Openbaar Stilstaan

Ik heb weer eens een moedige poging gewaagd gebruik te maken van het OV. Goed, ik neem regelmatig de trein naar Utrecht, maar dat gaat meestal wel ok. ’s Ochtends heen, ’s middags terug. Zo gauw er een busreis aan vastzit word ik al wat huiverig, maar kom op, niet zeuren, voor je het weet ben je er, en de auto is helemaal niet te doen.

Met deze positieve instelling besloot ik ook de trein terug te nemen uit Woudenberg. Nu ligt Woudenberg 20 min. rijden van Utrecht met de auto. De provincie heeft allang besloten dat iedereen een auto heeft, dus rijdt er maar 1 bus per uur, en de laatste verbinding (LAATSTE) vertrekt om 18.11 uur, richting het station in Maarn.

Om 17.15 zaten dochter en ik dus te eten met de kleinzoons opdat oma op tijd vertrekken kon. Om 17.50 uur de reis naar Den Haag aangevat. Bus kwam op tijd, dat is wel het minste wat je mag verwachten van zo’n slechte dienstregeling. Om 18.30 ging de trein vanuit Maarn. Op het (mini) station hoorde ik al ver buiten het perron (er zijn er 2, heen en terug, het leven is simpel in dat deel van Nederland) dat er geen treinen gingen. Oh nee, wat nu. Geen trein, geen bus, geen auto. En het was stervens koud. Na verloop van tijd, korter dan we hadden gevreesd (inmiddels waren we als wachtenden niet langer losse individuen maar een hechte groep slachtoffers) kwam er dan toch een trein.

Met drie kwartier vertraging kwam ik op CS Utrecht aan, de trein sukkelde langzaam voort.
Vanuit Utrecht hoopte ik op een speersnelle intercity naar den Haag, maar helaas. Als er 1 intercity langzaam rijdt breidt zich dat als een olievlek uit naar alle andere treinen blijkbaar.

Gelukkig had ik m’n Kafka on the shore bij me, van Haruki Murakami. Ik kon me geheel ontrekken aan mijn deprimerende omgeving (op de treinverlichting is ook al bezuinigd).

Toen eindelijk de tram naar Scheveningen, die wel nog een kwartier op zich liet wachten, op het koudste plekje van Nederland.

Geheel versteend kwam ik drie uur na vertrek aan in mijn huis.
Ik heb tenminste een kortingskaart. Op zo’n reis moet je eigenlijk geld toekrijgen.

Toenemende broederliefde

‘Bollie, je bent wel lief, maar dat mag je niet hebben, hoor’. Kleinzoon Niek pakt vriendelijk doch beslist de trein uit de handen van broertje Kris. Kris opent zijn longen en een afgrijselijke schreeuw komt er uit zijn mond. Het is het enige speelgoed waar hij op gefixeerd is, tussen de tientallen aantrekkelijke dingen waaruit hij kiezen kan. Het is een trein. Met een knop. En als je op die knop drukt gaat de trein rijden en maakt een geluid, hoe-oe-hoe, tjoeke,tjoek,tjoeke..Img_1225.Img_1217Img_1226

Niek heeft geen meelij. Dit is zijn trein en geen oma kan hem ertoe bewegen die af te staan aan die knijphandjes van Kris. De enige oplossing is hem af te leiden. In de box staat een doos met leuke noppen-blokken. Makkelijk aan elkaar te steken en zo echt voor babies dat Niek zich er niet mee zal bemoeien. Dacht ik. Er zitten wielen bij zodat je er een soort auto of trein van kan maken. Niek confisqueert de wielen, geheel tegen de wil van Kris die geen idee heeft wat wielen zijn, maar ze wel lekker vindt smaken en zich realiseert dat ze belangrijk zijn omdat Niek ze wil hebben. Knijphandjes worden opengewrongen voor dat ene zwarte wiel wat nog aan Niek’s auto ontbreekt. ‘OK, er zijn ook kleine wieltjes, Niek, maak jij daar een mooie auto van voor Kris?’ Niek is lief en maakt een auto met kleine wieltjes. Maar de wieltjes worden uitgetest op smaak door Kris en blijken toch wel erg klein te zijn. Andere oplossing gezocht.

Niek wil ‘tekelen’. Daar is hij een kei in en we vinden zo waar nog een wit vel papier tussen de stapels kunstwerken die hij per dag produceert. Kris ziet het en is er als de kippen bij, al indianenkreten slakend. ‘Ik ook!’ betekent dat ongetwijfeld. Ach dat kan ook geen kwaad, een stuk papier, genadig afgestaan door Niek en een wascokrijtje, even rust. Neeee, Bollie, roept Niek en komt de keuken in met een zwart stukje wasco, rechtstreeks uit Kris z’n mondje. Goed hoor Niek, goed opgelet! Hmmm, toch niet zo’n succes nog, tekenen met 13 maanden.

Dan maar een kaascracker. Die gaat er altijd in, Kris is een bodemloze put waar je alle vormen van voedsel in kunt gooien. Maar het gaat ook heel snel. Na een minuut zit de cracker er weer in en moet er naar ander vermaak worden omgezien. Voor de grote mand  Duplo dan maar. Daar is hij vaak wel een poos zoet mee, ware het niet dat Niek altijd net dat ene blokje/wieltje/poppetje nodig heeft waar Kris zijn zinnen op had gezet. Maar het gaat een poosje goed. Niek is geconcentreerd hijskranen, treinen en Nijntjes aan het produceren met allerhande details, letters en fantasie schepselen.

En dan wrijft een mannetje in zijn ogen. Tijd voor een paar uurtjes rust. Kris gaat naar bed. Tijd om filmpjes en foto’s te maken met Niek.

En als mamma thuis komt is de vreugde grootImg_1227

St. Lucas gilde

Ik ben de laatste tijd vaak aan het neuzen via internet in de archieven van Schiedam in de geboorte en huwelijksakten van mijn voorouders. Die zijn digitaal te bekijken en wel vanaf de vroege 19e eeuw. Niet zo heel ver terug dus. Maar toch erg boeiend en ik heb er al het een en ander van opgestoken. Vooral ook omdat in de aktes steevast beroepen worden genoemd bijvoorbeeld. Leuk om al die oude beroepen voorbij te zien komen als brandersknecht, touwslager, zakkendrager maar ook koopman, politieagent enz. In een ander document kwam ik tegen dat een van mijn voorouders van moeders kant, de van Katwijk familie uit Schiedam tot het St.Lucas gilde behoorde. Wat was dat? Zie het volgende citaat:

Volgens Ordonnantie behoorden tot dat gild: “Alle degeenen, diehaar generen met de schilderkunst, hetzij met pencelen of andersints,in olye of waterverwen, als oock glaseschryvers, glasemakers,glasverkoopers, plattielbackers, tapissiers, borduurwerckers,plaetsnyders.

Mijn opa’s familie had al in de vroege 19e eeuw een glas- en huisschilderszaak in Schiedam: J. van Katwijk Glashandel, Broersveld 78 en later aan de Lange Kerkstraat 78. In 1929 was er zelfs een dodelijk ongeval. Een van de broers van mijn opa of een oom viel van het dak bij een klus en overleed. Op de huwelijksakte van mijn opa uit 1908 staat nog dat hij huisschilder is. Maar mijn opa is weggegaan uit de zaak. Mijn opa had meer in zijn mars. Zijn broers, neven en nakomelingen hebben de zaak voortgezet, tot wanneer weet ik niet.

Grappige is dat het kunstzinnige en ambachtelijke wat in het Gilde nog samenging waarschijnlijk gescheiden raakte door de jaren heen. Maar mijn opa had talent als tekenaar en was zeker ook kunstzinnig ingesteld, hoewel dat in zijn milieu waarschijnlijk niet echt tot bloei kon komen.

Nog een citaat van internet geplukt:

“De Sint-Lucasgilden, ontstaan in de vijftiende eeuw, gaven in samenwerking met de overheid keuren uit, waarin de opleiding tot kunstschilder en aanverwante beroepen, alsmede de rechten en plichten van dezen nauwkeurig omschreven waren.
Aankomende kunstenaars gingen als leerjongen in de leer bij een meesterschilder. Daar leerde hij het maken van verf, het zogenaamde verfwrijven, de verven op het palet zetten en kreeg hij les in tekenen. Daarna mocht hij meewerken aan de schilderijen van zijn leermeester. Na enige tijd werd hij gezel en na enkele jaren kon hij meesterschilder worden, mits het gilde daar toestemming voor verleendeEen voorwaarde om lid te worden van een gilde was het afleggen van een toelatingsexamen of meesterproef. Was je eenmaal toegetreden dan moest je je houden aan een aantal afspraken met betrekking tot de kwaliteit en de prijzen van producten, zoals schilderijen, die je aanbood. Bovendien maakte je als lid aanspraak op allerlei sociale voorzieningen. Als meesterschilder en lid van het Sint-Lucasgilde mocht je je vestigen als zelfstandig schilder en in een atelier leerlingen en assistenten in dienst nemen”.Ben benieuwd tot welke rang mijn voorvader opgeklommen was.

Verder ontdekte ik tot nu toe in de archieven al twee ‘moetjes’ in moeders stamboom en die van vaders. Is van alle tijden.

Present, Maskers en Mozes

Het moet wel goed gaan met me. Afgelopen week naar twee(!) avondbijeenkomsten geweest, de huiskring te eten gehad, de tandarts en de oogarts bezocht, een dag opgepast en ook nog 3 dagen gewerkt en last but not least vanmorgen naar de kerk. Ik sta er eigenlijk zelf versteld van…Deze week maar weer even winterslaap houden 🙂

Img_0269Ondanks de drukke bezetting leek het thema van de week  wel: wandelen met God. Niet rennen, niet jagen, niets moeten, maar tijd investeren om gewoon zoals je bent bij God te zijn en met Hem op te trekken. Vanuit die rust, die eigenlijk vol beweging is, groeit als vanzelf een verlangen echt en authentiek te zijn en anderen te vragen mee te wandelen. En om onderweg wie het moeilijk heeft te hulp te schieten, practisch of op andere wijze.

Dat laatste is de doelstelling van Stichting Present. Iemand van die stichting uit Den Haag kwam erover vertellen in onze gemeente. Zij willen vrijwilligers (in kerken en daarbuiten) mobiliseren om te helpen bij projecten die via hulpverleners worden ingediend. Klussen die je als groep op een zaterdag kan klaren: een tuin fatsoeneren voor een ouder of ziek iemand, of een huis weer eens uitmesten voor mensen die het zelf net niet helemaal redden. Een groep kinderen uit een achterstandswijk een leuke middag bezorgen enz. enz. Gewoon om maatschappelijk weer meer op elkaar betrokken te raken. Weg met de anonimiteit van een overgeorganiseerde en dus eenzame samenleving. Laten we onszelf weer gaan geven en iets laten zien van wie Jezus voor ons wilde zijn.

Iemand stelde de vraag hoe je mensen kunt motiveren om mee te doen aan zo iets zonder dat ze het gevoel krijgen dat ze van alles moeten. Dat bracht me bij het ‘wandelen’. Ik las het beeld in een overdenking ergens en het bleef hangen. Van wandelen raak ik ontspannen, er gaat iets stromen van vitaliteit. Ik ben me meer bewust van geuren en geluiden, ik kom tot mezelf, mijn huid voelt lekker tintelend aan (nou ja, in de winter dan). Een algemeen gevoel van welbevinden neemt bezit van me.

Je zou zeggen dat ik met zo’n positieve ervaring iedere dag lange wandelingen maak :). Niet dus. Ik moet me er echt toe zetten. maar als Kim me eindelijk uit m’n stoel gesleurd heeft….Enz.

AfbDaarom vind ik het beeld van wandelen met God zo aansprekend. Het is iets waartoe je je iedere keer moet zetten, maar ben je eenmaal zo ver dan gaan er dingen gebeuren. Er begint iets te stromen. Je ontmoet God en daardoor je zelf op een nieuwe manier. De maskers gaan af (onderwerp van de Lifeavond gisteravond in het Zeeheldentheater in Den Haag). Want dat gebeurt ook als ik aan het wandelen ben. Vooral in stille gebieden of aan het strand bij het eindeloos geluid van de golven kunnen gevoelens die ik in m’n drukke bestaan weg kan drukken eerder boven komen.

Zo zet God je leven ook wel eens ‘stil’ zodat je jezelf leert ontmoeten en kennen. Mozes had 40 jaar een groots leven als prins en staatsman aan het Egyptische hof toen hij door voor zijn eigen (Joodse)volk te kiezen (op een wat onhandige manier, hij sloeg gelijk een Egypenaar dood) moest vluchten naar de woestijn. Veertig jaar als herder verder kwam God hem pas weer ‘halen’ voor een nieuwe taak. Blijkbaar was hij er toen pas klaar voor. ‘In de pauzes, woestijnervaringen van ons leven gebeuren vaak de belangrijkste dingen, want God is met ons bezig’. Citaat uit de preek van vanmorgen door ds. Mark van Leeuwen uit Rotterdam.

Img_0157_4 Nou, ik heb wel een week nodig voor de verwerking van wat ik deze afgelopen week heb meegekregen. Een strandwandeling maar?

Ik kijk terwijl ik dit schrijf naar het concert ter ere van de a.s. inauguratie van Barack Obama. Ik wens het de Amerikanen toe dat er een nieuwe periode mag aanbreken van hoop en positieve ontwikkeling. Ik vrees dat er een bijna ondragelijke last op de schouders van Obama ligt om aan alle verwachtingen te voldoen. Hij is niet de Messias. En hij heeft geen bovenmenselijke krachten. Ik wens hem veel wandelingen met God toe.

Garnalen en broccolibomen

Een ouderwets dagje oppassen vandaag. Dochter Jes moest naar een bespreking van haar werk, schoonzoon Dos heeft weer een baan (bij de gehandicapten Sportbond), en is huisman af, oma Tonny heeft het in haar rug en dus moest de stand-by oma worden opgeroepen. Werkdag geruild van dinsdag naar maandag en op naar Woudenberg. Gelukkig kon Kim mee. Moest weliswaar studeren, maar zou daar Augustinus ook kunnen lezen, leesstof voor deze week van z’n studieverlof. Thema: Hart voor de stad. Maar vandaag ook af en toe hart voor onze kleinkids in het durp.

From oppassen januari 2009
From oppassen januari 2009

Het begon rustig met een slapende Kris. Niek vermaakte zich uitstekend met van alles en nog wat. Wat wilde hij eten, vroegen we voor opa boodschappen ging halen. ‘Wat vind je lekker Niek?’ ‘Hhmmm…garnalen…’ ‘Ok..,garnalen it will be…’

Met spelen heeft Niek geen enkele moeite. De hele dag hoor ik hem harder of zachter tegen zichzelf praten. Hele fantasiewerelden bouwt hij op. Zijn legobouwwerken nemen toe in complexiteit en hij is heel inventief in het vinden van oplossingen voor verbindingen. Meest favoriet is het bouwen van stations en perrons, compleet met hekjes, zodat ‘de kinderen niet eraf vallen’.

From oppassen januari 2009

Een andere grote passie is tekenen, nu ook met kleuren. Ik heb hem nog niet betrapt op simpele tekeningen van mensen en bomen. Alles is techniek wat de klok slaat. Hoewel ik vandaag een prachtig zelfportret zag. Maar wel met een trein ernaast. 
Grappig is dat zijn treinen steeds menselijker aandoen. Met ogen en een mond, heel vriendelijk. Zo beleeft hij treinen, denk ik, als echte vriendjes.

Kris wordt immer blij wakker en keek duidelijk uit naar alle wilde capriolen die broer Niek weer uit ging halen met ‘m. Hij draait zich direct naar de deur met glansogen, een armpje gestrekt in de richting van beneden: ‘die’, zegt hij dan. Eerst nog een luier is wel veel gevraagd. Alleen met een speen kan ik hem enigszins rustig houden.
Beneden begroet hij Niek enthousiast met een vreugdekreet. Hij volgt hem, al kruipend en schuifelend langs de bank en stoelen Niek op de voet. En, omdat Niek er niet altijd van gediend is wordt hij door Niek af en toe achtervolgd. Ze hebben samen veel lol. Kris groeit op met een dikke laag eelt. Hij is sterk als een beer en huilt zelden. Hier volgt een kort moment van vreugde en samenspel…Oh en ’s avonds aten we rijst met vis-garnalensaus en broccolibomen. Ging er in als koek.

From oppassen januari 2009

The old man can still do it

Img_1190Img_1193Img_1194Img_1198*gerda en coby ook op het ijs, gerda met, coby zonder schaatsen

Om half vier kwam het telefoontje vanaf de vijver in het Westbroekpark in de buurt bij ons:
‘Ik sta op de schaatsen, kom je kijken?’ Ik zat heerlijk warm op de bank te lezen in een boekje over time-management :), maar kon mijn immer sportieve (zucht) maatje natuurlijk niet teleurstellen! Dik ingepakt naar het ijs gelopen (fiets was gestolen, remember?) en geen spijt van. Zie de plaatjes boven. Kim heeft eeen half uurtje geschaatst en was trots op zichzelf: the old man can still do it.

Nog een paar mooie poes-en-kind plaatjes.

Kind is kleinzoon Niek, die gek is op onze poezen Gina en Charlie. Alleen Charlie is lief genoeg Niek dichtbij hem te laten komen. Dit keer wel heel dichtbij.Img_1184

Img_1182Img_1183Het bleef goed gaan, gelukkig. Charlie is verdraagzaam en Niek leert steeds beter hoe hij de Poes moet aaien, met de vacht mee en niet ertegen in bijvoorbeeld.

ijskoorts

Heel Nederland heeft last van ijskoorts, vermeldt de krant.
Behalve ik, maar mij werd niets gevraagd voor dat artikel.

Ijs2Ijs3Ijs4Ijs1

Ik ben daarom trots op mijn 10 jaar oudere broer Ed die rustig na jaren niet geschaatst te hebben een toertocht in de Alblasserwaard afrijdt.(foto’s E.J.Sonneveld)

Ik vind de plaatjes prachtig, geniet van de blauwe lucht en de stralende zon in de vrieskou. Maar niets in mij verlangt naar het ijs. Bij ijs denk ik aan vreselijk koude voeten, zwikkende enkels, keihard op mijn stuitje vallen en zonder twijfel op mijn leeftijd een voor eeuwig uit de kom geschoten heup of rug. No thanks. Ieder zijn meug, maar ik kijk toe vanaf de kant.

Bidden met de psalmen

Helaas is de oorspronkelijke link weggevallen. Maar hier een mooie versie van psalm 16 door Kinga Ban.

Mooie uitzending met de band van Psalmen voor Nu. Meditaties door ds. Laurens van Baardewijk naar aanleiding van aantal psalmen die gezongen worden door Sergej Visser en zangeres Kinga Ban, begeleid door een gave band.

Vanuit de Nederlandse Gereformeerde Kerk in Loosdrecht. Rien van den Berg geeft af en toe commentaar op het hele hertaalproject van de 150 psalmen uit de Bijbel in eigentijdse taal.

Voor wie geen eigen woorden heeft om te bidden zijn de psalmen de eeuwen door een krachtig middel geweest om bij God te klagen over de moeites van het leven. Maar ook om God te loven en je verlangen te uiten om dichter bij Hem te zijn.

De moderne verwoording van teksten 3000 jaar oud is af en toe schokkend: staat dat er echt? Ja, dat staat er dus.

Joas Laan en het zeldzame Marshall-Smith Syndroom

Henk Willem en Liesbeth Laan, leden van onze gemeente, hebben een zoontje dat bij de geboorte, in 2006, ademhalingsproblemen had en maanden in het ziekenhuis gelegen heeft. Hij is inmiddels 2 en heeft de diagnose Marshall-Smith Syndroom gekregen. Dat is een uiterst zeldzame en zeer ernstige combinatie van afwijkingen (met een lage levensverwachting) waarbij vooral een aantal opvallen: een vernauwde keelholte (het meest levensbedreigend), slechtziendheid, slechthorendheid, grote bolle ogen, terugvallende kin, en verstandelijke beperkingen. Er is weinig onderzoek nog gedaan naar de oorzaak van het syndroom. In de hele wereld zijn er, geloof ik, minder dan 15 gevallen bekend. Er is dus veel geld nodig om dit onderzoek te promoten. Henk-Willem en Liesbeth zijn al een paar keer op TV geweest in uitzendingen van o.a. Netwerk en ik meen Vinger aan de pols.

Afgelopen nieuwjaarsdag was er weer de Nieuwjaarsduik. Vorig jaar dook een club gemeenteleden, waaronder Kim, de zee in voor de renovatie van ons kerkgebouw, de Ichthuskerk in Scheveningen. Nu dook een groep van gemeenteleden en familieleden de ijskoude zee in voor de stichting waarmee geld wordt ingezameld, ook voor de 2 andere patientjes in Nederland.De opbrengst was ruim 9000 euro!

Hieronder zien jullie Joas een grote stap maken: hij kruipt!

Voor meer informatie: Joas Laan

Wat betreft op naar 2009…!
  

Ik kan het niet uitstaan

Ik mag niet schelden van mezelf maar ik heb het lekker toch gedaan. Een hele serie, hele lelijke woorden heb ik in de donkere straten, op weg naar huis, uitgespuugd. Mijn fiets is gestolen! En niet alleen dat, met de fiets ook de inhoud van mijn fietstas: een nieuwe badjas voor Kim, een overhemd en een trui. Ik heb wurgneigingen. Weliswaar ben ik tot de conclusie gekomen dat ik de sleutel in het slot heb laten zitten, maar dan nog heeft niemand het recht met z’n tengels aan mijn fiets te zitten. Ik moest met de tram terug. En nu moet ik weer achter een fiets aan. Ik weet dat de mens van nature geneigd is tot alle kwaad, maar als ik er dan zo weer mee geconfronteerd wordt kan ik het toch niet geloven.

MIJN fiets, MIJN spulletjes, hoe haalt iemand het in z’n hoofd…..