Het graf jubelt – Esta Steyn

hetgrafjubeltHet graf jubelt – Kroniek van pijn en genezing na de dood van     een kind
139 pagina’s
Esta Steyn (vertaald uit het Afrikaans)
Uitgeverij Vuurbaak – Plateau
ISBN 978 90 5804 090 9

Als geschenk voor een bijdrage aan een bijbels dagboekje voor volgend jaar, kreeg echtgenoot dit boekje toegezonden. Ik bladerde het wat door om te zien waar het precies over ging, en dit met enige scepsis moet ik eerlijk zeggen. ‘Het graf jubelt’. Ik vond dat een nogal triomfantelijk klinkende titel, als ik in de ondertitel lees waar het over gaat: de dood van een kind. Maar de achterkant van het boekje zegt dat het ook gaat over de worsteling met God van de auteur. ‘Ze schreeuwt en klaagt en is boos op haar God’.

Ik ben gaan lezen en werd geraakt door het tragische verhaal van de dood van niet één, maar twee van de drie zoons van Esta Steyn! Beiden kwamen door een ongeluk om het leven. De eerste zoon verongelukt bij een motorongeluk. Jaren later verdrinkt een tweede zoon tijdens het surfen. Onvoorstelbaar verdrietig. Wat een leed.

De schrijfster verwoordt goed hoe intens haar verdriet is als moeder. Hoe ze schuld ervaart. Had ze niet iets moeten doen, iets moeten laten. Waarom kon zij als moeder haar zoons niet behoeden voor een te vroege dood? Dat is toch je enige roeping als moeder, je kind beschermen tegen de kwade machten van ziekte en dood. Ze beseft dat haar krachten daarin beperkt zijn. En vraagt waarom God haar kinderen dan niet behoedde voor de dood.

De pijn en machteloosheid zijn zeer invoelbaar beschreven. Ik heb de dikke pil Tonio (over de dood van zijn zoon door A.F.Th. van der Heijden) gelezen met mededogen en een idee van hoe het geweest moest zijn, maar er bleef een zekere afstand. Deze moeder schrijft zodat je het lijfelijk ervaart: “Die avond en die hele nacht dacht ze: hij is koud en alleen. Hij heeft niets bij zich. Alleen zijn groene pyjama en zijn pantoffels” (bldz.35). Je zoon achterlaten in dat koude gat in de grond…je wilt hem een deken brengen…Ja dan knijpt bij mij van binnen ook alles samen. Misschien beleeft een moeder dit meer fysiek dan een vader?

Het vertrouwen dat God er is en haar niet alleen laat is, ondanks veel worsteling en twijfel, sterk. De auteur beschrijft een periode van minstens 10 jaar en daar zit tegelijk de zwakte van het boek. Het evenwicht wat iemand eventueel weer terugvindt na zeer traumatische gebeurtenissen zijn moeilijk geloofwaardig samen te vatten in een verhaal van pakweg 130 bladzijdes. Het gaat, voor mijn gevoel, te snel en kan al gauw een gevoel van weerstand oproepen. Zeker wanneer je zelf een kind aan de dood verloren hebt (ikzelf niet) kan het lezen van het boekje ontmoedigen wanneer je nog middenin die strijd met God zit. Aan de andere kant, wie werkelijk met God eruit wil komen kan troost ervaren. Er is licht aan het einde van de tunnel. Deze vrouw getuigt daarvan.

Tonio

Tonio Een requiemroman
A.F.Th. van der Heijden
Uitgeverij Bezige Bij
ISBN 9789023479857

Hij stond al een tijd op mijn lijstje ‘te lezen boeken’, de roman Tonio van A.F.Th. van der Heijden, Requiemroman voor zijn verongelukte zoon. Een relaas van de ontreddering van een vader na het sterven van zijn enige zoon, 21 jaar,  ten gevolge van een auto ongeluk.

Het is een aangrijpend verslag, hartverscheurend om te lezen. De ouders van Tonio zijn volkomen verslagen en kapot na zijn overlijden. Er is geen troost. Dat hij zomaar, op het verkeerde moment, op de verkeerde plaats was, is een voor de schrijver kwellende gedachte. Waarom reed hij juist die route, middenin de nacht? Waarom ging hij alleen naar huis en niet mee met vrienden? Als hij een minuut vroeger of later was vertrokken had hij net die ene auto gemist. De schrijver raakt geobsedeerd door die gedachtes. Steeds maakt hij constructies waarbij Tonio seconden wint of verliest aan tijd om maar niet precies op het moment van de aanrijding ter plekke te zijn. Hij wil de pijn helemaal doormaken en begint aan een exacte reconstructie van de laatste dagen van Tonio’s leven. Wat vond er precies plaats die nacht? Zo leest het boek soms als thriller/detective, soms als dagboek, soms voelde ik me bijna voyeur wanneer hij intieme huiskamerscene’s  beschrijft waarin hij en zijn vrouw, avond aan avond, de alcohol hun pijn laat verdoven. 

Knap verweeft de schrijver, door de beschrijving van zijn zoektocht en zijn pijn heen, de geschiedenis van Tonio vanaf zijn geboorte tot het moment van overlijden op zijn 21e. De vreugde en vooral ook de zingeving die de auteur ervaart door de geboorte van zijn zoon is tastbaar. Nu Tonio er niet meer is valt ook de zin van het bestaan voor hem weg. Hij ervoer eigenwaarde door het voortbrengen van een mooi mens, maar die mens ligt nu in een graf te verteren. De enige manier om hem in leven te houden is zichzelf te dwingen de pijn ten volle te beleven. Alleen voor zijn vrouw wil hij nog verder. Om samen zo Tonio voor de vergetelheid te behoeden. Verder is er geen hoop, geen troost, geen perspectief. Het leven is een ruïne die nooit meer herbouwd kan worden.

Van der Heijden probeert tot het uiterste te gaan in het verwoorden van de leegte en de pijn die hij ervaart. Hij schrijft regelmatig ook over de schuld die hij voelt: ‘Ik kon mijn verlangen naar een kind nooit los zien van de heilige gelofte, de dure eed om dat kind, als het er eenmaal was, tot het uiterste te beschermen, desnoods met mijn eigen leven. Het kind is er gekomen, ik heb het zo beschermd mogelijk laten opgroeien, en dan, nog maar net onder mijn handen uit, sneuvelt het alsnog in de boze buitenwereld. Ik kan mijn falen wegredeneren zo veel ik wil (Tonio was volwassen, woonde zelfstandig, droeg de verantwoordelijkheid voor zijn eigen veiligheid), maar dat verlost me nog niet van de schaamte om mijn eigen tekortschieten.

Ik heb het boek achter elkaar uitgelezen. Het boeit en slokt je op. De troosteloosheid raakte me. Je enige kind verliezen. Het is intens verdrietig. Vorig jaar maakte ik van dichtbij het overlijden van een pasgeboren baby mee. De verslagenheid die er dan heerst is zo diep en pijnlijk.

Op bijbelkring vorige week spraken we onder andere over de tekst in Hebreeën 2: 17 en 18, dat Jezus ons in alles kan bijstaan omdat hij mens werd zoals wij. Ik noemde het boek Tonio en de ervaring van een vader en moeder die hun (enige) kind verliezen. Kan Jezus dat meevoelen? Niet getrouwd en zonder kinderen? Toen vielen plotseling een heel aantal teksten uit het Oude Testament op hun plek. Teksten over God de Vader die diep treurt over Zijn kind Israël, zijn enige kind. Die Abraham verhoedt zijn kind te doden omdat Hij het Zelf gaat doen. Zijn enige Zoon offeren.

Dat thema is het grote Thema in de Bijbel. De Zoon die door de Vader opgeofferd wordt. De Vader die zijn enige Zoon ziet lijden en sterven. Niet ten gevolge van een ongeluk, maar uit vrije keuze. Want zo had God ons lief, dat Hij zijn enige Zoon gaf, zodat wie in Hem gelooft voor altijd bij God mag leven, één van de kernteksten van het Johannes evangelie.

Ik bedoel hiermee niet het lijden te bagatelliseren. Dat doet de bijbel ook niet. Er wordt wat af gehuild en geklaagd in de bijbel! Daar kunnen we nog wat van leren. Maar we klagen en huilen niet in een leeg universum dat het worst zal wezen hoeveel tranen ik pleng op het graf van mijn gestorven kind. We mogen huilen en rouwen bij een God die weet wat sterven is, wat lijden is, wat rouwen is. Het gebed van David in psalm 56: bewaar mijn tranen in een fles, staan mijn klachten niet in Uw boek? geeft aan hoe zorgvuldig God met ons verdriet omgaat, met de belofte van troost.

Ik wens A.F. Th. van der Heijden en zijn vrouw die Troost toe. De troost van de Almachtige die niet loslaat wat Zijn hand ooit begon, de schepping van die mooie man: Tonio.

Een herfstige volkstuin en het kerkhof

Het was me nog niet eerder zo opgevallen. De volkstuintjes in onze buurt (IJsselveld Noord) liggen pal naast de begraafplaats De Hoge Akker aan de Noord IJsseldijk. Prachtig plekje tussen de weilanden, boerderijen en de Hollandse IJssel. Ik loop vaak een rondje langs de dijk, links richting de IJssel en dan langs het water weer met een bocht terug naar de dijk. Aan mijn rechterhand zie ik dan de moestuinen en vervolgens de begraafplaats.

volkstuinen IJsselstein november 2013 volkstuinen Ijsselstein

Een week of wat terug, op één van die prachtige herfstdagen, wilde ik wat foto’s maken van de volkstuinen. In de herfst vind ik de tuinen haast nog mooier dan in de lente of zomer. Er groeit niet zoveel meer. Wat boerenkool, van het donkerste groen, een lapje grond met prei, een rijtje spruitenplanten.  Grillige, leeggeplukte bramentakken, een late rode dahlia, kleurige kalebassen die nog langs de grond kruipen. En veel grond met overgebleven resten van planten en takken van zomerbegroeiing. Het lijkt kaal en knoestig, maar als tuinier zie ik al wat het straks  weer worden gaat. Her en der ligt al zaad te wachten in de grond. Die grond moet eerst hard en koud worden. De winter  moet er overheen voordat er groene sprietjes verschijnen.

Al dwalend zag ik het hek tussen de tuinen en de begraafplaats open. Normaal kun je niet doorlopen, maar men was bezig met onderhoud. En zo liep ik van die kale, zonovergoten volkstuinen naar de groene, beschutte begraafplaats. Prachtig onderhouden, met mooie, grote bomen, veel gras en heesters in herfstkleur. Geschiedenis boeit me  en ik liep dus een rondje over het kerkhof. Veel oude graven zijn er niet. Maar het is altijd indrukwekkend om te zien hoe mensen over hun geliefden spreken in steen. Helemaal de kindergrafjes. Wat een liefde spreekt er uit de tekst op zo’n grafsteen voor kinderen die soms maar een dag geleefd hebben. Knuffels, hartjes, speelgoed, uit alles blijkt het pijnlijke gemis.

kerkhof De Hoge Akker, Ijsselstein

Het is geen nieuwe gedachte maar wat trof me het die dag weer: De overeenkomst tussen de kale, herfstknoestige volkstuinen en het groene, maar dode kerkhof. Op beide plekken moet er eerst gezaaid en ‘gestorven’ worden voor er weer nieuw leven kan komen. De kou moet er over, de droogte, de sneeuw en alles moet als het ware verdwijnen. En dan komt de lente weer. Met verrassend nieuw leven.

Op veel van de grafstenen kwam die hoop tot uiting : wie in Christus sterven zullen leven!

Het raadsel mens – toch weer de zee

IMAG1307

Op een gegeven moment in je leven bereik je een plateau. De hevige stormen van de puberteit en adolescentie zijn achter de rug, de kinderen zijn geboren, de hormonen komen tot rust. En vóór je ligt het effen pad van de middelbare leeftijd. Niets geen grote gebeurtenissen meer, het leven is in principe af en nu ga je ervan genieten. Hoop je althans, want diep in je hart is er wel de angst dat het rond die tijd erg saai aan het worden is. Niets meer om naar uit te kijken immers? Oh wacht, kleinkinderen, ze zeggen dat dat erg leuk is. Maar dat moet je natuurlijk maar afwachten. 

Zo ongeveer was het beeld dat ik had van het verloop van mijn leven toen ik, wat zal ik zeggen, een twintiger was? Ik weet het niet precies, want ik wist ook niet dat ik er zo over dacht. Dat zijn vaak verborgen ideeën die je je pas realiseert wanneer het leven anders loopt. Dan denk je opeens: hè? Dit klopt niet! Hoezo niet,  vraagt men dan. Nou, omdat…, en dan komt het hoge woord eruit. Dan blijkt opeens dat je allemaal uitgewerkte beelden met je meedraagt die je op de een of andere manier in je onderbewuste hebt lopen bedenken. Ergens onderweg meegekregen.

Vreemde gewaarwording is dat, vind ik. Want de hevige stormen van puberteit en adolescentie blijken, in mijn leven tenminste, helemaal niet halt te houden voor het grenspaaltje van een bepaalde leeftijd. En het hevige gevoel van tekort gedaan te worden, dat je als kind doet uitbarsten in luid gekrijs, is er af en toe gewoon nog steeds! Even sterk, maar je krijst het niet meer uit natuurlijk. En stampvoeten heb je ook verleerd. Het zou best lekker zijn, zeg, af en toe!

En dan die vlakke, effen weg van de middelbare leeftijd. Laat me niet lachen. In mijn beleving schiet ik van de ene hobbel naar het volgende gapende gat en net als ik op adem kom zit er weer een scheur in de weg waar ik omheen moet laveren.  Middelbaar klinkt zo rustig, zo evenwichtig, zo gemiddeld. En dat voel ik mij zelden. Ik begin nu te hopen dat de meeste middelbaren verborgen onrust kennen. We lijden misschien allemaal wel een beetje onder het verplichte imago van bereikte rust en wijsheid.

Het raadsel mens. Daar komt het op neer. Leven zoals je denkt dat het hoort kan voor veel narigheid zorgen. Ik weet dat uit ervaring. Er is een verschil tussen leven vanuit een overtuiging en dan handelen volgens die overtuiging of  leven vanuit wat je denkt dat anderen vinden dat juist is. Iedereen heeft wel ervaring met de spanning tussen die twee. Meestal hoef je daar niet zo bij na te denken,maar als je vast loopt moet je wel.

En het gekke is dat ik meende dat je tegen de tijd dat je middelbaar was op dat gebied geen vragen meer zou hebben. Dan zou alles klip en klaar en duidelijk zijn. Op alle levensvragen antwoord en met de onbeantwoorde heb je vrede. Zo werkt het dus niet voor mij. Wat dat betreft zie ik eerder een spiraal of een kringloop dan een weg voor me. Vragen of gebeurtenissen die allang aan de orde zijn geweest duiken weer op. Soms ploep, onverwacht, in alle hevigheid. Gebeurtenissen die moeizaam of verdrietig zijn onderga je met ‘gemak’. En de meest triviale tegenslagen ( de koffie is op, je gooit een glas wijn om) brengen soms een vloedgolf aan emotie teweeg.

Inmiddels zullen mijn lezers wel denken dat ik een emotioneel zwaar geteisterd mens ben. Dat ben ik ook tot op zekere hoogte. Al die emoties en gedachten die ik meesleep houden in ieder geval dit blog in stand. Elk nadeel heeft zijn voordeel. Maar één ding heb ik inmiddels wel geleerd en dat is dan toch echt de vrucht van het ouder worden: Alles gaat weer voorbij. Als je 20 bent kun je dat nog niet denken. Weet jij veel? Maar als je zoals ik de middelbare leeftijd hebt bereikt (kijk ik leer het al!) heb je ondervonden dat ook in het leven er getijden zijn. En zolang de Here Jezus niet terug komt, het eb en vloed blijft. En dat je tijdens de gevaarlijk sterke stromingen wordt vastgehouden door Hem en dat je bij warm weer heerlijk mag spartelen in de golven (ik blijf een watermens)

Maar voor wie kleinkinderen heeft of ze kan lenen van nichten en neven: de vreugde die zij geven maakt eb bijna tot vloed!

Vrouw als ouderling of predikant 6

Een jaar of zo geleden begon ik met het verslag leggen van een onderzoekje. Wat zijn nu de bijbelse gronden voor de uitsluiting van vrouwen als ouderling, diaken en predikant in mijn kerk (Gereformeerde Kerk vrijg.)Ik was er nog niet aan begonnen of de boeken en rapporten begonnen me om de oren te vliegen. Myriam Klinker, Almatine Leene en nu dan het rapport van de werkgroep van de GKv zelf, geschreven als advies aan de synode van 2014.

Ik moet bekennen dat ik daardoor wat minder hard van stapel liep. Ik wilde een serie blogs schrijven, maar als er over je onderwerp opeens zoveel nieuws in druk verschijnt ben je aan de ene kant verplicht daar grondig studie van te maken. Nu schrijf ik geen dissertatie, scriptie en zelfs geen boek, dus ik mag aan de andere kant gewoon lekker, zonder verward te zijn door enige kennis, verkondigen wat ik wil. Daar is een blog uitstekend geschikt voor! Maar ja, dat is toch mijn eer te na. Ik zat dus nog met mijn neus in de dikke dogmatiek van Wayne Grudem en had eerlijk gezegd moeite mezelf daartoe enige discipline op te leggen. Er kwamen ook zoveel leuke boeken op ander gebied voorbij. Altijd mijn zwakke plek geweest: focussen.

Nu was een van de laatste opmerkingen van één van onze dochters voor ze een periode naar het buitenland vertrok: hé mam ga je nog verder met die serie over vrouwen in de kerk? Een paar vriendinnen vroegen er naar, die vonden ze boeiend om te lezen. Dat prikkelde. En nu is er dan sinds een week het rapport van onze eigen theologische studiebollen. Dat in principe de weg vrij maakt voor vrouwen in onze kerken in alle posities. Enigszins verbazend, zo’n drastische ommekeer, maar dat hoeft op zich niet verkeerd te zijn. In de politiek wordt dat altijd mooi omschreven met ‘voortschrijdend inzicht’. Dan kun je rustig van rechts naar links en andersom switchen. Met goeie argumenten kun je van ieder inzicht terug komen.

In mijn eigen lezen was ik in feite blijven hangen in het hoofdstuk in Grudem’s Systematic Theology over de Drie-eenheid. Het lijkt dor en dogmatisch maar als je erover gaat lezen heel mooi en indrukwekkend.  Hoe ik bij de Drie-eenheid uitkwam? Ik heb nog een afwijking die in het verlengde (of misschien wel aan de basis?) ligt van slecht kunnen focussen.Ik begin ergens over een willekeurig onderwerp te lezen en ga dan terug naar ‘wat eraan vooraf ging’. Met geschiedenis begin ik bij een gebeurtenis in de 18e eeuw of zo en voor ik het weet zit ik in de 7e eeuw AD of de 1e eeuw BC. Dat schiet niet op, hoewel het erg boeiend is.

Zo begon ik te lezen over wie is de man/vrouw en wat is hun betekenis in de bijbel en eindigde bij: wie is God? Want dat we op Hem lijken en in Zijn beeld geschapen zijn is een duidelijke boodschap in de bijbel. Almatine Leene heeft het in haar proefschrift ook over de Drie-eenheid als van betekenis voor het begrijpen van de verhouding man/vrouw. Gelijkwaardig, allebei geschapen volgens de blauwdruk van God zelf. Voor haar volgt daar uit dat er geen onderscheid meer is in de verschillende ‘bedieningen’ in de gemeente. Ik citeer uit een recensie, want het proefschrift zelf heb ik (nog) niet gelezen.

Voorlopig even nog dit: Ik zou willen dat er een heel andere vraag geformuleerd zou worden. Niet: mag de vrouw zus of zo, maar hoe kunnen mannen en vrouwen hun talenten gebruiken in verschillende ambten,taken, bedieningen, noem het zoals je wilt. Is er een eindverantwoordelijke? Iemand of een aantal personen die voor God verantwoording zullen afleggen  over een specifieke gemeente? Het bijbelse patroon vanaf de schepping lijkt te wijzen naar de man. Om redenen die voor mij tot nu toe alleen bij God bekend zijn. In ieder geval niet vanwege mindere betekenis van de vrouw, lagere waarde of wat dan ook in die categorie. Zoals er binnen de Drie-eenheid geen sprake is van minder of meer, maar eerder van schikking en taakverdeling.

Dat in de gereformeerde kerkelijke traditie te weinig oog is geweest voor de wezenlijke bijdrage van vrouwen in de kerk, niet alleen in het vrijwillige dienen, maar ook met een werkelijk geestelijk mandaat is te betreuren, vind ik. Maar de stap naar alle nu bestaande ambten openen voor man en vrouw gaat mij te ver. Ergens moeten we de ‘koppositie’ die de man in de Bijbel heeft (de term komt uit het rapport van deputaten M/V), verdisconteren in hoe we aankijken tegen de positie van vrouwelijke ambten.

Ik ben geen theoloog, ik heb zeker niet alles gelezen op dit gebied, maar kom eigenlijk tot een voorlopig, zoekend standpunt op grond van mijn eigen bijbel lezen. Als ik mijn zeer boeiende roman uitheb (Het land van herkomst van E. du Perron) ga ik me weer eens verdiepen in één van de M/V boeken! Dan kan ik vervolgens daarover weer bloggen.

Vrouw van een dominee 7, Wat als?

Iedereen loopt wel eens rond met de vraag, wat als? Wat als dit of dat niet was gebeurd, wat als ik toen zus of zo had besloten. Niet altijd in negatieve zin bedoeld. Stel je voor dat ik bijna 40 jaar geleden niet had besloten naar l’Abri te gaan in Eck en Wiel voor een paar maanden? dan had ik nu niet Batteau als familienaam gevoerd. Ik zeg maar wat. Natuurlijk, ik hoop dat God misschien wel iets anders bedacht
Geen enkele gebeurtenis is toeval, geloof ik. De goeie en de slechte krijgen allemaal hun plek in het kunstwerk dat God van ons wil maken. Nu zeg ik er wel direct bij dat ik dat kunstwerk niet altijd kan waarderen, zo ik er al zicht op mag hebben in het hier en nu. Het is grotendeels een kwestie van vertrouwen op wat God daarover zegt in de bijbel. Wij hopen op iets dat we nog niet zien, en we wachten daarop met volharding.(Romeinen 8)

Ik kom hierop, omdat ik mijn vorige blog eindigde met de vermelding van mijn zus Loes. Hoe haar leven een grote invloed had op het mijne tijdens de eerste jaren in de pastorie, na onze terugkeer in Nederland.

Ik wilde me voor de volle 100% inzetten als gemeentelid en als vrouw van de dominee. Maar het moeizame leven van mijn zus maakte dat het anders liep. Zij was een tweemaal gescheiden vrouw, 9 jaar ouder dan ik, met psychische problemen die door haarzelf niet genoeg onderkend werden.

Inmiddels is het 25 jaar geleden en hoe ‘populair’ tot op zekere hoogte therapieën toen aan het worden waren, het taboe op psychisch ziek zijn was, net als tegenwoordig, nog altijd groot.

Mijn zus koos voor het alternatieve circuit waarin men niet over ziekte of kwalen wilde spreken, maar steeds bezig was om (uitsluitend) vanuit zogenaamde innerlijke kracht het pijnlijke in de ziel te overwinnen. Terugkijkend geloof ik dat zij aan een bipolaire stoornis leed, die zich steeds sterker manifesteerde, omdat de alternatieve ‘trainingen’ een averechts effect hadden. Ze versterkten het ongeremde in haar en na periodes van hoge adrenaline pieken, stortte ze in en kon dan dagen en weken alleen maar slapen en huilen.

Ik beschrijf het zo uitvoerig omdat ik een indruk wil geven van hoezeer het mij bezig hield. Ik heb in vorige blogs, o.a. Kabeljauw in Korea, verteld hoe Loes ruim een maand bij ons was in Korea tijdens een periode waarin ik in het ziekenhuis lag. Zij heeft toen voor me gezorgd (in Koreaanse ziekenhuizen verzorgt de familie de patiënt, uitgezonderd medische handelingen) en er was een sterke zussenband tussen ons gegroeid. Daarom viel ze later vaak op mij terug wanneer ze zich slecht voelde. En juist in die eerste periode in Nederland, waarin ik mijn weg moest zoeken in nieuwe levensomstandigheden, kwam dat op mijn pad.

Ik zag dat toen als een hinderlijke, storende factor. Het was zo belangrijk voor me om een goeie start te maken, om bezig te zijn met wat ik misschien wel zag als een roeping, dat ik een huilende, psychisch gekwelde zus helemaal niet gebruiken kon. Ik wilde het dus graag oplossen voor haar. Als zij zich beter voelde en het leven weer aan zou kunnen, kon ik eindelijk met het mijne verder. Ik had dan wel niet gestudeerd, maar ik ging carrière maken als domineesvrouw.

Hoe help je een zieke zus die geen hulp wil, geen medicijnen, geen therapie, geen arts? Wat ik me vooral herinner uit die tijd was dat onbeschrijfelijke gevoel van machteloosheid.

Het is erop uitgelopen, dat mijn zus een einde aan haar leven heeft gemaakt. Ze zette een streep door haar eigen toekomst en indirect ook door al mijn grootse toekomstplannen. Als nabestaande van een familielid dat suïcide pleegt, heb ik vooral dit ervaren: er loopt vanaf dat moment een scheur door de bodem van je bestaan. Tegelijk is het zo dat die scheur ervoor zorgde dat ik gedwongen werd te leren kijken naar de gesteldheid van de bodem die ik zo stevig achtte. Die was misschien wel brozer dan ik dacht.

Wat als Loes een andere zus was geweest? Zonder problemen en eerder een steun voor mij dan andersom? Zou alles anders gelopen zijn? Zou ik inmiddels bevorderd zijn tot engel? Want dat was immers waar ik naar streefde (besefte ik later), zo sterk te zijn dat ik er voor anderen helemaal zou kunnen zijn. De eerste symptomen van wat in vaktermen wel het Messiascomplex genoemd wordt.

Ook zonder de tragiek van Loes zou het tot een ‘scheur’ gekomen zijn.

Vrouw van een dominee 5, Sommige perikelen

Echtgenoot preekt op verschillende plaatsen in Nederland. Ik vergezel hem af en toe. Niet vaak, omdat ik het eigenlijk lastig vind in ‘vreemde’ gemeentes alleen binnen te komen en weg te gaan. Dat werkt ongeveer zo.

Voor aanvang van de dienst kom ik binnen in de hal van de kerk waar nog maar enkele mensen zijn. We zijn vroeg vanwege instructies die echtgenoot voorafgaand aan de dienst zal krijgen. Ik sta en bedenk wat ik ga doen. Blijven staan? Twintig minuten is lang. De aanwezige kerkleden zijn druk met voorbereidingen maken voor koffie, bezig met techniek en geluid. Ik drentel wat rond en bekijk de muren op zoek naar iets leesbaars. Een poster, een prikbord. Hoopvol zoek ik nog een boekentafel, een uitstekend middel om onopvallend toch zeker een kwartier door te kunnen brengen. Tevergeefs. Het prikbord ontbreekt ook. Dat is dus snel klaar.

Ik neem een beker koffie, maak een praatje met de koffieschenker en drentel verder. Ik kan natuurlijk iemand aanspreken, maar ik heb eigenlijk geen zin in kletsen. Goed, niet praten dan. Wil ik dat iemand mij aanspreekt? Ja, want dan gaat de tijd sneller en nee, ik wil niet zielig gevonden worden of zo.  En opnieuw, vertel ik mezelf, ik heb niet zo’n zin in een praatje.

Ik sta nu in dubio. In de kerkzaal gaan zitten, rond blijven drentelen, naar de WC gaan (ik hoef niet) of even naar buiten. Ik besluit aan deze overvloed van keuzes er één toe te voegen: gaan zitten op de koele bank in de hal, een beetje uit het zicht. Maar dan moet ik  wel een neutrale blik hebben. Niet een blik van zieligheid (kijk die vrouw daar eens alleen zitten), maar ook geen chagrijnige blik (geen wonder dat dat mens daar alleen zit). Neutraal dus. Ik trek een soort plooi met mijn lippen tussen een glimlach en een pruillip. Een soort Mona Lisa expressie. Maar al snel voel ik me een zombie. Ook geen succes.

Inmiddels zijn er nauwelijks 5 minuten voorbij. Een echtpaar dat zich bij de voordeur heeft opgesteld, duidelijk in afwachting van familie of vrienden, kijkt in mijn richting. Help, straks komen ze hier naast me zitten en moet ik van alles vragen van mezelf. Ik sta op en gooi mijn plastic bekertje weg. Dat is weer even een wandelingetje.

Zucht. Enigszins vroeg, ga ik dan toch maar in de kerkzaal zitten.

Vrouw van een dominee 4, 1988-2011 – Eerste ervaringen

Zaandam.Evangelisch-Lutherse_Maartenkerk.13_sept.2009.02

In november 1988 verhuisden we naar de pastorie in Zaandam. Echtgenoot werd bevestigd als predikant in de mooie, 18e eeuwse Lutherse Kerk-met-zand-op-de-vloer, met een hele stoet gasten aanwezig in de dienst. Het kerkgebouw werd gehuurd door de vrijgemaakt-gereformeerden in die tijd. Mijn schoonouders kwamen over uit Amerika, mijn moeder (vader was in 1986 overleden) was er bij, dolblij  ons eindelijk in de buurt te hebben. Mijn broers en zussen waren er, met aanhang, neefjes, nichtje, een aantal goeie vrienden. Het was een grote groep. Iemand zei: er waren nog nooit zoveel gasten aanwezig geweest bij de bevestiging van een predikant. Ik voelde onmiddellijk de (zeer waarschijnlijk onbedoelde) correctie: dit is overdreven, dit hoort niet …De gevoeligheid die me in de komende decennia vaak parten zou spelen: niet weten hoe het precies hoort. Of je je daar veel van aantrekt ligt aan het soort karakter wat je hebt. Mijn karakter maakte dat ik meestal gewoon wilde behoren bij de groep. Tot op zekere hoogte dan. Waar dat aan lag? Dat onzekere gevoel? Ik denk gedeeltelijk aan het terugkeren uit het buitenland na een langere periode en zoeken naar hoe de (kerkelijke) cultuur ook alweer in elkaar steekt.

Ik kwam ook ‘terug’ in een kerkelijke gemeenschap waarin ik niet was opgegroeid. Dat vergt enige achtergrond informatie.

Mijn achtergrond was wel vrijgemaakt-gereformeerd, maar mijn roots lagen in de groep die later de Nederlands Gereformeerde Kerk zou vormen. Mijn ouders waren overtuigde aanhangers van ds. Vonk, van wie mijn broers en zussen allemaal catechisatie kregen. In Schiedam, mijn geboortestad. Er heerste in ons gezin een soort anti-kerkse sfeer. Redelijk relaxed over dingen als op zondag een ijsje kopen (nou, in de vakantie dan). Ik ben de jongste en heb duidelijk vrijere herinneringen dan mijn broers en zussen. Mijn ouders waren in de loop van de tijd makkelijker geworden. In de vrijgemaakte kerk vond in de jaren zestig en zeventig een kerkelijke strijd plaats, die uiteindelijk tot een scheuring leidde. De inhoud van de hele kerkstrijd ging aan mij voorbij, ik was er te jong voor. Maar de sterk gepolariseerde sfeer in de kerken maakte dat je als kind automatisch, als door osmose, ook koos: voor of tegen.

Om een lang verhaal iets korter te maken, na als oudere tiener een tijd zonder kerk te hebben doorgebracht kwam ik door echtgenoot, na een korte omweg, terecht in de vrijgemaakte kerk (binnen verband, zoals het toen nog heette). In de kerk die ik als kind altijd gekarakteriseerd had horen worden als: stijf, liefdeloos, alleen maar geïnteresseerd in regels en wat dies meer zij. Het was dus een hele stap om daar nu lid te zijn. Mijn ervaring was heel anders dan me van te voren werd voorgespiegeld. Uiteraard, want het was een karikatuur, zoals er over de andere kant ook karikaturen bestonden.

Wat heeft dit nu voor gevolgen gehad voor mijn eerste ervaringen als vrouw van een dominee in een vrijgemaakte kerk? Ik denk dat het mij aan de ene kant wat rebels maakte: ik ben niet stijf en ouderwets en ik heb in de hele wereld, buiten de vrijgemaakte kerk, kinderen van God ontmoet die allemaal een eigen wijze van kerk-zijn beoefenen. Maar het maakte ook onzeker. Wat kan ik verwachten? Wat moet ik doen om over te komen, om erbij te horen, met behoud van mijn ervaringen en overtuigingen?

Want ik zag wel een taak liggen voor me in de gemeente. Betrokken zijn, meedoen, zieken bezoeken, mensen helpen. Mijn rolmodel was een vriendin uit Korea. Mensen uit de gemeente daar noemden haar een engel. Dat leek mij ook fijn. Wie wil er nou geen engel genoemd worden?

Alles onveilig – Maarten van Aes, gedichten

alles onveiligAls een goede bekende (Maarten van Aes, synoniem voor ds. Simon van de Lugt; waarom eigenlijk een synoniem?) een gedichtenbundel publiceert ben ik natuurlijk zeer benieuwd naar de inhoud. De schrijver kennende verwachtte ik geen versjes. Ik was dan ook onder de indruk van de diepte van de gedichten. En de kracht. Ik ben geen literatuurexpert, dus ik beoordeel wat ik lees puur op mijn eigen intuïtie en gevoel.

Mijn gevoel na het lezen van de bundel was enigszins ontregeld. De gedichten zijn donker, kruipen onder je huid: De aarde is een heikele plek om te wonen. Er is dreiging, en gebrokenheid. Er heerst dood, verval, het stormt er en voor je het weet ligt er een boomstam over je pad of kraakt een houten mast in tweeën…Je bent je leven niet zeker. En de mens is zo kwetsbaar en beklagenswaardig in zijn demente ouderdom. (twee ontroerende gedichten, ik citeer er één)

De gedichten zijn heel beeldend. Je hoort het krijsen van de meeuwen in de snoeiharde storm, de wolken jagen langs de hemel. Je ziet de verwarde bejaarden schuifelen in het verpleeghuis, je ruikt het bloed bij de eerste hulp, je word meegenomen in de verbijstering en wanhoop van slachtoffers van rampen.

Ik moest even een rondje stad doen, gewone aardse dingen als de Hema en de Blokker, om de gedichten te laten bezinken. Ze maakten echt iets los bij me. Nu ben ik gevoelig voor het donkere en het gebrokene. Wil daar ook niet voor weg lopen. Het valt inderdaad niet mee op aarde. En het is er zeker onveilig. Daar vloeit ons intense verlangen naar geborgenheid uit voort. En het is te gemakkelijk om bij grote levensvragen of -verdriet te snel te roepen: Maar God maakt alles goed! Soms moet je de pijn ervaren. Dat lees ik in de gedichten. Soms wat al te cryptisch naar mijn smaak. Maar wel met succes.

De moeite van het lezen en herlezen zeker waard!

Men heeft zijn das de broekband ingestoken.
Hij glimlacht op pantoffels,schuifelt langs de wand.
Hij streelt de stalen klink, voelt met zijn vale hand
de deur op slot. Straks wordt er ingebroken.

Hij wacht, want dat is met hem afgesproken.
Zijn plaats is in de hoek, vlakbij de plastic plant.
Hij weigert de tablet, hier zit hij voor het vaderland

op wacht. Hij weet, straks wordt er ingebroken.

Dan voelen de bewoners de aarde trillen.
Vrachtwagens komen aan, of zijn het bussen?
Dit is verzet. Hij roept zijn wapenbroeder,
hij hoort zijn naam. Wat zou hij anders willen
dan nu naar buiten gaan, de zuster kussen,
en dan de stad in, thee drinken bij zijn moeder?

°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°

Alles onveilig – gedichten
Maarten van Aes
2013 Uitgeverij Aspect
ISBN 978-94-6153-306-7
NUR 306