moeders monet

Moeders_monet_1

Een vriendin stuurde deze kaart naar aanleiding van het gedichtje over mijn moeder.

Moeders Monet, noem ik het maar. Het geeft zo mooi weer hoe haar interieur eruit zag voor de dementie begon.

Haar lievelingsplanten staan er alle drie op, de azalea, de begonia en het kaaps viooltje!

En dan dat tafeltje met die stoel ernaast. Mijn moeder zou er van genoten hebben. Prachtig.

Bedankt, Jetty!

Het schilderij is van Kees Verwey, uit 1951
‘Moeders theetafel op haar 79e verjaardag’.

en nu nog de steen

Het is door de vakanties eigenlijk al best laat. Maar de steen moet worden geplaatst op het graf van moeders. Als broers en zussen denken we nogal na over wat er op komt te staan. Het graf van zowel mijn vader als dat van mijn zus Loes is al jaren geleden geruimd en we vinden alle vier dat dat toch ongewenst was. We hebben dit graf dus gekocht en willen op de steen ook mijn vader en Loes gedenken. Een punt waar hun namen blijvend genoemd worden. Samen. Kim zei al langer dat hij het zo’n stuitende gewoonte in Nederland vindt om na een x aantal jaren een graf gewoon op te ruimen.

Tja, wat moet je in een klein land? En ook, ik ben opgegroeid met het geloof dat daar in dat graf alleen maar botten liggen en dat de persoon zelf "bij God is". Mijn ouders, als volgelingen van Vonck geloofden weliswaar niet in de hemel als wachtkamer voor gestorven gelovigen tot de Wederkomst van Jezus, maar beslist wel in het eeuwige leven. Maar, en dit in lijn met de gereformeerde traditie, een graf was een verwaarloosbaar onderdeel van wat er met het dode lichaam gebeurde. Dat was er alleen op de dag van de begrafenis. Verder kwam je daar nooit meer. Niet de levenden bij de doden zoeken. Zoiets. Ik heb me daar nooit zo mee bezig gehouden. Had ook nog geen ‘eigen’ geliefden die begraven lagen.

Pas toen ik in een moeilijke periode het graf bezocht van mijn vader werd ik me ervan bewust dat zo’n plek toch belangrijk is. Al is het maar voor de nabestaanden om te kunnen rouwen, om voeling te hebben met je voorgeslacht, hoe symbolisch ook. Gelukkig lag er toen nog de steen van m’n vader. Waarvan ik alle lettertjes schoongeborsteld heb als een soort liefdebetoon. Dat bleek goed voor m’n ziel.

In Amerika zijn we met de kinderen, toen die nog klein waren, naar het graf van Kim z’n vader geweest. Hun eigen opa die zij noch ik ooit ontmoet hebben omdat hij jong gestorven is. Wat waren we teleurgesteld toen er niets bleek te liggen dan een nummerplaatje. Geen naam, geen steen, niets. Volgens Kim’s moeder bleek dat op zijn verzoek te zijn geweest. Later is er op aandringen van Kim en z’n broers en zussen toch een eenvoudige gedenksteen geplaatst. Meestal als we in Boston zijn gaan we er even langs. De steen met die naam vertegenwoordigt dan voor een moment samengebald, het leven van Kim’s vader.

Op de begrafenis van mijn geliefde oom Wim laatst, hield de stoet stand bij de graven van zijn zoon, schoondochter en hun drie kinderen die een jaar of 10 geleden, in een verschrikkelijk ongeluk op de autobaan in Duitsland, als gezin in één klap om het leven kwamen. Een zeer indrukwekkend moment. Opnieuw dat gevoel dat die gedenkstenen even die geliefde kinderen teruggaven. Gelukkig met de troost dat voor die stenen straks de lichamen weer zullen komen. Wat een mengeling van emoties brengt dat teweeg!

De gereformeerde traditie klopte wat betreft de leer, maar de behoefte aan een plek om te kunnen rouwen is misschien de laatste jaren ook toegenomen. Veranderende cultuur. Is op zich niks mis mee. Zolang we maar niet rouwen als hen die geen troost hebben zoals Paulus volgens mij in de eerste brief aan de Thessalonicenzen schrijft.

de laatste spulletjes

Bij mijn zus voor het huis (een verbouwde boerderij met een ruime voortuin, niet op Apeldoorn_19052007 straat), op een kleed op de grond. Daar stonden en lagen de laatste spulletjes van mijn moeder, ter verdeling onder de aanwezigen. Mijn twee broers, mijn zus en ik. Ook de aanhang was er natuurlijk. Voor de gezelligheid.

Zo verzameld op dat kleed leek het wel een antiek en curiosamarkt. Mijn moeder had best mooie dingen. Veel tin, oude bezittingen van grootvaders en -moeders en wat zaken die ze zelf gekocht had in de loop van de tijd, met mijn vader.

We hebben verdeeld wat emotionele waarde had, niet naar geldwaarde. Grappig hoe ieder zo zijn of haar voorkeuren bleek te hebben. Die liep vrijwel parallel aan wat er te verdelen was. Een enkele keer bleken we met meerderen ergens aan gehecht en stonden we iets af in ruil. Het ging eigenlijk heel goed. Veel bleef staan wat we vervolgens naar behoefte verdeelden.

En toen was dus het laatste tastbare, in feite bij elkaar horende, bezit van moeders er niet meer. Afzonderlijk gaan de spulletjes nu een nieuw leven leiden. Onze kinderen zullen ze waarschijnlijk gaan zien als bij ons horend en ze straks als dingen met emotionele waarde gaan verdelen…

Ik heb nu spullen staan of hangen die ik niet eens mooi vind, maar ze zijn zo onlosmakelijk met m’n ouders verbonden dat ik dat haast niet zie. Ik heb de klok hangen, die volgens mij aardig nep is, maar mijn ouders waren er zeer aan gehecht. Dat zie ik erin. En we hebben een stoel staan die mijn moeder had gekocht en later weer opnieuw heeft laten bekleden met stof die ze zo prachtig vond, oudroze. Veel was oudroze bij mijn moeder en vader.

Welaan, de periode is nu bijna afgesloten. De steen hebben we uitgekozen. Daar moet de tekst nog op.

En het begint een beetje door te dringen dat er nu weer lucht komt voor andere dingen, andere besognes. 8geraniumrood1

Zoals de tuin. Ik realiseerde me vandaag
dat ik vorig jaar geen planten heb gekocht
in de lente. Ik kwam er gewoon niet aan
toe. Vandaag heb ik mezelf verwend met
een bonte pracht aan zomerbloeiers!

Moeders zou er van genoten hebben. Het was haar vaste gang in het voorjaar. In het winkelcentrum een paar bakken met geraniums en fuchsias laten opmaken voor op het balkon.  Ze had groene vingers en genoot enorm van bloeiende planten. Ik ergerde me altijd wel aan het feit dat ze planten niet weg kon gooien. Kale stengels zonder bladeren, armetierig als wat, maar: er zitten nog bloemen in, dan gooi je ze toch niet weg!!! Tja, als je de oorlog hebt meegemaakt….

foto’s

Rolletje film weggebracht een week of wat terug, van het bezoek van m’n schoonouders uit de VS o.a. Laatst opgehaald en tussen de foto’s ook opeens de foto van moeders kist zoals hij daar stond tijdens de afscheidsbijeenkomst.
Ach, wat gaat er dan weer veel door je heen. Moeders. bijna 3 maanden geleden gestorven nu. Had ik er last van met moederdag? Nee, eigenlijk niet. Dat vierden we al een paar jaar niet meer omdat ze er niets meer van wist. Hoewel, ik heb volgens mij alleen de laatste keer niet meer iets meegenomen. Nou ja, hoe het ook zij, de momenten waarop je verwacht haar te missen glijden voorbij zonder emotie. En dan opeens, uit onverwachte hoek is het er weer. Zoals bij die foto.

Het moeilijkst blijf ik vinden dat haar laatste jaren zo ongelukkig zijn geweest. Dat we daar als kinderen zo weinig aan konden veranderen en verbeteren. Leven met angst en wanen is ongelofelijk zwaar en er dan niet over kunnen praten omdat je spraak/taalbeheersing gestoord is…Hebben we genoeg gedaan om daarin tot hulp en steun te zijn? Had het beter gekund? Ik weet het niet en ik zal dat ook los moeten laten. Voor mijn moeder is het nu goed. Maar er zijn anderen net als mijn moeder. Het verpleeghuis blijft een dominant verschijnsel in de ouderenzorg en ik heb grote twijfels of de psycho-geriatrische zorg zoals die nu plaatsvindt goed is voor een (dementerend)mens. Daarom blijft het me wel bezig houden.

een van de gedichten die ik de afgelopen tijd over m’n moeders dementie geschreven heb:

Hoe erg het was

de vlekken in je kleding
je lange nagels en onverzorgde haar

ik wist niet hoe erg het was
tot ik je vandaag weer zag
zoals je was voor je hersenen
verkleefden en de laatste jaren
maakten tot een stroperige brei
waar jij en wij in dreigden te verstikken

ik wilde je verzorgen en vooral
begrijpen maar jouw woorden
waren als sprinkhanen
ze sprongen weg zo gauw
ik dacht ze te vangen
ik kreeg ze niet te pakken
ik liet jou achter
met in je ogen die bange blik
wie zal me hieruit redden?

Ik kon je niet meer blij maken
niet bereiken met mijn woorden
die als vlinders op je trachten
neer te strijken, zacht,
licht als lucht, liefkozend
maar je veegde ze weg als
motten die kleefden

in de mistige meren
van je ogen kwam
nog zo zelden een opklaring-
de zon was weg,
de sterren en de maan;
seizoenen, tijdperken en
je eigen geschiedenis
alles was geworden
tot een onbegrepen nu

ik voel pas nu
hoe erg het was.

Memories 4

Gisteren in Utrecht bijgekletst met zus Thea. Memories en verhalen over vroeger. Frappant altijd weer hoe je als kinderen in hetzelfde gezin van dezelfde vader en moeder elk zo je eigen herinneringen en beleving hebt. Thea en ik schelen 6 jaar. Tussen haar en mij zit nog een broer, 3,5 jaar ouder dan ik.  Boven Thea zaten zus Loes, 3 jaar ouder en Ed, 4 jaar ouder. Thea is dus typisch een midden-kind. Niet bij de oudsten horen en niet bij de kleintjes horen.
Ik hoor van meerdere vrienden die in zo’n positie opgroeiden dat het je vaak je leven lang opzadelt met een gevoel van er- niet- bij- te- horen.  En als je dan qua karakter ook nog anders bent dan de rest word je in dat gevoel nog sterker bevestigd…

Het blijft me verbazen dat we als vrouwen van middelbare leeftijd (tja, zo is het nou eenmaal :(….) met elkaar de gevoelens delen van de kinderen in ons. Wie was Ma voor jou? Wat betekende Pa voor jou? Natuurlijk heb je het dan over het heden en de afgelopen jaren, maar hoe langer je doorpraat, hoe duidelijker het wordt dat de band van vroeger zo bepalend was voor het nu. In hoeverre heb je er vrede mee gekregen dat de dingen waren zoals ze waren? In hoeverre voel je je nog geremd of gehinderd door het verleden? In hoeverre voel je dat je persoonlijkheid ge(ver)vormd is door het verleden?

En zelf zijn we ook moeders. Verre van volmaakt. Sommige fouten heb je herhaald, andere fouten heb je zo nadrukkelijk geprobeerd niet te maken dat je weer andere domme dingen deed.
Toch denk ik dat liefde het uiteindelijk wint. Onbeholpen, schuchter, indirect, of open en luid en duidelijk, het is die liefde die de fouten ten lange leste toedekt. Ik bedoel de liefde van een moeder, mijn moeder, mijzelf als moeder. De wijze waarop die geuit wordt kan verschillen en soms voor vebetering vatbaar zijn, maar dat die liefde er was en is, als een sterke, onstuitbare onderstroom van de relatie, daar ben ik van overtuigd. En dat blijft als laatste ‘hangen’. Daar kan voor de een langere tijd overheen gaan dan voor de ander, maar als die liefde er was dan zal die toch overwinnen.

Memories 3

We hebben 8 jaar in Zuid-Korea gewoond. Driemaal hebben we bezoek gehad van mijn ouders. Tweemaal van vader en moeder samen, de derde keer kwam moeders alleen, na het overlijden van m’n vader. De eerst keer, in 1982, woonden we in Seoel, de hoofdstad en hebben toen vooral Seoel en omgeving bekeken. Fascinerend voor ons en voor hen. De tweede keer, in 1984, woonden we inmiddels weer in het zuiden, in de havenstad Pusan. Daar woonde je eigenlijk pas echt in Korea.

In die tijd zag je daar, in tegenstelling tot Seoel, zeer zelden westerlingen. Het baarde nogal opzien als je voorbij kwam, vooral onder kinderen. In grote groepen liepen ze achter je aan onder het uitroepen van allerlei kreten die zij met het westen=Amerika associeerden. Zeer geliefd was bijv. het door ons zo gehate: “mr. monkey”…Het was altijd een dilemma: negeren we dit of jagen we ze weg door opeens iets in het Koreaans te roepen. Maar ja, je wist van tevoren nooit of dat de interesse alleen maar zou doen toenemen…Eerst schrokken de blagen zich een hoedje en renden ze weg, maar vaak kwamen ze even hard weer terug.

Mijn ouders waren al een week of wat bij ons in Pusan, toen ze besloten ook eens zelfstandig een tochtje te maken. Mijn moeder was reislustig en ach, mijn vader was wel bereid met haar mee te gaan. Ik maakte een kaartje van de binnenstad, schreef ons tel.nr. op en maakte een briefje wat ze de taxi-chauffeur konden geven voor de weg terug. In Korea waren in die tijd taxi’s onderdeel van het OV. Voor een hele schappelijke prijs kon je einden rijden.

Ik zette hen op de taxi, legde uit waar de chauffeur hen moest laten uitstappen en zwaaide hen uit. Vader en moeder een avondje op stap. (Winkels en markten bleven de hele avond open).

Nog geen 20 minuten later gaat de telefoon. Een mij onbekende Koreaan: “Uw ouders zijn verdwaald, ze komen er zo aan, maakt u zich geen zorgen.” Ik vroeg nog of ze daar zelf nog waren, jawel en ik kreeg mijn moeder aan de telefoon. “We stonden alleen maar naar je plattegrondje te kijken”, zei ze enigzins verbouwereerd, “toen deze man het ons uit de handen rukte en tegen ons begon te praten. We verstonden hem natuurlijk niet en nu heeft hij jou dus blijkbaar gebeld.” Ik praatte weer met de Koreaan verder. Maar ik kreeg hem niet aangepraat dat ik mijn bloedeigen ouders alleen op pad had gestuurd in een wildvreemde onbekende stad waar ze de taal niet eens spraken. We hingen op, ik onzeker over het verdere verloop…
Na nog eens een kwartier ging de deurbel: mijn ouders! Ze waren linea recta een taxi ingeduwd, en richting het thuisadres gestuurd dat op hun plattegrondje stond! Met lichtelijk de slappe lach kwamen ze binnen.

Ze waren nog geen 5 minuten in de stad toen ze door de overbezorgde Koreaan min of meer opgepakt en in een taxi gezet werden. Daarna ben ik toch maar weer mee gegaan.

 

Memories 2

Ach ja, het bosje bloemen of het plantje wat moeders altijd bij zich had…Ik waardeerde dat toen ook al, maar ben het pas echt op waarde gaan schatten toen ik zelf kinderen kreeg die niet meer thuis woonden. Mijn geest was gewillig, is, mag ik wel zeggen, om een bosje bloemen mee te nemen, maar wat is mijn vlees dan zwak vergeleken met dat van moeders!
Ook hier blijkt weer hoe georganiseerd zij leefde en hoe ik dat peil wel nooit zal bereiken. Ik zou eigenlijk altijd wel een bloemetje bij me willen hebben, maar ik denk er vaak pas op het laatste moment aan, als ik in vliegende haast de tram moet halen en moet kiezen tussen een latere trein/tram/bus + een bosje bloemen of mezelf maar zien als het cadeautje en met lege handen aankomen…
Moeders had alles van te voren uitgestippeld. Hoe laat ze zou opstaan, ontbijten, wat ze aan zou doen, hoe laat de bus vertrok en de dag tevoren stond het bloemetje al klaar.

Later kreeg ze er last van dat ze zo alles op tijd moest doen van zichzelf. Uitslapen was er nooit bij en het werd een beetje dwangmatig. Om zo laat moest ze ontbijten en om dat tijdstip maar te halen, begon ze ’s avonds al de boterhammen klaar te zetten bijv. Dat werd haar zelf ook te gek, maar het viel niet mee dat los te laten…

Toen mijn vader nog leefde gaf het ook veel spanning tussen hen. Mijn vader kon z’n bed niet uitkomen ’s ochtends en leefde enigzins in een mist tot een uur of vier. Dan begon hij pas  echt wakker te worden en zin te krijgen in de dingen. Dit was wel nadat hij ontslag had gekregen vanwege een fusie van het bedrijf waar hij al 40 jaar (!) voor werkte. Hij kwam op 55-jarige leeftijd thuis te zitten. Van enige begeleiding was in die tijd nog geen sprake. Het was een enorme klap voor hem. Nooit een ochtendmens, is het daarna er niet beter op geworden.

Ik aard wat dat betreft naar hem. Ik ben ook een echt avondmens…Ik ploeter me door de dag en ’s avonds denk ik vaak opeens, he, ’t is eigenlijk zo slecht nog niet!

Het blijft een raar verschijnsel. Echtgenoot kun je letterlijk naar bed dragen na 23.00 uur. Hij trekt witjes weg en kan, al gapend, met moeite een conversatie voeren. Terwijl ik pas rond 20.00 uur begin te babbelen, na de hele dag stilletjes ja en nee gepreveld te hebben als respons op zijn stortvloed aan vragen en opmerkingen. We gaan binnenkort een cursus volgen: “Hoe haal je het meest uit de korte tijd dat je samen helder bent?” (hi,hi)

Memories

Als mijn moeder op bezoek kwam hoefde ik zelf niets lekkers in huis te halen. Ze had een tas vol spullen bij zich. Chocola van de markt, van die heerlijk zachte Cote d’Or en lekkere koeken. En dan vaak nog zoiets als krentebollen (of krentenbollen?).

Ze kwam altijd met de trein. Na mijn vaders overlijden in 1986 was ze gelukkig nog jong genoeg om zelfstandig met het OV te leren reizen. Maar ze wilde het ook. Eigenlijk was moeders best avontuurlijk aangelegd. Ze hield van kaartlezen, al was ze er net zo goed in als ik (ha, ha). En reizen vond ze heerlijk. Zorgvuldig zocht ze uit wanneer er vrije reizen waren op de seniorenkaart en dan ging ze op pad.
Een keer was ze voor negen uur op de trein gestapt en kreeg ze, tot haar grote schande, een vermaning van de conducteur!

Drie keer is ze in Korea geweest toen wij daar woonden. Twee keer met m’n vader en de derde keer helemaal in d’r upje, vlak na het overlijden van mijn vader. Heel dapper, want het waren toen echt lange reizen met een overstap in Frankfurt of Parijs.

Het was het jaar waarin Kim en ik 12,5 jaar getrouwd waren, april 1987. Altijd een goeie planner had ze van tevoren een advertentie opgegeven aan het Nederlands Dagblad met felicitaties namens de kinderen. Ik snap nog steeds niet helemaal hoe die coordinatie verliep want we kregen daar toch niet iedere dag de krant uit Nederland. In ieder geval met vertraging. Hoe het ook zij, op de morgen van de Dag zat ik de krant te lezen en Jesseka en mijn moeder deden een beetje vreemd. Ze hadden de grootste belangstelling voor mij en de krant. Als ik weg liep kwam Jes me achterna en moest ik toch vooral op die en die pagina dat en dat eens lezen. Jes was een pienter kind maar de krant las ze normaal gesproken nog niet, ze was 11.
Om een lang verhaal kort te maken opeens zag ik het eindelijk, die kleine advertentie: Kim en Margreet, 12,5 jaar, gefeliciteerd. Hoe intens lief, besef ik nu. Pas later realiseerde ik me hoe lang van te voren moeders daar over nagedacht moest hebben!

Zo zat ze echt in elkaar. Vakanties werden lang van te voren voorbereid. Ergens op een plek in huis groeiden langzaamaan de stapels kleren en linnengoed voor de vakantieweken. Het gaf me een heerlijk gevoel van voorpret. Op het laatst mochten we alleen oud ondergoed en zo aan. Dan was de grote dag van vertrek heel dichtbij en ik deed niets liever dan versleten katoentjes dragen!

Toen ik klein was werd mijn kleding de avond van tevoren klaargelegd. Heel slim waarschijnlijk met 5 kinderen en veel huishoudelijke karweien ’s ochtends vroeg. (Tot mijn schande moet ik bekennen dat mijn moeder tot en met de middelbare school mijn brood ’s ochtends smeerde… ). Tot 1965 hadden we een kolenkachel en ik zie m’n moeder nog van buiten komen met de kolenkit en ik hoor dat knisperende geluid als de kolen van bovenaf in de kachel gegooid werden. Wat een vieze boel moet dat geweest zijn ’s ochtends net uit je bed…
Ik heb daar zelf eigenlijk geen enkele associatie mee. (Toen niet i.e.g. in Korea hadden we dezelfde vieze kachels!) Ook niet dat het koud was. Terwijl dat wel zo geweest moet zijn. Er was alleen in de woonkamer verwarming en een enkel electrisch straalkacheltje in een andere kamer. Dat laatste weet ik zeker omdat die roodgloeiende staven me als kleuter enorm intrigeerden. Ik wilde weten of dit nu ook vuur was of niet. Om het te testen hield ik er een papier bij wat natuurlijk direct vlam vatte. Ik ben nog nooit van m’n leven zo geschrokken!! En m’n moeder nog erger, denk ik. Ze zal heel opgelucht geweest zijn toen we in ons volgende huis gaskachels kregen. Ook alleen nog maar op de begane grond. Boven hadden we butagaskachels. Stinkdingen.

Ik dwaal af. Dat is gebruikelijk als je Memorylane afloopt.

hoe rouwt een mens tegenwoordig?

Ik ben in de rouw. Vroeger zou ik zwarte kleding dragen. Bepaalde dingen niet doen tot zoveel maanden na de begrafenis. Zeker niet door Antwerpen zwalken. Eerlijk gezegd was dat misschien wat later ook leuker geweest. Vandaar ook mijn vraag: Hoe rouwt een modern westers mens?

Vandaag heb ik, in plaats van met m’n neus de boeken in te duiken (mijn escape) de stilte opgezocht in de duinen. Al sinds vorige week was er een aansporing daartoe blijven hangen. De EO gids had ivm vastentijd een extra gidsje meegestuurd over Stilte. Mooie artikelen, van o.a. Victor van Heusden. Stil zijn en God’s nabijheid zo leren ervaren. Dat is oefenen, blijkbaar.Ma_pasfoto

Ik besefte het weer eens op de fiets vandaag: wat kan ik toch moeilijk m’n gedachten tot rust brengen. Om echt stil te worden moet je door een chaos van gedachten en ‘ik moet nog dit en dat’ flarden heen.

Het intrigeert me. Stil zijn brengt ook de herinneringen naar boven. Aan hoe moeders was, niet was, wat ze heeft meegegeven en wat ze zelf niet had en dus ook niet geven kon. Dat is rouwen dan in elk geval. Rust en tijd zoeken en de herinneringen laten komen. En dan ook verdrietig durven zijn omdat het definitief nu op aarde voorbij is voor haar-en-mij.

Zo, als op deze foto, zal ik me mijn moeder herinneren, denk ik.

en nu verder

De kist sluiten
Gisteren hebben we moeders begraven. Samen als familie hebben we het deksel op de kist gedaan, na een aantal teksten uit ps.84 gelezen te hebben. De kleinkinderen hebben Ma nog gezien. Ze lag er zo mooi en kalm bij. Nog rustiger en vrediger dan de dag van het sterven. Ik had kleding uitgekozen die ze graag droeg, roze en grijs. Dat viel op. Het was echt Oma zeiden de ‘kinderen’.

De samenkomst
De samenkomst was mooi en troostrijk. De predikant zei hoe opmerkelijk het was dat mijn moeder geen klaagpsalmen heeft laten zingen, maar allemaal liederen waarin God’s goedheid en liefde worden geloofd. Ze heeft geen makkelijk leven gehad, maar bij haar begrafenis bleek overduidelijk dat ze haar kracht steeds bij God zocht en vond.

Begraven
De tocht naar het graf was het zwaarst. Ik weet, mijn moeder is niet in die kist, maar in de hemel bij God. Maar ach, dat moment wanneer de kist in dat donkere gat zakt….Het staat zo haaks op wat je op deze aarde voor een geliefde wil: een lekkere warme deken en een comfortabele rustplek. Ik ben zo blij dat Jezus ook huilde bij het graf, ook al wist Hij dat Lazarus zo naar buiten zou komen. De dood is en blijft een rotvijand.

Condoleren
Bij het condoleren waren veel vrienden, wat ons erg goed deed, en veel familie. Nichten en neven, die hun oud geworden ouders begeleidden. Nog twee zussen van moeders, 1 broer, 1 zwager en 3 schoonzussen zijn in leven. Aan mijn vaders kant is niemand meer in leven van zijn generatie. Sommige van mijn neven en nichten zitten al tegen of zelfs over de leeftijd van 70 jaar. pffff…

Vandaag
Vandaag ben ik geloof ik pas begonnen met het echte verwerken. Moeilijke dag. Net of ik terug ga in de tijd en nu pas echt verdriet kan voelen over dat hele proces van dementeren. Was almaar bezig met hoe erg ik het vond toen ik voor het eerst merkte dat mijn moeder niet meer stofte en de plantjes geen water meer gaf. Dat klinkt misschien triviaal, maar dat was zo uitgetekend mijn moeder, en had zo’n diepe betekenis voor me gekregen door de jaren heen. Iedere dag ‘haalde ze een stofdoek over de meubels’, zoals ze dat zelf noemde. Dat was een soort ritueel, waarbij ze zich heel happy voelde. Als ze bij ons logeerde was dat ook vaste prik. Eerst altijd zoeken naar een stofdoek, of wat er voor door kon gaan.  En of ik het verschil dan zag? Alles glansde weer zo mooi en het hout ging weer leven, toch? Ja dat was zo, en het voelde ook veilig en vertrouwd. Mijn moeder die door de kamer kuierde en mijn spulletjes een beurtje gaf. Dat was een uiting van haar zorg voor mij.

En dan de planten. Mijn moeder had groene vingers. Altijd had ze bloeiende chinese rozen staan, azalea’s, begonia’s of kaapse viooltjes. Ze kreeg ze steeds weer aan het bloeien. De planten waren soms niet meer om aan te zien, met alleen nog kale takjes of stengels, maar bloeien deden ze!

En toen opeens was het voorbij. Ik zag op haar kamer laagjes stof op de meubels en de plantjes stonden te verdorren in de vensterbank. Ze had er geen oog meer voor.

Pas vandaag heb ik daar voor het eerst de pijn van durven voelen. Het eerste afscheid nemen is toen al begonnen, maar ik heb mezelf indertijd niet toegestaan daar lang bij te treuren. Ik wist immers niet hoe lang dit allemaal kon gaan duren?

Vandaag ook voor het eerst gewerkt. Was zwaar. Een hele dag lukte nog niet..

Overigens: Alle mensen die ons via mail of website of post gecondoleerd hebben: hartelijk dank! Het doet goed om te merken dat er met ons meegeleefd wordt.