Hollandse pot in Korea

Begin maart stuurde ik mijn bijdrage in naar het Nederlands Dagblad voor een special bijlage over Eten in het kader van Biddag voor gewas en arbeid.

Helaas, hadden ze mijn creatie over het hoofd gezien , ik vond hem nergens terug, zelfs niet ergens onderaan de site waar er tientallen stonden. Zo slecht was het toch niet geschreven, dacht ik, dus toch maar even nagevraagd en juist, ja, was in een verkeerd mapje terecht gekomen.

Nou ja, die boodschap moet ik soms ook verkopen op mijn werk, dus bij deze het verhaaltje dan maar op mijn eigen site geplaatst

Een gedenkwaardige maaltijd in Pusan, Zuid-Korea, 1986

Ruim vijf dagen at ik, ziek als ik was, het ziekenhuiseten. Driemaal per dag soep met rijst en groente. Ik woonde tenslotte in Zuid-Korea. De keuken van het ziekenhuis was simpel en kende maar een menu, het Koreaanse. Wie anders wilde kon een eigen potje (laten)koken, door familie,  in de patiëntenkeukens waarvan er een aantal waren.

Na de operatie was al mijn eetlust verdwenen. De soeplucht bij het ontbijt, de bijgerechten, het stond me tegen. Ik wilde weer eten zoals vroeger thuis. Kruimige aardappels, met kabeljauw in botersaus, zoals alleen mijn moeder die kon maken en worteltjes. Sucadelapjes, erwtjes en puree. De operatie, de spanning en pijn, het kwam allemaal tot ontlading in een verlangen naar Hollands eten. Het oerverlangen naar thuis.

Mijn zus Loes, juist in die periode op bezoek, bracht uitkomst. Zij ging naar de markt en zocht net zo lang tot ze de ingredienten had voor een Hollandse maaltijd. In de afdelingskeuken stortte ze zich tussen de Koreaanse dames om een plekje te veroveren achter het fornuis om daar een maaltijd te bereiden die mij troost bracht: een balletje gehakt, kruimige aardappels met jus, en spercieboontjes. Nooit heeft sindsdien een simpele Nederlandse maaltijd zo rijk gesmaakt.

Kredietcrisis

Het begint nu toch merkbaar te worden, de crisis. Niet alleen meer op de TV en in de kranten, maar in mijn omgeving. De eerste ontslagen van bekenden van bekenden, zorgen bij bekenden of hun contract wel verlengd gaat worden, ontslag na een half jaar van een ex-collega die van de zorg naar het bedrijfsleven was gegaan.

En tegelijk het opmerkelijke verschijnsel dat nu in de zorg opeens veel belangstelling is voor de vele openstaande vacatures. Ik werk in een groot ziekenhuis en de vacatures waren tot voor kort zorgwekkend.

Ik moet zeggen dat sommige gevolgen van de crisis alleen maar gunstig zijn. Reparateurs, verkopers van tweedehands spullen, schoenmakers, verstel/naai-ateliers enz. roepen allemaal dat ze het nog nooit zo druk hebben gehad.
Dat is gewoon een hele goeie ontwikkeling voor het milieu. Meer nog, voor onze hele zieke Westerse mentaliteit van meer, meer, meer.
Prof. Bob Goudzwaard, hoogleraar economie in ruste, heeft altijd gepleit voor een economie van het genoeg. Niet eeuwig doorgroeien, materieel, maar ook kijken naar duurzaamheid, leefbaarheid, en houdbaarheid van de aarde die we van God gekregen hebben om haar tot haar recht te laten komen, niet om haar te exploiteren en uit te buiten.

Het heeft me altijd heel erg aangesproken. Ik ben steeds meer toegegroeid naar hergebruik van spullen en ontleen er tegenwoordig eigenlijk heel veel lol aan zo ‘tweedehands’ als mogelijk is te leven. Waarom zou ik een design jas dragen als er nog zo veel miljoenen mensen helemaal geen jas hebben, zeg maar. Waarom een nieuw bankstel als miljoenen nauwelijks een dak boven hun hoofd hebben? Dat drijft me tot zoeken naar redelijke compromissen. Ik kan moeilijk mijn bezoek in vodden, op de grond ontvangen….Ik bedoel maar.

Ik leef niet met een constant schuldcomplex, hoor. Het is iets wat me drijft en uitdaagt en in het vinden van mogelijkheden die mij geld besparen en tegelijk een steentje bijdragen aan ‘het goede doel’ beleef ik juist veel voldoening. Leuke tips vind ik bijvoorbeeld in de Vrekkenkrant, die tegenwoordig Genoeg heet.

Voor de geinteresseerden het Antwerpen-Appel.pdf van Goudzwaard e.a. onlangs uitgebracht als aanbeveling aan het kabinet niet alleen in economische richting (doorgaan met oude verkeerde patronen) naar oplossingen te zoeken voor de huidige crisis.

Garnalen in bed

Het zag er zo lekker uit. Voor de kleinkinderen had ik risotto gemaakt met daarin op verzoek van Niek (4) ‘naaltjes’. Kim had extra lekkere gehaald, jumbo’s en rivierkreeftjes. Niek smikkelde. Kris (1) had niet zo’n zin in de risotto, maar de garnaaltjes daarentegen gleden naar binnen als ware het snoepjes. Ach, was ik toch maar wat voorzichtiger geweest met dit soort exotisch voedsel te geven aan een baby…

Het is 1.30 uur in de nacht. Ik slaap in het bed van dochter en schoonzoon die een weekendje weg zijn vanwege de 10e trouwdag. Kris z’n kamertje ligt naast de mijne. Ik hoor wat gepruttel en denk, even afwachten. Geen huilen, geen gegil, alleen wat gebabbel. Dus langzaam zak ik weer weg in de zoete armen van de slaap. Wel blijft Kris geluidjes maken. Vreemd. Waarom gaat hij niet lekker weer slapen?

Na een kwartiertje ga ik toch maar eens kijken. Wellicht is hij z’n speentje kwijt. Ik word enthousiast begroet door het mannetje. ‘Ha’, roept hij zoals altijd vol vreugde als hij een bekende ziet. Hij staat half rechtop en kijkt wat twijfelachtig naar beneden als ik aanstalten maak hem weer lekker neer te leggen met speen, die inderdaad op de grond lag. Mijn hand zoekt op de tast naar de zachte hydrofiel luier waar hij als troostdekentje mee slaapt. Ik stuit op een kletsnatte, koude, klonterige massa. In mijn slaapdronken toestand begrijp ik even niet wat hier nu aan de hand is. Even maar. Ik zal de details verder niet beschrijven. Iedereen snapt wel wat er loos was. Arme Kris had alle garnaaltjes weer naar buiten gewerkt.

En toen de uitdaging. Kindje zijn bedje uit, helemaal onder de smurrie. Met het kind in 1 arm, het beddegoed uit het ledikantje halen met de andere. Slaapzak, kleertjes, kortom alles uit en schone aan. Maar eigenlijk moest hij ook gewassen. 1 arm is maar weinig op zo’n moment. Ik bedacht hoe ik dat vroeger nu toch in vredesnaam deed. Ik zette Kris dus maar op de grond. Daar zat hij dan, knipperend met z’n oogjes tegen het felle licht, tollend van de slaap. Als een speer alles lekker weer verschoond, alleen waar bewaarde Jes nu alle lakentjes? Dan maar grote lakens. In korte tijd lag het ventje weer op z’n rug met grote ogen naar me te staren. Speen in de mond, speeldiertje aan en hij sliep al weer bijna. Klus geklaard.

Na 10 minuten sliep ik weer. Onrustig dat wel. En ja hoor, na een half uur hoorde ik weer een benauwd gilletje. De volgende lading garnalen. Rotbeesten. Wie heeft ooit verzonnen dat ze eetbaar waren? Ik hoef ze voorlopig niet meer. Nadat nog een half uur later de derde lading eruit kwam en ik door beddegoed, slaapzakken en dekens heen was heb ik gezworen de monstertjes de rest van mijn leven te boycotten.

Na nog een explosie de volgende dag, maar nu via de darmen, is Kris heerlijk opgeknapt. Ik voelde me schuldig dat ik hem zulk volwassen eten had gegeven….

4 jaar EnZoo

Ik zou het bijna vergeten, maar ik heb een kelinzoon die op de basisschool zit! Vier jaar is hij geworden afgelopen 20 februari.

Img_1285Hij is er helemaal klaar voor, pienter baasje als hij is. Hij schrijft z’n naam en maakt hele uitgebreide figuratieve tekeningen van treinen, tractors en hijskranen met veel details.

Hij gaat naar de 0-groep tot na de zomer. En de creche-tijd is voorbij. Het Enzo tijdperk is aangebroken. Zo verstond ik het tenminste. School En Zo…

Het staat echter voor NSO: Naschoolse Opvang.
ook daarvan geniet Niek met volle teugen.

Niet op elk potje past een dekseltje

Img_1341_2Img_1337_2Img_1338_2Img_1341_3Vandaag ben ik eindelijk begonnen met het ont-rommelen van ons huis. Ik ben de overvloed aan spullen in elke kamer en elke kast zo zat, ik moet er mee aan de gang.
De flesjes, schaaltjes, doosjes, wijn- bier- en sapglazen, enkele stuks, melkkannetjes, suikerpotjes, tientallen borden, bordjes, kommetjes, plantenpotjes en potten, kortom de inhoud van een halve kringloopwinkel heb ik uit alle hoeken en gaten van ons huis vandaan getoverd.
Dan heb ik het nog niet over de stapels bloezen, truien, rokken en broeken, daterend nog van de kledingbeurs uit mijn  Wageningense tijd, inmiddels bijna 9 jaar geleden! Ik ben een ‘wie wat bewaard die heeft wat’ en ‘je weet maar nooit waar iets nog goed voor is’  type. Een goeie eigenschap in barre tijden, maar levensgevaarlijk als je een groot huis hebt en meer dan genoeg om van te leven. Waarom zou ik nog wat weg gooien als er 7 kamers zijn waar altijd nog wel iets bij kan?

Het is afgelopen. Ik word selectief en kieskeurig. De Kringloop en het Leger des Heils gaan er garen bij spinnen. En gezien de kredietcrisis waarin ik al minstens 50 jaar verkeer hoop ik via Marktplaats nog wat te kunnen verzilveren 🙂

Al uitmestend ben ik trouwens weer getroffen door het vreemde verschijnsel dat dingen die bij elkaar horen, nooit bij elkaar lijken te blijven. Potjes zonder deksels en deksels zonder potjes, enkele sokken, oorbellen, ontbrekende, essentiële verbindingskabeltjes enzovoort. Neem nou bijvoorbeeld plastic voorraaddoosjes, die ik gebruik voor restjes. Al m’n hele leven raak ik daarvan deksels kwijt, en heb ik deksels over die op geen enkel doosje passen. Ik koop weer een setje nieuwe en binnen een jaar is het weer zover. Waar blijven die dingen?
Ik weet het. Ergens in de wereld staat een gigantische opslag met alle ontbrekende sokken, oorbellen, deksels en doosjes. Eens zal alles weer compleet zijn.

Verder ben ik uren bezig geweest om serviesgoed en meubels op Marktplaats te zetten. Boerenbont (lelijk, maar bewaard uit nostalgie want gekocht toen we 5 jaar getrouwd waren), de roze Woodland borden van mijn moeder (ook niet mooi,maar wederom bewaard uit nostalgie, mijn moeder was er weg van), onze energievretende halogeen lampen en een aantal stoelen die me in de weg staan. Ik was natuurlijk van plan ze te bekleden, maar na 3 jaar moet ik ook maar eens wat realistischer worden.

Wie dus zijn/haar slag wil slaan, kijk vooral even op Marktplaats!

Img_1321_2Img_1325Img_1313

Img_1337Img_1341

Img_1331

Slumdog Millionaire

Slum Gisteravond de film gezien. Ruim twee uur meegezogen op de golven van een Indiaas spektakel van kleur, muziek en snelle beelden. Uitermate boeiend en de moeite waard om te zien en beleven. Sommige beelden van de ervaringen van de Indiase hoofdrolspelertjes uit de sloppenwijken zijn schokkend en blijven hangen. Het misbruik, de uitbuitingen, de armoede, de onverschilligheid van een hele maatschappij tov de ellende van bevolkingsgroepen puur vanwege hun kaste, het zijn dingen die je weet en vaak genoeg voorbij ziet komen in kranten en op TV. Maar een speelfilm brengt het allemaal op een andere manier dichtbij.

Dat is tegelijk ook de reden dat ik met een onbevredigd gevoel naar huis ging. Had ik nu over de ruggen van sloppenwijkbewoners een gezellig avondje uit gehad? Het verhaal over de twee broertjes Jamal, Salim en het vriendinnetje Latika is aangrijpend maar ook een rags-to-riches/feel good verhaal. Niet van toepassing op de miljoenen die gewoon vandaag nog op de vuilisbelten hun bestaan bij elkaar moeten rapen.

Ik zit dus met een dilemma. Is het wel ethisch zo’n film te maken, zonder bijvoorbeeld er een project aan te verbinden voor de bewoners die de twijfelachtige eer bezitten de hoofdrol te spelen omdat ze zo ‘prachtig’ arm en ellendig leven? Er blijkt voor de kinderen die meespelen in de film wel e.e.a. geregeld: Slumdog bosses defend indian actors.doc

Ik had me beter gevoeld als er na de film een vermelding was geweest dat 50% van de opbrengst naar het stichten van scholen en zo gaat. Of is dat mijn geweten afkopen?

Toch maar wat extra geld overmaken naar Red een Kind. Een kleinschalige organisatie met goeie projecten o.a. in India.

Kris z’n naam schept verwarring

Lieve Sara Fris, het dochtertje van 4 van Rianne, de vriendin van dochter Sas, is een kindje dat duidelijk meeluistert als er uit de Bijbel gelezen wordt. Op de verjaardag van Sas ontmoet ze kleinzoon Niek en zijn broertje Kris.
De naam Kris is nieuw voor haar blijkbaar.
Als ze samen met Niek chipjes aan het smikkelen is besluiten ze dat Kris er ook een paar mag.

Trots zegt Sara tegen haar moeder dat ze ‘Kristus’ ook een chipje heeft gegeven.

Valentijn en high tea

Zaterdag was Valentijndag. Daar doen we niets aan maar Kim koopt af en toe rozen, als hij er aan denkt. Gister kreeg ik dus een mooie bos met een lieve kaart. Toch leuk na bijna 35 jaar. Maar belangrijker was gisteren de High Tea voor dochter Saskia’s verjaardag. ’s Ochtends had ik al mijn bijdrage gemaakt, filodeegrolletjes met ham en kaas. Ik heb nu 2x iets met filodeeg gemaakt maar ben er niet enthousiast over. Het deeg wordt hard en taai, vind ik. Bladerdeeg werkt beter. Maar goed, uiteindelijk stonden ze te pronken op de tafel, lekker of niet.Img_1262Img_1263

We waren met 9 volwassenen en 4 kinderen in de leeftijd van 4 – 0 jaar. Kleinzoon Niek was er al vroeg en verheugde zich op de komst van Sara, het 4 jarige dochtertje van Saskia’s vriendin Rianne. Af en toe klom hij opeen krukje voor het raam om te zien of ze er nu eindelijk eens aan kwam. Omdat het zonnig weer was waren de wegen naar Den Haag erg druk met verkeer richting de zee, dus het duurde allemaal langer dan gepland voordat het gezin Fris in Scheveningen arriveerde. Niek verdween onmiddelijk in de keuken, te verlegen om zelfs maar Sara aan te durven kijken. Met nieuwe viltstiften en tekenpapier kregen we ze zover in elk geval naast elkaar te zitten. Img_1277De rest zou vanzelf wel komen. Nou dat kwam dus ook zonder enig probleem. Aan het einde van het feestje renden ze al gillend met ballonnen achter elkaar aan, dwars door alle bezoekers heen. Oma deed af en toe een vergeefse poging hen naar minder drukke plekken te verwijzen, de gang of zo. ‘Waarom dan’, vroeg Niek met grote ogen van onbegrip. Tja,omdat jullie zo’n lawaai maken. ‘Oh…waarom dan?’ Niek is in de waarom-fase.

Img_1270Img_1274Img_1276Img_1252Img_1271

Img_1248Het was een alom geslaagde Tea. Sas kan er weer een jaar tegen.

Heb ik ‘m wel of heb ik ‘m niet?

Ik wacht nieuwsgierig op de uitslag van het lab van een kweek, aangevraagd via mijn huisarts. Gezocht word naar de aanwezigheid van de helicobacter pylori

De trouwe lezers van mijn blog herinneren zich misschien dat ik in de afgelopen 2 maanden een paar keer gebruik gemaakt heb van wastafels en fonteintjes in de WC op een wijze waarvoor ze niet bedoeld zijn, nl. om er de inhoud van mijn maag in te ledigen.

Vooral na de laatste inhoud, hete Thaise kip/kerrie werd mijn maag niet meer wat het voordien was. En terug redenerend was dat al een tijd het geval. Ik zal hier verder geen details noemen, maar het komt erop neer dat ik me voortdurend op een niet-aangename wijze van mijn maag bewust was.

Dus toch maar naar de huisarts. Maar niet nadat op mijn werk iemand zei, laat je eens onderzoeken op de Helicobacter, een bacterie die bijna iedereen in de maag heeft maar die soms, bij sommigen, tot ontstekingen/cq maagzweren leidt. De theorie dat stress leidt tot dergelijke klachten is losgelaten.

Ik ben erg benieuwd naar de uitslag. Remedie tegenwoordig is een hele afgepaste anti-biotica kuur. Met de maagzuurremmers ben ik al begonnen en dat maakt al een groot verschil. Ik heb in ieder geval weer trek in eten!

Koreaanse Ddukkuk=soep met plakjes rijstdeeg

Ik heb in de binnenstad een nieuwe Chinese supermarkt ontdekt met een aantal producten die ook in de door mij geliefde Koreaanse keuken wordt gebruikt. Sommige uit Korea zelf, zowaar rode peper pasta met die onnavolgbaar zoetig hete smaak van de Koreaanse rode pepers. Heel anders dan de loeihete rode pepers uit India of zo.
Verder ontdekte ik daar producten van rijstdeeg. Enigzins te vergelijken met noodles, maar dan in de vorm van, zeg maar, een dunne banketstaaf. Zo ziet het in Korea er tenminste uit. Deze Chinese rijstdeeg-staaf was enigzins plat en kort, in pakjes van 2 in een cellofaantje en het hele pakket bestond uit 6 pakjes. Genoeg voor 4-6 personen.Img_1233
De staafjes snij je in plakjes, het liefst schuin, dan heb je het meeste oppervlakte en het is Oosters.

Nu voor de soep.

Je hebt er voor nodig:
de rijststaafjes, 1 pp in plakjes
gehakt 100 gr. pp (of minder/meer)
bosuitjes of lenteuitjes
sesamolie
sojasaus
een paar eieren
zeewiervelletjes (hoeft niet per se)
bouillonblokjes

Zoals gezegd, snij de rijstdeegstaafjes in plakken
Bak het gehakt in wokolie met een beetje sesam erbij;
als het bijna gaar is water toevoegen, (een beetje op gevoel 🙂 Ik zou zeggen een liter) en bouillonblokjes naar smaak, (ik deed 1,5);
als de bouillon lekker smaakt de rijstplakjes erbij doen en laten pruttelen in de soep;
ook de in ringen gesneden bosuitjes kunnen erbij;
de eieren kloppen en een platte omelet maken. Op een bord leggen, oprollen en sliertjes snijden.
Idem met de zeewiervelletjes
de soep op smaak maken met sojasaus, (geen ketjap!, maar kikkoman bijv.) en wat extra sesamolie, evt. nog wat verse zwarte peper.
In grote kommen doen, en op de soep de sliertjes ei en zeewier.

Helaas ben ik vergeten een foto van het resultaat te maken. maar het smaakte onvervalst naar Koreaanse dduk-kuk. Yum.