, Syrische, Somalische, Sudanese en Marokkaanse vrouwen kunnen elkaar redelijk volgen in het Arabisch.

We gaan verder met de les en liggen met elkaar in een deuk omdat ‘kaboutertje’ zo vreselijk moeilijk is om uit te spreken. De les bevat een verhaaltje met vragen en er komen steeds verkleinwoordjes in voor, die vanwege de – tjes, en -ntjes zó lastig zijn. ‘Moeilijk, moeilijk’, roepen ze om beurten, gierend van de lach, als hun tong in een dubbele knoop is geraakt. Ik zeg, praat nou wat langzamer en knip het woord in stukjes…en zo waar het gaat beter. We oefenen man-ne-tje, schoen-tje, mut-s, allemaal tonguetwisters! Vooral muts is voorlopig ‘must’. Hopelijk hoeven ze die niet ergens te kopen.

Altijd geïnteresseerd in vreemde culturen vraag ik de vrouwen of ze ook ka- bou-ter-tje-s kennen in hun sprookjes en verhalen. Ze zeggen allemaal onmiddellijk ja, maar uit de beschrijving lijkt het wel of ze het over de Kerstman hebben. Bij doorvragen blijkt dat de meesten het over westerse sprookjes hebben, Sneeuwwitje en zo. Maar in jullie eigen verhalen, van héél vroeger dan, probeer ik nog. Ze blijven het over rode neuzen en witte baarden hebben, dus ik geef het op. Ga wel eens googlelen.

De Syrische vrouw woont al 13 jaar in Nederland, en komt vooral voor de gezelligheid. Toch zegt ze iedere les verwonderd dat ze voor het eerst een woord heeft gehoord: ‘ik woon al zolang in Nederland, maar nog nooit het woord ‘sinds’ gehoord.’ Gisteren was het het woord ‘organisatie’ wat ik met veel zweet uit probeerde te leggen. Wat is nou een organisatie in eenvoudig Nederlands? Het licht ging eindelijk op. Aah! Organisatie, ja ik begrijp het!

Nog nooit van het woord ‘organisatie’ gehoord na 13 jaar Nederland…Knap van haar!

Hoe koud het was en hoe ver

Het voelt alsof ik dit verhaal al eerder vertelde op mijn blog. In de tijd dat het nog Batteaublog heette. Het maakt niet uit. Het is altijd weer een spannend verhaal om te vertellen. Zo eens in de zoveel jaar.

31 jaar geleden (1983) was het net zo’n stralende dag als vandaag. Alleen was het -5 in plaats van +10. Plaats van handeling: het land waar we toen woonden, Zuid Korea, (zuidelijke Busan_Porthavenstad) Busan. Tijd: Zaterdag, kinderen vrij van school, man vrij van school. Wat doe je op een koude, stralende, vrije dag? Eropuit. Even iets anders dan de dagelijkse routine. We namen een taxi naar het havengebied en gingen naar de Seamen’s Club. Restaurant voor Amerikaanse zeelieden en andere westers uitziende mensen. Ik weet niet meer of we daar naar binnen slopen terwijl echtgenoot een stoer zeeman’s gezicht trok, of dat we daar naar binnen mochten omdat we westers waren. Hoe dan ook, voor de kinderen was de Seamen’s Club het equivalent van McDonalds, alleen iets chiquer. Het was de enige plek waar je een fatsoenlijke hamburger met patatjes kon eten. Voor ons toen even exotisch als de Koreaan hier, zeg maar.

We aten lekker, de zon scheen, maar mijn bolle buik was onrustig. Twee kinderen aten lekker hun lunch, de derde was zich aan het voorbereiden op haar eerste maaltijd in deze wereld. Ik was uitgerekend die dag, maar behalve wat gezeur was er geen teken van een ophanden zijnde bevalling. Ik was er zeer op gespitst, nog meer dan vorige keren, want ik moest naar het ziekenhuis dit keer. Zeer tegen mijn zin, maar het was niet anders. In Korea was een thuisbevalling niet aan de orde, tenzij ik het met hulp van de buurvrouw wilde doen. Ook dat was geen optie.

Terug naar huis, dutje doen, en voor de zekerheid onder de douche. Ik wilde goed voorbereid zijn. Koffertje checken. Het koffertje wat ik volgens aanwijzingen van de Amerikaanse auteur van mijn pufboek had ingepakt. Voor de lange wachttijd in het ziekenhuis een boek, een tijdschrift. Een rol koekjes voor het geval mijn energie opraakte. Iets te drinken voor de droge keel. En ik weet ik niet wat ik er (behalve pyjama en babykleertjes) verder allemaal had ingestopt. Maar ik ontleende er een gevoel van veiligheid aan. Dit koffertje moest mijn troostkoffertje zijn, straks in dat vreselijke ziekenhuis.

Ik heb die middag twee of drie keer nog gedoucht. Dat was geloof ik ook een instructie: zo gauw je denkt dat het is begonnen, onder de douche gaan want dan ben je heerlijk schoon en ontspannen wanneer het écht begint. Blijkbaar begon het steeds en stopte weer. In ieder geval besloten we rond 18.30 uur dat we toch gewoon ons geplande bezoek aan Nederlandse vrienden zouden gaan brengen. Van weeën was immers geen sprake?

We zaten er nog niet zo lang toen ik opeens zeker wist dat de bevalling was gestart. Echtgenoot was nog bezig aan een of andere uiteenzetting, toen ik hem onderbrak met een beslistheid die voor geen andere uitleg vatbaar was. We moeten NU weg! Geen probleem. Binnen een paar minuten stonden we buiten. En toen? Een normaal denkend mens had iemand anders naar de weg (nogal een eind lopen) gestuurd om een taxi te halen en was linea recta naar het ziekenhuis gegaan (vlakbij). Maar ik dacht niet normaal. Ik had maar één woord in gedachten. Baby? Bevalling? Nee…Koffertje!

gospel hospital;Zonder koffer ging ik niet naar dat ziekenhuis. Zoveel wist ik zeker. We liepen dus 15 minuten naar de weg. In het pikkedonker. In de ijzige kou. En ja, door het lopen kwamen de weeën goed op gang. Eindelijk een taxi, die al bezet was, maar soms kon je daar bij in, voor de taxichauffeur een extraatje. Via een lange omweg (ook dat nog!) kwamen we aan bij ons huis, waar ik naar binnen strompelde terwijl echtgenoot de taxi bewaakte. Onze oppas hielp me de auto in, mét koffertje, en toen begon de spannendste rit van ons leven. Over de hobbels in de toen nog slechte wegen van de stad, door een lange donkere tunnel, waarin de taxichauffeur benauwd riep dat ‘het niet in zijn auto mocht gebeuren!’ en echtgenoot een jaar ouder werd van de zenuwen.

Wat een opluchting toen het ziekenhuis opdoemde. We meldden ons bij de Eerste Hulp en In het Koreaans en het Engels vertelde ik de dienstdoende verpleegkundige dat mijn baby NU aan het komen was. Ze keek me meewarig aan, met een blik van ‘dat denken ze allemaal’ ,en vroeg mij vervolgens om mijn verzekeringspapieren. Die had ik zowaar bij de hand, Zaten waarschijnlijk in het koffertje! Opnieuw waarschuwde ik haar dat het moment van geboorte op handen was, maar ze nam me niet serieus. Goed, dan maar zelf het heft in handen nemen. Ik ben op de eerste de beste brancard gaan liggen, hevig steunend om aandacht te trekken, terwijl echtgenoot verder bleef aandringen dat er onmiddelijk een dokter nodig was. De co-assistent die die nacht dienst had verwaardigde zich eindelijk om me te onderzoeken. (Deed hij dat daar midden in de hal??) En opeens kwam er beweging in het team. Verloskamer zoveel, lift, rennen!

Met al mijn kleren aan, de assistent zonder kapje, met een in allerijl opgetrommelde zuster, kwam na luttele minuten ons derde kind ter wereld. Echtgenoot was druk met foto’s maken, arts met andere zaken, assistente met eerste opvang baby en ik wachtte op de vreugdekreet van het publiek: een meisje of een jongetje! Niets. Tenslotte gilde ik dus zelf maar: wat is het? Oh, een meisje, werd er meegedeeld. Zo terloops, tussen neus en lippen door. Pas later begreep ik dat bij géén mededeling een Koreaanse moeder automatisch weet dat er een meisje is geboren. Alleen een zoon wordt met vreugdegeroep ontvangen. Toen (1983) was dat zo in elk geval. Ik hoop dat het inmiddels anders is.

Zo lagen we aan het einde van die stralende, ijskoude, vrije, lánge zaterdag, met z’n drietjes in de ziekenhuiskamer. Het koffertje, met de rollen koek, boeken, tijdschrift en alle andere, volkomen overbodige zaken onder mijn bed.

Door dat rotding was het toch bijna een taxibevalling geworden.

(Wie het leuk vindt over Korea te lezen, dit is een leuke blog  van een Amerikaans meisje die in Busan woonde en werkte tot vorig jaar)

The boys

KRIS6

Als ik mijn blogs van de laatste tijd doorkijk is het of de drie kleinzoons (the boys, zoals echtgenoot en ik ze noemen) er niet meer zijn. Ik heb weinig over ze geschreven. Toen ik erover nadacht waarom, realiseerde ik me dat je makkelijker schrijft over peuters en kleuters dan over grote schooljongens uit groep 3 en 5 (de Woudenberg boys). Ze kunnen tenslotte nu zelf uitstekend lezen en zijn zich maar al te goed bewust van het sociale mediagebeuren.

‘Niet op Facebook zetten, oma’, zegt mijn kleinzoon van 6 die me af en toe toestaat een plaatje te schieten. Dat doe ik dus (bijna) niet meer. Tenzij mijn trotse oma-hart op barsten staat…dan doe ik het stiekem toch, maar alléén als het geen foto’s zijn waarvoor ze zich zouden schamen. De oudste van 8 (bijna 9) heeft een hekel aan foto’s maken dus daar komt het dilemma zelden voor. 

De jongste kleinzoon van 3, (de Utrecht boy) is zeer moeilijk op de foto te krijgen door zijn bewegelijkheid. Fotogeniek is hij wel! Ik wil echter voorkómen dat de drie jongens later zich deze oma herinneren als de oma die altijd foto’s aan het maken was. ‘Oh ja, dat was die oma die de hele tijd riep: ‘joehoe, kijk ’s hierheen!’ En dan moest je stil zitten…verschrikkelijk! Wat een vervelend mens was dat.’

Ik vind het nog steeds fascinerend om te zien hoe persoonlijkheid van kinderen al vanaf de eerste weken 1186981_10201725724285752_522162900_naanwezig is. Ik vond dat al zo opvallend bij mijn eigen kinderen, maar je zit er dan bijna te dicht op om er veel mee bezig te zijn. Iets wat je iedere dag meemaakt valt minder op dan wanneer je het af en toe ziet. Competitief zijn, fantasie hebben, huiselijk zijn, handig zijn, of juist onhandig zijn, interesses, leergierigheid, gevoeligheid, creativiteit, muzikaliteit, allemaal eigenschappen die in beginsel aanwezig zijn en met de jaren zich nadrukkelijker ontwikkelen.

Kort gezegd vermoed ik dat onze oudste kleinzoon acrobaat wordt of Kung Fu meester. Niek KungfuMaar misschien ook wel iets in de richting van survival, of boswachter. Hij is altijd hutten aan het bouwen, pijl-en-bogen aan het maken, en heeft een complete gereedschapskist! Dus het kan ook iets worden als ontwerper, huizenbouwer of kunstenaar. Dat laatste zit er ook nog in.

Zijn broer is anders. Ik ontkom er niet aan met hem urenlang spelletjes te doen, die hij volgens zijn eigen spelregels speelt. Hoewel, nu hij wat ouder wordt begint de redelijkheid ook toe te nemen. De opmerking: ‘Wij doen het altijd zo’ (m.a.w zo wil ík het spelen), valt minder vaak. Zoals de eerste keer dat we samen scrabbelden en hij zijn eigen woorden maakte zonder aan te sluiten. ‘Dat doen wij nooit, oma’, luidde toen gedecideerd de verklaring. Ik denk dat hij directeur wordt van een spelletjesfabriek waar hij de regels bedenkt van nieuwe spelletjes. Of kok. Want hij is gek op lekker eten. ‘Dit is zó lekker, mamma, heerlijk!’, kan hij letterlijk verzuchten terwijl hij bijna zijn ogen sluit. Of filosoof, want hij denkt ook graag na en komt dan met conclusies: als A zo is en B zo, dan kan C natuurlijk niet zo zijn. ‘Dus’, zegt hij dan, terwijl hij zijn handen met de palm omhoog vooruit steekt. Logisch toch?

IMAG0724Scrabble, UNO, Legospelletjes (die ik werkelijk háát), sjoelen, Mens-erger-je-niet, Triominos, schaken, dammen, ik heb met mijn eigen kinderen nog nooit zoveel spelletjes gespeeld als nu. Vreemd, hoe je tegen je eigen kinderen makkelijker zei dat je ergens geen zin in had. Nu maakt het me niet uit wat we doen, het is gewoon zo leuk om die jongens mee te maken en hun reacties te zien en horen.

De jongste van het stel leeft al sinds hij liep en met praten begon (zo rond de 10 maanden), in een fantasiewereld waarin hij afwisselend politie-, brandweer- of ambulanceman is, met de bijbehorende petten, gebaren en geluiden. Je moet goed opletten, want voor je het weet word je als boef, vanuit de gevangenis, het ziekenhuis in gebonjourd, alwaar je ernstig onderzocht word met de ‘blote-buik-bekijker’ ( ik denk een stethoscoop). En hup, je bed weer uitgejaagd omdat er brand is uitgebroken, tu-hu-tu-hu! 

Alle drie de jongens zijn gek op films. Ze hebben geluk want dat zijn opa en oma ook. We kijken graag mee, behalve wanneer het de tiende Sam de Brandweerman is of de twaalfde keer dat we Karate Kid gaan kijken. Maar aangezien er dan even tijd is om het verstand op nul te zetten, zeggen we toch altijd enthousiast: ja, laten we een film kijken!

Last but not least: samen lezen, bedtijd ritueel voor de grote jongens en héél-de-dag-door ritueel voor de jongste. We hebben al wat afgelezen en gekeken in de steeds mooier wordende kinderboeken. Vroeger was ik bij het voorlezen ’s avonds soms zo moe dat ik al lezende van mijn eigen stem in slaap viel en door de kinderen wakker gepord. Dat gebeurt me nu niet meer.noah3

Verhaaltje opa?

Dat is echt het leukste aan kleinkinderen: de lusten….

 

PS De foto’s zijn aan een strenge keuring mijnerzijds onderworpen en ik ben ervan overtuigd dat geen van de jongens bezwaar zal hebben tegen deze foto’s!

Repeterende breuk en pillen

Ik moet eerlijk toegeven dat ik niet meer weet waar het rekenkundig voor staat: repeterende breuk. Maar in de overdrachtelijke betekenis weet ik het maar al te goed. Ik heb laatst mijn eigen blogs herlezen in de categorie Depressie en was verbaasd om te zien hoe die repeterende breuk mijn leven van de afgelopen, laten we zeggen, acht jaar bepaalde.

Ik heb een aantal blogs geschreven over mijn Black Dog, (zoals Winston Churchill de depressies waar hij aan leed noemde). Die achtervolgt me namelijk bij tijden genadeloos. Na het herlezen van de blogs besefte ik dat er wel degelijk  een patroon zit in de schijnbaar willekeurige periodes van depressie die me overvallen. Iedere keer ben ik op de terugweg van het afbouwen van de anti-depressiva.

Het verloopt zo: Het gaat een tijd goed– Het gaat nog steeds goed– Het gaat in feite prima! –Waarom eigenlijk nog steeds die pillen slikken?– Voorzichtig begint deze vrouw met kruimeltjes minderen. Heel langzaam ga ik terug in dosering. Ik neem na iedere stap de tijd om aan te zien hoe het gaat. Best wel goed, is dan de conclusie, en ik noteer een klein gevoel van triomf.

En dan, na verloop van een aantal maanden, begint de schommeling. Die heb ik aanvankelijk niet door. Logisch. Iedereen is wel eens onevenwichtig, toch? Prikkelbaar, somber, lusteloos of wat dies meer zij. Langzaam, maar wel zeker, begint die stemming echter te overheersen. Het kost steeds meer energie om ‘gewoon’ te leven. Oh, dat heerlijke ‘gewone’ leven….Het is moeilijk uit leggen hoe moeizaam het leven verloopt van iemand die depressief is. Het malen in je hoofd, het negatieve wat dreigt over te nemen, de zelfbeschuldigingen die je steeds het hoofd moet bieden, de gevoelens van minderwaardigheid, het ontbreken van iedere natuurlijke vorm van ‘zin’. Weten dat het de depressie is, maar toch…Vooral dat constante ‘gesprek’ met jezelf is zo uitputtend.

Als het eenmaal zó ver is weet ik: tijd voor actie. En dat is tot nu toe iedere keer weer een gang naar de huisarts die zegt dat ik gewoon mijn pillen moet slikken en niet moet minderen. Blijkbaar heeft mijn brein die dosis nodig om ‘gewoon’ te functioneren. (Mijn grote zus zegt het trouwens ook altijd, ga nou niet minderen..)

Goed de conclusie is dat ik accepteren ga dat 2 pillen per dag er ‘gewoon’ bij horen. Naast het diabetes pilletje. De hogere dosering begint weer aan te slaan en het leven begint weer ‘gewoon’ te worden. Goddank.

En nu weer regelmatig bloggen. Want daar is geen ruimte voor als de Black Dog in mijn nek hijgt.  Ik zie zijn staart nu in de verte en hoop dat hij lang weg blijft. Ik beloof geen dingen te doen die hem terugroepen!

Deze YouTube video is van de WHO (World Health Organisation) en gebruikt ook het beeld van de Black Dog op een hele verhelderende en humoristische manier. De moeite waard om even te kijken.

Het journaal om mijn tafel

cursus-nederlands

Het is een klein groepje vrouwen. Minder dan tien. We zitten om de tafel in een lokaal van een plaatselijke kerk, met materiaal om de Nederlandse taal te leren, en met een whiteboard voor mij om af en toe wat op te schrijven of te tekenen. Als ik zeven paar glazige ogen zie maak ik soms gebruik van mijn gebrek aan tekentalent om iets te verduidelijken. Dan snappen ze het vaak helemaal niet meer!

We hebben veel lol, vooral om mijn tekeningen of om een plotseling doorbrekend begrip waarom iets fout is. Of omdat we als vrouwen uit zes, zeven verschillende landen en culturen opeens iets hebben wat we allemaal begrijpen. Over kinderen of het huishouden, en vaak: mannen. Dat schept een band. Interculturele taalles is integratie op een diep, of liever nog, hoog, niveau,

Het acht uur journaal zit om mijn kleine tafel. De arbeidsimmigranten uit Oost-Europa, de hoogopgeleiden die uit Zuid-Europa wegtrekken en hier naar werk komen zoeken binnen EU verband. De Oost-Europese bruiden voor Nederlandse mannen. De bruiden van tweede generatie asielzoekers uit het Midden-Oosten, zoals Iran of Irak. De vluchtelingen voor het terrorisme geweld in Irak. Twee deelnemers met gehoorschade vanwege autobommen die naast hen afgingen. Slachtoffers van ontvoeringen in de familie.

Dit zijn vrouwen met een verhaal. Vrouwen die weten dat het leven niet uit alleen maar gezelligheid bestaat. Die dóór knokken. Die weer opnieuw moeten, maar ook willen beginnen. Zelf twintig jaar onderwijzeres geweest zit een van mijn leerlingen nu weer achter de opdrachtjes over Sinterklaas en Zwarte Piet (ja voor de inburgering moet je alles weten van de Nederlandse tradities!). Eén groot voordeel: ze leert snel.

Deze vrouwen zijn helden. Ik voel me zeer met ze verbonden en ik vind het een eer ze te mogen helpen de (lastige) Nederlandse taal te leren.

MIJ – Waarin een klein museum Groot is

museum IJ

Al weken had ik me voor genomen naar Museum IJsselstein te gaan, na de verbouwing in 2012. MIJ heet het lekker kort en krachtig tegenwoordig. Ik ben er eerder geweest, met de kleinzoons zelfs en had er een leuke herinnering aan. Toegankelijk, mooie verhalen over het verleden en, wat vooral de kleinzoons leuk vonden, je was er zo doorheen.

Groot in: Overzichtelijkheid
De verbouwing was alweer een tijdje klaar en de titel van de expositie die er nu gehouden wordt intrigeerde me. In de Wolken. Foto’s, installaties, schilderijen van wolken, luchten en water. Alleen de woorden maken me al vrolijk. Binnen, bij de receptie ook nog de onverwachte mededeling dat mijn museumkaart geldig is. Meestal is dat niet het geval in plaatselijke musea. Bonus dus. Expositie linksaf, IJsselsteins straatje gelijk rechts.

Trouw aan IJsselstein als ik ben, begaf ik me opnieuw in het IJsselsteinse geschiedenisstraatje. Misschien was er nog iets nieuws en anders kon ik weer proberen de relatie tussen de Gijsbrechten van Aemstels, de van Egmonds en de Oranjes te ontwarren.

grafmonument Nikolaaskerk Gisbrecht van Amstel en zoon en echtgenotes
grafmonument Nikolaaskerk Gijsbrecht van Amstel en zoon en echtgenotes

Want ja, IJsselstein is een baronie, al eeuwen en ooit was Willem van Oranje baron van IJsselstein. Zijn nazaat, onze koning, is dat ook. Het paard dat hem traditiegetrouw geschonken werd bij zijn troonsbestijging, schonk hij ruiterlijk aan een kinderboerderij hier in het stadje. (Voor de geïnteresseerden hier een link naar een beknopte geschiedenis van het stadje)

Groot in: Weinig prehistorie
Het straatje start bij ‘de prehistorie’. Welja, de geschiedenis gaat dus nog verder terug. Er is hier zelfs een Romeinse grafheuvel gevonden. Eerste vitrine. Nog wat meer potten, scherven en roestige objecten in de tweede vitrine en daarna gaat het snel naar de middeleeuwen en verder. Kijk, dat is dus een grootsheid in een klein museum. Je bent niet verplicht uren door te brengen op een archeologische afdeling. Ik vind archeologie boeiend, vooral verhalen over hoe het eruit gezien zou kunnen hebben. Maar na twee á drie vitrines met gebroken schotels en potten ben ik klaar. Ze zien er over de hele wereld (in mijn lekenogen!) hetzelfde uit.

geschiedenisMIJ

Maar dan de vitrines met ‘echte’ geschiedenis! Kleding, meubels en gebruiksvoorwerpen! Daar smul ik van. MIJ is beperkt maar geeft toch een inkijk in het leven van de IJsselsteiners door de eeuwen heen. Ook wat hun beroep en ambacht betreft. Al die wilgenbomen hier, geen wonder! De moerassige Lopikerwaard werd ontgint en langs de rivieren en sloten groei(d)en de knotwilgen in overvloed. De mensen hebben er eeuwen van geleefd. Kinderen hielpen al met het (schillen) van wilgentenen. Hele industrieën ontstonden. Mandenvlechters, touwslagers, alles werd gemaakt dat van het materiaal gemaakt kon worden.

20131127_153443 Wilgenbosjes, geschild MIJ

Kwaliteit
Na van de geschiedenis weer genoten en geleerd te hebben, vervolgde ik met In de Wolken. Zeer minutieus geschilderd werk van (Utrechtse kunstenaar) Daan de Jong, gemaakt naar aanleiding van uitgebreide documentatie tijdens vakanties en reizen, van landschappen en wolkenluchten. Een drieluik van prachtig, uitvergrote fotobeelden van het IJsselmeer van Wout Berger, gemaakt vanuit zijn slaapkamerraam, gedurende één jaar. Foto’s van interieurs met daarin kunstmatig gecreëerde wolken, die net op het juiste moment zijn vastgelegd, voor ze weer verdampten. IJl, des te meer zo vanwege de hoge of kale interieurs (Berndnaut Smilde). Van JCJ Vanderheyden (leuke video), schilderijen van blauw/witte/zwarte vakken die, zoals de maker achteraf ontdekte, gezichten op wolken blijken te zijn vanuit een vliegtuigraam. En geinige (wolk)installaties van veelzijdig kunstenaar-architect John Körmeling. Marisca Voskamp bedacht een adem-mee installatie. Van plastic zakjes met lucht (ingeblazen door de museumbezoekers) maakt ze een groeiende wolk.

wolk van adem vanbezoekers MIJ. Verzameld in plastic zakjes.

Het meest indrukwekkende vond ik het enorme landschapsschilderij van Daan de Jong. Te zien is een bergketen met daaronder een meer, aan de oever een stadje en links erboven naderende onweerswolken. Naast het schilderij staat een muziekinstallatie. Terwijl je kijkt kun je luisteren naar een pianoconcert van Ferruccio Busoni  (had ik nooit van gehoord). De schilder geeft suggesties welke track bij welke onderdeel van het schilderij past. Ik heb zeker een kwartier bij het schilderij gezeten, al luisterend en kijkend. Ik denk dat het beeld voor eeuwig vastligt in mijn hersenen. Fantastische ervaring.

Daan de Jong - MIJ

En toen stond ik weer buiten. Na het kopen van een paar leuke kunstkaarten van Ijsselstein. Mijn bezoek meer dan waard. Ik voelde me blij met Ijsselstein. Klein stadje, maar rijk met een eigen museum, bioscoop, theater, zwembad en bibliotheek.

Willem-Alexander mag trots zijn op zijn titel: Baron van IJsselstein.

De muziek:

Vrouw van een dominee 7, Wat als?

Iedereen loopt wel eens rond met de vraag, wat als? Wat als dit of dat niet was gebeurd, wat als ik toen zus of zo had besloten. Niet altijd in negatieve zin bedoeld. Stel je voor dat ik bijna 40 jaar geleden niet had besloten naar l’Abri te gaan in Eck en Wiel voor een paar maanden? dan had ik nu niet Batteau als familienaam gevoerd. Ik zeg maar wat. Natuurlijk, ik hoop dat God misschien wel iets anders bedacht
Geen enkele gebeurtenis is toeval, geloof ik. De goeie en de slechte krijgen allemaal hun plek in het kunstwerk dat God van ons wil maken. Nu zeg ik er wel direct bij dat ik dat kunstwerk niet altijd kan waarderen, zo ik er al zicht op mag hebben in het hier en nu. Het is grotendeels een kwestie van vertrouwen op wat God daarover zegt in de bijbel. Wij hopen op iets dat we nog niet zien, en we wachten daarop met volharding.(Romeinen 8)

Ik kom hierop, omdat ik mijn vorige blog eindigde met de vermelding van mijn zus Loes. Hoe haar leven een grote invloed had op het mijne tijdens de eerste jaren in de pastorie, na onze terugkeer in Nederland.

Ik wilde me voor de volle 100% inzetten als gemeentelid en als vrouw van de dominee. Maar het moeizame leven van mijn zus maakte dat het anders liep. Zij was een tweemaal gescheiden vrouw, 9 jaar ouder dan ik, met psychische problemen die door haarzelf niet genoeg onderkend werden.

Inmiddels is het 25 jaar geleden en hoe ‘populair’ tot op zekere hoogte therapieën toen aan het worden waren, het taboe op psychisch ziek zijn was, net als tegenwoordig, nog altijd groot.

Mijn zus koos voor het alternatieve circuit waarin men niet over ziekte of kwalen wilde spreken, maar steeds bezig was om (uitsluitend) vanuit zogenaamde innerlijke kracht het pijnlijke in de ziel te overwinnen. Terugkijkend geloof ik dat zij aan een bipolaire stoornis leed, die zich steeds sterker manifesteerde, omdat de alternatieve ‘trainingen’ een averechts effect hadden. Ze versterkten het ongeremde in haar en na periodes van hoge adrenaline pieken, stortte ze in en kon dan dagen en weken alleen maar slapen en huilen.

Ik beschrijf het zo uitvoerig omdat ik een indruk wil geven van hoezeer het mij bezig hield. Ik heb in vorige blogs, o.a. Kabeljauw in Korea, verteld hoe Loes ruim een maand bij ons was in Korea tijdens een periode waarin ik in het ziekenhuis lag. Zij heeft toen voor me gezorgd (in Koreaanse ziekenhuizen verzorgt de familie de patiënt, uitgezonderd medische handelingen) en er was een sterke zussenband tussen ons gegroeid. Daarom viel ze later vaak op mij terug wanneer ze zich slecht voelde. En juist in die eerste periode in Nederland, waarin ik mijn weg moest zoeken in nieuwe levensomstandigheden, kwam dat op mijn pad.

Ik zag dat toen als een hinderlijke, storende factor. Het was zo belangrijk voor me om een goeie start te maken, om bezig te zijn met wat ik misschien wel zag als een roeping, dat ik een huilende, psychisch gekwelde zus helemaal niet gebruiken kon. Ik wilde het dus graag oplossen voor haar. Als zij zich beter voelde en het leven weer aan zou kunnen, kon ik eindelijk met het mijne verder. Ik had dan wel niet gestudeerd, maar ik ging carrière maken als domineesvrouw.

Hoe help je een zieke zus die geen hulp wil, geen medicijnen, geen therapie, geen arts? Wat ik me vooral herinner uit die tijd was dat onbeschrijfelijke gevoel van machteloosheid.

Het is erop uitgelopen, dat mijn zus een einde aan haar leven heeft gemaakt. Ze zette een streep door haar eigen toekomst en indirect ook door al mijn grootse toekomstplannen. Als nabestaande van een familielid dat suïcide pleegt, heb ik vooral dit ervaren: er loopt vanaf dat moment een scheur door de bodem van je bestaan. Tegelijk is het zo dat die scheur ervoor zorgde dat ik gedwongen werd te leren kijken naar de gesteldheid van de bodem die ik zo stevig achtte. Die was misschien wel brozer dan ik dacht.

Wat als Loes een andere zus was geweest? Zonder problemen en eerder een steun voor mij dan andersom? Zou alles anders gelopen zijn? Zou ik inmiddels bevorderd zijn tot engel? Want dat was immers waar ik naar streefde (besefte ik later), zo sterk te zijn dat ik er voor anderen helemaal zou kunnen zijn. De eerste symptomen van wat in vaktermen wel het Messiascomplex genoemd wordt.

Ook zonder de tragiek van Loes zou het tot een ‘scheur’ gekomen zijn.

Vrouw van een dominee 6, Idealen en realiteit

Ik krijg veel reacties op mijn blogs over mijn ervaringen als dominee’s vrouw. Veel mensen zeggen zich nooit gerealiseerd te hebben dat ik me zus of zo voelde in de periode die ik beschrijf en voelen zich ergens wat bezwaard.

Vergeet niet, dat ik natuurlijk wel in retroperspectief schrijf. Veel van wat ik nu kan benoemen had ik toen zelf ook niet door. Ik had er nog geen woorden voor. Dus het is zoals het was. Als ik mijn eigen gevoelens al niet kon duiden, laat staan dat mijn omgeving dat kon.

Wat een domineesvrouw ‘behoorde’ te zijn, had ik niet meegekregen uit mijn directe omgeving. Ik ben die rol dus zelf gaan invullen, vanuit gedachtengoed dat ik me in de loop der jaren had eigen gemaakt. Vooral vanuit praktische, meestal evangelisch getinte lectuur. Over dienstbaar zijn, actief en missionair zijn in de gemeente en de aangename geur van het evangelie verspreiden onder iedereen die je tegen komt. Liefhebben zoals Jezus ons heeft lief gehad. Gastvrij zijn. En nog een aantal van dergelijke idealen waar ik warm van werd als ik erover las. Daar kon niets mis mee zijn. Zo wilde ik leven.

In Korea had ik echter een heel ander leven achter de rug, dan wat ik nu ging leiden als vrouw van een dominee. Ik had een gezin met vier opgroeiende kinderen, zonder huishoudelijke hulp. Met een agenda van vijf verschillende mensen – met sport, muziek, catechisatie, zwemles, fysio. En dan noem ik nog niet de scholen, met alle ouder-, rapport- en kijkavonden. Wist ik veel? Wij hadden een beschermd leventje geleid, met nauwelijks sociale verplichtingen. Als de telefoon ging schrokken we: wie zou dat zijn? Huishoudelijke hulp, altijd ‘s avonds thuis, uren voorlezen aan de kinderen uit Lord of the Rings, schrijven, koken, lezen. Ik had een vertekend beeld gekregen van wat ik aankon als persoon.

En nu dus dat intens drukke leven van een (groot) gezin in Nederland. De verplichtingen van het predikant-zijn die altijd samen vielen met die van de kinderen, wat betreft tijdstip. Het eindeloze huishouden, symbolisch samengevat in de eeuwige was en het weer leren leven in de Westerse cultuur.

Helaas was er in die tijd nog geen begeleiding voor terugkerende kerkelijk werkers vanuit een buitenland situatie. Wellicht was ik me dan meer bewust geworden van de zwaarte van dat begin en had ik mezelf meer tijd gegund. En was ik zachter geweest naar mezelf.

Maar vanuit mijn jeugd kwamen de eisen van een opgeruimd en schoon huis, vanuit mijn aard de drang een perfecte moeder te willen zijn voor de kinderen. En, keurig aansluitend op die aard, het er volkomen willen zijn als vrouw van de dominee. Een recept voor rampspoed.

Was het enkel kommer en kwel die eerste jaren?
Nee, absoluut niet. Ik analyseer nu waarom het later wel mis moest gaan. Maar ondanks dat het moeilijke eerste jaren waren heb ik ook veel heel goede en warme herinneringen. Allereerst praktisch. Om vanuit de redelijk abominabel gebouwde huizen die we in Korea altijd hadden, in een kant en klare pastorie te komen wonen was een verademing. Voor ons was centrale verwarming inmiddels een ongekende luxe geworden, na jaren kolen gestookt te moeten hebben. Warm blijven in de winter was een enorme opgave en echtgenootl droomt er nog wel eens van. Het dragen van lang ondergoed en lagen kleding was een voorwaarde. In het begin waren we vast voornemens dat ook in Nederland te blijven doen om stookkosten te besparen. Maar om met lang ondergoed onder je kleding op bezoek te gaan bij mensen die de kachel op 21 hebben staan, was een ware kwelling. Dat hebben we dus snel afgeleerd en de lange onderbroeken en hemden verdwenen in de kast

We genoten van alle comfort van een Nederlands huis. De kinderen allemaal een eigen kamer in plaats van met drie op één, de oudste een ruime zolderkamer in plaats van een pijpenlaatje. De keuken werd verbouwd nadat we onze intrek hadden genomen in de pastorie. Mijn moeder, die veel bij ons was, werd gek van de rommel en het primitieve gedoe tijdens de verbouwing. Ik merkte daar geen last van te hebben, gewend als ik was aan redelijk primitieve condities. Geen warm water, tijdelijke kastruimte en esthetisch gezien onaantrekkelijke ruimtes. Het feit dat daar aan gewerkt werd was voor mij al voldoende om blij te zijn.

Onze dochter die we in Korea geadopteerd hadden, kreeg in Zaandam voor het eerst de zorg en aandacht die ze voor haar handicap (Cerebrale Parese) nodig had. In het ziekenhuis kwam ze onder behandeling van een revalidatieteam dat haar geweldig ondersteunde op alle gebied. Ze kreeg voor het eerst een rolstoel, een fiets en aanpassingen in huis zoals een hoger toilet. Ze was zoveel meer mobiel dan in Korea waar de slechte, vaak steile wegen het naar buiten gaan bemoeilijkten.

Na jaren van gedeeltelijk begrepen preken in het Koreaans, die we ter plekke vertaalden zo goed en kwaad als het ging voor de kinderen was het fijn om nu op zondag weer hele diensten te kunnen volgen. En met broers en zussen het geloof te kunnen delen en lieve aandacht te krijgen. In Korea waren we geëerde gasten en werden we met alle egards behandeld, maar vrienden maken was moeilijk. Nu maakten we vrienden en genoten van een meer sociaal leven. Op de koffie gaan bij mensen na de kerk, eten bij nabije kerkgenoten, een borreltje drinken bij leeftijdsgenoten. Wel ergens altijd op de achtergrond in mijn hoofd de opmerking, ooit meegekregen tijdens onze periode in Kampen op de Theologische Universiteit, ‘geen vrienden maken in de gemeente’. Gewetensvol als ik was, maakte ik me dan zorgen. Echtgenoot vond dat, tot mijn opluchting, onzin. Ik ben een mens en een mens heeft vrienden nodig, ook al ben je predikant, zei hij dan luchtig.

Eén factor heb ik nog niet genoemd. Onlangs zag ik op internet De Wandeling met daarin oud-burgemeester Annemiek Toonen van Culemborg over de impact van privé problemen op je publieke functioneren. Haar man was alcoholist. Op den duur legde dat zo’n druk op haar dat ze in haar werk fouten ging maken en uiteindelijk moest aftreden als burgemeester. Een tragische loop van omstandigheden.

Ik was dan wel geen burgemeester en echtgenoot geen alcoholist, maar toch was haar verhaal herkenbaar. In ons geval speelde iets dergelijks. De psychische problemen van mijn oudste zus waren dermate ernstig en haar situatie legde zo’n emotioneel beslag op mij dat het een wonder is dat ik daarnaast toch nog allerlei dingen gedaan kreeg in het leven van alledag.

Eigenlijk is de periode Zaandam geheel gekleurd door alles wat er zich afspeelde met en rond haar.

Tien Levenslessen uit de Tuin

Annabel (the flowers) and the cows* De mooiste planten komen soms zo maar aangewaaid en die waar je veel voor betaald hebt doen het niet – geniet van wat je overkomt en laat wat niet lukt je plezier niet overschaduwen

* Planten doen gewoon waar ze zin in hebben – wees flexibel

* Wat je zaait doet het soms wel, soms niet – eb en vloed in het leven hoort erbij

*Bloemen krijgen soms een andere kleur dan je verwachtte – gun ieder zijn of haar eigen kleur, dan stralen ze meer en het verrijkt je kleurwaardering.

*Wat je groot wil hebben blijft kort en vice versa – verruim je verwachtingen en sluit omkeringen niet uit.

* Soms komt een geplande combinatie van planten prachtig uit – goede voorbereiding op een project is ook niet onbelangrijk

* Opeens worden de blaadjes geel en het is nog echt geen herfst – niets gaat vanzelf, aandacht, kennis en  op tijd ingrijpen kan een slechte ontwikkeling ongedaan maken.

* De buren willen de woekerende Hedera klimop niet weg hebben – van de beperking je kracht maken, plant er een clematis voor.

*Onze mini tuin barstte van de vlonders en de pergola’s – als je echt iets zat ben zet er radicaal de bijl in, tijd voor een nieuw begin.

* Sommige planten verdwijnen gewoon – leg niet op alle slakken zout, maar strooi wel veel korrels!