M’n laatste blog heette ‘we maken niet zoveel mee’. Daar is weinig in veranderd. Krap een week aan het werk en ik lig met hoge koorts in de lappenmand. Uiterst nare ziekte die zo heerlijk vaag ‘virale infectie’ wordt genoemd, ofwel griep.
Categorie: chronicles
Stevinstraat continued
Al weken wordt er in het huis naast ons (overlastpand nr.1 in onze vredige straat) geboord, gebroken en gehamerd. Er staat een steiger voor het huis en zowaar de buitenboel is geverfd en ziet er beter uit, al is het door de steigers niet goed te zien nog. De bankstellen en tv’s die buiten in de voortuin stonden zijn weer eens opgehaald door de kraak en zelfs de achtertuin (zie ik vanaf mijn spionageplekje op het balkon) is op orde.
Cryptische reclame
Gisteren voor het eerst sinds een tijdje weer een huis wezen bekijken. In Utrecht dit keer. Leuk buurtje (Zuilen), eigenlijk best een leuk huis, maar toch net te krap. Zo groot als we nu wonen hoeft niet, maar 95 vierkante meter is toch wel een erg grote overgang…
Van vasten word je chagrijnig
Voor de mensen die me vroegen via mail of anderszins, nee, ik was niet ziek de afgelopen weken.
Ik had de laatste 2 weken voor Pasen besloten een ‘Daniels fast’ te doen. Wel gezond eten, mar een aantal dingen die belangrijk voor me zijn laten staan.
Love’s labours lost of linzensoep door het gootsteenputje
De drab sijpelt tergend langzaam door het gootsteenputje. Zelfs weggooien levert nog problemen op. Dertig uur geleden heette deze brei nog linzensoep. Nog een dag eerder stond een grote pan met water en kip op het fornuis te pruttelen, samen op weg naar een geurige bouillon, de basis voor iedere goede soep.
Vanavond deden we nog een manmoedige poging een kopje van de soep tot ons te nemen, maar het moest het ervan komen: weg ermee.
Tussen het moment dat ik een pan met smakelijke linzensoep had en een pan met oneetbare prut lagen misschien een paar minuten van onachtzaamheid. Wat was er gebeurd?
Ik was jarig gisteren en had het idee opgevat Open Huis te houden voor familie, vrienden en gemeenteleden van de kerk. Van twee uur in de middag tot en met de avond.
Ik wilde het niet al te ingewikkeld maken dus op het menu voor het avondeten stonden broodjes knakworst en linzensoep. Rond half zes gingen we over van koffie en taart, drinken en snacks naar de soep. Ik begon met de laatste voorbereidingen. Alles was onder controle. De enige vergissing die ik maakte was met iemand die mij aansprak een gesprekje te beginnen terwijl de soep aan het opwarmen was. Het was tenslotte mijn verjaardag. Dit bleek echter fataal.
Een zware brandlucht drong opeens mijn reukorgaan binnen. Oh nee. Mijn soep, mijn grote, weeshuismaat pan overheerlijke linzensoep!
Twee vriendinnen met veel levens- en soepervaring stonden mij bij in mijn paniekaanval die volgde op de constatering dat de soep was aangebrand en verleenden eerste hulp.
Op een natte theedoek zetten, riep de de eerste vriendin. Al mijn theedoeken lagen als zwarte dweilen ergens op de grond nadat er 10 kinderen de tuin in en uit gelopen waren, dus een natte doek ergens vandaan getoverd. En nu? Er wachten wel 35 mensen…
Snel overgieten in een andere pan, was de volgende raad. Snel overgieten? Waar laat ik even 10 liter soep? Ik heb maar 1 weeshuispan. Ok, alle plastic beslagkommen en andere grote opvangvaten uitgestald en gieten maar. (ondertussen kwamen om de 10 seconden mensen vragen of er misschien iets was aangebrand?)
Het zweet droop van mijn rug en mijn stemming was (eufemistisch) te omschrijven als ‘zeer geprikkeld’. Na een intense schrobbeurt om het zwarte aanbaksel te verwijderen moest alles weer teruggegoten in de Grote Pan. (Weet iemand hoeveel spetters dat oplevert?).
Ondertussen was de soep weer koud na la dat gehannes, dus gauw het vuur er weer onder. De vriendinnen gingen proeven. Valt heel erg mee, zei er een. Als je het niet weet proef je niets, zei de ander. Dank je de koekkoek, dacht ik, jullie zijn lieve vriendinnen, maar ik proef slechts aangebrande soep.
Gelukkig was toen inmiddels ook de tomatensoep warm. Na het eten was de tometensoep op. Van de linzensoep was zeker nog 7 liter over.
En die stroomt nu langzaam door de afvoerbuis naar de zee…
Love’s labour lost.
Verder was de verjaardag zeer geslaagd!
Fototrouble
Ik dacht, laat ik ook mijn kopfoto (niet een foto van mijn kop, maar de foto boven mijn weblog) eens veranderen.
Maar niets in dit leven gaat simpel. Na uren prutsen ben ik nog niet verder dan deze middelmatige foto die om de een of andere reden te laag staat. Ik hoop dat iedereen naar beneden scrollt en niet denkt dat ze op een blanco pagina zijn beland…
Vanmiddag mijn laatste oom, oom Kaap (van Jacob) begraven. Dat geeft een vreemd gevoel. Ik heb veel ooms gehad. Zowel van vaders als van moeders kant. Ik had er zeven in totaal. Vandaag is mijn moeders jongste broertje (hij was 5 jaar jonger, van 1922) naar zijn laatste rustplaats op aarde gebracht. Heel ontroerend vond ik het oprechte verdriet van de kleinkinderen die allemaal zeer aangedaan waren dat opa Kapie er nu niet meer was. Hij had duidelijk veel voor hen betekend. Een opa die veel zong, altijd betrokken was en trots op zijn kleinkinderen.
Ik was zowaar een beetje jaloers. Ik heb nooit die dimensie in mijn leven gehad van opa’s en oma’s die betrokken waren en belangstellend naar mijn leven. Domweg omdat ze alle vier stierven, of al voor mijn geboorte of kort erna. Jammer.
Ik hoop dat Kim en ik een oma en opa voor onze kleinkinderen mogen zijn zoals mijn oom en tante het voor die van hen zijn geweest.
Jarig
Ik ben weer bijna jarig. Ieder jaar denk ik, ik ben toch net jarig geweest? Voor mijn gevoel hebben we ons net door alle resten taart en chocola heengewerkt en beginnen we gewoon weer opnieuw. Niet dat ik jarig zijn niet leuk vind hoor. Vooral omdat het de eerste dag van de lente is geeft dat mijn verjaardag een extra feestelijk tintje. De forsythsia bloeit meestal uitbundig zonnig geel, de ribesstruik heeft z’n, ietwat vies ruikende, maar mooie roze bloemtrosjes, en overal steken narcissen, hyacinten en tulpen hun neuzen boven de grond. Wat zeg ik, de narcissen staan in mijn tuin al hevig te bloeien!
Zo lijken we alweer goeddeels de donkere grijze tunnel die winter heet in Nederland, achter ons te hebben liggen. Gelukkig. SAD (seasonal affection disorder)-slachtoffers kunnen weer adem halen. Ik heb er zelf niet zoveel last van maar de dagen dat ik in het donker naar mijn werk fiets en in het donker weer thuis kom vind ik ook niet de meest makkelijke dagen.
Leve het licht, leve de zon, leve de lente!
Hollandse pot in Korea
Begin maart stuurde ik mijn bijdrage in naar het Nederlands Dagblad voor een special bijlage over Eten in het kader van Biddag voor gewas en arbeid.
Helaas, hadden ze mijn creatie over het hoofd gezien , ik vond hem nergens terug, zelfs niet ergens onderaan de site waar er tientallen stonden. Zo slecht was het toch niet geschreven, dacht ik, dus toch maar even nagevraagd en juist, ja, was in een verkeerd mapje terecht gekomen.
Nou ja, die boodschap moet ik soms ook verkopen op mijn werk, dus bij deze het verhaaltje dan maar op mijn eigen site geplaatst
Een gedenkwaardige maaltijd in Pusan, Zuid-Korea, 1986
Ruim vijf dagen at ik, ziek als ik was, het ziekenhuiseten. Driemaal per dag soep met rijst en groente. Ik woonde tenslotte in Zuid-Korea. De keuken van het ziekenhuis was simpel en kende maar een menu, het Koreaanse. Wie anders wilde kon een eigen potje (laten)koken, door familie, in de patiëntenkeukens waarvan er een aantal waren.
Na de operatie was al mijn eetlust verdwenen. De soeplucht bij het ontbijt, de bijgerechten, het stond me tegen. Ik wilde weer eten zoals vroeger thuis. Kruimige aardappels, met kabeljauw in botersaus, zoals alleen mijn moeder die kon maken en worteltjes. Sucadelapjes, erwtjes en puree. De operatie, de spanning en pijn, het kwam allemaal tot ontlading in een verlangen naar Hollands eten. Het oerverlangen naar thuis.
Mijn zus Loes, juist in die periode op bezoek, bracht uitkomst. Zij ging naar de markt en zocht net zo lang tot ze de ingredienten had voor een Hollandse maaltijd. In de afdelingskeuken stortte ze zich tussen de Koreaanse dames om een plekje te veroveren achter het fornuis om daar een maaltijd te bereiden die mij troost bracht: een balletje gehakt, kruimige aardappels met jus, en spercieboontjes. Nooit heeft sindsdien een simpele Nederlandse maaltijd zo rijk gesmaakt.
Kredietcrisis
Het begint nu toch merkbaar te worden, de crisis. Niet alleen meer op de TV en in de kranten, maar in mijn omgeving. De eerste ontslagen van bekenden van bekenden, zorgen bij bekenden of hun contract wel verlengd gaat worden, ontslag na een half jaar van een ex-collega die van de zorg naar het bedrijfsleven was gegaan.
En tegelijk het opmerkelijke verschijnsel dat nu in de zorg opeens veel belangstelling is voor de vele openstaande vacatures. Ik werk in een groot ziekenhuis en de vacatures waren tot voor kort zorgwekkend.
Ik moet zeggen dat sommige gevolgen van de crisis alleen maar gunstig zijn. Reparateurs, verkopers van tweedehands spullen, schoenmakers, verstel/naai-ateliers enz. roepen allemaal dat ze het nog nooit zo druk hebben gehad.
Dat is gewoon een hele goeie ontwikkeling voor het milieu. Meer nog, voor onze hele zieke Westerse mentaliteit van meer, meer, meer.
Prof. Bob Goudzwaard, hoogleraar economie in ruste, heeft altijd gepleit voor een economie van het genoeg. Niet eeuwig doorgroeien, materieel, maar ook kijken naar duurzaamheid, leefbaarheid, en houdbaarheid van de aarde die we van God gekregen hebben om haar tot haar recht te laten komen, niet om haar te exploiteren en uit te buiten.
Het heeft me altijd heel erg aangesproken. Ik ben steeds meer toegegroeid naar hergebruik van spullen en ontleen er tegenwoordig eigenlijk heel veel lol aan zo ‘tweedehands’ als mogelijk is te leven. Waarom zou ik een design jas dragen als er nog zo veel miljoenen mensen helemaal geen jas hebben, zeg maar. Waarom een nieuw bankstel als miljoenen nauwelijks een dak boven hun hoofd hebben? Dat drijft me tot zoeken naar redelijke compromissen. Ik kan moeilijk mijn bezoek in vodden, op de grond ontvangen….Ik bedoel maar.
Ik leef niet met een constant schuldcomplex, hoor. Het is iets wat me drijft en uitdaagt en in het vinden van mogelijkheden die mij geld besparen en tegelijk een steentje bijdragen aan ‘het goede doel’ beleef ik juist veel voldoening. Leuke tips vind ik bijvoorbeeld in de Vrekkenkrant, die tegenwoordig Genoeg heet.
Voor de geinteresseerden het Antwerpen-Appel.pdf van Goudzwaard e.a. onlangs uitgebracht als aanbeveling aan het kabinet niet alleen in economische richting (doorgaan met oude verkeerde patronen) naar oplossingen te zoeken voor de huidige crisis.
Niet op elk potje past een dekseltje
Vandaag ben ik eindelijk begonnen met het ont-rommelen van ons huis. Ik ben de overvloed aan spullen in elke kamer en elke kast zo zat, ik moet er mee aan de gang.
De flesjes, schaaltjes, doosjes, wijn- bier- en sapglazen, enkele stuks, melkkannetjes, suikerpotjes, tientallen borden, bordjes, kommetjes, plantenpotjes en potten, kortom de inhoud van een halve kringloopwinkel heb ik uit alle hoeken en gaten van ons huis vandaan getoverd.
Dan heb ik het nog niet over de stapels bloezen, truien, rokken en broeken, daterend nog van de kledingbeurs uit mijn Wageningense tijd, inmiddels bijna 9 jaar geleden! Ik ben een ‘wie wat bewaard die heeft wat’ en ‘je weet maar nooit waar iets nog goed voor is’ type. Een goeie eigenschap in barre tijden, maar levensgevaarlijk als je een groot huis hebt en meer dan genoeg om van te leven. Waarom zou ik nog wat weg gooien als er 7 kamers zijn waar altijd nog wel iets bij kan?
Het is afgelopen. Ik word selectief en kieskeurig. De Kringloop en het Leger des Heils gaan er garen bij spinnen. En gezien de kredietcrisis waarin ik al minstens 50 jaar verkeer hoop ik via Marktplaats nog wat te kunnen verzilveren 🙂
Al uitmestend ben ik trouwens weer getroffen door het vreemde verschijnsel dat dingen die bij elkaar horen, nooit bij elkaar lijken te blijven. Potjes zonder deksels en deksels zonder potjes, enkele sokken, oorbellen, ontbrekende, essentiële verbindingskabeltjes enzovoort. Neem nou bijvoorbeeld plastic voorraaddoosjes, die ik gebruik voor restjes. Al m’n hele leven raak ik daarvan deksels kwijt, en heb ik deksels over die op geen enkel doosje passen. Ik koop weer een setje nieuwe en binnen een jaar is het weer zover. Waar blijven die dingen?
Ik weet het. Ergens in de wereld staat een gigantische opslag met alle ontbrekende sokken, oorbellen, deksels en doosjes. Eens zal alles weer compleet zijn.
Verder ben ik uren bezig geweest om serviesgoed en meubels op Marktplaats te zetten. Boerenbont (lelijk, maar bewaard uit nostalgie want gekocht toen we 5 jaar getrouwd waren), de roze Woodland borden van mijn moeder (ook niet mooi,maar wederom bewaard uit nostalgie, mijn moeder was er weg van), onze energievretende halogeen lampen en een aantal stoelen die me in de weg staan. Ik was natuurlijk van plan ze te bekleden, maar na 3 jaar moet ik ook maar eens wat realistischer worden.
Wie dus zijn/haar slag wil slaan, kijk vooral even op Marktplaats!