Taalmaatje en de vrede van open kerken

Mijn Taalmaatje is verdrietig. Er wordt over haar geroddeld. En hoe kan ze zich ertegen verzetten? Tegen roddel is geen mens bestand. Met trieste ogen zit ze een beetje in elkaar gezakt in haar stoel. De kleine S., dochtertje van 5 maanden, zit vrolijk in haar wandelwagen en trekt de aandacht van mamma. Even trekt er een lach over haar gezicht. Zullen we naar buiten, vraag ik. Ik kan het probleem ook niet oplossen. Ik heb nog voorgesteld om naar de vervelende buurvrouw te gaan om haar te vragen wat er is. (ik, held in conflicthantering haha..voor een ander is het altijd makkelijker, immers?). Maar dat moest absoluut niet.

Buiten praten we nog wat verder. Ik probeer van de nood een deugd te maken en leg haar het Nederlandse spreekwoord ‘Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten’ uit te leggen, maar dat is nog een brug te ver. Zij probeert mij uit te leggen waarom ze het aldoor heeft over iemands ogen eruit trekken. Dat blijkt weer een Roemeens spreekwoord te zijn. Zusterlijk leggen we ons neer bij de raadsels van onze talen. We gaan naar de kerk. N. wil graag dicht bij God zijn, dan wordt ze weer rustig.

In de kerk daalt de rust op haar neer. Het is er zo stil en vredig. De tranen komen, en dat geeft niet. Ze brandt een kaars, bidt en staat een poos stil bij het Christusbeeld.

Ik voel ook de frustratie uit me weg trekken. Ik kan dit niet voor haar oplossen. Ik ben maar haar taalmaatje. Ik kan het wel net als zij achter laten bij God en bidden dat de buurvrouw het haar niet moeilijker maakt dan ze het al heeft.

Waarom zijn de protestantse kerken toch altijd potdicht en de katholieke niet?

Veertigdagen – De kracht van persoonlijke brieven

Dietrich Bonhoeffer 1901-1945.

Achttien maanden (vanaf juli 1943) heeft hij gevangen gezeten in een Berlijnse gevangenis, op verdenking van betrokkenheid bij een samenzwering tegen Hitler en vanwege zijn verzet in preken en schrijven tegen de Nazi overheersing van de kerk. Bonhoeffer is theoloog en voorganger. De protestantse kerken worden gedwongen te fuseren en verandert in de jaren dertig steeds meer in een karikatuur. Het Oude Testament wordt losgelaten, het Nieuwe Testament gezuiverd van het ‘zwakke gepreek van rabbi Paulus, die het maar heeft over zonde en schuld en genade’. Nazi protestanten hebben het liever over kracht, overwinning en vitaliteit. De kerk is Duits, één, Germaans.

Mensen als Karl Barth, Martin Niemöller en Bonhoeffer sluiten zich aan bij de ondergrondse Bekennende Kirche, die zich bewust uitspreekt tegen wat ze als onbijbels en dwaalleer ziet in de zg. ‘Duitse Kerk’: de kerk is van  de gekruisigde Jezus Christus. Bonhoeffer sluit zich ook aan bij het actieve verzet, dat in de loop van de oorlog meerdere malen poogt Hitler om het leven te brengen.

Barth wordt als Zwitsers staatsburger het land uitgezet, Martin Niemöller wordt in ’37 gevangen genomen en meerdere leidende figuren eindigen in kampen en gevangenissen. Ook Bonhoeffer in 1943. Vanuit zijn cel schrijft en ontvangt hij 18 maanden lang brieven naar en van vrienden, ouders en zijn verloofde Maria. Over zijn leven van dag tot dag in opsluiting. Wat het met hem doet; over praktische zaken (haal je mijn was op? Breng je dit of dat boek mee voor me? Dank je wel voor het eten, de bloemen, de schone pyjama) en diepe gedachten over geloof, theologie en de bijbel.

Ontroerend zoals hij diep verlangend schrijft over de mooie zomerdagen die hij weer hoopt mee te mogen maken in het zomerhuis van zijn ouders, over zijn gemis aan menselijk contact, zijn geestelijke strijd om niet toe te geven aan ontmoediging en bitterheid. Soms humoristisch, soms verwarrend, vooral de theologische gedachtespinsels, die ik vaak moeilijk te volgen vind. Maar altijd weer boeiend. Daar zit die man, anderhalf jaar lang, iedere dag opnieuw vullend met lezen, schrijven en studeren. Wat een discipline! Wat een geduld ook. Inspirerend.

En dan na al die maanden hoop, het einde. Er wordt nieuw bewijs gevonden tegen hem. 17 januari schrijft hij nog een brief aan zijn ouders, de laatste brief. Hij weet dan zelf nog niet wat er staat te gebeuren. Hij is overgebracht naar een Gestapo-gevangenis met veel minder privileges. Op 9 april wordt hij uiteindelijk, samen met vele  anderen, in concentratiekamp Flossenbürg (in Bavaria, tegen de Tsjechische grens aan), opgehangen, 44 jaar oud. Krap 2 weken voor de bevrijding door de Amerikanen.

De feiten wist ik zo ongeveer, maar die krijgen een andere meer persoonlijke lading, nu ik al die brieven gelezen heb. Tragisch. Maar wat droeg Bonhoeffer die gevangenschap waardig en met Geestkracht. Tot het einde ongebroken (niet onaangevochten!) omdat hij onvoorwaardelijk vertrouwt op Gods leiding in zijn leven.

In een van de brieven aan Maria zijn verloofde schrijft hij (ik heb een engelse vertaling gelezen): “Stifter once said ‘Pain is a holy angel, who shows treasures to men which otherwise remain forever hidden; through him men have become greater than through all joys of the world.’ It must be so and I tell this to myself in my present condition over and over again – the pain of longing —must be there and we shall not and need not talk it away. But it needs to be overcome every time, and thus there is an even holier angel than the one of pain, that is the one of joy in God (21 nov. 1943)

Aanbevolen.

Veertigdagen (6) – Johannes de Doper

Bent u het echt?

Ik was een late vrucht van liefde
van hoogbejaarde ouders
een enig kind –
mijn levensdoel: de God die zij
vereerden voor het wonder –
dat was ik.

Ik leefde in het stof van de woestijn om
me te wijden aan wat ik worden zou,
een soort heraut  –
Ik gaf niet veel om kleding en om wat ik at,
wat honing, heilzaam, zoet en hier en daar
een sprinkhaan

Toen  leek de tijd gekomen,
het gonsde van geruchten –
de mensen leken overspoeld
door een vloed van spijt en schuld.
Ik moest ze dopen en vergeven
in de naam van hem die komen zou
en al onder ons bleek rond te lopen

Toen zag ik Hem, mijn neef, mijn leven.
Ik was zo blij hem eindelijk te zien
tussen die massa mensen.
Ik had zo lang gewacht
en nu stond hij hier,
pal voor mijn neus en
moest ik hem dopen!

Lachwekkend, waar moest hij, dat lam
dan voor vergeven worden?
Ik deed maar wat hij zei, hij zou het wel weten –
en de hemel lachte,
vrede, vrede

Nu ging het dan beginnen
al die lange jaren van bezetting en vernedering
voorbij, de vrijheid gloorde voor ons volk-
Zie hier de lang verwachte Koning!

Maar na een jaar of zo knaagde
de twijfel, ik merkte niets
van overwinning –
wat deed hij nu behalve praten?

Ik zit in de gevangenis, alleen,
ik heb Herodes op zijn kop gegeven.
Maar het duurt vast niet lang
ik reken op de daadkracht van
mijn neef, Israëls nieuwe Koning –

Nu hoor ik net dat prinses Salomé,
de dochter van Herodes,
mijn hoofd eist op een blaadje

Ik snap er niets meer van, waar is nu Jezus,
Hij  kwam ons toch bevrijden?
Nu  zit ik hier van God en mens verlaten
in een donkere cel te wachten op mijn dood –

ik hoor de beulen komen

veertigdagen en notities bij het vasten (4)

En toen was ik toch weer aan de koffie en de wijn. Why? Ik leg het nog wel eens uit. Maar de les voor me is: vraag niet teveel en tegelijk van je zelf. Als er op ander vlak ook nog dingen spelen die extra energie en ‘geefkracht’ vragen is het goed om mezelf even wat ruimte te gunnen. Gaat dat makkelijk? Neen, het. Ik ben zoals dat heet een ‘zwaartillert’. Ik denk erg normatief en moet zéker niet doorgaan voor slap of zwak.

Maar ja, ‘ik ben ook maar een mens’,  moet ik dan tegen mezelf zeggen, heb ik geleerd. En dat voelt best goed. Beetje flauw ook wel, hoor. Want wat blijft er over van discipline, offerbereidheid, mee-lijden met de rest van de wereld als ik na 10 dagen al weer aan de koffie zit? Nou? Ok, ik geef het toe. De geest is gewillig, maar mijn vlees is zwak…..

Het is niet anders. Des te meer bewondering heb ik voor Jezus Christus. Gelukkig hield Hij wél vol.

Vandaag weer even de zee gezien. Oh, wat bloeit mijn hart open als ik die watervlakte zie! De geur, het geluid van de golven, de verre horizon. Het blijft mijn meest geliefde landschap van de schepping! En dan staat er in Openbaring dat ‘de zee er niet meer zal zijn’ op de nieuwe aarde….Zou dat echt waar zijn?

Oh en de lente was weer voelbaar! En bijna zichtbaar in de zachte waas van de boompjes in de verte aan de andere kant van het weiland voor ons huis. Zichtbaar voor mijn ogen maar helaas niet vast te leggen met de lens van mijn compact..

Veertigdagen – notities bij het vasten (3) en driemaal taart

Polykarpus van Smyrna

Het is zaterdag. Van de veertigdagentijd in aanloop op Pasen zijn er 10 dagen voorbij, gerekend vanaf Aswoensdag, vorige week de 22e februari. Om me meer bewust voor te bereiden op Pasen, het feest van de Opstanding van Jezus Christus, laat ik in deze periode een aantal dingen na (een soort vasten). Zaken die ik lekker of leuk vind. Niet om mezelf te kwellen op masochistische wijze, maar meer als oefening. Hoe belangrijk zijn ze eigenlijk? En kan ik me, door het missen van sommige dingen waaraan ik gewend ben, me meer open stellen voor geestelijke         dingen? Sta ik meer open voor God en alles wat Hij belooft? Dat is van oudsher één van de doelen van het vasten geweest. Contemplatief en gericht op verdieping en verrijking van het geloof. Het hoorde niet om de ascese op zích te gaan.

Ik vind het heel boeiend om te lezen over geloofstradities in de vroege kerk. De gelovigen van toen stonden relatief dichtbij de gelovigen uit het Nieuwe Testament. Sommigen hadden nog rechtstreeks apostelen of leerlingen van apostelen gekend. (voor de geïnteresseerden bijv. Polycarpus, Ignatius). Jezus van Nazareth, de man, de mens, komt dan ontzettend dichtbij. Er zijn al brieven van einde 1e eeuw, van schrijvers die dus zeker persoonlijke kennis moeten hebben gehad van mensen uit de kringen rondom Jezus. Fascinerend. Het doet me realiseren hoe ik als kind dat opgroeide in een christelijk gezin en de kerk lange tijd in twee werelden leefde. Die van de kerk en het geloof. En de ‘gewone’ wereld. Lange tijd heb ik niet beseft dat Jezus een historische figuur was. Je geloofde gewoon in Hem. Punt.

Pas later begonnen die twee werelden langzaam te integreren tot één wereld. Met een zelfde geschiedenis. Van Abraham, Alexander de Grote, de Batavieren, Jezus van Nazareth, de Romeinen, Napoleon enzovoort. Excuus voor deze gebrekkige rondgang door de wereldgeschiedenis.

Maar goed, veertigdagentijd en vasten. Het gaat wat met vallen opstaan. Door niet meer te tv zappen houd ik uren tijd over om me te verdiepen in het Betere Boek. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik wel snel zit te dutten boven dat boek. Geestelijk verdiepende literatuur is voor de hersenen toch meer aanpoten dan, zeg maar, DWDD.

Ik ontzeg mezelf op eet- en drink vlak bepaalde geneugten en (op de koffie na!, ik word zo flauw van thee) went dat allemaal vrij snel. Door het culinaire te combineren met extra tijd voor lezen en bezinnen ontstaat er inderdaad een meer bewuste levensstijl die wel prettig is. En dat is een openbaring want je begint met het idee, dit gaat heel vervelend worden enzovoort, maar nu ervaar ik in feite zegen.

Ik zeg erbij dat ik inmiddels al 4 verjaardagen en feestjes achter de rug heb waar ik me niet geheel onthouden heb van een en ander. Maar het bewust zijn blijft wel.

Ik lees (als ik niet dut..)Tim Keller, Generous Justice en Letters from prison van Bonhoeffer, beide boeiend!

Veertigdagen – notities bij het ‘vasten’

Afgelopen woensdag was het Aswoensdag. Ik noemde het in mijn vorige blog. Van oudsher het begin van een periode van vasten en verootmoediging, om stil te staan bij het lijden van de Here Jezus. En om meer bewust toe te leven naar het feest van zijn  Opstanding uit de dood.

Sinds een aantal jaren zoek ik tijdens deze periode naar een vorm om ook bewuster stil te staan bij de betekenis van vasten (een mini-stukje lijden) in mijn eigen leven. Wat is het nut ? En (goeie vraag uit mijn gereformeerde achtergrond!) wat heb ik er aan? Zie de Heidelbergse Catechismus, die hele nuchtere vragen stelt bij allerlei prachtig klinkende leerstellingen. Hoe zo, waarom, wat heb je er aan? Enzovoort.

Vasten is iets wat je vooral niet doet om er te koop mee te lopen. Dat maakt Jezus wel duidelijk. Als je vast moet je niet op straat gaan staan om bewonderd te worden (vrij vertaald) maar doe het in het ‘geheim’. Het is allereerst iets tussen jou en God.

Tegelijk zie je in de bijbel dat mensen ook gezamenlijk vasten als ondersteuning van een gebed om wijsheid bij het kiezen van een nieuwe leider in de gemeente bijvoorbeeld, of als er moeilijke dingen gebeuren. Je kunt het dus ook samen doen. Bidden en vasten zijn bijna altijd gekoppeld lijkt het, wanneer je de Bijbel leest.

Goed, veertig dagen, lijdenstijd. Veertig dagen ‘mee-lijden’, veertig dagen vasten. Jezus gaf alles op, inclusief zijn leven, om hier op aarde te komen en ons vrij te maken van zonde, uitzichtloosheid en dood.  Als volgeling geef je een korte periode een klein beetje iets op, om daar bij stil te staan. Het ‘vasten’ maakt je meer gefocust, gericht op die werkelijkheid. Steeds word je eraan herinnerd dat er iets gaande is, dat je naar iets toeleeft. Ik las ergens dat in het verleden de uitspattingen van het carnaval maakten dat vasten een periode van boete doen werd. Lekker uit je dak gaan en dan een poos weer soberen en dan stond je weer in een goed blaadje bij God. Dat is een vertekening van de diepere betekenis van vasten, dat meer toekomstgericht is. Het is eigenlijk een soort training.

Vasten duwt je uit je ‘comfortzone’, merk ik. Niet eten is voor mij geen optie vanwege diabetes, maar er zijn genoeg extra’s die ik wel kan nalaten. Het eerste wat ik merk is dat ik er sjagrijnig van word. Ik ben gewend aan die dingen, ontleen er plezier en voldoening aan. En nu, bah…niet!

Dat is het moment waarop het een training voor mijn geloof begint te worden. Ieder moment van gemis biedt tegelijk een gelegenheid stil te staan bij het waarom en me weer te oriënteren op God zelf. Uiteindelijk is Hij het zelf die leegte vult, verlangen stilt,  gemis opheft.

Ik zeg nadrukkelijk dat dit een OEFENING voor mijn geloof is. En voeg er aan toe dat het me spierpijn oplevert, om maar even het beeld voort te zetten.

Zijn er meer ‘vasters’ onder jullie? Wat zijn jullie ervaringen?

Nog een link naar een informatief artikel over de betekenis van vasten in Trouw

Starters en stoppers

Als je eerlijk bent over jezelf, kom je pijnlijke dingen tegen, las ik ergens vorige week. Dat klopt. Een van de dingen die ik duidelijk en eerlijk, hoewel pijnlijk, over mezelf weet is dat ik enthousiast met dingen start, maar even zo makkelijk weer er mee op kan houden. Het eerste enthousiasme bekoelt, de discipline ontbreekt en dan is het weer voorbij…

Zo ben ik mijn leven aan veel dingen begonnen: korfbal (nou ja, dat ik daar mee stopte snapt echtgenoot direct), blokfluit (de stress van huiswerk brak me op mijn zesde al op), Duits, Spaans, Koreaans en nog wat andere zaken. Ik steek er natuurlijk altijd wat van op, dat is het voordeel van met veel dingen beginnen. Ik kan nog steeds het Wilhelmus spelen op de blokfluit en niet al te moeilijke melodieën om ergens de wijs van te leren. Ik lees Duits, ben helaas mijn Spaans vergeten, en Koreaans spreek ik ook nog een beetje, ook al heb ik dan geen graad behaald.

Hoe ik hierop kom is vanwege het feit dat ik een tijd terug op deze blog aankondigde een verslag te willen starten van een studie naar wat er in de Bijbel staat over de rol van vrouwen in de kerk. Het plan bedenken was leuk. Maar om er een structureel overzicht van die zoektocht te schrijven blijkt toch wel doorzettingsvermogen te eisen. Het lastige is, dat ik moeite heb om te focussen. Als ik ergens start heb ik de neiging allerlei zijwegen te gaan bewandelen.

Ik vind geschiedenis leuk, maar als ik iets over een gebeurtenis in de 19e eeuw wil lezen eindig ik meestal ergens in de prehistorie. Het ene feit leidt tot het andere. En voor ik het weet ben ik zo duizenden jaren terug in de tijd. Waar was ik nu eigenlijk naar op zoek?

Zo gaat het nu ook met mijn zoektocht naar wat de bijbel zegt over ‘vrouw en kerk’. Iedere vraag heeft een voorvraag, en elke voorvraag leidt weer tot een andere. (Maar misschien zijn het ook allemaal smoesjes om schrijven uit te stellen….)

Nu las ik ook in de krant over een onderzoek van Benjamin de Boer van de Erasmus Universiteit dat er 2 type mensen zijn. Starters en stoppers. De één stópt makkelijker (met roken, rommel maken, FaceBooken enzovoort) en anderen starten makkelijker. Dus niet, ik stop met eten, maar ik begin met bewegen. Niet, ik stop met roken maar, ik begin met 2x per week een dag roken over te slaan. Zoiets.

Ik ben een echte starter, dat mag blijken uit het voorgaande. Ik heb nu bedacht dat ik ga beginnen met af en toe ene verslagje te schrijven van wat ik lees in verband met het onderwerp, vrouw en kerk. Kleine stapjes en toch met het doel bezig zijn…

Ik leer veel van wat ik lees!

Goeie zaak die nazorg

Ik heb me voor het eerst gemeld bij de ‘nazorg’ van onze gemeente, afgelopen zondag. Na iedere dienst staan twee mensen in de kerkzaal met een badge ‘Nazorg’. Wie wil kan hen aanspreken, napraten over iets in de dienst dat hen raakte, met hen bidden, whatever.

Het loopt geen storm. Er zijn geen wachtrijen, er hoeven geen nummertjes te worden getrokken. Integendeel, er is voor zover ik kan zien zelden iemand die zich meldt. Hoe komt dat, vroeg ik me af.

Op mezelf afgaand heeft het te maken met een onbekend fenomeen. Gereformeerden zijn erg goed in het over van alles te hebben na een dienst, behalve over de dienst. Hoe geraakt men van binnen misschien ook is. Het is (nog) niet de gewoonte er met elkaar over verder te praten. Dat is één reden, misschien.

Samen bidden zijn we ook nog niet zo gewend. We hebben onze vaste momenten, bij de maaltijd, in de diensten, wellicht alleen of met vriend/partner. Maar zomaar, in een lege kerkzaal met iemand die je persoonlijk misschien niet eens goed kent, dat is wat onwennig.

Verder, wat is er de meerwaarde van? Opnieuw voor mezelf redenerend, ik kan het thuis aan iemand vertellen en er eventueel met diegene ook voor bidden. Of ik bid in mijn uppie. Waarom hier en waarom direct na een dienst?

Eigenlijk ook erg gereformeerd, om zo na te denken over iets..Maar het zijn gedachten die ik nu pas formuleer, die in feite in mijn onderbewustzijn speelden, blijkbaar.

Hoe dan ook. Afgelopen zondag raakte de dienst me. Het Bijbelgedeelte, Romeinen 12, de liederen, de boodschap over het Bijbelgedeelte, alles paste in elkaar en vormde een boodschap voor me: laat je enthousiasme niet bekoelen, zet je gaven in voor de gemeente en vertrouw de Geest van Christus dat je er weer zin in krijgt. Ik worstel daar mee, na voor de zoveelste keer opnieuw te moeten starten in een gemeente.

Na afloop van de dienst dacht ik, weet je wat, ik ga naar de nazorgdame. We kregen een goed gesprek, samen gebeden en wat de meerwaarde was? Ik denk het onmiddellijk delen terwijl de indruk nog vers en nieuw was. Het me opgevangen weten door een ander, als een teken van Gods zorg voor mij. Het vormde een natuurlijke afsluiting van de dienst voor me.

Toch een goeie zaak, die nazorg.

Voor dag en dauw…

bron:Bijbelseplaatsen.nl

Het is tien over half twaalf en ik heb er al bijna een halve dag opzitten! Ik ben lid van een kerk die voor haar samenkomsten een gebouw huurt van een andere kerk. Aangezien die om 10 uur begint zijn wij genoodzaakt om half negen te starten. Juist ja, half negen. Dat is vroeg, erg vroeg. Ik stond om tien over acht buiten in het halfdonker te wachten op mijn lift. Mijn echtgenoot die in de Randstad zou gaan preken was nog thuis. Hij ging later de deur uit dan ik, die in 10 minuten in de kerk kan zijn, met de auto.

Nou ja, genoeg geklaagd. Ben je een keer wakker en buiten dan is het verder allemaal niet meer zo moeilijk. We hebben een heerlijk jonge dominee die frisse preken houdt en mooie liederen laat zingen. Hij heeft bij mijn jongste dochter in de klas gezeten, dus aanvankelijk een baby in mijn ogen, maar daar ben ik nu overheen.
Het moeilijkste moment is meestal bijna aan het einde van de preek, die overigens meestal kort maar krachtig is. Dan krijg ik een slaapaanval. Mijn ogen gaan tranen, en willen eigenlijk alleen maar dicht. Gelukkig is er dan weer een lied aan het eind om helder te worden.
Kern van de boodschap: Jezus kwam het goede nieuws van God brengen. Wat me opviel in Marcus 1, waarover de preek ging, was dat twee van de apostelen die later het goede nieuws gaan door vertellen, al leerlingen van Johannes de Doper waren en met Jezus mee naar huis waren gegaan om Hem beter te leren kennen. Het waren vissers, maar vissers die al geraakt waren door de nieuwe beweging van Johannes die bij de Jordaan mensen opriep tot bekering en doopte. Ze hadden zich blijkbaar aangesloten bij die groepering die niet erg populair was bij de kerk van toen. Net zo min als Jezus later.

Toen Jezus later zijn leerlingen uitkoos kenden ze Hem al langer. Als je Marcus leest lijkt het of Hij willekeurige vreemdelingen uitkiest, maar uit Johannes 1 blijkt dat ze al een hele dag persoonlijk met Jezus gesproken hadden. En dan wordt het een kwestie van mond op mond reclame. Andreas haalt zijn broer Simon Petrus erbij, Filippus kwam uit dezelfde plaats, dus kende waarschijnlijk de broers. Hij haalt Nathaniël erbij. Maar dan blijkt dat Jezus hem al lang kende.
Fascinerend, zulke details.

Calvinisten bidden voor de vorm?

Dr. Willem Ouweneel in een artikel in het Nederlands Dagblad donderdag 19 januari 2012 over bidden. Hij zegt mooie dingen zoals: Bidden als ademhaling, en intieme omgang met God. Maar dan opeens: ‘Voor Calvinisten ligt alles vast en is bidden eigenlijk een formaliteit. Ze bidden voor de vorm, maar er verandert niets door, ze kunnen het net zo goed niet doen.(Ouweneel is lid van de Vergadering van Gelovigen)

Nou breekt mijn klomp. Dan heb je als theoloog meer dan honderd boeken geschreven en zelfs een dogmatiek en dan zeg je zulke dingen?

Volgens mij zeggen calvinisten dat bidden uitspreken is dat God Koning is en dat je alles van Hem verwacht. En dat Hij alles in Handen heeft. He’s got the whole world etc. Bidden is  meer dan met een lijstje wensen je tot God keren en hopen dat Hij genoeg invloed heeft, of jij genoeg overtuigingskracht, dat Hij zal doen wat je vraagt? Dat beaamt Ouweneel zelf in het stukje.

Het is doen wat Hij zegt: Bidt en je zal ontvangen. Bidden is voor calvinisten ook: bij God zijn. Zoals je bij een goede vriend of vriendin blij en rustig kunt worden van zijn of haar gezelschap.En soms zelfs onrustig, omdat diegene je zo goed kent dat je niets verbergen kan.

Bidden blijft een mysterie, inderdaad. Om de een of andere reden laat God de geschiedenis (HIStory) zich ontvouwen door gebed. Hoe? Ik zal dat nooit begrijpen en ik word ook wel eens moedeloos van steeds dezelfde dingen bidden. Bidden is een oefening in vertrouwen voor mij.

In Openbaring 8 (wij lezen Openbaring op dit moment samen) ziet de schrijver in een visioen dat alle ‘gebeden van de heiligen’ als wierook in een schaal voor God gebracht worden. Samen met veel reukwerk. Ik stel me voor dat er een heerlijke geur opsteeg. Daarna is er een geweldige ontplooiing van activiteiten als in een heuse actiefilm. Wij kwamen tot de conclusie dat het één met het ander in verband wordt gebracht. God gebruikt de gebeden. Maar hoe precies?

Bidden is voor mij als calvinist echt niet voor de vorm of een formaliteit.

Ik ben benieuwd met welke calvinisten Ouweneel gesproken heeft. Er is in ieder geval genoeg door calvinisten geschreven om zo’n stelling te weerspreken.

Calvijn gebruikt het beeld van de verborgen schat. God heeft een schat voor ons diep in de grond gelegd. Het gebed is de spade die je nodig hebt om bij die schat te komen.