3 verwende vrouwen

Sorry hoor, maar dat is m’n conclusie na lezing van 3 boeken over 2 vrouwen uit de 18e eeuw en 1 vrouw uit de 20e eeuw. Te weten: Belle van Zuylen (brieven en dagboeknotities), Sophie Bentinck (verzamelde brieven en dagboeknotities in Onverenigbaar van karakter enz. van Hella Haasse) en de derde vrouw, Rika Nods-van der Lans uit Den Haag, (biografie door Annejet van der Zijl, Sonny Boy)

In de recensies worden vaak dingen geschreven als: sterke vrouwen die zich niets lieten gezeggen door wat cultuur en milieu voorschreven, onmogelijke liefdes werden mogelijk omdat ze zo onafhankelijk durfden zijn. Dat waren ze zeker. Maar tegelijk zou ik ze ook egocentrisch willen noemen en uit op eigen geluk op de eerste plaats. Jammer voor echtgenoten, kinderen en partners van hun geliefden. Die deden er minder toe blijkbaar…Belle van Zuylen is in dat opzicht het meest bescheiden. Sophie Bentinck het meest doorgeslagen. Heeft een decennialange verhouding met de man van haar stiefzus NB! Krijgt kinderen van hem, die ze dan weer laat adopteren door anderen, leeft zelfs samen met hem onder het dak van hem en z’n vrouw…Verlaat haar eigen kinderen in Nederland om haar minnaar achterna te reizen. Het spijt me, ik ben dan misschien een burgertrut, maar ik maak me daar nog boos over, al is het dan al 2 eeuwen geleden!!

Rika van der Lans, later Nods verlaat haar man omdat hij haar mishandelt, dat is nog te begrijpen. Maar ook zij geeft haar 4 kinderen op omdat ze met een 15 jaar jongere Surinaamse jongen die bij haar kamers woont een verhouding begint. We hebben het over de dertiger jaren. Ik lees daar niets over in recensies. Over verantwoordelijkheid en keuzes. Alleen over hoe erudiet en onderdrukt deze vrouwen waren. Hoe ze door hun doorzettingsvermogen toch kregen wat ze wilden, blah, blah. Maar de pijn van de kinderen, hoe verraden die zich voelden, als gevolg van de keuzes van hun moeders, dat blijft ondergeschikt aan de hoge, onvermijdelijke lotsbestemming: het nastreven van de liefde….

Alle drie boeken wel heel boeiend en beeldend geschreven! En zeker ook het lezen waard. Het feit dat ik ‘boos’ werd op alle drie de vrouwen bewijst in elk geval dat ze echt tot leven komen!!

Leanne Payne

Ben een boek van Leanne Payne aan het lezen. Bij gereformeerden nog niet zo bekend (?), maar in evangelische kringen een veel gelezen schrijfster. Kim had een studiemiddag over haar werk met predikanten van de classis en zodoende ben ik ook aan het lezen geraakt. De titel van het boek is ‘God’s tegenwoordigheid geneest’.

Het is geen simplistisch boekje, wat ik eigenlijk een beetje verwachtte. Er zijn zo veel van die christelijke hypes (uit Amerika ) De redenering is dan vaak zo zwart-wit, 10 manieren om…..enz.

Maar dat is hier niet het geval. Payne is duidelijk iemand die denkt, citeert en moeite doet om haar overtuiging en uitleg van de Bijbel te beargumenteren. Ze citeert veelvuldig C.S. Lewis, opmerkelijk genoeg.

Wat ik van haar boek vind?

Er staat veel moois in. Wijze observaties over de psychologische kronkels waar gelovigen aan kunnen lijden. Alleen gericht op andere mensen, bezig zijn onze identiteit te vinden (gebogen noemt ze dat) terwijl we bevrijdt in Christus toch rechtop onze identiteit in Hem hebben ontvangen! Hij woont in ons. Payne gebruikt heel vaak (ik word er een beetje moe van..) het woord incarnationeel, een sleutelbegrip in haar denken. De incarnationele werkelijkheid van Christus die woning in ons heeft gemaakt en (haar woorden) vlees wordt in ons. Ons hele mens-zijn raakt en beinvloed. Ons denken, zien, verbeelden, onze intuitie enz.

Ze gaat daar heel ver in en ik haak op een gegeven moment af. Natuurlijk woont Christus in mij en ik vind dat een nooit te bevatten, geweldig feit. Hij woont niet in mij als voyeur om in de gaten te houden of ik wel alle regeltjes volg…Nee, zoals een vriend bij me woont, een geliefde, die dichtbij wil zijn, met wie je niets liever wil dan een woning delen, zo woont Hij bij mij. Hij vormt me en ik ga steeds meer op Hem lijken. Maar dat ik een soort kanaal wordt van Zijn werken, een medium als het ware…dat vind ik geen Bijbelse gedachte. Misschien begrijp ik Payne op dit gebied nog niet goed? Maar ze vindt dat wij dingen kunnen zien voor en van anderen die God in feite aan ons openbaart, omdat Hij in ons woont. We zien dan door Zijn ogen.

Uit eigen ervaring sprekend weet ik dat ik niet alleen strijd voer met Satan, die me van God vandaan wil trekken, met de wereld, die me zo in beslag kan nemen dat ik God dreig te vergeten, maar het meest nog met mezelf. Die overloper en verrader van binnen die steeds weer partij wil kiezen tegen God. Die het vaakst : ‘ja maar’ zeurt, altijd de oren te luisteren legt bij wie God niet liefhebben en zich daaraan wil aanpassen.

Die worsteling mis ik in het boek van Payne. Tenminste, die worsteling verdwijnt uit het leven van de overwinnende christen die zich volledig heeft opengesteld voor het werk van de Heer. Ik wil haar geen onrecht doen. Payne beweert niet dat we die klus eventjes zelf klaren. We moeten ons laten openbreken en tot de erkenning komen: ik kan dit niet zelf. Maar er is een stijgende lijn en we gaan van laag naar hoog, lijkt het.

Innerlijke genezing, is het mogelijk? Ik geloof er heilig in. Maar ben minder up-beat dan Payne…De kracht van de Geest, daar mankeert het niet aan. Maar ik denk dat ze ons schepsel-zijn niet genoeg een plek geeft in haar denken. God werkt wonderen, zonder twijfel. Maar vaker nog werkt Hij langs de gewone menselijke weg. Niet spectaculair, niet opzienbarend, eerder nog in het verborgene.

foe

Tot nu toe drie boeken gelezen van Coetzee. Disgrace, Waiting for the Barbarians en nu Foe. De eerste twee vond ik zeer aangrijpend en knap geschreven. Vooral Waiting for the Barbarians is een boek wat je dagen achtervolgt. Dreigend, donker, en heel subtiel en sober geschreven. Het gaat over hele krachtige emoties, die het verhaal bij jou als lezer ook oproepen. Het verhaal is tijdloos. Het kan zowel in verleden of in de toekomst geplaatst worden. En wie foltert wie, hoe meet je kwellingen in termen van ondragelijkheid? Alles wordt bevraagd door Coetzee, niets is voorspelbaar. Het kwaad zit in ieder van ons.

In Foe wordt dezelfde manier van losmaken uit herkenbare kaders toegepast. Het verhaal is gebaseerd op Robinson Crusoe, die op een onbewoond eiland aanspoelde. Een klassieker van Daniel Defoe, uit de 19e eeuw. Coetzee introduceert een nieuw personage: Elizabeth Barton. Zij spoelt aan op het eiland. Er onstaat een vaag soort relatie met een zwijzame Crusoe. Samen komt ze met Friday terug in Engeland. Crusoe is overleden. Ze zoekt contact met Foe, de schrijver van het verhaal. Haar dochter komt aan de deur, maar het is helemaal niet haar dochter, volgens Elizabeth. Duidelijk wordt dat Foe de schrijver personages invoegt en weer wegschrapt uit haar leven. Zelf is ze immers ook verzonnen. Het is knap geschreven en ik kreeg zelfs in het verwarrende plot toch een band met Elizabeth. Maar ik vond uiteindelijk het spel wat Coetzee speelt met de karakters en zijn mix van werkelijkheid en verbeelding te zeer het verhaal overheersen. Zoals alle verhalen is ook dit donker en droevig. Dit, in combinatie met de voortdurende opzettelijke verwarring over het wel of niet ‘echt’ bestaan van personages werd deze amateur-criticus te veel. Overigens is hij juist daarom wel geslaagd in z’n opzet!

Van de weeromstuit ben ik een lekker historisch boek gaan lezen. “Bentinck, of de onverdraagzaamheid van karakter”, van Hella Haasse. Een briefwisseling uit de 18e eeuw tussen verschillende personen vooral nav het huwelijk van Bentinck met een onuitstaanbare, verwende hysterica. Excuse me. Misschien verandert m’n mening nog.

Schaduwkind – P.F. Thomese

Gisteren heb ik het boekje van  P.F.Thomese gelezen over het sterven van zijn dochtertje. Schaduwkind. In de taal probeert hij het leven en het sterven van zijn kind vast te houden en tegelijk los te laten. Het is geen makkelijk boek. Geen sentimentele tranentrekker. Juist daarom zo aangrijpend. De vreselijke pijn om alles wat er niet is. De rouw om wat er nooit was, nooit zal komen. Hoe kun je de kus missen van een meisje dat jou nooit gekust heeft? Hoe kun je de klank missen van een stem die nooit gesproken heeft. Het onuitsprekelijke en tegelijk alleen in taal te vatten verdriet van een ouder die een kind aan de dood verliest. De explosie van de geboorte en het zachte zuchtje waarmee ze uiteindelijk sterft. Het is hartverscheurend als je leest hoe zijn vrouw het kindje klaar maakt na het sterven. Hoe ze het kindje in hun armen nemen om afscheid te nemen. Ik weet niet hoe lang het meisje geleefd heeft, in ieder geval een paar maanden, waarna het sterft aan een niet-functionerende lever.

Veel is herkenbaar voor wie een ernstige, aangrijpende gebeurtenis heeft meegemaakt. Vooral de beschrijving hoe je niet meer past in de wereld van ervoor.

Een indrukwekkend boekje wat je een aantal dagen niet loslaat!

citaat‘: Een vrouw die haar man begraaft, wordt weduwe genoemd, een man die zonder zijn vrouw achterblijft, weduwnaar. Een kind zonder ouders is wees. Maar hoe heten vader en moeder van een gestorven kind? ‘