Dog, dochter en dagelijks leven

DOG

De Dog, die zwarte, (zie eerdere blogs) is vertrokken. Ik merk duidelijk verschil met, zeg, 2 maanden geleden. Het was toen iedere dag bikkelen, nadenken over hoe het onbehagen te bezweren, verdragen, verzachten. Dat is heel inspannend merk ik altijd weer. Van al dat gedenk en al die bewuste keuzes wordt een mens moe.

dbd030a611f7b8ac71465c24ad76d278.jpg (236×304)Het meest sprekende kenmerk van terugkeer naar normaliteit is het me niet voortdurend bewust zijn van mezelf. Maarten van Buren schreef in Kikker gaat fietsen, een boek over zijn depressie, dat depressie een soort super bewustzijn teweeg brengt. Maar dan één die alleen het negatieve, het zware en het moeizame waarneemt. Dode vogeltjes en onkruid en de rotzooi in huis, zeg maar. In feite een bewustzijnsvernauwing. Het kost dus enorme inspanning om jezelf steeds er weer van te overtuigen dat het niet de hele werkelijkheid is die je ervaart, maar dat het de depressie is die de werkelijkheid vervormt. Zoals een bril met te sterke (of zwakke) glazen het zicht beïnvloedt. En soms is iedere inspanning tevergeefs. Van Buren gaat fietsen, 100 km of meer om te voorkomen dat het zo ver komt. Goed van en voor hem. Dat zit er voor mij niet in, maar naar buiten gaan is zeker een wapen in de strijd geworden. Lopen, wandelen, fietsen, de deur uit!

De depressie is grotendeels voorbij wanneer de dingen weer ‘vanzelf’ gaan.
Als ik niet bij iedere stap hoef te denken: oh nee, ik moet weer een stap zetten, bij wijze van spreken.
Als ik mezelf weer hoor denken dat ik ‘even’ dit of dat zal doen. Gewoon…éven. Moeiteloos.
Als ik ’s ochtends wakker word en niet gelijk denk: kon ik maar blijven slapen.
De gewoonste zaken worden gelukzalig als ik ze zonder denken kan doen. Ik heb geen grootse dingen nodig, haha. Geef mij maar een dagje huishouden (niet mijn hobby) zonder die donkere schaduw en ik ben gelukkig.

Wat maakt dat de depressie ontstaat en ook weer verdwijnt? Wie zal het zeggen. Natuurlijk zijn er factoren die (in mijn geval) maken dat het risico op depressie groter is. Vermoeidheid. Teveel of te lang geen ‘eigen’ tijd hebben (voor mij altijd een lastige omdat het zo trendy en egocentrisch klinkt, vroeger hadden mensen ook geen eigen tijd..). Maar het is de tijd die ik nodig blijk te hebben om prikkels (die waren er vroeger minder??) te verwerken, tot mezelf te komen, enzovoort. Ik wil dat eigenlijk allemaal niet nodig hebben. Anderen lijken eindeloos door te kunnen gaan, zonder daar last van te hebben. Ik doe dat ook wel, maar de reactie komt later en is meestal onvoorspelbaar. Dát vooral is moeilijk te verteren. Wanneer je ergens huiverig over bent en het dan toch maar doet, gebeurt er niets en doorsta je alles prima. De volgende keer doe je hetzelfde en je valt op je gezicht.

DOCHTERS

Schermafbeelding-2016-01-26-om-13.04.09.png (1613×1077)
Instituut voor Beeld en Geluid

Dochter-1 kwam terug van haar bewogen reis naar Korea en Dochter-2 uit New York is geweest voor 10 dagen. Het was goed. Maar wat gaat de tijd angstaanjagend snel voorbij! Toen we Dochter-2 weer afzetten op Schiphol na 10 dagen, leek het nog geen dag geleden dat we haar ophaalden!
Als gezin zijn we met een hele club van jong en oud naar het Instituut voor Beeld en Geluid geweest en daarna gegeten in een leuk pannenkoekenrestaurant in Baarn, de Wildenburg. (vrij nieuw en zeer kindvriendelijk) Zo kon iedereen elkaar weer zien en spreken na de reis van dochter -1 en de lange afwezigheid van dochter-2.
Beeld en Geluid is trouwens een aanrader voor een familie-uitje. Nostalgie over oude tv programma’s gegarandeerd! Maar ook veel inter-activiteiten, voor zowel kinderen (vanaf 7 zou ik zeggen) als volwassenen! Later kun je verschillende opnames die je ter plekke maakt (je kunt het nieuws lezen, meepraten in programma’s) via een link in je mail terugluisteren/zien. Hilarisch! Lezen van een autocue is moeilijker dan je denkt! En een opname van jezelf is nogal lachwekkend als je blijft zitten ipv te gaan staan. Het enige zichtbare zijn mijn fladderende oogleden terwijl ik mezelf serieus voorstel aan het publiek…

DAGELIJKS LEVEN

Na dochters’ vertrek was het huis een paar dagen vreemd leeg. Het dagelijks leven moest weer worden opgepakt. Tommy, onze kat werd veel geknuffeld, de boel werd weer opgeruimd. En ik ben weer afspraken gaan maken. Gaan bellen met mensen. Weer dingen op de rail gaan zetten. Het is alsof je even van de wereld bent geweest tijdens een depressie.

Wat me staande houd en helpt om door te gaan is een  tekst uit de bijbel in het Nieuwe Testament, Handelingen 17:28:
Want in Hem (God) leven we, bewegen we ons en zijn we.
Dat is een citaat uit een toespraak die Paulus (een zendeling in de 1e eeuw) hield in Athene voor allerlei geleerden en gewone mensen uit die tijd die de Griekse goden vereerden. Paulus vertelt over de God van de bijbel.

Die tekst beschrijft de werkelijkheid die ik geloof. Als de bodem van mijn bestaan soms gaten lijkt te vertonen, moedig ik mijn angstige zelf aan: zak er maar doorheen, je hoeft niet bang te zijn. In God ben je geborgen.  Aan de andere kant van de angst is er dan niet onmiddelijk een luid geroep van Hosanna, maar wel (tijdelijk) Rust. Rust in die zin dat ik de depressieve gevoelens, voor een periode weer, kan accepteren. Een groeiend besef dat lijden een integraal onderdeel is van dit gebroken leven. En dat lijden ook leidt tot het vermogen de meest basale dingen in het leven dieper te waarderen en er meer van te genieten dan al het andere: relaties, liefde, goede gesprekken en samenzijn. Dan is er toch werkelijk zegen.

 

Geadopteerd zijn is ook een werkwoord

De blogs over adoptie publiceer ik uitsluitend met instemming en na lezing ervan door mijn dochter! Zie ook mijn vorige blog Adoptie is een werkwoord en Arirang en adoptie

Onze Koreaanse dochter is voor het eerst sinds 1988 terug in haar geboorteland.  In 1984, op haar zesde, kwam ze bij ons wonen. ‘Bij ons’ was: echtgenoot en ik en onze drie kinderen. Toen acht, vijf en anderhalf jaar oud. Wij woonden sinds 1980 in Pusan, Zuid Korea, in verband met het werk van echtgenoot. Na Sook-hi’s komst hebben we samen nog vier jaar in Korea gewoond.

Na terugkomst in Nederland is Korea altijd een rol blijven spelen in ons gezamenlijk familieleven. Gedeelde warme herinneringen aan de tochten in onze Bongobus (KIA), de vakanties aan zee in Kangnung, aan het eten, aan onze adzjoemoni (hulp) op wie we allemaal zeer suusinseoulgesteld waren. Die de allerlekkerste ramyun kon maken die we nergens meer zo gegeten hebben.

Voor onze dochter was Nederland een beter oord om te wonen. Door C(erebral) P(alsey) met moeite lopend, was het steile en vaak trottoirloze Pusan geen makkelijke woonplek. In Nederland was er onmiddellijk een team van specialisten die haar monitorden, er was wekelijkse fysiotherapie, ergotherapie, er kwam een aangepaste fiets, een rolstoel, een douchestoel, enzovoort. In Nederland werd je als mens met een handicap verzorgd (het waren betere tijden toen!) en gerespecteerd, in Korea werd je (ik schrijf de jaren tachtig van de vorige eeuw!) erom veracht, verstoten, te vondeling gelegd. Niet omdat de moeder haar eigen kind niet wilde, maar meestal omdat de schoonfamilie het gehandicapte kind niet accepteerde. De moeder had gefaald in haar plicht een gezonde, liefst mannelijke, nakomeling op de wereld te zetten.

Zo werden veel kinderen (gehandicapt of soms slechts omdat ze meisjes waren) op straat of in busstations achtergelaten. Op straat zag je ernstig gehandicapte mensen zich voortbewegen met de meest primitieve hulpmiddelen  en om aan de kost te komen, kranten verkopen of andersoortige zaken. Heel triest en tegelijk ook heel sterk. Ik had een enorme bewondering voor de strijdlust van deze mensen die zich toch maar staande wisten te houden!

Er is intussen veel veranderd. Volgens mijn goed ingelichte schoonzoon zijn de sportfaciliteiten voor gehandicapte sporters in Korea tegenwoordig bijvoorbeeld state of the art. Ook in de jaren tachtig werd onze dochter overigens goed opgevangen in het weeshuis annex revalidatiecentrum waar ze heen werd gebracht door hulpverleners. Mede door de Amerikaanse sponsoring was er gemiddeld betere zorg dan elders, denk ik.

Nu, na 32 jaar is dochter er voor het eerst terug dus. Onvervaard rijdend in haar rolstoel door megapool Seoul, en nu reizend met OV door het land. Maar eerst heeft ze een flyer gemaakt. Op een kantoor dat mensen zoals zij bijstaat in het zoeken naar familie.

Abandoned enz

Ze stuurde ons deze foto. Een poster die op het kantoor hangt van Koroot (spreek uit Ko-roet) een organisatie die geadopteerde Koreanen bijstaat in het zoeken naar familie en het mogelijk maakt voor hen om kennis te maken met de cultuur van hun geboorteland.

De poster sloeg in als een bom bij mij. Al die kinderen, afgestaan ter adoptie, of achtergelaten op straat; de nood, het verdriet van de biologische moeders, de problemen en leegte voor veel van de adoptiekinderen en daardoor ook voor hun adoptie-ouders. Zo’n poster brengt het allemaal in één klap samen. Door staccato, op alfabetische volgorde steekwoorden te noemen die waarschijnlijk verzameld zijn onder de geadopteerden zelf.

Als het leven ‘plaatsvindt’, van dag tot dag, met een druk gezin, met alle verplichtingen van school, sport, kerk en muziek en de dagen zich sneller aaneenrijgen dan je kunt bijhouden, wordt geadopteerd zijn in een bestaand gezin een gewoon feit. Je kunt daar ook niet voortdurend bij stilstaan.

Maar nu is het opeens weer dáár. Verlaten worden slaat een wond in iemands leven die misschien wel dichtgroeit, maar altijd een litteken achterlaat, dat schuurt en trekt. Onze dochter is geen klager. Dat heeft mij meerdere malen op het verkeerde pad gezet. Haar intense verdriet om de dood van haar cavia en andere huisdieren was een signaal wat, denk ik nu, duidde op een dieper verdriet waar ze niet bij kon.

Adopteren is hard werken en geadopteerd zijn ook. Zonder hulp van derden red je het nauwelijks. Maar dat is opvoeden natuurlijk ook. Kinderen in huis hebben, of ze nu geadopteerd zijn of niet, betekent confrontatie met jezelf. Al je eigenschappen worden op een nieuwe manier uitgedaagd, de goeie én de slechte. De goeie blijken soms minder geworteld dan je dacht en de slechte heb je minder onder controle dan je dacht. Zo verging het mij tenminste. Daar maak je als ouder de fouten in de omgang met je kinderen. Die weer verzacht worden (hopelijk) door een sterke basis van wederzijdse liefde, als het goed is.

In het geval van adoptie, in ons geval van een ouder kind, lag daar de angel.  Niet alleen ons adoptiekind had/ heeft moeite met zich geliefd te voelen, maar dat bleek andersom ook voor mij zo. Liefhebben is bij een dergelijke adoptie een proces. Een bewust proces. Een keuze. Ik ga mijn best doen jou lief te hebben als mijn kind. Dat lijkt een tegenstelling, maar is in feite de basis van echte liefde: doen. Handelen in de geest van liefde, het goede zoeken, de ander goed gezind zijn. Dat is de intentie…maar dan volgt de praktijk die weerbarstiger was dan ik wilde of vermoedde.

In  iedere opvoeding maak je fouten. Alleen ontbreekt bij adoptie of geadopteerd zijn de vanzelfsprekende basis. Iedere fout van de kant van de ouder is voor het geadopteerde kind vaak een bevestiging van het ‘vreemd’ zijn, van ‘er niet bijhoren’.  Voor mij gaf dat het gevoel iedere keer weer opnieuw te moeten beginnen. De keuze was onvoorwaardelijk, maar de gevoelens niet vanzelfsprekend. Ik merkte, om dit wat vage verhaal kort samen te vatten, dat ik wederkerigheid veel meer nodig bleek te hebben dan ik verwachtte.

Ondanks dat dit een redelijk warrig verhaal is, is het voor mensen in een vergelijkbare situatie misschien toch wel herkenbaar?

Het heeft me uiteindelijk ontzettend veel geleerd over Gods liefde voor mij. Ik ben tenslotte ook geadopteerd in Zijn gezin en ik begrijp beter dan ooit hoe die liefde van Hem voor mij een keuze is en dat die onvoorwaardelijk is. Als ik me dat al voor kan nemen, laat staan God Zelf. Het grote verschil is dat mijn ‘gedrag’ geen invloed heeft op die liefde van Hem, omdat ik door Jezus Christus vergeving krijg.  En God is Zelf liefde, daar heeft Hij mij niet voor nodig. Uit die liefde kon ik wel putten, steeds weer.

In een volgende blog hoop ik meer te vertellen over de spannende zoektocht die nu gaande is in Korea! Televisie en radio zijn bijgesprongen in de zoektocht!

Egypte en Nazareth – de jonge Jezus

images (439×720)

Op een marktje in Frankrijk pikte ik het op: Christ the Lord out of Egypt. Een engelstalige roman door Anne Rice (2006). Ik had nog nooit van de dame gehoord, maar echtgenoot herkende haar naam meteen. Ze schijnt ettelijke romans over vampiers geschreven te hebben. Op niveau, dat wel. Hmm. Niet van de vampiers zijnde vroeg ik me af wat deze titel dan wel zou inhouden. Na wat gebladerd te hebben kwam ik bij het voorwoord dat zeer intrigerend was. De auteur was tot het christendom bekeerd na jaren van atheïsme. Eigenlijk kan ik beter zeggen, ze was teruggekeerd naar de Rooms Katholieke kerk waarin ze was opgegroeid. Maar nu met een levend geloof, na jaren van studie en onderzoek en het lezen van boeken. Deze roman, zo schrijft ze, gaat uit van de historische betrouwbaarheid van de Evangeliën en van de Godheid van Jezus. Bijzonder. (Het gerucht gaat dat ze zich inmiddels weer ontrokken heeft aan de kerk, maar ik kon daarover geen informatie verder vinden.)

De kraam met tweedehands boeken, Engels en Frans, stond wat in een hoekje van de markt. Terwijl ik aan het snuffelen was luisterde ik mee met een gesprek van de eigenaresse en een klant, beiden woonachtig in de omgeving, zo klonk het. De vrouw zou ’s middags ‘een sjamanistisch ritueel gaan uitoefenen’. Mijn oren klapperden. Sjamanisme? Ik ken het uit Korea, waar we jaren woonden. Een duistere religie. Gestorvenen nemen bezit van de sjamaan die in trance verkeert en boodschappen doorgeeft uit de ‘andere zijde’. Je kon de huizen van sjamaans herkennen aan de lange, dode bamboetak die boven het huis uitstak en er met rood lint aan was vastgebonden. Men ging naar de sjamaan met ziekten, met problemen en allerhande zaken. In de ziekenhuizen ving men vaak de doodzieke mensen op die eerst geholpen waren door de sjamaan, zonder resultaat. Vaak wel met brandplekken als resultaat van de gebruikte methodes. Mensen die tot geloof kwamen voelden zich letterlijk bevrijd van een duistere macht.

En dan sta ik hier op dit idyllische, zonovergoten Franse marktje, met dit ‘gelovige’ boek in mijn hand, bij mensen die zich vrijwillig overgeven aan deze animistische religie, vaak zonder te beseffen hoe donker en gevaarlijk dat is. Typische westerlingen die denken de krenten uit de pap van Oosterse religies te kunnen halen. Zal ik ze aanspreken? Niet gedaan…

Terug naar het boek. Ik heb het gelezen en vind het een meesterlijke poging te beschrijven hoe het gegaan zou kunnen zijn met de bewustwording van Jezus als kind dat hij meer dan een mens was. Het boek beschrijft een periode van een jaar of twee. De terugkeer van Jozef en Maria met Jezus en de rest van de familie uit Egypte, terug naar hun oude woonplaats Nazareth. De auteur plaatst die episode in de geschiedenis van het Romeinse rijk en het volk Israël. De opstootjes die plaatsvonden onder de Joden, wreed neergeslagen door de Romeinen. De tempelfeesten in Jeruzalem, die onder spanning plaatsvinden, vanwege de politieke situatie. Alleen daarom al boeiend.

Maar de subtiele wijze waarop Rice de gemoedstoestand van het kind Jezus, dat toch God is, ook dan, tracht te peilen vind ik ontroerend goed geslaagd. Je anders voelen dan anderen en toch hetzelfde zijn. Een begrip en inzicht hebben in de Thora dat uitstak boven elk gemiddelde en toch kind zijn, willen spelen en ravotten. Het bewust worden van zijn bijzondere natuur moet geleidelijk zijn gegaan, en deze roman probeert dat enigszins woorden te geven. Anne Rice volgt daarbij de Katholieke tradite van de vroege wonderen van het kind Jezus dat, zijns ondanks, uit klei vogels echte vogels maakt; een vriendje tijdens het spelen vervloekt vanwege oneerlijk spelgedrag, waardoor het kind dood neervalt. Jezus doet hem dan weer levend worden. Verhalen waar geen historische basis voor is. Ook blijft Maria maagd. Ook de interactie tussen haar en haar zoon is heel teder omschreven.

De moeite van het lezen waard.

Lazarus, de dood en het leven

De_opwekking_van_Lazarus_(naar_Rembrandt)_-_s0169V1962_-_Van_Gogh_Museum
De opwekking van Lazarus (naar Rembrandt) – Van Gogh

Een van de meest ontroerende geschiedenissen in de bijbel vind ik het verslag in het evangelie van Johannes (hfst.11) over de dood van Lazarus. Stel je voor, je bent goed bevriend met Jezus. Hij reist rond door je omgeving en je hoort het ene verhaal na het andere over genezingen. Blinde en dove mensen zien en horen weer; kreupelen en verlamden lopen; zelfs een jonge knul die hij terugroept uit de dood als enige zoon overgebleven voor zijn moeder. Niets lijkt onmogelijk voor Hem. Hij vergeeft ook steeds zonden, maar die genezingen zijn boeiender….

Dan wordt Lazarus ziek. De zussen weten zich geen raad. Waren ze afhankelijk van hem? Als enige man in huis? Hoe dan ook, er is een sterke band van liefde tussen hen. Ze willen niet dat hij sterft en ze sturen een dringende boodschap naar hun goede vriend Jezus van Nazareth: Kom, je vriend is ernstig ziek! In een WhatsApp-loos tijdperk zal het even geduurd hebben voor hij de boodschap kreeg, maar zelfs dan heeft Hij geen haast. Hij lijkt met opzet tijd te rekken. Als Hij aankomt is Lazarus allang dood. Hij is begraven en er zijn al vier dagen voorbij gegaan. Logisch is de reactie van de zussen: Waar was je nu?! Is dat nou vriendschap, op je dooie gemak Lazarus dood laten gaan en dan doodleuk langskomen?

Als Jezus Martha, een van de zussen, vraagt of ze gelooft in de opstanding van de doden wimpelt ze de vraag af als een troost op een verkeerd moment: ja, natuurlijk, maar daar heb ik nu toch niets aan? Dat is later, bij de Opstanding, maar nu is onze broer gewoon dood! Als jij je nu maar je wat gehaast had dan was dat niet gebeurd! Martha gaat er blijkbaar vanuit dat Jezus zeker zijn vriend genezen zou hebben, hoewel hij niet altijd iedereen overal genas. Er was vaak een bijzondere reden om iets duidelijk te maken aan de omstanders. En dat is blijkbaar nu ook het plan.

Jezus gaat naar het graf. Niet als een tovenaar of als een magiër, met een serene Boeddha-glimlach (niets kan ons deren), maar als mens. Helemaal, door en door mens. Want Hij is ‘hevig bewogen’. Hij huilt. Hij is woedend. Hij kan het niet uitstaan! De dood die al dit vreselijke verdriet brengt voor geliefden, de stank van de ontbinding, de schijnbare overwinning van de dood op het leven. Alles bij elkaar brengt hevige emotie bij Hem teweeg. De dood is de vijand. Hoort niet bij het leven ondanks wat velen willen beweren om het acceptabel te maken. De Kringloop van het leven. Opgaan, blinken en verzinken. Niet dus.

Jezus huilt. En Hij laat zien wat de uiteindelijk bedoeling is van Zijn komst: de dood wordt verslagen. De dood zal er niet meer zijn. De steen moet worden weg gerold en Hij zegt, nu helemaal God: Lazarus kom uit je graf! Lazarus komt eruit gewankeld, omwikkeld met doeken, als een pasgeborene. Het nieuwe leven straalt (?)hem tegemoet. Maar eerst moet iemand wel die vieze doeken van hem afhalen.

Ik zie al die mensen staan, volkomen verbijsterd, met hun handen voor hun neus en mond. Ooit bedorven vlees geroken? Die lucht moet er gehangen hebben. Maar Lazarus is compleet en gezond. Zal hij Jezus in de armen zijn gevallen? Ook gezegd hebben: waar was je nou, man? Ik dacht dat je nooit zou komen! Je moet een dode gezien hebben om te beseffen hoe onmogelijk het lijkt, dat dit gebeurde.

Dit was een ‘happy ending’ voor Lazarus en de zussen. Maar er kwam natuurlijk weer een moment dat zij alle drie, in doeken gewikkeld, in een graf gelegd zijn en hun lichamen wel tot ontbinding zijn overgegaan. Ook alle mensen die Jezus had genezen zijn uiteindelijk gestorven. Dus wat was de bedoeling? Wat was het ‘nut’?  Onze predikant verwoordde het mooi vanmiddag: Bij elk wonder tilt Jezus een tipje van de sluier op. Zó groot is God’s macht en zo gaat het worden straks, als Jezus terugkomt. Als het Koninkrijk uit de hemel op aarde komt. Ziekte, pijn en dood zullen verdwenen zijn. En de bron, de oorzaak, zal afwezig zijn: onze vervreemding van God. We zullen Hem dan kennen zoals Hij ons nu kent. En kennen is meer dan weten…Het is liefhebben.

Deze geschiedenis geeft me altijd veel hoop. Het wijst op Gods grote macht en wat Hij wil bereiken. Waarom de dood en het lijden zolang voortduren, dat blijft een moeilijk punt. Net als het voor Maria en Martha was…Blijkbaar mag je dat dus ook vragen, net als in de Psalmen die vraag steeds weer klinkt: Waar blijft u nu, God?

De sleutel zit’m in vertrouwen. Ik snap het niet en het vliegt me af en toe aan. Maar…ik vertrouw erop dat de Vader redenen heeft die ik niet kan peilen. In Jezus heeft Hij laten zien waar het Hem om gaat: de wereld en zijn bewoners redden door geloof in Jezus Die zelf door dood en lijden is gegaan en aan de kant van het leven weer is uitgekomen.

(Lees Johannes 11)

 Ter Sake

Die eerste (ná ontswagteling)
wat Lasarus nodig het

om die wonderkuur te keur
is ’n nuwe alfabet

Half-thuis nog in die grotland
waaruit ek tastend keer

moet ek van jou ’n huistaal
vir hierdie lewe leer

Jy sal die dinge opnoem
die pasmuntname sê

en wat op die punt van jou tong is
my op die lippe lê

 

Elisabeth Eybers (toelichting op haar gedichten)

Risen – de film

images (300×450)

Vanavond in Amersfoort de recent uitgebrachte film Risen gezien. Ik had erover gelezen in het Nederlands Dagblad  (de recensie kan alleen door abonnee’s worden gelezen) en in Christianity Today. Beiden schreven een zeer positieve recensie. Ik hecht daar waarde aan. Ik heb altijd wat aarzeling bij films over bijbelse thema’s. Sommige films zijn te zoetsappig en kunstmatig. Of ze zijn juist weer te ‘glamorous’; Jezus loopt dan als het ware met een ‘halo’ rond zijn hoofd op aarde. Ook kan ik er niet zo goed tegen wanneer de persoon van Jezus erg uitgewerkt in beeld wordt gebracht. Ik kijk te sympathetisch en neem zo’n beeld mee. Dan zit ik er bij mijn gebed nog aan vast.

Aan de andere kant vind ik films over de bijbel ook weer heel boeiend. Iedere keer als ik zo’n film zie confronteert het me met de gewoonheid van de dingen. Als je opgroeit met de bijbel vanaf je jeugd, ontstaat er onwillekeurig een gevoel van een aparte wereld waarin die bijbelverhalen plaatsvinden. Niet mijn wereld, maar de bijbelwereld. Films hebben mij geholpen om die twee werelden met elkaar te verbinden. Dat lijkt tegenstrijdig, omdat de films fantasie zijn en niet de realiteit. Maar in films identificeer ik me met de personen en hun realiteit. Zo komt ook de bijbelse wereld dichterbij.

De eerste ervaring van dat soort  had ik  tijdens de film Jesus Christ Superstar. Ik zag die op mijn 18e, denk ik. En opeens drong er iets door van het alledaagse, het door-en-door menselijke van de Mensenzoon Jezus. Ja, hij was God, maar dat was niet te zien. Wie niet beter wist zag een gewone man, met een Mediteraans uiterlijk. Hoe vreemd ook, die film heeft een rol gespeeld in de ontwikkeling van mijn geloof in de levende Jezus.

Nu dan Risen. Ik dwaal behoorlijk af…Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een Romeinse officier, een harde, dorgewinterde krijger. Hij is aanwezig bij de kruisiging en dood van Jezus. Hij is erbij wanneer het graf verzegeld wordt, op verzoek van de Joden. Hij moet het onderzoek leiden naar de verdwijning van het lichaam van Jezus. Subliem gespeeld door Joseph Fiennes. Heel ingehouden, heel overtuigend. Door verschillende ontmoetingen gaat hij twijfelen aan het verhaal van de Joodse Raad en de soldaten die zeggen dat het lichaam gestolen is. Maar wat er dan is gebeurd?

Een ontmoeting met de opgestane Heer Jezus brengt een keerpunt in zijn leven. Ik beleefde persoonlijk de spanning, de schrik, de verbijstering en de ongekende blijdschap dat deze Romeinse officier alsnog Jezus ontmoet en de last die hij draagt bij Hem mag neerleggen. ‘Wat zoek je, Clavius?’, zegt Jezus tegen hem.  Clavius zoekt rust en een dag zonder doden, zonder geweld. ‘Daar kwam ik voor’, is wat Jezus hem laat weten.

Het publiek mag zelf een antwoord geven op de vraag.

Minpunten? Uiteraard. Niet alles is rechtstreeks tot de bijbel terug te voeren. Maria Magdalena was geen vrouw van lichte zeden, zoals de film beweert. Jezus wordt in de film niet op Golgotha gekruisigd. De lijkwade van Veronica met het (vermeende) gezicht van Jezus wordt in het graf gevonden. Niemand heeft het over engelen, noch bij het graf, noch bij de hemelvaart. En we weten natuurlijk niet af van ene Clavius die zich bekeert. De apostelen zijn iets te blije types. En toch….

Zeker het kijken waard.

 

Adoptie is een werkwoord, net als liefde

KIA busje

Er zijn waarschijnlijk verschillende motivaties van waaruit je een kind adopteert. Wie geen biologische kinderen heeft, adopteert, denk ik, allereerst om een kinderwens te vervullen. Een heel natuurlijk verlangen naar nageslacht. Naar zorgen voor iets kleins en afhankelijks, met wie je een diepere band ontwikkelt dan met de gemiddelde kat of hond. Iemand met wie je je leven kunt delen.

Ik had in die zin geen kinderwens in de jaren tachtig, aangezien we al drie kinderen hadden mogen krijgen. Maar er was plaats voor meer. We stonden open voor zowel meer biologische kinderen als voor een adoptiekind. De beslissing om voor een adoptiekind te gaan kwam vooral voort uit idealisme. Of beter gezegd misschien, uit onze overtuiging dat we moeten delen van de rijkdom die we ontvangen van God de Vader, met wie het minder heeft. Wat zouden we een kind in een weeshuis laten zitten met weinig toekomstperspectief terwijl wij van alles te bieden hadden? Een gezinsleven, veel meer toekomst, geborgenheid, een broertje en zusjes, en nog veel meer. Zo begonnen we aan ons avontuur. 

Maar elk ideaal, zelfs als het vanuit een diepe overtuiging  voortkomt, wordt uiteindelijk getest door de werkelijkheid van alledag. De dagen waarop niks lukt, het eten aanbrandt, de kinderen zich als etters gedragen en het kind dat je zo vol geloof in huis haalde, zich afsluit voor je.

Dat zijn de dagen waarop het opeens tot je doordringt dat liefde niet iets vanzelfsprekends is. Dat kinderen uit jou geboren, die dan wel het bloed onder je nagels vandaan kunnen zeuren, wel op een voortstromende basisliefde van je kunnen terugvallen, maar dat bij een ‘nieuw’ kind (van 7) er geen ‘terugval – liefde’ in jouw reservoir zit opgeslagen. 

Ik was jong, had nog niet veel levenswijsheid en zeker nog niet genoeg zelfkennis om dat allemaal te kunnen benoemen. Ik weet wel dat ik in dat eerste jaar van de adoptie  regelmatig een hele duistere Margreet tegenkwam, die ik niet kende en waar ik van schrok. Mijn frustratie en boosheid golfden soms als een storm over ons arme adoptiekind heen. Pas veel later, jaren later, ben ik (tot op zekere hoogte) gaan begrijpen wat daar gebeurde.

Ik was de jongste thuis. Met twee oudere zussen en twee oudere broers. In ons gezin werden ruzies meestal niet uitgepraat, maar resulteerden in zwijgen. Negeren. Om de een of andere reden herinner ik me heel vaak genegeerd te zijn. Ik was waarschijnlijk een verwend jongste zusje, dat lastig was en als gevolg kreeg ik dan de ‘cold shoulder’. Of het echt zo vaak was? Mijn moeder zei altijd dat ze zich er niets van kan herinneren en dat iedereen juist gek op me was. Maar moeders hebben soms een te rooskleurig beeld van hun kroost.

Hoe dan ook, genegeerd worden is voor mij een hele rauwe, gevoelige plek.  En wat ik, met hulp van deskundigen, op den duur duidelijk kreeg is dat ik in sommige situaties heftig reageer op een vermeend negeren, terwijl dat helemaal niet de intentie is van de persoon die ik dan bijna vermoorden wil…(Voor de duidelijkheid, het is natuurlijk meestal echtgenoot die het moet ontgelden)

Ik vertel dit allemaal omdat dit mechanisme ook speelde tussen mij en onze adoptiedochter. Zwijgzaam en teruggetrokken van karakter als ze was, ervoer ik dat als  een afwijzing. Alle jaren door is dat een spanningsveld gebleven. Door haar heb ik pas echt geleerd, door schade en schande, met vallen en opstaan, dat ik een mens moet accepteren zoals die is.  Niet willen veranderen, niet willen omvormen om bij mijn behoeftes aan te sluiten.  Ook iets leren proeven van wat agapé is. Liefde die er is, niet omdat het vanzelfsprekend is van je eigen kind te houden, maar liefde omdat je ervoor kiest. 

Onze dochter leest mee. Ze keurt de blog van tevoren goed. 

 

Huppakee, weg?

Huppakee, weg. Er is veel geschreven over de uitzending van de Levenseindekliniek over hulp bij het sterven van mensen die ‘klaar zijn met leven’. Een vrouw met dementie in haar spraakvermogen kon het alleen maar zo verwoorden: ‘huppakee, weg’. Volgens haar man bedoelde ze te zeggen dat ze dood wilde. (overigens had ze eerder een verklaring opgesteld over haar wens niet te willen leven met dementie). Ze kreeg dus het drankje dat de dood tot gevolg had.

Gelukkig was er veel ophef over de documentaire. Waren dit nu mensen die moesten stérven? Konden ze niet op een andere manier geholpen worden? Maar blijkbaar vonden hun naasten en de mensen van de kliniek van niet. Huppakee, weg.

Lijden is niet fijn. Je zoekt het niet op. Als we lijden willen we dat het weg gaat. En het liefst ‘huppakee’, snel! En waarom zouden we lijden? Waarom moeilijke dingen verdragen? Er zijn zoveel manieren om te vluchten. In alcohol, in shoppen, in eten, in drugs, in roken, in duizend ontsnappings mogelijkheden. Of je stapt eruit, uit het leven. Of je doet die NIPT-test zodat gehandicapt leven (eventueel) voorkomen kan worden. Want je kunt het niet (meer) aan.  

Maar wat, als lijden nu eens een weg is die God met je gaat om juist heel dichtbij te komen? Door alle schijn ’goden’ weg te nemen. Ga maar eens door een periode van hevige pijn. In je lijf, in je hart of in je leven, dat maakt niet uit. Dan helpt uiteindelijk niks meer. Alleen God en de mensen door wie Hij naast je wil komen staan. Dat is zó bijzonder als de tijden duister zijn. Dan verzamelen de mensen die jou liefhebben zich om je heen, op een manier die anders nooit gebeuren zou. Het leven krijgt een diepgang die je er zelf nooit in aan had kunnen brengen. Ik hoor het zoveel mensen zeggen, gelovig of niet: de liefde en saamhorigheid toen die en die stierf , tijdens mijn ziekte, enz. was zo groot, het was in zeker opzicht de mooiste periode van mijn leven, hoe raar dat ook klinkt. 

De leegheid die oude mensen ervaren als niemand meer naar hen omkijkt en die hen naar de dood doen verlangen,  is een aanklacht tegen onze samenleving, tegen ons. Palliatieve zorg bij lichamelijke pijn aan het einde van het leven doet de vraag naar euthanasie dalen. Die ‘palliatieve zorg’ moeten we ook ontwikkelen voor ouderen die eenzaam zijn en geen ‘zin’ meer in hun leven ervaren. Een taak die bij uitstek opgepakt kan worden door geloofsgemeenschappen als de kerk. Zij kunnen de omhelzende armen vormen van God op aarde.

Problemen dus opgelost? Geen lijden meer? Huppakee, weg? Nee. Dat zit er niet in. Maar lijden hoeft niet het begin van de ondergang te zijn, het kan een opmaat zijn naar betoon en ervaring van liefde en bewogenheid, van God en mensen. Jezus Christus heeft ontzettend geleden. Hij werd juist totaal van God en mens verlaten. Voor ons! Zo hoeven wij nooit te lijden.  Hij loopt nu vlak  naast je, of je dat nou voelt of niet. Tot het allerlaatste einde. En ook dan worden we opgevangen in liefdevolle armen. En mogen we eindelijk bijkomen. Van alle verdriet en alle pijn en al het lijden. Helemaal getroost worden zoals een kind dat het uitbrult, tot rust komt bij mamma op schoot.

Heb de weg die God met je gaat lief
Het is Zijn weg met jouw ziel en leven

(vrij naar) Augustinus

NB Ik wil ter verduidelijking toevoegen dat ik hier niet bedoel te zeggen dat we ieder leven tot het uiterste moeten rekken; wie stervende is mag sterven. Noch dat we het lijden moeten verheerlijken of zoeken. Lijden zelf is niet goed. Het is iets wat God niet bedoeld heeft oorspronkelijk. Maar nu het er is, in een wereld na de zonde, kan zelfs dát niet een barriẽre vormen voor Gods liefde voor en Zijn doel met ons.  Integendeel! Hij maakt het kwade goed.

Ziel en zaligheid

orthodox1

Dominee Vonk
Mijn vader was een trouwe volgeling van zijn Schiedamse predikant, ds. C. Vonk (1904-1993). Tijdens kerkenraadsvergaderingen gaf deze dominee les. Hij doceerde over Barth, over de gereformeerde belijdenissen, over Kuyper en weet ik wie/wat nog meer. Voor ouderlingen en diakenen zoals mijn vader, die na de lagere school direct moesten gaan werken, zonder verdere opleiding, kwam zulk onderwijs als een geschenk. Mijn vader was een intelligente man, maar in zijn jeugd  (jaren ’20 )was het bij hem armoe troef thuis en was iedere gulden bittere noodzaak. Op zijn twaalfde ging hij aan de slag als ‘jongste bediende’.

Mijn vader dronk het onderwijs van Vonk dus op als het borreltje wat hij dagelijks nuttigde : als een kostbare lekkernij. Kritisch luisteren was er niet bij:  Vonk’s woord was als Gods woord. Gelukkig heeft Vonk vele mooie en leerzame dingen gezegd en geschreven. Toen ik belijdenis deed kreeg ik 3 delen van de serie ‘De voorzeide leer’. Over de eerste vijf bijbelboeken, met veel interessante exegese en informatie. Sleutelwoord: Het verbond van God met Zijn volk.

Slapende zielen
Maar Vonk (net als ds. Telder uit Breda) ontwikkelde ook een bijzondere opvatting die veel tweestrijd en conflict veroorzaakten in de toenmalige ongedeelde, vrijgemaakte kerk. Die ook mede ten grondslag lag aan de latere scheuring in de kerk. Eerst schreef  ds. Telder het boek, ‘Sterven en dan?’ Later gevolgd door een boek(je) van ds. Vonk met de titel ‘De doden weten niets’ (waarop ik eens de humoristische toevoeging hoorde: En Vonk weet alles…maar dat terzijde) In beide boeken werd afgerekend met de klassiek, christelijke gedachte, nl. dat nadat het lichaam sterft, de ziel van de gelovige, met God verenigd, in de hemel wacht op de opstanding van het lichaam, bij de terugkomst van de Here Jezus.

In reactie op een ontaarding van dit klassieke geloof, (nl. een grote nadruk op de ziel als het méést belangrijke onderdeel van de mens, het lichaam was maar aards en deed er niet toe) kwamen Telder en Vonk met een theorie die het andere uiterste benadrukte (juist, de bekende pendulum), nl dat er helemaal niet zoiets bestaat als de onsterfelijke ziel. Dat zou een Griekse, gnostische gedachte zijn.  De kerkgeschiedenis ingeslopen.  Ziel en lichaam waren één. De hemel was voor God, daar hadden wij niets te zoeken. En God zei toch tegen Adam: wie van de boom eet zal voorzeker sterven! Wie durfde te zeggen, de ziel leeft eeuwig voort, ook als het lichaam sterft, gaf in feite toe aan de leugen van Satan. Die was een volgeling van Satan geworden.(Vonk)

Persoonlijke ervaring
Ik was een vrij serieuze tiener en las dit soort lectuur op aanraden van mijn vader. Geschokt was ik dan als mensen die ik als gelovig zag, het over de hemel en de ziel hadden. Dat was zoiets als gelovig zijn en stelen, of gelovig zijn en vloeken. Mijn jonge, consciëntieuze hart voelde zich daar niet senang bij.

Daaruit blijkt maar weer hoe sterk de invloed is van datgene wat je als kind meekrijgt. Het zijn de eerste vertrouwde werktuigen waarmee je de werkelijkheid om je heen interpreteert. Het anders doen of er anders tegenaan kijken is onveilig, wekt angstige gevoelens (bij mij i.e.g.).

Toch werden veel van mijn eerste, prille overtuigingen op de proef gesteld toen ik op de (vaag christelijke) middelbare school zat, daarna het huis uitging om te studeren en uiteindelijk mijn theologisch geschoolde man ontmoette. Die was nogal verbaasd over de Vonkiaanse leer. Had die ideeën alleen nog maar gezien bij meer sektarische groepen als de Zevendedags Adventisten.

Na ruim veertig jaar eigen bijbelleeservaring, en groeien in een relatie met God, ben ik wel zover dat ik kan zien dat de grote belofte en hoop die Jezus geeft door Zijn sterven en opstanding, juist die onbreekbare band van liefde is, door de dood heen. Is het zo klaar als een klontje wat er na mijn dood gebeurt? Nee, natuurlijk niet. Waar de hemel is, wat de hemel is, uit de glimp die we opvangen vanuit de bijbel is het er in elk geval als een koninklijk paleis. Versailles in het kwadraat, zeg maar en dan nog mooier.  Alles om te benadrukken hoe groot God is.  Maar daar gaat het ten diepste niet om. Waarom dan wel? Dat ik geen ogenblik zonder de ervaring van Gods liefde zal zijn. Dat blijkt  uit zoveel plaatsen in het NT. Ik heb er, tijdens een slapeloze nacht (door jetlag) o.a. Johannes 10-17 weer eens op nagelezen.

Hemel op aarde
Dat we voor eeuwig in de hemel zullen zingen in een witte jurk, is ook zeker niet mijn overtuiging. Integendeel. Wat Vonk benadrukte, dat de hemel niet onze eindbestemming is, lijkt me ook duidelijk in de bijbel. De hemel komt straks naar de aarde (laatste hoofdstukken van het boek Openbaring). Maar in heel de bijbel gaat het altijd eerst om onze relatie met God Zelf. Johannes 17:3, één van de mooiste teksten in de bijbel, vind ik: “Eeuwig leven is dat (wij) U kennen en Hem die U gezonden hebt, Jezus Christus”. Vooral als je beseft dat kennen niet ‘weten over’ is, maar liefhebben en gekend zijn.  De vorige paus zei het zo: ‘Onsterfelijkheid huist niet in de mens zelf. Ze berust op een relatie (met Jezus MB)’.

(Een mooi artikel van ds. Gert van den Brink (die overigens mijn vader begraven heeft) kun je hier lezen: RE2010_86-02.pdf. Een gezamenlijke uitgave van het weekblad de Reformatie en Opbouw, tegenwoordig Onderweg geheten.)

Het troost me om te weten dat de geesten van mijn geliefden nu al bij God zijn en het goed hebben. Mogen rusten en genieten,  iets wat ze door lichamelijke afbraak niet meer konden. Als ik ze mis vraag ik weleens aan God hen te groeten…

En straks zien we elkaar weer.

Republikeinen en democraten – een persoonlijk verslag vanuit de huiskamer in Boston

Uiteraard is in dit huis de discussie over de staat van de huidige Amerikaanse politiek veelvuldig. Hoe kan het ook anders wanneer avond aan avond de gezichten van vooral presidentskandidaten Hilary Clinton (Democraten) en Donald Trump (Republikeinen) het scherm van de tv vullen. Trump met zijn Wildersachtige populistische toespraken met slim gekozen oneliners. Hilary met haar meer doorwrochte ideeen, maar net zo goed afgestemd op wat haar publiek wenst te horen. Het publiek dat als klapvee alle kandidaten begeleidt op hun lange tour door de staten van Amerika.

HRC_in_Iowa_APR_2015

Nog steeds stijgt Trump in de peilingen. Anti-islam, anti-huidige regering, anti-belastingverhoging, anti-Obamacare, anti-bijna alles. Maar pro-gun, pro-? ja wat eigenlijk. Hoe gaat hij voor zijn kiezers een goeie gezondheidszorg opzetten bijvoorbeeld? Vandaag kreeg mijn schoonvader de rekening van het ziekenhuis waarin hij 4 dagen verpleegd werd na een chirurgische ingreep. $75,000,-! De ziekenhuizen blazen de rekeningen op om zoveel mogelijk vergoed te krijgen en de verzekering betaalt wat zij redelijk dunkt. In dit geval $18.000,- . Voor VIER dagen.

Nu de gewone mensen? Niet de allerarmsten, zij hebben tot op zekere hoogte recht op medische basiszorg (via de Eerste Hulp) in veel staten, ook zonder  Obamacare. Maar vooral de middenklasse hier is de dupe. Premies voor een goeie zorgverzekering zijn onbetaalbaar hoog. Velen namen het risico en sloten geen verzekering af om kosten te besparen. Met Obamacare zijn ook zij nu verzekerd, tegen betaalbare premies.

Hoe is het mogelijk, zou je denken, dat Trump ondanks zijn voornemen Obamacare af te schaffen, toch zo populair is? Dat werkt toch niet in het voordeel van miljoenen Amerikanen? Het is enigszins te vergelijken met het effect van Wilders. Wie weet eigenlijk wat Wilders denkt over gezondheidszorg en sociale zekerheid? Het lijkt mensen niet te interesseren. Zolang de mannen maar grof in de mond zijn, de regering belachelijk maken en wantrouwen kunnen zaaien tegen alles wat met overheid te maken heeft. In het ‘Handboek voor Populisten‘ (dat nog geschreven moet worden) staan vast de volgende regels: Gebruik zoveel mogelijk korte zinnetjes, hou het niveau van je toespraken op ongeveer het niveau van een leerling uit groep 5, en gebruik oneliners die blijven hangen. En zet mensen, met name groepen, in de maatschappij tegen elkaar op. Succes verzekerd. Oh, en niet vergeten: haat vreemdelingen en heb alleen je eigen volk lief!

Ben ik een bewonderaar van Obama? Die het tegenovergestelde lijkt te doen? Het is een uiterst innemende man, met goeie plannen en initiatieven. Toch is ook hij niet wars van het polariseren dat de Amerikaanse maatschappij lijkt te verscheuren. Zijn State of the Union was geen toespraak die boven de partijen uitsteeg, zoals hij zelf wel claimde. In de commentaren werd van links tot rechts opgemerkt dat het een politieke toespraak was die veel gevoelige punten voor de Republikeinen nog eens extra inwreef . Een onderwerp als het homohuwelijk, (door de landelijke overheid nu erkent zodat afzonderlijke staten daar niets meer over te zeggen hebben) dat hij triomfantelijk schaarde onder de bereikte resultaten van zijn beleid, ligt voor de helft van de Amerikaanse bevolking zeer gevoelig (niet alleen voor Republikeinen).  Je vraagt je af of zoiets dan op dat moment genoemd moet worden, vooral wanneer je streeft naar meer eenheid en minder polarisatie, zoals hij dat zelf noemde.  Er waren andere punten die voor mijzelf niet zo bijzonder waren maar waarmee hij Republikeinen wel tegen de schenen schopte.

Het is een vreemde situatie. Met een keus tussen 2 partijen zit je hier gewoon volledig klem. Hoe kun je in vredesnaam kiezen tussen twee? De werkelijkheid is zoveel gecompliceerder!  Gezondheidszorg, guncontrol, sociale zorg,  op die punten denk ik als christen sociaal: Verplichte zorgverzekering, steun de zwakken waar ze het zelf niet kunnen, verbiedt privé wapenbezit, bevorder natuurbescherming en stimuleer het gebruik van natuurlijke energiebronnen. Wie kan daar eigenlijk op tegen zijn? Maar Republikeinen, waaronder vele christenen, zien dat soort maatregelen als overheidsbemoeiienis, wat voor hen gelijk staat aan socialisme. Terwijl ik ze zie als een morele plicht ten opzichte van de maatschappij, vanuit mijn christelijk geloof. Ik hoor daarin dus blijkbaar bij de Democraten. Christelijk sociale politiek kennen ze hier nauwelijks, of het zijn hele kleine groepjes mensen. Het wantrouwen ten opzichte van de overheid is gigantisch! Zowel bij Democraten als Republikeinse stemmers.

Wat zou me niet bij op de Democraten doen stemmen?  Meer overheid dan ik goed zou vinden. Niet alles moet door de overheid gedaan worden. Voorbeeld: onderwijs. Onder democraten zouden christenen nooit hun eigen onderwijs kunnen hebben, betaald uit belastinggeld. Het idee van staat en religie die gescheiden moeten blijven, domineert alles.  Zeer belangrijk punt voor mij: vrijheid van onderwijs. En dan ethisch. Obama heeft niet gestemd voor The Ban on Late Abortions. Uit angst dat een tegenstem de vrijheid van abortus zou inperken, heeft hij ingestemd met de zg. Partial Birth abortions. Het kind wordt half geboren (de beentjes en torso) en vervolgens wordt er een injectie aan de onderkant van het hoofdje gegeven zodat de schedel inklapt waardoor het makkelijker geboren kan worden. Dit zijn baby’s soms tot in de 3e termijn van de zwangerschap, dus tot zelfs 6, 7 maanden.  Misdadig in mijn opvatting. Ook de manier waarop het homohuwelijk verplicht werd opgedrongen aan alle staten (50% van de bevolking is tegen) vind ik niet getuigen van democratisch beleid. Maar evenzeer onethisch vind ik de opvattingen van sommige Republikeinen dat er geen ziekenfonds dient te komen, dat alle buitenlanders geweerd worden, dat alle Mexicanen terug moeten en dat er miljoenen mensen in Amerika onder de armoedegrens leven.

Sanders-021507-18335- 0004
Bernie Sanders
Ted Cruz
Ted Cruz

 

Ik ben blij dat ik niet hoef te stemmen. Mijn schoonvader is ervan overtuigd dat Trump het niet gaat redden uiteindelijk. Je ziet nu al een inhaalrace van de 2e kandidaat Cruz (hoewel Trump blijft zeggen dat hij in Canada geboren is en daarom geen president kan zijn). Ook aan de Democratische kant zie je een interessante ontwikkeling. Hilary Clinton en aan haar linkerkant de socialist Bernie Sanders die nog steeds volop meedoet in de race voor de nominatie.

Schoonvader is democraat in hart en nieren, maar heeft tegelijk een enorm wantrouwen ten opzichte van de overheid. Volgens hem zijn alle overheidsmensen corrupt. En met de miljarden dollars die hier omgaan in de verkiezingscampagnes is stemmenverkoop(=corruptie) helaas geen fantasie. Er gaat hier zó verschrikkelijk veel geld om in de politiek. Er zit in het hart ervan een zeer rotte plek, ben ik bang. Ik ben heel dankbaar voor ons kiesstelsel en de manier waarop er bij ons campagne wordt gevoerd. Er gaan ook bij ons dingen fout, er is zeker weten ook corruptie, maar het is een hemel op aarde vergeleken met hoe hier in de politiek wordt gehandeld en hoe er over de politiek wordt gedacht.

De discussies zijn hier in Boston dus niet van de lucht tijdens de dagelijkse krantenlees-sessies bij het ontbijt en het bekijken van de vele nieuwsuitzendingen.

Vrolijk Kerstfeest

Gloria In Excelsis Deo – Ere zij God in de Hoge

Vrolijk Kerstfeest en een gezegend 2016 voor mijn volgers

                                                        De lofzang van Maria – Sela