Heet, rauw en gaaf New York

De hitte slaat als een vette walm op ons neer als we omhoog komen uit de krochten van de New York metro. We gaan op bezoek bij een van onze dochters en om bij haar te komen reizen we ver weg van het mondaine Manhattan waar de Peter Pan bus uit Boston ons afzette. Vierenhalf uur na vertrek, voor het luttele bedrag van 50 euro retour, staan we hartje New York. We duiken bijna onmiddellijk ondergronds, stappen in trein 4 naar Brooklyn, dan over op de 6 naar Crown Heights. Een uur na aankomst in downtown New York stappen we uit de metro, op Eastern Parkway om precies te zijn. Een lange laan, met veel bomen, die tevens de scheidslijn vormt tussen ‘Jamaica’ en black culture aan de ene kant en de buurt van chassidische Joden (the Lubavitch Chassidim),en hun cultuur aan de andere kant. De metro, als de grote gelijkmaker, heeft ze beiden vervoerd naar de wijk, alwaar de een links en de ander rechts gaat. De grote zwarte man met lang rasta haar en een Bob Marley muts op en de joodse man met pijpenkrul en hoge zwarte hoed en lange zwarte jas met daaronder de franjes van het gebedskleed, ze stappen samen in en uit de trein. Waarna hun wegen scheiden.

We staan buiten. In de zinderende hitte wel te verstaan. Het is minstens 30 graden als we onze weg vervolgen naar de Airbnb waar we een kamer geboekt hebben. In dezelfde (eindeloos) lange straat als waar onze dochter woont, maar relatief gezien redelijk dichtbij. Een kwartier lopen en we komen aan bij een vrij nieuw (of gerenoveerd) huis waar we met een code naar binnen kunnen en op de 2e verdieping onze kamer vinden. Een tweepersoons bed, voelt comfortabel,  en een nachtkastje. Gedeelde badkamer en wc. Prima. Meer hebben we niet nodig. Het is er wel erg warm…

gedeelde woonkamer/keuken in de Airbnb

We schatten dat het binnen nog warmer is dan buiten met het platte dak boven ons. Toch ’s kijken, waar zit de knop van de air conditioner? Uit ervaring weten we dat je daar niet zonder kunt in warm New York en de Airbnb advertentie had airco als een van de voorzieningen staan. Niet dus. We sturen een berichtje naar de gastvrouw die niet antwoordt. Later lenen we een ventilator via onze dochter en sjouwen het ding met een taxi naar de B&B.  Ik probeer tevergeefs uit te vogelen hoe ik, na alle inspanning, water uit de douchekop kan krijgen. Ik heb toch veel trucjes gezien tot nu toe, maar deze krijg ik niet gedaan. OK, dan maar geen douche.

Langzamerhand begin ik toch wat chagrijnig te worden. Bloedheet, geen douche en geen mens te bekennen om te helpen. Een airbnb is het privé huis van iemand waarin je een kamer huurt, maar dit is meer een verkapt hotel met eigenaren die nergens te bekennen zijn. Tot overmaat van ramp begint onder ons raam een groepje mannen een feestje met loeiharde muziek uit de autoradio die werkelijk tien straten verderop te horen moet zijn. Op mijn allerbeleefds vraag ik of het zachter mag, maar dat is geen succes. Ik krijg een hele tirade over me heen waarin veel moeders worden genoemd en het woord f**k veelvuldig voorkomt. Ik blijk letterlijk alle verkeerde dingen gezegd te hebben volgens dochter en haar huisgenoot. Ten eerste ben ik wit, ten tweede nemen rijke exploitanten de wijk over en ten derde hebben ze een hekel aan toeristen. En dan komt er zo’n blonde, buitenlandse vrouw even vragen of ze wat stiller kunnen zijn. Nou ja.. Om twaalf uur wordt het stil. We zweten de nacht door.

Volgende dag komt er iemand met een air conditioner voor in het raam en we liggen uren domweg te genieten van de koelte. Beneden in de gedeelde woonkamer/keuken ontmoeten we wat van de andere gasten. Het is in feite een soort hostel. Veel jonge mensen, uit alle delen van de wereld. Dat is de leuke kant van het Airbnb’en, je ontmoet allerlei mensen bij je ontbijt of kop koffie. Ik sprak een tijd met twee nogal opvallend uitziende meisjes uit Zwitserland. Een is tatoeëerder (spelling moest ik even opzoeken!) en de andere kunstschilder. Ik geloof niet dat ik ooit in gesprek zou raken met een meisje dat over haar hele lichaam tatoeages heeft, maar hier gebeurde het. We hebben gelijk een klik want het meisje met de rode haren is gek op Korea en is er al zes keer op vakantie geweest. Ze valt bijna flauw als ik haar vertel er ruim acht jaar gewoond te hebben. Ik ben iets minder enthousiast als het donkere meisje de volgende ochtend op de enige bank in de woonkamer verstrengeld ligt te snurken met een ongetwijfeld uit de bar meegenomen vriendje…

suissegirls
Twee vrouwen uit Zwitserland in de B&B

Het is tien minuten lopen naar het appartement van onze dochter. De stoepen zijn breed, op de trappen voor de oude appartementsgebouwen zitten de bewoners te kletsen, auto’s claxonneren, de brandweer rijdt uit met een hels kabaal, uit de eettentjes komen verleidelijke geuren, er wordt geroepen, geschreeuwd, kinderen steppen of fietsen je bijna van de sokken, kortom de sfeer is gemoedelijk en lichtelijk chaotisch. Maar dan het afval. En de rotzooi. En de troep. Overal op straat ligt het te liggen. Plastic zakken, kartonnen doosjes van de Mac, blikjes, vuilniszakken, oud meubilair…Ik kan er niet over uit. Waarom in vredesnaam je eigen omgeving zo vervuilen? Stinkend jammer, letterlijk. Groter contrast met de buurt waar we in Boston verblijven is niet mogelijk. Dit is een ware achterbuurt, in Boston logeren we tussen de happy few. Ik verlang naar een mooi hotel met airco en schone straten. Maar tegelijk denk ik, zo leeft driekwart van de wereldbevolking. Het kan geen kwaad daar ook gewoon te zijn. Zonder pretenties.

Wordt vervolgd

IMG_20180525_184021
Uitzicht uit ons B&B raam

bostonharbor
Uitzicht dichtbij appartement schoonvader

De kunst van het herdenken

Reunie’s

Amerikaanse scholen hebben een lange traditie van het organiseren van reünies. Iedere school, of het nu om de basis-, of de middelbare school gaat of om opleidingen die daarop volgen als universiteit of HBO, overal worden reünies gehouden, meestal tijdens de afstudeerceremonies van jongerejaars. En hoe langer geleden het afstuderen, des te uitgebreider de reünies. Op Harvard wordt de 25e reünie het meest uitgebreid gevierd.

25 jaar geleden maakte ik die mee van echtgenoot. In Cambridge, VS. De hele week was gevuld met een programma van lezingen, workshops, concerten en optredens en niet te vergeten: overvloedige lunches en diners, opgediend in grote tenten. Strak georganiseerd voor de meer dan 1500 afgestudeerden en aanhang. Een herinnering die me is bijgebleven is de eindeloze stoet bussen die ons naar het concertgebouw in Boston brachten om daar een concert bij te wonen. Het verkeer werd stil gelegd om de bussen te laten passeren. Mijn moment van bescheiden en gedeelde roem…Er werd nog net niet naar ons gezwaaid.

Ditmaal is de 50e reünie gaande. De leeftijd van de deelnemers is uiteraard een stuk hoger dan 25 jaar geleden maar er is nog steeds een behoorlijk grote groep  komen opdagen. Allemaal grijs geworden en door het leven getekend. Het is fantastisch om dan mensen gade te slaan die elkaar opeens weer herkennen. Echtgenoot ontmoette vandaag bijvoorbeeld twee vrouwen met wie hij niet alleen aan de universiteit studeerde maar ook mee op de basisschool had gezeten. En een aantal mannen met wie hij in het voetbalteam had gespeeld.

Voetbalmaatjes uit de jaren zestig

Memorial

Vandaag stond een herdenkingsdienst op het programma. Ook een traditie van deze groep alumni. Ieder vijf jaar wordt een samenkomst belegd waarin de overledenen van de jaren daarvoor worden herdacht. Zeer indrukwekkend. In de Harvard Memorial Church kwamen we samen en luisterden naar gebeden en een schriftlezing uit Jesaja 61. De namen van de overledenen werden een voor een voorgelezen door aanwezigen en aansluitend luidde de kerkklok en werd er een aantal minuten stilte gehouden. (Natuurlijk gingen er twee telefoons af, juist tijdens die stilte…)

Harvard Memorial Church

Gedichten en gebeden
Een van de voorgelezen gedichten dat me ontroerde was het onderstaande:

We Remember Them by Sylvan Kamens & Rabbi Jack Riemer

At the rising sun and at its going down; We remember them.
At the blowing of the wind and in the chill of winter; We remember them.
At the opening of the buds and in the rebirth of spring; We remember them.
At the blueness of the skies and in the warmth of summer; We remember them.
At the rustling of the leaves and in the beauty of the autumn; We remember them.
At the beginning of the year and when it ends; We remember them.
As long as we live, they too will live, for they are now a part of us as We remember them.

When we are weary and in need of strength; We remember them.
When we are lost and sick at heart; We remember them.
When we have decisions that are difficult to make; We remember them.
When we have joy we crave to share; We remember them.
When we have achievements that are based on theirs; We remember them.
For as long as we live, they too will live, for they are now a part of us as, We remember them.

Vervolgens werd een Kaddisj Yatom (Joods gebed voor de doden) gelezen. Joodse mannen (ongeveer 20% van de aanwezigen) haalden hun keppel uit hun binnenzak, zette die op en baden hardop mee. Mijn buurman eveneens. Een wat verdrietige man die me eerder al vertelde dat zijn goede vrienden onder zijn jaargenoten al overleden waren. Later las ik wat na over wat Kaddisj is eigenlijk. Opvallend is dat er in het gebed voor overledenen niet gesproken wordt over doden. God is immers een God van de levenden? Voor Hem is niemand dood. Kaddisj bidden is Zijn grote Naam prijzen.

Kaddisj

Moge zijn grote naam verheven en geheiligd worden
in de wereld die hij geschapen heeft naar zijn wil.
Moge zijn koninkrijk erkend worden in uw leven en in uw dagen
en in het leven van het gehele huis van Israël,
weldra en spoedig.
Zegt nu: Amen

Moge zijn grote naam gezegend zijn nu en voor altijd.
Gezegend, geprezen, gevierd, en hoog en hoger steeds verheven
Verheerlijkt, gehuldigd en bejubeld worde de naam van de Heilige,
gezegend zij hij
hoog boven iedere zegening, elk lied,
lof en troost die op de wereld gezegd wordt.
Zegt nu: Amen

Moge er veel vrede uit de hemel komen en leven!
Over ons en over heel Israël.
Zegt nu: Amen

Hij die vrede maakt in zijn hoge sferen,
zal ook vrede maken voor ons en voor geheel Israël
Zegt nu: Amen

Hier een filmpje waar een Rabbi het Kaddisj uitzingt tijdens de herdenking van de terroristenaanval in New York, in 2001

Voorbeeld ter navolging

Een overheersende gedachte na deze ervaring was bij mij dat we in Nederland, in de kringen waarin ik opgroeide, een schreeuwend gebrek hebben aan rituelen om onze geliefde doden te gedenken. Het gemis te benoemen. Het lezen van het gedicht “We remember them” bracht tranen in mijn ogen. Ik herinner me mijn geliefden ook! Als de zon schijnt en als het regent, als ik bezig ben in de tuin en als ik in de natuur wandel. Als ik lees en als ik schrijf. Vooral als ik schrijf. En ik prijs God ook voor al het moois dat ze in mijn leven brachten. Voor de herinneringen, de uitdagingen die hun karakters soms meebrachten. Voor hun lach en hun humor. Voor de pijn die ze deelden met me.

Hoe mooi zou het zijn om vormen te vinden (er zijn er al veel) om die gedachtenis een keer in de zoveel tijd uit te spreken. Als ik hier ben gaan we altijd naar het graf van mijn schoonmoeder, met mijn schoonvader. We leggen bloemen neer en praten over wie ze was, wat ze voor ons betekende. Dat is goed voor ons, maar ook zo goed voor mijn schoonvader die haar pijnlijk mist. Haar noemen is heilzaam. Maar ik ga zelden naar het graf van mijn eigen moeder. Het gaat er niet om dat ik geloof dat ze daar nog is natuurlijk. Het gaat om een vorm, een punt waar je even de focus op die persoon richt en de gedachtenis aan zijn of haar leven eert.

Ik hoor trompetten klinken

Grootvader Jacob van Katwijk was in mijn jeugd een legendarische figuur. Overleden in 1949 ken ik hem alleen uit de verhalen van mijn moeder, die haar vader adoreerde. Ik denk dat zij veel van hem weg had, tenminste in haar interesses en gevoeligheid. Ze vertelde me talloze verhalen over zijn rol in haar leven. Hoe hij voorlas uit boeken die hij op de markt kocht. Hoe hij thuiskwam met een jurk die haar moeder geweigerd had te kopen. En, bij een andere gelegenheid, een badpak. Hoe ze hem zag aan komen lopen met een stapel boeken, ook voor haar. Zij, de lezer, onhandig met naaien en verstellen vond bij hem erkenning die ze miste bij haar moeder. Mijn moeder was een hoog gevoelige vrouw, voordat die karakterisering was uitgevonden. Ze heeft daar veel onder geleden, denk ik. Zich vaak onbegrepen en minderwaardig gevoeld. Bij haar vader voelde ze zich veilig en hij bleef voor haar de grote held. Dat was voor haar en mijn vader niet makkelijk. Hij was in veel dingen het tegenovergestelde, vermoed ik, van zijn vereerde schoonvader. Een doener, geen lezer, niet echt gevoelig, hield van lolletjes op het randje en zo voort. Zoals zo vaak gebeurt, een tegenpool van haar.

Mijn moeder was weemoedig van aard. Gevoelig voor tijdstippen op een dag. Twee uur ’s middags vond ze een vreselijke tijd…als het vier uur was knapte ze op. Dan werd het schemeren, iets wat ik weer verschrikkelijk vond. Doe het licht aan, alsjeblieft! Dan dronk ze haar kopje thee en om vijf uur haar koffietje. Mijn vader dronk dan graag zijn borrel. Het klinkt gezellig maar de herinnering vervult me toch met een eigenaardig gevoel van donkerte. Misschien omdat ik als kind die nostalgie en wat donkere weemoed van mijn moeder inademde.

Eerder schreef ik al een blog (die ik zo gauw niet terug kan vinden) over haar liedkeuze bij het naar bed brengen. Ze zong graag en ik vond het heel fijn om mee te zingen, maar de liedjes waren vol van weemoed en verdriet. Dwalende herders, stervende kindertjes in zolderkamers en stegen en hongerige roodborstjes (dat laatste was wel het vrolijkste liedje van het repertoire).

Een van de liederen sprak met name tot mijn levendige verbeelding. Mijn moeder vertelde erbij dat mijn grootvader het zong toen hij als gijzelaar gevangen zat in de oorlog. Gevangen zitten en de oorlog, dat riep bij mij als kind beelden op van kerkers en gekwelde zielen wachtend op de dood. Of dat kwam door de tekst van het lied of door mijn eigen fantasie, maar het lied maakte diepe indruk op me. Het is een lied uit de Johannes de Heerbundel, meen ik.

Ik hoor trompetten klinken
de vijand is nabij
Ik zie harnassen blinken
maar niemand is bij mij…

Vooral die laatste zin sneed door mijn kinderziel…daar zat mijn arme opa te wachten op de dood, van iedereen verlaten…Ik zag de harnassen oplichten in het schijnsel van fakkels en de slechterikken naderen om mijn opa om te brengen. De tekst vervolgt:

Het hart klopt door ’t benauwen,
dies laat ik diep beschroomd
’t gezicht ’t gebergt’ aanschouwen,
of daar geen hulp van koomt.
gezang 305

Dat het in werkelijkheid minder erg was en dat zijn gevangenschap niet in een cel maar in een zaal van het seminarie Beekhuis in st. Michelsgestel had plaats gevonden wist ik toen nog niet. Ook niet dat de doodsangst weliswaar ondergronds aanwezig was vanwege het ombrengen van mede gijzelaars door de nazi’s, maar niet direct hem persoonlijk betrof. Mijn moeder had niet voldoende door hoe gevoelig en angstig ik was als kind, anders had ze het misschien beter uitgelegd. Maar het lied is me altijd bijgebleven en doet me onmiddellijk aan de grootvader denken die ik nooit gekend heb. Gelukkig overleefde hij de gijzeling en kwam weer thuis halverwege de oorlog. Hij stierf aan de gevolgen van keelkanker (of lipkanker) in 1949,

Een wandeling met een les

De lucht is staalblauw. De lentetooi van de bomen waar we tussen lopen is tegen die achtergrond nog feller, zinderend groen. Het bospad slingert en komt uit op een open plek. Er staat een eenvoudig monument met daarop de geschiedenis van wat zich hier afspeelde. Onder mijn voeten zanderige grond, bedekt met naalden en bladeren van de vorige herfst. Het ruikt zo sterk naar bos, oude grond en nieuwe bloei dat het me de adem beneemt.

monument Den Treek

Toch, deze open plek, nu vol nieuwe groei en aanplant, blijkt een dodengrond. Precies op deze plek staan op  16 oktober 1942 vijftien mannen. Tussen de 30 en de 50 jaar.  Het is dan rond de 13 graden, normaal voor de tijd van het jaar. Heel af en toe laat de zon zich zien. Die dag is het droog maar de dagen ervoor was er regen gevallen. Ik ruik de geur van het vochtige bos.

We staan op een plek in het bos op het landgoed Den Treek-Henschoten. Een groot landgoed tussen Woudenberg en Amersfoort in particulier bezit van de familie de Beaufort. Prachtig gebied om te wandelen, fietsen of paardrijden. We lopen er zaterdagmiddag, Bevrijdingsdag, en genieten van de natuur. We stuiten op een bord dat verwijst naar een monument even verderop. We volgen de aanwijzing en arriveren op de stille, open plek. En op dat moment krijgt de omgeving een andere lading. Hier zijn mensen bruut vermoord. Hier hebben mensen voor het laatst de doordringende bosgeur ingeademd, de vogels horen zingen, modderige bosgrond geroken toen ze erdoor heen werden gejaagd, op weg naar hun dood.

Ik hoor de honden blaffen, de schreeuwende bevelen, het geluid van vrachtwagens die de gevangenen afleveren. Ik zie de gezichten van die vijftien mannen. Angst, ongeloof, gelatenheid? Twaalf verzetsmensen en drie gijzelaars lees ik op het bord bij het monument. Als vergeldingsactie voor het verzet tegen de Nazi’s worden ze hier vermoord.

Eerst komt er een vrachtauto uit kamp Amersfoort. De mannen stappen uit en worden opgewacht door dertig Duitse soldaten. Ze worden direct gefusilleerd. Vervolgens arriveert de tweede truck met de rest van de gevangenen. Voor hen moet het nog afschuwelijker zijn geweest. Als er nog onzekerheid was over het doel van de reis dan is die bij aankomst direct verdwenen. Er liggen zes lijken. Het is onafwendbaar, de dood is nog maar een paar seconden van hen verwijdert. Ook deze mannen worden onmiddellijk doodgeschoten. En ter plekke begraven. Na de oorlog wordt het massagraf gevonden en krijgen de mannen, na identificatie aan de hand van gevonden persoonlijke spullen, alsnog een waardige begrafenis. Op deze site is het hele verhaal te lezen.

Opgehaald uit kamp Amersfoort (politieke gevangenen) en st. Michielsgestel, waar gijzelaars uit het hele land waren geïnterneerd. (Waaronder ook mijn opa, van moederskant. Actief in politiek en maatschappelijke organisaties in Schiedam is hij met vele anderen op 4 mei 1942 om zes uur ’s ochtends van zijn bed gelicht en nog dezelfde dag naar st. Michielsgestel gebracht. Vanuit dit kamp worden in augustus en later dus, op 16 oktober, in totaal zes mensen doodgeschoten).

Mijn grootvader heeft in de periode dat hij geïnterneerd zat in St. Michielsgestel een dagboekje bijgehouden. Ik kreeg daaruit de indruk dat het daar wel meeviel. Men had relatief veel vrijheid om de dagen door te brengen zoals men wilde. Er werd van alles georganiseerd door de gevangenen aan lezingen en muziek. Maar in augustus werden de eersten opgehaald om vermoord te worden. Toen bleek dat het de Duitsers menens was. En nu met dit verhaal van deze executies realiseer ik me dat er een enorme spanning en onzekerheid geheerst moet hebben.

Ik zal nog een blog wijden aan mijn herinneringen over deze ervaring van mijn grootvader. Ik heb hem helaas niet gekend, maar veel gehoord in de verhalen over hem van mijn moeder.

20180506_212139
Handschrift van mijn grootvader, een bladzijde uit het dagboekje
20180506_212105
Tekening van mijn grootvader gemaakt door mede-kampgenoot
20180506_212029
Rechts mijn grootvader, Jacob van Katwijk.

Hier is een uitzending te zien van Andere Tijden over het gijzelaarskamp st.Michelsgestel

De stilte, lawaai en de tuin

Stilte

Er is niets waar ik zo gelukkig van word als een stille morgen. De klok in de keuken tikt, de deur naar de tuin staat open en op de achtergrond klinken de geluiden van buiten. Vogels die blij zijn met het lenteweer, een stem in de verte van iemand die in de tuin zit. Een klusser die af en toe de stilte verbreekt met gehamer. Een deur die dichtklapt en de startende motor van een vertrekkende auto. Soms verpest de klusser de rust door iets met een elektrische machine te doen, de gesel van de nieuwbouwwijken. Maar als hij klaar is klinkt de stilte nog doordringender. Mijn lijf ontspant voelbaar. Ik drink het zwijgen van de motor in als verkoelend water.

Lawaai

Alleen de ochtenden kennen deze sfeer voor mij. In de wijk waar ik woon zijn de middagen drukker en meer gevuld met geluiden. Vooral met het geluid van wat ik al een gesel van de Nederlandse wijken noemde, met haar dicht op elkaar gebouwde rijtjeshuizen, de elektrische machines. Iedere klus wordt tegenwoordig uitgevoerd door apparaten met een bulk decibellen waar je niet goed van wordt. In de postzegeltuinen worden de bladeren met een blazer weg getrompetterd, de tegels gezandstraald met een hels kabaal, de heggetjes met veel lawaai geknipt, het hout voor de kachels in de tuin met veel elektrisch geweld in stukken gezaagd. Het onkruid verbrand met een soort vlammenwerper en om het af te maken al het schuurwerk met schuurmachines die een geluid produceren als van een leger muggen met een megafoon.

De onkruidwieder, maar dan wat groter 🙂

Het is niet anders. Zelfs wij hebben ons ertoe verlaagd een snoei-apparaat aan te schaffen om onze als een monster groeiende Hedera in bedwang te houden. Maar ik voel me altijd lichtelijk schuldig over het geluid dat dit ding produceert.

De tuin

Dat brengt me op een ander fenomeen van de rijtjeshuizen. De aparte gewaarwording dat je soms op minder dan twee meter afstand van elkaar buiten zit en toch, gescheiden door een flinterdunne heg of schutting, een soort van privé creëert. Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog steeds niet de juiste houding heb kunnen ontwikkelen. Misschien omdat ik hoog-gevoelig ben, maar ik ben mij zo bewust van de mensen die vlak naast me zitten dat ik niet echt ontspannen kan. In mij is voortdurend een tweestrijd gaande: zal ik even goeiemorgen zeggen? Zal ik even erkennen dat ik weet dat ze er zitten? Feit is dat noch de linker- noch de rechterburen dat ooit doen. Blijkbaar is dat niet de gewoonte dus. Na zeven jaar heb ik me erbij neergelegd. Maar ongemakkelijk blijft het. Ik ben als een soort oermens die graag wil weten dat de omgeving veilig is. Als aan beide kanten mensen buiten zitten zit ik liever binnen…zo raar is dat.

Wat is eigenlijk normale tuin-etiquette?

Tuinbacteriën en de Black Dog.

Vies, bah, modder, vuil, kattenpoep, gauw handen wassen. Zo leer je als kind meestal naar de grond te kijken. Met je blote handen in de aarde wroeten? Daar kun je enge ziektes van krijgen. Darminfecties en huiduitslag en nog meer.

Er is goed nieuws voor aardewroeters zoals ik. Mycobacterium vaccae particolare! Dit is geen Italiaanse blijde uitroep, maar de als een operatitel klinkende naam van een bacterie. Een van de beste die God in de aarde stopte bij de schepping: wie de bacterie inademt wordt blij en vrolijk. Misschien als troost en bemoediging voor alle zware arbeid dat de mens voortaan zwetend moest gaan verrichten na de val in de zonde?

Ik lees erover in het Nederlands Dagblad van zaterdag 21 april. Een artikel over hoe viezigheid ook zijn goede kanten heeft. Het ‘een-beetje- vies- is heel-gezond verhaal’ dus. Gezond wist ik. Ook dat ik en velen met mij opknappen van het werken in de tuin of gewoon, buiten zijn. Maar dat het te maken heeft met het inademen van een bacterie met zo’n vrolijke naam en dat die daadwerkelijk serotonine en dopamine opwekt in de hersenen is nieuw voor me.

Er zijn wetenschappelijke onderzoeken verricht met opmerkelijke resultaten. (Long)Kankerpatiënten die duidelijk vitaler en minder emotioneel belast raakten door injecties met het bacterie. Ook wordt er geëxperimenteerd met P(ost)T(raumatische)S(tress)S(yndroom) patienten in de VS.

Met je neus boven de aarde dus! En even met je handen wat rond woelen. En dan diep ademhalen. Laat die beestjes maar komen! Zo klein en onzichtbaar als ze zijn, ze verdrijven Black Dogs!

 

Azijnpisser

Ik ben op Facebook lid van verschillende forums. Een voor R(usteloze) B(enen) S(yndroom) medeslachtoffers. Heel leerzaam, vooral om vaak te mogen constateren (in dankbaarheid) dat ik vergeleken met sommigen een milde variant heb. Het leed dat door leden van dat forum gedeeld wordt is echt niet te geloven. En dat als gevolg van zo’n stomme kwaal.

Dan krijg ik veel berichten van een forum voor liefhebbers en verzamelaars van (West-)Duits aardewerk. Ik heb daar ooit lol in gekregen en het is leuk om af en toe nieuwtjes of weetjes te ontvangen. Ik ben geen hartstochtelijke verzamelaar van nature. Vindt het gauw genoeg en richt me weer op wat anders. Hoewel aardewerk en servies me wel enorm blijven boeien. Maar tegenwoordig in het kader van ontspullen, vooral veel kijken, niet kopen.

Dan ben ik ook lid van een tuinforum. Tuinplanten, tuinideeën, moestuinen en siertuinen voor elk wat wils en er zijn meestal wel leuke suggesties te vinden en informatie. Wat ik echter vooral bij dit laatste forum leerde zijn lelijke woorden. Nou ja, leerde…Ik bedoel dan vooral het lichtelijk gebruik ervan.
Iemand vraagt: hoe vinden jullie dit? Zeg van een maaksel of een boeket. Tien mensen vinden het mooi, eentje zegt ‘te onrustig’. Bingo. De reactie is onmiddelijk en meedogenloos: ‘Bullshit!’ Uhm, zegt een ander, kan dat niet wat vriendelijker? NEE, schreeuwt de persoon terug, zij is ook niet vriendelijk. Met andere woorden, de vraag ‘hoe vind je dit?’ is helemaal geen vraag, maar een verkapte manier van zeggen: ‘mooi he?’ (en durf er eens mee oneens te zijn)

Goed, ik kan wel tegen een stootje, hoor. En het was ook niet tegen mij gericht. Maar ik krijg al wel aarzelingen…wil ik hierbij horen?
Het woord BS is niet nieuw, evenals een andere die ik veelvuldig tegenkom ‘mierenn**ker’. Een woord, ik geef het toe, dat ik weleens heel zacht fluister als er al te priegelige mensen in mijn omgeving bezig zijn. Maar hardop zou ik het niet zo snel gebruiken en zeker niet op een forum als Facebook. Veel mensen hebben daar geen enkele moeite mee. Vooral als er gereageerd wordt op iemand die probeert te wijzen op de duidelijke regels van een groep. Die krijgt dan soms de wind van voren. Gelukkig kan diegene zich beklagen bij de forumleider die zulke portretten kan blokkeren.

Ach, er is natuurlijk al veel geklaagd over social media gedrag. Het blijft een fenomeen. Kinderen in het lijf van grote mensen, met grote mensen woordenbagger (ik kan het geen -schat noemen).

 

Nu een woord wat wel nieuw is voor me. Azijnpisser. Ik ben het nu al al meerdere keren tegengekomen. De definitie is zoiets als: wie het niet met me eens is, daar argumenten voor heeft en ik kan niks meer verzinnen, dan noem ik jou een azijnpisser.
Hou je gewoon aan de regels. Azijnpisser!
Google eerst eens voor je een vraag stelt. Azijnpisser!
Enzovoort.

Van het tuinforum ben ik af. Verkoopforums hebben ook een neiging tot degeneratie, die gebruik ik echter met zorg.

Kunst is leuk ook als je niet kunt kopen

Ik was bij de Kunstbeurs in de RAI in Amsterdam. Een vriendin had twee vrijkaartjes en we hebben naar hartenlust rondgelopen en kunst gekeken. Wat een variatie en wat een talent. De Kunstbeurs is een presentatie van galerieën uit heel Nederland. En de kunst is meestal heel toegankelijk. Abstract of realistisch en weinig echt conceptuele kunst. baldessari-boring-art.jpg (500×370)Wat mij niet spijt. Kunst hoeft niet mooi te zijn maar moet me wel raken. Door vorm of kleur of de combinatie van beiden. Door het materiaal wat gebruikt wordt en tot verrassende resultaten leidt. Het mag zo gek of simpel zijn als maar kan. Maar als ik eerst een bordje met ondoorgrondelijke tekst moet lezen om te begrijpen dat wat voor me ligt of hangt een diepe kunstzinnige betekenis heeft en ook nog 10.000 euro kost ben ik snel weg. Het zal wel, denk ik dan. Zoals bij het kunstwerk op het plaatje.

Een paar hoogtepunten waar ik blij van werd. Vrijwel aan het begin van de lange gangen met galeries lopen we een grote hoge tent binnen die een Arabische sfeer ademt.

My Second Skin,
foto Erikjan Koopmans
via Google

Zo’n tent die uit kleurig geweven wandkleden en tapijten bestaat. Als we goed kijken zien we dat het metershoge doeken zijn, waarop enorm uitvergrote details van textieltechnieken staan afgebeeld. Precies 46 lees ik later in een recensie. Handwerktechnieken uit de hele wereld. We knipperen wat met onze ogen maar dan herkennen we steeds meer (of raden): dit moet Chinees zijn, of iets uit Afghanistan, oh en kijk, dat is Indiaas, en dat moet iets uit de Balkan zijn. Geweldig om al die stijlen en tradities zo te eren.  Prachtige borduursels, haakwerk, breisels en weeftechnieken. Ikat uit Indonesië, zijde bloemen uit China; Sits – (oorspronkelijk kwam de stof uit India en is verwerkt vanaf de 17e, 18e eeuw in klederdracht bij ons). Ik ken het vooral van de kraplap uit Spakenburg! 

Sits
Afghanistan

Maar ook uit Afrika zien we voorbeelden, bijvoorbeeld een haaktechniek waarin lipjes van drankblikjes zijn verwerkt.

We voelen ons als kinderen in een snoepfabriek.
Het motief van de kunstenaar tot het maken van dit kunstwerk:‘ In een tijd waarin textiel tot een wegwerpartikel is verworden  brengt zij (Barbara Broekman) een ode aan het vakmanschap van textielarbeid uit alle delen van de wereld.’ 
Meer en meer lees je ook dat juist door het beheersen van deze unieke technieken vrouwen meer in hun waarde komen te staan, onder andere door projecten waarin ze op die manier in hun onderhoud leren te voorzien. Mijn dochter werkte een aantal jaren terug met Marokkaanse en Turkse vrouwen die haar veel van de traditionele handwerktechnieken lieten zien. Uiteindelijk was het de bedoeling die in een modern product te verwerken en op de markt te brengen.

Een oud citaat uit Trouw van 2-9-2006, maar ik vermoed dat dit nog net zo geldig is vandaag als toen. Het is een interview met een Afghaanse vrouw die haar zusters meer zelfstandigheid en aanzien wil brengen door een borduurproject:

Rangina Hamidi wijst op de rand van haar vuurrode omslagdoek die versierd is met kunstig borduurwerk. „Dit is gemaakt door de vrouwen die nu meedoen, zo’n 520 en vrijwel allemaal analfabeet. Toen we begonnen waren het er maar twintig. Dit borduurwerk kunnen alle vrouwen goed omdat ze dat al jong leren. Wij kopen die sjaals van hen en verkopen ze door. We hebben bijvoorbeeld net een order gekregen uit New York.” Uiteindelijk is de bedoeling dat de sjaalproductie op eigen benen kan staan.

Dit is de link naar de site van deze bijzondere kunstenares, Barbara Broekman

Een tweede hoogtepunt voor ons was het werk van Marlies Smulder, fotografe. Ze zet bloemstillevens in scene in een grote spiegelbak waarboven haar camera hangt. Op de RAI was een foto te zien hoe ze werkt. Het resultaat vind ik fenomenaal. Ik heb een afbeelding van internet ‘geplukt’ omdat ik met woorden niet kan weergeven hoe mooi het is. En in feite doet deze foto dat ook niet. Het is een impressie, meer niet. Hier kun je nog meer werk van haar zien.

Marlies Smulders – bloemstilleven

We hebben uiteraard nog veel meer gezien. Tekeningen, sieraden, beeldhouwwerk, maar na twee uur rondlopen waren we geheel verzadigd. Opnieuw, wat een diversiteit en wat een talent. Ik word er heel blij van! Eer aan de Schepper, de grote Kunstenaar.

Maart

Maart was een drukke en intensieve maand. Niet alleen lijkt iedereen in mijn familie jarig te zijn (waaronder ikzelf en echtgenoot), het was ook nog verkiezingscampagne! Voor het eerst van mijn leven stond ik op een lijst voor de gemeenteraad. Niet dat ik nu verkiesbaar was, want nummer vier, en dat is, in de plaats waar ik woon, voor de ChristenUnie een onbereikbare droom. Het ging in de campagne dus om een goeie enkele zetel. En dan tellen alle stemmen. Dat zie je maar in de plaatsen waar na de verkiezingen nog hertellingen plaats vonden, met 1 stem verschil kon je een restzetel winnen of aan je neus voorbij zien gaan.

Campagne activiteit 

Campagne voeren is wel uit je comfortzone stappen merk ik. Ik ben niet goed in (mezelf) verkopen en dat moet je toch wel kunnen als je in een campagne zit. Maar gaandeweg kreeg ik er lol in. Opnieuw door te werken op mijn eigen manier. In het klein, met de mensen die ik ken en in mijn directe omgeving. Ik ben echt overtuigd ChristenUnie lid. Kan me vinden in de waarden van de partij en dat helpt bij het anderen enthousiast maken.

Maar politiek blijft lastig. Je kunt idealen hebben, ideeën en plannen, maar de praktijk is zo weerbarstig. Compromissen sluiten is onvermijdelijk. Ieder standpunt ligt genuanceerder dan simpel ja of nee. Ik merkte dat toen ik de kieswijzer invulde van onze gemeente. Ik kwam tot mijn grote schrik uit bij de lokale partij! Toen ik mijn antwoorden vergeleek met de standpunten van de plaatselijke CU begreep ik wel waarom. De kieswijzer dwingt tot ja of nee. Terwijl de CU hele genuanceerde posities inneemt. Populistische partijen kunnen niet zoveel met nuances. Gedwongen tot ja/nee keuzes kwam ik dus toch uit bij die partij die totaal niet mijn ideeën vertegenwoordigt.

ChristenUnielunch met Taalmaatjes

Het leukst tijdens de campagne vond ik de lunch met een aantal van mijn taalvriendinnen uit verschillende landen. Ik had wat campagnemateriaal in huis gehaald en de lijsttrekker was er. De dames mochten allemaal stemmen, sommigen voor het eerst. Een Somalische zei dat ze stemmen leuk vond en altijd (ze was al 11 jaar in Nederland) meedeed. Een Syrische dame stemde voorheen PvdA, omdat Wouter Bos ervoor gezorgd had dat ze met haar gezin weg kon uit Ter Apel. Een dame uit Taiwan stemde VVD, want dat stemde haar Nederlandse man. Zo persoonlijk ligt een stem dus. Dit keer gingen ze allemaal voor mij stemmen 🙂

Helpen bij NLDoet

Als Denk in onze stad was geweest zou die weleens aardig wat stemmen hebben kunnen krijgen. Hoewel er ook weer veel negatieve gevoelens zijn over de Turks/Marokkaanse gemeenschap waar mijn taalmaatjes tussen wonen. Drugs, overlast door jongeren, de klacht is vaak hetzelfde. Dus in hoeverre zo’n Turks islamitische partij dan stemmen wint onder moslims uit andere landen?

Ik had trouwens voor de lunch kippensoep met linzen gemaakt, maar vergeten om halal kip te kopen. Twee vrouwen sloegen de soep over. Volgende keer op tijd langs de toko. De Syrische, ook moslima, deed er niet moeilijk over en vond dat de twee Somalische dames gewoon de soep van Margreet moesten eten. Voordat er ruzie ontstond gauw het onderwerp verandert.

We kregen 120 extra stemmen dit keer. In alle wijken een stel meer. Toch mooi als je beseft dat de PvdA nu kleiner is dan de ChristenUnie hier.

Moeten dan alle dominee’s naar het Noorden?

Overspannen woningmarkt

Ik lees in het nieuws dat de woningmarkt overspannen aan het raken is. Huizen worden verkocht boven de vraagprijs. De honderdduizenden euro’s vliegen je om de oren. Mijn vrienden hebben als huizenbezitters al heel wat meegemaakt. Prijzen die daalden, weer opliepen, door de jaren heen waren er steeds weer pieken en dalen. Wie voor langere termijn kocht kon dat allemaal aanzien vanaf de bank (de luie) en hoefde zich weinig zorgen maken. Veel van deze ouderen hebben nu een huis wat hypotheekvrij is. Of met kleine hypotheken voor verbouwingen. Dat zijn goeie investeringen geweest. En ik gun het hun van harte!

Maar voor wie niet voor lange termijn iets kocht, of helemaal niets kocht zijn de tijden zuurder. Want de huren stijgen en de huizen die je huurt voor hoge prijzen slinken. Ik zag vandaag een advertentie voorbij komen voor een appartement in de plaats waar ik woon, voor 700 euro. Wat krijg je voor die som geld? Een studio van van dertig vierkante meters. Dertig vierkante meter! Dat is schandalig vind ik. Maar een student zal het er zo voor neertellen. Schaarste en vraag doen de prijzen stijgen.

Een middengroep

Ik ga geen blog schrijven over de woningmarkt. Nou ja, een beetje wel dus. Het gaat me om een groep in onze samenleving die vanwege hun beroep geen huis hebben kunnen kopen en nu in toenemende mate met toch enigszins zure gebakken peren zitten (om maar wat beeldspraken door elkaar heen te gebruiken). Het gaat om predikanten. Ik kan niet voor alle predikanten spreken. Zeker niet voor de jongere omdat die weer in in heel andere situatie zitten, soms wel met eigen huis. Maar ik weet dat ik zeker voor een aantal spreek. Namelijk voor gepensioneerde predikanten. Tot die groep behoort echtgenoot.

Het Traktement, bron van vergissingen

Ga ik een zielig verhaal ophangen? Alsjeblieft niet. Wel wil ik een realistisch verhaal vertellen. Waarom? Omdat er over deze groep misverstanden bestaan die tot onbegrip leiden en daarom tot een soort isolement.
Over wat voor misverstanden heb ik het dan? Bijvoorbeeld deze, dat ze toch altijd gratis gewoond hebben in een pastorie, zo’n mooi groot pand? Of dat ze toch een hoog salaris hadden? Dat is publiek bekend want een keer per jaar wordt namelijk de begroting van de kerk besproken, in een vergadering van de gemeente, en dan staat er een enorm hoog bedrag op die begroting met daarachter “salaris predikant”. Geen huur en zo’n salaris? Wie wil dat niet?

Nou, zo zat (zit) het dus niet. ‘Vrij wonen’ werd bijvoorbeeld al lang geleden door de belastingdienst afgeschaft. Er moet dus altijd een percentage huur betaald. En dat kan ook niet (ver) beneden de waarde van het pand. Je kunt dus bijvoorbeeld niet voor 200 euro per maand wonen in een pand dat 300.00 waard is.  Ten tweede verzon de belastingdienst in de jaren negentig dat de waarde van het het pand (de dienstwoning) mee ging tellen in de inkomsten van de bewoner.

Vraag me niet hoe dat technisch zat. Ik weet alleen dat het betekende dat er op een gegeven moment alweer meer belasting betaald moest worden. Meer belasting van dat zg.’hoge’ bedrag dat op de begroting stond. Een soort bedrag dat ik zelf als ‘gewone’ werknemer ( ik werkte een aantal jaren part-time als secretaresse) nooit op mijn salarisstrookje zag. Wat ik zag aan het einde van de maand waren bruto en netto bedragen, maar wat op die kerkelijke begroting stond was een totaalbedrag waar alle premies, en alle verdere verplichtingen aan de Nederlandse staat nog vanaf moesten. En aangezien Nederland een uiterst goed ingericht systeem heeft, waar we allemaal de vruchten van plukken, slonk dat hoge bedrag na alle afdrachten als een berg spinazie in heet water.

Ongunstige positie, belastingtechnisch

Beweer ik nu dat die predikanten dus arme sloebers waren? Nee, natuurlijk niet. Het waren gewoon leraren zeg maar, (zoals een docent op de middelbare school), die alleen wel veel meer uren moesten draaien voor hun inkomsten. Om de zes, zeven jaar verhuisden en dan nog het gekke dat (in de kerken waar wij lid van zijn)  ‘leraren’ voor een kleine klas minder salaris krijgen dan leraren die een grote klas hebben. Maar goed, da’s een ander verhaal. Het voordeel van de positie van een ‘echte’ leraar is weer dat die een gewone werknemer is. Zo niet de predikant. De belastingdienst heeft beslist dat de predikant een zelfstandig ondernemer is. Zo moet de arme man een winst-en-verliesrekening bijhouden. Ook schafte de belastingdienst alle aftrekposten af. Voor studeerkamer en zo. Oh ja een pc mocht je nog afschrijven in drie jaar. Maar dan was alle welwillendheid afgelopen. Nou ja, het leek er in onze tijd op alsof iedere nieuwe belastingregeling in het nadeel van predikanten uitviel. Goed. Er zit vast geen opzet achter. Vervelend was het wel.

De beruchte vrije sector

Nu is het zo dat predikanten vanwege het tijdelijke van hun beroep cq woonplaats meestal geen eigen huis hebben gekocht/kunnen kopen. Wanneer dus het pensioen aanbreekt moet er gezocht worden naar een onderkomen in de huursector. Op zich niets mis mee, ware het niet dat die sector zeer prijzig is geworden. Sociale huurwoningen (tot 750) zijn uitgesloten. Kopen eveneens. Hypotheekverstrekkers zijn niet scheutig voor deze mensen. Tenzij hun vrouwen werken, maar dat is meestal niet (meer) het geval en zeker niet fulltime. Wellicht een tip voor de volgende generatie! Koop op tijd! Als het kan.

Zo kom je dus noodgedwongen terecht in de vrije sector. En we weten het allemaal, tussen de sociale huur en de hoge huur ontbreekt het middensegment. De huur begint dus meestal bij de 850 -1000. Waar je ook zoekt. En dan heb ik het niet over villa’s. Maar gewoon over driekamer appartementen. Projectontwikkelaars hebben dat marktsegment volledig ingepikt. Van Groningen of Zwolle naar Assen of Amersfoort overal start de vrije sector boven de 850 euro voor een redelijke ruimte. En voor huizen van een middenhuur bestaan lange wachtlijsten.
Dat betekent dus dat bij een normale teruggang in salaris bij het pensioen (70%) de bizar hoge huur een onevenredig grote hap uit de inkomsten neemt.

Een andere situatie

En wat dan nog? De reden dat ik dit zo uitgebreid vertel is dat er naar mijn inschatting weinig inzicht is in de impact van dit aspect van de economische omstandigheden van gepensioneerde predikanten. Opnieuw ik spreek niet voor iedereen en wie eindelijk geniet van een Zwitser Leven, het zij je gegund. Maar dat is niet het geval voor degenen die ik ken en ik vang uit mijn omgeving genoeg signalen op. De hoge woonlasten van deze groep pensionado’s  zijn bij veel mensen niet bekend.  Bij vrienden, eveneens gepensioneerde leeftijdgenoten, creëert de (bijna) afbetaalde hypotheek ruimte voor andere zaken.  Wie nog studerende kinderen had in de tijd dat er van vrijgemaakte predikanten werd verwacht dat ze naar gereformeerd onderwijs gingen, soms ver van huis, weet dat er voor een eenverdiener met een groter gezin van sparen in die periode weinig kwam. Wie dat wel lukte: Chapeau! Maar bij ons slokten trein- en busabonnementen de guldens op als gulzige biggen. Om nog maar niet te spreken van het vervangen van de eindeloos gestolen stationsfietsen…Vaak was er aan het einde van het salaris nog een stuk maand over, om met Loesje te spreken.

De hoge huren in de vrije sector

Voordat dit nu op een klaagzang gaat lijken, nog dit. Het gaat me erom bewustzijn te kweken voor een groep die na hun pensionering vooral door de hoge huren het niet makkelijk heeft. En ik denk vaak ongezien. Goed dat de overheid meer aandacht heeft voor de middeninkomens en de middenhuur. En dat ChristenUnie en SGP het onrecht aankaarten dat eenverdieners zoveel meer belasting moeten betalen.

Ik denk dat we maar naar Delfzijl gaan verhuizen. Daar is nog wel iets te vinden dat betaalbaar is. Of in Ernstheem.

flatje in Delfzijl
Ernstheem