Roots in Schiedam

Schiedam. Tien jaar heb ik er maar gewoond. In de 5e klas van de lagere school verhuisden we naar Rheden (Gld). Ik heb daar langer gewoond, meer meegemaakt. En toch.

Ik heb onuitwisbare herinneringen aan Schiedam. Sommigen niet eens scherp omlijnd, maar wel heftig. Een sfeer, een geur, een stemming. De blauwe, glanzende steentjes in de Liduinastraat, waar we doorheen liepen naar de kerk. Het moment dat ik m’n moeder vroeg, op weg naar de kerk, hoe duur haar jurk wel niet was…Ik zie haar gezicht, haar wenkbrauwen gefronst, alsof ze zich wat schuldig voelde of overvallen door zo’n directe vraag. Ik hoor haar stem, geheimzinnig, het voor mij als kind onvoorstelbaar hoge bedrag fluisteren: f 100,-! Ik zie de jurk, lavendel blauw, ik voel de rulle linnenachtige stof. De zon schijnt en ik loop er weer: Liduinastraat uit, de Nieuwe Haven op, het bruggetje over, rechtsaf richting de kerk. Er lopen andere kerkgangers, mijn vader (met hoed) en moeder groeten links en rechts. Ik hou stevig de hand van m’n moeder vast en voel me trots omdat ze er zo mooi uitziet. Ik moet een jaar of zes geweest zijn.

Opvallend dat ik ‘mooi’ verbindt met ‘hoe duur’. Dat past wel bij hoe ik opgroeide. We hadden het goed, maar mijn vader moest daar wel z’n best voor doen en zuinig zijn. Voor z’n werk had mijn vader een auto, (Ford Taunus?) wat in die dagen nog een zekere status meebracht. Dat mijn vader die auto niet zelf betaalde kon je niet aan z’n neus zien, dus werden we behandeld alsof we ‘rijk’ waren. Mijn ouders hielden ook van ‘mooi’. Ik ben geboren in de vijftiger jaren en ik denk dat wij als kinderen er, zeker voor die tijd, altijd goed gekleed bijliepen. Weinig afdankertjes, geloof ik.

Een andere herinnering: tweemaal per jaar, voorjaar en najaar naar Den Haag, naar een modehuis om kleren te kopen. In Den Haag kon mijn vader op rekening kopen en in termijnen betalen. Was het Gerzon? Laatst zag ik in de binnenstad het pand met in de gevel de naam Gerzon. Er zit allang een andere winkel.

Ik was een hypergevoelig kind en veel van mijn herinneringen zijn eigenlijk meer herbeleving van stemmingen, gevoelens. Ik kan er niet altijd een verhaal bij vertellen. Ik zie wel beelden. De glimmend-zwarte kolenkachel in de achterkamer, in de Graaf Florisstraat. Die kachel was zwart, maar het is er in die kamer ook heel donker. Lag die op het noorden? Was ik er ongelukkig? De voorkamer is licht. Daar stond ook m’n bed toen ik Pfeiffer had. Zeven weken in bed op m’n achtste. Ik heb er heerlijke herinneringen aan. Veilig, geborgen, samen met m’n moeder. Eindeloos veel lezen (Goud-Elsje, en nog zo’n serie waarvan ik de naam nu vergeten ben, Joop ter Heul, de Olijke Tweeling, Kameleon-of was dat pas later?). Spijt als de achterdeur openging en de broers en zussen uit school kwamen. Dan was de stilte en het ongestoorde samenzijn voorbij en klonken er weer harde (ruzie)stemmen. Logisch met vijf opgroeiende kids, maar mijn tere kinderziel kon er slecht tegen.

Dat Pfeiffer-ziekbed werd minder plezierig toen een buurvrouw mijn moeder zachtjes meedeelde dat ze een nichtje had die eraan overleden was…Vanaf dat moment keek ik de dood in de ogen. Mijn bed stond aan het raam naar de straat en iedere bejaarde die langs liep werd een schrikbeeld voor me. Ik rende m’n bed uit om ze maar niet te zien.

Ik ben, ondanks het pessimisme van de buurvrouw, weer beter geworden. Maar ben wel lang bang voor de dood gebleven. Pas bij het ouder worden en door de groei van mijn geloof in Jezus Christus, van Wie ik geloof dat Hij de dood heeft overwonnen, is die angst verminderd.

Mijmeringen op de avond van de dag dat ik in het verpleeghuis in Schiedam de contracten heb ondertekend voor mijn moeders opname daar. Het verpleeghuis staat op de hoek van de Liduinastraat. Voor ik wegrij met de auto kijk ik even naar het bruggetje dat ik in de jaren 50 en 60 wekelijks overstak. De cirkel is nu bijna rond. Wie weet loop ik er straks nog een keer, terwijl mijn moeder mijn hand stevig vasthoudt. Ondanks de jaren die er verstreken zijn: ik ben nog steeds trots op haar.

Moeder gaat verhuizen

Van de week kwam dan eindelijk het lang verwachte en enigzins gevreesde telefoontje: er is een kamer voor uw moeder vrijgekomen in het verpleeghuis Frankenland, gesloten afdeling, in Schiedam. Eind maart kan ze er terecht.

Ik heb gemengde gevoelens. Natuurlijk is het goed dat ze een goeie plek krijgt. Met meer professionele verzorging. Ze krijgt een eigen kamer, met eigen sanitair (!) en het huis is prachtig gerenoveerd met tuinen, een restaurant en winkeltjes. Kan niet beter. Ook is het gunstig dat moeder in haar eigen geboorte-omgeving terugkomt. Ze is een geboren en getogen Schiedammer, en dat is zeker nu met de Alzheimer erg belangrijk.

En toch. De Linde in Dordrecht is klein en intiem en uitgesproken christelijk. Ze woont er al 4 jaar en is er thuis. Vooral dat laatste is zo essentieel. Een thuis maak je niet door moderne, profssionele voorzieningen, maar door ergens vertrouwd te zijn. En dat zal niet zo zijn. Frankenland is vreemd en nieuw. Ze kent er niemand. Rationeel weet ik dat het allemaal wel komen zal. Maar m’n gevoel is bang voor het moment dat ik moet zeggen: ‘mam ik ga naar huis’ en ik haar moet achterlaten.

We hebben het maar gewoon gezegd: Ma je gaat verhuizen naar Schiedam. Dan woon je dichter bij Ed in de buurt en andere familie, zoals een zus en schoonzus die daar ook wonen. Ze nam het kalm op en zei zelfs dat ze er wel zin in had. In hoeverre het echt doordringt is moeilijk te zeggen…

Hier ben ik weer

Trouwe lezers van m’n blog hebben me al een paar keer gevraagd waar ik gebleven ben. Is het eerste enthousiasme verdwenen en gaat de blog als een nachtkaarsje uit?

Neen. Dat is niet het geval. Wat wel het geval is, is dat m’n levensstijl is veranderd doordat ik minder tijd alleen doorbreng. Echtgenoot Kim is altijd veel weg en het maakt dus weinig uit of ik achter m’n pc’tje zit of beneden op de bank. Maar nu een van m’n dochters weer een poosje thuis woont heb ik opeens weer gezelschap. Ik ben teveel sociaal dier om dan ’s avonds de deur achter me dicht te trekken en te gaan schrijven. Een laptop zou een uitkomst zijn!

Vandaar de tijdelijke stilte.

Is er inmiddels wel wat te melden? Waar zal ik beginnen..? Met moeders gaat het momenteel redelijk goed. De dementie staat natuurlijk niet stil. Ik vind bijvoorbeeld haar stem zo anders geworden. Vlak en hard en zwaarder dan ik me ooit herinneren kan. Toch herkent ze ons nog steeds! Ze heeft een moeilijke periode achter de rug. Na het ziekenhuis ging het een week goed, maar toen begonnen de hallucinaties weer. Overal zag ze mannen die haar bedreigden, in haar bed wilden, achter haar aan zaten. Ze was agressief, sloeg zelfs personeel, maar alles in angst. De arts heeft haar weer anti-psychotica gegeven, Haldol, die in het ziekenhuis was afgebouwd. Dit, in combinatie met kalmeringsmiddelen en anti-depressiva, slaat gelukkig aan. Ze is rustiger, lacht soms weer en praat helder. De nachten blijven een probleem. Ze kan het bed niet meer uit door het hek wat ervoor zit maar ze vinden haar eigenlijk altijd wakker ’s nachts. Het slapen blijft onrustig.
Van een vriendin hoorde ik dat haar schoonmoeder exact dezelfde wanen had: overal mannen. Wat is dat toch vreemd. Ik vraag me af of dat nu met het verleden te maken heeft of dat dit gewoon een ziektebeeld is wat bij de Alzheimer hoort?

Ik vind het overigens erg gezellig dat dochter Saskia weer thuis woont. We kunnen het prima met elkaar vinden en als we niet oppassen zijn we alleen maar leuke dingen aan het doen: naar het strand en een kopje koffie, naar de Kringloop en een kopje koffie, van elke boodschap hebben we de neiging een uitje te maken! Verder helpt ze mijn immens grote huis een beetje op orde houden, is ze mijn persoonlijk adviseur op het gebied van mode en stijl.  Ze ordent af en toe mijn stapels chaos. Ik kan me nu voorstellen dat men vroeger gewoon een dochter thuis hield. Niks eigen leven, niks trouwen, vader en moeder hebben hulp nodig thuis!

M’n werk is hectisch en druk door de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen. Wel leuk om er zo direct bij betrokken te zijn. Niet dat ik zelf de straat op ga of zo, maar ik ben betrokken bij de planning en organisatie. we hebben nu eindelijk ook een betere website met een campagnepagina. Ook de lay-out van de rest van de site is veel beter.

 

weer een beetje tijd voor bloggen

December moet wel de drukste maand aller tijden geweest zijn voor me. Ik heb geloof ik meer dan 800 km gereden in de driehoek Den Haag-Utrecht-Amersfoort-Dordrecht. Nu vind ik autorijden niet heel erg, ware het niet dat ik er zo slaperig van wordt. Het viel me echter alleszins mee. Heb veel radio geluisterd wat altijd erg leerzaam is. Er wordt veel leuks gemaakt op de radio en het gaat dieper dan TV. Een uur lang documentaires uit allerlei landen in de wereld, wetenschapsprogramma’s met nieuwe ontdekkingen en feiten, interviews met mij onbekende mensen die toch veel zinnigs te zeggen hebben. Wat dat betreft dus winst, want thuis luister ik weinig.

Met moeder gaat het redelijk goed. Haar gezondheid is weer prima, beter dan het was in elk geval. Ze eet met smaak en lijkt ook minder neerslachtig. Alleen is haar gebit te groot geworden en dat is heel vervelend, want ik moet toch met haar naar de tandarts voor een nieuwe….Heel gedoe natuurlijk. Ik vraag me af of er speciale tandartsen voor demente mensen zijn? ’t Vraagt wel een bijzondere vorm van communiceren namelijk. Mijn moeder zegt overal ‘ja’ op, bijvoorbeeld. Vandaag was ze wel heel helder. Waar Kim was, vroeg ze en toen onverwacht m’n neef langskwam zei ze: dat is lang geleden! ik kreeg helemaal kippevel!

Op m’n werk is het druk en hectisch. De gemeenteraadsverkiezingen werpen hun schaduw vooruit, ook qua werkzaamheden. Van de fractie wordt veel verwacht in het uitvoeren van plannen die er zijn mbt de campagne en voor mij is alles de eerste keer. Ik heb dus regelmatig last van het ‘ hier ben ik te dom voor’ virus. Ik zou erg graag een gestroomlijnd secretariaat willen hebben maar ik ben bang dat dat er niet in zit…gestroomlijnd past niet in mijn profiel ben ik bang..

naar huis

Wie dit verwachtte, ik niet in elk geval: Moeders wordt ontslagen uit het ziekenhuis! Dat niet alleen: ze is beter en kan terug naar wat voor haar nu thuis is, De Linde, het verzorgingstehuis waar ze met veel liefde verzorgd wordt sinds een paar jaar. Niet perfect, niet zonder missers, maar welk thuis bestaat daar zonder? ’t Is toevallig wel ‘thuis’!!

Ik ben zo blij en dankbaar. Pas toen ik na wat heen en weer gebel met deze en gene het fiat kreeg, besefte ik hoe ik er tegenop gezien had moeders naar een vreemd verpleeghuis te brengen, ergens in Brabant, zodat ze daar kon wachten op opname in het tehuis in Schiedam…

Nu kan ik haar morgen met koffertje afleveren bij de huiskamer in De Linde. Iedereen zal er ongetwijfeld even duf en slaperig zijn, maar toch, het is wel haar huiskamer. En van Sietske krijgt ze een dikke zoen, dat weet ik nu al. Sietske is bejaard en zwakbegaafd. Heeft het niveau van een kind en is zoooo lief (OK, niet altijd, zoals een kind betaamt). Zondag toen ik haar even sprak moest ze huilen omdat ze Ma zo miste.

Morgen maar een grote taart kopen en een feestje vieren met de oudjes!!

toch weer wassen/watergolven?

Ik had werkelijk niet durven dromen dat ik weer een afspraak bij de kapper zou maken voor moeder…Vandaag trof ik haar zo helder, dat ik de aandrang niet kon weerstaan: die lange slierten haar, dat is Ma niet, hier gaan we wat aan doen. Morgenochtend om 8.50 uur wordt ze gebracht naar de kapsalon in de hal van het ziekenhuis…Als vanouds: wassen en watergolven

Slapend en liggend leek ze niet veel, maar eenmaal uit bed gehesen door de verpleging nam ook de menselijkheid zienderogen toe. Brabbelde en huilde ze eerst maar wat, opeens zei ze luid en duidelijk: alles doet me zeer! Echtgenoot en ik keken elkaar aan alsof we het in Keulen hoorden donderen – Ma praat !

Ik heb haar haar geborsteld, en we hebben wat gezeten. Het koude bakje vruchtenmoes liet ze zich helemaal voeren en het smaakte. Af en toe wees ze naar haar buurvrouw. Een 92-jarige die, zonder gebit en diep in slaap op haar rug, op sterven na dood leek: ‘moet je dat vrouwtje zien!’

Toen, wonderen zijn de wereld niet uit, hebben we een stuk op de gang gelopen! Gewoon, alsof ze niet 2 weken bijna aan het randje had gelegen. Handen op het stuur van de rollator en de voeten deden het zonder aarzelen.

Het moet een hele inspanning zijn geweest. Naderhand wreef ze steeds over haar benen: ze deden pijn.

Het heeft er alle schijn van dat, ondanks haar 88 jaar, het nog niet Gods tijd is.
Eigenlijk ben ik heel blij dat ze nog even bij me mag blijven.

We wachten de komende dagen weer af.

moeder

Ach wat lijd ik mee met m’n arme moeder. Niets aan haar gebeurt nog natuurlijk, behalve ademhalen. Sonde voor de voeding, katheter voor het plassen, klisma’s, infuus voor insuline en anti-biotica. En ondertussen blijven de suikerwaarden te hoog, blijft de koorts. Communiceren gaat moeilijk, praten lukt niet meer…En dan opeens die ogen, die me intens aankijken: hallo mam, hoe gaat het nou??? Dan huilt ze een beetje en probeert m’n gezicht te strelen.

Hoe verder. Twijfels bekruipen me als ik zie dat alle middelen tot nog toe geen echte verbetering tot stand hebben gebracht. Hoe lang moeten we haar aan al die slangen en naalden vast laten liggen?

Ze is 88, zwak en aan het opraken. Is de tijd gekomen om te zeggen Here, we leggen haar leven in uw Handen? Geen nare sonde, en katheter, geen prikken de hele dag, rustig wachten tot God haar haalt?

Maar hoe rustig is dat? Kan ze nog vocht naar binnen krijgen, hoe gaat het met de infecties, zonder medicijnen?

Ik weet het nog niet. Alleen dat ik wil dat ze zo min mogelijk lijdt!

toch weer naar dordt

vanmorgen lekker uitgeslapen en bedacht dat ik wel naar het Haags Historisch museum kon gaan. Eerst even het ziekenhuis bellen om de laatste stand van zaken rond m’n moeder te horen.

Helaas, het ging niet zo goed. Ze had sinds gisteravond hoge koorts en was erg suf. Volgens de verpleging had ze veel behoefte aan gezelschap. Ze pakte hun hand zo stevig vast iedere keer…Dat was genoeg om het museum te alten voor wat het is en richting Dordt te vertrekken.

Ik trof haar slapend aan en heb eigenlijk nauwelijks contact gehad. Behalve als ze af en toe uit een droom wakker schrok, dan kon ik ‘r een beetje geruststellen en ging ze weer verder met slapen. Het leek wel of die slaap steeds dieper werd. Ook begon ze enorm te geeuwen tijdens haar slaap. Volgens de verpleging kon dat samenhangen met het suikerprobleem. Hoop niet dat ze in coma zakt of zo…

Ed kwam nog even langs. Gelukkig ligt Ma op een eenpersoons kamer en kunnen we buiten bezoekuren langskomen.
Het gaat me aan het hart haar daar zo weerloos en oud te zien liggen. Zonder bovengebit, haar haren niet in een keurige watergolf…Verbazingwekkend hoe ze af en toe, half wakker haar handen traag omhoog heft, richting haar haar om dat zo karakterisieke gebaar te maken: met 2 handen het kapsel wat omhoog drukken..Alleen vindt ze dan lange haren, waarvan ze zou gruwen. Heel langzaam zet ze haar vingers erin en wrijft dan wat. Dan zakken de armen weer.

Het doet me goed bij haar te zijn. En ook al slaapt ze, ik ben ervan overtuigd dat het verschil maakt.

bidgroep in rijswijk en bij moeder langs

Van morgen reed ik om 8.30 al weg bij huis om in de Schoolmeesterstraat Babitha op te halen. Ik zou haar laten kennismaken met een gebedsgroepje van buitenlandse vrouwen in onze kerk in Rijswijk. Ik rijd niet vaak in Den Haag en was aardig tevreden toen ik na niet al te veel moeite haar huis gevonden had!! Ik heb een aangeboren afwijking op het gebied van richting. Dat ik nog steeds getrouwd ben met Kim mag een wonder heten, want de conflicten die zich in onze auto hebben afgespeeld zijn met geen pen te beschrijven. Kim heeft nl. wel een goed richtingsgevoel en ik ben eigenwijs…Combineren en schudden, voila : ruzie.

Van dit alles vandaag geen last. Met Babitha en Quinten (zoontje van 2) achterin, naar Rijswijk gereden en ook daar : no problem. De groep was klein. Alma, jaren al in Nederland, maar oorspronkelijk uit Albanie, Lina uit Syrie, Ikglas uit Soedan, Babitha uit India en Wil Rob en ik uit Nederland. Voertaal is engels. Hele fijne morgen. Een hoofdstuk uit 1 petrus gelezen en met elkaar over gesproken. Gezongen en daarna gebeden. Simpel en toch zo vol kracht en betekenis is mijn ervaring!

Vandaaruit naar Dordt gereden om Moeders te zien. Het ging vergeleken met gisteren een stuk beter! De suiker is nog te hoog, maar niet meer zo extreem als gisteren. Ze moet echt heel erg uitgedroogd geweest zijn…Ze krijgt alles (medicijnen en vocht) via het infuus en mag nog niets via de mond. De slikreflex is nog slecht en het risico bestaat dat drinken of eten in de longen terecht komt, met alle risico’s van dien. Maar het is zielig gewoon zoals die mond eruit ziet….Allemaal blaasjes en schilfers op de tong en lippen…Gisteren probeerde ik af en toe met een sponsje aan een stokje wat vocht te geven, maar dat vatte ze toen niet. Vandaag ging ze een beetje zuigen aan het sponsje gelukkig.

Ik ben uitermate opgelucht dat ze in het ziekenhuis ligt en daar de zorg krijgt die ze nodig heeft. Momenteel is het kaliumgehalte in haar bloed nog niet in evenwicht en dat is een punt van zorg.

moeder ligt in het ziekenhuis

Vandaag uren op de eerste hulp van ziekenhuis in Dordt gezeten. Mijn moeder dronk zeer slecht en kon geen medicijnen meer slikken terwijl ze anti-biotica moest hebben vanwege een urineweginfectie. Een opname was dus onvermijdelijk. Eenmaal in het ziekenhuis blijkt ze heel erg uitgedroogd en een extreem hoge suikerwaarde te hebben (31!) Geen wonder dat ze zich zo ellendig voelt.

Vreselijk bij al die onderzoeken te moeten toekijken!! Die magere armpjes, met bloedvaatjes als spinnewebben en dan maar prikken voor bloed. Een keer hier, een keer daar, zonder veel resultaat. Infuus raakt verstopt, moet er uit en dan er weer in, aan de andere hand. Nou ja, gelukkig was ik met mijn zus Thea en die is wat flinker dan ik, dus af en toe ging ik maar naar de gang!

Om 13.00 uur waren we bij de 1e hulp en om 18.45 lag moeders op geriatrie en was alles getekend en gedaan en zijn we, met moeite, weg gegaan.

Het meest vervreemdende was om een niet-reanimatie/ICT beleid te kiezen. Maar na de urenlange kwelling van al die naalden had ik daar wel vrede mee.