Kees van der Staaij – wat zei hij nou?

Na alle commotie om de uitspraken van Kees van der Staaij over zijn standpunten ten aan zien van abortus, ook na een verkrachting, even een terugblik, ook al is er inmiddels geloof ik geen enkele journalist of politicus die er nog mee bezig is. Al bij het zien van het bewuste interview op RTLZ met Frits Wester was ik stomverbaasd dat één zin zo’n eigen leven is gaan leiden. Wat van der Staaij bedoelde te zeggen, dat het minieme aantal zwangerschappen dat voortkomt uit een verkrachting (in een tussenzin kwam toen die onhandige opmerking, die niet te onderbouwen is) niet als een excuus mag dienen om de 30.000 abortussen per jaar in Nederland te rechtvaardigen, heb ik nergens terug gehoord, behalve in het ND, en RD.

Ik sta helemaal achter van de Staaij in zijn vóór-het-leven standpunt. Dat is een principieel standpunt, voor mij gebaseerd op het christelijk geloof. Dat bepaalt hoe ik tegen menselijk leven aankijk: als een groot wonder en mysterie dat door God geschapen en geschonken wordt en waar wij niet zelf aan mogen komen, niet aan het begin, niet aan het einde.

Meestal wordt dat gelezen als – dús ben je (als een soort masochist) voor het lijden, voor handicaps, voor allerlei ellende. Jouw God is wreed want Die wil blijkbaar graag dat er gehandicapte kinderen en uitzichtloos lijdende demente mensen bestaan.

Maar die conclusie is onjuist. Vandaar dat de pro-life beweging liever die term  graag hanteert: vóór het leven! En dan inclusief de kwetsbare kant ervan. Ook vóór de gehandicapte mens, de gehavende mens, de gedeukten en gebutsten, in onze ogen althans. God is absoluut geen wrede God, maar is liefdevol nabij en dat ervaart een mens júist, vreemd genoeg, wanneer het leven zwaar wordt door het lijden, in welke vorm dan ook. Die liefde, de existentiële steun en het méé-lijden van mensen om je heen kent alleen diegene die er door heen is gegaan, of er nog middenin zit. (Zie bijv. mijn vorige blog van een moeder over haar gehandicapte zoon Job)

Het is de paradox van het lijden dat we als gevolg van handicaps, lichamelijk of psychisch, pas werkelijk de liefde van God leren kennen. Niet in de vorm van een ‘wat ben ik blij, wat ben ik blij’ euforie, maar in de tastbare, bijna zichtbare vorm van de naastenliefde die we dan ondervinden. De onbaatzuchtige betrokkenheid van zoveel mensen om je heen, van hulpverleners en vrijwilligers.

Dus, nooit en te nimmer abortus? Nooit en te nimmer een euthanasie? En fijn wat lijden inplannen? Nee, natuurlijk is dat onzin. In principe geen opzettelijk doden van menselijk leven, nee. Je zoekt dat niet op, dat komt op je pad. Pas dan is er de bewuste keuze vóór het leven met een beurse plek.

Zelfs geen abortus na een verkrachting? Ik zeg niet automatisch, ja dan wél natuurlijk. Lost meer geweld op wat met geweld ontstaan is? Als de verkrachter niet gedood wordt, waarom het onschuldige kind, dat als gevolg van die wandaad ontstaan is dan wel? Zou het dragen van die vrucht ook niet aan heling kunnen bijdragen? Het is een vraag die gesteld mag worden. Ik ken een prachtig mens dat ontstond tgv een verkrachting en door de moeder op de wereld is gezet en vervolgens afgestaan ter adoptie. Tot grote vreugde van ouders en huidige partner en kinderen.

Op principes mogen altijd uitzonderingen gemaakt worden. Dat zijn dan noodsituaties. Die zijn er altijd geweest en daar is altijd ruimte voor geweest. Zowel aan het begin als aan het einde van het leven. Maar als je uitzondering tot wet gaat maken, dan is er geen norm meer en wordt de wet tot dictatuur, waarop géén uitzonderingen mogelijk zijn.

En dan sta je als Kees van der Staaij opeens volop in het nieuws en krijg je emmers met bagger over je heen. Jammer. Sterkte voor alle pro-life politici! Trouwens ook voor de niet-christenen onder hen!

Kiezen?

Een weg kiezen die afwijkt van het gemiddelde is eng en moeilijk. Kuddedieren die we zijn als mensen, voelt het gewoon beter om te ‘passen’ in je omgeving. Anders zijn vraagt energie en moed en ja, wat eigenlijk nog meer? Vooral ook niet belangrijk vinden wat anderen denken of zeggen. En hoe moeilijk is dat niet?

OK, dat zijn al genoeg redenen om te blijven steken in je leven. Liever meer van ‘hetzelfde’ en passen bij jouw groep en daarmee verder leven, maar wel een vaag gevoel hebben dat je ‘mislukt’ bent, dan datgene te doen waar je wellicht constant bij moet uitleggen waarom, en hoe dan en wat dan als er dit en wat dan als er dat gebeurt, enzovoort. Vragen waar je zelf nauwelijks een antwoord op weet. Je hebt misschien minder aanzien, minder geld, minder luxe, minder vul zelf maar in. En toch.

Maar is zo’n keuze altijd te maken? Het leven is toch veel te weerbarstig om te ‘kiezen’ voor de ideale situatie waar al je talenten tot groei en bloei komen en waar je ondanks alles je ‘helemaal op je plek’ voelt?

Dat is meestal het volgende excuus om te blijven zitten waar je zit. Het wordt toch niks. Laat maar. Ik heb nu zekerheid, vastigheid, weet waar ik aan toe ben, ik heb mijn verantwoordelijkheden en ga zo maar door.

Dat is gewoon ook helemaal waar. De boeken van beroemde goeroes waarin je in 10 stappen leert je van niks of niemand wat aan te trekken en gewoon je eigen plan te trekken worden gretig gelezen (het lijkt zo heerlijk) maar er zijn maar weinig mensen die het ook in praktijk (kunnen/durven) brengen. Het is allemaal niet zo simpel als ze je willen doen geloven. Eigen ervaring.

Maar wat dan? Vaak weet je zelf al heel lang dat de weg waar je op zit niet de juiste is. Ik heb het nu vooral over werk. Je weet het vanwege de sloten energie die het opzuigt, de onvrede die je bijna lijfelijk ervaart. Ik had het er over met mijn buurvrouw vanmorgen die net haar baan had opgezegd als docente. Ze combineerde die met een praktijk als coach en aanvankelijk leek het elkaar goed aan te vullen, maar na verloop van tijd voelde het steeds zwaarder, o.a. ook door de toenemende (administratieve) werkdruk in het onderwijs. Je weet het al lang, zei ze en toch volgt zo’n beslissing dan vrij radicaal en plotseling. Ik káp er mee!

Dat is ook wel mijn eigen ervaring. Terugkijkend zie je vaak dat je om allerlei redenen blijft hangen, collega’s, geld, twijfel, maar in feite weet je, dit loopt op niets uit. De beslissing te stoppen is dan een bevrijding. En daarna de vraag: En nu?

Ik heb altijd veel gehad aan de raad van een wijze oudere christen vriend: Als je God wilt zien handelen in je leven, moet je wel in beweging komen. Het is maar een beeld natuurlijk want God is niet van mij afhankelijk. Maar zo werkt Hij wel meestal. Maak een keus en leg die in Gods Hand en sla de richting in die je zelf denkt dat het beste is en bij je past. God stuurt het wel bij.

En als je dan heel anders kiest dan de meeste mensen in je omgeving? Die succesvol zijn of hoogopgeleid, of wellicht juist niet. Die niet werken of juist wel. Dan wordt het nog belangrijker om je keus met God te maken. Het is Zijn weg met jou. Het is Jouw weg met Hem. Punt. Die vrijheid is er in Hem. En om met Henri Nouwen te spreken: je bent niet wat je doet of wat je hebt, je bent Gods geliefde kind vóór alles. Dat is een rustplek waar je iedere dag opnieuw mag starten.

Ik heb tot op zekere hoogte makkelijk praten omdat mijn dagelijkse leven niet van mijn inkomen afhangt.Ik ben benieuwd naar ervaringen van anderen, die worstelen met toekomst- of carrièrekeuzes. Wat telt er voor je, hoe maak je je overwegingen? Is een maandsalaris uiteindelijk het belangrijkst, of telt geld dan toch minder? Vaak zit je al zo vast in veel verplichtingen dat ‘beweging’ onmogelijk lijkt. In hoeverre mag je dan toch vertrouwen op Gods hulp en leiding?

Lang geleden en toch ook nu

18 juli zou het 45 jaar geleden zijn dat mijn oudste zus Loes trouwde met haar liefde vanaf de middelbare school, Gert. Het was die vrijdag in 1967 33 graden in de ruimte waar de receptie was, de Beukenhof in Velp. We droegen formele trouwkleding, inclusief jacquet en hoge hoed voor de mannen, waarbij ik het geluk had, als twaalfjarige puber, een mouwloze lange jurk te dragen. Genaaid door mijn tante Rie. Op de foto die ik nog heb is duidelijk dat hij niet zo mooi valt, maar ook zie ik (en herinner ik me) dat ik apetrots was, vooral dat ik aan de arm van Gert’s broer, 10 jaar of zo ouder dan ik, op de foto mocht.

Ik weet ook nog heel goed hoe ontzettend verkouden ik was. Ik durfde mijn neus niet te snuiten, dus maakte waarschijnlijk een voortdurend snottergeluid waarop mijn broer in de kerk reageerde door te zeggen dat ik mijn neus eens moest snuiten, dit tot mijn diepe vernedering. Ik voelde me weer een kleuter, terwijl ik net tot zo’n grote hoogte was geklommen aan de arm van mijn volwassen bruiloftspartner.

Veel meer herinnering dan de hitte, mijn verkoudheid en mijn eerste (legale) sigaret die dag heb ik niet. We hebben ongetwijfeld een lied gezongen, lekker gegeten en gelachen om de droge humor van de familie van Gert.

Mijn zus is midden jaren zeventig gescheiden van Gert. Pijnlijk, maar die dingen gebeuren. Gert was als een broer voor me want hij was al in de familie, als vriendje van Loes, toen ik tot bewustzijn kwam, zo rond mijn derde. Vreemde gewaarwording om dan een scheiding te ervaren. Wij bleven afzonderlijk contact houden met Gert, met wie het al enige tijd niet goed ging.

Om een lang, pijnlijk verhaal kort te houden, Gert stierf begin jaren tachtig aan een ongeluk, waarvan het sterke vermoeden bestaat dat hij bewust tot die fatale keuze kwam. Twaalf jaar later stierf mijn zus aan suïcide. Ik las die uitdrukking ergens en ik gebruik die bewust. Beiden kozen ervoor een einde aan hun leven te maken, maar wanneer je het zo zegt klinkt dat zo gewild, zo autonoom, er is geen ruimte in die woorden voor de ziekte, de boze geest, de vertwijfeling die mensen tot zoiets brengt.

Vijfenveertig jaar sinds ze trouwden, vol idealen en dromen. Vijfendertig jaar of zo sinds de scheiding, eenendertig jaar sinds het sterven van Gert, twintig jaar sinds mijn zusje stierf. De tragiek dringt zich aan je op maar is niet in woorden haast te vatten. En de jaren gaan zo ontzettend snel voorbij.

Soms doet dat voortjagen van de tijd geen recht aan levensomvattende, altijd weer onverwacht schurende en pijnlijke gebeurtenissen zoals deze. Ik heb de neiging mezelf te vermanen dat ‘het toch al zolang geleden is’ wanneer ik opeens weer terug ben bij ‘toen’ en de littekens weer trekken en opspelen.  Maar het is goed er af en toe bij stil te staan. Gemeten naar het grote wereldleed is dit klein. Maar het grote leed is alleen te delen en begrijpen wanneer je het kleine leed mag voelen.

Trouwens wie ben ik om dit klein leed te noemen? Is er iets ergers dan je kind verliezen op deze manier? De beide moeders hebben hun kinderen jaren overleefd en hun verdriet gedragen als gelovige vrouwen doen. In hun zwakheid hun kracht gezocht bij God. Mijn moeder sprak er weinig over tot aan het einde van haar leven de blokkades wegvielen door dementie. Eigenlijk heeft ze toen voor het eerst echt gerouwd. Maar door de dementie bleef ze erin hangen, steeds weer kwamen de tranen en de het gemis. Tot, ‘dankzij’ diezelfde afschuwelijke ziekte, ook de herinnering aan Loesje (zoals mijn moeder haar noemde) vervaagde.

Tijdens haar begrafenis zongen we de psalmen en liederen die ze zelf had uitgezocht toen ze nog helder was. Niet één klaagpsalm, merkte de predikant op. Terwijl er toch genoeg reden tot klagen was. We zongen haar psalmen en liederen van verlangen. “Oh God, Gij weet hoe ik begeer, bij U te wonen in Uw hoven”. “Wien heb ik nevens u omhoog?”

Het is hoop en verlangen. Troost bij de God van Jacob, die ook de God van mijn moeder was, als het weer even pijn doet.

Het weer is niet alles, maar ook niet niks

Klagen mag niet. Er zijn veel ergere dingen in de wereld dan een beetje regen. Er zijn hele gebieden op aarde waar ze smachten naar water. En kom op, van een beetje regen is nog nooit iemand overleden. Kijk maar naar de mooie wolkenluchten en geniet van alle weersoorten. Hitte is toch ook niet alles? Nu doe je tenminste nog wat.

Heb ik ze allemaal gehad? De opmerkingen van de optimisten die in alles wel een zonnestraaltje ontdekken? Die bij iedere grijze wolk en na iedere regenbui zeggen: dat hebben we gehad, wat nu valt kan straks niet meer vallen en weer opgewekt aan een nieuwe kruiswoordpuzzel beginnen onder het druppelende afdak van hun voortent.

Mijn zon-doorbakken lijf en ziel kon heel wat grijs weer en regen aan bij terugkomst van een fantastische reis door de VS. En ik ben ook niet van de tropische temperaturen. Maar wat is buiten eten heerlijk, een koud glas witte wijn in de tuin op een warme avond plezierig en de vrolijke sferen van een zomerdag verheffend voor je ziel en lichaam.

Verschillende van mijn vriendinnen lijden eronder dat ze niet in de tuin kunnen werken, waardoor ze een goedkope en gezonde vorm van therapie mislopen. Hun piekerende hoofden vinden rust bij het loswoelen van de aarde en zorgvuldig verwijderen van onkruid. Alles in het leven moet je loslaten, alles loopt anders dan je hoopte of verwachtte, maar op dit kleine plekje grond heb jij (even) overzicht en rust. En met het werken in de zwarte grond is het of je woelende gedachten via je handen daar achterblijven. Even vrede in je hoofd.

Calvijn noemde bidden een vorm van tuinieren. Spitten, graven, woelen. Naar iets dat onder de grond bewaard ligt en dat je vinden kunt, schatten die God daar heeft voor ons. Zelf tuinierster én bidder heeft dat beeld me altijd aangesproken. Tuinieren en bidden kan helend zijn, maar ook zwaar of niet mogelijk. Hoe kan je tuinieren als je je arm breekt, hoe kan je bidden als je hart zwaar is en je hoofd vol?

Misschien is dit wel het antwoord van God: die rust in het wieden van onkruid wanneer het rechtstreekse gebed niet wil. De schat die Hij voor ons heeft, verstopt in de natte, naar zoete schimmel ruikende, rijke aarde. Het is bidden met je handen en ontvangen in je ziel tegelijk.

Dat het toch maar even zomer worden mag.

Kleine theologie

Fahrenheit speeltuintje

Mijn kleinzoons hebben bij gelegenheid interesse in het christelijk geloof.

Althans in de vorm die dat aanneemt bij hun opa en oma. Zelf zijn ze niet gewend om te bidden of naar de kerk te gaan. Dus het fenomeen bidden intrigeert hen wanneer ze dit waarnemen bij ons. Vooral kleinzoon Niek (7) heeft vele vragen. Hij vraagt zich bijvoorbeeld af waarom we altijd maar bidden voor het eten? Zélfs in het cafeetje waar we een tosti eten. ‘Vergeten jullie het nooit een keertje?’ wil hij weten.

Nou nee, zeggen wij. Waarom dan niet? Het is een manier waarop we willen zeggen dat we geloven dat alle eten van God komt, niet van onszelf, proberen we uit te leggen. ‘Nou, dan heeft God wel honderd armen en benen nodig om alles in de winkels te brengen’, zegt Niek met kinderlogica. Zonder het te beseffen omschrijft hij in kindertaal de grootheid van God die niet te bevatten is. We zeggen, het is meer als de lucht, die is overal en onzichtbaar en geeft aan iedereen leven.

Kris (4) leeft op bij het woordje onzichtbaar. Dat had hij al uitgevonden, dat de lucht onzichtbaar is. Het is er wel, hoor, want je ademt, maar je kunt het niet zien. Net als elektriciteit. Die zie je ook niet. Maar als die kapot is doet de lamp het niet. Dat had hij van pappa geleerd. En hij knabbelt verder aan zijn tosti.

Niek wil weten of wij geloven in één God of in meer goden. We begrijpen niet helemaal waar het vandaan komt, maar we zeggen dat we in één God geloven. Dat vindt weerklank. Eén God is veel sterker dan als je veel goden hebt, vindt hij.  Ja, ik geloof ook in één God, zegt Kris.
Jij bent een na-aper, zegt Niek.

OK, denken we, voor de vragen al te specifiek worden gaan we het maar over iets anders hebben. We willen de ouders niet voor de voeten lopen in de religieuze opvoeding. Dat is best lastig, vooral wanneer je in dit soort gesprekken terecht komt.

Fascinerend vind ik dat kinderen zo diep na kunnen denken. Vooral de oudste kleinzoon is vanaf heel jong nieuwsgierig geweest en heeft voor zichzelf al heel veel ideeën geformuleerd. Over goed en kwaad, over het verdwijnen van de dino’s , over doodgaan en leven na de dood.

Hij bouwt een wereldbeeld, zou je kunnen zeggen. Zoekt naar de betekenis van dingen.
En hij is nog maar zeven.

 

Kerkdiensten in 5 staten van Amerika

Vijf diensten in vijf heel verschillende kerken wat cultuur betreft. Duits, Amerikaans, Nederlands.

Overeenkomst? Gemengde etnische groepen in drie (heel veel Aziatische leden), traditionele liturgie in vier van de vijf, goeie preken in vier van de vijf, gastvrijheid in 2 van de vijf, bijbelse prediking, alle vijf,

moderne muziek in nul. 

Back to the US of A – St. Louis, Missouri 1

Bij St. Louis komen de rivieren Mississippi en de Missouri samen, Twee machtige rivieren die het land doorsnijden, de Missouri vanuit het westen, richting het oosten en de Mississippi vanuit het Noordwesten in zuidelijke richting worden één grote rivier: de Mississippi, die naar het zuiden stroomt en uitmondt in de Golf van Mexico bij New Orleans,

Hier, in wat wel de meest westerse stad in het oosten wordt genoemd zijn we nu twee dagen. Van het ‘platteland’ zijn we weer in de grote stad aangeland. Rijdend door Kansas merkten we al aan de toename van het verkeer en de dichtere bebouwing dat we het oosten naderden. Vanouds het dichtst bevolkte deel van Amerika. Bij St. Louis begon het Wilde Westen, de grote prairievlaktes en de gevaarlijke tochten van de kolonisten. Als symbool daarvoor staat er in St. Louis een gigantische (uiteraard..) zilverkleurige poort, als venster naar het Westen.

vanuit de auto, The Arch

Ergens las ik dat het contrast voor ons niet meer voor te stellen is omdat ook het westen van de VS nu bewerkt, beplant en bebost is door menselijk ingrijpen. Maar in de eerste helft van de 18e eeuw was er niets. Vanuit het dichtbeboste oosten keek men een niemandsland in. Kolonisten hadden geleerd om te overleven door het gebruik van hout (voor warmte en huisvesting), water en land. Maar hier in het westen vielen twee van de drie weg. Alleen land bleef over. Ook nog bevolkt met zeer vijandige indianenstammen die de blanke mensen liever dood dan levend zagen.

Die pioniers moeten mannen en vrouwen van staal geweest zijn. Ik begrijp iets meer van de grote vrijheidsdrang van dit volk, wanneer je het landschap ziet, de enorme gebieden die men tot zijn beschikking heeft en ik me realiseer dat de genen van zulke pioniers in hun bloed gieren.

Amerikanen zijn aanpakkers, doorzetters, actief, pragmatisch, ‘kom op, niet praten maar doen!’ers. En dat moet  natuurlijk ook met die geschiedenis te maken hebben.

Vandaag waren we in de kerk en zagen we er iets van terug. Een Presbyterian Church in America. Op internet gevonden en de naam en missie sprak ons aan:  New City Church, een kerk met een missie voor de stad St. Louis. Vanuit de liefde en verzoening die Jezus voor ons heeft bewerkt verzoening bewerkstelligen tussen de rassen, mn tussen de blanke en  afro-Amerikaanse bevolking. Inmiddels zijn er leden met 20 verschillende etnische achtergronden. Een tweede missie is het bijstaan van de arme bevolking in bepaalde wijken in St. Louis. Zeg maar Kanaleneiland of de Bijlmer.

In 1996 is een groep gestart met kleine projecten als het doen van klusjes voor weduwen en alleenstaande moeders. Inmiddels is er een kerkgemeenschap van rond de 200 toegewijde mensen. En heeft men zich georganiseerd in verschillende maatschappelijke, dienstverlenende takken. Veel wordt gedaan voor kwetsbare groepen als de jeugd, tienermoeders, alleenstaande moeders met tig kinderen van verschillende vaders. Ook afkick hulp en naschoolse opvang en vakantiekampen waar jongeren het nuttige met het aangename kunnen verenigen: Van klussen in de buurt, zoals verven, tuinieren tot programma’s waar ze kunnen leren voegen in de bouw.

Een andere groep die men probeert te helpen zijn vrouwen die het slachtoffer zijn van seksuele uitbuiting en exploitatie.

Kijk maar eens op hun site. Het is een combinatie van Stichting Present, Hip, Stichting de Haven in Den Haag enzovoort. Deze kerk heeft een aparte stichting opgericht Restore St. Louis, waarin alles gebundeld is, Daarin werken ze ook samen met andere kerken en christelijke organisaties en bedrijven, en maken gebruik  van elkaars kracht en voorzieningen.  Vooral de coördinatie en het door en door christelijke (Jezus Christus kan werkelijk verandering brengen) karakter vond ik Inspirerend! Tegelijkertijd was men erg nuchter. Hel lijkt mooi en idealistisch maar het is hard werken en steeds weer teleurstellingen incasseren. ‘Maar ook dat is onderdeel van de weg die God met ons gaat, zo leren we afhankelijk te blijven van Jezus Christus zelf en niet van onze organisatie” aldus een van de oudelringen   bij wie we lunchten met een stel scholieren.

Een hert met dorst

Psalm 42. Een kunstig lied van de Korachieten, tempeldichters in de tijd van het Oude Testament in Israël. Mannen die aangesteld waren door de priesters om liederen te maken voor de diensten in de kerk van die tijd. Dichters voor speciale gelegenheden. Zoals de Dichter des Vaderlands, zeg maar. Psalm 42 en 43 horen eigenlijk bij elkaar. Dat zie je aan het refrein dat drie keer terugkeert: Mijn ziel waarom ben je zo terneer geslagen? Hoop op God.

Zoals het gaat in een mensenleven, zat ik (‘de ziel’ van ps.42) vorige week in een wat dorre periode. Ik heb wel geleerd inmiddels dat ook mijn geloofsbeleving is als de zee met haar getijden, eb en vloed.  Ik schrik er dus niet meer zo van, maar het blijven periodes die ik lastig vind. Een soort lusteloosheid overkomt je, de dingen staan ver van je af en als ik niet beter wist zou ik denken dat ‘het’ weg is. Zo beschreven sommige van mijn geliefden vroeger wat hen overkwam: op een morgen werden ze wakker en ‘het’ was gewoon weg. Met ‘het’ werd dan hun geloof in God bedoeld.

Als jong kind van 11, 12 jaar (ik was de jongste van vijf en er zat tien jaar tussen de oudste en mij) schrok ik daar enorm van. Je kunt dus iets kostbaars denken te hebben, geloof in God, en dat kan zomaar als sneeuw voor de zon verdwijnen. Ik heb er weken pijn in mijn buik van gehad. Ik was namelijk een heel gelovig kind, al van jongs af aan. Maar ik was ook een heel angstig kind, deels door karakter, deels door omstandigheden.

De ergste schrik verdween, maar, naar me later bleek, ging ondergronds. Om het kort samen te vatten, ik heb jaren lang God in de hemel moeten houden, omdat ik zo bang was dat Hij er anders uit zou vallen. Zulke misvattingen leiden er toe dat je geen vragen durft stellen, geen twijfels mag voelen, want dat leidt onherroepelijk tot datgene waar je juist zo je best voor doet te voorkomen, het verlies van je geloof. En dat geloof was juist een bron van veiligheid. Een vicieuze cirkel die misschien wel herkenbaar is.

Na een weg met veel bochten en gevaarlijke verkeerssituaties, kwam ik op een punt dat ik kon zien dat geloven niet alleen voelen is, maar ook te maken heeft met argumenten en overtuigingen. Ik wilde graag geloven dus de argumenten dronk ik in als een dorstig hert. Na de vele evangelisch getinte boekjes die me frustreerden omdat er iets verondersteld werd dat ik niet (meer) had, namelijk een ervaring van Gods grootheid, veel blijdschap enzovoort, fleurde ik op van C.S Lewis, Philip Yancy, Tim Keller en anderen. Die namen hun uitgangspunt bij de ‘gewone’ mens, met zijn ups en downs, vragen en twijfels. Mensen met veel downs en een klein, wankelig geloof zoals ik.

Wat bij mij soms weg is, is inderdaad de ervaring.  Dat moet ik dan ‘uitzitten’. Als ik naar andere zaken kijk, is daar meestal ook wat matheid en vermoeidheid. Wat vroeger naar bed, opletten dat ik niet te veel inplan. Vaker mijn kleinkinderen zien, (altijd garantie op een stoot feelgood hormonen). En meer van dat soort zaken als remedie.

Maar een preek over psalm 42 leek me afgelopen zondag ook een goed idee. Want ik mis God dan wel, zoals ik een goede vriendin  mis. Ik besloot deze keer eens niet naar de kerk te gaan, en rustig op de bank naar een boodschap te luisteren van Tim Keller, begenadigd spreker uit New York.

Na een inleiding en een herkenbare beschrijving van hoe een mens zich voelt ten tijde van het dorsten naar God als dat dorstige hert, kwam hij met een aantal tips. Iedereen zal door dergelijke periodes heengaan. Geen twijfel mogelijk. Het hoort bij het christelijk geloof en het hoort bij het mens zijn. Wat moet je doen of niet doen? Op zijn eigen humoristische en genuanceerde wijze kwamen de suggesties. De allereerste: onttrek je niet aan je gemeenschap, aan het gezamenlijk dingen doen als bijbel lezen, bidden en samenkomen in de diensten.

Daar zat ik in mijn pyjamaatje op de bank in mijn allereenzaamste upje lekker naar een internet preek te luisteren. Hmm. OK. Misschien niet voor alle weken, maar zo af en toe wel heilzaam. Toch snap ik wel wat Keller bedoelt. Juist als je je dorrig voelt heb je de neiging je terug te trekken en dat is gewoon niet de oplossing.

Het komt altijd weer terug. Communicatie, delen, onderlinge gemeenschap, het kan net zo  helend en heilzaam zijn als een groot glas koud water wanneer je dorst hebt. Maar af en toe een stilte-ochtend mag er zijn.

Het groene gras van de buurman

Aan de hits te zien is mijn laatste blog voelen met je lijf populair. 176 hits die dag, dus veel gelezen in ieder geval. Als iedere lezer 1 of  2 personen wat ruimte en aandacht schenkt om pijnlijke gevoelens te delen bereiken we met elkaar toch weer een paar honderd mensen!

Zo is er het effect van kleine dingen, die grote betekenis hebben in Gods ogen. En er is het verlangen naar Grootse Dingen, die betekenis hebben in mijn ogen en dat van de mensen om me heen. Ik noem dit vanwege een gesprek dat ik onlangs had over onze onhebbelijke en onuitroeibare neiging altijd meer of anders te willen dan we hebben. IJkpunt is wat anderen (lijken te) hebben. Succes. Resultaat. Carrière. Of misschien gewoon hetzelfde als ik, maar dan hoeft die ander zich er niet zo hard voor in te spannen. Groener gras dan het mijne. Het kan echt aan je vreten als je niet oppast.

Toen wij na negen jaar buitenland terugkwamen heb ik jaren moeten vechten tegen een gevoel van voortdurend achter te lopen. Iedereen (ja, ja iedereen….je lijdt namelijk aan tunnelvisie, ziet alleen wie je wilt zien) had een huis vol met mooie spullen en ik moest weer vanaf het begin beginnen, op een paar ‘ouwe meubels’ na…Geld om alles nieuw te kopen was er niet echt, dus deden we het maar met wat we zo hier en daar op de kop konden tikken. Tweedehands, doorgevertjes…Ik vond mezelf zielig..

Ik kan er nu om glimlachen. Maar ik weet me nog wel goed te herinneren hoe dat gevoel van ‘achterlopen’ erin hakte. Ik was jaloers en jaloezie is een soort gif dat door je aderen stroomt. En er werden geen enveloppen met geld door de brievenbus gestopt. Dat las ik dan in een boek van Edith Schaeffer. Als je het echt nodig hebt zorgt God wel dat je het krijgt. Blijkbaar had ik het niet echt nodig. Ook al ging de wasmachine stuk, ik moest gewoon een krediet bij de bank opnemen. Was ik bitter? Het scheelde niet veel. Het ging ook niet om het geld zo zeer, maar omdat ik me achtergesteld voelde. Beteken ik wel iets, als ik minder heb dan vrienden of familie? Het heeft te maken met status. Met schaamte. Met wat je denkt dat hoort. En ook met waar je vindt dat je recht op hebt.

En daar komt een rare aap uit de mouw. Want waar baseer je dat eigenlijk op? En dan blijk je een hele wereld aan verwachtingen en  vooronderstellingen met je mee te slepen. ‘Alle mensen van mijn leeftijd…’, ‘alle domineesvrouwen….’, ‘alle vrouwen met mijn opleiding..’ en zo kan ik er nog wel een paar opnoemen. Vergelijken doe je altijd met wie het beter, succesvoller en gezonder vergaat dan jij. Nooit met wie op een houtje bijt, chronisch ziek is, in een rolstoel zit, van de bijstand moet rondkomen of door wat voor omstandigheden ook, niet verder komt in het leven dan het minimale en met wie aan de zijlijn staat.

Hoe kom je van dat giftige vergelijken af? Hoe kan je leren blij te zijn met wat er is, wat je hebt, wat je bent, wat je doet? Nu, vanavond, vanmorgen, vandaag. Dat is een levenskunst die je blijkbaar een leven lang moet beoefenen. Ik zie het als humor van God dat mijn redelijk wanhopige gebeden verhoord zijn, niet met dikke enveloppes (hoewel ik dat toch wel leuk gevonden zou hebben) en een design interieur maar met een passie voor tweedehands en oud. Zo heb ik wel een eigen, unieke smaak kunnen ontwikkelen.

Bonhoeffer zei, terwijl hij eenzaam opgesloten zat in een Nazi-gevangenis, vrij vertaald: Als je voortdurend verlangt naar wat er niet is raak je verlamd, als je helemaal niets verlangt verdor je. Het gaat om verlangen naar datgene wat God binnen jouw mogelijkheden plaatst.

Binnen die begrenzingen kan levensvreugde ontstaan die niet puur afhankelijk is van externe factoren, al zullen die altijd hun invloed houden.

Dat kun je ook toepassen op te groot van jezelf denken of juist te klein. Je moet beginnen met wat er is. De realiteit. Met zelfkennis. En volgens het advies van Calvijn  heb je daar ook Godskennis voor nodig. Niemand die je zo goed kent als Hij. Gods unieke design, immers?

Veertigdagen (slot) – Je best doen?

Je best doen voor God. Het klinkt niet eens zo slecht. Ik doe ook mijn best op de tuin. Of mijn werk. Ik wil dingen graag goed doen. Een mooi resultaat zien. Ik had laatst eetgasten en zowel het voor-, hoofd en nagerecht was goed geslaagd. Meestal ben ik niet helemaal tevreden, ik ben namelijk óók een beetje lui én eigenwijs dus ik loop de kantjes er wat van af om tijd te besparen en ik varieer op het recept en de ingrediënten. Maar goed, dit keer echt mijn best gedaan en zie daar een lekkere maaltijd, met complimenten. Voelt goed.

Dus, mijn best doen voor God, is er iets mis mee? Iemand van wie ik hou, daar doe ik immers alles voor?

Dat is dus het gekke. Ik citeer uit een hele oude preek van Kohlbrugge, 1833 (!):
U wilt Gods woord lezen maar u pakt eerst de krant. U wilt hier of daar krachtig getuigen van de weg van het heil, maar de moed zakt u in de schoenen. Iemand wil aan God denken, maar er komt iets tussen en hij is met van alles bezig behalve met God. Of hij wil zich voor God vernederen en is daardoor juist hoogmoedig. Hij wil oppassen voor ijdelheid, maar de spiegel in zijn kamer roept hem toe: oh ijdel mens!

Ondanks de ouderwetse taal herkenbaar. Vooral die krant, quality-time! Ik heb eigenlijk altijd wel een interessanter boek, of iets wat ik eigenlijk nog even af moet maken (de was vouwen, een mailtje sturen) vóór ik aan Bijbel lezen toekom. Eigenaardig wanneer je bedenkt dat God toch heel belangrijk voor me is…

Nog meer mijn best doen dus? Ik investeer ook in mijn relatie met mijn echtgenoot, kinderen en vrienden door tijd te besteden in contact met elkaar. Communicatie is essentieel.

Daar ligt denk ik juist de moeite. Bijbellezen, bidden, het zijn toch in mijn ervaring vaak eenzame bezigheden. Niemand praat terug. Niemand stelt mij vragen. Het vereist soms veel geloof om in wat ik lees ook Gods stem voor mij te horen. Ik leer God wel kennen, wie en wat is Hij, maar voel ik me ook gekend dan?

Kohlbrugge zegt dat je best doen, ‘heiligingskrukken’  zijn die je weg moet gooien. Je best doen is volgens de wet leven. Het enige dat van ons gevraagd wordt is Jezus achterna gaan. Hij is het Woord zèlf immers en als ik de bijbel een tijdje niet lees betekent dat nog niet dat ik vervreemd van God. Ook ons tekortschieten heeft Jezus verzoend.

Hmmm. Dat is voor deze ‘doener’ wel een harde noot om te kraken. Ik ben in mijn geloof best activistisch. Dat heeft, denk ik, met vertrouwen te maken. Als ik niet in beweging kom, wie zal dan naar mij toe komen. Om die lacune te voorkomen ben ik het meest degene die het eerst in beweging kom. Want stel je voor…

Ik las in de psalm voor vandaag dit vers en ik snapte enigszins wat Kohlbrugge tracht te zeggen: He will cover you with his feathers, and under his wings you will find refuge (Hij bedekt je met zijn vleugels, onder zijn vleugels vind je toevlucht) (ps.91-4).

Dat vogeljong heeft immers nog helemaal zijn best niet gedaan? Het enige wat het doet is krijsen en vragen om voedsel. Geheel afhankelijk voor zijn leven van de moeder. Als de bijbel zo’n beeld geeft van God, en ik dat tot me door laat dringen, is het of er toch iemand terugpraat. Een vader/moeder die een arm om me heen legt en zegt: kom eens rustig zitten en vertel me hoe het gaat.

Dan voel en weet ik me gekend. En zo ontstaat er (soms) toch een verlangen naar Bijbellezen dat uitgaat boven plicht en moeten.

Ik heb nu heel erg de neiging om allerlei ‘maar, maar..’ argumenten te gaan noemen (we moeten toch volmaakt zijn , we moeten toch ons inspannen, we moeten ons toch enz.). Ik doe het niet. Even mijn dorst lessen en rusten  bij de genade! Het is tenslotte net Pasen geweest!

(deze blog is o.a. geïnspireerd door een artikel van prof. Barend Kamphuis hoogleraar aan de Theologische Universiteit in Kampen, in het weekblad De Reformatie)