…en Amour!

amourposterGezien: Amour
Regisseur: Michael Haneke. Amour, zijn vijfde Franse productie, leverde hem in Cannes zijn tweede Gouden Palm voor Beste Film op.
Waar: ’t Hoogt, Utrecht
Duur: 127 min.

Amour. Een aanrader, volgens velen. Ontroerend. Tranen. Met gespannen verwachting zat ik maandagavond in de zaal van ’ t Hoogt (leuk filmhuis in Utrecht!).

Kort het verhaal: Georges en Anne, een bejaard echtpaar dat in een mooi, statig appartement woont in Parijs. Ze zijn welgesteld, te zien aan de inrichting en de manier waarop Georges geld uitgeeft. Beiden zijn gepensioneerd in het muziekonderwijs. Eén van haar ex-leerlingen is inmiddels een beroemde pianist. Dochter en schoonzoon zijn musici en wonen in Londen, evenals de kleinzoons. Er is weinig contact. Anne krijgt een lichte attaque en door complicaties bij de operatie die volgt raakt ze halfzijdig verlamd en rolstoelgebonden. Een tweede beroerte treft haar die haar aan bed kluistert en het haar onmogelijk maakt te communiceren. Ze begint te dementeren. Georges heeft haar op enig moment moeten beloven dat hij haar niet naar een ziekenhuis of inrichting zal brengen. Hij verzorgt haar, ondanks protest van dochter en schoonzoon, tot het laatst thuis, geassisteerd door meer of minder capabele privé verpleegsters.

De kijker ziet een mooie, oudere, begaafde vrouw langzaam veranderen in een wrak dat niet meer kan praten of musiceren en volkomen afhankelijk wordt van anderen, inclusief botte verzorgers voor wie zij de zoveelste op een dag is. Een aanblik die een onbehaaglijk gevoel geeft. We kennen immers allemaal wel iemand in vergelijkbare omstandigheden. En ooit zal het voor jou zelf misschien ook zo zijn. Georges doet zijn uiterste best haar met liefde, waardigheid en respect te blijven behandelen. Na de eerste tegenslag oefenen ze samen om weer beter te leren lopen. Dan al zegt Anne, ik wil niet meer. Na de tweede beroerte oefenen ze samen om weer te leren praten en zingen. Hij kalmeert haar wanneer ze onrustig is en uren lang hetzelfde roept: pijn, pijn! Hij voedt haar, dringt erop aan dat ze blijft drinken en eten, kortom hij omringt haar met de best denkbare zorg en houdt zijn belofte: Anne wordt niet afgevoerd naar een verpleeghuis. Georges vindt een andere oplossing. De film begint met een scene waarin de brandweer die de met plakband afgeplakte flat openbreekt en daar een opgebaard lijk vindt, omringd door bloemen. Vervolgens ontwikkelt dan zich het verhaal. De film eindigt met de dochter die door een lege flat loopt.

Michael Haneke met de acteurs
Michael Haneke met de acteurs

De film boeide van begin tot einde. Het acteertalent van beide senioren Jean-Louis Trintignant (82) en Emmanuelle Rivax (86) is indrukwekkend. Zeker de rol van Anne, die van kwieke bejaarde verandert in een wrak na 2 beroertes, is ongelofelijk knap gespeeld. Met één hand en één been spelen die niet meer functioneren is nog tot daar aan toe , maar om te spreken met een half verlamd gezicht en de bewegingen van een aan een bed gekluisterde zo te volvoeren dat je geen moment twijfelt aan de authenticiteit van de zieke, is een enorme prestatie.

In het napraten worstelden echtgenoot en ik allebei met wat we nu voelden na het zien van de film. Eerlijk gezegd was de sterkste emotie die ik ervoer er een van irritatie. En daar schaamde ik me voor. Hoe kan dat nou? Als iedereen ontroerd is (de weinige medekijkers in de zaal waren zichtbaar tot tranen geroerd) wat mankeert er aan mij?

Het gaat hier toch om Amour? Iemand die zo zorgt voor zijn aftakelende vrouw doet dat uit liefde. Dat was duidelijk. Maar behalve die twee was er niemand. De dochter wordt op afstand gehouden, zowel door vader als moeder, die niet wil dat iemand haar ziet in haar invalide staat. De verzorgenden zijn ofwel ronduit liefdeloos of slechts professioneel zorgzaam. Anderen zoals de conciërge en zijn vrouw worden niet toegelaten hoewel ze dolgraag wat zouden willen betekenen voor de zieke vrouw die ze al zo lang kennen. Ze mogen boodschappen doen en stofzuigen, maar persoonlijk contact is uitgesloten. Er is sprake van een zelfgekozen isolement. Daarbinnen speelt zich de tragedie af. Er is weinig emotie, er wordt weinig gelachen of gehuild, er is nauwelijks aanraking.

De film zoomt in op de aftakeling en wat dit doet met de twee mensen. Er is weinig tot geen troost. Het is zoals het is. Perspectief ontbreekt, er is geen betekenis. Die boodschap past wel bij het werk van Michael Haneke begrijp ik uit wat ik lees op internet. Hij wil verwarren, levensvragen aan de orde stellen zonder met makkelijke antwoorden te komen.

Daarmee is de filmtitel tegelijk een vraag. Wat heb je nog aan liefde als de ontbinding komt? De kanalen waarlangs liefde zou kunnen stromen van familie, vrienden en buren worden dicht gestopt. De viering van wat het leven was nu het einde nadert, is ondenkbaar. Anne is egocentrisch in haar lijden. Het is haar lijden en zij zal het lijden zoals zij dat wil. Lijden dat ook een weg naar elkaar kan worden in méé-lijden, in méé-dragen, bestaat niet in haar wereld.

Daarmee is voor mij de film, ook al gaat die over liefde, een koele film en blijf ik achter met een soort boosheid. ‘Omhels je dochter, droog haar tranen, laat haar zorgen, laat je troosten door haar liefde!’ , denk ik steeds. “Bidt, leg je leven bij God neer, zoek troost bij Hem”. Gaat daar het lijden mee weg? Nee, maar het zoeken en ontvangen van troost en steun bij en van de ander kan een lijdenstijd wel transformeren tot een tijd van diepe betekenis en ontmoeting, zoals velen getuigen die dat zo hebben ervaren.

Het is Haneke gelukt om me te laten nadenken over liefde en over de betekenis van het lijden dat, zo ervaar ik de film, in zijn ogen geen diepere zin heeft. Toch is de (mantel)zorg van Georges voor Anne, als teken van hun liefde, een baken van trouw in een kille wereld van eenzame, alleen gelaten bejaarden. Eén vraag houdt me nog steeds bezig: Waar is Georges gebleven aan het eind van de film?

Les Miserables en Amour

Gezien: Les Miserables
Regisseur: Tom Hooper
Duur: 187 min.(!)
Waar: Fulco Theater IJsselstein (voor het eerst daar geweest, prachtige zaal)
Waardering: 8

Een zingende Russell Crowe..Dat is even wennen. Het is een van de eerste scènes in de film Les Misérables en ik moet de neiging om hardop te lachen onderdrukken. Zijn stem is wat nasaal en klinkt in de eerste, voor mij onwennige, noten nogal geforceerd. Toch, wanneer ik me heb overgegeven aan de zingende acteurs, is die openingsscène magistraal. Rijen gevangenen sleuren aan lange touwen een grote boot het dok in. Bij iedere zwoegende ruk slaken ze een kreet en er komt een klaagzang op gang. Uit al die mannenkelen klinkt een aanklacht tegen hun onderdrukkers, van wie natuurlijk politiechef Javert (Russell Crowe) de verpersoonlijking is. Een soort Urker mannenkoor in het kwadraat. Maar dan met pit. (Sorry wanneer ik iemand beledig?)

Voor wie het verhaal niet kent even een korte samenvatting. Het verhaal is gebaseerd op de roman van Victor Hugo (19e eeuw). Geschreven o.a. om sociale misstanden in Frankrijk aan te klagen. Hoofdpersoon is Jean Valjean (Hugh Jackman), een arme sloeber die, om het kind van zijn zus te redden van de hongersnood, een stuk brood steelt en daarvoor tot 20 jaar dwangarbeid veroordeeld wordt. Hij ontsnapt, verandert zijn identiteit en bouwt een goed leven op als burgemeester van een klein stadje. Javert is echter geobsedeerd door Valjean en stelt alles in het werk hem alsnog te vangen.

Valjean neemt Cossette, het dochtertje van de gestorven fabrieksarbeidster Fantine, (Anne Hathaway) onder zijn hoede en probeert uit handen van Javert te blijven. Vanwege zijn angst voor ontdekking leiden ze een teruggetrokken bestaan. Cossette wordt echter verliefd op studentenleider Pontmercy, in Parijs. Die maakt deel uit van een beweging van opstandelingen tegen het regime van Napoleon III (neef vàn, 1848-1870), die gerechtigheid willen voor de armen en onderdrukten. Tijdens een confrontatie met de Franse politie raakt Pontmercy gewond en zou gestorven zijn, ware het niet dat Valjean hem op moedige wijze weet te redden. Weer loopt hij daarbij Javert, hoofd van de politie te Parijs nu, tegen het lijf. Een dramatische ontknoping volgt, waarbij het recht zegeviert.

In deze verfilming van het boek uit 2012, met in de hoofdrollen Russell Crowe, Hugh Jackman, Anne Hathaway en anderen, wordt uitsluitend gezongen. Het is een verfilmde musical of een musical met filmelementen. Daar moet je aan wennen, zoals ik al zei in het begin.

Maar dan sleept de film je mee. Er wordt zo mooi gezongen dat je eerst denkt, dit moet karaoke of playback zijn, of iets dergelijks. Maar iedereen zingt op eigen kracht! Tegelijk is het acteren fenomenaal. Jawel, theatraal en soms wat ‘over the top’, maar in een musical of opera leg je andere maatstaven aan dan in een film. De verpaupering en gruwelijke armoede is ook bijna te ruiken en tastbaar in beeld gebracht.

Ik heb, na enige aarzeling, genoten van het spektakel. Want dat mag je het gerust noemen. En van de duidelijke boodschap, waarbij het kwade het niet wint van het goede: moed, trouw en liefde.

De boodschap van de andere film die ik zag is minder helder. Bij het zien van Amour bleven wij  twijfelen wat de filmmaker wil zeggen. Daarover de volgende blog

Stoornis

Er zijn van die dagen dat ik me aan alles stoor. En vooral aan mijn huis. Ik zie alleen maar stof, strepen, haren, kalkvlekken, vieze doekjes, stofpluizen op de vloer, moddervlekken in de hal, snorharen (van de poezen, niet van mijn echtgenoot) en alwéér poezenharen op alle stoelen, banken en tafels. Inclusief het aanrecht. Ik verkeer in een staat van grote irritatie. En opeens vallen alle andere dingen in mijn huis me op. Alles wat ik met veel plezier bij elkaar scharrel in kringlopen en tweedehandswinkels  ziet er uit alsof ik het van de sloop heb. (Dat heb ik soms ook, maar dat doet er nu even niet toe).

Vanmorgen besloot ik in zo’n woeste bui dat ik nu eindelijk dat afzichtelijke wastafelkastje, dat ik al tweedehands wastafelkast_

voor mijn moeder ergens vandaan had gehaald, ging wegsmijten. Dat laatste woord geeft al aan hoe de gestoomde ergernis uit mijn oren kwam. Na mijn douche gooide ik het leeg (al die overbodige troep ook!) en droeg het, met een handdoek om mijn lijf, de hal in, bovenaan de trap. Ik gaf het nog net geen zet. Echtgenoot mag het naar beneden brengen, naar de schuur.

Die liep, onwetend van mijn agressieve bui, naar de badkamer en kwam er weer uit, met een vragende blik in zijn ogen: ‘Waar is dat wastafelkastje dat hier altijd stond?’ Hij vroeg het voorzichtig want ik sjouw nog wel het een en ander van zijn plaats. Ik beet hem echter vanuit de slaapkamer toe:
‘Kastje? Bedoel je dat verrotte ding wat daar al eeuwen staat?’
Ik hoorde enige verbazing in zijn stem:
‘Hoezo? Dat is toch gewoon een functioneel kastje? En we wonen hier nog maar twee jaar, hoor!’
‘Functioneel, functioneel? Heb je wel eens een design kastje gezien? Waar de lades soepel lopen, waar de deurtjes geen plastic knoppen hebben?’ Ik was nu niet meer te houden..

Echtgenoot deed wijselijk snel weer de badkamerdeur dicht en ging douchen. Met mij viel toch geen land te bezeilen.

Meestal heb ik zo’n bui door andere oorzaken dan badkamerkastjes die functioneel maar oerlelijk zijn. Hormonen. Boosheid op iets of iemand waar ik (op dat moment) niks aan doen kan (denk ik). Ik ben namelijk conflictvermijdend. Vandaar dat mijn omgeving dan moet lijden.

Soms ook door dat venijnige duiveltje: begeerte…Dan strijden principes als hergebruik en soberheid, (door de nood ontstaan, maar inmiddels wel deel van wie ik ben geworden) met het vlees van gemak en luxe.

Nu, de WC’s zijn schoon, de was gevouwen. Mijn agressie is gekanaliseerd. Mijn ziel is weer gerust. Misschien zet ik het kastje wel weer op z’n plaats. Dat kan het ook niet helpen dat ik zo ontstemd was. En ja, functioneel is het eigenlijk wel. Anders moet ik weer op zoek naar plek voor al die overbodige spullen die erin zaten.

Niet nog zo’n afzichtelijk kastje erbij!

De lange weg naar Jan van Eyck

Annunciation_-_Jan_van_Eyck_-_1434_-_NG_Wash_DCIk ben onlangs naar de ‘Van Eyck’ tentoonstelling geweest in Museum Boymans in Rotterdam. De juiste titel is: ‘Op weg naar Van Eyck’. Dat bleek letterlijk van toepassing op deze tentoonstelling, ik was zó lang op weg naar Van Eyck, dat ik de schilderijen van de goede man niet heb gezien. Ik was de mensenmassa namelijk zat. Ik heb mooie schilderijen gezien ‘op weg’ naar een soort Heilige der Heiligen, een plek gecreëerd in het centrum van de ruimtes, waarbinnen de vijf uiterst kostbare en kwetsbare Van Eyck’s hingen. Ik zag schilderijen, voorwerpen en sculpturen. Devoot, fijnzinnig, zeer knap en doortrokken van een toewijding aan God en de kerk, prachtig. Maar de massa’s mensen…!  Met mijn koptelefoon op kon ik me nog enigszins onttrekken aan de drukte en de lange rijen, maar hoe dichter ik bij Van Eyck kwam, de grote meester van de olieverf, hoe langzamer we schuifelden. Dat is echt niets voor mij. Vooral omdat de voorwerpen en schilderijen geen grote afmetingen hebben en de zalen vrij schaars verlicht zijn was het zicht slecht. Ik hou gepaste afstand van mensen omdat ik het ook niet prettig vind wanneer mensen in mijn nek staan te hijgen. Dus. Zag ik niet genoeg van dichtbij. Dus haakte ik af vóór het Heilige der Heilgen.

Ik ben lekker naar een doodstille afdeling in het museum gegaan en heb in grote stille zalen op mijn dode gemak Charley Toorop, Margritte, Dali en andere modernen bekeken.

Ik zou zeggen: ‘Op weg naar van Eyck’, alleen voor de echte afficionados. Liever ga ik naar Gent, om daar, in alle rust, voor De aanbidding van het Lam te staan, dat ongeëvenaard mooie drieluik of polyptiek van de gebroeders van Eyck. Ik kan me daar geen rijen mensen herinneren.

lamgods

Meisjes uit Delhi en IJsselstein

Het oude jaar eindigde slecht in New Delhi, India. En het nieuwe jaar begon niet goed in IJsselstein. Twee plaatsen in de wereld. En twee meisjes, die beiden een gewelddadige dood stierven. Slechts twee van de duizenden slachtoffers van oorlog en geweld in onze wereld, in de laatste weken.

Maar de twee meisjes in IJsselstein en New Delhi kwamen voor mij even heel dichtbij. Het meisje in New Delhi, 23 jaar – door zes mannen op gruwelijke wijze verkracht en mishandeld, uit een bus gegooid, naakt, als een stuk vuil. En later aan haar verwondingen overleden. Hoe kon dit gebeuren? Het blijkt een gigantisch probleem in India, mannen die vinden dat vrouwen tot hun beschikking horen te staan, als het niet goedschiks is, dan kwaadschiks. Verkrachtingen zijn er aan de orde van de dag. En geklaagd wordt er nauwelijks, want er wordt toch niets aan gedaan. Mannen achten zich heer en meester en misbruiken hun macht, binnen en buiten het huwelijk. Vrouwen zijn letterlijk waardeloos en zeker als ze zich Westers gedragen, korte rokken dragen of jeans, vriendjes hebben, roken of gaan studeren, dan vragen ze er toch om verkracht te worden?

En dan Mirjam, 16 jaar, uit IJsselstein. Of Maryam, zoals haar Marokkaanse naam luidde. Niet verkracht, maar door messteken om het leven gekomen. Niet aangevallen door een vreemde, maar door haar moeder. Die, volgens de media, niet kon verdragen dat Mirjam er een zg. Westerse levensstijl op nahield. Ze rookte, dronk alcohol, ging naar feestjes en had een Nederlands vriendje. Er was altijd bonje thuis, volgens vriendinnen. Wat zich precies heeft afgespeeld? De ongetemde woede van de machteloosheid van een ouder is levensgevaarlijk, dat blijkt in elk geval.

Geweld. Geweld als lust, geweld uit woede.. Twee jonge vrouwen, meisjes nog.
Eén vermoord door brute, op seks beluste kerels, in de kolkende miljoenenstad New Delhi.  En de ander in een doorzonwoning, aan een achteraf straatje, in een klein stadje, mijn woonplaats, door de vrouw die haar 16 jaar geleden baarde, uit machteloze woede.

Het knaagt en schuurt. Het staat allemaal in zo’n schrille tegenstelling tot wat ik geloof dat God ons wil geven aan liefde, zuiverheid en goede regels.  Aan respect van mannen voor vrouwen en heilzame kuisheid. Aan liefde tussen ouders en kinderen, aan gehoorzaamheid en inschikkelijkheid. Aan Satan geen schijn van kans geven in lust en boosheid.

Zou Christus hier genezen kunnen? Helen, rechtmaken, wat zo verschrikkelijk krom is in culturen en gezinnen?  Hij belooft het stellig. Mensen hebben hem nodig, maar ook culturen. Westerse en niet- Westerse. Door berichten als deze komt de duisternis even heel dichtbij. Dan verlang ik er zo naar dat het Koninkrijk van Licht dat God op aarde brengt, nu al zichtbaar wordt.  Jezus liet zich doden op een even vreselijke manier, maar Hij overwon de dood!

Dat God zich mag ontfermen over alle slachtoffers van bruut geweld en Zijn Heilige Geest wil schenken aan onze ontwrichte wereld. In Hem is en blijft er Hoop!

Logeren, leuke gesprekken en de Kerstman

kris, kerstvakantie 2013

Mijn kleinzoon van net 5 is nogal goed van de tongriem gesneden. Hij gebruikt lange volzinnen, met veel komma’s en bijzinnen, zoals: dat heb ik in de film gehoord, dat is die film die heet Madagascar, die film ken jij waarschijnlijk niet, maar in ieder geval, daar zei dat ene figuur, die heet zo-en- zo, dat weet je natuurlijk ook niet, het was trouwens Madagascar 3, maar die zei dat  en dan volgt het feit dat hij oorspronkelijk wilde meedelen. Hij logeert momenteel bij ons dus ik kan weer volop genieten van zijn talenknobbel. Ik moet in verschillende talen zeggen wat blij is. Begin maar met Koreaans, dan Duits.. En na iedere uitleg volgt het woord: logisch, dus, met twee geheven handjes.

We zitten in de auto, op weg naar huis, na bij familie gegeten te hebben, z’n geliefde tante Saskia. Wat zullen we morgen eten, Kris, vraag ik, om wat te kletsen te hebben. Jij vindt schelpjes toch lekker? Met vragende stem: Schelpjes? Ja, van die macaroni, weet je wel? Of vlindertjes? Opnieuw vragend: Vlindertjes? Ik krijg het gevoel dat ik niet helemaal overkom en bedenk dat hij geen macaroni zegt thuis, maar pasta. Pasta schelpjes, voeg ik er dan ter verduidelijking aan toe. Ik draai me naar hem om, verwachtingsvol. Hij kijkt me koel aan. Ik begrijp totaal niet waar je het over hebt, oma. Ik draai me snel weer terug, omdat ik hem niet wil laten zien dat ik moet lachen. Trouwens, ik hou van alle pasta, hoor, klinkt het nog troostend  van de achterbank.

Voor we weer gaan eten gaan we eerst slapen en is er nog de hele dag om te leven en dingen te doen. Na een vroege start, is er van alles om mee te spelen, maar wel het liefst mét oma of opa. Puzzels, werkboekjes van de HEMA, Boggle, alles in nauwe samenwerking met de op dat moment beschikbare volwassene. Die om en om nog even een dut doen om het vroege opstaan te compenseren. Na de koffie gaan we naar het Universiteitsmuseum in Utrecht, enigszins twijfelend of het al wel interessant genoeg is voor hem, maar a la, we zien wel.

Binnentuin Universiteitsmuseum
Binnentuin Universiteitsmuseum

Bij de ingang krijgen we een speurtocht. Er moeten 8 sneeuwballen gevonden en vragen beantwoord. Van de antwoorden verzamel je de letters en als je het goede woord hebt krijg je een verrassing. Dat is een scherpe motivator voor de kleine man. We worden het museum door gejaagd in een afmattend tempo. Iedere poging iets te bekijken, of zelfs hem tot een proefje te verleiden wordt direct getorpedeerd: Ja, maar we gingen toch sneeuwballen zoeken? Kom!

Na een uurtje hebben we de ballen allemaal gelokaliseerd en de (moeilijke!) vragen beantwoord. Echtgenoot neemt Kris mee om de verrassing uit te zoeken: een kompas. Wellicht heeft hij nu wat rust om nog het een en ander te bekijken. Voor ons plezier sjouwt hij nog wat mee, sjok, sjok, bekijkt een verzameling geprepareerde dierentongen op sterk water met ontzag en zegt dan gedecideerd: nu wil ik naar huis. We doen nog een rondje tuin, prachtige binnenhof. In de auto hebben we een vermoeiende conversatie over het kompas. Leg maar eens uit aan een 5 jarige wat nu precies Noord-Zuid-Oost-West is. En Kris geeft niet snel op. Ik ben blij als we bij de Jumbo aankomen!

Kris kerst vakantie12-13

Na de Jumbo waar we pizza’s halen en na Happy Feet gekeken te hebben, oma half slapend, is de dag alweer voorbij. De pizza gaat er in als koek. Nu wil ik een boekje over God. Kris bedoelt de Bijbelboekjes die we vroeger ook aan onze kinderen voorlazen. Tijdens het opruimen zegt hij: Jezus is toch de kleinzoon van de Kerstman? Dat zei jij, oma, vorige keer. Ik wil hem niet gelijk afvallen, maar ondanks het feit dat ik erg flexibel ben in de beleving van religie van mijn kleinzoons, kan ik me niet voorstellen dat ik dit ooit beweerd zou hebben.

Ik probeer mee te denken, Jezus de kleinzoon van de Kerstman….Bedoel je dat Jezus de zoon van God is, heb je dat gehoord? Dat blijkt het goede antwoord. Het is ook erg verwarrend allemaal. De maand december zit zo vol met Personen- met- betekenis voor een kind. En dan bij opa en oma ook nog God en Jezus.

Want er zijn drie Jezussen, zegt Kris en één is de Kerstman en de andere God.

Dat is nog eens een uitdagende Triniteitsleer voor opa Kim!

Het houten kistje

Mijn moeder bezat een houten kistje. Het kwam uit haar familie, een mooi, klein, bewerkt naaikistje. Het was al een eeuw oud, gemaakt door een voorvader voor zijn verloofde, ik geloof mijn betovergrootmoeder. Op de voorkant was ruimte voor een miniscuul fotootje van de geliefde, en mooie, donkerharige vrouw.

Het was niet zomaar een simpel doosje, rechthoekig, gemaakt van vurenhout of zo. Nee, het was van mahonie en ingelegd met een lichter soort hout, met rondingen en welvingen. Een heel vrouwelijk, sierlijk kistje. Thuis stond het altijd bovenop de antieke kast, die mijn ouders koesterden. Die kast kwam uit de schoonfamilie van één van mijn zussen, maar was permanent uitgeleend aan mijn ouders door haar.

Die kast is tot de één na laatste woning van mijn moeder meeverhuisd. In het verpleeghuis, waar ze uiteindelijk terecht kwam vanwege dementie, was er geen plek meer voor. Het kistje heeft haar wel tot het laatst vergezeld. Op een gegeven moment verhuisde het van bovenop de kast naar een (oneerbiedig) plekje half onder haar stoel. Het diende nu een doel. Het werd weer gebruikt, zoals het wellicht ooit dagelijks was gebruikt door mijn overgrootmoeder.

Maar er zaten geen naaispulletjes in. Het kistje raakte gevuld met kostbaarheden. In mijn moeders ogen althans. Oude brieven, oude kaarten, oude rapporten, oude diploma’s, oude foto’s. Het overgrote deel kwam uit de nalatenschap van mijn zus Loes, die gestorven was in 1992. Mijn moeder was 75 jaar toen mijn zus zichzelf van het leven benam, na jaren van psychisch leed.

Sinds die tijd verzamelde mijn moeder van alles en nog wat in dat kistje dat haar aan Loes herinnerde. Zoals ooit de moeder van Mozes een biezen mandje maakte om haar kind te redden, zo gebruikte mijn moeder dat kistje om haar kind vast te houden. Bij ieder bezoek dat ik aan haar bracht reikte ze na een tijdje naar de grond en kwam het kistje op haar schoot te staan. De scharnieren waren al kapot, het deksel zat er nog maar half op, zo puilde het uit. Geen wonder. Werkelijk alles zat erin. Zwemdiploma’s uit de vijftiger jaren. Schoolrapporten van het gymnasium. De bul van de universiteit. (‘Wat was ze knap, hè? Cum Laude!’) Oude schoolfoto’s, oude kinderfoto’s, oude pasfoto’s. Foto’s van haar klas toen ze lerares was, sinterklaasgedichten uit lang vervlogen tijden, programma’s van concerten waar ze samen geweest waren. En bij ieder bezoek moest ik het allemaal bekijken en bewonderen. Keer op keer. Alsof het voor het eerste was.

Dat ging me niet altijd makkelijk af. Mijn zus was dood en ik zat springlevend bij mijn moeder in de kamer. Maar al haar aandacht ging op aan de herinnering. En alle energie aan het verdriet om haar sterven. Ik kreeg een hekel aan dat kistje. Hoe mooi het ook was en hoe dierbaar voor mijn moeder.

Ik realiseerde me dat het een heel oud kind gevoel was dat naar boven kwam. Als jongste in een groot gezin ervaar je vaak dat de meeste aandacht van je ouders uitgaat naar de sores en besognes van oudere broers en zussen. Jouw taak is het om lief te zijn en vooral niet nog meer problemen in het leven van je ouders te brengen. Zo heb ik tenminste mijn kindertijd ervaren.

Dus toen ik als vrouw van middelbare leeftijd in de kamer bij mijn moeder zat en weer moest  luisteren naar haar verdriet over mijn oudere zus kreeg soms sterk de neiging dat kistje over het balkon te smijten. Ik zit hier nu toch? Wees nou blij met mij!

Ach, nu, jaren verder, schaam ik me er wel voor, dat zo gevoeld te hebben bij een dementerende, oude vrouw. Dat kistje bevatte alle verlies voor haar, van haar geliefden. Man, jonge schoonzoons en dochter. Bij leven had ze daar nooit echt om kunnen rouwen, niet kunnen delen in elk geval. Daarvoor was ze te geremd en gesloten. Dat kwam pas toen de maskers afvielen door de dementie. Het was aan ons, de achtergebleven kinderen om dat nu op te vangen. Ik hoop dat we haar tot troost geweest zijn, ondanks alles.

Het houten kistje staat bij één van mijn broers nu, geloof ik.

Huis van Vrede

huisvanvredevrouwen

R. uit Iran overhandigt me gastvrij een bord met een vet gebakken ei. Of ik worstjes wil? Uh..nee bedankt, daar is mijn maag nog niet aan toe. Ik zit aan tafel met een Nederlandse vrouw uit Kanaleneiland met haar dochtertje van anderhalf, in een mooie kerstjurk. Naast haar een Indisch ogende jongen van een jaar of 8,9 met een groene snottebel. Mijn buurjongen, zegt de vrouw, hij komt mee naar de bijeenkomsten. En verder (behalve mijn echtgenoot) zit er dan R., politiek vluchteling uit Iran, mèt verblijfsvergunning. We eten een gezamenlijk kerstontbijt in Huis van Vrede, een geloofsgemeenschap op Kanaleneiland, een mooie wijk in Utrecht. Zo omschrijft de kerk zichzelf op haar blog huisvanvrede.org

Kanaleneiland, een mooie wijk? Dat is toch die wijk waar al die Marokkaanse jongeren je het leven onveilig maken? Daar is toch dat asbestschandaal pas geweest? Dat is toch die verpauperde Vogelaarwijk?

Ik geloof dat al die aannames wel een kern van waarheid in zich hebben. Het is een wijk waar je als vrouw, volgens mijn dochter die er werkt, soms hele rare woorden naar je hoofd geslingerd krijgt door jongetjes die nauwelijks uit de luiers zijn. Dat asbestschandaal was en is iets waar bewoners slachtoffer zijn van een woningbouwvereniging die zo min mogelijk geld wil uitgeven en dus de kantjes erbij afloopt. En de verpaupering is met het blote oog waar te nemen. Vooral in de wijken die op de lijst staan gesloopt te worden.

Maar vanmorgen zit ik aan de ontbijttafel in een nieuw gebouwde school, Hart van Noord, waar op zondagen Huis van Vrede samenkomt. Hier gaat het om mensen, om liefde, om relaties. En om Jezus. Daar wordt niet geheimzinnig over gedaan. Meneer Jezus, zoals een Marokkaans meisje hem, in antwoord op een vraag van de voorganger tijdens de overdenking, respectvol noemt.

Want na het ontbijt toveren vele handen de zaal om van eetcafé tot kerkzaal, met stoelen in rijen achter elkaar en ruimte voorin voor de voorganger en de muziek. Vandaag twee zangers en een celliste. We zingen wat liederen, ontvangen de zegen en alle kinderen mogen naar voren. Vandaag is de overdenking speciaal voor hen. Daar zitten ze dan. Wel dertig kids, uit alle stammen en talen. Chinese kinderen, Afrikaanse kinderen, blanke kinderen, kinderen uit het Nabije oosten, Turkije, Marokko, een zeer gemêleerd gezelschap.

Achterin komen er nog steeds mensen binnen voor het ontbijt. Er wordt zachtjes gekeuveld door de eters. Die zijn hier voor de gezelligheid en om hun kinderen mee laten doen. Zelf blijven de moeders achterin zitten. Maar de boodschap en de beamerplaatjes zijn overal hoor- en zichtbaar. De bevlogen voorganger communiceert de kerstboodschap helder en duidelijk: Het verdrietige lammetje dat gehoord had dat het geofferd moet worden, is blij als hij hoort dat iemand anders zich gaat offeren, zodat er geen dieren meer hoeven te sterven en alle mensen vergeven zijn en bij God mogen komen.huisvanvredekinderen

Na de bijeenkomst praat ik met Chinese vrouwen. Waar ze vandaan komen? Ze wonen al jaren in het A(siel) Z(oekers) C(entrum). Nieuw voor mij. Chinese asielzoekers. Ze zijn eenzaam, zitten opgesloten in kleine kamers, de gebruikelijke moeiten. Komen er wel mensen op bezoek soms, vraag ik aarzelend. Oh ja, mensen van de kerken doen heel veel en komen geregeld. Ik slaak een zucht van verlichting. Gelukkig wordt er naar hen omgezien.

Ik ben blij en dankbaar vanmorgen. Op Kanaleneiland. Vogelaarwijk, verpauperd en soms onveilig. Hier staat wel het Huis van Vrede. Jezus is er.

Spotlight: Tommy Wieringa’s en Shusaku Endo’s geloof – Boeken

Spotlight: Tommy Wieringa’s en Shusaku Endo’s geloof – Boeken.

Twee boeken die ik zeker ga lezen!

Alles rauw

Wie heeft hem gekeken? De documentaire van Anneloek Sollaart bij de NCRV, gisteravond. Over een moeder die uit diepe overtuiging alleen maar rauw voedsel eet, geen gekookt eten, geen brood, geen zuivel, geen vlees of vis en geen suiker in welke vorm dan ook. Alleen groente, fruit, noten en zaden. Haar zoon Tom eet dit dieet al vanaf zijn vijfde en is nu veertien. Er wordt een klacht ingediend dat dit dieet een vorm van kindermishandeling is. Tom is te klein voor zijn leeftijd en men is bang dat hij ernstige tekorten oploopt die hem in zijn ontwikkeling tijdens de puberteit ernstig zullen schaden. Een tekort aan bepaalde vetten die nodig zijn voor de ontwikkeling van de hersenen, calcium voor de botten, vitamines en mineralen die alleen na koken vrij komen, nou ja een hele serie bezwaren, die mij ook redelijk in de oren klinken.

Ik ben geïnteresseerd in voedsel en heb er wel het één en ander over gelezen. Over de veel te hoge zoutgehaltes in kant en klaar voedsel, over de schade van (te veel) suiker in je lijf, over de verzadigde en onverzadigde vetten, over het belang van veel groente en fruit (ook in rauwe vorm). Ik ben er zelf mee bezig en als ik niet zo chocola-verslaafd was zou ik alle suiker ook uitbannen…:) Die paar keer in de week dat ik een stukje pure chocola mag zijn me echter nog te dierbaar…Wat ik wil zeggen is dat ik sommige zorgen van de vrouw in kwestie wel begrijp.

Maar ze is extreem. Ze zet kostte wat het kosten mag haar ideeën door. Ze vecht alles aan en krijgt uiteindelijk voor elkaar dat Tom zelf mag beslissen van Bureau Jeugdzorg of hij wellicht twee keer in de week wat vis zal eten bij zijn vriendinnetje. Wiens ouders verder ook bij de rauw-eten (raw food)beweging horen, maar minder ver door gevoerd.

Ik krijg altijd een beetje de kriebels als ik dit soort mensen hoor. De vrouw wil niet gezien worden als een ‘vreemde. gefixeerde zonderling’. Maar ik weet niet hoe ik haar anders kan bekijken. Zelf BROODmager, de hele dag bezig met smurrie-smoothies en salades, lief voor haar zoon, maar zo dominant in haar keuzes. Aan de ene kant snap ik het, dit is belangrijk voor haar en ze laat haar zoon de vrijheid op zijn 18e een andere keuze te maken. Dat doen veel ouders met dingen als roken, drinken of zelfs kerkgang.

Maar om hem te beschermen tegen welke andere invloed dan ook haalt ze hem ook nog van school, om hem zelf les te geven. Het heeft iets van wat je in sektes terugvindt. Een verkokerde kijk op de werkelijkheid waarbij maar één ding speelt, in dit geval: gezondheid.

Ik vond het benauwend, hoewel de vrouw zelf heel ontspannen overkwam. Tom is een weliswaar wat iele, kleine jongen voor 14/15, maar zag er gezond en vrolijk uit. Toch zie je in hem een loyaliteitsconflict. Hij wil zijn moeder niet afvallen, maar als de artsen zeggen dat hij 12 tot 15 cm kleiner zal zijn dan wanneer hij een ‘normaal’ dieet zou hebben, zie je de twijfel wel toenemen.

‘Beter gezond en klein dan ongezond en groot’, is het laatste commentaar van zijn moeder.

Tja, dat zwart-witte…dat is blijkbaar de aard van het beestje. Nooit ’s een lekkere warme maaltijd..arme Tom.