ziekenhuis of dormicon?

Even een snelle update over de gezondheidssituatie van mijn moeder. Maandagochtend landden we op Schiphol, om 8 uur ’s ochtends, na een snelle vlucht uit Boston. Wind mee. dus binnen 6 uur in Nederland!

Niet lang nadat we thuis gekomen waren belde Ed, mijn broer. Hij was gebeld door de verpleeghuisarts over mijn moeder, haar gezondheid was de laatste weken sterk verslechterd. Ze was ernstig uitgedroogd vanwege veel te hoge suikers (boven de 20) en het leek erop dat ze het niet meer ging trekken. Ze was verward, at slecht, dronk te weinig etc. Wat wilde de familie. Een opname leek onvermijdelijk om haar insuline weer goed in te stellen en verder had ze andere symptomen die op Parkinson leken. Ook dat zou onderzocht moeten worden. Wilden wij nog een ziekenhuisopname? Zo niet, dan moesten we er mee rekenen dat moeders niet langer dan twee weken te leven had. De arts stelde voor om in het laatste geval te starten met Dormicon, een sedatiemiddel. Niet een bespoediging van het einde, maar een manier om haar in een soort slaaptoestand te brengen, zodat ze niet bewust zou lijden.
Bàm, ik ben met een klap weer terug in de werkelijkheid van alledag, die minder zonnig is dan de tien vrolijke dagen in de VS.

Wat te doen. Eerst maar overleggen als familie. Ziekenhuis was al direct voor ons alle vier geen optie. Al het spuiten en prikken en porren wilden we moeders niet meer aandoen. Een fragiel mens van 89 jaar, met adertjes zo dun als zijden draadjes,  overgevoelige spieren en botten, die willen we niet meer onderwerpen aan naalden en infusen en wat dies meer zij. Als het lichaam niet meer wil, dan mag ze gaan voor ons.

Maar gelijk aan de Dormicon? Dat was wel weer erg drastisch! Wat was er eigenlijk aan de hand? Heeft ze niet weer gewoon een blaasontsteking, opperde een van ons. De chronische kwaal die haar in toenemende mate ernstig ziek maakt. Zo zelfs dat omstanders denken dat ze stervende is en alle levenslust kwijt is. Dat í­s ook zo, maar een antibiotica kuur doet letterlijk wonderen. Na twee dagen eet en drinkt ze weer  en is de doodsblik in haar ogen verdwenen.

Dit brachten we in het gesprek met de arts vervolgens naar voren. Die was niet overtuigd. In zijn blik schemerde door dat hij meende te maken te hebben met kinderen van een hoogbejaarde vrouw die hun moeder niet los willen laten. Anti-biotica had geen zin, want ze kon niet meer slikken, dan moesten ze spuiten dat was pijnlijk, dat wilden we haar niet aandoen enz. enz. Ook de uitdroging konden we daar niet mee bestrijden. Echt, leek hij te zeggen, als medicus ben ik van oordeel het is óf opname, óf sterven. Ziekenhuiskwelling of de zachte omhelzing van de Dormicon.

Alle drie hadden we er geen goed gevoel bij. Vrijwel alle symptomen, die ook door de verzorgster van mijn moeder werden genoemd ter ondersteuning van de diagnose van de arts, herkenden wij als symptomen van een blaasontsteking. Maar ja, wie is hier de medicus??

Toch besloten om de uiteindelijke beslissing uit te stellen tot de volgende dag. Dat was de uiterlijke termijn, anders zou, aldus de arts, ook een opname weinig zin meer hebben.

Die nacht heb ik slecht geslapen en niet alleen vanwege de jetlag. Wat was juist? Als familie voelden we er sterk voor om toch de antibioticakuur te proberen. Maar zou Ma dan meer lijden? Zou de Dormicon niet beter zijn? Ze had al zoveel verdriet daar in dat huis, was al zo somber. Haar enige afleiding was eigenlijk het eten wat ze met smaak deed en nu was dat er ook niet meer. Moesten we haar dan toch nog kwellen met zo’n kuurtje? Ik heb wat afgewoeld en gebeden! Uiteindelijk heb ik het in mijn gebed zo verwoord: Wilt U alstublieft die beslissing ons uit handen nemen, Heer. Een moeder moet, als het zover is, ‘gewoon’ ziek worden en overlijden. Ik wil daar geen beslissingen in hoeven nemen…

De volgende dag weer naar Schiedam. Hoe zou ik haar aantreffen?? Wie schetst mijn verbazing wanneer ik haar op haar eigen plek, aan het hoofd van de tafel (wel in een rolstoel nu) aantref. Haar haar vers gepermanent, netjes in de kleren, schort voor, in afwachting van de maaltijd. Ze eet haar bord leeg, drinkt een beker met karnemelk.  Pilletje met water gaat ook naar binnen.  Over welke vrouw had die arts het gisteren eigenlijk?? Mijn moeder?

Ik geef onze beslissing door aan de verzorging om toch een anti-biotica kuur te starten. Ik krijg de mededeling dat de arts me zo nog spreken wil.
Als ik hem zie zit hij met een enigzins ongelovig gezicht naar een papier met bloeduitslagen te kijken. Tja, het is een raadsel maar moeder is niet zo uitgedroogd als hij dacht. En ja, er is een infectie,  wellicht (!) een blaasontsteking….En de gemiddelde suikerwaarden vallen in feite mee…Hij kon zich niet voorstellen dat Ma dezelfde vrouw was vandaag als de vrouw die hij 2 dagen daarvoor had gezien.

Mijn eerste gedachte was: God heeft de beslissing  ons uit handen genomen.  Mijn ABC  mag stoppen bij simpele letters als de A en B van antibiotica en blaasontsteking. Ik hoef de D van dormicon en dood nog niet te oefenen!

Mijn tweede gedachte was, heeft die man niet al te snel alarm geslagen? Werkt hij soms automatisch een scenario af, wat hij ongetwijfeld iedere dag moet doen met hoogbejaarde demente ouderen?  Heeft hij te snel conclusies getrokken op grond van  observatie zonder te wachten op uitslagen van bloed?
Maar, secundair als ik ben en confrontatie-mijdend, dacht ik die laatste gedachtes pas op de terugweg in de auto…

Hoe het verder loopt is afwachten. Mijn moeders lichaam is broos en versleten. De suikers zijn nog te hoog en wie weet wat er nog meer allemaal mis is.

Iets anders wat ik in de nacht van dinsdag op woensdag gedaan heb is psalm 84 gelezen, mijn moeders favoriete psalm die ze op haar begrafenis gezongen wil hebben.  In de oude berijming: Want God de Heer zo goed en mild, is ’t allen tijd een Zon en Schild, Hij zal genade en eer bewijzen. Hij zal ons ’t goede niet in nood onthouden, zelfs niet in de dood.

In dat geloof heeft ze altijd geleefd en zo zal ze ook mogen sterven. Op Gods tijd, gelukkig!

moeders was in een uitstekende bui

Het ging gisteren prima! Ik had me helemaal voorbereid op een moeizaam, vermoeiend bezoek, met daarna een moeilijk gesprek met het adjunct-hoofd van de verpleegafdeling waar moeders woont. Maar mijn moeder zat keurig gekleed, met haar haar netjes verzorgd, een kopje koffie te drinken toen we binnenkwamen. Niks huilen, geen klachten. Hoe gaat het? "Goed hoor". Wat zie je er mooi uit! "Ja, hè?" Big smile. "Moet jij niet werken?", tegen Kim. Ze was zeer in haar sas met de rok die ze aanhad, wat ze ook steeds bleef zeggen:"mooi, hè?". Ik beging de vergissing om te zeggen dat ik de bloes er niet zo bij vond passen….Bewerkt op bewerkt. Zou mijn moeder zelf nooit gekozen hebben, maar dat ziet ze niet meer blijkbaar. Nou, dat heb ik snel ingeslikt want daar werd ze wel onrustig van.  Dom van mij natuurlijk.

Het gesprek met Joke daarna droeg gelijk een heel ander karakter. Ik had de geriater erbij willen halen, verwachtte te horen dat het echt niet meer ging enz.  Maar nee. Men vindt dat het eigelijk heel goed gaat, de laatste tijd. Het verdrietige houdt ze, zei Joke, maar daarnaast kan ze ook weer vrolijk, cq. tevreden zijn. Ze ziet er af en toe onverzorgd uit omdat ze graag zelf eet en dat gaat steeds moeilijker. Dat hebben wij zelf ook gemerkt.  Een kopje koffie of thee hangt zomaar half scheef en de inhoud stroomt langs kin en bloes.  Maar inderdaad, zolang mijn moeder graag zelfstandig eet en drinkt, dan is dat niet anders. We gaan nu in elk geval voor het eten (wat ze graag en véél doet) schorten uitproberen. Men vindt dat in Frankeland een teken van disrespect (vroeger droegen de dames ook geen schorten bij het eten, dus nu ook niet), maar, hoewel ik het uitgangspunt waardeer, vies zijn is erger. Overigens is mijn moeder echt nog van de schorten-generatie.  Bij iedere activiteit waarbij kleding bevuild kon raken, ging, hup, het schort om.  Als ze mij in de keuken bezig zag verzuchtte ze vaak wanhopig: "kind, doe toch iets om, je zit zo onder de vlekken!" Ze had 100% gelijk, maar ik haat schorten. Voor mij dus later geen schort, mensen 🙂1955_1 Aan vlekken ben ik al gewend..

De mevrouw op deze foto heeft expres haar schort afgedaan, volgens mij, omdat ze op de foto kwam…Iedere vrouw in 1955 had toch een schort om bij het afwassen??

Die keuken ziet er overigens exact zo uit als die van ons in Schiedam, in het huis waar ik van 1957-1965 woonde. Ik ga helemaal uit m’n dak wanneer ik spullen en interieurs uit die tijd zie…Granieten aanrecht, dat tafeltje van kunststof (heeft een speciale naam, ben’t even kwijt) en dat fornuis! Heb ik in de zeventiger jaren ook nog op gekookt. En volgens mij hadden Jes en Dos (dochter en schoonzoon) er ook nog één eind negentiger jaren. Onverwoestbaar dus.

Wat moeders betreft, we moeten het in de gaten blijven houden, denk ik.  Joke, met wie ik sprak, heeft veel feeling voor oude mensen en bij haar zal mijn moeder ongetwijfeld beter zijn dan bij sommige van de andere meisjes die haar verzorgen. Joke helpt ma ook met bidden voor het eten. maar dat doen ze lang niet allemaal.  Ik ga dus wel kijken in de Wijngaard, een gereformeerd verpleeghuis in Zeist, maar het moet wel heel acuut slecht gaan willen we moeders nog verhuizen. Nog afgezien van wachtlijsten enz.  Voorlopig ben ik God dankbaar dat het langzaamaan wat beter lijkt te gaan. Ik bid er dagelijks, meerdere malen, voor!

op bezoek

Vanmiddag weer naar Schiedam.  Het nieuwe paspoort voor mijn moeder is klaar en kan (in aanwezigheid van) een familielid worden overhandigd. Dan is dat ook weer geregeld. Verder ga ik wat doorpraten met het adjunct-hoofd van de afdeling waar mijn moeder woont (in verpleeghuis Frankeland) over Ma.

Na de vakantie ben ik bij haar langsgeweest. Het ging niet zo best. Ze was huilerig en zuchtte veel dat ze zo ziek was. Toen we aankwamen zat ze bij de kapper. De kapper, dat is dan in een kamer op de afdeling. Een vreselijk primitief gedoe vond ik het.  Al die dames om een tafel, net astronauten, met van die opblaasbare kappen op hun hoofd. Het rook sterk naar versteviger en ander chemisch spul (mijn moeder werd gepermanent). Ze zuchtte voortdurend dat ze het benauwd had. Het wassen van de haren werd in een andere kamer gedaan. Hoe, mag joost weten, want bukken bij een wastafel kunnen de meesten niet meer, mijn moeder zeker niet! Dat het moeizaam ging bleek wel toen Ma terugkwam om te eten en ik haar bloes recht wilde trekken.  Het arme mens was werkelijk z…nat! Tot op haar hemd. De verzorging was druk met voeden en van alles.  Ik denk niet dat het opgemerkt zou zijn…

We twijfelen zo sterk op dit moment of we wellicht toch nog een verhuizing moeten overwegen naar een echt christelijk tehuis. We hebben allemaal de indruk dat m’n moeder verkommerd en niet op haar plaats is, maar wat is de oorzaak?  Zou ze zich beter voelen in de Wijngaard bijvoorbeeld? Of zit het ongelukkige zo in haar zelf dat daar alleen met medicijnen wat aan te doen is en veel aandacht? Toch vind ik het iedere keer erg dat mijn moeder, die zo trouw altijd bad voor haar eten en de Bijbel las, elk tv programma waar maar psalmgezang of bijbelmeditaties in voorkwamen volgde, nu zonder gebed aan haar eten begint en de hele dag alleen maar luistert naar oud-hollandse liedjes e.d.  Ook leuk trouwens hoor, ik wil zeker niet alles afkraken. Maar is ze zo niet een groot stuk van een voor haar zeer vertrouwde omgeving kwijt?

Wat is wijs?

Ed, mijn broer, neemt haar overigens 2 maal in de maand mee naar de Ned. Geref. kerk in de buurt. Daar is ze rustig en lijkt het erg naar haar zin te hebben. Pas de laatste keer, vertelde Ed, had ze gevraagd tijdens de dienst: "Duurt het nog lang?" De rollen omgedraaid, voelde m’n broer, toen hij antwoordde: "Nog eventjes, het is zo afgelopen."

paspoort vermist

Enig idee hoe de bureaucratie in Nederland werkt?  Vast wel. Iedereen heeft wel eens in een lange rij bij loketten van de gemeente gestaan om copieen uit geboorteregisters en weet ik niet wat op te halen. Het is allemaal redelijk logisch en te begrijpen waar bepaalde documenten voor nodig zijn, hoe lastig het ook kan zijn.

Wat ik echter totaal niet snap is dat mijn moeder op haar 88ste, wonend in een verpleeghuis, dementerende, nog een id-kaart nodig heeft. Om ingeschreven te worden in de nieuwe woonplaats moet een copie van haar ID kaart overgelegd. Het lieve mens had er een uit de 80-er jaren denk ik, maar waar was dat ding? Twee verhuizingen, je moeder dementeert, een paspoort heb je nodig voor reizen (denk je), dus wie let op dat documentje?  Ik niet.  Nergens te vinden dus. Helaas, mevrouw moet dan, na aangifte bij de politie, persoonlijk een nieuwe aanvragen. In uitzonderlijke gevallen doet een ambtenaar ook huisbezoek heb ik vernomen, dan zal er een stempel worden gezet dat moeders niet meer zelf kan tekenen. Nou dat is dan fijn geregeld.  Ik heb nu aangifte gedaan, met dat document moet ik naar Dordrecht, daar krijg ik dan papieren mee, in Schiedam gaat de inschrijving van start en het nieuwe paspoort?  Dat moet mevrouw persoonlijk ophalen. "We hebben een rolstoellift, hoor". Wat is het leven toch ingewikkeld en tijdrovend soms.  Kan dat nou niet anders voor mensen die in de omstandigheden verkeren zoals mijn moeder?

wegwezen

Als ik binnenkom is ze aan het eten. Met één hand, alleen een vork. Ze zit een beetje ver van de tafel, naar één kant geleund in haar stoel. Niet echt comfortabel, lijkt me. Ik zie dat ze met smaak eet, dus ik wacht maar even voor ik haar ga begroeten. Misschien maak ik haar dan onrustig. Op een gegeven moment ga ik naar haar toe: ha mam, ben je lekker aan het eten? Even kijkt ze me wezenloos aan maar dan ziet ze een bekend gezicht. "Ohhh", zegt ze blij. En dan betrekt haar gezicht en moet ze even huilen. "Eet maar lekker verder, mam, ik wacht wel, ik ga niet weg". Ik neem plaats in de moderne, makkelijke stoelen die met elkaar de zogenaamde ‘leefhoek’ vormen. Ik vind het een dood hoekje, want je creeert geen sfeer door een stel moderne meubels bij elkaar te zetten. Moeders eet door, maar na een paar minuten zie ik haar hoofd wat traag mijn richting uitdraaien, ze heeft onthouden dat ik daar zit. Ik zwaai en ze zwaait warempel terug, met een stijve hand en arm, maar toch!

De bewoners aan de tafel het dichtst bij mij zijn erg dement. Sommigen slapen voortdurend en moeten gevoerd. Er zijn twee nieuwe dames bijgekomen. Een heeft haar arm gebroken en roept letterlijk iedere seconde: ooohh, gvd, ooohhh, gvd. (voluit!)De betere bewoners reageren boos: "hé ik geef je een klap als je niet ophoud!", schreeuwt er één. De verzorgenden doen hun best de sfeer goed te houden: "mevrouw X zeg nou ’s Salamander, ipv te vloeken." Mevrouw X kijkt niet begrijpend: "Vloeken?"

Mijn moeder is ook onrustig. Ze heeft een nare ervaring (of waan) gehad en zegt:"verschrikkelijk… ik zal het je straks wel vertellen, het was vreselijk." Ik hoop haar af te kunnen leiden, dus stel voor naar haar kamer te gaan. Meestal heeft ze daar niet zo’n zin in , maar nu is ze gelijk klaar om te vertrekken. Ze heeft me echt wat te vertellen. Iets wat de anderen niet mogen horen blijkbaar.  Op haar kamer komt het hoge woord eruit. Heel moeizaam, want taal (altijd ingewikkelde cryptogrammen gedaan..) is erg moeilijk geworden, maar de emotie is zo sterk dat zelfs de woorden komen. "Een vreselijke vent, tegen iedereen lachen en toen draaide hij zich om en zei tegen mij: wégwezen jij, wégwezen jij!" Ze hijgt van de emotie en grijpt naar haar borst, zo benauwd is ze ervan. Ik ben haar handen aan het manicuren en hoop dat ze er wat ontspannen door raakt. Maar het verhaal blijft langskomen. Tegen háár had ie gezegd: wégwézen en haar geduwd.

Ed, m’n oudste broer komt binnen en we gaan naar het restaurant, tenminste Ed gaat, terwijl ik het verzorgingsplan doorpraat met een verzorgende. Die meldt dat ze gemerkt heeft dat mevrouw het erg fijn vindt als er een praatje met haar wordt gemaakt, als je bij haar gaat zitten.  Ze meldt het als een bijzonderheid. Het komt te staan in het ‘op de persoon toegesneden’ verzorgingsplan voor mijn moeder.  In het wat onhandige handschrift van de verzorgende staat het ook zo genoteerd: mevrouw reageert positief op persoonlijke aandacht. Bijna aandoenlijk vind ik het. Ik denk, maar vraag het niet: wie zou daar niet positief op reageren? Krijg je het dan pas wanneer er een aparte aantekening in je plan staat?  Ik neem me voor het aan te kaarten bij het afdelingshoofd in m’n volgende gesprek.

Mijn moeders ervaring met ‘die vreselijke vent’ was al gesignaleerd op de afdeling.  Niemand kon goed er achter komen wat er nu precies achter stak.  Een mannelijke verzorgende was net terug van vakantie en was nogal amicaal met de bewoners, misschien was het dat?  Ik betwijfel het.  Het is fantasie en werkelijkheid die door elkaar lopen.  Zeker nu de sfeer op de zaal zo slecht is door de vloekende mevr.X zal er heel wat afgesnauwd en gescholden worden. Mijn moeder heeft vast zich iets persoonlijk aangetrokken wat niet voor haar bedoeld was.

Dan is Alzheimer even een zegen: morgen is ze de herinnering weer kwijt.

Het gaat niet goed met moeders

Vandaag een gesprekje gehad met het hoofd van de afdeling waar mijn moeder woont. Ze maken zich zorgen over haar. Na 2 maanden zou er een stijgende lijn moeten zijn maar haar gemoedstoestand verslechtert eerder.
Dat had ik zelf ook al gemerkt, ze is meestal erg angstig en gespannen als ik er ben. Op papier is Frankeland een mooi verpleeghuis en ook qua inrichting en organisatie, maar ik vind nog steeds de persoonlijke aandacht voor de bewoners erg mager. Mijn moeder kan daar slecht tegen. Meer nog, ik denk dat ze de christelijke sfeer van de Linde mist. Het gaat me echt aan m’n hart haar zo te zien. Ze wil me alsmaar iets vertellen over hoe eg iets is in het huis, maar dan zegt ze: ik kan het niet. En ze vraagt steeds of ze nu naar ‘huis’ kan. Ik weet wel dat haar stemming in De Linde ook op en neer ging. Maar ik had zo gehoopt dat de zorg hier beter, deskundiger blah, blah zou zijn. Dat is ongetwijfeld ook zo. En er zijn ook echt positieve dingen te noemen, zoals het feit dat ze niet meer iedere avond om 19.00 uur op bed ligt, maar toch. Nu gaan we kijken naar de medicatie (meer oxazepam???), de geestelijk verzorger wordt ingeschakeld, de geriater komt er bij. Men laat het er niet bij zitten en ook dat is positief.

Eindelijk lente

Wat was het warm vandaag..!! ik liep bijna al te klagen dat het te plotseling te warm was! Ik vind het altijd zo lastig omschakelen van winterkleding naar, ja wat? Zomerkleding is te koel nog en ik voel me dan ook vreselijk bloot en wit. Tussenbeide-kleding moet ik elk jaar weer ter plekke bedenken. T-shirt met vestje, 2 t-shirts, t-shirt met jasje enz. Laat ik nu veel moeite hebben leuke t-shirts te vinden…Ik ben geen 20 meer en heb ook geen maatje 38 meer (helaas) en niets is onthullender dan een t-shirt…de extra winterkilo’s nestelen zich bij mij het liefst aan de voorkant rond maag en buik. Meedogenloos zichtbaar bij lichte, frivole zomer-shirtjes. Ach ja, het went wel weer. En wie weet lukt het om er de komende maanden wat kilootjes af te krijgen.

Met moeders een eindje wezen kuieren in de rolstoel. Helaas bleken de banden superzacht, waar ik pas achter kwam toen we goed en wel buiten waren. We zijn het bruggetje over gestoken bij de St.Liduinastraat, van de Nieuwe Haven naar de Westvest (in Schiedam) en zo waar zei ze onmiddelijk: dit is het Kippenbruggetje. (zie mijn blog van 14 maart: Roots in Schiedam) De Nederlands Gereformeerde kerk waar we langs liepen herkende ze niet. Bij de naam ds. Vonk, jarenlang de geliefde predikant van mijn ouders, gaf ze wel blijk van herinnering. Terwijl we wandelden viel me ook op dat ze wat helderder werd. In het huis tijdens de koffie was ze huilerig en angstig en kwam niet uit haar woorden. Buiten ging het beter. Of ik wel gegeten had, of het niet te zwaar duwen was. Even was ze er weer. Je bent lief, zei ze opeens en dat ontroerde me.

gedicht

AlzheimerIk snap nu wat jammeren is:wanneer ik bij je kom en je stem klinkt als de fladderende vleugelsvan een vogel in het nauw;

De woorden willen niet komen
en trillen in je mond –
maar zoals je je hoofd naar me toebuigt
dat spreekt boekdelen;

het verdriet vergeet je even gauw
als mijn bezoek-
nu schijnt de zon en ben ik er
altijd nu, altijd nu

Verkiezingen betekenen ook: verhuizen

Daar had niemand me voor gewaarschuwd: Na de gemeenteraadsverkiezingen is op mijn werk onze hele gang een chaos!! Het CDA is zetels kwijt en moet naar een kleinere kamer, de SP krijgt een grotere, drie eenmansfracties gaan samen in de kamer van de CDA, met tussenschotten. Wij hebben de pech naast de PvdA te zitten die met 5 zetels winst ware expansiedrift vertoont: onze kamer wordt door hen geconfisceerd! Wandje ertussen uit en wij druipen af naar een hoekje-met-wandje van wat eerst hun kamer was.

Tijd dus om te ruimen, te sorteren en te pakken. Wat is het toch deze week? Het grote thema is verhuizen. Ook volgende week blijft in het teken staan van verkassen. 29 maart op m’n werk en 31 maart de finale bij moeders vorige flat.

Ondertussen staat mijn huis vol met alles wat ik nog niet kwijt wil. Ook hier moet ik maar eens flink gaan opschonen straks!

Met moeders gaat het redelijk goed. Ze lijkt te aarden. Het feit dat ze in oude omgeving zit maakt het erg vertrouwd voor haar. De oude foto’s aan de muren in de gangen van de afdeling herkent ze feilloos. Vanmiddag in de huiskamer was ze in geanimeerd gesprek met een medebewoonster over straten en winkels van vroeger. In Dordt stond ze buiten die gesprekken, nu kan ze gewoon meedoen.

Terug in Schiedam

Voor mijn moeder is de cirkel weer rond. Na 41 jaar is ze terug op haar geboortegrond. In Huize Frankeland in de St. Liduinastraat. Dinsdag ben ik met echtgenoot Kim al wat spullen wezen brengen, zodat de kamer niet helemaal kaal zou zijn vandaag. Vanmorgen bleef moeders maar zeggen: ‘kijk nou, dat is precies hetzelfde als wat ik heb!’ Als ik dan zei dat het haar eigen spullen waren keek ze me verbaasd aan: ‘wat doen die dan hier?’ Het huis vond ze prachtig, het uitzicht op de tuin vanuit haar kamer ook. Als uitje was het zeer geslaagd, maar op een bepaald moment was het genoeg: ‘gaan we nu naar huis?’ Ik: ‘U woont hier nu, dit is uw kamer en u gaat hier ook slapen.’ Dat was een moeilijke boodschap. Haar gezicht betrok en er kwam een bange uitdrukking in haar ogen. Op de huiskamer heeft ze vervolgens lekker gegeten, maar toen Jacques en ik na het eten nog even gingen kijken zei ze onmiddelijk: ‘ik dacht dat jullie me vergeten waren.’ Ik vond het heel moeilijk om toen weg te gaan en haar achter te laten.

Maar, het huis is uitstekend! Werkelijk top. Schoon, fris, sfeervol, en het maakt een heel professionele indruk. Alles is in huis: dokter, tandarts, pedicure, fysio, ergo, een zwembad, een restaurant, een winkel, het kan niet op. Er zijn verschillende clubs: klassieke muziek club, groenclub, breiclub, leesclub. Alles op het niveau van de deelnemers met als voornaamste doel: interesses te prikkelen en vertrouwde hobbies vast te houden.

Wie er zelf wil wonen: schrijf je vast in, want de wachtlijst is lang!