Tonio

Tonio Een requiemroman
A.F.Th. van der Heijden
Uitgeverij Bezige Bij
ISBN 9789023479857

Hij stond al een tijd op mijn lijstje ‘te lezen boeken’, de roman Tonio van A.F.Th. van der Heijden, Requiemroman voor zijn verongelukte zoon. Een relaas van de ontreddering van een vader na het sterven van zijn enige zoon, 21 jaar,  ten gevolge van een auto ongeluk.

Het is een aangrijpend verslag, hartverscheurend om te lezen. De ouders van Tonio zijn volkomen verslagen en kapot na zijn overlijden. Er is geen troost. Dat hij zomaar, op het verkeerde moment, op de verkeerde plaats was, is een voor de schrijver kwellende gedachte. Waarom reed hij juist die route, middenin de nacht? Waarom ging hij alleen naar huis en niet mee met vrienden? Als hij een minuut vroeger of later was vertrokken had hij net die ene auto gemist. De schrijver raakt geobsedeerd door die gedachtes. Steeds maakt hij constructies waarbij Tonio seconden wint of verliest aan tijd om maar niet precies op het moment van de aanrijding ter plekke te zijn. Hij wil de pijn helemaal doormaken en begint aan een exacte reconstructie van de laatste dagen van Tonio’s leven. Wat vond er precies plaats die nacht? Zo leest het boek soms als thriller/detective, soms als dagboek, soms voelde ik me bijna voyeur wanneer hij intieme huiskamerscene’s  beschrijft waarin hij en zijn vrouw, avond aan avond, de alcohol hun pijn laat verdoven. 

Knap verweeft de schrijver, door de beschrijving van zijn zoektocht en zijn pijn heen, de geschiedenis van Tonio vanaf zijn geboorte tot het moment van overlijden op zijn 21e. De vreugde en vooral ook de zingeving die de auteur ervaart door de geboorte van zijn zoon is tastbaar. Nu Tonio er niet meer is valt ook de zin van het bestaan voor hem weg. Hij ervoer eigenwaarde door het voortbrengen van een mooi mens, maar die mens ligt nu in een graf te verteren. De enige manier om hem in leven te houden is zichzelf te dwingen de pijn ten volle te beleven. Alleen voor zijn vrouw wil hij nog verder. Om samen zo Tonio voor de vergetelheid te behoeden. Verder is er geen hoop, geen troost, geen perspectief. Het leven is een ruïne die nooit meer herbouwd kan worden.

Van der Heijden probeert tot het uiterste te gaan in het verwoorden van de leegte en de pijn die hij ervaart. Hij schrijft regelmatig ook over de schuld die hij voelt: ‘Ik kon mijn verlangen naar een kind nooit los zien van de heilige gelofte, de dure eed om dat kind, als het er eenmaal was, tot het uiterste te beschermen, desnoods met mijn eigen leven. Het kind is er gekomen, ik heb het zo beschermd mogelijk laten opgroeien, en dan, nog maar net onder mijn handen uit, sneuvelt het alsnog in de boze buitenwereld. Ik kan mijn falen wegredeneren zo veel ik wil (Tonio was volwassen, woonde zelfstandig, droeg de verantwoordelijkheid voor zijn eigen veiligheid), maar dat verlost me nog niet van de schaamte om mijn eigen tekortschieten.

Ik heb het boek achter elkaar uitgelezen. Het boeit en slokt je op. De troosteloosheid raakte me. Je enige kind verliezen. Het is intens verdrietig. Vorig jaar maakte ik van dichtbij het overlijden van een pasgeboren baby mee. De verslagenheid die er dan heerst is zo diep en pijnlijk.

Op bijbelkring vorige week spraken we onder andere over de tekst in Hebreeën 2: 17 en 18, dat Jezus ons in alles kan bijstaan omdat hij mens werd zoals wij. Ik noemde het boek Tonio en de ervaring van een vader en moeder die hun (enige) kind verliezen. Kan Jezus dat meevoelen? Niet getrouwd en zonder kinderen? Toen vielen plotseling een heel aantal teksten uit het Oude Testament op hun plek. Teksten over God de Vader die diep treurt over Zijn kind Israël, zijn enige kind. Die Abraham verhoedt zijn kind te doden omdat Hij het Zelf gaat doen. Zijn enige Zoon offeren.

Dat thema is het grote Thema in de Bijbel. De Zoon die door de Vader opgeofferd wordt. De Vader die zijn enige Zoon ziet lijden en sterven. Niet ten gevolge van een ongeluk, maar uit vrije keuze. Want zo had God ons lief, dat Hij zijn enige Zoon gaf, zodat wie in Hem gelooft voor altijd bij God mag leven, één van de kernteksten van het Johannes evangelie.

Ik bedoel hiermee niet het lijden te bagatelliseren. Dat doet de bijbel ook niet. Er wordt wat af gehuild en geklaagd in de bijbel! Daar kunnen we nog wat van leren. Maar we klagen en huilen niet in een leeg universum dat het worst zal wezen hoeveel tranen ik pleng op het graf van mijn gestorven kind. We mogen huilen en rouwen bij een God die weet wat sterven is, wat lijden is, wat rouwen is. Het gebed van David in psalm 56: bewaar mijn tranen in een fles, staan mijn klachten niet in Uw boek? geeft aan hoe zorgvuldig God met ons verdriet omgaat, met de belofte van troost.

Ik wens A.F. Th. van der Heijden en zijn vrouw die Troost toe. De troost van de Almachtige die niet loslaat wat Zijn hand ooit begon, de schepping van die mooie man: Tonio.

Twijfelstapel

“Je hebt er geen batterijen of snoeren bij nodig; je hoeft er geen onderhoudscontract voor af te sluiten; het is lichtgewicht, recyclebaar en biologisch afbreekbaar; het is draagbaar en kan moeiteloos de trein, de auto,de bus, het vliegtuig, je bed zelfs; het is geruisloos dus geen geratel, gebrom gezoem of gepiep; je hoeft er geen gebruikerscodes of wachtwoorden bij te onthouden, hebt er geen modem voor nodig en blijft telefonisch bereikbaar; voor een paar tientjes per maand kun je er onbeperkt gebruik van maken; je wordt niet bestookt met pornografie, oplichterstrucs of spelfouten; je hoeft er geen speciaal meubilair voor aan te schaffen en het zal Bill Gates geen cent rijker maken’. Uit: ‘Denken voor de spiegel’ van Neil Postman, mij verder onbekend.

neil postmanWat je natuurlijk nooit moet doen wanneer je boeken aan het opruimen bent, is erin gaan zitten lezen. Dat is vragen om problemen. Van de stapel boeken die ik apart had gelegd om ze eventueel via Facebook of aan vrienden te slijten pakte ik, zonder er bij na te denken, er eentje op en begon te bladeren.Techniek tegen het licht. Zo’n boekje dat je koopt omdat het uitgegeven wordt door je krant en om diezelfde krant (Nederlands Dagblad) te steunen. En ook omdat het interessant lijkt. Eenmaal in huis komt het er niet van om het te lezen. Ik ben meer van de romans of biografieën. Zo kwam het uiteindelijk op de twijfelstapel: niet zomaar naar de Kringloop, maar een ‘hoger’ doel. ad vlotAl bladerend stuitte ik op het bovenstaande citaat. Het gaat daar om de krant. De krant als oud communicatiemiddel dat zoveel voordelen biedt boven digitale info. Ik denk nog geschreven vóór het tijdperk van de digitale kranten en ook voor het bestaan van wifi en tablets wat het lezen van kranten vergemakkelijkt in openbaar vervoer en zelfs in bed. Wat mij trof was vooral een citaat, verderop in het artikel, over het verschil tussen kennis en informatie. Via de moderne media komt een onafzienbare stroom informatie op je af waar je van duizelt. Zoveel feiten en losse brokken info zonder context, dat je er kotsvol van zit zonder er veel mee op te schieten. Kennis, zegt diezelfde meneer Postman, verschilt van informatie in dat het georganiseerde informatie is. Het is info met een doel. Het is ingebed in een kader. Omdat je iets van voeding wil weten of geschiedenis. Dan vallen de feiten op hun plek. En krijgen samenhang. En daar komt de onmisbare rol van de krant in zicht. Een goeie kwaliteitskrant zal daarmee bezig zijn. Afhankelijk van hun levens- of maatschappijvisie zullen kranten o.a feiten duiden en gebeurtenissen een plaats geven in een groter geheel van dingen. Economisch, historisch, cultureel of godsdienstig. Hèt grote verschil dus tussen een site als Nu.nl of Nos.nl en bijvoorbeeld een krant als het ND of Trouw of NRC Ik zeg: Groei in kennis, steun de krant en neem een abonnement! Vóór ze verdwijnen. Oh en trouwens, heeft iemand nog interesse in het boekje? Want daarom lag het op de stapel.

Bonita Avenue

Bonita Avenue is geen straat in de Hamptons, zoals de meesten van jullie wel zullen weten. Het is een boek. Door Peter Buwalda. Zijn debuut. Een boek wat ik meenam op vakantie naar de Hamptons. En met stip het meest vunzige boek dat ik ooit gelezen heb.

Dat zegt meer over mij waarschijnlijk, dan over het boek. Dat ik het heb uitgelezen zegt iets meer over het boek. Het is meeslepend geschreven. Met een plot dat blijft boeien, hoe gaat dit aflopen? Het einde vind ik dan weer ‘over the top’. Te vergezocht en niet overtuigend.

Een van de hoofdpersonen lijdt aan schizofrenie en wanen. Het hele boek ademt de sfeer van een in wanen en manie geschreven verhaal. Het verhaal dendert en stort zich over je heen. Ik heb de meest expliciete passages overgeslagen. Sorry. Ik hoef niet te weten hoe een pornofilm gemaakt wordt en hoe de acteurs zich daarin gedragen. Verder wordt er ook te veel gevloekt. Kortom het is een echt Nederlands boek. Nederlandse moderne literatuur (en film) is toch wat armzalig, al ben ik geen echte kenner, maar het lijkt altijd om hetzelfde te draaien, uitzonderingen daargelaten. Een gebrek aan creativiteit m.i.! De Angelsaksische literatuur is eindeloos veel fantasierijker zonder op grove taal en sex terug te hoeven vallen. Sex is onderdeel van het leven en dus ook van de literatuur, maar porno, uitgebreid beschreven? Please, liever niet. Al mogen andere seksuele handelingen voor mij ook eerder impliciet dan expliciet geschreven of vertoond worden. Ik ervaar toch een licht ongemakkelijke, plaatsvervangende schaamte bij te veel detail. Ik ben geen voyeur.

Nou ja, Bonita Avenue liet mij niet vrolijk achter, Voor Enschede bewoners wel leuk dat je met het stratenplan erbij (een gedeelte) van het verhaal kunt lezen. De vuurwerkramp komt erin voor. Nogmaals, het is knap geschreven en beeldend (!). De diepere laag is aanwezig.  Liefde tussen vaders en (stief)dochters, de relatie tussen mensen onderling, hoe vertrouw je elkaar, hypocrisie en leegte. Misschien zien literatuurkenners er meer. Maar ik vind het moeilijk te zeggen wat nu de boodschap is van het boek. Soms lijkt het een thriller, maar dan vind ik het einde niet geslaagd.

Ik heb nog geen recensies gelezen om mijn eigen (bescheiden) oordeel eerst te vormen.

Kortom. Ik ben blij dat ik nu mag beginnen in een ander vakantieboek: The Water’s lovely,  door Ruth Rendell!

Hier een link van een NRC recensie die ik inmiddels gelezen heb, om te checken of ik niet al te egenwijs overkom.

Gelezen

Gelezen:
caleb21. Searching for Caleb, 1975
Auteur: Anne Tyler
recensie: New York Times Bookreviews

De Pecks, vier generaties van een welgestelde familie in Baltimore, vormen de achtergrond van het verhaal. Beheerst, terughoudend, gericht op decorum is de familie te benauwend voor twee van de familieleden. In het verleden voor Caleb, de broer van Daniel de patriarch, die 60 jaar geleden spoorloos verdween en in het heden voor de kleinzoon van Daniel, Duncan. Rusteloos en altijd op weg van de ene woonplaats en baan naar de andere, vergezeld door zijn vrouw, volle nicht Justine, die (amateur)waarzegster is. Grootvader Daniel en Justine gaan samen zoeken naar Caleb en het verleden. Justine is zichzelf ergens onderweg van kind naar volwassene kwijtgeraakt, door de onrust van haar man. Hoort ze wel bij de Pecks, hoort ze er niet bij?  Hun dochter is in karakter en gedrag ten volle een Peck. Ook die raakt ze kwijt. Of toch niet? Prachtige tekening van familieverbanden, verwijdering en liefde, herinneringen en gedeelde emoties. Met veel humor en fantasie geschreven.

caleb12. The Beginners Goodbye, 2012
Auteur: Anne Tyler
recensie: USAtoday

Min of meer willekeurig uitgekozen om op mijn Kindle te lezen. Intrigerend verhaal over het verdriet van een (jonge) weduwnaar die zijn vrouw verliest door een omvallende boom op hun huis. Prachtige karaktertekening, humor, en onverwachte gebeurtenissen. 

Spotlight: Tommy Wieringa’s en Shusaku Endo’s geloof – Boeken

Spotlight: Tommy Wieringa’s en Shusaku Endo’s geloof – Boeken.

Twee boeken die ik zeker ga lezen!

De Overgave en White Squaw

De Overgave van Arthur Japin vertelt het verhaal van Cynthia Ann Parker, een 9 jarig meisje dat in 1836 ontvoerd wordt door Comanche Indianen in het zuiden van Texas, toen een nog niet gekoloniseerd gebied in Amerika. De Comanche Indianen zijn bekend om hun primitieve levensstijl, vergeleken met andere stammen en hun exceptionele wreedheid. Ze leefden van bisonjacht en (wilde)paardenhandel. Ze waren uiterst bedreven in het vangen en temmen van de kleine wilde mustang paarden (ooit geïntroduceerd door de Spanjaarden in de 16e eeuw) die in kuddes over de prairies zwierven.

 

foto van Cynthia Ann, na de ‘bevrijding’ door haar blanke familie, volkomen tegen de gebruiken van die tijd is ze met ontblootte borst gefotografeerd.

Het beeld van de nobele Indiaan, alleen door onderdrukking van de blanken tot wanhoop, oorlog en wreedheid gebracht werd voor mij wel enigszins bijgesteld toen ik over deze stam en bijbehorende familieclans (bonden) las. Tot op zekere hoogte vreedzame Indianen volken waren er zeker, vooral in het Oosten van de VS. En blanken deden niet onder in wreedheid in de verovering van gebieden op de Indianen (of elders!). Maar de Comanche waren, zelfs onder andere Indianenstammen, gevreesd. Hun levensstijl was primitief, in de zin dat ze geen voedsel verbouwden, zich nergens vestigden en  van het vlees (en alle andere producten) van de bisons leefden. In vroegere tijden veracht door andere Indianen raakten ze in de 19e eeuw oppermachtig door hun behendigheid in het oorlog voeren te paard. In vliegende vaart zakten ze langs de hals van het paard naar rechts of links en konden ze al hangend nog schieten, hetzij met pijl en boog, hetzij met geweren, een andere erfenis van de Spanjaarden.

Het feit alleen al dat ze paardreden was bijzonder. In de 19e eeuw hadden de meeste Indianenvolken geen beschikking over rijdieren. Ook dat beeld is mij voorgeschoteld door Hollywood.

Ze vervolgden en verdreven andere stammen, zoals de Apaches en de Ute indianen uit hun oorspronkelijke leefgebieden en stalen links en rechts kinderen (ook van andere Indianenstammen) om die óf te adopteren als eigen kinderen (het sterftecijfer van de Comanche was hoog, vrouwen vaak onvruchtbaar) óf hen als slaven te verkopen aan wie dan ook, met name Mexicanen en andere nogal louche figuren, die de kinderen vaak doorverkochten (met winst!) aan de oorspronkelijke families. Het was allemaal niet zo gezellig daar in het Wilde Westen in de vorige eeuw. Mocht ik dat ooit gedacht hebben op grond van Little House on the Prairie, ik heb veel geleerd de afgelopen zomer! Het leven was er keihard, hing altijd aan een zijden draadje door ziekte, honger, extreem weer of aanvallen door Indianen.

Cynthia Ann’s familie wordt overvallen door een grote groep Comanches, getallen in de verslagen variëren van 100 tot 600 man. De mannen worden vermoord, de vrouwen worden eerst verkracht, gemarteld en dan vermoord of voor dood achtergelaten. Jonge baby’s evenzo. Het is de eerste keer dat een hele familie zo gruwelijk wordt aangevallen. Dat heeft ook te maken met het feit dat deze familieclan zich vestigt in een gebied waar pioniers zich nog niet gewaagd hadden, zonder bescherming van het leger.We hebben het dan over het verre zuiden van Texas, voorbij de Mississippi, in de buurt van de Red River, toen nog officieel Mexicaans grondgebied (tot 1836). Het is dus ook een waarschuwingsteken van de Comanches, dit is ons gebied, blijf hier weg. Het is geen enkele verontschuldiging voor de overmatige wreedheid, maar het geeft wel de spanning van die tijd aan. Van wie is dit machtig grote, lege land?

Het verhaal van Cynthia Ann, in de roman van Japin verteld vanuit het perspectief van de grootmoeder, die de verkrachtingen en martelingen overleefd, vind ik, naast schokkend, fascinerend. Ik lees het voor de tweede keer nadat ik in de vakantie een geschiedenis las van de Comanches waarin dit verhaal een belangrijke rol speelt. Het dramatische voorval vormt de kapstok waaraan de schrijver de strijd tussen blanke kolonisators, Amerikaanse overheid, westerse beschaving enerzijds en de Indianen als oorspronkelijke bewoners anderzijds in een uitgebreid historisch perspectief plaatst. Ik realiseer me steeds meer hoe sterk verweven die geschiedenis is en hoe tragisch die uiteindelijk verlopen is voor de ‘Native Americans’. Nieuw voor mij is dat er onderling tussen de stammen ook veel wreedheid en strijd was, al voor de blanken zich vestigden in Amerika.

Cynthia Ann wordt, na aanvankelijk wreed behandeld te zijn, volledig opgenomen in de stam. Ze trouwt met een leider en krijgt drie kinderen met hem. In een strijd met de blanken wordt haar man gedood en neemt men haar, na 24 jaar, mee terug naar de wereld van haar familie.

Maar ze is totaal ontheemd, is haar taal vergeten en wil alleen maar terug

naar haar Indiaanse familie. Ze verkeert in de veronderstelling dat haar twee jongens dood zijn, maar haar oudste zoon Quana zal nog een belangrijke rol spelen in de, in feite al verloren, strijd met de blanke overheersers. Ze leeft nog een aantal jaren, maar wanneer haar dochtertje Prairiebloem sterft aan influenza kwijnt ze uiteindelijk weg. Ze sterft en zal haar zoons nooit weerzien. Tot aan haar dood blijft ze een bezienswaardigheid en houdt ze ook vast aan Indiaanse rituelen en gebruiken. Zo snijdt ze zichzelf als teken van rouw over de dood van haar man en kinderen.

Ongelofelijk tragisch en tegelijk fascinerend onderdeel van de Amerikaanse geschiedenis.

Mede naar aanleiding van:

– Empire of the Summer Moon, S.C. Gwynne, the Rise and Fall of the Comanches, the most powerfull Indian tribe in American history, Simon and Schuster, 371 pag.
– De Overgave, Arthur Japin, Arbeiderspers, 367 pag.

 

 

 

Veertigdagen – De kracht van persoonlijke brieven

Dietrich Bonhoeffer 1901-1945.

Achttien maanden (vanaf juli 1943) heeft hij gevangen gezeten in een Berlijnse gevangenis, op verdenking van betrokkenheid bij een samenzwering tegen Hitler en vanwege zijn verzet in preken en schrijven tegen de Nazi overheersing van de kerk. Bonhoeffer is theoloog en voorganger. De protestantse kerken worden gedwongen te fuseren en verandert in de jaren dertig steeds meer in een karikatuur. Het Oude Testament wordt losgelaten, het Nieuwe Testament gezuiverd van het ‘zwakke gepreek van rabbi Paulus, die het maar heeft over zonde en schuld en genade’. Nazi protestanten hebben het liever over kracht, overwinning en vitaliteit. De kerk is Duits, één, Germaans.

Mensen als Karl Barth, Martin Niemöller en Bonhoeffer sluiten zich aan bij de ondergrondse Bekennende Kirche, die zich bewust uitspreekt tegen wat ze als onbijbels en dwaalleer ziet in de zg. ‘Duitse Kerk’: de kerk is van  de gekruisigde Jezus Christus. Bonhoeffer sluit zich ook aan bij het actieve verzet, dat in de loop van de oorlog meerdere malen poogt Hitler om het leven te brengen.

Barth wordt als Zwitsers staatsburger het land uitgezet, Martin Niemöller wordt in ’37 gevangen genomen en meerdere leidende figuren eindigen in kampen en gevangenissen. Ook Bonhoeffer in 1943. Vanuit zijn cel schrijft en ontvangt hij 18 maanden lang brieven naar en van vrienden, ouders en zijn verloofde Maria. Over zijn leven van dag tot dag in opsluiting. Wat het met hem doet; over praktische zaken (haal je mijn was op? Breng je dit of dat boek mee voor me? Dank je wel voor het eten, de bloemen, de schone pyjama) en diepe gedachten over geloof, theologie en de bijbel.

Ontroerend zoals hij diep verlangend schrijft over de mooie zomerdagen die hij weer hoopt mee te mogen maken in het zomerhuis van zijn ouders, over zijn gemis aan menselijk contact, zijn geestelijke strijd om niet toe te geven aan ontmoediging en bitterheid. Soms humoristisch, soms verwarrend, vooral de theologische gedachtespinsels, die ik vaak moeilijk te volgen vind. Maar altijd weer boeiend. Daar zit die man, anderhalf jaar lang, iedere dag opnieuw vullend met lezen, schrijven en studeren. Wat een discipline! Wat een geduld ook. Inspirerend.

En dan na al die maanden hoop, het einde. Er wordt nieuw bewijs gevonden tegen hem. 17 januari schrijft hij nog een brief aan zijn ouders, de laatste brief. Hij weet dan zelf nog niet wat er staat te gebeuren. Hij is overgebracht naar een Gestapo-gevangenis met veel minder privileges. Op 9 april wordt hij uiteindelijk, samen met vele  anderen, in concentratiekamp Flossenbürg (in Bavaria, tegen de Tsjechische grens aan), opgehangen, 44 jaar oud. Krap 2 weken voor de bevrijding door de Amerikanen.

De feiten wist ik zo ongeveer, maar die krijgen een andere meer persoonlijke lading, nu ik al die brieven gelezen heb. Tragisch. Maar wat droeg Bonhoeffer die gevangenschap waardig en met Geestkracht. Tot het einde ongebroken (niet onaangevochten!) omdat hij onvoorwaardelijk vertrouwt op Gods leiding in zijn leven.

In een van de brieven aan Maria zijn verloofde schrijft hij (ik heb een engelse vertaling gelezen): “Stifter once said ‘Pain is a holy angel, who shows treasures to men which otherwise remain forever hidden; through him men have become greater than through all joys of the world.’ It must be so and I tell this to myself in my present condition over and over again – the pain of longing —must be there and we shall not and need not talk it away. But it needs to be overcome every time, and thus there is an even holier angel than the one of pain, that is the one of joy in God (21 nov. 1943)

Aanbevolen.

Veertig dagen en notities bij het vasten (5)

Van vasten kan ik niet langer spreken.  Ik vond het woord vanaf het begin al wat pretentieus, maar uit de moeite die het nalaten van koffiedrinken en het wijntje bij het eten me opleverde bleek toch wel iets van het ‘offer’…. Puntje om bij stil te staan 🙂

Het lukte me niet om het vol te houden. Ik ben zo gewend geraakt aan een bepaalde routine dat ik het niet voor elkaar kreeg (door andere bijzondere omstandigheden) die op te geven.

Jesaja 58 gaf me een ander perspectief, aanvankelijk al genoemd door mijn schoondochter, het doen van ‘goede daden’.

“Is dit niet het ware vasten: Bevrijdt u van het kwaad, hou op uw arbeiders uit te buiten, behandel hen eerlijk….deel uw voedsel met de hongerigen, ontvang hulpelozen, armen en ontheemden in uw huis, geef kleren aan wie het koud hebben en verberg u niet voor familieleden die hulp nodig hebben” (naar Het Boek)

Minder tv kijken, minder facebooken bevalt overigens goed. Dat is geen vasten meer te noemen, eerder een opluchting. Ik hou zeeën tijd over om andere dingen te doen. Me toeleggen op het Betere Boek is bij tijden lastig, als ik een Escape boek in handen krijg…Ik weet, als ik erin begin ben ik voorlopig ‘weg’.

Maar het lezen van Bonhoeffer (Verzet en overgave, in het Engels) en Tim Keller (Generous Justice) is bepaald geen straf! De brieven van B., geschreven vanuit de gevangenis tijdens WO II zijn ongelofelijk boeiend. Iemand die jaren (1942-1944) in een cel zit en brieven schrijft, hopend op vrijlating, hopend op hereniging met familie, verloofde en vrienden. Uiteindelijk wordt hij ter dood veroordeeld wegens samenwerking aan een complot om Hitler te doden. In zijn brieven verwoordt hij hoe hij worstelt om meester te blijven over zijn leven en tijd, ondanks zijn ellendige omstandigheden. Hij bereikt, na veel moeite, een innerlijke vrijheid. Een mooi citaat:

“Desires to which we cling closely can easily prevent us from being who we ought to be and can be; and on the other hand desires repeatedly mastered in the light of present duty make us richer; lack of desire is poverty” (verlangens waar we ons aan vastklampen kunnen in de weg staan van wie we horen te zijn en ook kunnen zijn; en verlangens die we steeds weer behersen kunnen met het oog op plichten in het nu, verrijken ons; zónder verlangens zijn we arme mensen)

Generous Justice van Tim Keller (uitg.Dutton) moet iedereen eigenlijk lezen die vanuit de bijbel argumenten zoekt waarom wij als mensen elkaar hulp, steun en gerechtigheid (het goede, juiste doen) verschuldigd zijn. Geen liefdadigheid, niets geen zielige sloebers een beetje helpen. We zijn het verplicht, omdat God zich vereenzelvigt met hen. Rijk en arm zijn gelijk in Gods ogen. We hebben allemaal verlossing nodig van zonden en dat schenkt Hij, onverdiend. Dat noemt iemand ‘scandalous’ justice.(gerechtigheid van God die nergens op gegrond is  = Genade)

Armen lopen veel meer kans op uitbuiting dan de ‘rijken’. Zij hebben vaak niet de middelen om zich te beschermen tegen een slechte behandeling. Daarom hebben ze extra bescherming en steun nodig, zegt God zelf in de bijbel.

Het kwartet van de kwetsbaren in de bijbel: weduwen, wezen,(toen per definitie maatschappelijke outcasts) armen en de vreemdeling (!). In onze tijd uit te breiden met de bijstandsmoeder, de asielzoeker, de Oost-Europeanen, de werkeloze, mensen in de schuldsanering, de lichamelijk en geestelijk gehandicapten, enzovoort. Het gaat er niet in de eerste plaats om, denk ik, dat de overheid dat allemaal op zich met nemen. Maar als God zich de God van weduwen en wezen noemt, mogen wij als gelovigen niet achter blijven.

Ik raak door zulke boeken enthousiast en laat me makkelijk meevoeren. Het zet me echt in vuur en vlam. Ik heb inmiddels wel geleerd dat ik op mijn eigen kleine plekje met mijn eigen kleine kracht een paar kleine dingetjes kan doen. Maar genoeg. Het gaat om de intentie en de richting van wat je doet. Het penningske van de weduwe, zullen we maar zeggen.

Veertigdagen – notities bij het vasten (3) en driemaal taart

Polykarpus van Smyrna

Het is zaterdag. Van de veertigdagentijd in aanloop op Pasen zijn er 10 dagen voorbij, gerekend vanaf Aswoensdag, vorige week de 22e februari. Om me meer bewust voor te bereiden op Pasen, het feest van de Opstanding van Jezus Christus, laat ik in deze periode een aantal dingen na (een soort vasten). Zaken die ik lekker of leuk vind. Niet om mezelf te kwellen op masochistische wijze, maar meer als oefening. Hoe belangrijk zijn ze eigenlijk? En kan ik me, door het missen van sommige dingen waaraan ik gewend ben, me meer open stellen voor geestelijke         dingen? Sta ik meer open voor God en alles wat Hij belooft? Dat is van oudsher één van de doelen van het vasten geweest. Contemplatief en gericht op verdieping en verrijking van het geloof. Het hoorde niet om de ascese op zích te gaan.

Ik vind het heel boeiend om te lezen over geloofstradities in de vroege kerk. De gelovigen van toen stonden relatief dichtbij de gelovigen uit het Nieuwe Testament. Sommigen hadden nog rechtstreeks apostelen of leerlingen van apostelen gekend. (voor de geïnteresseerden bijv. Polycarpus, Ignatius). Jezus van Nazareth, de man, de mens, komt dan ontzettend dichtbij. Er zijn al brieven van einde 1e eeuw, van schrijvers die dus zeker persoonlijke kennis moeten hebben gehad van mensen uit de kringen rondom Jezus. Fascinerend. Het doet me realiseren hoe ik als kind dat opgroeide in een christelijk gezin en de kerk lange tijd in twee werelden leefde. Die van de kerk en het geloof. En de ‘gewone’ wereld. Lange tijd heb ik niet beseft dat Jezus een historische figuur was. Je geloofde gewoon in Hem. Punt.

Pas later begonnen die twee werelden langzaam te integreren tot één wereld. Met een zelfde geschiedenis. Van Abraham, Alexander de Grote, de Batavieren, Jezus van Nazareth, de Romeinen, Napoleon enzovoort. Excuus voor deze gebrekkige rondgang door de wereldgeschiedenis.

Maar goed, veertigdagentijd en vasten. Het gaat wat met vallen opstaan. Door niet meer te tv zappen houd ik uren tijd over om me te verdiepen in het Betere Boek. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik wel snel zit te dutten boven dat boek. Geestelijk verdiepende literatuur is voor de hersenen toch meer aanpoten dan, zeg maar, DWDD.

Ik ontzeg mezelf op eet- en drink vlak bepaalde geneugten en (op de koffie na!, ik word zo flauw van thee) went dat allemaal vrij snel. Door het culinaire te combineren met extra tijd voor lezen en bezinnen ontstaat er inderdaad een meer bewuste levensstijl die wel prettig is. En dat is een openbaring want je begint met het idee, dit gaat heel vervelend worden enzovoort, maar nu ervaar ik in feite zegen.

Ik zeg erbij dat ik inmiddels al 4 verjaardagen en feestjes achter de rug heb waar ik me niet geheel onthouden heb van een en ander. Maar het bewust zijn blijft wel.

Ik lees (als ik niet dut..)Tim Keller, Generous Justice en Letters from prison van Bonhoeffer, beide boeiend!

C.S. Lewis-Hound of heaven

C.S.Lewis

Ik ben weer eens begonnen in een C.S. Lewis boek. Eigenlijk een dagboekje met korte stukjes uit verschillende publicaties van de Engelse professor in Engelse literatuur in Oxford (1898-1963). Deze man heeft zijn beroemdheid o.a. te danken aan zijn diepzinnige boeken over het christelijk geloof. Aanvankelijk overtuigd atheïst werd hij (tot zijn eigen verbazing) steeds meer in de richting van het christelijk geloof getrokken in zijn zoektocht naar ‘waarheid’. God ‘achtervolgde hem als the Hound of heaven’, hij moest zich wel gewonnen geven. Niet door overweldigende emoties, of een bekeringservaring maar in feite door onderzoek en redenatie. De verklaring die het christelijk geloof geeft voor het leven en het universum zoals hij het ervoer en waarnam was de meest aannemelijke voor hem, zou je kunnen zeggen, op een gegeven moment. Lewis las en zocht antwoorden in (Griekse) filosofie, maar vond die niet consequent. Uiteindelijk geeft hij zich over en knielt voor God om zijn geloof te belijden en om vergeving te vragen. Hij noemt zichzelf ‘waarschijnlijk de meest onwillige bekeerling, schoppend en schreeuwend werd hij over de streep getrokken’, in zijn eigen woorden. Als je decennia als atheïst door het leven bent gegaan is het een hele vervreemdende ervaring op een dag wakker te worden als christen. Hij zei er zelf nog dit over: a young man who wishes to remain a sound atheist cannot be too careful of his reading.

C.S. Lewis is een hele knappe man, wiens logica en intelligente argumenten ik niet altijd helemaal kan vatten. Maar van wat ik kan begrijpen word ik meestal heel blij. Omdat hij met zoveel humor aantoont waarom het christelijk geloof gewoon het meest past bij deze wereld en de mensen die erop wonen en de problemen en vragen die hen bezighouden. Hij is wars van vage, of puur emotionele argumenten. Het gaat in de eerste plaats er om of iets ‘waar’ is. Daar is hij heel duidelijk over. Hij heeft geen boodschap aan slechte associaties met de kerk, slechte herinneringen aan je vader, het gaat erom of wat het christelijk geloof als leer verkondigt waarheid is. Ik realiseer me dat het begrip ‘waarheid’ door veel mensen als veel te stellig wordt gezien, maar ik kan het niet helpen dat het mij aanspreekt. Heeft Jezus geleefd ‘ja’ of ‘nee’? Was wat hij claimde God én mens te zijn, waar of niet waar? ´Christianity, if false, is of no importance, and if true, of infinite importance. The only thing it cannot be is moderately important.´

Lijkt de wereld om je heen een fijn afgesteld mechanisme waarin toch de wreedheid en gruwel bestaan van aardbevingen en natuurrampen? Lijken de mensen om je heen tot alle goeds in staat en maken ze er toch een potje van? Ben je zelf altijd van goeie wil en snauw je toch weer je partner af? Ben je van de overlevingstheorie en zie je toch steeds onverklaarbare daden van liefde die niets met nut of noodzaak te maken hebben? Dat zouden wel eens aanwijzingen kunnen zijn dat de dingen niet zijn wat ze lijken. Oosterse religies geven geen antwoord op het probleem van het bestaan van lijden en kwaad terwijl iedereen toch naar het goede lijkt te verlangen. Niet meer verlangen, dan houdt het lijden vanzelf op te bestaan. Niet meer gehecht zijn aan iets of iemand. Maar past dat bij mensen van vlees en bloed? De Islam loop een eind met het christendom op, maar komt uiteindelijk ook met een soort zelfverlossing. Goede daden moeten de doorslag geven.

Het bijzondere van het christelijk geloof is dat het als enige religie een uitleg geeft voor zowel het kwade als het goede. En ook voor de paradox van mensen die het goede willen en toch het kwade doen. En niet alleen een uitleg, maar ook een uitweg biedt die niet van menselijke inspanning (goede daden in de weegschaal) afhangt. Wat Luther herontdekte in de 15e eeuw door de bijbel te lezen: van buitenaf komt er vergeving en nieuw leven naar je toe, door Jezus Christus. De Godmens.

C.S. Lewis is het lezen waard. Net als je denkt nu snap ik er niets meer van kan hij in een prachtig simpele metafoor weer duidelijk maken waar het over gaat.

.